Jump to content

Boreas Peregrine

Griffoendor Derdejaars
  • Content count

    16
  • Joined

  • Last visited

  1. [1837/1838] Write another story, we're fine

    Dat Meermensen niet van muffins hielden, was best stom. Deels omdat Boreas die muffin dan zelf graag had willen opeten (voor ze die in het water hadden laten zakken, had die er best smakelijk uitgezien), deels omdat hij die Meermensen echt heel graag wilde zien. Waarom kwamen ze niet? Ja, oké, misschien waren ze weleens komen loeren en had hij dat puur toevallig niet gezien – met Boreas’ aandachtspanne kon dat echt nog wel – maar hij wilde zo graag aan het avondeten aan al zijn vrienden kunnen vertellen dat hij ze echt had gezien. Hoe cool zou dat niet zijn? Maar goed, dat ging dus niet met muffins gebeuren. Hij viste zijn toverstok-hengel uit het water en keek enigszins vies naar de restanten van de muffin, die hij eraf schudde voor hij nadenkend naar de mand keek. ‘Wat zullen we nu proberen?’ vroeg hij, waarna hij weer het beste idee van de eeuw had: ‘Hebben we nog een andere muffin? Dan kunnen we die zelf eten!’ Hij had echt zin in muffins, oké. ‘Wel stom van je moeder, hoor,’ reageerde hij nog op haar eerdere verhaal. Wat voor ouder wilde nu niet dat hun kind allemaal avonturen meemaakte? Zijn ouders waren daar altijd een beetje laks in geweest, hadden alles wel prima gevonden, zeker nu zijn oudere broer het grootste werk al had opgeknapt, dus hij kon zich echt niet voorstellen dat hij meer zou moeten doen dan gewoon zo nu en dan zijn gezicht laten zien om aan te geven dat hij nog in leven was. Klonk als heel veel werk. ‘Je vader klinkt echt leuk – waarom zou je niet mogen gaan als hij erbij is?’ Hallo, dat was al één volwassene erbij! Méér dan genoeg. ‘Misschien moet je jezelf in zijn koffer verstoppen,’ opperde hij. Er moest toch íéts werken? Wat wilde hij haar leren? Zoveel, er viel zoveel te leren – Boreas was geen getalenteerde leraar, maar hij kon wel zijn eigen oefeningen uit de kast halen en haar dezelfde proberen te geven, dat prille begin weer bovenhalend. ‘Met mijn zus leren we dieren trucjes aan!’ Nu ja, hun konijn, maar dat konijn hield zich alweer even op in Huffelpuf. Misschien moest hij eens een co-ouderschapsregeling uitwerken met zijn zusje. ‘Maar zelf ben ik acrobaat! Wil je acrobaat zijn? Wel leuk, hoor. Ik vind het moeilijk om hier te oefenen, want de turnzaal is vaak bezet en zo, maar soms lukt het wel!’
  2. 8 juli 1838 Boreas was een groot fan van op Zweinstein zitten, heus waar, maar de magie van het circus waarop hij was opgegroeid, was een gevoel dat door niets of niemand geëvenaard kon worden. Hier klusjes opknappen voelde nauwelijks als werken (dat dacht hij niet als zijn ouders zeiden dat hij iets echt moest gaan doen, hoor, dan waren ze saai en verpestten ze zijn dag, maar ah, zijn gedachten konden ze toch niet lezen), zijn acrobatische toeren of koude kunstjes tentoonstellen zou altijd in zijn bloed zitten, zo natuurlijk als ademen, zo inherent als een klaterende lach zodra hij gekieteld werd, en dus, dus was hij altijd stiekem blij als hij hier terug was. Ja, natuurlijk miste hij zijn vrienden, maar ah, hij miste zijn familie ook als hij ze niet zag. Een evenwicht daartussen zoeken was nooit zo gemakkelijk als het leek. Maar het meest hield hij van dagen als deze, met een carnavalsfeest en allemaal kinderen om hem heen terwijl hij er eentje oppakte en rondzwierde, allebei in een drakenkostuum, hetzij dat van hem net iets groter en minder écht leek als dat van het kind dat hem al een tijdje aan het volgen was. ‘WIE WIL ER OP EEN ECHTE DRAAK VLIEGEN?’ brulde hij, de NEE straal negerend die hij ergens achter hem hoorde, zijn gevolg aansporend om naar de juiste kant, ergens helemaal aan het einde van het circusterrein, te rennen. Het was wel veilig, hoor. Heus. Zo ver konden die beesten niet gaan, niet degenen die ze hier in bruikleen hadden gekregen van het ministerie. Maar het was ook wel een beetje zíjn definitie van veilig. Daar hadden die hoge meneren met hun dure woorden niet over nagedacht. OOC: Open topic voor iedereen die naar een carnavalsfeest wil! Toegang is gratis als je verkleed bent. Boreas mag je niet als je dat niet bent.
  3. [1837/1838] Can't find paradise on the ground

