Jump to content

Joseph Saint

Magisch Verbond
  • Content count

    35
  • Joined

  • Last visited

  1. [1838/1839] A new day, a new fight

    Ja, ja, Joseph had veel van wat hij wilde hebben. Hij hád een baan, hij had een lieve vriendin, hij had een familie die hem op hun manier steunde, hij had vrienden en hij had kansen. Maar kijk, Joseph zag de fouten daar allemaal in – en was dat zijn recht verdomme niet dan? Hij wilde een andere baan, Amber scheen hem te vergeten zodra hij uit beeld was (uit het oog, uit het hart, hij dacht niet dat hij ooit eerder iemand ontmoet had bij wie dat zo snel in actie trad), zijn familie was precies het type gezin dat elk voor zich eindigen zou, zijn vrienden waren echt niet zo alles en die kansen? Elk ander scheen er meer te hebben dan hij. ‘Oh, juist, ik heb geen patiënten om voor te zorgen!’ Dacht ze echt dat ze speciaal was? Niemand gebruikte dit ingrediënt in iets anders dan medicijnen, kom op zelfs. Nu ja, het dook vast wel in minder keurige recepten, maar dat boeide hém niet. ‘Ze bestellen net zo vlug iets voor u’, antwoordde hij, nu alweer humeurig. Ja, dat ging snel. Nee, dat zag hij niet als een slechte karaktertrek van hem, dat zag hij als de wereld die niet snel genoeg meewerkte. ‘Waarom zou u hier meer recht op hebben dan ik?!’
  2. [1838/1839] A new day, a new fight

    Moest dat… Joseph had het óók nodig, en Joseph vond het altijd een vaag idee dat mensen meer recht zouden hebben dan hij op bepaalde zaken (andersom snapte hij het wel, overigens, en waar hij de hypocrisie wel zag, zag hij het nut niet in van er iets aan te doen. Iedereen dacht zo, iedereen was uit op het eigen gewin; zichzelf achterop stellen zou hem niets geven), dus… wat. Een beetje uitdrukkingsloos keek hij de vriendelijke glimlach aan, zijn ogen afdwalend naar het ingrediënt dat hij toch écht nodig had voor zijn toverdrank. Het was zo lastig te vinden en zonder, zonder zou het echt mislukken. ‘Ik heb het ook heel erg nodig, eerlijk gezegd,’ antwoordde hij. Had hij ook. Straks kon hij zijn toverdrank niet maken en met een substituut zou het niet even goed worden en dat was kut, oké, al helemaal omdat Joseph zich altijd wou bewijzen en alles dus zo goed als maar kon zijn moest zijn. Dus. Mejuffrouw hier moest hem niet in de weg zitten. ‘Het is één van de eerste opdrachten die ik moet doen voor mijn werk, dus als ik dit niet kan omdat ik niet alle ingrediënten niet heb, komt dat niet héél goed over.’ Dus. Geef op.
  3. [1837/1838] I'd find an answer if I wanted to

    Joseph had het eigenlijk niet per se graag over zijn werk bij zijn ouders. Ja, goed, hij hielp ze. Ja, goed, de kans was groot dat hij na het behalen van zijn zo gegeerde diploma bij ze aan de slag zou gaan, wat ook effectief gebeurd was, maar niet zonder enig slecht humeur en niet zonder plannen om vooral overal hengels uit te zetten om naar iets beters te vissen. Het hoefde zelfs niet eens beter te zijn – onder het juk van zijn ouders blijven zitten maakte hem gewoon bloednerveus. Alsof dat voor hij het wist de rest van zijn leven was. Alsof hij moest maken dat hij wegkwam, of het anders te laat was. Ja, hij wist rationeel gezien ook wel dat het niet zo heel erg zou zijn als hij even, heel even geen werk zou hebben, in ieder geval zolang Amber en hij nog samen waren, maar het idee van afhankelijk te moeten zijn van zijn vriendin was nog erger dan voor zijn ouders te werken. Dat zou zo… zwak voelen. Alsof hij misbruik van haar maakte, in plaats van degene te zijn op wie ze kon bouwen voor een leven tezamen. Hij knikte, echter. ‘Ja,’ bevestigde hij. ‘Het is nog geen heel oud bedrijf – mijn grootouders zijn ermee begonnen – maar mijn ouders zouden het wel graag hebben als ik het verderzet.’ En het dan doorgaf naar zijn kinderen en al die blabla. ‘Geen van mijn zussen heeft veel interesse in toverdranken, voor zover ik weet, dus er zit een klein beetje druk achter.’ Hij lachte een beetje, bij de gedachte eraan. Ha. Wisten zij veel. ‘Ja, ik denk dat het zo voor veel mensen loopt.’ Waarom het in vredesnaam zelf doen als het zo gemakkelijk te verkrijgen was? ‘Jammer, eigenlijk. Veel toverdranken werken beter als je ze een beetje persoonlijk afstemt.’ Hij was echt geen toverdrankennerd. Ga weg.
  4. [1837/1838] I'd find an answer if I wanted to

