Jump to content

Richard Ingram

Zwadderich Zesdejaars
  • Content count

    59
  • Joined

  • Last visited

  • Days Won

    1

Richard Ingram last won the day on November 28 2017

Richard Ingram had the most liked content!

About Richard Ingram

Profile Fields

Recent Profile Visitors

326 profile views
  1. [1837/1838] Do we ever grow

    Richard deed heel graag alsof hij ontzettend onafhankelijk was en alles, maar… ja, dat was niet zo, hij zocht constant naar advies, naar iemand met een meer standvastige mening dan hij, die enkel en alleen de kudde volgde en er alleen maar zelfstandig uitzag omdat hij net een tragere tred had dan zijn peers (ik kom niet op een goede vertaling, dus deze post is nu maar tweetalig, driemaal hoezee) en net te snel was om ook echt als een sloom geval aanzien te worden. Maar hé, gelukkig zei zijn nonkel daar niets over en kon hij zonder er nog een verder woord aan vuil te maken (nu ja, een nietszeggende “ah”, maar telde dat zelfs als woord…) hetzelfde nemen en doen alsof hij een mening had over whiskey en hij het gewoon puur toevallig eens was met Leon. Het was verbazingwekkend hoe weinig mensen doorvroegen als je het gewoon eens met ze was, mits je zo nu en dan eens er een oh, nee, dat vind ik niet tussendraaide, voor de variatie. ‘Dat hebben we al gedaan,’ gaf hij maar toe. Leon ging niet moeilijk doen bij de overige volwassenen daarover, toch? Zijn vader werd altijd razend als er iemand aan zijn persoonlijke spullen kwam – en ja, Richard wist dat goed genoeg. Het had hem nooit tegengehouden, nooit echt, niet als nieuwsgierig kind en niet als koppige jongere met een drang halsstarriger dan zijn verstand. ‘En met een beetje geluk,’ a.k.a. Leon die zich bewees als bondgenoot tegen de Saaie Volwassenen™, ‘komen we er nog mee weg ook.’ Ooit wordt het literaire kunst om smileys in posts te gebruiken en kan ik hier de oogjes plaatsen – P&P goes dadaism, en ja, sorry, deze post komt niet meer goed. ‘Ik had gedacht dat het meer zou opvallen.’
  2. [1837/1838] Do we ever grow

