Jump to content

Armand Foulkes-Davenport

Magisch Verbond
  • Content count

    88
  • Joined

  • Last visited

  • Days Won

    2
  1. [1836/1837]There is nothing like staying at home for real comfort

    Was hij zijn ouders? Was dat iets genetisch, iets waar hij niet aan kon ontsnappen, iets wat voor altijd zou bepalen hoe hij was en wat hij deed, ja zelfs zou bepalen wat hij wilde? Was hij zo kapot als zij waren geweest, dat ze hun negenjarige zoon vaarwel waren komen zeggen, hun tassen gepakt in de hal, omdat ‘het gewoon niet ging’, omdat hij simpelweg ‘niet kon zijn wat ze nodig hadden’, omdat het grootste goed in het leven was om geluk te kunnen zoeken en omdat wanneer iets of iemand je niet gelukkig maakte, je dat moest laten gaan? Sorry, schat, tot nooit meer ziens? Ze hadden hem niet eens gevraagd om op de tweeling te passen. Dat was hij, met zijn negen jaren en zijn ongeletterdheid en onwetendheid, (nauwelijks ooit ergens anders geweest dan in het grote en nu veel te lege huis omdat zijn ouders dat hadden moeten organiseren en nooit gewild hadden,) zelf gaan doen, versuft drentelend naar de babykamer waar zijn zusjes sliepen en wachten tot ze zouden wakker worden, tot ze zouden huilen zodat hij dat dan misschien ook kon. Of was hij kapot door hen? Omdat ze waren weggegaan? Of omdat ze eerst negen jaren er waren geweest? Hij dronk zijn glas leeg, glimlachte naar Thomasin. “Ik zal even de ViaVia laten vervroegen. Ik weet dat je je best wil doen, lieveling, en ik stel het op prijs... maar ik wilde dat je even zou ontspannen juist, en dat gaat duidelijk niet lukken. Ik kan je toch niet zo zien lijden terwijl het in mijn machte ligt daar iets aan te doen.” En voordat ze veel terug kon zeggen door haar paniekerige hoofd was hij al opgestaan en de terugreis in werking gaan brengen. Hij was stil, doch niet duidelijk verwijtend, en spoedig verschenen ze weer in Catsfield’s zijkamer, die Armand gebruikte voor magische reizen en derhalve vrijhield van Dreuzels. Hij hield Thomasins arm vast, om haar zo naar de woonkamer en de dichtstbijzijnde stoel te begeleiden. Inmiddels konden ze ook stemmen horen, vervolgens het tafereel zien: Irwin zat op de bank, Gabriel lag tegen hem aan te slapen, en hij was op een héél vriendelijke, zachte toon een laaiende ruzie met zijn moeder aan het uitvechten. “Nee, ma, ze gaat eerst studeren, dat hadden we-“ “Ja? Of ben je weer aan het uitstellen? Of is zij aan het uitstellen? Volgens mij moet ik even -“ “Ma, nee. Niet nu, ik ben aan het oppassen.” “Dan neemt je vader -“ “Irwin heeft gelijk, Daphne.” Die monumentale gelegenheid waarbij Irwins vader z’n zoon in plaats van z’n vrouw bijviel leek Armand bij uitstek het moment om Thomasin de salon in te begeleiden met een lichte kuch, alvorens het gesprek over Veritaserum verder ging. Daphne en Than waren meteen weer allergezelligst. Irwin keek boos, maar het effect werd iets afgedaan aangezien Gabriels vingertjes in zijn haren hadden gegrepen. Daphne herpakte zoals altijd het gesprek. “Thomasin! Armand! Wat zijn jullie snel terug? Je bent toch niet onwel, meisje?” “Ze miste Gabriel zo,” glimlachte Armand warm. “Alas... misschien moet dit maar wachten tot hij oud genoeg is om mee te gaan.” Irwin trok een wenkbrauw op. “Niet serieus, toch, Thomasin? Je bent een half uur de deur uit geweest.” Zijn moeder humde. “Irwin. Dat is hartstikke normaal en een heel waardevol instinct.” Irwin negeerde haar.
  2. [1836/1837]There is nothing like staying at home for real comfort

    Thomasin kon zich het niet voorstellen, dat ze zich ooit met hem zou vervelen, en dat was mooi en vleiend en een tikkeltje onverwacht: het was niet iets wat Armand geheel waarheidsgetrouw terug zou kunnen zeggen. Hij hield van zijn vrouw. Heus. Ze was een wonderbaarlijke dame, en hij bewonderde haar inderdaad. Haar patronus was een eenhoorn en dat paste haar: ze was een op de duizend, schitterend vanbinnen en vanbuiten, en beter, zoveel beter, dan hij ooit zou kunnen zijn. Beter zelfs dan hij ambieerde te zijn, want met Thomasins moreel kompas moeten werken zou hem zowel privé als professioneel maar lelijk in de vingers snijden. De wereld had nu eenmaal naast die een op de duizend ook die negenhonderd en negenennegentig minder onaanraakbare mensen nodig. Want als iedereen was geweest zoals Thomasin, dan, tja... Nu ja, als iedereen was geweest zoals Thomasin zou het misschien niet per se zo heel erg zijn. Behalve dat het menselijk ras waarschijnlijk al vele jaren terug uitgestorven zou zijn, dat er een schandalig tekort zou zijn aan thee anders, en... En dat men zich zou vervelen. Want als je nooit iets deed wat niet hoorde, als je jezelf nooit verraste, als je je nooit liet meevoeren door de stroming of je zinnen zette op iets wat eigenlijk niet mocht, dan ging de kleur uit je leven. En het sprankelend wit van een eenhoorn was nu juist zo prachtig in contrast. Hij zou zich wel kunnen vervelen, zo... zou rusteloos worden, zo, in dit leven, waar alles om Gabriel draaide en om Catsfield en om alle dingen die je deed omdat je ze altijd al zo had gedaan. Wat hij niet had. Een leven waarin twee plannen en een overnachting een ‘hoop plannen’ waren, waarin je van tevoren aan moest geven wanneer je graag iets zou willen doen met elkander. Gezapigheid, huiselijk geluk en alle aandacht voor hun zoon. Hij besefte plotseling, in een moment van blikseminslag, dat dit was hoe zijn ouders zich gevoeld hadden kunnen hebben. Hij hield zijn gezicht in de plooi, al had hij nu bijna zijn hoogstpersoonlijke eigen paniekaanval. “Het is Quebec... Ik heb hier gestudeerd. En gewoond. Bij mijn oom en tante - Daniels ouders?” Dit was waar zij hun ‘huis in de stad’ hadden en normaliter door het jaar heen woonden, behalve in de zomermaanden wanneer ze naar het landhuis aan het meer gingen. Armand had er goede en slechte herinneringen, en zoveel voetstappen liggen. Maar dat soort dingen wist Thomasin inderdaad niet van hem. Ze wist zeer weinig van hem. Hij vroeg haar veel, onopvallend vaak, wilde alles van haar weten en het viel over het algemeen niet op dat hij geen sjoege gaf op wedervragen. Als je veel zei, hoefde het niet veel te betekenen. “En we hebben hier een verdieping...” Hij beet op zijn lip, zette zijn lege glas weg. “Maar misschien moesten we maar weer naar huis. Ik... het spijt me, als dit niet fijn voor je was.” Hij lachte ietwat beschaamd. “Dat was zeg maar het exact tegenovergestelde van het gewenste effect.”
  3. [1836/1837]There is nothing like staying at home for real comfort