    Goh, Joseph was de eerste om achter alles iets te zoeken, om in alles een afwijzing te lezen, elk goedbedoeld advies als kritiek op te vatten, maar Lydia Hastings was een expert in neutraliteit, alleszins in zo te klinken, smalltalk op een toon waar Josephs paranoia niet op kon werken. Of, wel, ze was vooral iemand die hij niet kende, die Amber niet van zijn zijde zou afwijken met snibbige toontjes en veroordelende woordjes en dan vond hij het best. Hij was niet opgegroeid in de adel, was opgegroeid met de idee dat een kameel nog eerder door het oog van een naald kon kruipen dan een rijke man in de hemel kon komen, had nooit veel opgehad met die wereld (al zou hij er waarschijnlijk wel meer en meer aan moeten wennen, met de fortuinen die Ambers familie in hun bezit had), dus toen ze hem meedeelde hoe het zat, knikte hij alleen maar afstandelijk. ‘Vooral, ja,’ zei hij, met enige graagte terugspringend op dat onderwerp. ‘Mijn ouders doen dat ook, zo ben ik er vanzelf ingerold, dus het is ook de meest verwachte richting voor mij.’ Over toverdranken kon hij praten, eeuwen en eeuwen, het was neutraal, afstandelijk, en met een beetje geluk kwam hij mevrouw de barones later nog eens tegen en zou ze hem betalen om het laatste medicijn dat ze nodig had (ja, wat, alle edellieden waren hypochonders, niet dan) te brouwen. Netwerken. Of zoiets. Het ging niet helemaal zó, maar Joseph vertelde zichzelf graag dat het wel zo werkte. ‘Maakt u zelf soms toverdranken?’ Of doet u niets, zoals mijn stereotypes over Uw Soort mij opdraagt te geloven?
  5. [1837/1838] Cough up blood and rose petals

    Joseph was stil, een moment lang, kon even, heel even niets anders doen dan haar aanstaren, verstomd of verslagen of alleen maar kwaad, iets daartussenin. Waarom… waarom was ze zo? Waarom was ze zo verdomde Oost-Indisch doof, waarom wilde ze nooit horen wat hij probeerde te zeggen, waarom scheen ze nooit te geven om het eigenlijke punt? Hij dacht niet dat hij teveel vroeg, slechts wat aandacht voor zijn punt, een beetje oprechte zorgvuldigheid voor wat voor hem belangrijk was, de stap om meer dan nonchalant te zijn voor hem te zetten… Was dat teveel? Kon hij dat niet vragen? Was dat een offer dat hij voor haar bereid was te brengen en zij niet voor hem? Hield hij gewoon meer van haar dan zij van hem? Of was dit gewoon een gebrek van haar dat hij maar moest zien te accepteren? Hij dacht aan elke keer dat ze zoveel te laat was komen opdagen voor afspraakjes. Keren dat ze het gewoon “vergeten” was, alsof hij niet in haar gedachtestroom voorkwam, elke keer dat ze zich niet aan onderlinge afspraken gehouden had. Elke keer dat iemand anders, iets anders zelfs belangrijker was dan hij, zonder hem daarvan op de hoogte te stellen. Elke keer dat hij zijn best had gedaan om zijn woede in te houden. Om zich niet op haar glimlach af te reageren, puur omdat hij zelf vergeten was hoe hij dat moest doen. Om niet constant aan haar te vragen of ze wel om hem gaf, keer op keer, elke keer dat hij daaraan twijfelde, net alsof hij haar niet geloofde als ze het zei. Om zichzelf in te houden en zijn best te doen om haar niet te vragen met wie het dan ook was geweest van wie hij de indruk had gekregen dat die Amber wilde afpakken, niet meer om te gaan. En daar was hij niet altijd in geslaagd, maar… hij had het geprobeerd. En hij zag geen poging hierin. Hij zag enkel en alleen dat Amber het niet belangrijk genoeg had gevonden om er iets om te geven. Hij nam een stoel uit de buurt en zette zichzelf erop, een gefrustreerde zucht slakend. ‘Ja, waarom niet, ga daar maar klagen – ik blijf hier wel zitten om te wachten op het antwoord, oké? Zullen we het daarna hebben over het eigenlijke punt? Of kom je dan gewoon niet meer terug?’
  6. [1837/1838] I'd find an answer if I wanted to

