Jump to content

Armand Foulkes-Davenport

Magisch Verbond
  • Content count

    156
  • Joined

  • Last visited

  • Days Won

    5
  1. [1838/1839] She must confess to herself that she was not wise yet.

    “Ja, die hebben we al eerder gedaan,” knikte Armand. “Dus dan kan ik gewoon jouw voorbeeld volgen, dan kan het niet beter.” Hij trok een mondhoek op, om haar te laten zien dat hij heus wel doorhad dat hij nu zat te slijmen, maar daar was nooit iets mis mee. Complimenten vond Thomasin niet altijd gemakkelijk om te accepteren, niet als ze te zoet waren, niet toen hun relatie net begon maar inmiddels wist hij zeker dat ze het van hem uit eigenlijk wel prettig vond. In elk geval waren complimenten met een Irwinesque kwinkslag altijd helemaal okay en hoewel dat Armand niet natuurlijk lag, nam hij het even gemakkelijk over als hij een andere taal zou spreken. Wat maakte het hem uit? Je paste je aan op je omgeving. Je paste je aan op je vrouw. Wat zij van je verwachtte en nodig had was wat jij werd, nu en in de toekomst. Daar was hij best comfortabel mee. Hij zou niet weten wat hij anders zou moeten doen. Hij grinnikte. “Roze en poppen. Niet eens een sabel of twee? Ah, wat zal Irwin je daarmee geplaagd hebben.” Hij kuste zachtjes in haar haar. “Zou ik niet durven, natuurlijk. Mm. Bij m’n ouders had ik niet echt een kamer, bij m’n oom had ik hem niet echt zelf ingericht… maar als student had ik best een mooie.” De enige keer dat hij langere tijd op een plek was gebleven, voordat hij op Catsfield neergestreken was. “Veel boeken.” Voorspelbaar genoeg. “Wat kunst – niet echt, platen.” Hij had altijd best op een budget geleefd. Hij had nooit meer uit willen geven dan noodzakelijk. Of wel gewild, maar niet gedurfd. “En ik was altijd extreem netjes.” Dat was niet eens een leugen. Hij hield niet van rommel en viezigheid. Dat had hij altijd zo waardeloos gevonden bij zijn ouders. “Mm, misschien van het weekend? Dan kunnen we rustig alles inpakken? En natuurlijk gaat het, lief.” Hij kuste haar zachtjes. “Jij bent mijn prioriteit, dat weet je toch?” Hoe waar was dat.
  2. IC Buitenwereld Mededelingen

    Advertentie in de reputabele magische bladen: De FD-Hastings van Catsfield zijn op zoek naar een capabele, verantwoordelijke en rustige nanny die graag zelfstandig te werk gaat. Een huishoudster die het geen bezwaar vindt om ook op kinderen te passen is ook heel welkom. De jongen is twee, en een zusje is op komst, waardoor de komende maanden de gelegenheid bieden om in te werken. Kost en inwoning zijn in principe inbegrepen, al kunnen bij het overleggen van een Verdwijnselcertificaat ook passende afspraken worden gemaakt. Voor de salarisschaal, zie tier 2 van de Foulkes-Davenport standaardcontracten met opslag bij veranderende omstandigheden of bij twee jaar dienst. Geïnteresseerden kunnen een uil sturen naar: De heer Armand Foulkes-Davenport Bridgeway 7 Shefford (Armands werkadres, anders gaat Thomasin de brieven openmaken :))
  3. [1838/1839] She must confess to herself that she was not wise yet.

