Jump to content

Titiana Dickson

Griffoendor Zevendejaars
  • Content count

    179
  • Joined

  • Last visited

  • Days Won

    4

Titiana Dickson last won the day on March 15 2018

Titiana Dickson had the most liked content!

About Titiana Dickson

Profile Fields

Recent Profile Visitors

494 profile views
  1. [1838/1839] And if you have a minute

    Ze glimlachte naar hem, stralend bij het compliment, en haast automatisch leunde ze wat meer naar hem. Ze had haar best gedaan, ja, en het was zo fijn dat hij het zag, dat hij het mooi vond, dat hij het zag en elke druppel aandacht wilde ze in zich opnemen, alsof ze anders sterven zou. Ergens was dat ook zo, ze voelde zich bijna herleven in Tarantula’s blik, waar ze enkel en alleen verwelkte bij Hawk. ‘Wat lief van je,’ zei ze zoetjes, compleet vergeten met wie ze überhaupt te maken had. Vervaagde grenzen, verwelkte meisjes, allemaal één pot nat. Ze zou haar haar vaker zo doen, schoot er door haar hoofd. ‘Ja? Betekent dat dat je bij de beste schouwers tout court hoort of dat je gewoon goed bent in noodgevallen?’ Was zij een noodgeval? Voor hem wilde ze er verdomme een zijn. Ze wilde dat hij het nodig vond, dat hij haar nú optilde en haar naar veiliger oorden bracht, een wereld zonder Hawk, een wereld waarin ze zich zichzelf voelde, een wereld waarin ze gelukkig was. Ze lachte zachtjes om zichzelf, om de dromen die nu op haar gelaat te lezen waren, om het beeld alleen al, om de wijn. ‘Wel, wat als ik dat wil?’ vroeg ze plagerig, of dat vertelde ze zichzelf maar, ‘je zegt het allemaal wel, maar ik heb het nog niet gezien, hoor.’
  2. [1837/1838] And if there's one thing I don't believe in...

    Oh, de regels breken was best leuk. Titiana vond zichzelf niet per se een rebel, ze was meer het type dat niet op de hoogte was dat de regels op haar van toepassing was (indien ze daarvan in kennis werd gesteld, vond ze dat meer diverterend dan informatief, sorry, hoor), maar ze wist over het algemeen wel wat ze waren. Er zat een moeilijk uit te leggen amusement aan nonchalant over de grenzen heen stappen, jan en alleman in de ogen kijkend, uitdagend, wetend dat ze je gedrag konden afkeuren zoveel ze wilden, maar er verdomme niets aan zouden doen. Het was grappig hoezeer mensen er wel niet van overtuigd waren dat ze allemaal beter wisten hoe ze zich moest gedragen, maar als puntje bij paaltje kwam, stond niemand haar een strobreed in de weg. Tarantula Dickson was precies het type van wie ze verwacht had dat die haar wel in de weg zou staan. Maar dat deed hij niet. Ergens maakte het dat zíj hem niet loslaten kon. Alsof ze hem wilde uitdagen tot hij er iets aan deed. Alsof ze wilde kijken hoe ver ze kon gaan. En tegelijkertijd wilde ze dat laisser-faire nooit laten gaan, had ze zich er al lang en breed in genesteld dat ze zich dakloos zou voelen zonder die vaderlijke hand boven het hoofd. ‘Jawel,’ zei ze. ‘Mijn familie is niet zo… dol op Engeland.’ Ze lachte een beetje. ‘Te veel regen.’ Er waren wel magische resorts in Engeland die het leed een beetje konden verzachten en daar bevond haar moeder zich een groot deel van het jaar, maar ah, het was niet hetzelfde, toch? Of zoiets. Nee, de Dicksons leken voor geen meter op haar familie, maar goed, haar achternaam had haar al even geleden verraden, dus ze zou het ermee moeten doen. ‘Maar de Dicksons zijn hier dus niet weg te slaan?’ Help. ‘Hebt u nooit de wereld willen zien?’ vroeg ze nieuwsgierig. Zijzelf… niet per se. Ze wilde gewoon niet hier zijn. Maar wel met hem. Hm. Dat idee duwde ze netjes naar een ongebruikte hoek van haar hersenen.
  3. [1838/1839] Let's play

