Jump to content

Susannah Priest

IC Leraar
  • Content count

    17
  • Joined

  • Last visited

  • Days Won

    1

Susannah Priest last won the day on November 1 2017

Susannah Priest had the most liked content!

About Susannah Priest

OOC Profiel Informatie

  • Membergroups
    HH

Profile Fields

  1. 10 april 1837 Susannah had een beetje boel met de bibliotheek en de algemene wil op Zweinstein om boeken aan te kopen en dus, dus kon ze haar educatieve boekenclub tijdelijk niet doen zoals ze zou willen. Was oké, hoor. Tot die tijd hield ze zich bezig met haar leerlingen de opdracht geven hun liefde voor boeken, al dan niet geforceerd, eer te betonen door zich te verkleden als hun favoriete personage. Want. Eh. Zomaar, eerlijk gezegd, ze dacht niet dat ze daar echt veel van zouden leren, maar ze hoopte wel dat ze het leuk vonden. Gelukkig had ze tegen de tijd dat de les echt aanbrak nog een ander plan bedacht en had ze haar leerlingen in verschillende groepjes verdeeld – de verdeling stond netjes op het bord, want Susannah was het type dat alles op het bord schreef en stiekem uren had geoefend op haar bordhandschrift – om hen met de personages die ze waren een eigen verhaal te maken. Dat was educatief, toch? En dit kon ze vast wel laten draaien totdat ze haar Heel Beschaafde Meningsverschillen Rondom Welke Boeken Leerlingen Van Elf Tot Twaalf Jaar Konden Lezen had opgelost, geheel zonder moddergooien, want dat zou Susannah natuurlijk nooit doen. Naaah. Ja, misschien was het een heel klein beetje haar eigen schuld dat ze nu een ~meningsverschil~ had, maar dat hoefde niemand te weten. ‘Hé, ik had jullie niet bij elkaar gezet!’ zei ze, toen ze de klas door ging voor iets van toezicht (kijk, ik probeer een verantwoordelijk ding te schrijven, het is ew, Laurelle, ik mis je), waarna ze één van de twee naar het juiste groepje dirigeerde. ‘Deze mensen hier zijn heus ook wel leuk.’ OOC: Open voor de eerste- en tweedejaars <3
  2. [1836/1837]De zeer verantwoordelijke nieuwjaarsborrel

    Kijk! Heel late reacties, want dat vind ik toevallig leuk. Maar Laurelle was niet zo verbazingwekkend goed in zichzelf inhouden (goh) en dat weten we allang, dus dat is saai en dus gaan we Laurelle achterwege laten (als het mensen boeit, is ze vast ergens in een hoek aan het drinken en een monoloog aan het afsteken tegen wie dan ook wil luisteren), maar ik heb ook nog Susannah en Susannah was, eh, iets anders. Want Susannah was wel goed in zichzelf inhouden. Ze vond het gewoon niet zo leuk om te doen. Het was zo… saai, ze won er niets bij – ze deed het voor haar kinderen, als het moest, ze deed het om te voldoen aan James’ standaarden, zodat hij haar met rust zou laten, ze deed het omdat het niet doen kwalijkere gevolgen zou hebben – vandaag niet in elk geval, en dus, dus had ze aan het universum in deze ruimte precies laten zien hoe een talent voor glazen vol wijn achterover tikken er precies uitzag. Ik zou echt eens iemand moeten hebben die geen halve alcoholist is… Maar hé, het kwam erop neer dat Susannah al een heel eind terug in de zogenaamde tijd was gegaan, hupsakee, hoe bedoelde je, ze was aan het verkeerde eind van de dertig, naaaah, en giechelde toen Belladonna het had over in de problemen raken. Ha! ‘Oh, kom op, je raakt alleen maar in de problemen als je betrapt wordt!’ En als je het een beetje slim aanpakte, had je daar helemaal geen last van. ‘En dat gebeurt heus niet! Hebben we sleeën?’
  3. [1836/1837] The sounds of war