    Typisch Thomasin. Ze wilde het gesprek nog niet voeren, ze wilde het uitstellen, ze wilde het eigenlijk nog niet, maar als ze eenmaal had bedacht – met zachte druk – dat het moest gebeuren, en dat Armand het ging doen, dan moest het ineens weer op de korte termijn geregeld. Geregeld toch nog een beetje door haar. Ongelooflijk gewoon. Dit was waarom ze niet kon ontspannen, omdat ze alle klussen in de wijde wereld naar zich toe trok en ze op haar to do lijstje belandden. En Armand was nu een onderdeel van dat to do lijstje, iemand aan wie ze kon delegeren zodat het weer van het hare afgleed. Ze zou alleen nog controleren of het was gebeurd en hoe. Want ja, hij zou hier vragen over krijgen. Dat was niet erg. Hij zou ze allemaal prachtig weten te beantwoorden, hij zou dit keurig afhandelen. Hij zou duidelijk maken dat ze hem kon vertrouwen met haar klussen, als extensie van haar kunnen. Telkens weer een beetje. En telkens kreeg hij weer een beetje meer te doen. Maar meer te doen was goed. Hoe meer mensen je lieten doen, hoe meer ze op je rekenden. Hij was betrouwbaar. Hij ging nergens heen. Hij was iemand op wie je rekenen kon. “Dan zullen we het wanneer het kan vragen,” glimlachte hij en hij aaide langs haar wang. “En liefje, met die kamer ook weer rustig aan, he? Meidenkamers zijn mijn specialiteit. Ik had tweelingzusjes die altijd een kamer vol prinsessenaccessoires wilden maar wiens kamers absoluut niet op elkaar mochten lijken. Ik ben de expert. Dus wat je niet aankan komt heus wel goed.” Hij aaide over haar hand. “Hoe was jouw kamer eigenlijk toen je klein was?” Dat was toch een interessante vraag. Dat zei veel over een persoon. Armands kamer niet, overigens. Zijn ouders hadden nooit echt een kamer voor hem ingericht, hij had zo lang als hij zich kon herinneren in een van de logeerkamers geslapen. Of in de klerenkast. Hij glimlachte, knikte en schudde zijn hoofd. “Daphne vindt dat heerlijk, haar kleinkindje even bij haar, dat weet je. Maak je geen zorgen.” Irwin en Yara hadden nu ukkie en het vast even te druk. Dat was althans een plausibel excuus om dat weer ietsje minder vaak als optie te nemen. Al vaak genoeg was Gabriel daar om Thomasin te ontlasten. “En m’n zusjes… Dat komt de volgende keer wel weer. Ik weet dat je er anders over gaat stressen. Ik ken je inmiddels toch wel een beetje.” Hij glimlachte, kuste haar zachtjes. “Misschien nodig ik ze van de zomer wel een paar weken uit? Maar eerst maar even kijken of jij dan weer wat op de been bent.”
  4. [1838/1839] She must confess to herself that she was not wise yet.

