Jump to content

Titiana Dickson

Griffoendor Zevendejaars
  • Content count

    174
  • Joined

  • Last visited

  • Days Won

    4

Titiana Dickson last won the day on March 15 2018

Titiana Dickson had the most liked content!

About Titiana Dickson

Profile Fields

Recent Profile Visitors

422 profile views
  1. 6 oktober 1838 Titiana had het even aangezien, een maandje, was er vanuit gegaan dat liefdesdrank of drugs of wat het dan ook was dat voor deze situatie had gezorgd op een gegeven moment wel moesten uitwerken, maar nee, dat circus bleef maar duren en nu, nu was het tijd dat Titiana Blanche Ingram uithoorde over waar ze haar verstand had gelaten. Ja, ja, Noah Azarola was niet meer zo arm als hij altijd was geweest, maar kom op, ten eerste bleef het Noah, ten tweede zat hij nog altijd een rolstoel en ten derde had hij nog minder hersenen dan Blanche op het moment scheen te hebben. Nu ja. Misschien was zoiets besmettelijk. Je wist het maar nooit. Met zwierige tred was ze ostentatief de leerlingenkamer van Griffoendor binnengekomen om Blanche te komen confronteren. Ze vond haar ergens op een zeteltje en zonder op enige uitnodiging te wachten gebaarde ze dat haar andere vriendin weg moest, nú, en zette ze zich parmantig op de nu vrijgekomen zitplek. ‘Blanche, lieverd, wij moeten dringend praten,’ introduceerde ze haar reden van komst liefjes. Haar stem klonk wel vaker mierzoet, alsof ze een volle suikerpot over haar hele timbre had uitgestrooid, in honing had gedanst tot het overal plakte, maar zelden meende ze het werkelijk. Nu ook niet, eerlijk gezegd. Maar maakte dat uit? Blanche was bezig met vreselijke beslissingen maken en als een goede vriendin was het aan haar om er het fijne van te weten. Even tuurde ze in Blanches gezicht, op zoek naar sporen dat ze hiertoe gedwongen werd, maar die vond ze niet, zoals dat in se in niemands gezicht te zien was. Zelfs als het zo was, zou ze het verbergen, nam ze aan. Kwade dingen werden nooit in het zonlicht gedragen. ‘Weet je wat ik gehoord heb?’ Al eeuwen geleden, hoor. Titiana was goed in elke roddel als eerste horen. ‘Dat jíj en Noah Azarola iets hebben.’ Ze tikte met haar nagels op de dankzij de griffoendorse voorzichtigheid bekraste houten leuning van de zetel. ‘Dat kan niet waar zijn, toch? Wie zou zo’n vreselijke roddel nu verspreiden?’ Vast de persoon die hem had zien zoenen in een gang. Serieus, Blanche, hoe laag kon je zakken? OOC: Privé met Irene! <3
  2. [1837/1838] And if there's one thing I don't believe in...

    Dicksons waren… raar. Wie ging er nu niet op vakantie? Nu ja, arme mensen zeker, maar Titiana was slecht in arme mensen te rekenen tot mensen met wie ze werkelijk rekening diende te houden. Ze bestonden, dat wist ze, armoede was een vreselijk iets, dat wist ze ook, maar verder? Nah. Ze dacht er niet over na, nooit, had eigenlijk nooit wat in vraag moeten stellen wat haar wereldbeeld betrof, tot ze hier kwam en ze alles anders deden dan ze gewend was. Niet eens omdat ze niet kónden, ze zouden prima alles kunnen doen wat Titiana altijd gedaan had, gewoon omdat ze… niet wilden. Of zoiets. Ze werkte de ongelovige blik uit haar ogen die er even, heel even in geflitst had en toverde een glimlachje op haar gezicht, beleefd. Nietszeggend, weliswaar, maar als er iets was dat Titiana geleerd had in haar jeugd, was het hoe ze iemand moest zijn met wie mensen konden omgaan. En dat was ze niet altijd, maar dat maakte niet uit. Wel bij de juiste mensen. En ze wist precies wie dat waren. ‘Oh, nee, jullie hoeven niets anders te doen dan gewoon, hoor,’ antwoordde ze luchtig. ‘Mijn familie bezoekt mijn grootouders in Frankrijk alleen maar elk jaar, maar als jullie geen plannen hebben, kan ik vast gewoon mee.’ Kijk, dat ging nog wel, de familievakantie vast niet meer — dat hoorde niet bij iemands echtgenote, iets in die aard, ze was nu een Dickson en geen Guyette meer, blablabla, al die onzin van haar moeder die ze meer en meer begon te haten. Ja, dat was slecht. Maar zo veel was slecht. ‘Ik vroeg het me gewoon af.’ De volgende keer liet ze zichzelf bezwangeren door iemand met decadentere gewoontes. Nee, dat was een grapje. Dacht ze. ‘Bent u Groot-Brittannië dan eigenlijk ooit uitgeweest?’
  3. [1838/1839] And if you have a minute