    Het was niet zo dat Richard geen sociale vaardigheden had (nee, echt waar), het was ook niet zo dat Richard elk lid van zijn familie haatte alsof hij niets anders te doen had in zijn leven, het was voornamelijk zo dat iets aan familiefeestjes hem over het algemeen in een hoek dreef of hem achter een neef of nicht die hij tof vond aan liet zweven tot het gedaan was en hij niet meer hoefde op te draven voor in honing gedraaide preken. Misschien was dat niet meer en niet minder dan een persoonlijke mening, gevormd door niets anders dan aannames en verkeerd begrepen voorvallen, maar het was er. En het ging niet weg, niet gemakkelijk, in ieder geval, en Richard hield niet van de discipline aanhouden om moeilijke dingen te doen. In zijn hoofd kon hij de preek daarover al horen. Ledigheid is des duivels oorkussen, Richard. Maar nu vroeg nonkel Leon zijn aandacht en dus liet hij zijn neef alleen voortgaan. Als Leon de kwestieuze preek ging geven, wist hij heus wel zijn neven terug te vinden – maar eerst, eerst moest hij wat met zijn nonkel gaan drinken en op zich was dat nog wel een charmant vooruitzicht. Hij kende zijn nonkel niet geweldig goed, eerlijk gezegd, maar Richard kende weinig mensen goed en dat hield hem toch niet tegen. Had je nog het punt van keuzes maken. Eh. ‘Wat heb jij?’ vroeg hij, naar het glas knikkend in zijn hand, in de volle verwachting dat hij de copycat kon uithangen zonder dat zijn teerbeminde nonkel hem tegenhouden zou. ‘Geen zin om bij de rest te staan?’
  3. Ain't it funny what you'll do 26 december 1837 De kerstvakantie was, heel eerlijk, niet zo bijzonder geweldig dit jaar. De vakantie was begonnen met een ouderlijke preek, over zijn gebrek aan goede punten de laatste tijd op Zweinstein. Toen hij geprotesteerd had over dat het heus wel meeviel, dat ze zich vastpinden op het voorspellend rekenen dat gewoon onmogelijk was geweest het afgelopen trimester, was het alleen maar erger geworden. Hij vergat niet vaak dat zijn leven gemakkelijker was als hij gewoon driemaal mea culpa sloeg, maar de keren dat hij dat wel deed… God, het was in elk geval een goed voorbeeld om het nooit meer te vergeten. En ook een goede reden om, naar het schijnt, geheel tegen zijn zin een handboek Voorspellend Rekenen voor kerst te krijgen met de boodschap dat hij het nu maar eens fatsoenlijk moest leren. Of anders. Voor Claude was het niet veel beter geweest, al had hij er niet helemaal uitgekregen waar het precies over was gegaan. Hij had gewoon een hoop geschreeuw, het merendeel van zijn vader, gehoord en was haar uiteindelijk naar haar kamer gevolgd, zonder een echt plan of idee om de kutste kerstvakantie ooit op te lossen, alleen met goede bedoelingen en niet veel meer dan dat. En uiteindelijk was er ook een plan uit voortgekomen, echter. Niet goed uitgedacht, meer gedroomd dan gepland, het enige wat vastlag, was de preek en de straf achteraf, maar nu hij hier stond, op Spaanse bodem en met zijn jongere zus naast hem, kon hij eigenlijk alleen maar grijnzen. Het voelde góéd om weg te zijn, om die familiale verplichtingen te laten zijn voor wat ze waren en dat handboek op zijn kamer te laten liggen en om Aviana op hem te laten wachten. Als hij zich niet zo opgesloten zou voelen, de laatste tijd, zou hij zich er schuldig over voelen, wellicht, maar hij werd het zo beu dat hij een rol toegewezen had gekregen en hij zich er beter kon inleven dan hij aan zichzelf wilde toegeven en dat dat het enige was wat het meisje van wie hij een beetje, een klein beetje hield, over hem dacht, en dus was zelfs haar achterlaten in Engeland met dat grillige weer even een bevrijding. Dat was vast slecht van hem. Maar hé, ze was vast niets anders van hem gewend. Maar kijk, op het moment hoefde dat vast niet uit te maken, want het voordeel van ertussenuit knijpen was dat je nergens aan hoefde te denken. ‘Die receptionist zei dat die magische muurschilderingen wel de moeite zijn,’ zei hij, zijn schouders ophalend. ‘Ik heb er eigenlijk echt niet aan gedacht om te bedenken wat we hier konden doen, dus… dat dan maar?’ Hij had gewoon weggewild. En in tegenstelling tot al de rest kon hij dát wel goed. OOC: Privé met Lily! <3
  4. [1837] OMG did you hear about...

    Aviana had een hele bom aan informatie aan een stuk door gerateld en voor Richard iets kon tegensputteren, was ze alweer weg en dus staarde hij haar na, verbaasd en niet helemaal zeker van wat er nu precies gebeurd was. Claude? Met Emile? En Chase ging nu scheiden na al die moeite gedaan te hebben om überhaupt met haar te trouwen? Kijk, hij was niet dol op Chase, vond hem nogal irritant en zou het niet erg vinden als dat plots zijn schoonbroer niet meer was, maar wat. Hij was er vrij zeker van dat zijn ouders vrij boos zouden worden, dus uh. Help. En dus ging hij op zoek naar zijn zus, maar die kon hij niet vinden en dus hield hij Elise Stonetree tegen. ‘Zeg eens, heb jij Claude gezien? Aviana kwam zonet een heel verhaal vertellen, ze is zwanger van die Franse student of zo? En Chase wil scheiden en haar toekomst is naar de maan of zo, onze ouders zijn vast ziekboos en Chase is vast nog erger – voor die wil scheiden… Misschien was dit al heel lang aan de gang of zo. Maar heb jij haar gezien? Nee? Oké, dan, dag, stuur haar naar mij als je d’r ziet!’
  5. [1836/1837] LET'S HAVE FUN with being blackmailed I guess