    Jaaa, Joseph had daar allemaal niet zoveel last van. Het was niet zo dat hij per se minder ouderwets was opgevoed – wat zijn opvoeding betrof, bestonden relaties evenmin, je had het sacrament van het huwelijk en dat was het dan, kindjes kwamen ter aard omdat God zo genadevol was om twee brave katholieken te plezieren met een baby, seks was voor heidenen, je werd ziek omdat je iets verkeerds gedaan had, Joseph, vertel eens wat je dit keer hebt misdaan, heb je je zusjes weer gepest, je weet dat ze daarvan gaan huilen, bla. bla. bla. en amen – het was meer dat hij zich daar met een zwierige draai van afgekeerd had, half om zijn ouders te kloten, half omdat hij net iets te hard voor Amber gevallen was om over andere dingen na te denken. Alhoewel hij het niet verkeerd zou vinden om te trouwen. Dan hoorden ze echt samen, toch? Maar hij had niet de indruk dat Amber dat graag wilde… ‘Ongeveer een jaar nu,’ antwoordde hij, met enige trots in zijn stem. Hij kreeg het nooit voor elkaar om dat te weren als hij het over Amber had. Nu ja, soms wel, als hij boos op haar was omdat ze nooit snapte dat sommige mensen bijbedoelingen hadden en niet alles onschuldig bedoelden, of omdat hij het gevoel had dat ze dat wél snapte en er gewoon graag in meeging. Hij wist nooit wat hij erger vond. ‘Eh, nog niet,’ antwoordde hij, ‘ik zit nu in mijn laatste jaar aan de unief. Volgend jaar ga ik voor toverdrankbrouwer.’ Nu ja, “gaan voor”, hij had jaren geleden besloten wat hij wilde worden en hij zou het worden ook. ‘Ik hoop dat ik terug aan de slag kan bij mijn stageplek, maar dat weet ik eigenlijk nog niet zeker.’ Oh, nee, hij werd heus niet boos van die onzekerheid, nuh-uh, zou hij nooit doen. Zo was hij echt niet. Pfft. Het idee alleen al! ‘Wat doet u zoal?
  7. [1837/1838] Cough up blood and rose petals