    “Liefje, denk je niet dat het beter is het haar nu te vertellen, nu je thuis bent? En straks kan Gabriel ook tekenen van magie gaan vertonen...” Hopelijk, tenminste, dit was geen familie om als Snul in geboren te worden, daar wilde Armand niet eens over nadenken en Thomasin zou het vast niet veel beter vinden. Maar hij wilde dit punt ook niet pushen, want hoewel het voor hem wat gemakkelijker zou zijn om magie in het huis te kunnen gebruiken kon hij ook prima zo nog even door. Armand zocht nooit het conflict met Thomasin, en hij zou dat zeker niet doen over zoiets simpels. Evenmin zou hij haar ooit laten weten hoe... apart hij het vond, hoe ze Rosie’s wel en wee zo helemaal op zichzelf kon betrekken. Het was geen egoïsme, niets van zoiets, want ze had het meisje alles gegeven wat ze bezat en een opleiding en een thuis. Maar het was wel... het leek haar zo vanzelfsprekend dat alles wat Rosie deed om haar draaide. Dingen die ze wel en niet hoorde te doen, dingen die ze wel en niet hoorde te weten. Armand vond het ergens vreemd. Hij zou niet snel zo over een ander mens denken. Maar ja, hij kwam dan ook niet uit een achtergrond met menselijke bedienden. Hij vroeg zich soms af of zijn familie, zijn oom, ook zo over hem dachten. Nuttig in hun kader. Alleen was hij een stuk minder lief dan Rosie. En zijn oom een stuk minder onberispelijk dan Thomasin. “Ik wil het altijd weten,” grijnsde hij. “Maar jij bent de baas.” Natuurlijk wilde hij het weten, hij vond het altijd beter om meer te weten, dan kon je meer bedenken, meer regelen van te voren. Zeker nu zou hij nooit al het shoppen uit willen stellen tot het laatste moment, dat zou Thomasin niet aankunnen. “En ik kan vaker thuis zijn, he... ik kan bijna altijd wel even thuiskomen, als er iets is. Nu we dit weten.” Het was belangrijk dat hij het zei. Al hield hij ervan om er nu af en toe uit te kunnen zijn, als dat niet was wat zij nodig had, dan zou hij iets anders doen. Zij was alles waard. Hij zou haar niet verliezen. “Ik mag hopen dat je me nu meer vertelt, destijds vond je je lievelingskleur persoonlijk. Maar er is toch altijd meer?” En wederom, meer weten was beter. “Oh, lijkt me leuk.” Hij lachte. “En misschien goed voor jou, ook, om er juist even uit te zijn? We zouden naar een kuuroord kunnen, er zitten hele mooie bij Tadoussac. En walvissen.”
  5. [1838/1839] She must confess to herself that she was not wise yet.

    Armand ging naast zijn vrouw zitten, nam haar gezellig in zijn armen, opdat ze goed tegen hem aan kon leunen. “Als je nog even wil wachten, dan wachten we nog even,” glimlachte hij vervolgens, “maar lief, ze is dol op je. Ze vertrouwt je. Ik denk niet dat er iets is, wat jij kan zijn, wat zij dan erg zou vinden.” En natuurlijk zou Armand het zonder enige moeite heel luchtig en rustig en ongevaarlijk kunnen brengen, een moeite die hij bovendien ook graag zou doen. Hij wilde ook dat Rosie het naar haar zin had, dat ze zich veilig voelde. Dat was ze hier ook. Inmiddels was hij zelfs al aan haar gehecht, Gabriel en Thomasin natuurlijk ontzettend. Zelfs Armand zou haar nu nooit meer iets laten overkomen. Als er iemand was die je beter over Dreuzels kon doen denken, dan was het Rosie wel. Hij lachte, knikte. “Ja, ik zou een meisje ook heel leuk vinden, denk ik.” Stiekem had hij het feit dat Gabriel een jongetje was altijd een beetje eng gevonden. Enger dan een meisje, waarschijnlijk. Meisjes, dat snapte hij, dat kende hij, hij had jongere zusjes. Hij wist hoe hij hen gelukkig moest maken, ook buiten de ‘nieuwe jurken’ en ‘mooie dingetjes’ om, overigens, want daar had hij toen ze klein waren nog geen geld voor gehad. Maar een zoon... het was officieel precies wat hij had moeten willen, maar hij wist nog steeds niet wat hij deed. Soms deed hij Jude na. Hij verborg dat goed, overigens. Niemand zou het doorhebben. Maar het voelde niet altijd even natuurlijk als het met zijn zusjes was geweest. Zachtjes moest hij lachen, kuste hij haar, daarna wat inniger. “Doe niet zo gek. Natuurlijk vind ik dat niet erg. Het is vervelend voor jou, maar beter voor je... hey, geluk bij een ongeluk, nu ga je echt de tijd hebben om goed te herstellen.” Daar was dit allemaal om begonnen, nietwaar. “En ik vind het toch heerlijk als je thuis bent? Misschien heb je wat minder om me te vertellen, maar je hebt in elk geval wat meer tijd om te praten. We hebben nooit die hele hofmakerij gedaan, weet je.” Hij grinnikte. “We hebben vast nog wel wat dingen om elkaar beter op te leren kennen, denk je niet?”
  6. [1838/1839] She must confess to herself that she was not wise yet.

