Jump to content

Armand Foulkes-Davenport

Magisch Verbond
  • Content count

    152
  • Joined

  • Last visited

  • Days Won

    5
  1. [1838/1839] She must confess to herself that she was not wise yet.

    Armand ging naast zijn vrouw zitten, nam haar gezellig in zijn armen, opdat ze goed tegen hem aan kon leunen. “Als je nog even wil wachten, dan wachten we nog even,” glimlachte hij vervolgens, “maar lief, ze is dol op je. Ze vertrouwt je. Ik denk niet dat er iets is, wat jij kan zijn, wat zij dan erg zou vinden.” En natuurlijk zou Armand het zonder enige moeite heel luchtig en rustig en ongevaarlijk kunnen brengen, een moeite die hij bovendien ook graag zou doen. Hij wilde ook dat Rosie het naar haar zin had, dat ze zich veilig voelde. Dat was ze hier ook. Inmiddels was hij zelfs al aan haar gehecht, Gabriel en Thomasin natuurlijk ontzettend. Zelfs Armand zou haar nu nooit meer iets laten overkomen. Als er iemand was die je beter over Dreuzels kon doen denken, dan was het Rosie wel. Hij lachte, knikte. “Ja, ik zou een meisje ook heel leuk vinden, denk ik.” Stiekem had hij het feit dat Gabriel een jongetje was altijd een beetje eng gevonden. Enger dan een meisje, waarschijnlijk. Meisjes, dat snapte hij, dat kende hij, hij had jongere zusjes. Hij wist hoe hij hen gelukkig moest maken, ook buiten de ‘nieuwe jurken’ en ‘mooie dingetjes’ om, overigens, want daar had hij toen ze klein waren nog geen geld voor gehad. Maar een zoon... het was officieel precies wat hij had moeten willen, maar hij wist nog steeds niet wat hij deed. Soms deed hij Jude na. Hij verborg dat goed, overigens. Niemand zou het doorhebben. Maar het voelde niet altijd even natuurlijk als het met zijn zusjes was geweest. Zachtjes moest hij lachen, kuste hij haar, daarna wat inniger. “Doe niet zo gek. Natuurlijk vind ik dat niet erg. Het is vervelend voor jou, maar beter voor je... hey, geluk bij een ongeluk, nu ga je echt de tijd hebben om goed te herstellen.” Daar was dit allemaal om begonnen, nietwaar. “En ik vind het toch heerlijk als je thuis bent? Misschien heb je wat minder om me te vertellen, maar je hebt in elk geval wat meer tijd om te praten. We hebben nooit die hele hofmakerij gedaan, weet je.” Hij grinnikte. “We hebben vast nog wel wat dingen om elkaar beter op te leren kennen, denk je niet?”
  2. [1838/1839] She must confess to herself that she was not wise yet.

    Armand lachte zachtjes. “Ja, precies. Prijs jezelf gelukkig, we hoeven niet nog een keer te trouwen.” Daar prees hij zichzelf eigenlijk ook wel gelukkig mee. Het was stressvol geweest voor Thomasin en haar moeder, maar het was voor Armand voornamelijk een overdreven formaliteit geworden. Het huwelijk, het grote feest, dat was belangrijk, voor hem en voor haar, voor de families, voor hun reputaties. Maar eigenlijk was het het stukje geweest dat hij over had kunnen slaan, gevoelsmatig dan. Ze was heel moe geweest en heel kwaad op hem – dank je, Irwin – en het had hem weinig gedaan. Pracht en praal. Hij had gedacht dat hij er meer aan zou hechten, het gevoel dat ze van hem was, nu bij hem hoorde, maar dat was niet zo. Misschien was het niet zo omdat hij er toen pas achter kwam dat... dat hij die bevestiging niet genoeg vond. Toch elke dag weer nodig ging hebben. Elke dag dat ze in hetzelfde huis thuiskwamen. Hij knikte. “Ik zal met Rosie praten. En magisch personeel lijkt me uitstekend.” Kijk eens aan, zo werd Catsfield nog eens Foulkes-Davenport vriendelijk. Eerlijk waar, de Dreuzels vond hij niet meer onaardig of onwaardig, maar hij hield er meer van om gewoon te kunnen toveren. “We zullen er binnenkort naar kijken.” Ze zouden heel goede mensen kunnen vinden. Maar eerst kwam de Heler langs, vertelde hem wat hij wilde horen en liet hem weer bij zijn vrouw. Armand was ondertussen even bij Gabriel een verhaaltje aan het voorlezen geweest. Vooral om dat te kunnen zeggen. “Gefeliciteerd,” lachte hij, hij kwam bij haar zitten en zette een bos rozen in een vaas op haar nachtkastje, kuste haar mondhoek. “Wat gaaf. En wat fijn dat je er nu niet meer misselijk van wordt.” Zes weken al. Hm. “Het gaat echt goedkomen, weet je. Het wordt hartstikke leuk. Hoop je op een meisje of een jongetje?”
  3. [1838/1839] She must confess to herself that she was not wise yet.