    Goh, voegde Titiana niets toe aan deze wereld? Geen zorgen, liefste Tabitha, zelfs übergeweldige Titiana had dagen waarop ze aan zichzelf twijfelde, aan haar existentiële nut op deze tergend trage ronddraaiende aardbol, maar het probleem was een klein beetje dat ze bakken vol zelfvertrouwen kreeg van ruziemaken met de Tabitha’s van deze wereld. Er vloeide een opbloeiende woede doorheen haar aderen, kokende razernij, de karkassen van innerlijke vrede als specerijen voor het mengsel binnenin, en elke kras die Tabitha probeerde te maken, liet die alleen maar rijkelijk vloeien. Titiana werd sterk van woede. Onbreekbaar. ‘Oh, nee, ik ben niet altijd zo chagrijnig,’ gaf ze mee, luchtiger dan ze zich voelde. ‘Eigenlijk vooral als jij in mijn zon komt staan.’ Ze schopte zo elegant als ze kon tegen Tabitha’s been. ‘Ga ergens anders proberen om intimiderend over te komen, liefje. Misschien dat die daar,’ ze knikte met haar hoofd naar een bankje waarop een koppel klef zat te wezen, ‘zich meer laten doen.’ Meer omdat Titiana niet wist wat stoppen was dan omdat het echt noodzakelijk was blies ze Tabitha een luchtkusje, ondanks het kinderachtige karakter van die actie. ‘Ik voeg een hoop meer toe dan jij, maar dat weet je zelf ook wel, niet?’
  4. Sociale Kalender - ZW

    Naam feest/evenement: Hawks verjaardagsfeest! Wat is het? Een verjaardagsfeest voor Hawk, maar dan beter. Organisator: Titiana, want Titiana is de beste vrouw ter wereld Uitgenodigden: Adore Appleby Andromache Moyle Ant Dickson Aviana Fox Austin Davidson Blanche Ingram (+ Noah Azarola als het echt moet) Butterfly Dickson Chase Bennett & Claude Bennett Empress Astra Fanny Dickson Henry Paget Richard Ingram Sara Saint (+ Ayden March als ze wil) Waar: Het Boothuis, aan het meer van Zweinstein Wanneer: 7 december 1838, ‘s avonds Gespeeld? Nah
  5. [1838/1839] And if you have a minute