    Armand lachte zachtjes. “Ja, precies. Prijs jezelf gelukkig, we hoeven niet nog een keer te trouwen.” Daar prees hij zichzelf eigenlijk ook wel gelukkig mee. Het was stressvol geweest voor Thomasin en haar moeder, maar het was voor Armand voornamelijk een overdreven formaliteit geworden. Het huwelijk, het grote feest, dat was belangrijk, voor hem en voor haar, voor de families, voor hun reputaties. Maar eigenlijk was het het stukje geweest dat hij over had kunnen slaan, gevoelsmatig dan. Ze was heel moe geweest en heel kwaad op hem – dank je, Irwin – en het had hem weinig gedaan. Pracht en praal. Hij had gedacht dat hij er meer aan zou hechten, het gevoel dat ze van hem was, nu bij hem hoorde, maar dat was niet zo. Misschien was het niet zo omdat hij er toen pas achter kwam dat... dat hij die bevestiging niet genoeg vond. Toch elke dag weer nodig ging hebben. Elke dag dat ze in hetzelfde huis thuiskwamen. Hij knikte. “Ik zal met Rosie praten. En magisch personeel lijkt me uitstekend.” Kijk eens aan, zo werd Catsfield nog eens Foulkes-Davenport vriendelijk. Eerlijk waar, de Dreuzels vond hij niet meer onaardig of onwaardig, maar hij hield er meer van om gewoon te kunnen toveren. “We zullen er binnenkort naar kijken.” Ze zouden heel goede mensen kunnen vinden. Maar eerst kwam de Heler langs, vertelde hem wat hij wilde horen en liet hem weer bij zijn vrouw. Armand was ondertussen even bij Gabriel een verhaaltje aan het voorlezen geweest. Vooral om dat te kunnen zeggen. “Gefeliciteerd,” lachte hij, hij kwam bij haar zitten en zette een bos rozen in een vaas op haar nachtkastje, kuste haar mondhoek. “Wat gaaf. En wat fijn dat je er nu niet meer misselijk van wordt.” Zes weken al. Hm. “Het gaat echt goedkomen, weet je. Het wordt hartstikke leuk. Hoop je op een meisje of een jongetje?”
  7. [1838/1839] She must confess to herself that she was not wise yet.

    “De timing is niet alles,” gaf Armand glimlachend toe, terwijl hij Thomasins haren waste, langs haar ranke hals streelde. “Maar aan de andere kant... de timing was vorige keer ook niet alles.” Hij kuste in haar haren. “En dat werkte uiteindelijk ook heel goed, toch?” Uitstekend zelfs, want anders waren ze misschien nog steeds niet getrouwd geweest. Ah, waarschijnlijk wel. Armand kon behoorlijk vasthoudend zijn en hij was charmant: Thomasin had dat uiteindelijk heus wel ingezien. Dat ze uberhaupt met hem naar bed was geweest was al een indicatie dat hij een eind met haar was opgeschoten. Het was hem vast uiteindelijk gelukt. “Ik denk oprecht dat we het heel fijn zouden hebben met zijn viertjes, en dat het met ons echt goed zou komen.” Ongeveer volgens dezelfde lijnen. Want hij zou er heel hard aan werken. Hij zou het niet niet goed laten komen. “Misschien wordt het zelfs wel makkelijker. We zijn tegenwoordig allebei meer thuis...” En dat zou hij nu nog steeds doen. En zij ook. Zo ver zou hij haar nu kunnen krijgen. Hij tilde haar op, droogde haar magisch, deed haar een badjas om. “Ja, ik zou het graag willen. Misschien niet per se nu, niet direct, maar... mm, het lijkt me zo leuk voor Gabriel, een speelkameraadje.” Hij grinnikte, legde haar op bed, stopte haar in. “Een ander dan Jude, bedoel ik. Maar als het nu is, is het goed. En anders komt het later misschien wel een keer.” Zij had ook wel altijd kinderen gewild. Zo had ze het hem een keer gezegd. Dus dan wilde hij dat ook, hij wilde wat zij wilde. En wat goed voor haar was. Zelfs als ze dat even niet wilde. Hij aaide door haar haar. “Zal ik zo de Heler vragen?”
  8. [1838/1839] She must confess to herself that she was not wise yet.