    En wat dan nog? Susannah wilde heus wel begrip opbrengen voor de nare positie waarin haar boekenrivale zich ongetwijfeld in bevond, maar zowat alles wat ze opnoemde, zou zij óók hebben en Susannah was niet meteen het schoolvoorbeeld van altruïsme en dus zag ze niet meteen in waarom ze precies medelijden zou moeten opbrengen hiervoor. Ja, ja, dat was heel gemeen en zo, maar… kom op, het was een boek! Dat mocht ze toch wel voor zichzelf? Ja, dat vond Nessie ook, Susannah. ‘Je kan vragen aan iemand die hier werkt wanneer de volgende zending is,’ zei Susannah geduldig, precies zoals ze altijd tegen haar kinderen praatte, want eerlijk gezegd was dat de enige manier waarop ze wist dat ze met iedereen onder de twintig kon omgaan en bijgevolg hing iedereen eraan. Sorry. Nu ja. Op zich was het niet haar probleem. ‘Je hebt heus niet meer recht op dit boek omdat je er toevallig meer zou willen betalen!’ #FuckKapitalisme.
  4. [1836/1837] The sounds of war

    Susannah hield van boeken, altijd al gedaan. Er zat iets geruststellends aan hoe verstild ze waren, een rustige bondgenoot in die eeuwige grillen van het leven, in die wispelturige levenslijn in je pols die zo hevig op zoek was naar haar grootsere equivalent. Dus als alles net iets wankeler bleek dan ze aanvankelijk gedacht had, greep ze terug naar boeken. Al was het maar om het concept van een kalme ademhaling terug te vinden ergens in die honderden pagina’s die op haar wachtten zonder een zorg. Had je natuurlijk wel het feit dat ze er niet alleen in stond en dat ze boeken moest delen, ook al was er nog maar één exemplaar en wilde je dit boek echt heel graag hebben. Moeilijk keek ze dat meisje aan dat er zo om vroeg. ‘Ik wacht er ook al een hele tijd op…’ zei ze aarzelend. ‘Bij de volgende levering is er vast wel een exemplaar voor jou.’ Ze hield niet van afgeven, oké. Had ze al genoeg gedaan. En een boek viel in het niet bij Olyvar, maar ze had genoeg in haar leven moeten afstaan om het nogmaals te doen zonder er een hekel aan te hebben. Ze glimlachte gemaakt naar het meisje. ‘Je zal gewoon net ietsje langer moeten wachten, vrees ik.’
  5. [1836/1837] Take me back to the night we met

    Ja, Susannah had wel geweten dat Olyvar en Heaven goed overweg konden. Nu ja. Ze had in elk geval doodleuk verteld dat ze vrienden waren – geweest, wist zij veel – en dus had dat vast wel ingehouden dat ze elkaar mochten. Natuurlijk. Ze zou er niet zo bitter om moeten zijn, maar verdomme, wat had ze ooit gedaan dat Heaven met elke vader die ze kon vinden een hechte band opbouwde, maar niet met haar? Oké, Heaven wist vast wel waarom. Misschien moest ze het eens vragen. Al dacht ze niet dat ze antwoord zou krijgen, want dat kind vertelde nooit iets waar ze niet over wilde praten en Susannah was geen gegeerd gespreksonderwerp. Olyvar wist vast wel hoe dat voelde. Ha. ‘Sorry,’ zei ze, zich oprecht schuldig voelend, ‘ik… had het moeten zeggen.’ Tegen jou, tegen jou, tegen jou, niet tegen James, want dan had je nu nog geleefd. ‘Maar beter laat dan nooit?’ Eh. Vast wel. ‘Olyvar...’ zei ze langzaam. ‘Wat ik me afvroeg…’ Kan je me ooit vergeven dat ik dit verzwegen heb? Zou je het me ooit kunnen vergeven als je weet dat je enkel dood bent omdat ik de verkeerde persoon heb vertrouwd? ‘Ik weet dat we het allebei vast druk krijgen, maar kunnen we wel in contact blijven?’ Want ik heb je de afgelopen achttien jaar meer gemist dan ik ooit eerder iemand gemist heb. ‘En een keer bijpraten over alles wat de afgelopen jaren is gebeurd en zo?’
  6. [1836/1837] Take me back to the night we met