    Richard wilde heel graag volgen in wat Aviana hem zoal vertelde, maar eerlijk gezegd was hij niet helemaal mee. Lag aan hem, hoor, hij was gewoon geen verhalenteller, zag het onderscheid dat ze probeerde te omschrijven niets als iets significants, maar op zich was dat ook niet relevant. Ze vroeg niet of hij het begreep – ze vroeg alleen hoe het was om alleen te zijn, soms, om toe te geven aan de introverte aard van je ziel en ergens, ergens vroeg hij zich af waar ze het in vredesnaam opgepikt had om te vragen naar hoe iets was in plaats van het zelf te gaan proberen. Hij wist niet of het beter was. Er bestond geen beter in dat soort dingen, enkel de eigen noden en soms had je andermans aanwezigheid nodig omdat die van jezelf je gek maakte en soms had je alleen je eigen waanzin in je leven nodig. Ergens had hij zijn schouders willen ophalen, maar nu ze hem zo vasthield (ergens haatte hij hoe bewust hij daarvan was, haar twee handen die zich aan hem vastklampten, alsof hij haar rots in de branding was, alsof ze om zou vallen het moment hij weg zou gaan, ergens haatte hij zichzelf voor hoe hij zich meteen wat steviger met beide voeten op de grond zette zodat hij die vastigheid ook kon zijn, ergens vroeg hij zich af of ze niet gewoon weer wilde gaan zitten), deed hij dat maar niet. ‘Weet ik niet,’ gaf hij eerlijk toe. ‘Soms wel, soms is iedereen precies irritant, maar soms heb je ook gewoon mensen nodig.’ Wauw, wat een revolutionaire thesis. ‘Maar ik bedoel… je hebt anderen nodig om een verhaal te maken, toch? Ik heb vast minder verhalen dan jij.’ Hij wist niet of het goed was, eigenlijk. Om veel verhalen te hebben.
  6. [1836/1837] A story of snakes

    ‘Je vindt bloemen leuk?’ stelde hij maar. Zelf… had hij eigenlijk niet echt een uitgebreide mening over bloemen. Ze waren mooi, ze bestonden en geurden zo nu en dan heel sterk. Ze hadden veel verschillende namen die hij nooit kon onthouden en hij vond gesprekken erover nooit zo heel boeiend, want op de één of andere manier bleef het nooit gezellig bij tulpen en rozen en narcissen en wilden de kenners van dienst het plots hebben over iets intensere bloemgerelateerde onderwerpen en het enige wat hij daaruit leerde, was dat hij dat nooit meer wilde doen. Hij wilde heel even zeggen dat die bloem in haar haren haar mooi stond, maar hij wist niet zo goed hoe, dus bleef zijn blik er alleen maar een tel op liggen, vooraleer hij verder probeerde te gaan. ‘Afgeleid,’ echode hij, uiteindelijk maar. Hij grinnikte, zonder echt te weten waarom. ‘Je hebt het niet naar je zin, hè?’ Was oké. Was soort van de bedoeling. Hij hoopte er maar op dat Tabitha dit zag, zodat hij Aviana’s tijd niet voor niets aan het verdoen was.
  7. [1836/1837] LET'S HAVE FUN with being blackmailed I guess

    Richard… was hier niet vaak geweest. Niet per se deze ruimte, meer de atmosfeer, was niet vaak in dat moment blijven hangen dat hij het voornaamste was dat ertoe deed voor iemand. Er was altijd wel wat anders, tenslotte, altijd wel iemand anders, maar nu gingen er mensen weg – hij wist niet goed waarom, wellicht omdat er elders nog wat te doen was of zo, maar hij was nooit volledig mee met de naschoolse activiteiten; hij volgde de stroom, volgde waar zijn voeten hem leidden, leidde enkel zichzelf, soms, nooit een ander, wist ook niet hoe dat was – en nu was hij er en de muziek en Aviana en Aviana keek naar hem zoals hij zich voorstelde in een alternatieve wereld waar Aviana hem zonder Tabitha had aangekeken, waar Tabitha andere plannen had gehad, geen zelf, in elk geval geen met hem en haar. Hij lachte zachtjes. ‘Ik zal het niet doorvertellen,’ beloofde hij, terwijl hij haar impulsief om haar eigen as liet draaien. ‘Dat had ik echt niet bij jou verwacht, eigenlijk.’ Aviana was zo… het type dat je meteen vond in een menigte, alsof ze in een geheel ander kleurenschema was gemaakt dan al de grijze, grijze rest. ‘Ik ben ook niet zo van.. iedereen om me heen,’ gaf hij maar eerlijk toe. ‘Maar ik denk dat iedereen dat al wel weet.’ Al was het maar uit dat optimistische geloof dat de publiekelijke Richard niet het beste kon zijn dat hij te bieden had.
  8. [1836/1837] Baby, I'll behave, if you let me play