    Ah, Titiana was wel het type om stiekem te wensen dat hij wel altijd onmiddellijk zou reageren. Ze wilde graag iemands prioriteit zijn, ze wilde graag merken hoe belangrijk ze was voor mensen, ze wilde nog liever merken dat ze belangrijker was dan een ander. Ergens wist ze wel dat dat wat Tarantula betrof een slechte wens was – hij was getrouwd, hij had kinderen, een kleinkind, per definitie kon ze niet de belangrijkste persoon zijn in zijn leven – maar ze wilde het wel. Ze kon het laten sudderen in hoopvolle blikken, in een tel te lang naar zijn lippen te kijken, in naar voren leunen, zich te verdrinken in zijn compliment, met grote ogen, haast smekend om meer. Maar ergens deed ze dat altijd. En hij gaf nooit meer. Soms haatte ze hem erom. Haatte ze hoezeer ze hem nodig had, hoezeer ze zich hechtte aan al zijn woorden, al zijn daden, hoezeer ze aan hem hing alsof ze in de ravijn die Hawk speciaal voor haar gegraven had zou vallen zodra hij haar ook maar een klein beetje loslaten zou. ‘Vind je dat echt?’ Meer, meer, meer, ze wilde meer horen, elk woord dat ze krijgen kon, hopeloos op zoek naar iets dat betekenen kon dat hij om haar gaf. ‘Bedankt,’ antwoordde ze, stralend bij zijn complimentje, hoe nietszeggend het ook was. Gewoon. Alles betekende zoveel uit zijn mond. ‘Oh, ik zou niet durven vragen dat je voor mij wegrent van alle brandende gebouwen, hoor.’ Maar ze wilde het wel. ‘Daarna kan ook altijd.’ Ze zag hem niet genoeg. Vond hij van wel? Kon hij sneller genoeg van haar krijgen dan zij van hem? Ze wist niet hoe ze daarmee om moest gaan. ‘Komt het zo vaak voor dat je iemand moet redden uit een brand?’ vroeg ze nieuwsgierig, een slok nemend van de wijn om het gal dat immer aanwezig was in haar vileine strot zodra ze merkte dat ze niet prioritair was, weg te spoelen, en zonder erover na te denken giechelde ze om zichzelf. ‘Ik wil ook weleens gered worden.’ Want zij stond ook in brand. Zowel op de clichématige manier als in de zin dat Titiana het type was dat ooit haar huid eraf zou branden om zich nog enigszins van zichzelf te voelen.
  6. [1838/1839] Let's play

    Nah, Titiana was ook geen schools persoon, maar wat maakte het uit? Haar punten determineerden haar intellect niet per se. Haar koppige neiging om vooral niet Tabitha Fox te zijn, deed dat wél en wat dat betrof stak ze ver genoeg boven de verwachtingen uit dat ze zich absoluut nergens zorgen over hoefde te maken. Kom op! Tabitha zou Hawk zelfs nog mogen, puur om het feit dat Hawk iets positiefs kon brommen over enig welk lichaamsdeel waar zijn lompe ogen op waren gevallen en dat het liefste was wat er die week tegen haar gezegd zou worden. Moest Titty zich echt bezighouden met dat type triest? Ze keek eens om zich heen. ‘Hm, nee, ik denk dat de wereld alleen maar mooier is geworden sinds ik hier zit,’ kaatste ze hautain terug. Hal-lo! Ja, het was puur het klein beetje rede dat ze nog bezat dat haar eraan deed denken dat haar lichaam dat van haar was en dat de hand op haar knie die van zichzelf was en dat ze niet in gevaar was! Ja, het was gemakkelijk om van zichzelf te walgen! Maar nee, ze was niet lelijk en ja, sorry, hoor, zodra Tabitha Fox kut ging doen, kreeg ze meteen een hogere dunk van zichzelf, puur omdat ze beter wás dan dat kind! ‘Oh, ben je nu ook alweer blind?’ Ze klakte met haar tong. ‘Arm kind, toch. Zullen we een oogtest doen?’ Ze glimlachte zoetjes. ‘Zie je dit bankje? Dat is jouw plek niet. Zie je de schaduwen daar? Daar hoor je wel. Nog vragen?’
  7. 6 oktober 1838 Titiana had het even aangezien, een maandje, was er vanuit gegaan dat liefdesdrank of drugs of wat het dan ook was dat voor deze situatie had gezorgd op een gegeven moment wel moesten uitwerken, maar nee, dat circus bleef maar duren en nu, nu was het tijd dat Titiana Blanche Ingram uithoorde over waar ze haar verstand had gelaten. Ja, ja, Noah Azarola was niet meer zo arm als hij altijd was geweest, maar kom op, ten eerste bleef het Noah, ten tweede zat hij nog altijd een rolstoel en ten derde had hij nog minder hersenen dan Blanche op het moment scheen te hebben. Nu ja. Misschien was zoiets besmettelijk. Je wist het maar nooit. Met zwierige tred was ze ostentatief de leerlingenkamer van Griffoendor binnengekomen om Blanche te komen confronteren. Ze vond haar ergens op een zeteltje en zonder op enige uitnodiging te wachten gebaarde ze dat haar andere vriendin weg moest, nú, en zette ze zich parmantig op de nu vrijgekomen zitplek. ‘Blanche, lieverd, wij moeten dringend praten,’ introduceerde ze haar reden van komst liefjes. Haar stem klonk wel vaker mierzoet, alsof ze een volle suikerpot over haar hele timbre had uitgestrooid, in honing had gedanst tot het overal plakte, maar zelden meende ze het werkelijk. Nu ook niet, eerlijk gezegd. Maar maakte dat uit? Blanche was bezig met vreselijke beslissingen maken en als een goede vriendin was het aan haar om er het fijne van te weten. Even tuurde ze in Blanches gezicht, op zoek naar sporen dat ze hiertoe gedwongen werd, maar die vond ze niet, zoals dat in se in niemands gezicht te zien was. Zelfs als het zo was, zou ze het verbergen, nam ze aan. Kwade dingen werden nooit in het zonlicht gedragen. ‘Weet je wat ik gehoord heb?’ Al eeuwen geleden, hoor. Titiana was goed in elke roddel als eerste horen. ‘Dat jíj en Noah Azarola iets hebben.’ Ze tikte met haar nagels op de dankzij de griffoendorse voorzichtigheid bekraste houten leuning van de zetel. ‘Dat kan niet waar zijn, toch? Wie zou zo’n vreselijke roddel nu verspreiden?’ Vast de persoon die hem had zien zoenen in een gang. Serieus, Blanche, hoe laag kon je zakken? OOC: Privé met Irene! <3
  8. [1837/1838] And if there's one thing I don't believe in...