    Ja, dacht Susannah, ze had indertijd geweten dat Olyvar dood was geweest. En ze was er inderdaad bij geweest. En ze had nog altijd geen enger moment in haar leven meegemaakt, nooit een vreselijker besef dan dat eenvoudige feit dat ze zonet de persoon van wie ze hield voor haar ogen neergestort was en dat zijn hart niet meer bonsde en dat ook nooit meer zou doen. Nu ja. Het was ietsje erger geworden toen ze erachter was gekomen dat ze zijn leven had kunnen redden als ze het niet zo nodig had gevonden om haar idee Olyvar over zijn dochter te vertellen aan James te vertellen, en de zwaarte van het hele voorval voelde net iets lichter sinds ze Heavens gedempte stem had horen babbelen over Olyvars tweede kans voor een degelijk leven. ‘Dat lijkt me best lastig,’ antwoordde Susannah, terwijl haar ogen over zijn gezicht dwaalden, in een poging zijn gelaat in haar geheugen te printen en wel zodanig dat ze nooit ofte nimmer nog zou kunnen vergeten hoe hij eruit zag als volwassene. Net alsof hij al die jaren niet had moeten missen. ‘Maar ik ben wel heel blij dat je nog… een soort van kans hebt om te leven, zeg maar.’ Ze glimlachte. ‘Kan je verschijnselen met die vloek? Daarmee kan je vast nog wel veel plekken zien.’ En toen wilde hij het over James hebben. Eh. Help. Gegeneerd keek ze weg. ‘Met James is het goed, neem ik aan.’ Ze glimlachte wrang. ‘Best hecht met Heaven.’ Vaderskindje dat ze was. ‘Maar ik denk niet dat ik hem heel erg ga missen nu ik hier ben.’
  7. [1836/1837] Take me back to the night we met

    Er zat iets bevrijdends aan Olyvars armen om haar heen. Hij rook anders dan toen, voelde anders dan toen, wás anders dan toen, maar het was Olyvar, nog altijd, en de hele wereld voelde net iets vriendelijker aan als hij er was en zolang dat nog niet veranderd was, vond Susannah het allemaal prima. Ze had heel even nodig om te verwerken dat dit echt was, dat het echt zijn armen om haar heen waren en dat het echt zijn stem was die haar toesprak en dat het allemaal echt was, echt, echt, echt, en dat niemand haar dit kon afnemen. Nu ja. Dat kon vast wel. Maar dit moment was wel van haar. En dat was wat telde. Of dat hield ze zich maar voor. Ze maakte zich ietsje los – niet helemaal, want dat wilde ze niet, maar wel genoeg om hem aan te kunnen kijken – en glimlachte. ‘Ik werk hier,’ antwoordde ze, ‘lerares literatuur. Heel voorspelbaar allemaal.’ Eens dol op alles wat met boeken te maken had, altijd dol. En eens dol op iemand, altijd dol op iemand – al ging die veel minder vaak op. Maar dit keer wel. ‘Hoe is het met je?’
  8. [1836/1837] Take me back to the night we met

