Jump to content

Cassidy Kingston

Vrijzinnige Tovenaarspartij
  • Content count

    126
  • Joined

  • Last visited

  • Days Won

    2

Cassidy Kingston last won the day on April 11

Cassidy Kingston had the most liked content!

About Cassidy Kingston

  • Birthday May 12

OOC Profiel Informatie

  • Naam
    Kelly

Profile Fields

Recent Profile Visitors

326 profile views
  1. [1837/1838] I'm not getting cold until the sun is up

    "Kan je naar de maan reizen?", vroeg Cassidy verbaasd en verwonderd. "Heeft u dat al eens geprobeerd met een vliegend schip?" Met magie kon heel erg veel, misschien wel alles. Dus waarom zou dat niet mogelijk zijn. En zou daar echt alles te vinden zijn wat iemand was kwijtgeraakt? Bijvoorbeeld ook 'vrije wil'? Niet dat ze die vraag hardop stelde, want dat zou natuurlijk voor wedervragen zorgen en die vragen kon ze niet beantwoorden. "En stel dat u naar de maan kan, zou u daar dan iets willen vinden? Iets wat u bent kwijtgeraakt?" Ze kreeg grote ogen en mompelde snel een excuus, want ten eerste was het natuurlijk een heel persoonlijke vraag en ten tweede... De man was net zijn been verloren. Dat moest dit dan wel een beetje een pijnlijke en confronterende vraag zijn. Ze hoopte dat hij daar niet aan dacht bij de vraag en dat hij het anders haar niet zou kwalijk nemen. Ze kon de vraag ook weer niet al te paniekerig intrekken, want dan wist hij weer dat hij daar wel aan dacht en dan werd het nog vervelender en mogelijk kwetsender. Dat was niet de bedoeling. "Ik zou niet eens weten waar die landen liggen. Wat zijn Japan en China voor landen? En hoe kan je een heel land sluiten? Zit er een magische bubbel overheen, als een soort schild?"Het was lastig hoor als je algemene kennis ook redelijk beperkt was. Ze was nu sinds kort pas een beetje zelf dingen aan het lezen en opzoeken en tot die tijd had ze het met incidenteel een afgedankte privéleraar van Irwin moeten doen... En van verhalen van mensen om zich heen, maar die hadden het natuurlijk niet echt vaak over Japan. "Australië? Is dat niet het land waar ze allemaal misdadigers heen sturen? Ik weet niet of ik daar heen zou durven." Cassidy sorteerde de laatste paar papieren, die ze in haar stapeltje had. "Welke landen in Europa ben je nog niet geweest?"
  2. Met een blos op haar wangen sloeg Cassidy de ogen neer. Ze haalde diep adem. "Je bent ook een Foulkes-Davenport, Moraine, als Kingston is enkel mijn plaats om ook jou nu te dienen en zoveel mogelijk te helpen mocht je iets nodig hebben." Ze wilde dit niet zeggen. De vloek zorgde dat ze dit moest zeggen. Het was zo wreed dat ze voor het grootste deel nog haar volledige en eigen bewustzijn had. Je had ook van die mensen die onder een volledige spreuk waren. Ze wist van gesprekken, die ze wel eens had opgevangen in de Lekke Ketel en in Zweinstein dat dat soort mensen vaak een tijdje verdwenen waren en dan terugkeerden, zonder dat ze zich nog iets konden herinneren, maar zij... Ze wist alles... Ze voelde wanneer de vloek haar overnam... Ze wist waar zij eindigde en waar de vloek begon. Het was een kwelling. "De familie verdient het, jij ook. Dat is hoe het is." Inwendig smeekte ze haar zusje te stoppen met slecht te praten over de familie. Straks zouden de grootouders misschien weer vragen naar of ze iets gemerkt had van ongehoorzaamheid van haar siblings en dan zou ze dit soort uitspraken niet meer kunnen verzwijgen. Zeg op... Ze moest iets zeggen, maar ze kon niet de waarheid zeggen.. ze kon wel zeggen waar ze bang voor was, maar niet de achterliggende waarheid. Moeilijk, moeilijk, maar haar mond begon alweer te spreken. "Pijn..." Ze kreeg tranen in haar ogen. "Mezelf verliezen..." Met grote ogen keek ze Moraine vervolgens aan. "Zulke dingen mag je niet zeggen, Moraine..." Ze legde haar hoofd in haar handen. "Niet doen, niet doen... ik wil je niet weer verraden...Ik ben bang je weer te verraden." Cassy deed haar ogen dicht. "Jullie hadden me niets moeten vertellen... Ik zei nog dat het niet verstandig was me iets te vertellen... niet zeggen.... Ik kan niet..." Daarna zei Cassidy niet zoveel meer, want ze was vooral heel erg hard aan het vechten tegen een onvermijdelijke huilbui, die ze al veel te lang had uitgesteld.
  3. [1837/1838] We will never lose our home, no matter how far we run

