Jump to content

Richard Ingram

Zwadderich Zesdejaars
  • Content count

    70
  • Joined

  • Last visited

  • Days Won

    1

Richard Ingram last won the day on November 28 2017

Richard Ingram had the most liked content!

About Richard Ingram

Profile Fields

Recent Profile Visitors

392 profile views
  1. [1837/1838] Do we ever grow

    Uitgaan. Met zijn nonkel. Die getrouwd was. En tig bastaarden had. En de dertig gepasseerd was. Richard keek zijn nonkel sceptisch aan, speurend naar het verholen medelijden dat dat voorstel geïnspireerd had. Was hij zo erg dat Leon er maar vanuit ging dat híj zijn zielig neefje bezig moest gaan houden, om hem nog enigszins de wereld in te trekken? Nu ja, Leon had hem nooit echt het filantropische type geleken, je weet wel, iets te druk bezig met de juiste whiskey uitzoeken en vrouwen naar zich toe lokken op een tempo waar Richard alleen maar met verbazing naar kon kijken (??? Hij moest in een relatie gechanteerd worden vooraleer het meisje van zijn stiekeme dromen überhaupt naar hem kéék) en, wist hij veel, waar Leon zich zoal mee bezighield als hij niet bezig was met Richard vrolijk het gevoel te geven dat het etiket Maagd™ op zijn voorhoofd geschreven stond. ‘Huh, waarom?’ Wacht, nee, dat klonk verkeerd. Haastig verbeterde hij zichzelf. ‘Ik bedoel, ja, zullen we doen, ik kan weleens in het weekend ergens naartoe of zo, hangt ervan af wanneer jij tijd hebt natuurlijk en zo, is logisch, maar waarom eigenlijk?’ Wauw. Dat was niet veel beter.
  2. [1837/1838] We don't need this fantasy

    Richard had er eigenlijk niet eerder bij stilgestaan dat wat hij van Tabitha moest zeggen, waar zou zijn. Waarom zou hij, immers? Het was een grotesk, enigszins weerzinwekkend idee, en dat paste wel bij Tabitha’s verbeelding, had hij de afgelopen tijd ontdekt, maar kijk! Aviana excuseerde zich! Alleen maar dat. Ze vroeg niet hoe hij erachter was gekomen, ze verdedigde zich niet, ze zei alleen maar sorry aan een stilgevallen tafel omringd door nieuwsgierige ogen. Dat op zich was genoeg, niet? Je ging niet verder na iets als dit, niet echt, je incasseerde de spijt, geveinsd of niet, en de repercussies van die beleefde betuiging van schuld en dat was dan dat. Simpel. Richard had de dingen graag simpel. Hij maakte ze zelf altijd moeilijker dan moest zijn, maar dit was zo verdomde gemakkelijk dat hij bijna aan Tabitha zou vragen om de rest ook te regelen. ‘Het spijt je,’ herhaalde hij, zijn vingers op zijn dijbeen trommelend. Hij kon het hier niet al afsluiten, maar ergens wilde hij dat wel graag. Hij hield niet van ieders blik op hem, hij hield niet van al die aandacht; hij was op zijn best in kleine groepen en de atmosfeer die daarmee gepaard ging, maar hij was dit begonnen, uiteindelijk, in al zijn onvoorzichtigheid en hypocriete hybris. ‘Oh, natúúrlijk spijt het je! Niet genoeg om het niet gedaan te hebben, helaas. Of om eerlijk te zijn. Of wat dan ook.’ Zijn ogen flikkerden naar Tabitha, razendsnel, zonder dat hij echt wist waarom. ’t Was niet alsof er iets uit haar gezicht af te leiden viel. ‘Wat héb ik aan spijt, Aviana?’
  3. [1837/1838] Do we ever grow