    “De timing is niet alles,” gaf Armand glimlachend toe, terwijl hij Thomasins haren waste, langs haar ranke hals streelde. “Maar aan de andere kant... de timing was vorige keer ook niet alles.” Hij kuste in haar haren. “En dat werkte uiteindelijk ook heel goed, toch?” Uitstekend zelfs, want anders waren ze misschien nog steeds niet getrouwd geweest. Ah, waarschijnlijk wel. Armand kon behoorlijk vasthoudend zijn en hij was charmant: Thomasin had dat uiteindelijk heus wel ingezien. Dat ze uberhaupt met hem naar bed was geweest was al een indicatie dat hij een eind met haar was opgeschoten. Het was hem vast uiteindelijk gelukt. “Ik denk oprecht dat we het heel fijn zouden hebben met zijn viertjes, en dat het met ons echt goed zou komen.” Ongeveer volgens dezelfde lijnen. Want hij zou er heel hard aan werken. Hij zou het niet niet goed laten komen. “Misschien wordt het zelfs wel makkelijker. We zijn tegenwoordig allebei meer thuis...” En dat zou hij nu nog steeds doen. En zij ook. Zo ver zou hij haar nu kunnen krijgen. Hij tilde haar op, droogde haar magisch, deed haar een badjas om. “Ja, ik zou het graag willen. Misschien niet per se nu, niet direct, maar... mm, het lijkt me zo leuk voor Gabriel, een speelkameraadje.” Hij grinnikte, legde haar op bed, stopte haar in. “Een ander dan Jude, bedoel ik. Maar als het nu is, is het goed. En anders komt het later misschien wel een keer.” Zij had ook wel altijd kinderen gewild. Zo had ze het hem een keer gezegd. Dus dan wilde hij dat ook, hij wilde wat zij wilde. En wat goed voor haar was. Zelfs als ze dat even niet wilde. Hij aaide door haar haar. “Zal ik zo de Heler vragen?”
  4. [1838/1839] She must confess to herself that she was not wise yet.

    In bad voor de Heler kwam. Oh ja, Thomasin was het soort persoon dat haar huis schoon zou maken voordat de schoonmaakster kwam omdat ze zich er anders te erg voor zou schamen. Armand begreep dat natuurlijk wel, stiekem deelde hij die trek, hij zou anderen ook niet toelaten in de diepste krochten van zijn leven, praktisch dan wel psychisch, maar hij zou hem nooit prijsgeven. Thomasin droeg het half trots en onhandig, zoals ze omging met al haar persoonlijke trekken. Het maakte Armands leven wel makkelijker, want het maakte haar heel simpel om te lezen en te voorspellen. Thomasins acties waren als de gerechten uit een duidelijk recept. Je kon het zien aankomen. Zelfs nu nog kon hij het redelijk zien aankomen. Nu was elk extra ingrediënt er voornamelijk een teveel. Daarom kuste hij haar hier en daar lichtjes en ging haar bad voor haar aanzetten, voelde de temperatuur, kwam terug bij haar, streelde door haar haren, begon haar kalmpjes en soms nog steeds kussend uit de kleren te helpen. “Ik weet niet of ik dat altijd heel goed bij houdt, lief. Je drankjes. Sorry...” Natuurlijk wist hij dat niet, of hij dat altijd goed bijhield. Dat was een van die dingen die ze niet met hem zou delen. Een van de dingen waarvan ze niet van hem zou verwachtten dat hij het wel bijhield. Een van die dingen waarvan het geheel geloofwaardig was dat hij niet door had gehad dat de drankjes ergens anders waren neergezet, waar ze er minder aan zou denken, waar ze ze niet direct meer zou zien. “Maar het zou wel leuk zijn, toch? Bijzonder? Weer zo’n kleintje?”Het was niet alsof hij ze had vervangen, de drankjes... Het was gewoon. Zoveel beter. Als ze nog even thuis zou blijven. Hij kuste haar weer, bracht haar vervolgens naar het bad en ging haar liefdevol wassen.
  5. [1838/1839] She must confess to herself that she was not wise yet.