    "Dat klinkt geweldig. Italië en een dorpje bij de zee. Strand... zon..." Cassidy lachte. "Wat kan een mens nog meer wensen? Ik ben zo benieuwd." Ze keek hem vervolgens even peinzend aan. "Ik kan alleen niet zwemmen. Is dat erg?" Hoewel, als het toch te koud was om te pootjebaden, dan zou er van zwemmen vast ook wel niet meer zoveel terecht komen. Ze blies een beetje in haar handen. "Ik ga even de sjaal en mantel halen." Ze keek hem even aan, wachtte of ze een soort van toestemming zag in zijn blik en liep toen snel naar de kajuit. De verwarmende kleding was snel gevonden. Cassidy voelde zich net een klein kuikentje in die veel te grote jas. Ze moest erop letten dat ze niet op de onderkant van de mantel ging staan, terwijl ze de trappen, terug naar het dek, op liep. Ze bond daarna ook een sjaal om haar hals en bracht Hiram een tweede die ze had gevonden. "Heb je niet hele koude oren? Ik heb nog lang haar wat ik eroverheen kan doen?" Ze glimlachte en ging subtiel dicht naast hem staan, uiteraard voor de warmte, waarom anders? En ze pakte weer het kopje thee in haar handen. "Hoe weet je welke kant je op moet sturen? Natuurlijk met een kaart, maar hoe weet je in de lucht wat waar zit? Want dan heb je veel minder herkenningspunten?", vroeg ze geïnteresseerd. "Wat gaan we vanavond eigenlijk doen met eten?", vroeg ze vrij plots, omdat haar hoofd daar naartoe was afgedwaald. "Is er een keukentje in het schip? Dan kan ik wel voor ons samen koken?"
  4. [1837/1838] We will never lose our home, no matter how far we run

    Voor Cassidy was het een heftige dag. Vandaag was de dag dat de imperiusvloek eindelijk was verbroken. Het had ruim een jaar geduurd en het voelde nog onwerkelijk. Om de vloek te breken, echter, had Irwin haar gezoend en de indruk gegeven meer te willen doen dan dat... Ze was doodsbang geweest en geschrokken. Eigenlijk was ze nog steeds een beetje van slag, maar tegelijkertijd zo opgelucht toen hij voor de deur had gestaan ze met haar -gelukkig al ingepakte koffer, want ze had even niets meer georganiseerd vooral elkaar kunnen krijgen vandaag- koffer met hem mee kon. Alles was echter even vergeten toen ze aan boord van het vliegende zeilschip was gestapt. Het schip was zo prachtig en zo verwonderlijk en toen ze waren gaan vliegen, was er een verheugd piepje uit haar mond gekomen en had ze misschien wel een kwartier alleen maar aan de reling gestaan om te kijken en te genieten en Hiram op allemaal dingen te wijzen, die hij natuurlijk allang wist en kende, maar voor Cassy was het nieuw en voor haar was het alsof ze zojuist een sprookje binnen was gewandeld. Na dat kwartier werd het echter wel wat frisjes en was ze thee gaan maken en met de thee was ze naast Hiram gaan staan. Uiteraard zorgde hij er heel galant voor dat ze beschermd werden tegen de wind, maar het was nog steeds koud. Ze wreef een beetje in haar handen en er ontsnapte een zacht lachje, na Hirams vraag. "Graag een beetje warmer?" Ze zou niet klagen, hoor, geen haar op haar hoofd die daaraan dacht. Het rode puntje van haar neus en de rode blossen op haar wangen verraadde echter wel dat ze het koud had. "Zullen we anders naar die dorpjes waarover je vertelde? In het zuiden van Frankrijk en in Italië? Daar ben ik wel erg nieuwsgierig naar. En daar is het ook warmer, toch?" Ze glimlachte naar hem en hoopte zo de juiste keuze hebben gemaakt. Als hij iets anders wilde, vond Cassy het overigens ook goed. Als het maar ver weg was van Irwin en Dumferline.
  5. [1837/1838] I'm not getting cold until the sun is up