    Wel… ja, Richard bleef alsnog bij Aviana. Ten eerste was dat omdat Richard in alle eerlijkheid best wel verliefd op Aviana was. Hij had door dat ze niet hetzelfde voor hém voelde, hij had door dat het er wellicht nooit van zou komen, maar kijk, Richard was ook opportunistisch genoeg om ervan te genieten nu het nog kon, want ten tweede moest hij soort van bij Aviana blijven. Anders moest hij Azkaban in. Gezellig. Toen hij erachter was gekomen dat Tabitha het wist, had hij zijn “beveiligingsmaatregelen” vertiendubbeld, maar hij voelde zich nog altijd iets te paranoïde om eens zot te doen en tegen Tabitha te zeggen dat ze zijn rug op kon. Hij lachte een beetje gegeneerd toen zijn nonkel besloot dat elk meisje toch wat voor hem wilde doen (eh) (om de één of andere reden had hij daar verbazingwekkend van gemerkt, hm, interessante hypothese, maar hij twijfelde aan de waarheid ervan) en probeerde vervolgens Leons logica te volgen. Het was niet zo dat hij echt iets had van Ja Maar Nee™, het was meer dat hij er nooit echt over had nagedacht. ‘Ah…’ Hij kon zich niet eens voorstellen dat hij kinderen zou hebben, laat staan kinderen die hij alleen maar sprak als ze geld moesten hebben, maar… ja, nonkel Leon had een heel ander leven dan hijzelf. Ergens vond hij dat wel… kut, nonkel Leon leek alles zoveel beter af te gaan en, wel, Richard zag zichzelf wel een beetje als een loser en hij wilde heel graag dat zijn nonkel hem niet zo zag. Maar serieus, hoe zelfs? Hij kon over níéts meepraten! ‘Hoe… is het voor de rest?’
  4. [1837/1838] We don't need this fantasy

    17 mei 1838 Richard wist eigenlijk niet of hij dit kut vond of niet. Of het een last was of juist een pak van zijn hart. Of hij hier een betoging van moest maken, op het allerlaatste moment, of dit enkel en alleen een spijtbetuiging was, ter ere van hem en hen en haar. Hij wist niet goed of hij haar zou missen, later. Misschien. Misschien ook niet. Hij was er niet van overtuigd dat hij haar echt had leren kennen, nu hij erop terugkeek. Had nooit de mogelijkheid gehad om werkelijk te zien of Aviana en hij bij elkaar pasten, immer een rol uithangend die hij niet zag als wie hij was, maar die hij toch verbazingwekkend genoeg (of misschien juist wel helemaal niet) zo gemakkelijk had gevonden. Alsof het niets was. Of nee. Alsof het gewoon Richard was, maar dan met een iets andere filter. Maar het maakte niet uit. Zijn laatste opdracht was vandaag, had hij gehoord. Nu ja, niet vandaag, hij had geen specifieke datum en tijd opgelegd gekregen – wat de reden was dat hij het een aantal dagen uitgesteld had – maar na een laatste geoorloofde blik op Aviana’s wezen, druk bezig met een babbel onder vriendinnen, besloot hij dat het wellicht tijd was om de stekker eruit te halen. ‘Aviana?’ zei hij, iets te zacht waardoor ze het niet verstond. ‘Aviana,’ herhaalde hij, luider en met de ergernis die hij nodig had. Hij was nooit goed geweest in intonatie, klonk altijd een beetje hetzelfde, maar ergens wilde hij nu een degelijke act afleveren. Nu ja. Hij was er nog niet over uit of het volledig gespeeld was. Maar dat had hij al de hele tijd, ergens, hij was nooit zeker hoe oprecht hij was. ‘AVIANA.’ Haar aandacht krijgen was zo lastig altijd – maar hé, paste wel bij de situatie, nam hij aan. ‘Hoe is het met Ostrovsky’s baby, hm?’ OOC: Privé!
  5. [1837/1838] Hate Date