    In elk geval nam ze het hem niet al te zeer kwalijk: of, ze nam het hem misschien wel kwalijk, maar handelde daar niet naar omdat ze hem nu eenmaal juist nu zo heel hard nodig had, zijn steun en zijn geruststelling. Armand vond optie A en B allebei eigenlijk prima, want met allebei kon hij werken. Liever had hij niet dat Thomasin boos op hem was, niet hierom en niet nu althans, want hoewel hij in het begin van hun kennismaking het best geinig had gevonden om haar furie uit te lokken, een frustratie te kunnen signaleren in dat sereen gelaat, waren ze inmiddels wel een stuk verder gevorderd, wist hij inmiddels dat hij de sleutel bezat tot haar emoties, niet zoveel als hij hem zou willen maar zeker meer dan ze een ander zou laten doen, en dus had ruzie niet veel meer voordelen voor hem terwijl een gebrek aan ruzie doorgaans juist uitzonderlijk veel hielp. Want hoe liever hij was, hoe meer ze hem vertrouwde, hoe meer ze op hem bouwde, zo was het tien maanden nu gegaan. En het werkte. Desondanks... altijd de lieve, ondersteunende, gemakkelijke echtgenoot zijn viel hem zo af en toe tamelijk zwaar. Het toneelstukje waarbij hij als enige zijn rol kon waarderen voor wat het was was niet afdoende om hem altijd volgens het script te laten handelen. Hij wist niet eens waarom: het was wat hij wou, nietwaar? Hij hield van Thomasin. Meer dan ooit zou hij het goed moeten willen doen, voor haar, omdat het niet alléén een stukje was, niet alleen doen alsof. Maar juist daarom maakte ze het hem soms moeilijk. Juist daarom wilde hij soms méér. En juist daarom staken haar woorden hem soms, woorden die hij anders weg had kunnen lachen. En dan hadden ze ruzie. Hij nam een slok van zijn cocktail, streelde over de rug van haar hand met zijn duim. “Mijn liefste... zou je dan nog meegaan?” Want hij betwijfelde het eerlijk gezegd ten zeerste. “Luister... ik vind het heerlijk dat je zo graag bij Gabriel wil zijn. Dat weet je. Ik heb er alle bewondering voor. Maar ik ben je man, ik hou van je, en ik wil jou ook af en toe kunnen verrassen.” Hij grinnikte. “Anders ga je je nog vervelen met je hervormde schavuit.” Hij trok een wenkbrauw op, nam een hap, en was weer in alles zijn luchtige zelf. "We verblijven hier." Hij gebaarde naar de villa waaraan het terrasje zich bevond. "Ik dacht dat je dat prettiger zou vinden dan de stad. Maar we gaan absoluut de stad verkennen. En de tuin dan morgen. Misschien kunnen we een kijkje nemen bij het Spreukendepartement van de universiteit, ook."
  4. [1836/1837]There is nothing like staying at home for real comfort

    Wel, hij zou nog eens iets leuks doen voor Thomasin. Haar hele gezicht werd bleek, haar houding veranderde, ze keek alsof de hemel boven haar kapot was gebroken en het was duidelijk dat ze op, of over, de rand van een paniekaanval zat. En het deed hem pijn, heus, om haar zo te zien, want hij wilde echt niets dan goeds voor haar... maar hij vond dit ook daadwerkelijk goed voor haar. Want dat ze zo in paniek raakte over minder dan vierentwintig uur niet bij Gabriel zijn, dat was weliswaar aangenaam voor wat betreft haar toewijding aan haar zoon, aan hun familie - een factor die Armand gelet op zijn eigen gescheidenis belangrijker vond dan je misschien van hem zou verwachten - maar het was ronduit ongezond en niet eens een beetje rationeel. En dit was Thomasin, Thomasin die weer keihard aan het werk zou willen, Thomasin die zich nooit rustig had gehouden... die hoorde zich toch niet zomaar onderuit te laten schoffelen door zoiets? Irwin had het hierover gehad, overigens. Armand had gedacht dat hij zich aanstelde, maar nu begon hij zich af te vragen of zijn neef niet een heel klein beetje gelijk had. Dat waren alle nette redenen. Redenen die hij zelf eveneens wist maar niet even vlug prijs zou geven (al zou hij ook niet heel snel prijsgeven dat hij vond dat Thomasin zich aanstelde, touché, ’t zat hem daar althans absoluut in de formulering) waren dat hij zelf niet hetzelfde voelde bij het verlaten van hun kind, omdat hij Gabriel niet verliet, omdat ze zo weer terug zouden zijn; dat hij er echt even uit moest, uit het Dreuzelleven, uit het telkens zorgen voor zijn kindje en de vriendinnen van zijn vrouw, dat hij even vrij had willen zijn en weg met haar, niet aan één stuk geluidjes maken tegen een baby. En dat hij een beetje jaloers was, dat hij toch ook nog wel belangrijk wilde zijn voor Thomasin, haar aandacht wilde en haar interesse en haar enthousiasme. Het was stom en hij wist het, want hij wilde dat Gabriel haar wereld was... hij wilde er gewoon zelf ook nog een plekje in. “Kalm aan, ma cherie,” sprak hij luchtig. “Gabriel is bij mijn oom en tante én Irwin, en Rosie is er nog eens bovendien, Cassidy misschien zelfs. Er is op deze aardbol geen jongen met meer liefhebbende oppassers. Je moest er even uit. Laten we morgen maar naar de tuin gaan.”
  5. [1836/1837]There is nothing like staying at home for real comfort