    Het mocht echt en hij mende het. Cassidy schonk hem nog zo’n warme glimlach, waar alle dankbaarheid zo uit te lezen viel. Ze voelde zich op het moment een enorme bofkont. Ze zou gewoon echt op een vliegend schip kunnen rondlopen… Ze was zelfs nog nooit op een ‘gewoon’ schip geweest. Dus dit was heel bijzonder. “Een plek waar de zon bijna altijd schijnt. Dat klinkt toch haast als een sprookje,” zei Cassidy met een lachje, terwijl ze een blik wierp op het raam. Het was regenachtig buiten, maar daar was het dan natuurlijk ook al september voor. “Ik ben erg nieuwsgierig. Dus graag…” Ze legde nog een aantal papieren op de juiste stapel en schonk hen beiden vervolgens nog wat koffie in. “We moeten onszelf niet uitdrogen…,” grapte ze een beetje. “Bent u daar geweest voor vakantie? Of voor werk?” Met zijn vrouw? Maar dat was vast te persoonlijk om te vragen. Je ging toch niet op de eerste werkdag in het privéleven van je baas zitten graven. Met een glimlach luisterde ze naar het gedicht. Cassidy vergat er zelfs even door te werken. “Het klinkt heel romantisch. Wat betekende het?” Want ze had er natuurlijk geen woord van verstaan. Cassy sprak geen andere talen dan Engels, maar ze knikte wel bij Hirams stelling. “ja, Frans klinkt ook altijd een beetje…muzikaal?” Was dat het juiste woord ervoor? Hiram vond een beetje kletsen wel gezellig, gelukkig. Ze knikte, kon een lichte blos niet verhelpen. “Oh ja, ik wist helemaal niet dat elk land en elke taal, elke streek zo anders is. De huizen zijn anders en de kleding en de manier waarop mensen hun kapsel dragen en hoe ze elkaar begroeten. Het is allemaal zo anders. En de natuur…natuurlijk. Dat maakt je heel nieuwsgierig naar andere plekken.” Cassy keek even opzij naar Hiram, om te zien of hij dat ook vond. “Dat maakt dan nieuwsgierig naar wat je allemaal nog niet hebt gezien.” Ze nam een slokje koffie. “Maar de wereld is vast veel te groot om alles te kunnen zien.” Als ze de kaarten van de wereld zag, dan was het zo groot dat ze het zich niet eens kon voorstellen hoe wijd gestrekt alles was. “Waar zou u nog graag heen gaan?”
  6. De deur was op slot! Dus ze kon niet weg. Met een licht verwilderde blik keek Cassidy naar Irwin toen hij zachtjes haar naam zei. Ondertussen was ze ook vooral bezig om te bedenken hoe ze zich zou kunnen verdedigen als ze met haar woorden en gedrag Irwin kwaad had gemaakt en hij toch hetgeen wilde waar hij nu aan was begonnen en wat ze niet had gekregen. Zou de lamp op de kast genoeg zijn als ze die naar zijn hoofd gooide? Zou dat lukken met hoe troebel ze nu zag van de tranen? De volgende woorden van Irwin kwamen echter als een schok. Haar vloek! Haar vloek was gebroken! Ze... Ze was zo in paniek geweest en zo in vluchtmodus dat ze dat dus nog niet eens had gemerkt. Ze had er ook allemaal hele verschrikkelijke dingen tegen hem uitgegooid. Cassy sloeg een hand voor haar mond. Al had ze het wel gemeend hoor, wat ze had gezegd. Alleen zei je die dingen dan normaal misschien niet hardop. Maar als je zo gewend was dat die restrictie vanzelf kwam, dan flapte je er alles uit als je opeens alles vrijuit kon doen. Ze huilde ondertussen nog steeds. Daar kon ze niet mee stoppen. "Ik ga op reis met Hiram," fluisterde ze. Dat was al gepland en ze had daarvoor van Yara toestemming gekregen. Aan Irwin had ze het niet kunnen vragen. Aan zijn vrouw wel. Ze had verwacht dat dat wel aan zou komen. Zeker omdat ze zelf ook weggingen. Dan werd ze niet gemist. Cassidy testte de deurklink, nadat ze het slot had horen klikken en was opgelucht dat de deur nu wel openging. Ze keek weer naar Irwin, wreef in haar ogen. "Dus dit was... om me van de vloek af te helpen?" Ze kreeg een bevestigende knik. Toch kreeg ze het niet voor elkaar om hem nu te bedanken. Zij knikte ook