    3 september 1836 Susannah had altijd van boeken gehouden. Ze had het altijd fantastisch gevonden om alles wat ze tegenkwam te lezen, om erover na te denken, met een dromerige blik in de ogen. Die gedachten had ze eigenlijk nooit met veel mensen gedeeld, met een vriendin indertijd die net zo graag als zij gelezen had en met Olyvar, in een toenmalige eeuwige behoefte alles met hem te delen, alsof ze op die manier kon negeren dat er nooit een openlijke uitgave van wat ze hadden zou kunnen bestaan om veel te veel redenen. En nu met niemand meer. Want de vriendin sprak ze niet meer en Olyvar was dood, indertijd door haar lieftallige echtgenoot het graf in gestuurd, al scheen hij dat zelf niet zo te zien. Nu ja. Olyvar was niet meer dood, had Heaven gezegd. Niet tegen haar, trouwens. Tegen James. Maar het belangrijkste was dat ze het opgevangen had, dat ze het nu wist en dat ze op Zweinstein aan de slag had gekund. Goed, in theorie was ze ook naar Zweinstein gegaan als Olyvar zijn graf niet verlaten had, want ze wilde niet meer met James samenleven, kon zijn aanraking niet meer hebben (niet dat hij dat merkte; James vond zichzelf zo veel intelligenter dan zijn vrouw, maar hij was vergeten dat ze doorheen de jaren steeds beter had geleerd om iemand te zijn die ze niet was), en dan was een baan wel een degelijk excuus. Maar hij was dus wel in leven. Ze had hem nog niet gezien en was nu eerlijk gezegd meer bezig met de bibliotheek die ze jaren geleden achter zich gelaten had dan met Olyvar, maar toen ze diezelfde bibliotheek verliet, zag ze hem plots wel. Er was iets geks aan hem zo… zo volwassen te zien. Al helemaal omdat ze er altijd vanuit was gegaan dat ze hem nooit zou zien. Maar hier was hij. Volwassen. Even oud als zij. Een man, en ze wist niet goed of zij nog echt het meisje was dat ze geweest was, maar ze kon de jongen die hij eens geweest was zo in hem zien. En dus ging ze op hem af, tikte ze hem op de schouders, in een vrijpostig besluit er nu maar ineens voor te gaan, en toen hij zich omdraaide, stokten de woorden die ze had willen uitspreken even, heel even in haar keel. Want dit was Olyvar dan. En ze was dichterbij dan ze in de afgelopen achttien jaar was geweest. ‘Olyvar,’ zei ze, die paar lettergrepen met meer gewicht dan iedereen zichzelf wilde voorhouden. ‘Ik… Dat is lang geleden.’ OOC: Privé met Renée <3
  9. [1836/1837] Out of pocket, out of mind

    Met een glas wijn in de hand trippelde Susannah naar haar bed, laat, veel later dan ze normaal gesproken ging slapen, en meer omdat ze haar gedachten vol allerlei onrealistische ontsnappingsplannen niet het zwijgen opgelegd kreeg dan omdat ze echt zin had in wijn. James sliep meestal veel later dan zijzelf. Ergens was ze blij dat ze hem niet tegengekomen was in haar queeste naar het slaapmutsje van vanavond. Heaven sliep ook meestal veel later dan zijzelf, maar dat kwam meer omdat ze laat thuiskwam van een feestje waarvan Susannah nog niet eens had geweten dat ze ernaartoe was. En ook nu kwam ze er enkel en alleen achter door haar klaterende lach doorheen de gang, precies het type luid dat enkel dronken mensen die hun best deden om stil te zijn voor elkaar kregen. ‘Oké, mijn familie slaapt nu, dus we moeten stil zijn,’ fluisterde Heaven haar bondgenoot toe, te luid om haar missie niemand wakker te houden te laten slagen. De stem die antwoordde, herkende Susannah niet. Natuurlijk niet. Zoals James haar zo vaak verweet, had ze geen enkel idee wat Heaven zoal deed. ‘Heaven?’ klonk James’ stem geamuseerd. ‘Als je stil wil zijn, moet je ietsje harder proberen.’ ‘Oh, sorry,’ meldde ze, het advies schijnbaar in de wind slaand. ‘Ik wist niet dat je nog wakker was.’ James’ lach voelde spottend aan in Susannahs oren, maar ze wilde wedden dat Heaven hem als doodnormaal aanzag. ‘Volgens mij is Valor ook nog wakker.’ Er kwam vast nog een vervolg van het gesprek, maar ze wilde het niet meer horen. En dus trok ze de slaapkamerdeur achter zich dicht in een poging zich af te sluiten van dat simpele feit dat Heaven haar nooit zou geloven en dat ze haar dochter had afgestaan aan precies de persoon die haar eigenlijke vader vermoord had. OOC: Uitgeschreven <3
  10. [1836/1837] Out of pocket, out of mind