    ‘Echt elke dag hetzelfde?’ vroeg Titiana, verbaasd, al vroeg ze zich tegelijkertijd af waarom ze zo verrast was. Zo onderhand had ze wel door dat de familie Dickson interessante ideeën had over hoe de wereld werkte, ideeën waarvan Titiana heimelijk dacht dat ze er nooit aan zou kunnen wennen. Waarom zou je elke dag hetzelfde eten? Waarom zou je nooit op vakantie gaan? Waarom zou je jezelf laten identificeren door het idee van zwakte te proberen vermijden? Waarom zou je elk comfort aan je voorbij laten gaan? La vita è bella, maar niet als je er alles aan deed om het toch maar zo grauw als mogelijk te maken. Ze snapte dat niet aan Tarantula. Wilde dat ook niet echt. Wilde hem vooral introduceren tot haar visie en wilde dat hij haar meenam naar alle geneugten van het leven. Tot nu toe stond die missie op de wachtlijst. Hij was niet de gemakkelijkste, oké. ‘Ik denk dat een jaar te jong is, zou dat niet? Maar ik kan er weleens achter horen, wie weet…’ Meerdere kinderen was de gemakkelijkste manier om gezelschap voor Lion te vinden, ja, maar Titiana zag het nog niet echt zitten om Hawk te vragen om zich daar werkelijk op te richten (plus, zwanger zijn was vreselijk, nooit meer als het even kon) en dus, dus zou ze wel alle hoop vestigen op een speelzaal. Dat klonk op zich nog wel goed. Misschien dat ze daar andere jonge moeders tegenkwam en niet zo vastzat aan alle mensen op Zweinstein die het maar raar vonden, Titiana met een kind, en er niets van begrepen. ‘Oh, ik zorg wel voor mezelf, hoor,’ antwoordde ze. Hawk beledigen was self care, toch? ‘In de tijd die overschiet tenminste.’ Ze lachte zachtjes. ‘Maar bon, als Lion wat ouder is, komt er vast wat meer tijd vrij, en tegen dan ben ik ook afgestudeerd, dus nu zijn het de zware loodjes, geloof ik.’ Best typisch, alles tegelijkertijd. ‘Hé, ik moet jou vast niet voor elk akkefietje lastigvallen, toch? Straks raken er geen mensenlevens gered omdat Lion niet naar me luistert als ik zeg dat hij iets niet in zijn mond moet stoppen!’
  4. [1838/1839] The Golden Son

    Moest dit? Ja, ergens was het fijn dat er iemand naar haar keek, echt keek, erkende dat ze een aantal excuses krijgen moest, maar tegelijkertijd haatte ze het. Voelde ze zich een arm, klein ding dat hij helpen moest. Een slachtoffer, niets anders dan dat. Het was ongemakkelijk en vervelend en ze wist nu al dat het hem niet uitmaakte wie zíj was, niet echt, het boeide hem alleen maar dat ze het eerste meisje was geweest waar Hawk zijn klauwen in had gestoken en dat hij het zielig vond dat hij dat niet voorkomen had. En misschien moest ze daar niet boos op zijn, was dat alleen maar zo normaal als maar kon zijn, maar verdomme, ze wilde dat hij haar zag als méér dan dat. Waarom was dat zoveel gevraagd? ‘Er valt nu niets meer aan te doen,’ zei ze. bruusk, terwijl ze zich afvroeg of Tarantula zou gaan klikken als ze haar verstopte voorraadje drank sommeerde om dit gesprek door te komen en straks überhaupt te kunnen slapen. Hmm. Vast. Hij was het type nobel dat niets kon hebben. Met haar bleef praten omdat hij vergiffenis wilde. Het beter wilde maken. En zij was het type dat met hem bleef praten omdat ze hield van zijn aandacht, van verzorgd worden en omdat hij geen opmerking maakte over haar blikken naar zijn zuidelijke windstreken. ‘Jij hebt niets gedaan, oké? Als mijn ouders zich erbuiten hadden gehouden, had ik hier niet gezeten, er zijn zo veel mensen om de schuld aan te geven — moet ik ze echt afgaan om te zien wie ik zoal moet vergeven?’ Kom op. ‘Ik wil hier niet meer over praten,’ besloot ze, nog abrupter dan eerder. ‘Kan ik nog iets voor je betekenen?’
  5. [1838/1839]Als het schoolhoofd dronken is kunnen wij dat ook