    ‘Met koorddansen begin je heel laag, hoor,’ beloofde Boreas haar, maar eigenlijk was dit zowat hetzelfde verhaal. Je begon met zitten en staan en uiteindelijk, voor je het eigenlijk wist, was je bezig met de sprongen die je als klein kind met een opengevallen mond stond te bekijken. Met een uitzonderlijk aantal keer vallen op het palmares weliswaar, maar hij had dat het altijd wel waard gevonden. Natuurlijk was hij nog lang niet waar hij op den duur zou willen geraken, nog lang geen volleerde acrobaat, maar zelfs nu al proefden die kriebels in de buik als de vrijheid die iedereen hem zei allang te hebben. En ze voelden een beetje zoals de kriebels wanneer Valentina naar hem lachte. Door ze te combineren kon het alleen maar beter worden, toch? ‘Dan kan je niet écht vallen.’ Maar eigenlijk vond hij zelf altijd dat, als het enige risico vallen was, je eigenlijk niet kon spreken over een risico. Dus. Hij grijnsde vrolijk naar haar. ‘Dat kan ik je ook wel leren! Dat kan ik eigenlijk beter dan dit.’ Maar eerlijk gezegd was dat ook vooral omdat er in het circus niet zo heel veel mensen waren die hem wilden oefenen (druk, druk, er was altijd wel iets beters te doen, het was niet iets waar hij over kon klagen) en koorddansen was dan net iets gemakkelijker om in een hoek te oefenen. Had je alleen maar jezelf voor nodig, een koord en een klein beetje plaats. En Boreas vond altijd wel plaats. ‘Hé, zo goed kan je wel wórden!’ Natuurlijk kon ze dat — hij kon zich bijna niet voorstellen dat Valentina iets nooit onder de knie zou krijgen. Omdat ze dat meteen al demonstreerde, klapte hij blij met de ontwikkelingen in zijn handen, eenmaal, tweemaal, vlak voordat hij zich bedacht dat hij dit nooit echt had voorbereid en nu iets moest verzinnen. Wat hadden ze hem ook alweer laten doen tegen de tijd dat hij op een trapeze kon staan? Geen idee eigenlijk. Hij had altijd direct de lucht in gewild, willen gaan springen. ‘Wil je nu de lucht in?’ Boreas was nooit zo goed in bedenken dat iemand anders iets anders zou willen dan hij. ‘Dan moet je er wel niet op staan.’ Of, nu ja, het kon in theorie. ‘Dan ga je eraan hangen.’ In theorie kon hij vast wel een net eronder hangen. In de praktijk moest Valentina er zelf om vragen, want Boreas dacht daar niet aan. Vallen was ook maar vallen!
  4. [1837/1838] Write another story, we're fine