maar. Ze haalde diep adem. "Ik ga even..." Ze wilde weg, ze wilde vluchten. Het liefst naar buiten. Even helemaal weg van hier. "Tot later...", zei ze snel en toen rende ze haast de kamer uit. De informatie duizelde haar. Ze had een eigen kamer? In de gastenvleugel? Ze kon hier wonen als thuis of een eigen huis krijgen? Hij wilde niet dat ze werkte. Ze kreeg geld... Hij hield afstand... Het leek echt. Ze droomde niet. Ze kneep in haar arm. Auw. Pijn. Echt. Alles was echt. Wat Irwin had gedaan, alles wat hij aanbood en de vloek was echt gebroken. Om het nog een keer te testen fluisterde ze; "Irwin is stom." Cassy maakte een verstokt geluidje. Ze was vrij! [OOC: topic done]
  7. Moraine werd boos en dat was niet helemaal de bedoeling. Ten eerste niet omdat Cassy haar zusje niet graag boos zag, maar ook zeker omdat dat er nu voor zorgde dat ze in de bevelende vorm dingen begon te zeggen en te vragen en dan kon Cassy er niet meer omheen draaien. Een beetje ongelukkig keek ze haar aan. "Nee. Ik blijf voor Irwin werken. Hij is mijn meester," reageerde ze als eerste, want dat was het belangrijkste om te zeggen en daar kon ze niet omheen. De rest wilde ze geen antwoord op geven. Ze nam nog een slokje van haar thee om het uit te stellen, maar omdat ze diep van binnen graag eerlijk was tegen Moraine en ze wel moest gehoorzamen, kreeg ze dat niet te lang voor elkaar. "Irwin doet niets met me." Wat waar was. Het waren de grootouders die iets met haar deden. "Ik stel me enkel dienstbaar op ten gunste van de familie, Moraine, zoals van me verwacht mag worden. Ik zal proberen me te gedragen als de ideale bediende. Als ik iets voor je kan doen, laat het me dan alsjeblieft weten. Ik zal dan mijn uiterste best doen om je tevreden te stellen. Dat is absoluut geen enkele moeite" Ze glimlachte gedwee. Ze schaamde zich dood, maar zoals wel vaker had haar tong een eigen leven en dreunde ze op wat ze hoorde te zeggen. "En meneer Foulkes-Davenport verwacht enkel van me dat ik hem gehoorzaam ben en behandel al seen goede bediende betaamt. Hij vraagt niets van me wat niet gepast is of wat niet verwacht mag worden." Ja, ha, dat was nu nog het geval. "Hetzelfde geldt voor zijn vrouw." Sorry Moraine, nu was ze vast nog steeds geen steek verder met wat ze wilde weten. Cassidy nam nog maar een slokje thee. "Zou ik ook een koekje mogen?", vroeg ze. Ze had er eigenlijk eentje willen pakken, maar omdat haar zusje haar net bevelen had gegeven, was dat met de vloek een wat lastige zelfstandige onderneming. Erom vragen lag eigenlijk al op het randje. Een echte, goede, bediende vroeg natuurlijk niet om koekjes.
  8. Irwin was zeker heel erg overtuigend. Zijn handelen werkte inderdaad een beetje, want Cassidy voelde zich heel ongemakkelijk en nog iets banger toen hij zijn armen zo om haar heen sloeg en haar nog dichter naar zich toe trok. Hij wilde dit echt. Hij wilde haar écht. Of dat was in ieder geval waar zij steeds meer overtuigd van raakte. Ze wilde huilen. Ze wilde gillen. Ze wilde weigeren, maar dat lukte nog niet. Even was Cassidy opgelucht toen Irwin haar losliet. Hij leek iets meer tevreden te zijn. Dat was goed, zei de vloek in haar hoofd. Het hield echter niet op. Ze moest naar zijn kamer en ze moest daar, met nog wat meer drank, op hem wachten in zijn kamer. Op bed. Cassidy werd een tintje grauwer in haar gelaat, maar ze knikte braaf en ging terug naar het huis. Zodra ze in het huis was, vertraagde ze wel al hoe snel ze liep. Hij had immers niet gezegd dat ze moest haasten. Met een knoop in haar maag liep ze naar zijn kamer en wachtte daar gehoorzaam op hem. Het glas whisky had ze op zijn nachtkastje gezet en ze zat op het bed, een flap van de deken over haar been geslagen, zodat ze ook voldeed aan het stukje 'in bed liggen'. Al was