    ‘BLANCHE!’ riep Titiana vrolijk uit toen ze iets te laat om het begin van het feest mee te maken de coupé kwam binnenstormen. Eerst had ze boos moeten zijn op Hawk, oké, was haar schuld niet, dan moest hij maar minder… ehhh, hem zijn, maar gelukkig, gelukkig was ze hier en beter had ze het beste cadeau van allemaal voor haar lieftallige vriendin uitgezocht. In haar stormloop duwde ze Tabitha uit de weg, maar kom op, ze kwam vast op iemands schoot terecht en dat vond mejuffrouwtje vast niet zo erg. Titiana had gewoon genoeg mensenkennis om precies te weten waar mensen hoorden. Een glas champagne was ook zoiets dat bij haar hoorde en dus arrangeerde ze dat snel, voor ze hartelijk haar cadeau in Blanches handen drukte, een veel te dure tas die ze net op tijd gevonden had. Ze kon veel klagen over het leven bij de Dicksons, maar schoonvaderlijk schuldgevoel zorgde voor een goed gevulde portemonnee en het was nu niet alsof Hawk daarmee aan de haal zou gaan. Het enige lastige was dat ze het ergens moest leggen waar Lion er niet op kon zabberen, maar ah, moederlijke instincten begonnen zo langzaamaan tot ontwikkeling te komen. Ja, nu pas. Laat haar. ‘Gefeliciteerd! Je ziet er prachtig uit!’ Als ze dat niet had gedaan, had Titiana alweer rechtsomkeert gemaakt, want ew, maar soms moest je nu eenmaal zulke dingen benadrukken. ‘Echt de hele trein heeft het over dit feestje,’ gniffelde ze. ‘Heb je gezien dat er een paar mensen zitten te luistervinken van buitenaf?’
  6. [1838/1839] Let's play

    Titiana kon Tabitha níét waarderen, laten we dat als eerste uit de weg ruimen. Tabitha had niets wat Titiana zelf niet had, had haar niets te bieden dat zou maken dat ze poeslief naar haar zou glimlachen als ze weer eens iets nodig had, had geen status waar ze jaloers of was of overige relaties die ze voor zichzelf wilde, dus wat haar betrof was Tabitha een stuk vuil dat spreken kon. Ze was niet de enige, hoor, er bestond een hele categorie van dat type mensen, maar jammer genoeg behoorde Tabitha Fox ook nog eens tot de subcategorie van mensen die dachten dat ze tegen haar mochten spreken. Verveeld keek ze op van haar lectuur. ‘Oh, lieverd! Heb je het niet gehoord dan? Oh, wacht, je had het vast te druk met vermeden te worden door iedereen op school om op de hoogte te zijn…’ Oké, niet door iedereen. Puberale erecties vonden een thuis bij Tabitha Fox, wat leuk voor d’r, maar ah, jongens waren te dom om belangrijke mededelingen te doen, dus daar had ze ook weinig aan. ‘Maar er is een studie gedaan die heeft bepaald dat het een gevaar voor de samenleving is als jij te vaak in het licht komt.’ Met haar voet duwde ze wat tegen Tabitha’s been aan, als aansporing om zich terug op te houden in de schaduwen. ‘Heb je het niet gelezen?’
  7. [1838/1839] And if you have a minute