    Gewoon. Vergeten. Zag ze zijn probleem zelfs? Of was hij alleen maar aan het zeuren om te zeuren in haar optiek? Dacht ze dat hij zo was? Misschien was hij ook zo… Misschien zeurde hij inderdaad om niets, misschien moest hij haar een eenvoudige vergetelheid niet verwijten, misschien moest hij inderdaad gewoon zijn schouders ophalen, jammer, maar helaas, en maar denken dat het de volgende keer beter ging. Maar… kijk, dit was belangrijk voor hem. Hij kón deze toverdrank niet op tijd opnieuw maken; het was een tijdsintensief ding en hij had een deadline, verdomme, het enige wat hij nu kon doen, was de professor smeken om uitstel. Misschien zou hij de situatie moeten uitleggen. Amber aan het kruis nagelen om medelijden te verkrijgen. Waarom begreep ze dat niet? Waarom keek ze hem aan alsof hij onredelijk was om hier boos over te zijn? Waarom deed ze dit af alsof het niets was, alsof hij van een mug een olifant maakte? Waarom snapte Amber niet gewoon dat ze iets kuts had gedaan en dat ze verdomme niet eens voor het eerst had bewezen dat hij eigenlijk niet op haar aan kon. Dat hij haar niet kon vertrouwen met dit soort dingen. Met andere dingen hopelijk wel. Met enige brute kracht dwong hij zichzelf ertoe om hier geen conclusie over wie Amber was als persoon uit af te leiden, maar God, het was verleidelijk. ‘Als ik het opnieuw moet maken, is het niet op tijd af,’ zei hij scherp, zichzelf dwingend om niet te schreeuwen dat ze een domme geit was die moest leren wat verantwoordelijkheid was. ‘Het maken kost een paar dagen en de deadline is morgen, Amber.’ Dat had hij gezegd, dat had hij gezegd – had ze niet geluisterd? ‘Dus met dít heb je mijn examen verpest en moet ik maar hopen dat ze uitstel willen geven.’ Waarom moest hij dat uitleggen? Was het niet al duidelijk? ‘Houd je voor één keer godverdomme eens niet van de domme! Je mag best toegeven dat het je geen hol boeit.’ Of nee. Dat mocht ze niet. Joseph zou het niet willen horen, niet echt, maar als hij boos was, wilde hij elke gedetecteerde leugen zien verdwijnen.
  8. [1837/1838] I'd find an answer if I wanted to