    Dicksons waren… raar. Wie ging er nu niet op vakantie? Nu ja, arme mensen zeker, maar Titiana was slecht in arme mensen te rekenen tot mensen met wie ze werkelijk rekening diende te houden. Ze bestonden, dat wist ze, armoede was een vreselijk iets, dat wist ze ook, maar verder? Nah. Ze dacht er niet over na, nooit, had eigenlijk nooit wat in vraag moeten stellen wat haar wereldbeeld betrof, tot ze hier kwam en ze alles anders deden dan ze gewend was. Niet eens omdat ze niet kónden, ze zouden prima alles kunnen doen wat Titiana altijd gedaan had, gewoon omdat ze… niet wilden. Of zoiets. Ze werkte de ongelovige blik uit haar ogen die er even, heel even in geflitst had en toverde een glimlachje op haar gezicht, beleefd. Nietszeggend, weliswaar, maar als er iets was dat Titiana geleerd had in haar jeugd, was het hoe ze iemand moest zijn met wie mensen konden omgaan. En dat was ze niet altijd, maar dat maakte niet uit. Wel bij de juiste mensen. En ze wist precies wie dat waren. ‘Oh, nee, jullie hoeven niets anders te doen dan gewoon, hoor,’ antwoordde ze luchtig. ‘Mijn familie bezoekt mijn grootouders in Frankrijk alleen maar elk jaar, maar als jullie geen plannen hebben, kan ik vast gewoon mee.’ Kijk, dat ging nog wel, de familievakantie vast niet meer — dat hoorde niet bij iemands echtgenote, iets in die aard, ze was nu een Dickson en geen Guyette meer, blablabla, al die onzin van haar moeder die ze meer en meer begon te haten. Ja, dat was slecht. Maar zo veel was slecht. ‘Ik vroeg het me gewoon af.’ De volgende keer liet ze zichzelf bezwangeren door iemand met decadentere gewoontes. Nee, dat was een grapje. Dacht ze. ‘Bent u Groot-Brittannië dan eigenlijk ooit uitgeweest?’
  9. [1838/1839] And if you have a minute