    “Mm, maar natuurlijk,” glimlachte Armand minzaam, al wist hij vanzelfsprekend dat dit voor Thomasin bepaald niet natuurlijk was, dat ze het slechts zou hebben kunnen zien aankomen als ze beschikking had gehad over een feitencomplex dat hij heel moedwillig had nagelaten aan te vullen. “Twee keer de special, alstublieft, mademoiselle, mild,” zei hij met een vlotte stralende lach naar het serveerstertje, die daadwerkelijk keek alsof hij haar een verrukkelijke dreun had gegeven - ja, dat was een ding, of althans, dat was een blik die hij herkende - en vlug naar de keuken dribbelde om twee maple syrup cocktails te halen met slechts een vleugje whisky en voornamelijk lichtere drank. Hij zou zelf vanzelfsprekend wel meer aankunnen, maar nog altijd was hij ietwat voorzichtig met alcohol in de buurt van zijn geliefde echtgenote. Het had nu eenmaal een notoire voetnoot in hun gezamenlijke geschiedenis gekregen en was de aanleiding voor een nieuwe vaste rol daarin. Hij wist niet of Thomasin zich er nog voor schaamde - of Gabriel met zijn stralend lachje, zijn lieve gemurmel en zijn grote ogen niet had gezorgd dat al het andere was weggevaagd op een wijze die zijn pa nimmer had kunnen evenaren - maar hij wilde het risico niet nemen. Zeker niet vandaag. Vandaag wilde hij haar gelukkig. Hij wilde haar altijd gelukkig. Hij had het nooit van zichzelf verwacht. Desondanks was niet alles nieuw onder deze zon, zelfs niet nu ze de zon van een heel eind verder weg op waren gaan zoeken en in een perspectief dat verandering had kunnen brengen. Dat had hij ook wel kunnen weten. Armand was een expert in kwesties van perspectief. Zo ook in deze: want hoewel hij het beste voor haar wilde, hoewel hij niets liever wilde dan haar gelukkig maken, was dat wel iets wat hij wilde bereiken op zijn manier. En het was om die reden dat hij de lijn beslissingen die tot dit moment hadden geleid had doorgezet. Het zou hem misschien iets kosten op korte termijn, maar op lange termijn was het belangrijk. Ze moest van hem weten dat hij van haar hield. Ze moest van hem weten dat hij er voor haar was. Ze moest van hem weten dat zij zijn wereld was, en dat hij alle andere onderdelen van die wereld zo zou buigen en herschikken als nodig was om hem en haar op de best mogelijke manier toe te schijnen. “We zijn in Canada, mijn lief,” sprak hij, en hij speelde met haar hand, ging met zijn duim langs de ring om haar vinger, dat concrete, edele bewijs dat zijn dromen bewaarheid waren geworden, zij de zijne en de rest om hen heen. “Ik hoop dat je van maple syrup houdt...” Vluchtig kuste hij haar lippen, daarna met een schalkse grijns haar hals, “maar ik meen me zoiets te kunnen herinneren.” De drankjes werden neergezet, pannenkoekjes ook. “En de ViaVia haalt ons morgen na de thee weer op. We kunnen morgen nog even walvissen kijken, of naar het arboretum van de universiteit van Quebec?”
  6. Eind mei Thomasin verrassen was lastig. Het was haast onmogelijk in feite. Met kleine dingen, die je niet hoefde voor te bereiden, ging het wel: alle mogelijke cadeautjes lagen daarom binnen Armands handbereik en hij nam altijd als hij ergens heen was geweest eigenlijk wel iets voor haar neer, bloemen, sieraden natuurlijk, sinds ze niet meer zwanger was aparte lokale delicatessen wanneer hij weg was geweest (daarvoor was dat te riskant geweest, niet zozeer omdat zij er niet tegen zou kunnen als wel omdat hij in de clinch was geraakt met zijn liefste, meest charmante bediende indien hij tegen het gereguleerde etensmodel was ingegaan). Maar de grote gebaren die Armands forte waren - tussen ons gezegd en gezwegen - die waren lastiger. Want die had ze al heel snel door. Naïef of niet, ze was nu eenmaal wie ze was: ze behield graag de controle en ze had die doorgaans ook. Op Catsfield kon geen extra muis komen wonen zonder dat ze er van op de hoogte was. En iets voor ging regelen. Tijdens haar zwangerschap was dat meegevallen, de laatste maanden althans, maar nu... Toch had Armand besloten dat er voor alles een moment en een tijd was en dat dit het moment en de tijd was om Thomasin te verrassen. Hij hoopte dat ze het leuk zou vinden: hij wist dat ze het oncomfortabel zou vinden. Met een beetje geluk tachtig twintig in verhouding. Dat was het streefdoel. Daar zou hij zich niet druk om maken. Hij was op haar gevallen deels omdat hij het leuk vond haar op het verkeerde been te zetten en de laatste tijd had hij zich perfect gedragen, maar voortduren kon dat niet. Dus was hij zijn best gaan doen. “Armand. Wat doe jij hier?” “Ook goed jou te zien, neef.” Irwin wuifde geïrriteerd met een hand. “Ja ja, enig, wat lang geleden, hoe maak je het, hoe is het met vrouw en kinderen en heb je al gehoord van tante Agnes. Armand, kom op. Wat moet je?” Armand ging op het bureau van zijn neef zitten en strekte zijn benen uit. Alleen om hem te irriteren eigenlijk. “Ik heb je hulp nodig.” Irwin snoof. “Ik ben met een verrassing voor Thomasin bezig.” Irwin hield een hand op. “Ik meng me niet in jouw streken met Thomasin. Geloof me - dat heeft je voorkeur.” “Merlijn, Irwin, ik wil alleen maar een weekendje met haar weg.” “Oh.” Hij keek verbouwereerd genoeg dat Armand met een half lachje voorzichtig doorging. “Ik wil haar er even uit. Ze is non-stop met Gabriel bezig. Het is zo lief... maar het lijkt me ook goed voor haar om even iets anders te doen, anders slokt het haar zo op.” Irwin keek hem laatdunkend aan. “Ah... en welk argument heb je voor mijn moeder gebruikt?” Armand glimlachte. “Dit is nog steeds wat je wil, neef. En nu ga ik er zelfs voor in de problemen komen en jij niet.” Irwin grijnsde. “Oke... dat je het even weet, ik hoop dat ze je vervloekt.” Maar hij ging wel babysitten. Met zijn ouders. Maar dat was dan weer een verrassing voor hem. En Armand had Thomasin overtuigd om mee iets te komen drinken met een ViaVia nu ze weer veilig kon reizen, en ze arriveerden op een prachtig terrasje grenzend aan een meer met in de verte zich aftekenende bergen. Hij begeleidde haar naar een stoel, ging tegenover haar zitten en kneep in haar hand, voelde de veilige contouren van haar trouwring. “Je ziet er prachtig, prachtig uit, lieverd. Wat wil je drinken? Cocktail van het huis?”
  7. [15+][1836/1837] One has got all the goodness, and the other all the appearance of it.