    Ah, Peal Sanders. Misschien zou Joseph enige interesse moeten hebben in haar, gezien het feit dat Amber toch zo nauw met haar samenwerkte, maar het was in alle eerlijkheid nooit verder gegaan dan elementaire beleefdheid. Ze was goed in wat ze deed, hoor, het type joviaal dat hij wel kon waarderen, maar dat hij alleen maar van Amber lange tijd kon verdragen. Nu ja. Buiten dit gebouw kende hij Pearl Sanders niet, ging hij niet met haar om en daarmee ook niet met mejuffrouw hier, een bekende van de waarde Pearl Sanders. Toen hij het hoorde, glimlachte hij kleintjes, ter beleefdheid. Goed. En nu? Oh, ja, de rest van het gesprek. De dingen die hij zoal deed als hij op Amber wachtte en zich in onbestaande competities bewijzen wilde… Amber keek hier niet naar, was niet bezig met of hij bepaalde quota haalde, maar toch, toch kreeg hij het niet voor elkaar om dit soort onzin eens níét te doen. Alsof hij dit nodig had om aan zichzelf te bewijzen dat hij haar iets te bieden had. Stom, ergens. Nog stommer was dat het eigenlijk ook nooit werkte. Hij vond altijd wel een andere “uitdaging” om te falen en zo aan zichzelf te bewijzen dat Amber weg zou gaan zodra ze minder blind en naïef werd. ‘Oh,’ zei hij, een tel te laat door een slok te nemen van de koffie die Amber voor hem gezet had. Wat… logisch was, gezien de locatie, maar toch vond hij het telkens weer fijn als ze er één voor hem zette. Gewoon. ‘Haar ken ik niet zo goed, vrees ik.’ Hij ging er maar voor de etiquette vanuit dat dat een te vrezen staat der levens was. ‘Amber is mijn vriendin.’ En hij hield van haar op een manier die hij niet kon uitdrukken in iets anders dan daden die niemand ooit zag. ‘Ik vind het altijd knap van haar dat ze dit uit de grond heeft kunnen stampen,’ ging hij door, want als hij over Amber kon praten, was stoppen geen sinecure. ‘Maar ik ken niet veel van de… vaste klanten hier.’
  9. 12 mei 1838 Soms, soms wilde Joseph het uitschreeuwen. Gewoon. Omdat hij toch onredelijk was, teveel vroeg van jan en alleman dat hij zichzelf in die rol wilde wentelen tot er niets anders meer over was. Schreeuwen totdat de hele fucking wereld luisteren moest, geen andere keuze meer had dan eindelijk, eindelijk eens horen wat hij nu precies zei. Luisteren totdat zijn boodschap overkwam. In plaats van dat hij zoals altijd, altijd, altijd genegeerd werd met het eeuwig zo aanneembare idee dat Joseph niets te zeggen dat de moeite waard was om naar te luisteren. Want hij was zo jong, wat wist hij zelfs, en hij was zo zwakjes, zo ziekelijk, je kon naar ‘m luisteren, maar als puntje bij paaltje kwam, wist je nooit of hij ze allemaal op een rijtje had, hoor, en hij was zo raar, vind je niet, die obsessieve interesses en die gevoeligheid voor de kleinste dingen. Soms, soms wilde Joseph het uitschreeuwen. Gewoon. Omdat Amber niet naar hem luisterde en hij wilde zo graag dat ze ooit, ooit zou snappen dat ze hem kwetste in al haar nonchalance. Soms, soms wilde Joseph het uitschreeuwen. Gewoon. Hij snapte heus wel dat Amber het niet slecht bedoelde, Amber wist niet hoe het was om kwade bedoelingen te hebben, maar ze scheen niet te snappen dat niet alles opgelost raakte als ze het gewoon goed bedoeld had. Dat ze een stralende glimlach kon hebben en schitterende intenties, maar dat niet alles sneeuw was dat ze kon doen smelten door een zonnetje te zijn. Sommige dingen waren van steen. Kon je eroderen, langzaamaan, maar niet zo. Soms, soms schreeuwde Joseph het ook uit. Gewoon. Omdat hij hoopte dat Amber het dit keer niet zou sussen met lievige glimlachjes en zijn frustratie zou smoren met bekoorlijke woordjes. Omdat hij hoopte dat hij zichzelf zou laten uitpraten als hij het echt voelde in plaats van dat hij gewoon wilde voelen dat Amber niet de hele wereld liever had dan hem. ‘Hóézo ben je het vergeten!’ riep hij haar iets te luid toe, luider dan hij in zijn ideaalwereld gedaan zou hebben, waarin hij vriendelijk was en rustig, begrijpend, het type waarin mensen vertrouwen konden hebben, maar in zijn ideaalwereld gebeurden dit soort dingen ook nooit. Vreemd hoe deze wereld nooit voor de idealiter wilde gaan. Perfectionisme scheen nooit de grens van het innerlijke naar het uiterlijke te overschrijden. ‘Je wéét hoe belangrijk dit voor me is!’ Ja, natuurlijk houd ik je toverdranken in de gaten! Dan kan jij je andere schoolwerk afmaken en hoef je je geen zorgen te maken hierover. Ja, hoor. En dan zat hij nu met een verpeste toverdrank omdat Amber vergeten was het van het vuur af te halen. Was hij achtergekomen doordat het ontploft was, overigens. Ugh. OOC: Privé met Lily! <3
  10. [1837/1838] I'd find an answer if I wanted to