    Ze keek hem als verdoofd na toen hij de kamer verliet. Hoe, hoe kon hij iets als dit zomaar even vertellen alsof het niets was? Alsof het iets goeds was geweest? Ze had geen idee wat de band tussen Olyvar en Heaven was, was geweest, maar ze kon zich niet voorstellen dat het op de één of andere manier zou rechtvaardigen wat er hier gebeurd was. Het was een zwerkbalaccident geweest, het was altijd een zwerkbalaccident geweest en nu was het plots moord. En de dader vond het allemaal prima. Omdat het uit een pervers idee van vaderliefde was gedaan. God. Ze moest hier weg. Nee, ze moest niet weg – ze had vijf kinderen, waarvan vier met hem. Maar ze moest wel weg. Met hen. Kon ze dat hen aandoen? James was altijd een goede vader geweest, hoe wreed hij ook bleek te zijn. Nee. Niet wreed. Gewoon… meedogenloos. Hij had besloten dat iets voor een hoger belang was en dus had hij het gewoon gedaan, zonder schroom, zonder schaamte, gewoon simpelweg doen wat hij noodzakelijk achtte. Maar dat betekende niet per se dat hij een slechte vader was. En dat was hij ook niet. Hij was gewoon geen goed mens. Er zat een grote discrepantie tussen een goed mens zijn en een goede ouder en ze had hem nog nooit zo hevig aangevoeld als nu. Oh, God. Ze leefde al negentien jaar samen met een moordenaar. En ze had zo nu en dan zelfs geloofd dat ze van hem kon houden ook.
  11. [1836/1837] Out of pocket, out of mind

    ‘Waarom wil je het hierover hebben?’ vroeg ze, haar vingers afwezig met de kaft van haar boek spelend. ‘Ik ging uit de biecht klappen, weet je nog?’ Ja, dat wist ze nog wel. Ze zei het verdomme wel als ze het niet meer wist. ‘Op een gegeven moment vond je het o zo belangrijk dat Olyvar wist dat óns kind van hem was, weet je dat nog?’ Ja. Ze had er nog altijd spijt van, van dat ze het hem nooit had kunnen vertellen. Eigenlijk wist ze nog altijd niet of hij onderhand al wist dat hij een dochter had, of Heaven dat gezegd had of niet. Ha. Dat wist James vast wel, met hoe trots hij erop scheen te zijn dat hij alles van haar wist. ‘Ik vond dat plan van je vanaf het begin al onzin. We waren al even getrouwd, het ging prima, Heaven was een gemakkelijk kind.’ Hij grimaste. ‘Oké, dat was ze niet, maar dat is het punt niet. Het punt was dat jij het Olyvar wilde vertellen.’ Ze keek hem in de war aan. ‘Dat heb ik nooit gedaan?’ ‘Omdat hij stierf.’ ‘Ik had het ook niet gedaan als hij nog leefde.’ Hij maakte een wegwerpgebaar. ‘Dat zeg je nu. Toen was je zó klaar om het hem te vertellen.’ ‘En?’ ‘Wel, ik vond het toen belangrijk dat je ons gezinnetje niet verpestte, dus ik heb wat met die bezem van hem laten spelen.’ Ze staarde hem aan. ‘En toen viel hij. Oeps. Als hij echt zo’n goede zwerkbalspeler was geweest als jij altijd zei, had hij het wel overleefd, hoor.’ ‘Je…’ ‘Ik wat?’ ‘Je hebt hem… vermoord?’ ‘Nah. Dat heeft hij helemaal zelf gedaan.’ Hij stond op. ‘Ik heb alleen maar Heaven beschermd – Olyvar zou nooit goed voor haar hebben gezorgd.’ Hij streelde over haar haren toen hij bij haar ging staan. ‘Je hebt geen idee hoe Olyvar en Heaven met elkaar zijn omgegaan, nee? Geloof me maar, dit was echt beter voor iedereen.’
  12. [1836/1837] Out of pocket, out of mind