    Oh, wacht, moest Richard nog Tabitha’s kant kiezen ook? Aviana had nooit gedreigd om hem in Azkaban te smijten! Dat was Tabitha geweest en alleen Tabitha en ugh, ging ze hem straks apart nemen om hem kalm uit te leggen dat hij nu niet goed genoeg bezig was met Aviana’s leven te verpesten? Blablabla. Nu ja, ze bleef alvast netjes van Aviana af. Ha. Straks was hij nog goed ook in interventies. Hij kon het niet laten om even, heel even te kijken naar Aviana’s hand op zijn arm. Alsof hij veilig was. Iemand bij wie ze naar steun zocht. En ergens was dat stom, ze waren een jaar samen of zo, zelfs als ze geen hol om hem gaf, was hij in ieder geval bekend terrein en hij was haar te hulp geschoten, als enige, wat anders ging ze verdomme doen, maar net zoals zoveel wat Aviana deed, kon hij het niet laten om zich er hyperbewust van te zijn. ‘Wiens kant moet ik anders kiezen? Die van jou? Jij viel haar aan!’ protesteerde hij, in de volle aanname dat hij heus mocht afgaan op persoonlijke percepties en impressies ondanks het feit dat hij in se geen idee had waar die ruzie over gegaan was. Maakte niet uit. Aviana was zijn vriendin, Tabitha was zijn chanteur, hupsakee, keuze was snel gemaakt. ‘En jij was echt wat gemakkelijker dan Aviana, hoor.’
  6. [1837/1838] Do we ever grow

    Richard kon zich niet voorstellen dat hij op vierentwintig zou trouwen. Nog zes jaar… Zo onmogelijk lang en kort tegelijkertijd. Kon je een totaal andere persoon worden op die termijn? Of zou hij tegen dan nog altijd dezelfde onzekerheden en interesses en zwakke schakels en hardnekkige sterktes met zich meesleuren? Dezelfde persoon, alleen met een iets geslaagdere baardgroei. Of niet. Hij had geen idee of dat eens zijn best zou doen. Bij Leon leek het alvast geen probleem te zijn geweest. Maar kijk, bij Leon scheen niets een probleem te vormen; zijn nonkel scheen geen ballast met zich mee te dragen en scheen nergens last van te hebben en ergens, ergens wilde Richard ook zo zijn. Nu ja. Jonger, dan wel. En tante Adele mocht hij houden – hij was niet per se dol op de precieze omstandigheden en met de gedragscode die hij opgelegd had gekregen, maar Aviana wilde hij niet meteen gedag zeggen. En weet je, kut zijn tegen mensen was angstaanjagend gemakkelijk. Zijn deel was zo eenvoudig als maar kon zijn. Hij grinnikte, kort, kon het niet laten. ‘Man, ik loop achter.’ Goh, werd hij nog eens eerlijk ook. Richard was nooit eerlijk, zweeg in alle talen over elk aspect van zijn godverlaten leven en liet anderen in hun assumpties leven, eerlijkheid was zo’n onzin, een deugd zonder waarde. Nergens op gestoeld. Ergens was eerlijkheid het meest leugenachtige dogma dat er bestond. Waar was het tenslotte voor? Anderen vertrouwen in je te doen schenken? Als ze het niet uit zichzelf gaven, was het niets waard. ‘Mijn vriendin wil bijna niet dat ik haar aanraak.’ Nu ja. Was niet gek, waarschijnlijk. Hij snapte niet zo gek waarom ze bleef, in alle eerlijkheid. Ha. In zoverre hij niet op dat woord in zijn totaliteit spuugde. ‘Heb je echt zo veel bastaarden rondlopen?’ informeerde hij, meer om het terug over Leon te hebben dan over hemzelf. ‘Doet dat niet raar?’
  7. [1837/1838] Hate Date