    ‘Echt elke dag hetzelfde?’ vroeg Titiana, verbaasd, al vroeg ze zich tegelijkertijd af waarom ze zo verrast was. Zo onderhand had ze wel door dat de familie Dickson interessante ideeën had over hoe de wereld werkte, ideeën waarvan Titiana heimelijk dacht dat ze er nooit aan zou kunnen wennen. Waarom zou je elke dag hetzelfde eten? Waarom zou je nooit op vakantie gaan? Waarom zou je jezelf laten identificeren door het idee van zwakte te proberen vermijden? Waarom zou je elk comfort aan je voorbij laten gaan? La vita è bella, maar niet als je er alles aan deed om het toch maar zo grauw als mogelijk te maken. Ze snapte dat niet aan Tarantula. Wilde dat ook niet echt. Wilde hem vooral introduceren tot haar visie en wilde dat hij haar meenam naar alle geneugten van het leven. Tot nu toe stond die missie op de wachtlijst. Hij was niet de gemakkelijkste, oké. ‘Ik denk dat een jaar te jong is, zou dat niet? Maar ik kan er weleens achter horen, wie weet…’ Meerdere kinderen was de gemakkelijkste manier om gezelschap voor Lion te vinden, ja, maar Titiana zag het nog niet echt zitten om Hawk te vragen om zich daar werkelijk op te richten (plus, zwanger zijn was vreselijk, nooit meer als het even kon) en dus, dus zou ze wel alle hoop vestigen op een speelzaal. Dat klonk op zich nog wel goed. Misschien dat ze daar andere jonge moeders tegenkwam en niet zo vastzat aan alle mensen op Zweinstein die het maar raar vonden, Titiana met een kind, en er niets van begrepen. ‘Oh, ik zorg wel voor mezelf, hoor,’ antwoordde ze. Hawk beledigen was self care, toch? ‘In de tijd die overschiet tenminste.’ Ze lachte zachtjes. ‘Maar bon, als Lion wat ouder is, komt er vast wat meer tijd vrij, en tegen dan ben ik ook afgestudeerd, dus nu zijn het de zware loodjes, geloof ik.’ Best typisch, alles tegelijkertijd. ‘Hé, ik moet jou vast niet voor elk akkefietje lastigvallen, toch? Straks raken er geen mensenlevens gered omdat Lion niet naar me luistert als ik zeg dat hij iets niet in zijn mond moet stoppen!’
  10. [1838/1839] The Golden Son

    Moest dit? Ja, ergens was het fijn dat er iemand naar haar keek, echt keek, erkende dat ze een aantal excuses krijgen moest, maar tegelijkertijd haatte ze het. Voelde ze zich een arm, klein ding dat hij helpen moest. Een slachtoffer, niets anders dan dat. Het was ongemakkelijk en vervelend en ze wist nu al dat het hem niet uitmaakte wie zíj was, niet echt, het boeide hem alleen maar dat ze het eerste meisje was geweest waar Hawk zijn klauwen in had gestoken en dat hij het zielig vond dat hij dat niet voorkomen had. En misschien moest ze daar niet boos op zijn, was dat alleen maar zo normaal als maar kon zijn, maar verdomme, ze wilde dat hij haar zag als méér dan dat. Waarom was dat zoveel gevraagd? ‘Er valt nu niets meer aan te doen,’ zei ze. bruusk, terwijl ze zich afvroeg of Tarantula zou gaan klikken als ze haar verstopte voorraadje drank sommeerde om dit gesprek door te komen en straks überhaupt te kunnen slapen. Hmm. Vast. Hij was het type nobel dat niets kon hebben. Met haar bleef praten omdat hij vergiffenis wilde. Het beter wilde maken. En zij was het type dat met hem bleef praten omdat ze hield van zijn aandacht, van verzorgd worden en omdat hij geen opmerking maakte over haar blikken naar zijn zuidelijke windstreken. ‘Jij hebt niets gedaan, oké? Als mijn ouders zich erbuiten hadden gehouden, had ik hier niet gezeten, er zijn zo veel mensen om de schuld aan te geven — moet ik ze echt afgaan om te zien wie ik zoal moet vergeven?’ Kom op. ‘Ik wil hier niet meer over praten,’ besloot ze, nog abrupter dan eerder. ‘Kan ik nog iets voor je betekenen?’
  11. [1838/1839]Als het schoolhoofd dronken is kunnen wij dat ook