    Joseph was soort van meubilair geworden, ja. Hij kon het niet helpen, echt niet, aan de ene kant lag het aan dat eenvoudige gegeven dat hij een hardwerkende student was en dat het een simpele optelsom was om zijn schoolse plichten te combineren met Amber nog te zien, en aan de andere kant lag het ook aan dat eeuwige idee dat Amber hem vergeten zou als hij uit haar gezichtsveld verdween. Het klonk altijd zo gestoord, had hij het idee, als hij de gedachte voor zichzelf uiteenzette. Maar… toch. Amber vergat zoveel, dates en kleine grapjes en dingen die hij gezegd had en belangrijk achtte en kleine details die zoveel minder petieterig leken als één van de belangrijkste mensen in zijn leven ze niet wist, ze had het zo druk en was met zoveel bezig en kende zoveel mensen en werd door zovelen graag gezien, dat hij zich nooit echt kon voorstellen dat het niet zou gebeuren, uiteindelijk. En hij wilde het niet, dus hij leed liever aan de overexposure-kwaal dan aan al de rest. ’t Was niet alsof het een opoffering was, uiteindelijk. Hij deed niets liever dan bij Amber zijn. Al had ze het dan zo druk met wat er dan ook gedaan moest worden achterin en was ze totaal niet bezig met hem. Dat snapte hij wel, hoor, hij ging hier niet zitten in de aanname dat ze haar werk zou negeren. Kijk! Zo gestoord was hij nog niet. Hij was zelfs zo Niet Gestoord dat hij besloten had dat hij sociaal zou doen – Amber was altijd sociaal, wat als ze hem doodsaai vond omdat hij van nature uit meer introvert was, hallo – dus toen iemand anders die hier weleens zat naar hem glimlachte, was dat een teken. Nu ja. Vast niet. Maar Joseph was katholiek genoeg opgevoed om het wel als één op te vatten. God zag alles, tenslotte, dus niet vloeken, Joseph, en als je vijf dagen lang over hetzelfde nadacht, merkte Hij dat ook wel. ‘Hallo,’ begon hij. Hij deed zijn best, oké. ‘U… komt hier ook vaak, toch? Kent u ook iemand hier?’ KIJK, AMBER. Wacht, nee. Hij wilde niet Dat Type™ zijn.
  11. Joseph had er niet per se nagedacht over hoe de ontvangst bij Sara zou zijn, had er niet over nagedacht dat Amber de nieuwsgierigheid zou opwekken – niet dat hij uit de lucht kwam vallen op dat punt, hoor, hij kon best zien waarom dat zo was – maar nu werd hij, heel gezellig allemaal, getrakteerd op het gratis gezeur van zijn zusje (maar gelukkig kon hij ook kut doen tegen haar, dus dat kwam wel goed) en van haar vriend (want schijnbaar was dat een ding – nu ja, misschien dacht die jongen dat hij zo indruk kon maken op Sara) en keek hij met een licht verontschuldigende blik naar Amber. Geforceerd schonk hij Ayden een glimlach en schudde hij hem de hand. ‘Sara had míj niet verteld dat haar lief slechtziend was, maar ik denk dat we het erop kunnen houden dat Sara niet zoveel vertelt, hè?’ Mensen die vreemdsoortig familiair werden bij de eerste ontmoeting waren zo vreemd, en ergens, ergens ook precies het type dat hij liefst ver weg van zijn familie had. Deels omdat hij ze zelf gewoon niet kon hebben, deels omdat hij persoonlijk vond dat je dat type voor geen meter kon vertrouwen en waar Joseph zijn familieleden liefst van al niet te vaak zag, moesten ze het nu ook weer niet ál te kut hebben qua sociale kring. Hij draaide zich weer naar zijn zusje – van haar kon hij het meer hebben, geloofde hij. Keek hij er minder vreemd van op, dat soort dingen. ‘Wat is er gebeurd met braaf van de jongens afblijven?’ informeerde hij, een lichte spot in zijn stem. ‘Of was je van plan ermee te trouwen?’ Tsk. ‘Amber is mijn vriendin – ze heeft die koffiezaak aan de Wegisweg, dus geen studiegenootje, sorry.’ Het speet hem echt heel erg.
  12. Hallo, hallo, Joseph was er ook en hij was zich van geen kwaad bewust. Hij was er met Amber, en dit keer was ze geen twee uur te laat geweest (vooruitgang! Dit keer hoefde hij zich iets minder gepasseerd te voelen, jongens) en hij had er niet eens bij stilgestaan dat Sara hier ook zou kunnen rondhangen. Waarom zou hij? Het was morgen pas vakantie. Ze was vast druk bezig met haar lessen of zo, en hij, hij was druk bezig met Amber (niet zo, hij was niet van de PDA) en dat was dan een heel mooie regeling. Behalve dan dat Sara het per se wilde verpesten, zoals jongere zusjes dat nu eenmaal deden, en dus staarde hij een tel naar zijn teerbemind zusje met haar vingers verstrengeld in die van één of andere jongen die hij niet kende, maar bij deze alweer niet vertrouwde. Je weet wel. Zoals zijn taak praktisch was. ‘Sara?’ zei hij, een bedenkelijke blik werpend op haar… vriendje, zeker, ew. Maar hé, als ze hier verliefd op was, kon hij haar er vast de hele kerstperiode mee pesten, zoals het een goede grote broer betaamde. Ook een kerstcadeau, wellicht. Maar ook ew. Want… ew. ‘Zeg eens, moet je me aan iemand voorstellen?’ vroeg hij, met enige spot in zijn stem. ‘Amber?’ riep hij haar na, om haar aandacht te trekken toen hij er ook weer zonder wat te zeggen vandoor was gegaan. ‘Heb je veel zin om m’n lieftallig zusje te leren kennen? Ze is niet goed in op school blijven zitten en zo braaf zijn als ze beweert.’ Tsk.
  13. [1837/1838] Promise me this