het wel op het randje van of ze zijn bevel wel goed had opgevolgd. De tijd die Cassidy moest wachten, was ze inderdaad steeds meer aan het vechten tegen de vloek. Dusdanig dat het zweet op haar voorhoofd stond. Het was een innerlijk slagveld. Elk tegenargument dat ze bedacht, werd natuurlijk tegengesproken. Ze wilde dit niet. Ze kon dit niet. Ze durfde dit niet. Ze snapte het niet en ze werd langzaam ook boos op Irwin, omdat hij dit van haar vroeg... Het was gemeen dat hij zo misbruik van haar maakte. Waren ze dan geen vrienden? Had ze al die tijd geluk gehad? Viel hij op gehoorzame vrouwen? Had hij daarom de laatste maanden zoveel ruzie met Yara gehad en was hij daarom liever met Cassidy op pad geweest in plaats van met zijn vrouw? Had hij haar gehoorzaamheid binnen de vloek opgevat als dat ze van hem hield?! Hoe kon ze hier nog van ontsnappen? Toen Irwin eenmaal de kamer binnen was gelopen, zoende hij haar. Cassidy zette grote ogen op en kuste nauwelijks terug, zowel van walging als van schok. Ze smeekte hem inwendig om te stoppen, maar dat gebeurde natuurlijk niet. Met grote ogen keek ze naar hoe hij zich begon te ontkleden. Hij ging dit doorzetten. Hij ging dit doen... Hij zou haar verkrachten? En vast zeggen dat het niet zo was, omdat ze erbij moest lachen en omdat ze alles deed wat hij zei. Nee. Nee! NEE! In plaats van Irwin te zoenen, schoot haar hand plots los uit de restrictie van de vloek. Cassy sloeg hem hard op zijn wang en schudde zijn hoofd. "Nee!", riep ze. Eerder had ze dat hard geroepen in haar hoofd, maar nu kon ze het ook woordelijk zeggen. "Nee!", herhaalde ze nog eens en over het bed kroop ze snel de andere kant op. Ze sprong er weg, voelde haar hart heel erg hard bonzen. Ze geloofde zelf nog maar half wat er was gebeurd. Met grote ogen keek ze naar Irwin, bang dat hij haar nu magisch zou gaan dwingen en met snelle stappen achteruit begaf ze zich naar de deur. "Laat me met rust! Ik wil dit niet!" "Hoe kun je?!" Haar hand vond de koele deurklink, tranen rolden nu wel vrijelijk over haar wangen. "Je bent een monster!", boosheid, angst, paniek en walging klonken door in haar stem. De vloek was gebroken, maar er was meer gesneuveld dan dat.
  9. Het was niet genoeg. Natuurlijk was het niet genoeg geweest. Dat had ze kunnen verwachten, want hij was net heel erg beslist geweest in zijn verzoek. Misschien hoopte ze dat het een vergissing was of dat hij zich zou bedenken, maar dat was het niet. Natuurlijk niet. Irwin zou dit nooit van haar vragen als hij niet heel erg zeker was geweest dat dit zijn wens was. Cassidy had hem teleurgesteld. Ze voelde hoe zijn handen om haar middel schoven en haar op haar rug vast bleven houden. Zijn blik was vastberaden. Dit zou gewoon gebeuren. Voor het eerst in haar leven voelde Cassy zich bang in bijzijn van Irwin. Doe het nog maar eens, inniger ditmaal, en doe alsof je ervan geniet. Alsof ze genoot…hoe moest ze dan doen? Het meisje probeerde haar glimlach overtuigender te maken, maar de angst in haar ogen kon ze niet verbergen. Haar mond werd droog en ze voelde zich misselijk. En in paniek. Hoever zou dit gaan? Ze wilde niet. Ze wilde niet. Ze wilde niet. Toch drukte ze haar lippen weer op de zijne, al ging het weer met een hapering. Dit keer onderbrak ze de kus zelf niet. Ze probeerde in de kus te leunen en hem alles te geven wat ze geven kon. Het was niet veel; ze had geen ervaring en ze kon er niet van genieten. Maar haar lippen kon ze hem geven en haar tranen kon ze inslikken. In de verte stond een figuurtje achter het raam, had uitzicht op Irwin en Cassidy. Ze stond er even en wachtte het einde van de kust niet af…