    Richard was, wellicht, niet het type vriend dat Aviana ooit had willen hebben, maar hij was, wellicht, evenmin het type persoon om naar iemand die hij niet kon uitstaan te staren totdat er ooit iets anders ging gebeuren dan het tragische verraad dat hand in hand ging met doen alsof je iemand aardig vond, terwijl je dat helemaal niet vond, en de andere persoon die daar dankzij de Zweinsteinse fratsen op een enigszins botte manier achterkwam. Gênant, hoor. Hij had zijn best gedaan om een verhaal op te hangen over hoe hij gewoon ~jaloers~ werd door hoe meneer met zijn lieftallige vriendin omging of zoiets, maar hij had alleen maar een bros before hoes, bro, no-bro-speech in ontvangst kunnen nemen in plaats van die zo gegeerde vergiffenis. En dus was Richard, wellicht, het type persoon dat zijn vriendin voor de tweede maal vandaag als excuus gebruikte om ervandoor te gaan. Maar hé, ze was in een ruzie verzeild geraakt! Ze had hem nodig! Hoes before bros! Sorry, maat. ‘Hé!’ Eerst greep hij Tabitha vast om ~het gevaar~ uit de weg te ruimen – nu ja, het waren zussen, die hadden vast om de haverklap ruzie, deden Claude en Soley vast ook, wist hij veel dat hij “kan je het leven van mijn zusje verpesten door met haar een relatie aan te gaan, doe maar je best om dat niet persoonlijk op te vatten, maar als je het niet doet, stuur ik je naar Azkaban, dikke kus” en dit aan elkaar gelinkt waren – en duwde hij haar uit Aviana’s buurt en eh, ging hij er voor de rest maar braafjes vanuit dat ze dat bleef. Als hij het haar nu eens heel lief vroeg? Enigszins bezorgd keek hij naar Aviana’s betraande gelaat. ‘Gaat het?’ Wauw, hoe origineel ook weer. Maar hé, het was beter dan met zijn duimen te zitten draaien tot de preek over dat hij zijn vrienden verried voor de liefde – ha – gedaan was.
  8. [1837/1838] Do we ever grow

    Wilde iedereen meer? Misschien onbewust wel, misschien keek iedereen zonder dat echt te beseffen naar alles wat ze nog níét hadden, misschien was het een bewust aangeleerde reflex om je te focussen op wat je wél had, maar Richard zou het eigenlijk niet weten. Aan de ene kant was er zoveel wat hij nog wilde, wat hij nooit eerder in zijn handen had gehad en daar eigenlijk wel wilde hebben, maar aan de andere kant… God, aan de andere kant was hij daar gewoon nooit zo erg mee bezig. Was dat raar? Misschien. Maar Richard was sowieso een beetje raar. Maar hé, gelukkig had Leon besloten om hem enige geruststelling te bieden in de vorm van een herinnering over hoe jong wel niet was. Ja, oké, ze schepten over andere dingen op, maar a. Richard had nog nooit seks gehad, dus veel opschepperij viel er op dat punt niet te behalen, en b. zowat alle andere ervaringen die hij wél had gehad, waren nu zo ongeveer normaal geworden. Dus. Wat. Nu ja, hij dacht niet dat iedereen gechanteerd werd met kleptomanie, maar hij dacht evengoed niet dat hij daar echt over kon opscheppen. ‘Ja, dat is wel zo,’ bevestigde hij, voor hij de resterende whiskey in zijn glas leegdronk. Of het nu echt betere whiskey was dan normaal, kon hij eigenlijk niet zeggen, niet echt, maar als Leon het hem aanraadde, zou het wel. ‘Rond wanneer verandert dat zo ongeveer? Weet ik meteen tegen wanneer ik wat voor elkaar moet hebben.’ Dat klonk zelfs bijna niet sarcastisch.
  9. [1837/1838] Do we ever grow

    Vervangen door andere sigaren was moeite, iemand anders de schuld geven was dat niet en dus onthield Richard netjes deel twee van nonkel Leons raad, opportunistisch als altijd. In se was dat een slechte eigenschap, in se was het getuigen van egocentrisme en wankele moralen, maar het probleem dáármee was dat je er evengoed niet mee kon zitten. Hij stockeerde de wijsheid ergens in zijn achterhoofd en dronk van de whiskey en dat was dan dat. Nu ja. Niet helemaal dat, Leon moest het nog even heel duidelijk maken dat hij Heus Nog Niet Zo Oud Was, #ookjeugdvantegenwoordig, #echtwaarrichard, #howdoyoudofellowkids, zoals mensen van Leons leeftijd om de één of andere reden altijd wilden doen. This bitch old as shit, YEET. ‘Ha, er is dan nog niets veranderd,’ merkte hij op. Vreemd eigenlijk. Met alle klachten over de jeugd van tegenwoordig was hij er in eerste instantie vanuit gegaan dat ze een schandalige generatie waren, maar dat scheen wel mee te vallen. Hm. Weer wat geleerd. ‘Behalve dat er hier geen verborgen kamer is dan.’ Tragisch. ‘Je zou denken dat familiefeestjes op den duur leuk worden, maar ik ga er alvast maar vanuit van niet?’ Weer eens een illusie doorbroken. Ging snel op achttien. ‘Is het niet de bedoeling dat dit het moment wordt waarop je iedereen vertelt hoeveel beter je het doet dan zij?’
  10. [1837/1838] Sweet poison.