    Twee uur. Joseph had hier twee uur zitten wachten toen ze dan eindelijk arriveerde, twee uur vol onsamenhangende excuses over dat ze er vast zo was en medelevende blikken van het personeel, twee uur vol het knagende besef dat het Amber blijkbaar echt niet genoeg kon schelen om op tijd te komen en de koppige hoop die voldoende was geweest om toch te blijven zitten op het terras. Maar dan was ze dan. Eindelijk. En ze klonk alsof ze maar tien minuten te laat was geweest in plaats van twee uur en ze ging er zo snel aan voorbij dat hij een blik op de klok van de kerktoren in de buurt wierp om er zeker van te zijn dat het wel echt twee uur was geweest. ‘Hey,’ zei hij zachtjes, met een waterige glimlach. ‘Ik vroeg me al af of je nog kwam…’ Was best een eenzaam gevoel geweest eigenlijk. Plus, hij haatte medelijden van vreemden. ‘Wat is er zoal gebeurd? Ik heb twee uur op je gewacht…’ En hij had de hoop opgegeven, eerlijk gezegd, hij was hier alleen maar uit pure koppigheid blijven zitten. En niets anders. ‘Met mij gaat het wel oké.’ Behalve dan dat hij een druppel op zijn arm voelde en toen hij naar boven keek er ook één recht in zijn oog kreeg. ‘Een beetje nat nu.’
  14. [1836/1837] Yay siblings: part III

    Gepikeerd keek hij dat zusje van hem aan. ‘Je hebt echt niet veel materiaal vandaag, hè?’ Jaaa, hij wist dat hij een babyface had, hij wist dat hij niet de langste persoon ooit was, maar onderhand mocht ze echt wel ophouden. De hint was overgekomen, oké, bedankt. En hierna zou hij haar nooit meer bevrijden uit de kommer en kwel van een poging tot ontduiking van de hel. Moest ze zelf maar weten. Oké, ja, zij had een beter excuus, Zweinstein en alles, maar hij was in elk geval volwassen. Je weet wel. Voor zoverre hun ouders daar boodschap aan hadden. ‘Verloren zaak?’ Hij klakte met zijn tong. ‘Laat vader het niet horen, hoor, je moet iedereen een kans geven.’ Blablablaaa. Joseph deed daar ook heel erg zijn best voor, eerlijk waar, dat was precies waarom hij 99% van de wereld negeerde. ‘En Lucretia, sceptisch ding. Hoe zit het met jouw vrienden?’ Dat vroeg hij heel erg omdat hij moest weten dat zijn lieftallig zusje niet met de verkeerde mensen omging, hoor. ‘En je hebt natuurlijk geen vriendje, hè?’ Hè?
  15. [1836/1837] Yay siblings: part III

    Goh, misschien had hij zijn lieftallige zuster toch echt moeten zitten. Had je ook niets aan. ‘Jij bent echt nog kleiner dan ik dacht,’ redde hij zichzelf (en mij, want ik was vergeten dat dit topic al oud was, hoezee!) eruit en hij klakte met zijn tong. ‘En jij hebt “potentie”? Juist, ja.’ Hé, misschien wilde ze gewoon compenseren. Kon ook. Deed hij ook. Je weet wel. Zoek ergens een vrouw gemaakt van suiker en je hoeft zelf niet meer te doen alsof je dat ergens in je palet hebt. ‘Ja, ik heb vrienden,’ antwoordde hij laatdunkend. ‘Ga je nu een keuring uitvoeren zodat je weet of ze wel genoeg potentie voor je hebben?’
×