    In bad voor de Heler kwam. Oh ja, Thomasin was het soort persoon dat haar huis schoon zou maken voordat de schoonmaakster kwam omdat ze zich er anders te erg voor zou schamen. Armand begreep dat natuurlijk wel, stiekem deelde hij die trek, hij zou anderen ook niet toelaten in de diepste krochten van zijn leven, praktisch dan wel psychisch, maar hij zou hem nooit prijsgeven. Thomasin droeg het half trots en onhandig, zoals ze omging met al haar persoonlijke trekken. Het maakte Armands leven wel makkelijker, want het maakte haar heel simpel om te lezen en te voorspellen. Thomasins acties waren als de gerechten uit een duidelijk recept. Je kon het zien aankomen. Zelfs nu nog kon hij het redelijk zien aankomen. Nu was elk extra ingrediënt er voornamelijk een teveel. Daarom kuste hij haar hier en daar lichtjes en ging haar bad voor haar aanzetten, voelde de temperatuur, kwam terug bij haar, streelde door haar haren, begon haar kalmpjes en soms nog steeds kussend uit de kleren te helpen. “Ik weet niet of ik dat altijd heel goed bij houdt, lief. Je drankjes. Sorry...” Natuurlijk wist hij dat niet, of hij dat altijd goed bijhield. Dat was een van die dingen die ze niet met hem zou delen. Een van de dingen waarvan ze niet van hem zou verwachtten dat hij het wel bijhield. Een van die dingen waarvan het geheel geloofwaardig was dat hij niet door had gehad dat de drankjes ergens anders waren neergezet, waar ze er minder aan zou denken, waar ze ze niet direct meer zou zien. “Maar het zou wel leuk zijn, toch? Bijzonder? Weer zo’n kleintje?”Het was niet alsof hij ze had vervangen, de drankjes... Het was gewoon. Zoveel beter. Als ze nog even thuis zou blijven. Hij kuste haar weer, bracht haar vervolgens naar het bad en ging haar liefdevol wassen.
  9. [1838/1839] She must confess to herself that she was not wise yet.

    Armand lachte breed, bleef ondertussen knuffelen en door haar haar aaien alsof ze een diertje was dat hij gerust moest stellen, maar feitelijk werkte dat soort dingen eigenlijk wel. “Dat is een heel goed idee,” bevestigde hij, en dat was het ook. Een dag in de kinderboerderij met Irwin en Jude. Gabriel zou dit evenement van zijn levensdagen niet vergeten. Behalve dat hij twee was en dat het dus vast wel zou gebeuren. “Jude zal het ook fijn vinden hem weer te zien.” Gabriel was soort van een goede invloed op Jude. Dan hield hij zich even alleen maar met dingen bezig die erg schattig waren. Wat Armand hem nooit zou vertellen, want dan hield hij er misschien mee op. “Het enige gevaar is dat we nooit meer een andere verjaardag voor hem kunnen plannen.. Dit houdt hem in elk geval tot acht zoet en daarna wil hij vast hetzelfde maar dan in een grote mensen dierentuin.” Hey, dat zou Thomasin in elk geval tijd en stress besparen. “Ik zal de taart regelen, en Jude. Komt goed, maak je geen zorgen.” Want hoe meer zorgen jij je maakt, hoe meer zorgen ik me maak om jou. Bij haar volgende woorden maakte hij zich pas echt zorgen, echter. “Natuurlijk, liefje.” Hij tilde haar op, droeg haar naar boven. “En nee, volgens mij niets vreemds gegeten, en het kan allemaal gewoon door je vermoeidheid komen, weet je.” Als er iemand was die wist in hoeverre stress je misselijk kon maken was het wel Armand, al was dat een geheim dat hij angstvallig verborgen hield van zijn vrouw, en van iedereen, overigens. “Maar als er een griep rondgaat... dan zou ik het toch wel prettig vinden als je even de Heler langs liet komen?” Hij legde haar in bed, stopte haar in, zorgde voor een glaasje water. Fronste toen. “Ehm. Of misschien zou je weer zwanger kunnen zijn?”
  10. [1838/1839] She must confess to herself that she was not wise yet.