    ‘Wa- nee, Tabitha, wacht!’ Ze kon het niet maken om zijn geheimen overal rond te lullen, ze kon het niet maken, oh, God, nee, als dit uitkwam, was het gedaan. Gewoon. Dan kon hij gedag zeggen tegen een toekomst en moest hij vast naar het gevang en hij wist heus wel dat hij dat zou verdienen, dat hij illegaal bezig was, dat alles wat hij deed slecht was en verkeerd en immoreel, maar… God, er zou niet eens een maar moeten zijn. Het was gewoon slecht. Klaar. Maar het idee alleen al dat hij geen andere koers zou kunnen proberen, was enger dan wat dan ook, en dus, dus greep hij Tabitha bij de pols, zodat ze niet weg zou zijn. Of nu ja. Alleszins vijf seconden langer in de ruimte zou zijn. ‘Kijk, het is best, oké? Ik doe het wel, wat je ook maar wil.’ Hij wist nauwelijks wat ze precies van hem verwachtte, eigenlijk. Wat Aviana’s leven verpesten precies zou moeten inhouden, maar op het moment, op dit moment stond hij daar niet echt bij stil. Gewoon. Omdat dat van hem op het spel stond. En Richard was nooit de meest altruïstische persoon ooit geweest. ‘Vertel het alsjeblieft niet door.’ Kijk, dit was ook een manier om hem praktisch aan het smeken te krijgen. Ha. Hij nam adem, bewust, meer om kalmer te klinken dan om wat dan ook. ‘Ik… was gewoon… verbaasd.’ Of zo. Wist hij veel. Hij wilde gewoon niet dat ze zijn Probleem bekend ging maken.
  9. [1836/1837] LET'S HAVE FUN with being blackmailed I guess

    Richard wilde best dansen. Hij had er geen groots talent voor, was een klein beetje een stijve hark (een heel klein beetje maar, echt waar), maar op momenten als deze voelde hij des te meer dat een relatie zijn verliefdheid alleen maar bevestigd had, versterkt. Alsof hij zich steeds meer realiseerde dat, hoewel Aviana het vrij… duidelijk niet beantwoordde, in elk moment met Aviana wel een extra reden schuilde om een volgende eveneens met haar door te willen brengen. Gewoon. Omdat het Aviana was, en omdat die eenvoudige naam een synoniem was geworden in zijn hoofd voor alles waar hij bij alleen al de gedachte moest glimlachen. Dat klonk stom. Maar alles klonk stom. Maar hij hoefde het niet te zeggen en dus dat maakte niet uit. Hij hoefde alleen maar op te staan, tenslotte, hoefde alleen maar te doen wat zij wilde doen – er was geen dwang om kutter te zijn dan hij van nature uit was, geen reden om niet voor één avond de missie om haar leven net dat tikje rotter te maken te staken. ‘Ik kan niet zo goed dansen als jij, hoor,’ waarschuwde hij haar maar alvast. Maar ze gingen, dat wel, en ze dansten – soortement, zij danste, hij deed zijn best om haar niet volledig voor schut te zetten – en tijdens een dans is er over het algemeen niet zo ontzettend veel interactie om iets neer te kunnen zetten waar je gemakkelijk op kunt reageren (nu ja, er was wel interactie, een stille soort, ergens, vermengd met dat idee dat een andere taal dan normaal voorhanden was nu) en dus gaan we nu iets anders doen. Zoals. Uh. Goh. Ik heb een observatie in de aanbieding! Eentje met enige verwarring, niet zeker waarom het precies geobserveerd werd, al was het maar omdat Aviana hem voor de verandering eens niet aankeek alsof ze heel graag elders wilde zijn (of misschien wel, maar zag hij dat gewoon niet) en hij dat in zich wilde opnemen, erin wilde verdrinken. ‘Waarom gaat iedereen nu weg?’ vroeg hij, op die ene manier die het midden houdt tussen fluisteren en roepen, omdat er muziek draaide, maar hij niet wilde dat iedereen hem hoorde. Je weet wat ik bedoel, oké.
  10. [1836/1837] A story of snakes