    Ze lachte. Toen Hawk er nog bij was geweest, was het lastiger geweest, meer zoeken naar een balans voor de koetjes en kalfjes terwijl ze er iets, iets te zeer van bewust was hoe de onderlinge verhoudingen in elkaar zaten. Iets te bewust van haar neiging zich naar Tarantula te draaien, weg van Hawk, iets te bewust van haar walging zodra ze zijn warme handen voelde en iets te bewust van haar verlangen juist die te voelen als ze van Tarantula waren. Ah. Nu ja. Hawk was weg nu, Tarantula had zijn hand op de hare gelegd en ze kon het niet helpen om er een blik op te werpen, verwonderd, voor hij die alweer terugnam. Veel te vroeg, als je het haar vroeg, maar dat was wellicht niet iets waar ze zelf veel over te zeggen had. ‘Wel, welke kaas past er goed bij deze wijn?’ informeerde ze, luchtig, vlak vooraleer ze een ostentatief slokje nam van de wijn waarvoor hij determineren moest. Het maakte haar niet uit, eerlijk gezegd, maar ze wilde het gesprek wel gaande houden, wilde dat hij haar kende als een goede gesprekspartner, iemand met wie hij wílde praten. Gewoon. Ze wilde dat hij haar kende op een andere manier dan simpelweg de vrouw van zijn zoon die waarschijnlijk niet met hem had moeten trouwen. Ze wilde bekeken worden met iets anders dan dat schuldgevoel dat ze te vaak ontwaren kon. ‘Dat hoop ik dan maar,’ zei ze. Ze wist niet goed wat Lion leuk vond. Ja, hij leek enthousiast om naar dieren te waggelen, ook al greep ze hem dikwijls vast vooraleer hij het fantastische idee had om zijn kleine vingertjes in een bek van het een of ander te proppen, wie weet wat ze daar allemaal verkeerd mee deed, maar… was dat echt een duidelijk teken van zijn interesses? Of vond hij het gewoon leuk omdat ze er naar zijn idee gek uitzagen, omdat ze nieuw waren, zoals haar schoonvader aanhaalde? Of wat? Ze kende weinig van baby’s. Kende alleen Lion maar. Wat haar betrof mocht het daar ook bij blijven. ‘Ik denk dat dat gemakkelijker wordt eenmaal hij echt vriendjes begint te maken en zo, maar dat is eigenlijk helemaal niet zo simpel. Er zijn niet zo veel kinderen van zijn leeftijd op Zweinstein…’ Die van professor Priest was er wel, maar dat mens moest ze niet hebben, dus ew, dat kind was vast ook vreselijk. ‘Heb jij daar eigenlijk veel mee gedaan indertijd?’ Misschien moest ze eens vragen of hij Lion vaker wou zien. Als grootvader en al die onzin. En dan kon ze vast verzwijgen dat zíj hém gewoon vaker wilde zien. Alleen. Gewoon.
  8. [1837/1838] And if there's one thing I don't believe in...

    Oké, hij bedoelde het goed, lief, eenvoudigweg behulpzaam, maar man, was het gemakkelijk om zo snel als maar kon zijn de fantasieën in haar hoofd te laten dwalen naar alle bijlessen te laten gaan die de revue zouden kunnen passeren. Ze wilde, wilde zo graag dat er iets gebeuren zou, maar ah, hij bedoelde het niet meer dan simpelweg hulpvaardig. Er zou niets gebeuren, dat snapte ze zelf ook heus wel — hij was getrouwd, het type keurig, nobel dat overspel als een doodzonde zag — maar… alsjeblieft? Als ze iets meer haar best deed om er goed uit te zien in zijn buurt? Iets lager uitgesneden kledij droeg? Wat dan ook? Ze glimlachte naar hem, echter, liefjes. Keurig. Alsof ze niet een tel te lang naar zijn lippen keek, en het inwendig verantwoordde met dat hij nu eenmaal een heel aantal koppen groter was dan zij. Haar schuld niet. Het was haar schuld nooit. Zij kon er niets aan doen dat haar ogen altijd verdwaalden als hij in de buurt kwam, het was haar schuld niet dat mensen haar niet aardig vonden als ze zichzelf was, het was haar schuld niet dat Hawk haar zo kut vond en het was al helemaal haar schuld niet dat haar leven was zoals het was. Zij was gewoon het koppigste stuk drijfhout van een ter zielen gegaan schip. Niet meer. Niet minder. Einde verhaal. ‘Dat zou wel handig zijn, denk ik…’ Ze trok een gezicht. ‘Het is niet dat ik er echt niets van kan of zo — in de vorige jaren was ik er altijd best goed in — maar nu… Die nieuwe professor is echt gestoord met wat hij allemaal verwacht.’ En oeps, het was het schoolhoofd nu. Dan raakte ze er niet rap vanaf, hè? Ach. ‘Hij draait wel bij…’ Ha. Nee. En zelfs als dat het geval was, gaf ze hem geen kans. Ze speelde een beetje met een lok van haar bruine haar. ‘Hebben jullie eigenlijk plannen voor de vakantie? Ik heb er nog niets over gehoord bij Hawk…’ En naar huis kon ze niet, want haar ouders waren weg en hoefden haar er niet bij. Goh. De lieveling zijn stopte zo ongeveer wanneer je bewees dat je niet alles juist deed. Maar dat was haar schuld verdomme niet.
  9. [1838/1839] The Golden Son