    Vanzelfsprekend vond Armand het geen enkel probleem dat Thomasin zich beter voelde als hij er was. Hij vond het naar dat ze zich rot voelde, het was het niet waard, hoe hij haar de afgelopen maanden had hoeven zien lijden, maar hij vond het niet erg dat ze daarom hem nodig had. Hij deed alles graag voor haar. Hij was er graag voor haar. En hij was graag de persoon die ze niet kon missen. Als ze zich beter voelde met hem in de buurt, dan gaf dat hem maar weer eens voor heel even het gevoel dat ze niet weg zou gaan uit zijn buurt. Dat hij haar niet zou verliezen. Als hij de opluchting in haar ogen zag als hij binnenkwam dan waren ze heel even gelijk. Want hoewel je het bij hem niet zou zien, omdat hij nooit zoiets prijs zou geven... hij was ook nog altijd opgelucht wanneer zij binnenkwam. Opgelucht dat ze er was. Opgelucht dat ze nog niet had bedacht dat ze beter kon. Dat ze zich nog niet had beseft dat hij haar niet waard kon zijn. “Ssh... ssh. Het is een leuk idee, maar je weet dat Gabriel dat feestje toch nog nauwelijks doorheeft, joh.” Hij zou het wel doorhebben, de jongen werd bijna twee, maar hij zou het in elk geval niet onthouden en van één overslagen verjaardag kwam ook niemand om. Armand had zijn verjaardag niet gevierd tot hij Thomasin ontmoette en hij wist nog steeds niet of de datum op zijn identificatie zijn daadwerkelijke geboortedag was. Het waren niet zulke drastische belangrijke dingen. “Hij vindt het veel leuker als we zeggen dat hij met Irwin naar de kinderboerderij mag en ik zal een taart voor hem regelen.” Dat was in elk geval wel waar. Dat was Gabriels droomdag, dan was het toch nog iets speciaals, en dan kon hij genieten van een taart bovendien. Als Thomasin een goede dag had, kon ze wel mee, een beetje lachen om Gabriels enthousiasme zou haar goed doen. Hij aaide door haar haren, kuste haar slaap. “Je gaat niet achteruit, schat. Ups en downs, de Heler zei je dat we dat konden verwachten. Je hebt twee goede dagen gehad en nu ben je gewoon weer moe... Je moet nog niet willen rennen.” Hij kuste haar mondhoek. “Hey. Ik hou van je, Gabriel houdt van je. Hij geniet veel meer van die middagdutjes met jou die hij tegenwoordig heeft dan van het een of andere grote feest met allemaal volwassenen die boos zijn op elkaar.”
  11. [1838/1839] She must confess to herself that she was not wise yet.