    Het was toeval, echt, het was toeval dat Richard langs het toverdrankenlokaal was gegaan (hij ging echt niet op een vrijdag toverdranken maken als hij even vrij had, sorry, hoor, als Zweinstein hem dan echt een jaar langer in haar klauwen hield, ging hij ook gebruik maken van die tijd in plaats van alle dingen doen die mensen die dit traject op zeven jaar doorstonden, deden), maar het was net wat minder toeval dat hij de deur openzwierde toen een luide knal van zich liet horen. Deels ramptoerisme, deels de aanname dat er misschien iemand hulp nodig had en hij op één dag in de week altruïstische gevoelens had en die deze week nog niet opgespeeld hadden. Of zoiets. Maar kijk, knallen kwamen hand in hand met kinderen, naar het schijnt, en ergens wilde Richard alweer omdraaien, want laat ook maar, maar aan de andere kant herkende hij dat kind toen hij haar gezicht zag en nu wilde hij net wat minder weg. ‘Kijk, je bent terug naar het hoogtepunt van je leven!’ zei hij vrolijk, de ketel met enige nieuwsgierigheid inkijkend (niets boeiends in te zien, een halflege ketel met die verjongingsdrank, nam hij aan, in zoverre Richard nog werkende hersencellen had die hij nog niet de vuilnisbak had ingesmeten en één bij één kon optellen), voor hij zich terug naar zijn tweelingzus wendde. ‘Hoelang blijft dit eigenlijk aan?’ Soley wist dat soort dingen wel. Gewoon. Het was Soley. Ze scheen het een ereteken te vinden om meer te weten dan een ander. ‘Er is nog wat in de ketel als je nog jonger wil worden trouwens!’ Of had hij moeten aanbieden om haar te helpen? Eh. Nu ja, zelfs als hij daarop was gekomen, wist hij nog niet eens hoe.
  11. [1837/1838] Do we ever grow

    Ergens was Richard verbaasd dat nonkel Leon niet meteen aan de vaderlijke kant stond – ja, wat, hij was stokoud en zelf een vader, hoezo moest hij op iets anders gokken – maar hé, je hoorde hem niet klagen. Het was zíjn vader en híj was degene die met de gebakken peren zat als vaderlief erachter kwam dat de jongere generatie niet alles netjes vroeg op voorhand, dus wat hem betrof was elke hulp welkom. Tot nu toe hoopte hij er altijd maar op dat hij het niet zag en… ja. Wisselvallige resultaten. ‘Hij rookt vaker dan dat,’ antwoordde hij, zich ergens, ergens, ergens afvragend of hij sceptischer zou moeten zijn jegens Leon en zijn plotse hulp. Maar aan de andere kant… God, wat ging hij doen? Tegen zijn vader zeggen dat Richard zijn sigaren stal? Ja, kijk, 50% kans dat dat er sowieso al zat aan te komen. Kon hij wel aan. ‘Dus, wat moet je dan doen?’ Wat zei het eigenlijk over hem dat hij dat niet wist? Dat hij gewoonweg gokte op het gebrek aan gezond verstand van zijn ouders, te verblind door eigen visies en eeuwige hoop dat de aarde misschien ooit de kant op zou draaien die hen beter uitkwam? Nu ja. Misschien zei het niets. Er was verbazingwekkend veel dat niets zei. Zo ongeveer alles waar men verschillen tussen mensen inzag, hoorde tot die categorie, als je het hem vroeg. Het was niet zo dat mensen allemaal dezelfde waren, dat was niet zo, het was meer zo dat het, uiteindelijk, echt geen hol uitmaakte. Hij dronk wat van de whiskey die zijn nonkel aangeraden had en hem ingeschonken had – niet voorzichtig, niet met de bedoeling eens te zien of hij het lekker vond, dat vond hij vast wel. ‘Deden jullie dat vroeger ook zo dan?’ Wist hij veel. Ergens was hij er vanuit gegaan dat deze generatie zijn eigen manieren van latente rebellie tegen publiekelijk vertoon van huisvrede had.
  12. [1837/1838] Do we ever grow