    Nieuwe meubelen, echt? Aan de ene kant was Titiana materialistisch genoeg dat nieuwe spullen kopen effectief enig geluk bracht. Er was iets… geruststellends aan, iets van autonomie, iets van haar eigen leven in handen nemen en dat allemaal op háár manier. Zo had ze het altijd gedaan, niet? En nu deed ze het nog altijd en dat kon niemand haar afnemen en al die blabla waar ze het merendeel van de tijd niet meer in geloofde. Geen zorgen, ze spendeerde nog altijd meer dan genoeg geld aan nieuwe aankopen, maar… ja, aan de andere kant moest ze er ook wel altijd rekening mee houden dat het sneller dan verwacht stuk kon gaan. Toevallig. Hij had niet opgelet. Of hij wist tout court al niet waar ze het over had. Waarom moest ze altijd zo kut doen? Kon ze niet gewoon een goede vrouw zijn? Van hem houden? Haar benen spreiden, hier en nu? Of nee, haar mond eerst, op de knieën, schat. ‘Tussen ons gezegd en gezwegen, ik denk niet dat die meubelen het lang zouden uithouden.’ Hij kon haar niet écht wegkrijgen bij Hawk, toch? Geen van hen had zin in de vragen die het zou oproepen. Dus. Ja. Titiana keek abrupt weg zodra Tarantula toegaf dat hij niet helemaal uit de lucht kwam vallen. Ze wist dat ze het hem niet helemaal kwalijk kon nemen, dat hij het ook liever anders had gezien, maar… verdomme, het schuldgevoel van de buitenstaander was een privilege waarnaar ze verlangde. Hij had niet geweten dat het zo erg was… Ja, oké, dat had hij alleen maar aan haar moeten vragen, hoor, ze had best antwoord willen geven. ‘Oké,’ mompelde ze, niet goed wetende wat ze hierop moest zeggen. Aan de ene kant wilde ze tegen hem uitvliegen, iets gillen over hoe hij het inderdaad beter had moeten doen, krijsen over dat hij eerder zijn maatregelen had moeten nemen als het blijkbaar niet eens zo veel moeite kostte om dat te doen in plaats van haar als een geschikte barrière te zien tussen Hawks lusten en de wereld. Aan de andere kant… aan de andere kant had ze daar ook de energie niet meer voor. Altijd bang zijn vrat aan de energiereserves die ze nog over had. ‘Iedereen maakt fouten, zeker?’ voegde ze toe, iets te scherp. ‘Ik zal mijn best maar doen om het niet door te geven aan Lion.’ Hupsakee, daar was die tweede kans.
  10. [1838/1839] And if you have a minute

    ‘Oh, ja, op Zweinstein maken we heel veel mee,’ antwoordde ze luchtig. ‘Heb je even? Ik heb een hele hoop puberaal drama voor je in de aanbieding! Je mag kiezen tussen: 1. een uitwisselingsstudent die helemaal terug naar huis is gestuurd omdat de hele school dacht dat hij iemand zwanger had gemaakt die al getrouwd was, wat helemaal niet waar bleek te zijn; 2. iets van twintig meisjes die zeuren bij ongeveer tien jongens om hun relatie nu toch echt officieel te maken; 3. ik ben compleet onterecht gebuisd op een vak, maar ik kan het niet hard maken en 4. de vijftiende ruzie deze week alleen al (ja, ik weet dat het een maandag is) over kledingdieven op de slaapzaal waar ik niet meer op zit!’ Met enige zwier nam ze haar wijnglas vast. ‘Op Zweinstein kan je je nooit vervelen!’ Goh, op zich maakte ze heus wel wat mee op haar school, maar het bleef gewoon Zweinstein. Híj had een heel leven uitgebouwd, hoefde dat uitgestippelde pad niet zo te volgen. Plus, hij was schouwer! Dan gebeurde er elke dag toch wel wat? ‘Je was me echt niet aan het vervelen, hoor,’ antwoordde ze, op een lievere toon. Ze wist eigenlijk niet hoe ze het voor elkaar kreeg om immer bits en scherp te klinken als Hawk zijn gezicht liet zien en ze toch alles liet versuikeren bij Tarantula. Alsof het hem nabij zou houden, alsof hij er ook maar iets om gaf, terwijl ze alleen maar die zielige tiener van een schoondochter was, niet iemand naar wie hij in andere omstandigheden ooit naar zou kijken. Hij had een vrouw tenslotte. Een vrouw die net zo zielig was en met wie hij meer bezig was dan met haar. Wat… niet raar was, maar ze kon een steek van jaloezie nooit onderdrukken als ze eraan dacht. Was het heel erg dat ze genoeg had willen zijn om in actie te treden? Om te willen dat hij háár had willen beschermen, zonder het nodig te hebben dat zijn vrouw ook risico liep? Om de bescherming die ze bij de gedachte aan hem alleen al fantaseerde, te willen voelen? Ja, dacht ze, dat was best erg. ‘Oh! In het weekend wilde ik naar een vriend van Quintius gaan. Lion houdt veel van dieren, denk ik, en die heeft echt een halve dierentuin thuis zitten, dus het leek me wel leuk.’ Schuldig trok ze een gezicht. ‘Hoop ik toch, ik weet niet heel goed waar je kinderen van een jaar een groot plezier mee doet…’
  11. [1838/1839] The Golden Son