    Hij glimlachte breed naar Valentina bij het compliment - Valentina! vond! hem! slim! — en besloot dat de blos op zijn wangen vast niet opviel. Nah, vast niet. Hij was ros; zijn hoofd was vaker wel dan niet een tomaat en Valentina had er nog nooit rot over gedaan, dus nu zou ook wel niet. Maar nu ja, op zich zei dat niet zoveel. Valentina deed nooit rot, dat kon ze vast gewoon niet, want Valentina was gewoon altijd lief en aardig en avontuurlijk genoeg om zijn doorsnee plannen slim te vinden en het uit te proberen. En als hij heel eerlijk was, had hij vroeger vast wel een keer een prinses verzonnen die precies zo was wier naam hij niet meer zou weten (maar die nu op geheel toevallige wijze Valentina was gaan heten in zijn hoofd), maar hij deed graag alsof dat niets zei. Alsof ooit verzonnen droombeelden die nu bewaarheid schenen te zijn gewoon… stom toeval waren. En dat was het ook, niet dan? Alleen maar stom, stom, stom toeval, of hij nu nooit aan haar kon denken zonder het woord stom te vergeten, alsof elk slecht woord niet kon bestaan in dezelfde wereld als Valentina Callahan, of niet. Puh. ‘Ik ben nog nooit in China geweest,’ zei hij, heel even naar Valentina kijkend terwijl ze bezig was en zodra hij dacht dat ze het merkte snel naar de geïmproviseerde hengel, ‘maar wel in Rome! Rome is echt heel leuk, daar móét je echt geraken. Zouden je ouders je ernaartoe meenemen? Anders gaan wij wel gewoon!’ Op de een of andere manier. Hoe moeilijk kon het zijn? Hij hoorde om de haverklap van mensen die weer eens naar een ander land waren weggehuppeld. ‘Oh, vast wel.’ Hij haalde zijn schouders op. ‘Anders leer ik je gewoon een circustrucje en zeggen we dat je een nieuwe artiest bent. Dat geloven ze wel.’ Wist hij veel dat artiesten werden aangenomen en niet gewoon geadopteerd zodra ze verschenen. ‘Je zou er vast goed in zijn!’
  5. [1837/1838] Can't find paradise on the ground

    Boreas schudde zijn hoofd. ‘Nee, het is geen schommel,’ legde hij uit, terwijl hij Valentina hielp met op de trapeze te raken, licht, licht blozend bij de kortstondige aanraking. ‘Eigenlijk kan je er circustrucs mee doen! Dat doe ik thuis altijd. Ik heb ook een act met mijn zus, maar dat is iets helemaal anders.’ Een dierenact, vrij eenvoudig, maar leuk genoeg om te tonen. Niet leuk genoeg om Valentina’s hart mee te winnen, zo had hij geredeneerd, en dus had hij Zweinstein maar afgezocht tot hij een trapeze had gevonden. ‘Maar met erop kunnen zitten en staan begint alles.’ Vrolijk keek hij haar aan, terwijl hij voorzichtig losliet. ‘En straks ben je ook acrobaat!’ Oké, zo snel ging dat niet – Boreas was er al zijn hele (betrekkelijk korte) leven mee bezig – maar toch! Valentina kon alles, als je het aan hem vroeg. Waarom zou ze dit niet ook kunnen? ‘Kan je erop staan?’ stelde hij voor. Hij wist niet meer zo goed hoe hij het zelf geleerd had, maar in alle eerlijkheid kon hij zich ook niet meer herinneren hoe het was geweest om géén acrobaat te zijn, dus… Ja. Misschien was hij niet de beste leraar hiervoor. Maar kijk, dat maakte niet uit, want hij wilde het Valentina graag leren, puur omdat hij alles wat hij ooit meegemaakt had met haar wilde delen, haar alles wilde tonen wat zijn ogen ooit gezien hadden, en dat moest maar genoeg zijn. In zoverre Valentina’s gezelschap alleen al dat niet al was. ‘Wat ik ook leuk vind om te doen, is koorddansen,’ deelde hij mee, ‘maar ik kon dat hier niet vinden.’ Tragisch. ‘Maar als ik je dit kan leren, kan je in de vakantie in het circus komen en kan je misschien zelfs een keer meedoen! Zou dat niet tof zijn?’
  6. [1838/1839] Friendship never ends!