    ‘BLANCHE!’ riep Titiana vrolijk uit toen ze iets te laat om het begin van het feest mee te maken de coupé kwam binnenstormen. Eerst had ze boos moeten zijn op Hawk, oké, was haar schuld niet, dan moest hij maar minder… ehhh, hem zijn, maar gelukkig, gelukkig was ze hier en beter had ze het beste cadeau van allemaal voor haar lieftallige vriendin uitgezocht. In haar stormloop duwde ze Tabitha uit de weg, maar kom op, ze kwam vast op iemands schoot terecht en dat vond mejuffrouwtje vast niet zo erg. Titiana had gewoon genoeg mensenkennis om precies te weten waar mensen hoorden. Een glas champagne was ook zoiets dat bij haar hoorde en dus arrangeerde ze dat snel, voor ze hartelijk haar cadeau in Blanches handen drukte, een veel te dure tas die ze net op tijd gevonden had. Ze kon veel klagen over het leven bij de Dicksons, maar schoonvaderlijk schuldgevoel zorgde voor een goed gevulde portemonnee en het was nu niet alsof Hawk daarmee aan de haal zou gaan. Het enige lastige was dat ze het ergens moest leggen waar Lion er niet op kon zabberen, maar ah, moederlijke instincten begonnen zo langzaamaan tot ontwikkeling te komen. Ja, nu pas. Laat haar. ‘Gefeliciteerd! Je ziet er prachtig uit!’ Als ze dat niet had gedaan, had Titiana alweer rechtsomkeert gemaakt, want ew, maar soms moest je nu eenmaal zulke dingen benadrukken. ‘Echt de hele trein heeft het over dit feestje,’ gniffelde ze. ‘Heb je gezien dat er een paar mensen zitten te luistervinken van buitenaf?’
  12. [1838/1839] Let's play

    Titiana kon Tabitha níét waarderen, laten we dat als eerste uit de weg ruimen. Tabitha had niets wat Titiana zelf niet had, had haar niets te bieden dat zou maken dat ze poeslief naar haar zou glimlachen als ze weer eens iets nodig had, had geen status waar ze jaloers of was of overige relaties die ze voor zichzelf wilde, dus wat haar betrof was Tabitha een stuk vuil dat spreken kon. Ze was niet de enige, hoor, er bestond een hele categorie van dat type mensen, maar jammer genoeg behoorde Tabitha Fox ook nog eens tot de subcategorie van mensen die dachten dat ze tegen haar mochten spreken. Verveeld keek ze op van haar lectuur. ‘Oh, lieverd! Heb je het niet gehoord dan? Oh, wacht, je had het vast te druk met vermeden te worden door iedereen op school om op de hoogte te zijn…’ Oké, niet door iedereen. Puberale erecties vonden een thuis bij Tabitha Fox, wat leuk voor d’r, maar ah, jongens waren te dom om belangrijke mededelingen te doen, dus daar had ze ook weinig aan. ‘Maar er is een studie gedaan die heeft bepaald dat het een gevaar voor de samenleving is als jij te vaak in het licht komt.’ Met haar voet duwde ze wat tegen Tabitha’s been aan, als aansporing om zich terug op te houden in de schaduwen. ‘Heb je het niet gelezen?’
  13. [1838/1839] And if you have a minute