    Welk dier hij wilde zijn? Eh. ‘Ik wil geen dier zijn,’ antwoordde hij, want hij was goed in met mensen praten. ‘Maar als het moest…’ Hij krabde aan zijn achterhoofd. ‘Een vogel, denk ik.’ Want dan kon hij wegvliegen, en in de praktijk zou hij vast te lui zijn om het effectief te doen, maar hij hield van het idee, van gewoonweg weg te kunnen gaan, weg, weg, weg, een ander oord zonder dat salomonsoordeel als een zwaard van Damocles boven zijn hoofd dat hij dit keer echt moest blijven. Iets met dat ergens blijven vastigheid bood – en dat kon best zo zijn, maar hij was vastigheid, hij kende niets anders. Was het zo erg als hij wat anders wilde uitproberen? ‘Maar ik weet niet zo goed welke.’ Was ook zo. Zolang het ding maar werkende vleugels had, boeide het hem niet welke veren er aan hem zouden kleven. ‘Jij dan?’ Kijk, hij kon een gesprek voeren! Niet dat het een boeiend exemplaar was, maar ach. ‘Hè? Nee, ik hoef niet – ik drink thee zonder suiker.’ Hij hield niet eens zoveel van thee. ‘Jij precies wel?’
  11. [1836/1837] Baby, I'll behave, if you let me play

    Oh. Oh nee. Kut. Hij herinnerde zichzelf er maar aan dat hij in het vervolg mensen niet meenam naar zijn kamer – voor zover er een vervolg kwam, eerlijk gezegd, want als het altijd zo ging, omarmde hij maar zijn toekomstig bestaan als incel. Best. Hij had handen en hij was er goed genoeg mee (niet dat Tabitha dat zou weten), dus ehhhh, hij had de gemiddelde chanteur toch niet nodig. Hij staarde haar aan, even, want hij… hij wist het niet meer, eerlijk gezegd. Hij had hier nooit op gerekend, niet op wat Tabitha wilde dat hij deed met haar zus, niet op dat ze überhaupt achter zijn slechte gewoontes zou komen, niet op hoe fel ze hieromtrent was. Gewoon… hij had hier in de verste verte niet op gerekend en nu het hem aangereikt werd, wist hij bij God niet hoe hij erop moest reageren. ‘Waar slaat dit op?’ siste hij, uiteindelijk, want laat was beter dan nooit. ‘Je wint hier niet eens wat mee!’ Toch? Hij, eh, had misschien meer moeten ontkennen.
  12. 12 mei 1837 Richard had dat neveneffect van alcohol dat de wereld ineens tien keer mooier was nooit echt ondervonden – de wereld was vooral gewoon de wereld, niets meer en niets minder, alleen net iets wiebeliger dan normaal, maar Richard was ook zo het type dat op zijn gat zat en vanaf een zetel of wat dan ook dronk, dus op zich had hij daar nooit zo ontzettend veel last van. Aviana, aan de andere kant, was wel iemand die danste, iemand die graag danste – ze deed het in elk geval veel – en ze was er goed in, al kon dat er ook aan liggen aan dat hij een zekere elegance in alles wat ze deed bespeurde, alsof er de elan van een ballerina in haar aderen verscholen zat. En nu kwam ze zijn richting uit, en waar Richard van veel alcoholische neveneffecten geen last had, werd hij er wel loslippig van. En dus nam hij haar hand vast, kort, meer omdat hij haar aandacht wilde (dat wilde hij altijd, kon hij best eerlijk over zijn) dan omdat hij handjes wilde vasthouden. Nu ja. Als zij wilde, zei hij geen nee. Hij was slecht in dingen niet willen die zij wilde, merkte hij, en hij was nog slechter in dat doorzetten, in Tabitha’s gekwetter over zijn geheimen vergeten. Ergens haatte hij dat aan zichzelf – maar hij was nooit goed in die afkeer jegens zijn eigen gebreken in iets anders om te zetten dan bittere uitlatingen over wie hij was. ‘Je bent goed in dansen,’ flapte hij eruit. ‘Danste je vroeger? Of nu ja, doe je het nu? Het ziet eruit van wel, namelijk.’ Hij hield even verbaal halt. ‘Wil je eigenlijk iets drinken?’ OOC: Privé met Lily! <3 En credit naar Gianna voor de titel
  13. [1836/1837] Baby, I'll behave, if you let me play