    Boreas was onderhand al wel getraind in wakker blijven, wat iets te maken had met het opgroeien op een circus dat niet altijd een regelmatig schema aanhield voor de festiviteiten, maar over het algemeen was hij op Zweinstein verre van de laatste die in slaap viel. Maar vandaag niet. Vandaag was hij stoer en bleef hij wakker tot de late uurtjes, samen met zijn vrienden, en dat was allemaal ontzettend volwassen en tof en geweldig (en ook een beetje zenuwslopend, want dit was zijn idee niet geweest en straks had Valentina helemaal geen oog meer voor hem). ‘Dat ruikt echt vies!’ merkte Boreas op – maar op een enthousiaste manier, echt waar, want als het vies rook, was het vast oftewel heel goor en dus grappig als Valor het opdronk, oftewel juist lekker. Dus. Kon niet misgaan! Behalve als er iemand ziek van werd of zo, maar dat soort dingen bedenken was niet voor griffoendors en al helemaal niet voor twaalfjarige exemplaren. Duh. Hij sommeerde een paar van de koekjes die ze meegebracht hadden, als de kleine hamsters die ze in het geniep waren. ‘Dop er eens ene in,’ stelde hij voor, waarna hij zich weer herinnerde dat hij een missie had, namelijk het winnen van dit kwartetspel. ‘Zeg, Valentina, jij hebt de schoppentien toch wel, hè?’
  7. [1837/1838]Darling girl, when all else fails... join the circus

    Boreas was dol op het circus, op het leven dat hij door het circus leidde, op het werk dat hij moest doen en de sfeer en, ergens, ook op de mensen met grote ogen van verbazing toen ze alle tierlantijntjes zagen die een bezoek aan het circus een unieke ervaring moesten maken, elke manier waarop de Peregrines en co ervoor probeerden te zorgen dat ze deze dag nooit vergeten konden. Het was hard werk, over het algemeen, maar hij deed het graag. Plus, nu hij het merendeel van zijn tijd op Zweinstein rondhing, was de hoeveelheid werk ook weer sterk verminderd, dus dat kwam, op zich, goed uit voor de tamme houding die de gemiddelde bijna-tiener aannam en hij daarmee ook. Wat niet inhield dat hij niets kon doen – er was altijd wel íéts te doen, maar zoals het elke fervente uitsteller betaamde, was er eveneens ook altijd tijd om het later te doen. En soms had je excuses nodig om dingen niet meer te doen en soms waren die excuses meisjes die je nieuwsgierig aankeken en je vroegen wat je aan het doen was. ‘Deze tent is eigenlijk nog niet open voor publiek,’ zei hij, zich braafjes herinnerend wat hij van zijn ouders moest zeggen. ‘Dus ik ben het aan het klaarmaken!’ Op zich was dat een logisch gevolg, maar Boreas zei liever teveel dan te weinig. Hij glimlachte naar haar – ze waren ongeveer dezelfde leeftijd, dacht hij, dus hij zou haar later vast nog weleens zien op school. ‘Hier komen de acrobaten wat opvoeren, dus het moet allemaal heel stevig hangen en zo.’ Met de hand die hij nog net vrij kon maken wees hij naar de constructie die hij op het moment aan het opbouwen was, ter illustratie. ‘Heb je weleens een acrobatenact gezien?’
  8. [1837/1838] Innocence died screaming, honey.

    Hallo, Boreas was één van de stompzinnige kinderen die er geen normaal woord uit zou kunnen krijgen, maar dat ging hem niet echt tegenhouden om het toch te doen. Op het circus had hij weleens humeurige klanten gehad voor wie niets goed was, voor wie hij slechts een vreselijk kind was dat niet snel genoeg kon werken of voor wie hij niet competent genoeg was of er gewoon niet betrouwbaar genoeg uitzag, hij zou ze vast bestelen, blablabla, dus eigenlijk was hij niet zo snel onder de indruk van een humeurig gezicht met een bijbehorende bulderende stem. Als hij hier kwam werken, wilde hij lesgeven. Dan had hij vast eerder bedacht dat hij met leerlingen zou moeten omgaan, en daaruit, daaruit mocht hij best afleiden dat professor Damarcus er bozer uitzag dan hij werkelijk was. Hij stak zijn hand in de lucht, maar wachtte niet totdat hij de beurt kreeg om zijn vraag te stellen. Als het al stil was, dan maakte het niet uit, toch? ‘Ja! Vertel eens wat over uzelf,’ vroeg hij, opgewekt, net alsof enige vrolijkheid die frons van zijn gezicht zou vegen (dat werkte in het circus soms ook, oké). ‘Dat doen nieuwe professoren altijd.’ Ja, ja, niet allemaal, ja, ze kondigden dat meestal zelf aan en werden daartoe niet gebracht door één of andere leerling, maar ah, soms hadden mensen wat aanmoediging nodig. En Boreas offerde zichzelf graag op.
  9. [1837/1838] Write another story, we're fine