    Armand lachte breed, bleef ondertussen knuffelen en door haar haar aaien alsof ze een diertje was dat hij gerust moest stellen, maar feitelijk werkte dat soort dingen eigenlijk wel. “Dat is een heel goed idee,” bevestigde hij, en dat was het ook. Een dag in de kinderboerderij met Irwin en Jude. Gabriel zou dit evenement van zijn levensdagen niet vergeten. Behalve dat hij twee was en dat het dus vast wel zou gebeuren. “Jude zal het ook fijn vinden hem weer te zien.” Gabriel was soort van een goede invloed op Jude. Dan hield hij zich even alleen maar met dingen bezig die erg schattig waren. Wat Armand hem nooit zou vertellen, want dan hield hij er misschien mee op. “Het enige gevaar is dat we nooit meer een andere verjaardag voor hem kunnen plannen.. Dit houdt hem in elk geval tot acht zoet en daarna wil hij vast hetzelfde maar dan in een grote mensen dierentuin.” Hey, dat zou Thomasin in elk geval tijd en stress besparen. “Ik zal de taart regelen, en Jude. Komt goed, maak je geen zorgen.” Want hoe meer zorgen jij je maakt, hoe meer zorgen ik me maak om jou. Bij haar volgende woorden maakte hij zich pas echt zorgen, echter. “Natuurlijk, liefje.” Hij tilde haar op, droeg haar naar boven. “En nee, volgens mij niets vreemds gegeten, en het kan allemaal gewoon door je vermoeidheid komen, weet je.” Als er iemand was die wist in hoeverre stress je misselijk kon maken was het wel Armand, al was dat een geheim dat hij angstvallig verborgen hield van zijn vrouw, en van iedereen, overigens. “Maar als er een griep rondgaat... dan zou ik het toch wel prettig vinden als je even de Heler langs liet komen?” Hij legde haar in bed, stopte haar in, zorgde voor een glaasje water. Fronste toen. “Ehm. Of misschien zou je weer zwanger kunnen zijn?”
  6. [1838/1839] She must confess to herself that she was not wise yet.

    Vanzelfsprekend vond Armand het geen enkel probleem dat Thomasin zich beter voelde als hij er was. Hij vond het naar dat ze zich rot voelde, het was het niet waard, hoe hij haar de afgelopen maanden had hoeven zien lijden, maar hij vond het niet erg dat ze daarom hem nodig had. Hij deed alles graag voor haar. Hij was er graag voor haar. En hij was graag de persoon die ze niet kon missen. Als ze zich beter voelde met hem in de buurt, dan gaf dat hem maar weer eens voor heel even het gevoel dat ze niet weg zou gaan uit zijn buurt. Dat hij haar niet zou verliezen. Als hij de opluchting in haar ogen zag als hij binnenkwam dan waren ze heel even gelijk. Want hoewel je het bij hem niet zou zien, omdat hij nooit zoiets prijs zou geven... hij was ook nog altijd opgelucht wanneer zij binnenkwam. Opgelucht dat ze er was. Opgelucht dat ze nog niet had bedacht dat ze beter kon. Dat ze zich nog niet had beseft dat hij haar niet waard kon zijn. “Ssh... ssh. Het is een leuk idee, maar je weet dat Gabriel dat feestje toch nog nauwelijks doorheeft, joh.” Hij zou het wel doorhebben, de jongen werd bijna twee, maar hij zou het in elk geval niet onthouden en van één overslagen verjaardag kwam ook niemand om. Armand had zijn verjaardag niet gevierd tot hij Thomasin ontmoette en hij wist nog steeds niet of de datum op zijn identificatie zijn daadwerkelijke geboortedag was. Het waren niet zulke drastische belangrijke dingen. “Hij vindt het veel leuker als we zeggen dat hij met Irwin naar de kinderboerderij mag en ik zal een taart voor hem regelen.” Dat was in elk geval wel waar. Dat was Gabriels droomdag, dan was het toch nog iets speciaals, en dan kon hij genieten van een taart bovendien. Als Thomasin een goede dag had, kon ze wel mee, een beetje lachen om Gabriels enthousiasme zou haar goed doen. Hij aaide door haar haren, kuste haar slaap. “Je gaat niet achteruit, schat. Ups en downs, de Heler zei je dat we dat konden verwachten. Je hebt twee goede dagen gehad en nu ben je gewoon weer moe... Je moet nog niet willen rennen.” Hij kuste haar mondhoek. “Hey. Ik hou van je, Gabriel houdt van je. Hij geniet veel meer van die middagdutjes met jou die hij tegenwoordig heeft dan van het een of andere grote feest met allemaal volwassenen die boos zijn op elkaar.”
  7. [1838/1839] She must confess to herself that she was not wise yet.