    Richard deed heel graag alsof hij ontzettend onafhankelijk was en alles, maar… ja, dat was niet zo, hij zocht constant naar advies, naar iemand met een meer standvastige mening dan hij, die enkel en alleen de kudde volgde en er alleen maar zelfstandig uitzag omdat hij net een tragere tred had dan zijn peers (ik kom niet op een goede vertaling, dus deze post is nu maar tweetalig, driemaal hoezee) en net te snel was om ook echt als een sloom geval aanzien te worden. Maar hé, gelukkig zei zijn nonkel daar niets over en kon hij zonder er nog een verder woord aan vuil te maken (nu ja, een nietszeggende “ah”, maar telde dat zelfs als woord…) hetzelfde nemen en doen alsof hij een mening had over whiskey en hij het gewoon puur toevallig eens was met Leon. Het was verbazingwekkend hoe weinig mensen doorvroegen als je het gewoon eens met ze was, mits je zo nu en dan eens er een oh, nee, dat vind ik niet tussendraaide, voor de variatie. ‘Dat hebben we al gedaan,’ gaf hij maar toe. Leon ging niet moeilijk doen bij de overige volwassenen daarover, toch? Zijn vader werd altijd razend als er iemand aan zijn persoonlijke spullen kwam – en ja, Richard wist dat goed genoeg. Het had hem nooit tegengehouden, nooit echt, niet als nieuwsgierig kind en niet als koppige jongere met een drang halsstarriger dan zijn verstand. ‘En met een beetje geluk,’ a.k.a. Leon die zich bewees als bondgenoot tegen de Saaie Volwassenen™, ‘komen we er nog mee weg ook.’ Ooit wordt het literaire kunst om smileys in posts te gebruiken en kan ik hier de oogjes plaatsen – P&P goes dadaism, en ja, sorry, deze post komt niet meer goed. ‘Ik had gedacht dat het meer zou opvallen.’
  13. [1837/1838] Do we ever grow