    Boreas keek eens goed om zich heen, op zoek naar de hengel die Valentina gevraagd had. Hij had er zelf eigenlijk niet over nagedacht, om een hengel mee te nemen, maar nu ze het zei, zag hij er het nut wel van in. Kijk, Valentina was altijd zo slim! Boreas… Goh, hij vond zichzelf niet per se dom, maar hij viel eerder in de creatieve categorie dan de bollenbozensoort, en dan nog… Zijn enthousiasme maakte veel goed, zijn onbezonnen ogen en wijzende vingers naar alles wat zijn aandacht ook maar kon vangen. En dat was vaak dezelfde persoon, heel vaak eigenlijk, maar als het je beste vriendin was, was dat niet zo erg. Hij keek naar zijn toverstok, aandachtig, en met de weinige magische kennis die hij bezat, dacht hij niet dat hij het zou kunnen veranderen in een hengel, maar hij kon wel een touwtje tevoorschijn toveren en aan zijn toverstok knopen. ‘Hier! Een hengel,’ zei hij, enigszins trots op zijn creatie. Het was geen heel grote hengel, maar ah, dat was nooit één van de criteria geweest, toch? ‘Ja, wij reizen veel!’ antwoordde hij, enigszins trots. Hij wist dat zijn familie niet conventioneel was en soms, soms merkte hij wel dat hij een hele hoop ervaringen gemist had. Dat het niet hebben van een honkvaste familie inhield dat er dingen waren die je gewoon niet kon voelen, geen vrienden uit de kindertijd, geen verhalen over dorpen en magie verbergen voor de grote, boze dreuzelwereld, geen vaste speelterreinen die hij op zijn duimpje kende, geen kans om op een bepaalde plek te staan en met elke diepe ademzucht te weten dat hij nu echt thuis was. Hij had het circus, een ander beeld van thuis, dat wel, en dat was eigenlijk altijd genoeg geweest. Op Zweinstein voelde hij zich soms wat onrustig, het was vreemd om zo ineens lang ergens te zijn, maar het zorgde ook voor het vreemdsoortige gevoel dat hij veel gemist had waarvan hij eerder het bestaan niet had gekend. ‘Waar wilde je dan zoal naartoe gaan?’ vroeg hij nieuwsgierig. ‘Misschien gaan wij daar ook naartoe in de vakantie en dan kan je wel mee!’ Vast wel.
  10. [1837/1838] Can't find paradise on the ground