    Het was prachtig, om Thomasin zo te zien: voor het eerst in al hun tijd samen zat er geen enkele reservering in haar blik, was er niets dan liefde duidelijk en vast in hoe ze keek naar haar zoon. Armand had zich vaak, binnen de privacy van zijn eigen geest, afgevraagd hoe dit moment zou verlopen. Hij kende zichzelf goed genoeg, was eerlijk genoeg tegenover zichzelf al was hij dat nooit tegen anderen, om te weten dat hij misschien helemaal niet zo blij zou zijn om hun nieuwe kindje in het leven te verwelkomen als hij zich ongetwijfeld voor zou wenden. Ten eerste was het, zoals gezegd, een baby, en dat was iets waar hij nog weinig mee kon of zich in elk geval geen voorstelling bij kon maken. Ten tweede was het - en hij was zich er van bewust hoe erg dit klonk, was derhalve ook nooit van plan om dit aspect van zijn karakter het daglicht te laten zien - concurrentie. Thomasins liefde, haar aandacht, zou heel natuurlijk meer naar haar kindje uitgaan dan naar haar man. Dat moest zo zijn, dat zou hij niet anders willen. Hij had het bij zijn eigen ouders zo anders gezien. En toch wilde hij het liever niet: had hij kunnen kiezen, dan had hij gewacht hiermee, gewacht even, tot hij zekerder was, tot zij zekerder was van hem. Zo was het niet uitgepakt, en ergens had dat hem vanzelfsprekend meer zekerheid gegeven dan wat dan ook anders had gekund, want nu was ze hem getrouwd, en zou ze hem nooit meer verlaten. En toch... Maar nu, bij haar, kijkend naar hoe zij op haar beurt keek naar het kleine hoopje in haar armen... Het verwarmde zijn normaliter zo in onbruik geraakte hart. Het was precies wat hij wilde. Dit, dat ze hiertoe in staat was, dit was exact wat hij in haar had gezien, die zomer geleden, dit was waarom hij haar niet had kunnen laten gaan en nu zou dat nooit meer hoeven. En hij was blij, voor zichzelf: en hij was gelukkig, oprecht gelukkig, voor Gabriel. Want aan het gezicht van Thomasin was een goed leven af te zien voor zijn zoon. Een leven dat alle mogelijkheden zou bieden, en een jeugd die in niets zou lijken op die van zijn vader. Hij glimlachte, knikte, nam soepel het kindje van haar over maar bleef tegen haar aanzitten, zodat ze enigszins kon leunen als ze dat zou willen en zodat ze niet te ver verwijderd zou zijn van het kindje wat ze zo heel duidelijk niet veel verder weg van zich zou willen laten dan hij de afgelopen negen maanden had doorgebracht. Overigens had hij het baby’tje heel professioneel vast. Ha, dames. Die hadden dat duidelijk niet verwacht, hadden daar ook geen reden toe, maar Armand sjouwde al vanaf zeer jonge leeftijd met zijn zusjes en zolang er maar één van Gabriel was vond hij het dus betrekkelijk ontspannen. “Hey, kleine man,” groette hij hem zachtjes. “Je hebt je moeder al om je vingertje gewonden, charmeur. Netjes.” Hij haalde een vinger langs het zachte, bizar kleine wangetje van het kind. “Maar er is niemand zo bij uitstek geschikt om te spreken van schoonheid en perfectie. Daar kom je nog wel achter, voor nu moest je mijn woord er maar op nemen.” En nog niet weten wat een onverstandige zet dat normaliter was. Oh ja. Ten derde. Ten derde had Armand ook geen idee of hij een goede vader zou zijn en zo ja hoe. “Neem jij hem weer, mijn lief? Alsjeblieft, maar hulp vragen als je te moe bent, hoor. Ik haal even je vader.” Hij glimlachte naar Thomasins moeder, en kwam overeind. “Jullie blijven slapen, mag ik hopen, toch? U moet uitgeput zijn.”
  8. [15+][1836/1837] One has got all the goodness, and the other all the appearance of it.