  10. 27 december 1837 De afgelopen zeven maanden waren behoorlijk slopend geweest. Irwin was ontzettend wisselend en Cassidy wist nooit goed wat ze kon verwachten. Soms mocht ze tijden niets doen en dat vond ze haast nog verschrikkelijker dan wanneer hij haar hard aan het werk zetten. Als je druk bezig was, ging de tijd immers een heel stuk sneller. Soms waren de eisen of vragen die Irwin stelde heel erg vreemd en snapte ze niet goed waarom hij van haar wilde wat hij vroeg, maar ze deed het. Ze mocht Irwin graag en was hem nog altijd heel erg dankbaar voor dat hij haar in huis had genomen en dat hij haar weg had gehaald bij de grootouders. Dus ze wilde het allemaal voor hem doen. Ze wilde voor hem werken, ze wilde voor hem zwijgen, ze liet het over zich heen komen als hij haar afkraakte – wat ze niet leuk vond, wat pijn deed en best wel veel verdriet kon zijn. Soms ging ze ook echt aan zichzelf twijfelen en voelde ze zich waardeloos.- Tot nu toe was er niets gebeurd wat ze niet aankon, niets gebeurd waardoor het allemaal teveel werd. Tot nu. Met een dienblad met daarop een glas en een fles whisky was Cassidy naar het verwarmde deel van de tuin gelopen. Ze schonk Irwin met een keurige glimlach een glas whisky in en zette het voor hem neer. Natuurlijk kwam ze dichterbij toen hij het haar opdroeg. Natuurlijk ging ze naast hem zitten, toen hij dat van haar vroeg. Ze kon niet ergens anders gaan zitten, want het opschuiven en kloppen naast zich was overduidelijk. Tot dusver deed Cassy dit alles ter goeder trouw. Natuurlijk deed Irwin de afgelopen tijd anders dan ze hem kende, maar dat kon niet anders met de vloek. Hij leek haar dit keer geen pijn te gaan doen met woorden en fysiek pijn had hij haar nog nooit gedaan, in tegenstelling tot de grootouders. Dus ze was voorzichtig en onderdanig, maar niet werkelijk schuw voor de man. Tot nu. Met grote ogen keek Cassidy naar Irwin. Ze voelde meteen hoe haar hart ging bonzen. Ze voelde de verbazing, want het stond nog vers in haar geheugen hoe Irwin haar had geholpen in de gang toen meneer Dickson haar had gezoend en hoe ridderlijk hij haar eer toen had beschermd. Waarom was dat nu opeens anders? Dit was iets wat ze niet meteen deed. Cassidy voelde weerstand. Ze wilde Irwin niet zoenen en ze stribbelde tegen. Bij de andere opdrachten had ze het tegenwerken misschien wel opgegeven, maar dit? Dit wilde ze niet. Niet met Irwin, nooit gedwongen. Ze slikte, voelde tranen in haar ogen komen, maar ook meteen de drang om weer extra te glimlachen. Ze kon haar meester immers toch niet teleurstellen of het gevoel geven dat ze hem wilde afwijzen? Het stemmetje in haar achterhoofd, het stemmetje van de vloek, was ook behoorlijk dwingend en haalde al haar gedachten aan verzet onderuit. Waarom dit niet doen als Irwin het graag wilde? Wilde ze dan niet dat hij zich fijn voelde? Wilde ze dan niet dat hij tevreden met haar was en lief tegen haar deed? Was het niet veel makkelijker om het gewoon te doen? Dus kuste ze hem. Nu. Kort en zachtjes, heel vluchtig en voorzichtig. Daarna sloeg ze haar ogen neer. “Was dit naar wens, meester?”
  11. Inmiddels was het gesprek zo omgeslagen dat ook Cassidy zich er in het geheel niet meer prettig bij voelde. Ze kon een hoop niet zeggen, door de vloek, maar hetgeen wat ze niet kon zeggen, wilde ze ook niet echt zeggen. Elk antwoord dat ze nu gaf, zou Moraine dichter naar de waarheid brengen en zelfs met haar zusje was dit niet iets wat ze graag wilde delen. Het was niet iets waar je trots op was en het was niet waar je iemand, die om je gaf, mee wilde belasten. Aan de andere kant wilde het dolgraag ook weer wel delen, iemand hebben bij wie ze er wel over kon huilen, vitten, zeuren. Daniel wist er misschien wel van, maar bij hem deed ze dat dan weer niet. Niet alles aan de vloek was slecht. Sinds de vloek leefde ze bij Irwin en sindsdien was haar leven er heel erg op vooruit gegaan. Zelfs met