    Het was beter als ze het niet wist… Oké. Dat zei niets, dat zei absoluut niets, en het was niet zo alsof ze Tarantula Dickson goed genoeg kende om precies te weten aan wat voor iets ze moest denken als hij iets dergelijks zei, maar eerlijk gezegd hoefde ze het ook niet te weten. Wat maakte het uit? Hawk was… Hawk. Ze dacht niet dat ze het voor elkaar zou krijgen om niet zo panisch te reageren bij elke aanraking langs zijn kant, ze dacht niet dat dit echt zou veranderen hoe het allemaal voor haar was, maar de, hetzij onbeholpen, warmte die uit zijn pogingen haar te helpen sprak, was fijn. Alsof het hem echt iets kon schelen. En dat hielp niet meteen als ze probeerde naar hem te kijken als puur haar schoonvader en in feite familie, hoewel aangetrouwd, als iemand die ze moest zien als de vader van haar echtgenoot en een beetje haar vader ook, maar op dat punt deed ze ook niet zo hard haar best. Er zat gewoon iets schattigs aan dat kleine glimlachje, oké, in een gezicht dat voor de rest verre van koddig was. Hard, eerder. Een aangezicht dat meer had gezien dan ze zou weten en toch nog ruimte over had voor een glimlachje naar haar. ‘Oké,’ knikte ze. Wat moest ze voor de rest zeggen? Hij was er nu niet en ze keek nog niet bepaald uit naar het uitvoeren van een experiment wat “toestemming vragen” precies inhield, dus wat haar betrof nam ze het gewoon van hem aan en bleef het allemaal daarbij. ‘Ik denk dat er dan heel veel vragen komen,’ merkte ze op toen hij voorstelde haar hier weg te krijgen. Vriendelijk bedoeld, dat wist ze wel, maar… wat zou ze dan tegen haar ouders zeggen? Hen had ze zo duidelijk teleurgesteld met haar jonge zwangerschap en met haar huwelijk in alle haast en spoed, zodanig dat ze het moeilijk vond om het te negeren. En dan nu naar ze toegaan? Zonder Hawk? Ze kon zich bijna niet voorstellen dat ze haar zelfs maar binnen zouden laten zonder een goede reden, laat staan laten blijven. De Dicksons waren immers haar familie nu. Of zoiets. ‘En ik zou echt niet weten wat ik dan moet zeggen.’ Ze trok een gezicht. Ze was nooit goed geweest in acteren, in een façade ophouden, en toch leek haar leven nu alleen maar op keer op keer haar intrinsieke oprechtheid te verbergen in de hoop dat ze niet opnieuw geraakt zou worden. Niet dat dat werkte. ‘Maar ik heb het hier tot nu toe ook wel overleefd, hoor.’ Het was hier koud en het voelde zo Hawk, maar als ze niet oplette, voelde alles als Hawk, of hij er nu was of niet, dus wat maakte dat zelfs uit? En omdat ze het niet kon laten, omdat ze wel kon proberen iemand anders te zijn, maar dat toch niet kon, flapte ze eruit: ‘Hoelang weet je het al van… hoe dit hier zit?’ Hij wist het, toch? Waarom had hij er dan in vredesnaam mee ingestemd hen aan elkaar uit te huwen?
  12. [1837/1838] And if there's one thing I don't believe in...