    Dat Thomasin wegviel, betekende dat Armand tegenwoordig niet eens meer een beetje stil kon zitten. Nu niet, nooit niet. Als er namelijk iets niet gebeurde, wat zij wel belangrijk vond, dan raakte dat haar; en dat betekende dat hij dat niet kon laten gebeuren. Daarom deed hij nu de belangrijke dingen die zij niet meer deed ernaast. (Belangrijke dingen waren dingen die zij uitzonderlijk belangrijk vond, of die hij belangrijk vond, het was niet altijd hetzelfde. Van sommige dingen was het beter als ze moest accepteren dat ze niet meer konden gebeuren. Haar onderzoek, bijvoorbeeld, kon hij niet van haar overnemen, maar er was ook geen prioriteit aan dat het gebeuren zou. Beter als dat langzaam verdween.) Naast z’n eigen baan, alle dingen die hij voor de familie deed, en alles regelen wat hij zelf niet kon. Het was druk genoeg. Maar hij hield er een goed humeur bij. Het was allemaal op te lossen. Irwin zat thuis met de koter, na een onverklaarbare beslissing, en had zelf al gepland om zijn werk vrijwel op te zeggen; hij vond het dus niet erg om van Thomasin wat dingen over te nemen die echt niet anders konden en die thuis konden aan zijn bureau en onderbroken door af en toe gejammer konden worden gedaan. En hij vond het ook niet erg als Gabriel er af en toe was. Meer dan af en toe was. Drie, vier dagen in de week soms was. Armand vond het niet geweldig dat Irwin zo met de jongen aan het bonden was, maar aan de andere kant gaf het hem de rust om alles te doen wat hij moest doen en Thomasin de rust om niets te doen wat ze niet moest doen. Beter. Nu, bijvoorbeeld, was hij weer ontzettend blij dat hij Gabriel niet eerst was gaan ophalen voordat hij thuiskwam. Hij maakte zich stiekem zorgen om de jongen. Nu al, met een krappe twee jaar oud, leek hij zo voorzichtig met Thomasin om te gaan als met een gewond vogeltje. En dat was ook wel logisch. “Lief... hey, schoonheid,” glimlachte hij en hij nam haar in zijn armen. “Is er iets?” Hij kuste in haar haren. Ze zag er niet uit, dat zag hij ook wel. Maar hij zou zichzelf liever in beide voeten schieten dan dat ooit aan haar toe te geven. Daar was hij nu niet voor. “Oh, een feestje... schat, lijkt dat je echt wel een goed idee nu?”
  8. [1838/1839] He is more addicted to self destruction than to the drugs themselves.