    De zwangerschap was voor Armand vanzelfsprekend een totaal andere beleving geweest dan voor Thomasin: het was veel meer langs hem heen gegaan, een situatie gereduceerd tot updates in plaats van een constant aanwezige factor. Hij had zich er ook niet per se veel op geconcentreerd. De afgelopen maanden, die voor zijn vrouw in het teken hadden gestaan van haar zwangerschap, waren voor hem kern geweest om Thomasin beter te leren kennen, om haar aan hem te laten wennen, om nodig voor haar te worden en gewaardeerd. Door gemakkelijk te maken wat hij gemakkelijker maken kon, door er te zijn op de moeilijke momenten, door iets van haar angsten over trouwen en niet langer haar eigen leven te leiden weg te nemen ook door te laten zien dat hij heus niet alles van haar overnam – een klein offer, want met Catsfield had hij niets, ’t was een leuk dorpje maar hij had echt geen zin om het reilen en zeilen over te nemen. Maar ook door haar af en toe maar gelijk of althans haar zin te geven. Het wisselen van Heler had hij jammer gevonden, zou hij jammer hebben gevonden zelfs als het niet aan die verdraaide Irwin had gelegen, want hij had Albert, de familieHeler, altijd goed gevonden en bovendien was hij wat conservatiever en wat makkelijker om medisch advies te laten geven dat in je straatje paste – McGowan gooide Armand er doorgaans gewoon uit, want ’t ging toch om Thomasin dus die moest maar begrijpen wat er aan de hand was, niet hij. Het haar weer terug laten gaan naar haar werk... Nu, het was twee dagen in de week en dat vond hij eigenlijk niet zo verschrikkelijk. Ze werd er zo duidelijk zoveel blijer van en ergens, ergens, dat kiempje van oprechte liefde dat ze in hem had doen ontluiken kon daar alleen maar blij mee zijn. Hij zorgde er gewoon voor dat hij ook zo af en toe in Cambridge was, meestal zodat ze samen uit eten konden en terug konden reizen. In plaats van die wereld van haar weg te nemen, plaatste hij zichzelf er gewoon ook in. En Irwin als peetouder... goh. Eerlijk gezegd had Armand verwacht dat hij nee zou zeggen. Irwin was slecht met kinderen, slecht met familiebanden, en slecht met op dezelfde plek blijven. Dat maakte het een prettig punt om te scoren, door Thomasin het te laten kiezen; dan had hij alle winst van begrip en Irwin was degene die het verpestte. Maar, intrigerend genoeg, dat was hij niet geweest. En dan had Armand er eigenlijk wel vrede mee. Hij had een rothekel aan zijn neef maar respecteerde hem wel: en hij had zich nog nooit onverantwoordelijk gedragen jegens diegenen die afhankelijk waren van hem. Binnen de familie was hij waarschijnlijk de enige die Gabriel’s interesses met stip op een zou zetten bij beslissingen, al was het maar omdat Irwin voor zichzelf nooit meer zoveel interesses had. En mocht alles misgaan en Irwin inderdaad het ouderschap over moeten nemen, dan zou Yara er nog wel voor zorgen dat Gabriel hier en daar een overlevingsinstinct meekreeg. Enfin, de zwangerschap was zodoende langs hem heen gegaan en de bevalling deed dat, volgens noodzaak en wens overigens, ook; en in principe zou hij kunnen gaan werken, en dat had hij ook wel geprobeerd, maar hij was bang geweest, oprecht bang geweest, van begin tot eind. Al had hij er niets van laten blijken. Het idee van Thomasin verliezen was gewoon te groot geweest, en te reëel, en er was niets wat hij kon doen... Toen echter alles goed was gekomen en hij naar binnen mocht was er niets aan hem af te zien, behalve een oprechte noot in zijn stralende glimlach. “Mijn meisje. Lieverd, wat ben ik blij je te zien. Jullie te zien.” Hij ging voorzichtig bij haar zitten, streelde over haar hand die om Gabriel lag, keek vervolgens aarzelend naar het jongetje. Hij had niet verwacht om veel te voelen. ’t Was een baby. Baby’s hadden Armand nooit veel gedaan. Thomasin was zijn wereld: dit kindje kende hij nog niet, er was nog niets om te kennen. Maar... Oh.
  9. [15+][1836/1837] There are as many forms of love as there are moments in time.

    Ah, en dat was een fout geweest, dat was duidelijk. Hij was nu wel haar echtgenoot, maar zij was nog steeds de Lady van Catsfield en hij nam haar beslissingen omtrent haar personeel slechts geheel op eigen risico over. Alsof hij hier altijd tot op zekere hoogte te gast zou blijven. Of ze hierom zo bezorgd was, omdat ze bang was dat dit het startschot was van alles waar ze zo bang voor was geweest qua trouwen in het algemeen en met een Foulkes-Davenport in het bijzonder. Daar hoefde ze zich overigens geen zorgen over te maken, dat hij haar landgoed zou komen veroveren. Catsfield interesseerde hem niets. Het was een klein dorpje vol Dreuzels. Wat kon het hem schelen? Het was niet de reden dat hij met haar was getrouwd, maakte niet eens van die redenen deel uit - het had het eerder minder gemaakt, want een associatie met Dreuzels was normaal niet iets waartoe zijn familie aspiraties had, al was Thomasins rijkdom en status deels tengevolge van die associatie natuurlijk wel weer mooi meegenomen geweest. Enfin - hij had er geen interesse in, maar hij wist dat ze dat dacht, dat hij er dus beter voorzichtig mee kon zijn alvorens hij die angst zou uitlokken en hij had het dan ook liever subtieler gedaan. Maar het was nu eenmaal even zo uitgepakt. Hij speelde door haar prachtige donkere haren. “Ssssht, mijn vulkaantje,” sprak hij kalmerend. “Natuurlijk zou ik zoiets normaal niet doen zonder het te bespreken, jij weet veel meer van Catsfield, je kent je mensen het beste, maar er waren omstandigheden die mij deden besluiten dat het momenteel toch echt het beste was.” Hij zuchtte, keek wat droevig en gelaten. Dat was hoe hij zich voelde maar ook wel echt de houding die hij zich wenste aan te meten en hij wist zoals zo vaak niet wat over het geheel genomen de doorslag gaf. “Rosie had je voorlopige menu aan Beth doorgegeven, en erbij gezegd dat ze dacht dat je zwanger was. En voor die vrijpostigheid heeft Beth haar naar ik verneem een mep gegeven.” Hij humde wat ontevreden en het verbaasde hem nog steeds in hoeverre die reactie oprecht was, in hoeverre hij daadwerkelijk begaan was met het leed van dat weinig betekenende dreuzelmeisje. “Na doorvragen gaf ze toe dat het niet de eerste keer was, bovendien. Dus ik ben bang dat jij of ik even met haar zullen moeten praten, want althans wat mij betreft kan dat hier echt niet.” Hij keek haar kort aan. “Het is jouw huis, vanzelfsprekend. Maar... bij slaan voel ik me niet prettig. Om nog maar niets te zeggen over het feit dat als je de neiging hebt om Rosie te slaan, van alle mensen, ik me nauwelijks voor kan stellen welke menselijke interacties er zonder geweld zullen verlopen.” Hij kuste haar neusje. “En het leek me nu eenmaal het beste als Rosie en Sue niet in de buurt waren bij dat gesprek. Dat leek me zwaar voor hen, ze maakten zich zorgen om klikken, en als Beth weggaat voelen ze zich vast erg schuldig. Bovendien hebben we dan geen kok. Dus dan heb je ook veel minder aan dienstertjes. Ik kan niet koken.” Hij streelde langs haar wang. “Thomasin, ‘t is gewoon... met hoe moe je bent moet ik hier soms dingen doen uit jouw naam. En ik vond dit zo naar voor die meisjes. Maar als je straks weer meer thuis werkt zal dat vast voor veel meer evenwicht zorgen. Ja, kleine Etna?”
  10. [15+][1836/1837] There are as many forms of love as there are moments in time.