vloek meegenomen in de balans, sloeg haar leven nu positiever uit. "Je hoeft niet bezorgd te zijn," zei ze snel. "Met meneer Foulkes-Davenport gaat het prima." Ze kon best negeren dat ze heus wel doorhad dat moraine bezorgd was om haar, toch? Yikes, dit voelde eigenlijk al als liegen, maar het was nergens gespecificeerd. Dus ze kwam er blijkbaar mee weg... bij de vloek. Niet bij haar schuldgevoel. "Het is beter als ik hem bejegen zoals een goede bediende dat behoort te doen,"antwoordde ze haast automatisch. Na een jaar zat een dergelijk antwoord er al behoorlijk ingeslepen. Het was iets wat ook zeer regelmatig door de grootouders, elke keer als de vloek werd ververst, tegen haar zeiden in vergelijkbare bewoordingen. "Meneer Foulkes-Davenport dwingt me nergens toe, maar ik zou uiteraard alles doen wat hij van me verlangt." Ze wilde het niet zeggen, maar haar mond, tong en stembanden leken met dit soort vragen een eigen leven te hebben. Cassy glimlachte gehoorzaam, al deden haar ogen niet mee. Je mocht natuurlijk niet ongelukkig lijken als je net vertelde dat je graag naar je meester luisterde.
  12. Even keek Cassidy ongemakkelijk, waarna ze snel haar blik neersloeg. Hoe moest ze nu antwoord geven over Irwin. Dat kon ze niet op een normale manier. Ze moest echter wel antwoord geven, want Moraine stelde haar een vraag en Moraine was een Foulkes-Davenport, maar als een goede bediende negeerde je geen vragen, ook niet als het geen bevel was en Cassidy gaf Moraine ook graag antwoord. Dus het vrijwel onmogelijk om daar nog goed en wel weerstand aan te kunnen bieden. “Meneer Foulkes-Davenport geeft aan dat hij me op die momenten kan missen. Mocht dat naders zijn of zou hij me toch nodig hebben, dan zou ik me excuseren bij meneer Churchill en mijn diensten direct tot meneer Foulkes-Davenports beschikking stellen.”Autsj. Dat was zó niet hoe ze dit had willen formuleren, maar haar mond was al gaan praten voor ze er goed en wel over na had kunnen denken. Cassy beet op haar lip en staarde ernstig naar haar kopje thee. Ze durfde Moraine nu niet aan te kijken, bang om iets te verraden en dat mocht natuurlijk niet. Of ze wilde het wel, maar het mocht niet van de vloek. Soms kon ze die twee dingen niet meer goed uit elkaar houden. “Naar Canada?”, vroeg Cassidy een beetje verschrikt, toch weer opkijkend van haar theekopje. “Oh… wat…” Vreselijk. Dat mocht ze vast niet zeggen? Dat was onaardig. Alleen dan was haar zusje zo ver weg. En zo alleen. En ze leek het eigenlijk niet zo heel erg naar haar zin te hebben met Delano. “Of vind je het leuk?”, vroeg ze wat plichtsmatig. “Volgens Daniel is het wel een heel erg mooi land en zijn er een heleboel leuke dingen te doen. Als je wilt, kan ik wel aan hem vragen of hij wat adviezen voor je heeft of tips…of…” Cassy haalde diep adem. “Ik ga je zo missen…” Moraine was de enige van haar siblings waar ze nog goed contact mee had, ondanks alles, ondanks haar verraad. Was ze nu echt zo egoïstisch dat ze echt niet wilde dat Moraine naar Canada zou gaan? “Ik zal je schrijven,” beloofde ze vlot. “Met Vriendje gaat het goed. Ik heb hem wat trucjes geleerd. Hij kan nu zitten op commando en geeft een pootje als je daarom vraagt. Je moet hem wel een beetje omkopen met snoepjes, maar met genoeg lekkers is hij bereid alles voor je te leren. Hij is ook eindelijk wat dikker geworden. Ik geloof dat hij het heel erg naar zijn zin heeft op Dunfermline. Kan je het hem kwalijk nemen? Dat terrein is zo mooi…” Nu Moraine zo timide was, voelde Cassidy meer de drang om maar wat meer te babbelen en de stilte te vullen. Ze wilde niet dat het ongezellig was. Het mocht niet ongemakkelijk worden. In stilte vreesde Cassidy heel erg dat ze Moraine kwijtraakte.
  13. [1837/1838] I'm not getting cold until the sun is up