    Nee, Richard wist het niet best. Richard wist heel goed waarvan hij zoal hoopte dat het niet was, maar hij had het zijn hele leven geheim gehouden, tot op het punt dat enkel Claude ervan wist, en dat alleen maar omdat ze slachtoffer in bepaalde zin was gevallen van zijn rariteiten, niet omdat hij ~open~ was geweest, want Richard had een gloeiende hekel aan het algehele concept van openheid, ja, sorry, hij heeft issues. Een seconde lang keek hij haar verbluft aan, en daarna nam hij haar bij de pols en nam hij haar mee naar de slaapzaal (niet voor leuke dingen) (nu ja, hij zou vast geen nee zeggen als ze ermee begon, maar hij wilde vooral even de situatie ontmantelen) (niet dat hij dat kon, maar naar zijn gevoel was dit echt heel slim, oké) en staarde hij haar daar gefrustreerd aan. ‘Zeg dan? Wat heb ik zoal gedaan dat jou het idee geeft dat ik nu meteen het leven van je zus moet gaan verpesten? Hm?’ Ze mocht het best hardop zeggen, nu, als ze daar zin in had, want hier was er toch niemand. Ja, dat was verdacht, wist hij ook wel – als hij dit al nodig vond, was het overduidelijk dat hij effectief allerlei zaken te verbergen had, maar… ugh.
  14. [1836/1837] Baby, I'll behave, if you let me play

    Ho. Wacht even. Gealarmeerd bestudeerde Richard Tabitha nu, alsof hij van dat gezicht van haar zou kunnen afleiden waarover ze het precies had. Zijn geheim, zijn geheim, Richard wist precies wat zijn geheimen waren, maar hij zou niet weten welk Tabby daarvan wist. Liefst geen enkel. Elk geheim dat hij ooit bewaard had, had met reden een plaats in die schatkamer van stilte verworven, en hij had geen behoefte aan andere dieven in de nacht dan hijzelf. ‘Waar héb je het over?’ snauwde hij, uiteindelijk, net iets te laat om onschuldig over te komen, maar oprecht, eerlijk gezegd. Gewoon. Omdat hij oprecht niet wist waar ze precies op doelde, omdat hij oprecht niet eens wilde weten wat ze zoal wist, omdat hij oprecht boos was dat ze hiermee afkwam. Hij wilde niemand in zijn zaken. Vooral Tabby niet. Al was het maar omdat hij haar vooral kende van haar lippen rond zijn naamgenoot en hij haar voor de rest eigenlijk niet zo per se hoefde te kennen.
  15. [1836/1837] A story of snakes

    Uh. Wist hij veel. Hij kreeg nooit dezelfde thee als een hamster, al was het maar omdat er geen hamsters rondliepen bij hem thuis, en dat was precies de reden dat hij zijn schouders ophaalde. ‘Ik heb het nog nooit voorgehad,’ gaf hij maar eerlijk toe – want hé, hij mocht de beste vriend ooit niet uithangen, en om de één of andere reden kwam dat erop neer dat hij net iets te zeer zichzelf was. Tja. Zo gingen die dingen. Wist hij ook alweer wat voor persoon hij weer was. En hé, dat algehele feit dat hij het aan zichzelf kon verkopen dat dit mocht, puur omdat hij zelf niet in de problemen wilde komen, was ook weer een leuk weetje over hoe zijn moreel gestel in elkaar zat. Met haken en ogen, dat wel, maar hé, nu wist hij het in elk geval. Was vast ook wel wat waard. Nam hij maar aan. ‘Maar ik denk wel dat ik het een beetje… raar zou vinden als iemand me thee aanbiedt en daarna hetzelfde aan de hamster geeft,’ vervolgde hij maar, want ja, wat, op zich was dat ook raar. ‘Ik bedoel, ik zou mezelf als een hamster behandeld voelen.’ Soort van. Hij kon zich niet voorstellen dat hij het überhaupt door zou hebben als mensen niet uitdrukkelijk meedeelden dat ze dat gingen doen, en dan nog wist hij voor geen meter wat hamsters nu precies aten of dronken, dus wist hij veel wat hij ervan zou moeten maken. ‘Jij niet dan?’
×