    ‘Ik vond het altijd zo vreselijk als jij je affaire probeerde te verbergen,’ zei hij, anekdotisch. ‘Met die Olyvar. Je was, wat, zestien? Ik kon die gast bijna van je ruiken. Heel irritant eigenlijk. Je kon elk gebed dat er bestond opnoemen, je deed alles wat ik van je vroeg, je was precies wat ik van een echtgenote wou, maar die jongen kon je niet laten staan. Ik vroeg me vaak af waarom eigenlijk. Wat hij je te bieden had.’ Hij grinnikte. ‘Stom eigenlijk. Tieners hebben niets nodig – tieners willen alleen maar een dagdroom beleven. En hij was van adel en hij zag er vast knap genoeg voor je uit en hij speelde zwerkbal en dat was allemaal genoeg voor je om ervoor te zorgen dat je alle voorzichtigheid liet varen.’ Hij pauzeerde even. ‘Waarom eigenlijk?’ ‘Waarom wat?’ ‘Hem.’ ‘Ik hield van hem.’ ‘Waarom probeerde je het niet te verbergen?’ ‘Dat deed ik wel.’ ‘Je was er slecht in.’ Ze haalde haar schouders op. ‘Zolang je er niets van zei, vond ik het best.’ Hij glimlachte. ‘Ik vond het wel zo vriendelijk van me om je in de waan te laten.’ ‘Waarom begon je hierover?’ vroeg ze, zonder veel zin om haar puberaal gebrek aan subtiliteit te bespreken. ‘Oh, juist, ik wou het over Olyvar hebben. Wist je dat Heaven op hem gesteld was?’ ‘Ze zei dat ze bevriend waren.’ ‘Susannah, schat, je moet eens leren met je dochter te praten.’ Wat bedoelde hij daar zelfs mee? ‘Ik zal het onthouden.’ ‘Terug naar Olyvar! Ik had een gloeiende hekel aan hem en aan jullie relatie. Al helemaal toen je helemaal panikerend bij me thuis kwam en opbiechtte dat je zwanger was en blablabla. Hoeveel maanden was het ook alweer toen je het opbiechtte? Drie? Te lang in elk geval.’ Sceptisch keek ze hem aan. ‘Had je gewild dat ik het vanaf het begin had gezegd?’ ‘Goh… ik denk dat ik toen vooral had gewild dat je nooit zwanger was geweest. Nu niet meer, hoor, ik ben heel blij met Heaven, maar toen… Het was zo’n slag in mijn gezicht, weet je wel? Dat je alleen maar wilde trouwen omdat het niet anders kon?’ Ik was zeventien, wilde ze gillen, en jij was eenendertig. Olyvar was echt niet de enige reden dat ik niet wilde trouwen. Maar indertijd had hij dat nooit een goed bezwaar gevonden en nu zou hij dat vast ook niet vinden, even achteloos als toen over hun leeftijdsverschil. ‘Als jij het zegt.’ ‘Ik vond het ook irritant dat je helemaal begon te bazelen over Olyvar en dat hij er niet van wist en dat je niet wist wat je moest doen en blablabla.’ ‘Wel… Ik wist ook niet wat ik moest doen.’ ‘Oh, dat had ik wel door. Maar ik vond het toen al zo apart. Want je kwam naar mij en ik had het plan goed uitgelegd, niet? We trouwen, ik zorg voor dat kind, Olyvar heeft er niets mee te maken, heel simpel allemaal.’ Heel simpel allemaal. Nee, dat was het niet geweest. Het was het tegenovergestelde geweest van simpel, maar James had dat nooit goed begrepen.
  13. [1836/1837] Out of pocket, out of mind