    “Mm... maak je er maar geen zorgen over,” zei Armand met een glimlachje, want ja, inderdaad, het was erg belangrijk geweest, maar hij had het inmiddels semi-opgelost en hij wilde voornamelijk nu eerst dat ze zich concentreerde op de rest van zijn ‘slechte nieuws’, en dan de reactie daarvan afwachten en erop afstemmen alvorens hij verder ging. Misschien kon hij het ervoor gebruiken, of misschien gewoon op een ander, opportuun moment; anders zou hij het haar heus wel een keer vertellen – goh, ze zou immers best merken indien hun stafleden er morgen de hele dag niet waren, zeker niet nu ze thuis moest blijven ook nog – maar dit ging even voor. Hij vroeg zich af of hij ergens dat ook in haar stem had gehoord: of ze het ergens niet prettig had gevonden dat hij ‘andere dingen’ ertussen had laten komen. Of ze graag het belangrijkste voor hem was, of althans nu het belangrijkste voor hem was. Ze hoefde zich geen zorgen te maken. Ze zou dat altijd zijn. Hij trok haar een beetje meer tegen zich aan, een beetje over zich heen, speelde door haar haren. “Hey. Dat is niet erg. Toen je voor Zweinstein solliciteerde, had je dit nu eenmaal niet kunnen zien aankomen; en je hebt inmiddels gewoon andere prioriteiten, lief.” Hij kuste in haar hals. “Maak je niet druk over je lessen, daar vind ik wel wat op. Misschien wil Irwin het wel doen. Jullie deden er toch al zoveel samen.” Zelf was hij er niet zo happig op. Het leraarsvak trok hem niet in het minst, Duelleren was geen specialiteit – al was hij niet slecht, overigens, maar het zou wel voelen alsof hij telkens maar weer moest bevestigen hoezeer hij voor haar onderdeed, voor haar en voor Irwin en daar had hij geen trek in. Dat was iets wat hij al vaak genoeg voelde zonder enige hulp. Hij kuste zachtjes verder, over haar schouder, arm. “Ja, het leek me inderdaad het beste als je dat meteen hierheen haalt, anders blijf je ermee zitten. Ik dacht morgen even gezellig met zijn tweeën naar Cambridge te gaan? Met de magische koets? Dan nemen we er een hotelletje, doen we alles op een rustig tempo, zorgen dat je straks als ik weer ga werken hier volop aan de slag kan.” Hij streelde over haar zij. “Ik hoop erg dat je ja zegt, want het lijkt me ten eerste leuk, en ten tweede heb ik zojuist Sue en Rosie twee daagjes vrij gegeven, dus een hotel is ietwat noodzakelijk.”
  11. [15+][1836/1837] There are as many forms of love as there are moments in time.

    Ja, Rosie had nogal wat geruststelling nodig gehad. Het verraste Armand altijd, als mensen basisnormen hadden waarvan ze het zo moeilijk vonden om af te wijken: maar ja, dat lag aan hem, aan het feit dat hij regels nog niet eens direct als richtlijnen kon zien. Het was gewoon zo’n stomme regel, niet klikken; een loyaliteit over iets slechts, een loyaliteit die een ander dus niet van je mocht verwachten. Zoals in dit geval. Rosie was geslagen, en toch had ze het gevoel dat Beth kon rekenen op haar zwijgen, in plaats van dat Armand kon rekenen op haar eerlijke antwoord. Het was niet direct zo uitgepakt, want Armand had haar wel overgehaald natuurlijk, en zou dat hebben gedaan zelfs als het wat langer had geduurd... maar ze voelde zich er schuldig over, en dat op zichzelf was toch eigenlijk al simpelweg bizar. Hetzelfde gold eigenlijk voor Thomasin met Irwin: een heleboel dingen die ze van hem niet hoorde te zeggen, en als ze het dan deed, voelde ze zich er naar over. Terwijl feitelijk hij niet zo’n eis van haar had mogen maken om mee te beginnen. Armand mocht dat wel, overigens. Hij was met haar getrouwd. Hij was de vader van hun zoon. Oh. Wow. Hij bleef niet te lang stilstaan bij die eng oprechte realisatie, maar haastte zich terug naar Thomasin, glimlachte bij haar woorden. “Oh, ja, sorry, mijn lief, er kwam iets tussen...” Hij Sommeerde een nieuwe pot, in de vaste wetenschap dat Rosie naar beneden zou zijn gesneld om met Sue te babbelen, en maakte de thee heet, even heel simpel tevreden dat hij weer eens wat magisch kon doen in zijn huis – hij was dol op de bedienden, hoor, nu ja, de kokkin momenteel uitgezonderd, maar belemmerend in zijn handelen was het wel -, schonk twee glazen voor hen in terwijl hij zich omkleedde en bij zijn vrouw ging liggen, zijn arm om haar heen, hand spelend door haar haren. “Ja... wel wat. Rosie heeft een menu... en, niet de boodschapper aanvallen, meisje, maar hij vindt dat je echt meer rust moet nemen. Je moet wat werk laten vallen, zes keer per dag iets eten, en een middagdutje doen.” Hij kuste haar voorhoofd. “En je werk als Duelleerdocente was al helemaal uit den boze.” Dat had hij naar waarheid weergegeven, toch? Altijd aangenaam.
  12. [15+][1836/1837] There are as many forms of love as there are moments in time.