    Ze lachte. Toen Hawk er nog bij was geweest, was het lastiger geweest, meer zoeken naar een balans voor de koetjes en kalfjes terwijl ze er iets, iets te zeer van bewust was hoe de onderlinge verhoudingen in elkaar zaten. Iets te bewust van haar neiging zich naar Tarantula te draaien, weg van Hawk, iets te bewust van haar walging zodra ze zijn warme handen voelde en iets te bewust van haar verlangen juist die te voelen als ze van Tarantula waren. Ah. Nu ja. Hawk was weg nu, Tarantula had zijn hand op de hare gelegd en ze kon het niet helpen om er een blik op te werpen, verwonderd, voor hij die alweer terugnam. Veel te vroeg, als je het haar vroeg, maar dat was wellicht niet iets waar ze zelf veel over te zeggen had. ‘Wel, welke kaas past er goed bij deze wijn?’ informeerde ze, luchtig, vlak vooraleer ze een ostentatief slokje nam van de wijn waarvoor hij determineren moest. Het maakte haar niet uit, eerlijk gezegd, maar ze wilde het gesprek wel gaande houden, wilde dat hij haar kende als een goede gesprekspartner, iemand met wie hij wílde praten. Gewoon. Ze wilde dat hij haar kende op een andere manier dan simpelweg de vrouw van zijn zoon die waarschijnlijk niet met hem had moeten trouwen. Ze wilde bekeken worden met iets anders dan dat schuldgevoel dat ze te vaak ontwaren kon. ‘Dat hoop ik dan maar,’ zei ze. Ze wist niet goed wat Lion leuk vond. Ja, hij leek enthousiast om naar dieren te waggelen, ook al greep ze hem dikwijls vast vooraleer hij het fantastische idee had om zijn kleine vingertjes in een bek van het een of ander te proppen, wie weet wat ze daar allemaal verkeerd mee deed, maar… was dat echt een duidelijk teken van zijn interesses? Of vond hij het gewoon leuk omdat ze er naar zijn idee gek uitzagen, omdat ze nieuw waren, zoals haar schoonvader aanhaalde? Of wat? Ze kende weinig van baby’s. Kende alleen Lion maar. Wat haar betrof mocht het daar ook bij blijven. ‘Ik denk dat dat gemakkelijker wordt eenmaal hij echt vriendjes begint te maken en zo, maar dat is eigenlijk helemaal niet zo simpel. Er zijn niet zo veel kinderen van zijn leeftijd op Zweinstein…’ Die van professor Priest was er wel, maar dat mens moest ze niet hebben, dus ew, dat kind was vast ook vreselijk. ‘Heb jij daar eigenlijk veel mee gedaan indertijd?’ Misschien moest ze eens vragen of hij Lion vaker wou zien. Als grootvader en al die onzin. En dan kon ze vast verzwijgen dat zíj hém gewoon vaker wilde zien. Alleen. Gewoon.
  14. [1837/1838] And if there's one thing I don't believe in...