    Bij het vooruitzicht op een vliegend schip te mogen kijken, begonnen Cassy's ogen te glimmen. Ze knikte snel en kon het niet helpen heel erg verheugd te kijken. "Ja, dat zou me zo ontzettend geweldig lijken. Oh .. op een schip. Zou dat echt van u mogen?" Het meisje knikte. "Ik kijk er nu al naar uit." Ze glimlachte breed. "Maar ik zal eerst bewijzen dat ik zo'n uitje verdien." Want straks vond meneer Churchill dat ze aan het lummelen was en dan was ze straks al aan boord geweest en daar zou ze zich dan wel heel schuldig over voelen. Ze was maar een snul. Dus ze hoopte dat hard werken genoeg zou zijn. Aandachtig luisterde ze naar het verhaal van haar werkgever en glimlachte wat dromerig bij zijn woorden, ze lachte voorzichtig naar hem. “Dat klinkt een beetje zoals ik nu ben… Al weet ik wel dat de wereld wat groter is, maar wat weet ik er nu van?” Al was dat voor die dreuzels vast wel heel anders dan het nu voor haar was. Ze kon zich er niet echt iets bij voorstellen. “Wat voor steden zijn dat? Ik kan me er niet zoveel bij voorstellen? Dat is op het vasteland? Toch? Waar alle mensen heel exotisch zijn met zwart haar en donkere ogen?” Cassidy glimlachte en sorteerde ondertussen de papieren verder. Ondertussen viel haar oog ook op een papier die verkeerd lag. Ze kleurde, want dat was vast haar eigen fout geweest, omdat ze niet goed had gelegen. Ze legde het perkament zo subtiel mogelijk weer op de juiste stapel. “Ik ben met meneer Foulkes-Davenport wel bij een congres in Frankrijk geweest en een keer in Oostenrijk… nee, Zwitserland. Ze spraken er heel gek, met van die hele harde klanken in hun woorden…” Het waren haar favoriete uitjes, ondanks dat ze niet met Irwin kon praten. Ze zorgde daar zo goed mogelijk voor hem, maar ze had ook nog best wat tijd voor zichzelf. Dan kon ze daar in het magische deel wel bij de straten kijken. Elk land had een heel eigen karakter en sfeer. “Meneer Foulkes-Davenport vindt dreuzels ook interessant. En Fabeldieren. Hebben jullie elkaar op die manier leren kennen?”, vroeg ze verder. “Oh. Als ik teveel vraag of klets, dan moet u het zeggen hoor..” maar ze vond het zo gezellig. Dus als hij het niet erg vond, dan… dan zou ze er liever niet mee stoppen. Ze klonk er verder in het geheel niet veroordelend over. Zij was een snul. Dat was haast nog erger dan dat je een dreuzel was, want zowel een dreuzel als zij waren magieloos, alleen Cassidy had ook nog eens gefaald om magisch te worden, omdat ze potentie in theorie wel had gehad. Er werd zoveel gekletst dat het Cassidy niet opviel dat er een vraag bewust werd genegeerd. Daar dacht ze nu dan verder ook helemaal niet meer over na. Daarbij zou ze bij haar nieuwe werkgever toch niet durven of willen pushen om een antwoord te krijgen.
  14. Blijkbaar was het hebben van een man net zo zwaar en net zoveel inspelen en anticiperen op behoeften en verwachtingen als wanneer je bediende was bij de grootouders in Obaín. Cassy keek naar haar zusje en glimlachte haar vol medeleven toe. Het gevoel in haar onderbuik werd sterker. Zeker omdat Moraine niet echt antwoord gaf op de vraag of hij wel lief voor haar was. Ze moest er misschien niet te direct naar vragen, maar Cassidy schoof wat meer op, zodat ze dichter naast Moraine kwam zitten en legde een hand op haar bovenarm, aaide haar zachtjes. "Lief zusje... Je weet dat ik er voor je ben, toch? Altijd... zolang het in mijn machte is." Daar kon ze ook heus mee bedoelen dat het niet kon tijdens werk? Ze kon het uitspreken. Dus de vloek vond blijkbaar ook dat het niet interfereerde met de vloek... Alsof de vloek zelf kon nadenken en een bazig mannetje met een zweep was... Misschien had ze de vloek wel een persoonlijkheid gegeven om er beter mee om te kunnen gaan. Voor nu vroeg Cassidy echter niet verder, maar gaf ze gewoon antwoord op de vragen over mister Churchill en zijn vliegende schepen. Ze glimlachte en knikte. "Hij heeft me een keer meegenomen aan aan dek en daar hebben we samen een kopje koffie gedronken." Ze glimlachte en keek naar het kopje koffie dat ze liet balanceren op haar knie. "Misschien neemt hij me binnenkort mee op een reisje..." Ze hield haar hoofd een beetje schuin. "Ook gewoon om te werken, hoor, maar dan is het kantoor voor een week op een vliegend schip. Spannend hoor." Wat kon ze nog meer vertellen? Wat luchtig was en leuk? "Ik werk er nu een kleine maand en ik ben al zo vooruit gegaan met lezen en schrijven. Als je het leuk vindt, dan kan ik je ook brieven schrijven? Door mijn werk heb ik nu ook een eigen uiltje. Dus dat kan makkelijk?" Oh, ze hoopte maar dat Moraine het wel leuk zou vinden. "Hoe eh.. gaat het bij jou op school? Al een beetje klaar voor het examenjaar?"
  15. Oktober 1837 - De Lekke Ketel - Ergens in de middag. "We are all failures- at least the best of us are." Tegenwoordig werkte Cassidy doordeweeks bij Hiram, en heel incidenteel ook in het weekend, maar dat was alleen als ze taken niet af had gekregen. Verder werkte ze in de avonden en in het weekend als bediende bij Irwin thuis, maar aangezien er ook een huiself was, Cassy niet magisch was, en zowel Irwin als Yara regelmatig niet thuis waren, werkte Cassidy zo nu en dan ook nog in de Lekke Ketel om daar bij te springen op drukke dagen of als er eens iemand ziek was. Zo ook vandaag. Met een glimlach liep Cassidy naar een tafeltje waar net een jong meisje (En begeleiding? Mag jij invullen, Irene) was gaan zitten. Met de doekje maakte ze de tafel snel handmatig voor haar schoon en gaf haar daarna een menukaart, die ze onder de arm had meegenomen. "Goedemiddag, welkom in de Lekke Ketel. Als er vragen zijn, gewoon stellen. Kan ik wat te drinken in schenken? En wil je (jullie) straks ook wat eten?" Natuurlijk vroeg ze zich af of het meisje nu niet op school, op Zweinstein, hoorde te zitten, maar daar zou zij nooit wat van zeggen. Misschien leek het meisje wel gewoon ouder dan haar leeftijd of was ze aan het spijbelen. In dat laatste geval zou Cassy niets verklappen hoor. Het waren haar zaken niet en als iemand zo'n prachtige magische school wilde verlaten, een kans op een beter leven, dan had iemand daar vast hele goede redenen voor. [OOC: Privé met Irene! :D]
×