    Rosie’s gezicht bij de alcohol maakte al direct dat de whisky niet verspild was geweest of ze hem nou lekker vond of niet: de enige reden dat Armand zijn eigen gezichtsuitdrukking in bedwang wist te houden was omdat hij daar nu eenmaal een heel stuk beter in was dan Rosie óf haar meesteresse. Zou dat ook zijn omdat het meisje hier al sinds haar twaalfde was? Als honden op hun baasje gingen lijken, gold dat dan ook voor menselijke bedienden? De analogie was niet zo krom als leek, voor Armand althans niet, want Dreuzels vielen voor zijn familie eerder onder ‘dier’ dan ‘mens’, en bij ‘familie’ had hij ook niet direct een beeld. Bij huiselfen niet – huiselfen kregen niet echt trekken van hun meesters mee, althans, niet voorzover Armand dat ooit had gezien – maar die probeerde je dan ook niet echt op te leiden, die leerden alles van elkaar. Dacht hij. Wist hij niet zeker. Moest hij eens aan Irwin vragen, behalve, haha, dat hij geen zin had om dingen aan Irwin te vragen... Nu ja, als hij nog eens zijn beste beentje voor ging zetten om punten te scoren bij Thomasin dan was het alleszins een veilig onderwerp. Een semi veilig onderwerp. Hij zag ook nu al hoe het goed fout kon gaan. En hoe hij het op zó’n manier goed fout kon laten gaan dat de duidelijke fout bij Irwin zou liggen en hij niets dan in redelijkheid zou hebben gesproken. Kijk. Zo werkte Armands hoofd dus. Was af en toe nog best vermoeiend. Hij was echter afgeleid zodra Rosie verder sprak, staarde wat ongelovig en verbaasd door zijn steek van oprecht medelijden ergens rond zijn maag – wederom een heus gevoel, en nog eens voor een Dreuzelinnetje, ook – naar haar rode oortje. “Over grensoverschrijdend gesproken,” sprak hij, mild, maar met een lichte scherpe rand in zijn stem. “Rosie, dat vind ik véél te ver gaan, voor die situatie maar ook sowieso.” Rosie echter leek het met enige berusting te dragen, wat Armand tot een volgende vraag inspireerde. “Gebeurt het vaker? Eerlijk zeggen, meisje, ik weet dat je niet wil klikken, maar dit is belangrijk.” Met die woorden kon Rosie niet anders dan het toegeven, en ditmaal schrok Armand er eigenlijk niet van. Mensen waren nu eenmaal voorspelbaar, ook in dezen. Voorspelbaar, maar niet normaal. Want normaal was dit niet, toch? Deden Dreuzels dit altijd? Nee... dat kon hij zich niet voorstellen. Hoeveel pijn zou een klap doen? Hij was nooit mishandeld. Zijn ouders hadden daarvoor niet genoeg naar hem omgekeken, of voldoende waarde aan hem gehecht. Hoogstens deden ze als hij vervelend was af en toe de deur op slot. Van het huis. En vertrokken ze voor een weekendje. Dat was ook niet alles. Maar... hij ging gewoon besluiten dat dit niet normaal was, of niet iets was wat hij wenste in zijn huis. “Ik zal met haar praten,” beloofde hij het meisje. “Nee, spreek me niet tegen, jij zult er niet voor in de problemen komen, maar je moet je hier altijd veilig kunnen voelen en dat kan zo niet.” Al zou Rosie nu waarschijnlijk de hele nacht niet kunnen slapen. “Weet je wat een goed idee is? Als je morgenochtend lekker vroeg opstaat en weer eens naar je ouders gaat. Neem Sue ook maar mee, laat je met de koets even afzetten, en neem een dag of twee. Dan spreek ik morgen met Beth en is dit allemaal opgelost voor jullie terug zijn.”
  13. [15+][1836/1837] There are as many forms of love as there are moments in time.

    “Ja, ze is zwanger,” bevestigde Armand zonder problemen. “Maar het was eigenlijk niet zo ernstig, hoor, alles is goed met haar en het kindje.” Timing was een dingetje, maar ook niet zo’n groot dingetje dat het nu nog zin had om een leugen te bedenken: na twee maanden kon je best al weten dat je zwanger was. Het was toch iets wat ze uiteindelijk toe zouden moeten geven, met inachtneming van alle benodigde veranderingen in hun huis en in Thomasins leefritme, net als de regelmatiger bezoekjes van de Heler, want Albert wilde toch eigenlijk wel elke twee a drie weken komen kijken en Armand vond dat vanzelfsprekend helemaal prima. Dit was toch echt niet iets waar hij verstand van had of wilde hebben: destijds had hij er heel bewust voor gekozen om geen Heler te worden, want hij kon niet zo goed tegen, tja, bloed, onsmakelijke dingen. Ergens was toch de smetvrees van weleer hem bijgebleven, het lichte ongemak met al het fysieke. Vieze dingen waren problematisch en fysieke pijn lag hem niet veel beter: hij wist zich er geen houding bij te geven, moest zich altijd algauw afzonderen om ervoor te zorgen dat hij zichzelf kon blijven. De geest van mensen vond hij fascinerend, maar het lichaam wilde hij het liefst zo min mogelijk trachten te doorgronden. Hij mocht van geluk spreken dat in de negentiende eeuw het hele zwangerschap-en-bevalling festijn werd geacht compleet aan zijn geslacht voorbij te kunnen gaan, laten we wel wezen. Wederom knikte hij, haalde iets zijn schouders op. “Het was schrikken. Maar het gaat wel weer. Heel goed, zelfs, eigenlijk - al denk ik dat ik erg lekker zal slapen straks, die stress er even uit enzo.” Hij grijnsde naar Rosie, schonk voor zichzelf en voor haar een klein bodempje whisky in - niet teveel voor hem, omdat hij weer terugging naar niet drinken rond Thomasin, en niet teveel voor haar, omdat ze nogal petite was en hij haar eigenlijk nog nooit alcohol had zien drinken; zou hij op zich niet zo’n probleem vinden, maar als hij haar per ongeluk dronken voerde, zou hij ongelooflijk van zijn geliefde echtgenote op zijn donder krijgen. Plus meisjes teveel laten drinken lag in hun huwelijk zeg maar een klein beetje gevoelig, enzo. “Maar alles is goed, en wij gaan wel een beetje op haar passen, toch, jij en ik? Zorgen dat ze zichzelf in acht neemt?” Hij nam een slokje. “Wat was er met Beth? Vindt ze die zes beetjes eten per dag van de gekken?”
  14. [15+][1836/1837] There are as many forms of love as there are moments in time.