    ‘Goed, als jij uit de biecht klapt, zal ik dat ook doen,’ besloot James op een vaderlijke toon. Ze haatte het als hij die toon aansloeg. Ja, prima, James was veertien jaar ouder, ze was een angstig kind geweest tijdens de trouwerij en indertijd had ze zijn zorgzame houding met alle liefde ontvangen, haast hopeloos op zoek naar enige vorm van begeleiding, maar nu… nu was ze niet meer dat angstige kind. Niet echt. En zijn houding was nooit echt veranderd; hij gedroeg zich nog altijd alsof hij de enige volwassene hier was en haar voor haarzelf moest beschermen. Was niet zo. Maar probeer dat maar eens uit te leggen aan iemand die je sowieso niet echt serieus nam. ‘Ik ben benieuwd.’
  14. [1836/1837] Out of pocket, out of mind

    Juist, ja. Goed, in principe had hij gelijk. James had Heaven meer opgevoed dan zij en al helemaal meer dan Olyvar ooit gedaan had, maar dat was het punt niet. En hij wist best dat het haar punt niet was geweest. Net zoals hij best wist dat de bitse repliek voortkwam uit een grondige hekel aan een preek krijgen van haar echtgenoot omdat ze, goh, toevallig weer eens de rebelse echtgenote had uitgehangen die zo nu en dan haar eigen beslissingen nam. Ja, hoor, ze had het moeten bespreken, wist ze ook wel, maar het was niet zijn geheim. Niet echt. Het was dat van haar. Hij had zijn deel gedaan in het verbergen, in het zwijgen, maar als puntje bij paaltje kwam, was het aan haar om het te vertellen. En dat had ze gedaan. Klaar. Nu… was er wel een reden voor zijn ergernis hieromtrent. Want het was altijd andersom geweest. Op zich. Het was James die Heavens geheimen bij zich hield, het was James die alles wist wat Heaven aan niemand anders vertelde, het was nooit Susannah geweest die de kaarten in handen hield. Was haar eigen schuld. In principe. Zij was degene die een paar maanden na de geboorte van haar dochter datzelfde kind in James’ armen had gedropt om zich toe te leggen op de begrafenis van de biologische vader, die zonder er al te veel over na te denken besloten had naar de universiteit te gaan en op kot te gaan en gedurende vier jaar nauwelijks om te kijken naar het kind dat ze achtergelaten had bij een man die er geen bloedband mee had. Dat was allemaal haar idee geweest. En ze had zich er best schuldig over gevoeld, maar als ze zag hoe hecht die twee waren, kon ze nooit van zich afzetten dat het allemaal niet zo erg was geweest, want Heaven had een prima leven en hecht zijn met je vader was prima, toch, en niet iedereen had het echt nodig om een moeder als beste vriendin te hebben. Maar dat nam niet weg dat Heaven nog altijd haar dochter was. En dat ze nog altijd zelf kon beslissen wat ze haar zoal vertelde.
  15. [1836/1837] Out of pocket, out of mind