    19 november 1837 Boreas had in de twaalf jaar van zijn leven een interesse ontwikkeld in acrobatiek en ook in omgaan met Valentina Callahan. Dat was niet zo moeilijk, geen van beiden, eigenlijk, want allebei die interesses kwamen erop neer dat hij dat kriebelende gevoel van vliegen in zijn buik voelde, en een zeker gevoel van vrijheid. Soms omdat hij gewoon letterlijk zijn voeten van de grond had en op zijn eigen vaardigheden aangewezen was, en soms omdat iets aan Valentina maakte dat de rest van de wereld niet meer zo vast bestond. Alsof ze een wereld op zich was, en hij, als hij bij haar was, alleen in die wereld was. Of wilde zijn. Zoiets. En dat was allemaal heel leuk om te bedenken, maar het belangrijkste was, uiteindelijk, dat Valentina zelf geen acrobate was en Boreas wilde zíjn wereld graag met haar delen en dus ging hij haar dit aanleren. Hoe moeilijk kon het zijn? Hij had het ook maar van iemand in het circus geleerd – hij kon het vast prima doorgeven. En zo nee ving hij haar wel gewoon op. En de ziekenzaal was toch vlakbij. Dus. Kwam wel goed. Er was een reden dat hij in Griffoendor was gesorteerd, oké. ‘Je hebt nooit eerder iets met een trapeze gedaan, hè?’ zei Boreas, er ergens nog altijd niet van overtuigd dat dat kon. Ja, oké, niet iedereen groeide op in een circus, maar… toch! Hij wist niet zo goed wat hij verwacht had – ergens wist hij wel dat zijn leven ietwat atypisch was, maar hij had er nooit in die mate over nagedacht dat dat echt doorgedrongen was, had hij het idee. Nu, gelukkig was het niet zodanig atypisch dat er geen trapeze te vinden was op Zweinstein die hij in de gymzaal had opgehangen en die hij nu enigszins trots presenteerde. ‘Heb je het wel een keer gezien?’ vroeg hij. Iedereen ging ooit weleens naar een circus, toch? En zo nee, uh, nam hij haar mee naar dat circus. Met hoeveel hij erover verteld had, werd het weleens tijd dat ze het in het echt zag. ‘Kom, ga er maar opzitten.’ En dan… eh, zag hij wel hoe hij verder ging. Hij had dit voor geen meter voorbereid, eerlijk gezegd – maar kijk, dat hoefde niet, want Valentina was hier en als Valentina er was, werd het sowieso wel leuk. OOC: Privé met Irene! <3
  11. [1837/1838] Write another story, we're fine

    Enthousiast keek Boreas naar de picknickmand. ‘Ja, dat werkt vast!’ En als het niet werkte, dan, uh, wist hij veel, moesten ze eens zelf gaan zwemmen of zo. Dat werd vast leuk! Er was vast wel ergens een spreuk waardoor ze lang genoeg onder water konden ademen om zich enerzijds zelf ook een meermens te wanen en anderzijds om ze ook effectief te vinden. Zo schoot het natuurlijk niet zo op, maar ach, bleef wel heel leuk, hoor. Nu had Boreas het wel gemakkelijk naar zijn zin; hij was precies het type dat in alles zijn amusement wel vond, in elke kring de goede hoek vond. En al helemaal als Valentina in de buurt was, want Valentina was een goede hoek. ‘Nee, dat weet ik niet…’ Bedenkelijk keek hij naar de picknickmand. ‘We kunnen beginnen met de vis! En als ze dat niet willen, is, uh…’ Hij keek in de mand zelf, op zoek naar een meermensdelicatesse. ‘Een muffin is vast heel exotisch voor meermensen, toch? Wie weet.’ Hij wilde alles proberen, hoor. Waarom niet? ‘Ja, het is echt heel mooi, hier! Ook heel leuk om over het meer te varen – dat heb ik eigenlijk nooit eerder op Zweinstein gedaan. Heb jij eerder gevaren?’
  12. [1837/1838] Write another story, we're fine