    Ah, die goede oude Albert: het begon erop te lijken dat er niet eens daadwerkelijk een vertaalslag nodig zou zijn, slechts een licht sturen naar zijn voorkeur hier en daar, want dat Thomasin meer rust moest houden, dat was al vanaf het begin zonneklaar. Armands kritische geest vond dat een ietwat voorbarige analyse - per slot van rekening had dit niets met haar rust of liever het gebrek eraan te maken gehad - maar het paste in zijn straatje, compleet zelfs, dus liet hij het maar begaan en ging er niet over in discussie, want daarmee zou hij zichzelf maar zo eens in de vingers kunnen snijden. Albert was een familieheler. Zijn adviezen waren compleet in lijn met medische kennis (anders zou in een familie zo vol artsen Than hem toch heus niet aan laten prutsen) maar daar waar ruimte was voor interpretatie vermoedde Armand dat hij graag interpreteerde zoals hij verwachtte dat de Foulkes-Davenports zouden kunnen waarderen. En dat was met Lorelai en Daphne nu eenmaal nadrukkelijk om moeite voor dames zoveel mogelijk te vermijden. Wanneer Armand een andere voorkeur zou laten blijken, zou dat advies maar zo opeens een heel stuk minder drastisch kunnen worden. En dit beviel. Dus liever liet hij dat achterwege. Hij nam een slokje van zijn wijn en knikte ernstig. “Ik zal het met haar erover hebben. Ze is altijd gewend geweest om veel te doen, maar ik denk dat het inmiddels ook wel binnenkomt dat ze niet per se zo verder kan gaan als ze altijd heeft gedaan.” Hij nam nog een slokje. Hij dronk weinig tegenwoordig, uit sympathie voor Thomasin, maar nu zij boven lag te dutten zag hij er niet echt een probleem in - al vond hij het stiekem maar niks dat Albert het hem praktisch had voorgeschreven, want, hallo, hij hoefde niet verzorgd te worden, daar was hij niet voor en jeetje, waarom hebben al mijn karakters dit? “Ik neem aan dat ook een middagdutje geen overbodige luxe zou zijn? Ze kan niet lang uitslapen, maar ze is altijd zo moe aan het einde van de dag, dat ze er helemaal bleek van ziet.” Met die invulling zou Armand heus geen ander antwoord van Albert krijgen dan ‘ja, dat is een uitstekend idee’ en dat was eigenlijk prima. Deels omdat een middagdutje Thomasins dagen op zou breken en het zo veel makkelijker en vanzelfsprekender zou maken om zoveel mogelijk thuis te doen, wat zijn perfecte leventje eens zo perfect zou maken. Deels... deels, tja, ook echt gewoon omdat haar elke avond vermoeider zien worden en elke ochtend met minder energie op zien staan niet iets was wat Armand was bevallen. Het deed zeer, om te zien hoe ze zichzelf dat aandeed. Hij maakte zich zorgen, echt zorgen. Niet over hem maar over haar. Apart. Enfin, na nogmaals bedankjes en een beetje kletsen met Albert vroeg hij deze om de magische koets mee terug te nemen, in verband met de bedienden die nu toch wel een normaal vervoersmiddel moesten kunnen waarnemen. Daarna keek hij even bij Thomasin die in diepe slaap was verzonken en ging dus maar Rosie zoeken, die hij tegenkwam op weg naar boven met de thee. “Hey Roosje,” groette hij haar met een glimlachje. “Ze slaapt - zet het maar even hier neer en kom even zitten, neem zelf een kopje? Hoe gaat het, meisje - jij moet je ook rot geschrokken zijn.”
  15. [15+][1836/1837] There are as many forms of love as there are moments in time.

    Zie je, zie je, dit was waarom hij die gedachte over wat dit voor de relatie tussen hem en Thomasin zou betekenen zo niet weg had kunnen werken zodra de ergste paniek wat was vervaagd: omdat het ook heel veel betekende voor hun relatie, omdat het de potentie had om hen zoveel dichter tot elkaar te brengen, goedschiks danwel kwaadschiks, omdat crisis nu eenmaal iets was waardoor je meer op elkaar ging vertrouwen als je er goed doorheen kwam. Ze leunde tegen hem aan, hield zich aan hem overeind, en had nu geen enkele moeite met de aanrakingen die haar normaal nog iets verlegen maakten. “Prima,” antwoordde hij goedmoedig, met een klein glimlachje. “Nu althans weer meer dan prima.” Wat ronduit waar was, in ieder geval, zij het om redenen die van de hare fractioneel verschilden maar wel ietwat verschilden, want hij was blij dat alles goed was, én hij was blij dat het tussen hen nog beter was geworden. Niet alleen hád ze niet alles gevolgd wat de Heler had gezegd, maar ze gaf het ook nog eens ruiterlijk toe, wat kon zijn omdat ze het serieus nam, of omdat ze niet kon liegen, of omdat ze hem inmiddels genoeg vertrouwde om zich wat minder zeker van zichzelf en van het regelen van haar eigen besognes op te stellen: in elk geval vond hij het bepaald niet erg. Natuurlijk vond hij het niet erg. Armand vond het nooit erg om de tussenpersoon te zijn. Dat gaf je de ruimte om je voor beide personen in de verhouding nuttig te maken en gewaardeerd te worden, en ook nog eens om wat beiden zeiden te interpreteren en over te brengen op een manier die dicht naast de waarheid lag maar dan wel jouw favoriete versie van voornoemde waarheid. Het was geen rol die hij vaak af zou wijzen. Al had hij er nu even niet heel veel aandacht voor. Hij glimlachte haar warm toe, wetend hoe belangrijk dit moment voor haar was, toekijkend hoe dan toch eindelijk na lang werken die laatste muur eens neerging. Hij had het wel geweten, het was al duidelijk geworden... maar hij snapte nu hoe het desondanks toch nog fijn was om te horen. “En ik van jou.” Hij knuffelde haar even. “Zoveel.” Vervolgens kwam hij overeind om met de Heler en Rosie te gaan kletsen. “Lekker blijven liggen, hoor. Doe je ogen maar even dicht anders, je was kapot.” Hij kuste haar voorhoofd en ging naar beneden, naar de salon. “Albert. Zoals altijd, bedankt voor je vlotte hulp. En Roosje... wat was ik vandaag blij dat jij er was, meisje, wat hebben we veel aan je gehad.” Hij glimlachte. "Kun je Thomasin zo wat thee brengen? Je kunt het ook Sue even laten doen, ik kan me voorstellen dat jij ook bij moet komen. En je hebt van Albert vast een hele waslijst instructies gekregen? Nog iets wat je daaraan toe wil voegen, Albert? Thomasin was hier en daar de details een beetje vergeten in alle heisa."
×