    “Sowieso, ‘t wordt een onverbeterlijke nerd,” was Armand het van harte met zijn broer eens. “De eerste woorden die hij leerde hadden met dinosauriërs te maken. Het valt niet te vermijden. Of te corrigeren, ben ik bang.” Met een peetvader als Irwin zat er toch ook niets anders in. Maar Armand vond het eigenlijk helemaal niet erg. Hij was trots op zijn zoon. Tegelijk, zoals in alles, waren net zoals bij zijn broer zijn gevoelens over Gabriel, of al zijn gevoelens uberhaupt, altijd weer gecompliceerd door zijn geschiedenis. Hij was blij met hoe slim Gabriel was, des te blijer omdat hij zelf zich zijn gehele jeugd dom had gevoeld, omdat hij altijd achter had gelopen, niet naar school was geweest, nauwelijks een woordenschat had gehad. Zijn zoon zou zich nooit zo voelen. (Hij voelde zich ook zo over Jude. Die had hersens, bakken aan hersens en dat was goed.) En hij vond het prettig dat Gabriel Irwin misschien ietsje had verenigd met het familieleven, dat zou ook iedereen veel goed doen. Tegelijk maakte hij zich dan meteen weer zorgen of Gabriel niet te nerderig zou worden. Of hij niet te weinig sociale contacten zou kunnen maken op die manier. En daarvoor had hij dan weer Jude... Die hopelijk niet een nog slechtere invloed zou zijn? “Ja, ik weet het,” grinnikte hij. “Toen we elkaar net leerden kennen was ze continu boos op me. Ik moet toegeven dat ik dat wel aantrekkelijk vond.” Hij trok een mondhoek op. “Niet dat ik haar tot op dit niveau kwaad heb gekregen, volgens mij. Die eer blijft de jouwe. En blikken die dwingen tot gehoorzaamheid... misschien ben ik daar te oud voor al.” Hij lachte. Het had op hem absoluut het tegenovergestelde effect gehad. Oh jee. Misschien leek hij meer op Jude, rebelse roekeloze Jude, dan hij ooit had gedacht. Had hij er gewoon een beschaafd laagje vernis over gegoten, waardoor hij de gentleman rascal was geworden. Woeps. “Natuurlijk ben je welkom. Als je komen wil?” En dan haalden ze Gabriel er nog even bij voor diens bedtijd en konden ze alles goed laten zijn.
  9. Karakter RSVP's

    Armand gaat, met Thomasin, en zoekt van tevoren nog even op hoe ze in vredesnaam de Appleby's dan weer zouden moeten kennen.
  10. [1838/1839] He is more addicted to self destruction than to the drugs themselves.

    Armand lachte zachtjes. “Ja… ik stel voor dat ik die les voor m’n rekening neem.” Anders zou Jude maar weer uit moeten leggen op welke manieren je die rotzooi allemaal wel in je lichaam toe kon laten, en hij vermoedde dat dat enigszins conflicterende berichten moesten zijn. “Maar het is een uitdaging, voor de kleine man. Hij kan er ook nog niets anders mee, immers. Zwaar leven, hoor.” Ha. Gabriel had verre van een zwaar leven. Er waren waarschijnlijk geen meer verwende jongetjes ergens op de Britse eilanden. En Armand vond dat prima. Wat? Tussen verwennen en verwaarlozen wist hij zeker wat hij liever wilde doen, hoor. Dat moest beter werken. En met Thomasins work ethic zou hun zoon alsnog niet echt lui kunnen worden. De zijne overigens ook, maar de zijne was subtieler. Hij humde. “Nee... verder niets te bespreken. Ik hoop dat je me laat weten als ik iets kan doen.” Hij lachte vervolgens. “Aah, ze heeft je niet eens vervloekt en je bent nu al benauwd. Naww. Ik escorteer je wel even door de gevaarlijke gang, hoor.” Hij kwam overeind, stak zijn handen in zijn zakken. “Je mag echt blijven. Jude, je woont hier. Thomasin snapt dat stiekem ook best. En als je weggaat, wil Gabriel nog met jou mee ook.” Hij grinnikte. "Al ben ik bang dat hij nu al teveel knuffels heeft voor een hutkoffer."
  11. [1838/1839] He is more addicted to self destruction than to the drugs themselves.

    Hij kon het niet helpen, hij moest glimlachen en hij meende het. “Ja, alles is prima met Gabriel. Hij heeft ’t niet binnengekregen en Rosie heeft hem schandalig verwend. Een nieuwe beer voor hem gemaakt, ofzo...” Eerlijk gezegd wist hij niet meer precies wat Thomasin tegen hem had gezegd in haar explosie, want dat soort dingen waren niet exact even belangrijk als zijn gillende echtgenote. Desondanks was het niets voor hem om zulke details niet te onthouden. Hij was altijd behoorlijk precies. Alle informatie kon belangrijk zijn, alle informatie kon nuttig zijn, alle informatie kon je gebruiken om net dat ietsje meer te weten of te kunnen betekenen voor een ander. Maar ja, ruzies waren ook zijn ding niet. Hij werd er nerveus van. Of hij dat nou wilde of niet. “Anders ga je zo even kijken? Hij zal het fijn vinden je te zien. Veel beter dan een beer, ben ik bang.” En misschien dat Jude zelf het ook wel prettig zou vinden. Hij kon met Gabriel ook vaak wel ontspannen. Of dat idee had Armand althans.
  12. [1838/1839] We are perfect pretenders in the stage of the world.