    14 oktober 1837 Er stond een stevige wind op deze verder niet zo interessante herfstdag, maar het was geen snijdende wind, slechts een wind die ieders haar in de war bracht en een wind die het bootje dat Valentina en Boreas in elkaar geknutseld hadden over het meer stuurde, net iets sneller dan Boreas aanvankelijk gepland had – maar ach, Boreas was nooit fantastisch geweest in plannen en dus vond hij het niet zo erg. Zolang ze hun plan maar konden uitvoeren, tenslotte, dat spontane plan om de meermensen en de octopus en wat er zich verder nog zoal in dat mysterieuze meer midden op het terrein verborg te gaan zoeken na een maand van zich erover te verwonderen. Spontaan, impulsief, het hing er maar vanaf van hoe je het wilde bekijken, maar gelukkig waren Valentina en Boreas allebei griffoendors en kwam het er bij hen vooral op neer dat ze dit gewild hadden en de tijd hadden gehad om een bootje te bouwen. Of niet. Dat zou hij niet weten, eigenlijk, maar hij was in elk geval niet zo heel druk bezig geweest toen hij erop gekomen was om samen met Valentina (ja, Valentina, ja, hij was ook heel trots op zichzelf dat ze met hem alleen de middag wilde doorbrengen) op meermensenzoektocht te gaan, dus… Zat vast wel goed. ‘Valentina! Is dat geen meermens?’ Hij keek nog eens. ‘Of wacht, nee, dat is een gewoon een heel beweeglijke plant.’ Wat stom. Hij zuchtte maar, enigszins dramatisch. ‘Zouden meermensen zich extra verbergen als ze weten dat we op zoek naar ze zijn?’ En daarna: ‘Of zouden ze zich vermommen?’ Als planten bijvoorbeeld. Hij had gewoon graag gelijk, oké. OOC: Privé met Irene! <3 loml
  13. [1836/1837] Cops & Robbers - Bezweringen eerste en tweedejaars

    Boreas was een zielige eerstejaars die zijn uiterste best moest doen om in allerlei lokalen terecht te komen, samen met de andere eerstejaars, en dat zou niet zo zielig zijn als het feitelijk was als Boreas enigszins magisch talent had en niet het type was dat alleen maar kon wat hij in het circus moest doen en voor de rest vooral verward met die toverstok probeerde te zwaaien. Het kwam vast wel, hoor! Hij was alleen maar een laatbloeier. En tot die tijd… tja, tot die tijd probeerde hij een groepje te vinden waarbij hij kon verhullen dat hij professor Johnson nooit zo goed kon volgen. En dat vond hij! Of hij vond in elk geval Valentina (!) en Valor en ik weet niet of er nog iemand bij is en dat was ook weer iets gezelliger dan een beetje verdwaald van hier naar daar te rennen in de hoop iets goeds te doen. Valor en Valentina wisten vast wel wat ze moesten doen om de opdracht tot een degelijk einde te brengen. V-mensen wisten dat. Dacht hij. ‘Hoi, dat was ik, uh, er zijn er ook nog een paar anderen in de buurt, sorry als ik ze hiernaartoe leid, zullen we ergens inbreken?’ Dat staat er heel leuk met komma’s, maar eerlijk gezegd was het een gewauwel van hier tot in Tokio, maar hé, vond vast niemand erg. ‘Hebben jullie er al veel gedaan?’
  14. [1836/1837][slow] Down the rabbit hole

    28 januari 1837, de grote zaal Het konijn van Cordelia en Boreas was verdwenen. Nu was dat niet verbazingwekkend: hun konijn deed wat het wilde, waar het zin in had, en dat was allemaal prima – Boreas was een groot voorstander van individuele vrijheid en dus had hij zelden de behoefte om een kooi te vinden waar zijn huisdier niet uit kon ontsnappen, kleine Houdini die het was – maar het betekende wel dat hij zo nu en dan met zijn zus een reddingsactie moest ondernemen. Zweinstein was niet altijd even vriendelijk voor het gemiddelde konijn, zeker niet als het konijn in kwestie de helft van de tijd op een hoge hoed leek. ‘Waar zou Dokter Flapoor zijn, denk je?’ vroeg hij aan zijn zus, terwijl hij op een stoel sprong in de hoop vanaf hier een beter uitzicht te verkrijgen. ‘Ik denk… niet hier.’ Hm. Hij sprong weer van de stoel af, ging op een tafel zitten en keek zijn zusje plechtig aan. ‘Cordelia, we moeten denken als een konijn.’ Hij dacht even na. ‘Of als een hoge hoed. Wacht, jij denkt na zoals een konijn, ik denk na zoals een hoge hoed, en de plaatsen waar we allebei op uitkomen, gaan we opzoeken! 3, 2, 1…’ OOC: Privé met Nina! <3
  15. Mijn Personagedossier kan worden nagekeken!

    Boreas <3 like vijf maanden nadat dit afgesproken was but still
×