    24 juli 1836, Leeds Susannah had zich op een zetel gezet om een boek te lezen op een zondagavond die koeler was dan ze zou gedacht zou hebben, toen haar echtgenoot de kamer binnenkwam en tegenover haar ging zitten. Ze merkte dat hij haar even bestudeerde, wat ze negeerde, haar blik op haar pagina gericht in een poging haar hoofdstuk af te lezen voordat hij begon aan het serieuze gesprek dat hij dit keer wilde voeren. Het ging elke keer zo. Zij was met iets bezig, hij kwam binnen, had vijf tot dertig minuten nodig om zijn moed te verzamelen om het gesprek aan te dragen (James Priest was nooit een dapper man geweest, nooit het type om zonder een zetje in de goede richting het heft in eigen handen te nemen) en uiteindelijk begon het gesprek dan. Zulke gesprekken waren nooit leuk. Nodig, dat wel. Je had Serieuze Gesprekken nodig voor een gezonde relatie, maar eerlijk gezegd herinnerde elk gesprek haar er vooral aan dat James en zij nooit het partnerschap hadden bereikt dat je van een huwelijk zou mogen verwachten. Oeps. ‘Susannah,’ zei James, met enige zorg, net alsof hij haar naam uitspreken in de spiegel geoefend had. Ze had nog twee zinnen te lezen, die ze ook las, vooraleer ze opkeek en hem een minzame glimlach schonk. ‘Ja?’ ‘Ik heb vandaag een gesprek gehad met Heaven,’ vertelde hij, terwijl hij zich ietwat anders zette. Oh. Ja. Eh. Dat gebeurde wel vaker, nam ze aan. In se wist Susannah niet zo ontzettend goed hoe vaak Heaven behoefte had aan gesprekken met haar ouders, want het leeuwendeel ervan ging via James. Dat… had ze ergens altijd prima gevonden, zoveel te beter, immers, als James en de dochter die niet zijn dochter was hecht waren. En ergens was het eveneens altijd frustrerend geweest, al was het maar omdat Susannah nooit goed was geweest in anderen dingen gunnen en ze nooit goed begrepen had waarom Heaven zo’n hekel scheen te hebben aan het concept van een band met haar moeder. Maar dat was oké. Ze was egoïstisch en egocentrisch, maar als haar dochter zich als vaderskindje wilde profileren, moest ze dat vooral doen en ging zij haar daar echt niet in belemmeren. ‘Het werd nogal… emotioneel.’ Ze trok haar wenkbrauw op. ‘Is alles goed met haar?’ ‘Oh, ja, hoor. Ze vertelde me over Olyvar.’ ‘Ah?’ ‘Dat ze hem had leren kennen op school, en dat jij haar hebt verteld dat hij haar vader was.’ James krabde aan zijn achterhoofd. ‘Waarom heb je me nooit verteld dat ze het wist?’ Hij schudde afkeurend zijn hoofd. ‘Ze zei dat ze het al een jaar wist!’ Oké, dit ging niet de juiste kant op. ‘Ik wist niet goed hoe ik je dat moest vertellen.’ ‘Susannah...’ Ze zuchtte. ‘Kijk, ik heb het heel impulsief verteld, en ze reageerde er ontzettend slecht op. Ik dacht… ik weet het niet, ik dacht gewoon niet dat ze wilde dat het verder uitkwam.’ Hij fronste. ‘Ik wíst dit al. Waarom zei je dat háár niet?’ Eh. ‘Dat… kwam niet ter sprake.’ ‘Susannah, ze zei dat je het meldde en verder niets.’ Ho, wacht even. ‘Heaven wilde er verder niet over praten,’ merkte ze op. ‘Dat was haar keuze. Ik dacht niet dat het echt aan mij was om verder te pushen.’ Een stilte viel. ‘Ze is er niet echt blij mee.’ ‘Dat weet ik.’ Hij probeerde haar blik te vangen, maar Susannah was altijd al moeilijk geweest om in de netten te krijgen. ‘Heb je er nog iets over te zeggen dat je een jaar geleden een familiaal geheim hebt doorverteld aan ónze dochter zonder mij dat ooit te vertellen?’ ‘Mijn dochter. Ze is niet van jou.’ Er lag iets kils in James’ blik bij het horen van die misnoegde woorden. ‘Ze is meer mijn dochter dan van jou, en ze is al helemaal meer mijn dochter dan die van Olyvar.’
×