    Titiana wilde naar de universiteit gaan, ja, maar dat had minder te maken met hoe academisch ze was aangelegd (dat was ze niet) of hoe ze daar echt naartoe moest om haar dromen waar te maken (welke dromen precies?) of hoe haar ambitie haar niet zou toestaan om iets anders te doen (hm) en meer met het geromantiseerde beeld van het studentenleven ze in haar hoofd had. Maar… goh, voor ze getrouwd had, had ze er altijd naartoe gewild, een beetje een laatste uitspatting met een hele hoop nachten waar ze niet meer dan gigantisch veel spijt van zou hebben vóór het saaie, burgerlijke leven, maar oh, kijk eens, daar zat ze al lang en breed in. ‘Oh, dat gaat wel, hoor,’ antwoordde ze, want ze ging echt niet toegeven dat ze niet goed was in school. Nah. Ze wilde dat hij naar haar keek met enige bewondering, ze wilde dat hij geen spijt kon hebben van hun ontmoeting (van de omstandigheden spijt hebben mocht, maar al de rest? Echt niet), ze wilde dat hij verdomme naar haar keek met iets anders dan dat sprankeltje medelijden. Goed, ja, ze was heel zielig, ja, ja, alles kon beter, ja, ja, Hawk was geen cadeau, maar moest dit? Kon hij daar niet overheen kijken? Haar zien? Wie ze was? Hoe ze eruit zag? Kon ze niet meer zijn dan een gebroken vogeltje? ‘Ze zijn wat gemakkelijker dan die van vorig jaar,’ ging ze door, ‘maar dat was te verwachten, zeker? De examens van het zesde jaar zijn minder belangrijk.’ Ze trok een gezicht toen ze eraan dacht. ‘Verweer heeft nu wel zo’n nieuwe leraar die een supermoeilijk examen heeft opgesteld, dat was geen leuke verrassing.’ Maar ach, ach, ach, ze gaf niet om school. Maar Tarantula wel. Ah. Altijd zo lastig. ‘Van Hawk weet ik het eigenlijk niet zo goed,’ gaf ze maar toe. Dat zou hem meer boeien, niet? Was het slecht dat ze belangrijker voor hem wilde zijn dan zijn zoon? Was dat onredelijk? Was het erg dat ze zo graag zijn prioriteit wilde zijn? Ze wist best dat ze hem eigenlijk niet zo goed kende, dat ze een beeld van hem had en hem in haar hoofd meteen al geïdealiseerd had, een man zoals ze zouden moeten zijn, iemand die haar oprecht mogen kon, die haar nooit pijn zou doen, iemand die haar zou kunnen begeren zonder te vergeten dat zulke kwetsbaarheid een geschenk was. En toch. Ze kon het niet helpen. ‘Sorry voor… dát.’ Ze maakte een vaag gebaar. ‘Dat is niet de hele tijd zo, hoor. Met de examens zitten we gewoon een beetje op elkaars lip.’ Was ze niet goed in overal een excuus voor te verzinnen? Vond hij dat aantrekkelijk? Oh, ugh, dit gesprek ging ze echt niet volhouden.
  13. [1838/1839] And if you have a minute

    En poef, Hawk was er alweer vandoor, en waar Titiana er nooit zo om kon treuren als Hawk ervoor koos om weg te gaan, had ze wel graag geweten dat hij een feestje in hun appartement zou organiseren en voelde ze zich ergens schuldig tegenover haar schoonvader. Alsof ze dit schouwspel op de één of andere manier had moeten voorkomen. Een manier had moeten zoeken waarop Hawk niet zomaar alles deed wat hij wilde. Maar daar was ze zelf nooit zo goed in geweest, niet? Dat was meer Tarantula’s expertise. Zij zat er alleen maar bij, keek haar man na die haar – oké, hun – kind meenam. Nam maar een grote slok van de wijn die Tarantula haar ingeschonken had om de bitterheid weg te drinken en schudde ondertussen haar hoofd. ‘Ik had geen idee, nee.’ Anders had ze het wel gezegd, anders had ze wel gevraagd of het inderdaad op een andere dag kon, maar nee, ze had van niets geweten. Had dat wel gemoeten? Had ze oplettender moeten zijn? Nu nog ging ze Hawk het liefst uit de weg, eerlijk gezegd. Dat, en ook het algehele feit dat Titiana niet meteen de meest opmerkzame persoon ter wereld was. Goh. ‘Liever niet,’ zei ze, te snel om er nonchalant over te doen. Een feestje van Hawks hand missen was nu echt niet haar grootste nachtmerrie. Ze vertrouwde hem niet volledig met Lion, maar dat had meer te maken met het concept van Hawks bestaan dan met hoe hij echt met Lion omging. ‘Tussen ons gezegd en gezwegen, als hij het ineen kan flansen zonder dat ik iets van de voorbereidingen zie, is er vast niet veel aan.’ Kijk, dat was ook een schone manier om te zeggen dat het haar totaal ontgaan was. ‘En hij heeft vast míjn vriendinnen niet uitgenodigd.’ Zak. Niet dat ze dat ging nakijken. ‘Maar terug naar waarover we het hadden.’ Hm, misschien zou ze ooit leren om niet constant over hem te zeuren en daar dan weer snel overheen te praten in de hoop dat het Tarantula plots niet opgevallen was. Ze glimlachte zoetjes. ‘Ik wil nu het einde van je verhaal wel weten, hoor.’
  14. [1838/1839] The Golden Son