    Oke, voor de volgende ontmoeting met Cece en Eli had Jude meteen al vluchtplannen klaar. Dat was niet erg, dat begreep Armand wel. Heel goed zelfs. Iets te goed. Hij plande ook vaak dingen op deze manier, heel strategisch. Hij vond het eigenlijk niet geweldig om erachter te komen, wederom, hoeveel Jude daadwerkelijk op hem leek. Dat betekende namelijk dat het duizendmaal zo moeilijk zou worden om jegens hem in enige vorm van verantwoordelijke rol te zitten. Betekende dat hij aan al zijn motivaties en antwoorden moest blijven twijfelen, omdat hij dat bij zichzelf ook zou doen. “Nee, ze kennen haar niet,” schudde hij zijn hoofd. “Ze konden niet overkomen voor de bruiloft, het is toch wel ver.” En hij had ze eigenlijk niet bij elkaar gewild. “Er zat niet zoveel tijd tussen.” Dat wist Jude ook wel. “Dus misschien komende kerst –“ Behalve dat we inmiddels al weten dat Thomasin een breakdown heeft dan, maar Armand is nu nog peacefully oblivious. “In de zomers vind ik Canada toch echt wel het bekijken waard, hoor. Jij niet?” Hij knikte. “We hoeven alleen maar even terug naar huis te lopen, ik breng ze liever terug.” Dat was wel zo netjes, ook al kon het natuurlijk niet als hij hier niet was, en hij was hier meestal niet. Hij miste hen... Maar er zat niets anders op. Er zat nooit wat anders op. Afgesloten
  13. [1838/1839] Dreams, they are who I am when I’m too tired to be me.

    Zeggen dat je ziek was klonk als een slap excuus, dus kon je het niet meer zeggen, dus kon je niet meer ziek zijn? Oh, dat was een schitterende vorm van logica, nietwaar. “Je bent ziek. Je kunt nauwelijks staan,” vond hij het toch maar nodig om haar zachtjes, mild aan te doen herinneren, terwijl hij haar instopte, over haar schouder aaide. “En schat, ik weet dat ik niet hetzelfde talent heb voor de wat huiselijker dingen als jij, maar de kerstcadeautjes zullen me heus wel lukken. Met een juweliersbedrijf heb je immers half de gemeenschap al bij voorbaat gewonnen, nietwaar?” Welke vrouw vond een superchique sieraad met een mooi steentje erin geen fijn kerstcadeau? En de heren waren vaak al gelukkig omdat hun vrouw een mooi sieraad had gekregen en gelukkig was en als hij ze dan allemaal er nog een mooi boek bij kregen of iets dergelijks dan was dat nauwelijks meer te merken. Happy wife, happy life. Daarover gesproken... “Oh, er hoeft je niets te spijten,” suste hij haar zachtjes. “Ben je gek. Ik hou van je... je maakt me zo gelukkig. Dat valt of staat echt niet met een rustige kerst.” Hij grinnikte half. “Weet je, misschien hou ik zelfs wel een beetje meer van je omdat we nu een goede reden hebben om deze kerst te missen. Het is zo’n zooitje geworden.” Op dat punt moest hij natuurlijk niet blijven hangen, dus ging hij vlug verder. “Het is vast goed voor hen om even af te koelen. Evenals voor jou. Slaap maar gewoon even, lief.” Hij pakte er een poezieboek bij en begon haar zachtjes voor te lezen.
  14. [1838/1839] We are perfect pretenders in the stage of the world.