    Dat Thomasin wegviel, betekende dat Armand tegenwoordig niet eens meer een beetje stil kon zitten. Nu niet, nooit niet. Als er namelijk iets niet gebeurde, wat zij wel belangrijk vond, dan raakte dat haar; en dat betekende dat hij dat niet kon laten gebeuren. Daarom deed hij nu de belangrijke dingen die zij niet meer deed ernaast. (Belangrijke dingen waren dingen die zij uitzonderlijk belangrijk vond, of die hij belangrijk vond, het was niet altijd hetzelfde. Van sommige dingen was het beter als ze moest accepteren dat ze niet meer konden gebeuren. Haar onderzoek, bijvoorbeeld, kon hij niet van haar overnemen, maar er was ook geen prioriteit aan dat het gebeuren zou. Beter als dat langzaam verdween.) Naast z’n eigen baan, alle dingen die hij voor de familie deed, en alles regelen wat hij zelf niet kon. Het was druk genoeg. Maar hij hield er een goed humeur bij. Het was allemaal op te lossen. Irwin zat thuis met de koter, na een onverklaarbare beslissing, en had zelf al gepland om zijn werk vrijwel op te zeggen; hij vond het dus niet erg om van Thomasin wat dingen over te nemen die echt niet anders konden en die thuis konden aan zijn bureau en onderbroken door af en toe gejammer konden worden gedaan. En hij vond het ook niet erg als Gabriel er af en toe was. Meer dan af en toe was. Drie, vier dagen in de week soms was. Armand vond het niet geweldig dat Irwin zo met de jongen aan het bonden was, maar aan de andere kant gaf het hem de rust om alles te doen wat hij moest doen en Thomasin de rust om niets te doen wat ze niet moest doen. Beter. Nu, bijvoorbeeld, was hij weer ontzettend blij dat hij Gabriel niet eerst was gaan ophalen voordat hij thuiskwam. Hij maakte zich stiekem zorgen om de jongen. Nu al, met een krappe twee jaar oud, leek hij zo voorzichtig met Thomasin om te gaan als met een gewond vogeltje. En dat was ook wel logisch. “Lief... hey, schoonheid,” glimlachte hij en hij nam haar in zijn armen. “Is er iets?” Hij kuste in haar haren. Ze zag er niet uit, dat zag hij ook wel. Maar hij zou zichzelf liever in beide voeten schieten dan dat ooit aan haar toe te geven. Daar was hij nu niet voor. “Oh, een feestje... schat, lijkt dat je echt wel een goed idee nu?”
  12. [1838/1839] He is more addicted to self destruction than to the drugs themselves.

    “Sowieso, ‘t wordt een onverbeterlijke nerd,” was Armand het van harte met zijn broer eens. “De eerste woorden die hij leerde hadden met dinosauriërs te maken. Het valt niet te vermijden. Of te corrigeren, ben ik bang.” Met een peetvader als Irwin zat er toch ook niets anders in. Maar Armand vond het eigenlijk helemaal niet erg. Hij was trots op zijn zoon. Tegelijk, zoals in alles, waren net zoals bij zijn broer zijn gevoelens over Gabriel, of al zijn gevoelens uberhaupt, altijd weer gecompliceerd door zijn geschiedenis. Hij was blij met hoe slim Gabriel was, des te blijer omdat hij zelf zich zijn gehele jeugd dom had gevoeld, omdat hij altijd achter had gelopen, niet naar school was geweest, nauwelijks een woordenschat had gehad. Zijn zoon zou zich nooit zo voelen. (Hij voelde zich ook zo over Jude. Die had hersens, bakken aan hersens en dat was goed.) En hij vond het prettig dat Gabriel Irwin misschien ietsje had verenigd met het familieleven, dat zou ook iedereen veel goed doen. Tegelijk maakte hij zich dan meteen weer zorgen of Gabriel niet te nerderig zou worden. Of hij niet te weinig sociale contacten zou kunnen maken op die manier. En daarvoor had hij dan weer Jude... Die hopelijk niet een nog slechtere invloed zou zijn? “Ja, ik weet het,” grinnikte hij. “Toen we elkaar net leerden kennen was ze continu boos op me. Ik moet toegeven dat ik dat wel aantrekkelijk vond.” Hij trok een mondhoek op. “Niet dat ik haar tot op dit niveau kwaad heb gekregen, volgens mij. Die eer blijft de jouwe. En blikken die dwingen tot gehoorzaamheid... misschien ben ik daar te oud voor al.” Hij lachte. Het had op hem absoluut het tegenovergestelde effect gehad. Oh jee. Misschien leek hij meer op Jude, rebelse roekeloze Jude, dan hij ooit had gedacht. Had hij er gewoon een beschaafd laagje vernis over gegoten, waardoor hij de gentleman rascal was geworden. Woeps. “Natuurlijk ben je welkom. Als je komen wil?” En dan haalden ze Gabriel er nog even bij voor diens bedtijd en konden ze alles goed laten zijn.
  13. Karakter RSVP's