    Hm, Titiana had niet per se hoge verwachtingen gehad van haar liefste echtgenoot, zag hem grotendeels als compleet immoreel en voelde niet meteen de behoefte om daar iets aan te doen (nee, ze was niet lief, nee, ze deed haar best niet om hem met zachte hand de juiste kant op te leiden en nee, dat ze wist dat het een optie was, dat het wellicht beter zou werken dan haar tirannieke woede als een ongeleid projectiel zijn richting op te sturen, betekende niet dat ze zich eraan wilde wagen), maar dat zijn moeder het slachtoffer van de laatste tijd was, kwam ergens toch wel als een verrassing. Maar waarom zelfs? Had hij haar niet eerder aangehaald, immers, als de persoon die ze zou moeten zijn? Had ze niet altijd meer op haar schoonmoeder moeten lijken? Was zij niet zíjn idee geweest van de ideale vrouw? Goh. Hawks febbekakske zijn hielp ook voor geen meter. Moest ze het echt proberen? Hm. Nee, die gedachten kon ze beter nooit uitspreken. Een iets te moeilijk verhullen bewijs van wie ze werkelijk was. ‘Oh.’ Ergens wilde ze meer niet horen, ergens wilde ze uit een soort ziekelijk nieuwsgierigheid alles horen, vergelijken, weten wie er het ergst van afgekomen was, alsof het een competitie was, en ergens wilde ze hem overal van beschuldigen. Van haar persoonlijke verhaal, dat slagveld dat haar lichaam geworden was, vanaf het begin te weten en willens en wetens haar bij zijn zoon te zetten voor de rest van haar leven in de hoop dat ze de enige zou blijven. Van altijd geweten te hebben wie Hawk was en er gewoon niet genoeg om gegeven te hebben. Van dit te zien als de natuur en niet veel meer dan dat. Ze slikte die onverteerde razernij weg, teer als het nu nog was, en keek een beetje naar de grond. ‘Dat spijt me.’ Wat moest ze anders zeggen? Viel er iets te zeggen? In de lijnen van zijn (met enig schuldgevoel meermaals bestudeerde) gezicht kon ze niet lezen wat hij van haar zou willen. ‘Maar je zei dat hij het niet meer zou doen?’
  15. [1837/1838] And if there's one thing I don't believe in...

    Titiana keek Hawk na en voelde zichzelf bijna ongewild ontspannen. Niet volledig, Tarantula was er nog en waar ze hem aardig vond, waar ze zich gemakkelijker op haar plek voelde in zijn buurt, waar ze telkens ze hem zag hoopte op een betekenisvolle blik, was hij nog altijd een man en dat was… moeilijk. Stompzinnig, misschien. En toch. Maar ze glimlachte voorzichtig naar haar schoonvader, koppig, altijd koppig, en speelde een beetje met een lok van haar bruine haren. ‘Ach, ik had het wel kunnen weten…’ En hé! Nu wist ze in elk geval dat ze geen fragiele dingen in Hawks buurt moest hebben. Of spullen in het algemeen. Of zichzelf. Misschien moest ze eens voorstellen om aparte huizen te hebben. Daar zou hij vast niet tegen zijn, toch? Hij haatte haar toch. Niet dat hij daar enige reden toe had. Echt niet. ‘Waarvoor kwam u eigenlijk?’ Afgezien van een glas water. Of de ruzies van zijn zoon en schoondochter te aanschouwen. Ja, dat was ongetwijfeld zijn intentie geweest.
×