    Het was niet zo dat Richard geen sociale vaardigheden had (nee, echt waar), het was ook niet zo dat Richard elk lid van zijn familie haatte alsof hij niets anders te doen had in zijn leven, het was voornamelijk zo dat iets aan familiefeestjes hem over het algemeen in een hoek dreef of hem achter een neef of nicht die hij tof vond aan liet zweven tot het gedaan was en hij niet meer hoefde op te draven voor in honing gedraaide preken. Misschien was dat niet meer en niet minder dan een persoonlijke mening, gevormd door niets anders dan aannames en verkeerd begrepen voorvallen, maar het was er. En het ging niet weg, niet gemakkelijk, in ieder geval, en Richard hield niet van de discipline aanhouden om moeilijke dingen te doen. In zijn hoofd kon hij de preek daarover al horen. Ledigheid is des duivels oorkussen, Richard. Maar nu vroeg nonkel Leon zijn aandacht en dus liet hij zijn neef alleen voortgaan. Als Leon de kwestieuze preek ging geven, wist hij heus wel zijn neven terug te vinden – maar eerst, eerst moest hij wat met zijn nonkel gaan drinken en op zich was dat nog wel een charmant vooruitzicht. Hij kende zijn nonkel niet geweldig goed, eerlijk gezegd, maar Richard kende weinig mensen goed en dat hield hem toch niet tegen. Had je nog het punt van keuzes maken. Eh. ‘Wat heb jij?’ vroeg hij, naar het glas knikkend in zijn hand, in de volle verwachting dat hij de copycat kon uithangen zonder dat zijn teerbeminde nonkel hem tegenhouden zou. ‘Geen zin om bij de rest te staan?’
  14. Ain't it funny what you'll do 26 december 1837 De kerstvakantie was, heel eerlijk, niet zo bijzonder geweldig dit jaar. De vakantie was begonnen met een ouderlijke preek, over zijn gebrek aan goede punten de laatste tijd op Zweinstein. Toen hij geprotesteerd had over dat het heus wel meeviel, dat ze zich vastpinden op het voorspellend rekenen dat gewoon onmogelijk was geweest het afgelopen trimester, was het alleen maar erger geworden. Hij vergat niet vaak dat zijn leven gemakkelijker was als hij gewoon driemaal mea culpa sloeg, maar de keren dat hij dat wel deed… God, het was in elk geval een goed voorbeeld om het nooit meer te vergeten. En ook een goede reden om, naar het schijnt, geheel tegen zijn zin een handboek Voorspellend Rekenen voor kerst te krijgen met de boodschap dat hij het nu maar eens fatsoenlijk moest leren. Of anders. Voor Claude was het niet veel beter geweest, al had hij er niet helemaal uitgekregen waar het precies over was gegaan. Hij had gewoon een hoop geschreeuw, het merendeel van zijn vader, gehoord en was haar uiteindelijk naar haar kamer gevolgd, zonder een echt plan of idee om de kutste kerstvakantie ooit op te lossen, alleen met goede bedoelingen en niet veel meer dan dat. En uiteindelijk was er ook een plan uit voortgekomen, echter. Niet goed uitgedacht, meer gedroomd dan gepland, het enige wat vastlag, was de preek en de straf achteraf, maar nu hij hier stond, op Spaanse bodem en met zijn jongere zus naast hem, kon hij eigenlijk alleen maar grijnzen. Het voelde góéd om weg te zijn, om die familiale verplichtingen te laten zijn voor wat ze waren en dat handboek op zijn kamer te laten liggen en om Aviana op hem te laten wachten. Als hij zich niet zo opgesloten zou voelen, de laatste tijd, zou hij zich er schuldig over voelen, wellicht, maar hij werd het zo beu dat hij een rol toegewezen had gekregen en hij zich er beter kon inleven dan hij aan zichzelf wilde toegeven en dat dat het enige was wat het meisje van wie hij een beetje, een klein beetje hield, over hem dacht, en dus was zelfs haar achterlaten in Engeland met dat grillige weer even een bevrijding. Dat was vast slecht van hem. Maar hé, ze was vast niets anders van hem gewend. Maar kijk, op het moment hoefde dat vast niet uit te maken, want het voordeel van ertussenuit knijpen was dat je nergens aan hoefde te denken. ‘Die receptionist zei dat die magische muurschilderingen wel de moeite zijn,’ zei hij, zijn schouders ophalend. ‘Ik heb er eigenlijk echt niet aan gedacht om te bedenken wat we hier konden doen, dus… dat dan maar?’ Hij had gewoon weggewild. En in tegenstelling tot al de rest kon hij dát wel goed. OOC: Privé met Lily! <3
  15. [1837] OMG did you hear about...

    Aviana had een hele bom aan informatie aan een stuk door gerateld en voor Richard iets kon tegensputteren, was ze alweer weg en dus staarde hij haar na, verbaasd en niet helemaal zeker van wat er nu precies gebeurd was. Claude? Met Emile? En Chase ging nu scheiden na al die moeite gedaan te hebben om überhaupt met haar te trouwen? Kijk, hij was niet dol op Chase, vond hem nogal irritant en zou het niet erg vinden als dat plots zijn schoonbroer niet meer was, maar wat. Hij was er vrij zeker van dat zijn ouders vrij boos zouden worden, dus uh. Help. En dus ging hij op zoek naar zijn zus, maar die kon hij niet vinden en dus hield hij Elise Stonetree tegen. ‘Zeg eens, heb jij Claude gezien? Aviana kwam zonet een heel verhaal vertellen, ze is zwanger van die Franse student of zo? En Chase wil scheiden en haar toekomst is naar de maan of zo, onze ouders zijn vast ziekboos en Chase is vast nog erger – voor die wil scheiden… Misschien was dit al heel lang aan de gang of zo. Maar heb jij haar gezien? Nee? Oké, dan, dag, stuur haar naar mij als je d’r ziet!’
×