    Armand knikte. “Ja. Dat heb ik met jou ook wel af en toe,” erkende hij, want het was altijd goed om medeleven te kunnen tonen met de gevoelswereld van de ander en bovendien was het ook eerlijk gezegd gewoon waar. Met Jude al helemaal, omdat ze zo op elkaar leken dat zijn broertje zijn jongere zelf had kunnen zijn in een van die vreselijk verwarrende tijdreizigersverhalen. En omdat ze in tegenstelling tot de tweeling allebei hun ouders hadden gekend, echt hadden moeten meemaken. Cecilie en Eloise niet, en Armand kon het hen niet kwalijk vinden dat ze dat moeilijk vonden want dat was het ook. Het was een groot stuk van jezelf wat je miste, wat je geen plek kon geven. Aan de andere kant, als hij heel eerlijk was, wist hij dat hij dat liever had gehad. Kennis was in deze niet beter. Onwetendheid was vrijheid. Vrijheid van de eisen en de pijn en de ervaringen van elke dag, die doorsijpelden in je gedachten, in je persoonlijkheid, in elk aspect van je verdere bestaan. “Het is erg oneerlijk.” Hun ouders hadden hen deze tijd met elkaar ontnomen en dat was nog iets op het lijstje van dingen die je ze kwalijk kon nemen. Waarmee je niets op zou schieten, want zij trokken zich er niets van aan en het maakte niets goed om boos te zijn. “Maar het komt vanzelf wel. Rustig aan. Misschien elke vakantie een keertje hoi zeggen.” Hij trok een mondhoek op. “Ik vond ons Canada-avontuur wel voor herhaling vatbaar, wat jij?” Ja, hij kon dit makkelijk vaker doen met Jude. Het was voor hem ook wel ontspannen. Met zijn broer, meer dan met wie dan ook, kon Armand toch een klein beetje zichzelf zijn. Vooral omdat Jude niet extreem oplettend was op anderen. Desondanks was dat best prettig, hoor. “En nee... natuurlijk ben ik niet boos.” Hij haalde zijn schouders op. “Deed me aan mezelf denken, toen ze die vragen voor het eerst begonnen te stellen. Ik zal twaalf, dertien zijn geweest ofzo... Ik heb ze m’n haar moeten laten vlechten om het goed te maken.” Hij lachte. “Of wat ervoor door moest gaan. Vooral het aan elkaar knopen en klitten. Maar ja, daarna waren ze wel weer blij.” Wat nu aanzienlijk minder makkelijk ging. “Ze is gewoon gevoelig, Cece.”
  15. [1838/1839] Dreams, they are who I am when I’m too tired to be me.

    “Sssh.... sssh...” Armand aaide door haar haren en zei in eerste instantie niet zoveel, omdat hij haar niet in de rede wilde vallen. Laat haar het er maar beter even allemaal uitgooien, dat zou al een beetje opluchten. Het was in dit soort gevallen vaak het beste om de stroom van niet samenhangende woorden te laten komen en te laten stromen, want dit was toch nog niet de basis voor een daadwerkelijk gesprek. Het was als met zijn zusjes als ze hun ijsje hadden laten vallen, toen ze heel klein waren. Je ging niet meteen een nieuw ijsje kopen, je gaf eerst even de ruimte voor de stroom van verdriet en ellende die eigenlijk aan het ijsje voorbij ging. De koekjes waren hier niet het probleem, het bezoek was niet het probleem, en Thomasin moest daar nog even achter komen. Door haar uit te laten praten kwam ze daar hopelijk zelf een beetje achter, want Armand was nog niet klaar om het op die manier te vertellen. “Het is niet erg. Rosie weet wel dat je het niet zo meende. Dat heb ik haar ook nadrukkelijk gezegd.” Hier moest hij wel op ingaan, anders zou ze zich eeuwig schuldig voelen en dat was weer een extra probleem erbij. De rest moest hij naar een hoger niveau van abstractie tillen. Daarop inspelend tilde hij haar maar gewoon in zijn armen. Onder de glitter zat hij toch al. “Het bezoek ga ik afzeggen. Lieverd, je bent duidelijk niet lekker.” Hij wist ook prima dat het verder ging. Armand was welbekend met de funeste gevolgen van stress op je lichaam, op je voortbestaan. Hij wist in hoeverre je psyche je fysiek aan kon tasten. Hij had nog steeds altijd magische misselijkheidsmedicatie bij zich; hij vertelde anderen dat het was voor als hij op een schip moest ondanks zijn tegenspartelen en dat was het ook maar hij slikte het ook zoals anderen hoofdpijnmedicatie zouden nemen. Soms was het gewoon nodig. Maar dat hield hij geheim. Dat paste niet in zijn imago. Zeker nu zou niemand er ook iets mee opschieten, toch? Hoe zwakker hij overkwam, hoe minder Thomasin op hem zou kunnen bouwen. Zij was altijd sterk. Nu niet, dus nu moest hij het zijn. Hij droeg haar naar haar slaapkamer. “De rest komt allemaal wel. Goed? Jij moet gewoon uitrusten, beter worden. Ik regel wat er verder moet gebeuren.”
×