    Oké, hij bedoelde het goed, lief, eenvoudigweg behulpzaam, maar man, was het gemakkelijk om zo snel als maar kon zijn de fantasieën in haar hoofd te laten dwalen naar alle bijlessen te laten gaan die de revue zouden kunnen passeren. Ze wilde, wilde zo graag dat er iets gebeuren zou, maar ah, hij bedoelde het niet meer dan simpelweg hulpvaardig. Er zou niets gebeuren, dat snapte ze zelf ook heus wel — hij was getrouwd, het type keurig, nobel dat overspel als een doodzonde zag — maar… alsjeblieft? Als ze iets meer haar best deed om er goed uit te zien in zijn buurt? Iets lager uitgesneden kledij droeg? Wat dan ook? Ze glimlachte naar hem, echter, liefjes. Keurig. Alsof ze niet een tel te lang naar zijn lippen keek, en het inwendig verantwoordde met dat hij nu eenmaal een heel aantal koppen groter was dan zij. Haar schuld niet. Het was haar schuld nooit. Zij kon er niets aan doen dat haar ogen altijd verdwaalden als hij in de buurt kwam, het was haar schuld niet dat mensen haar niet aardig vonden als ze zichzelf was, het was haar schuld niet dat Hawk haar zo kut vond en het was al helemaal haar schuld niet dat haar leven was zoals het was. Zij was gewoon het koppigste stuk drijfhout van een ter zielen gegaan schip. Niet meer. Niet minder. Einde verhaal. ‘Dat zou wel handig zijn, denk ik…’ Ze trok een gezicht. ‘Het is niet dat ik er echt niets van kan of zo — in de vorige jaren was ik er altijd best goed in — maar nu… Die nieuwe professor is echt gestoord met wat hij allemaal verwacht.’ En oeps, het was het schoolhoofd nu. Dan raakte ze er niet rap vanaf, hè? Ach. ‘Hij draait wel bij…’ Ha. Nee. En zelfs als dat het geval was, gaf ze hem geen kans. Ze speelde een beetje met een lok van haar bruine haar. ‘Hebben jullie eigenlijk plannen voor de vakantie? Ik heb er nog niets over gehoord bij Hawk…’ En naar huis kon ze niet, want haar ouders waren weg en hoefden haar er niet bij. Goh. De lieveling zijn stopte zo ongeveer wanneer je bewees dat je niet alles juist deed. Maar dat was haar schuld verdomme niet.
  15. [1838/1839] The Golden Son

    Nieuwe meubelen, echt? Aan de ene kant was Titiana materialistisch genoeg dat nieuwe spullen kopen effectief enig geluk bracht. Er was iets… geruststellends aan, iets van autonomie, iets van haar eigen leven in handen nemen en dat allemaal op háár manier. Zo had ze het altijd gedaan, niet? En nu deed ze het nog altijd en dat kon niemand haar afnemen en al die blabla waar ze het merendeel van de tijd niet meer in geloofde. Geen zorgen, ze spendeerde nog altijd meer dan genoeg geld aan nieuwe aankopen, maar… ja, aan de andere kant moest ze er ook wel altijd rekening mee houden dat het sneller dan verwacht stuk kon gaan. Toevallig. Hij had niet opgelet. Of hij wist tout court al niet waar ze het over had. Waarom moest ze altijd zo kut doen? Kon ze niet gewoon een goede vrouw zijn? Van hem houden? Haar benen spreiden, hier en nu? Of nee, haar mond eerst, op de knieën, schat. ‘Tussen ons gezegd en gezwegen, ik denk niet dat die meubelen het lang zouden uithouden.’ Hij kon haar niet écht wegkrijgen bij Hawk, toch? Geen van hen had zin in de vragen die het zou oproepen. Dus. Ja. Titiana keek abrupt weg zodra Tarantula toegaf dat hij niet helemaal uit de lucht kwam vallen. Ze wist dat ze het hem niet helemaal kwalijk kon nemen, dat hij het ook liever anders had gezien, maar… verdomme, het schuldgevoel van de buitenstaander was een privilege waarnaar ze verlangde. Hij had niet geweten dat het zo erg was… Ja, oké, dat had hij alleen maar aan haar moeten vragen, hoor, ze had best antwoord willen geven. ‘Oké,’ mompelde ze, niet goed wetende wat ze hierop moest zeggen. Aan de ene kant wilde ze tegen hem uitvliegen, iets gillen over hoe hij het inderdaad beter had moeten doen, krijsen over dat hij eerder zijn maatregelen had moeten nemen als het blijkbaar niet eens zo veel moeite kostte om dat te doen in plaats van haar als een geschikte barrière te zien tussen Hawks lusten en de wereld. Aan de andere kant… aan de andere kant had ze daar ook de energie niet meer voor. Altijd bang zijn vrat aan de energiereserves die ze nog over had. ‘Iedereen maakt fouten, zeker?’ voegde ze toe, iets te scherp. ‘Ik zal mijn best maar doen om het niet door te geven aan Lion.’ Hupsakee, daar was die tweede kans.
×