    Armand gaat, met Thomasin, en zoekt van tevoren nog even op hoe ze in vredesnaam de Appleby's dan weer zouden moeten kennen.
  14. [1838/1839] He is more addicted to self destruction than to the drugs themselves.

    Armand lachte zachtjes. “Ja… ik stel voor dat ik die les voor m’n rekening neem.” Anders zou Jude maar weer uit moeten leggen op welke manieren je die rotzooi allemaal wel in je lichaam toe kon laten, en hij vermoedde dat dat enigszins conflicterende berichten moesten zijn. “Maar het is een uitdaging, voor de kleine man. Hij kan er ook nog niets anders mee, immers. Zwaar leven, hoor.” Ha. Gabriel had verre van een zwaar leven. Er waren waarschijnlijk geen meer verwende jongetjes ergens op de Britse eilanden. En Armand vond dat prima. Wat? Tussen verwennen en verwaarlozen wist hij zeker wat hij liever wilde doen, hoor. Dat moest beter werken. En met Thomasins work ethic zou hun zoon alsnog niet echt lui kunnen worden. De zijne overigens ook, maar de zijne was subtieler. Hij humde. “Nee... verder niets te bespreken. Ik hoop dat je me laat weten als ik iets kan doen.” Hij lachte vervolgens. “Aah, ze heeft je niet eens vervloekt en je bent nu al benauwd. Naww. Ik escorteer je wel even door de gevaarlijke gang, hoor.” Hij kwam overeind, stak zijn handen in zijn zakken. “Je mag echt blijven. Jude, je woont hier. Thomasin snapt dat stiekem ook best. En als je weggaat, wil Gabriel nog met jou mee ook.” Hij grinnikte. "Al ben ik bang dat hij nu al teveel knuffels heeft voor een hutkoffer."
  15. [1838/1839] He is more addicted to self destruction than to the drugs themselves.

    Hij kon het niet helpen, hij moest glimlachen en hij meende het. “Ja, alles is prima met Gabriel. Hij heeft ’t niet binnengekregen en Rosie heeft hem schandalig verwend. Een nieuwe beer voor hem gemaakt, ofzo...” Eerlijk gezegd wist hij niet meer precies wat Thomasin tegen hem had gezegd in haar explosie, want dat soort dingen waren niet exact even belangrijk als zijn gillende echtgenote. Desondanks was het niets voor hem om zulke details niet te onthouden. Hij was altijd behoorlijk precies. Alle informatie kon belangrijk zijn, alle informatie kon nuttig zijn, alle informatie kon je gebruiken om net dat ietsje meer te weten of te kunnen betekenen voor een ander. Maar ja, ruzies waren ook zijn ding niet. Hij werd er nerveus van. Of hij dat nou wilde of niet. “Anders ga je zo even kijken? Hij zal het fijn vinden je te zien. Veel beter dan een beer, ben ik bang.” En misschien dat Jude zelf het ook wel prettig zou vinden. Hij kon met Gabriel ook vaak wel ontspannen. Of dat idee had Armand althans.
×