Jump to content

Moraine Foulkes-Davenport

Vrijzinnige Tovenaarspartij
  • Content count

    92
  • Joined

  • Last visited

  • Days Won

    3

Moraine Foulkes-Davenport last won the day on February 22 2018

Moraine Foulkes-Davenport had the most liked content!

About Moraine Foulkes-Davenport

Recent Profile Visitors

450 profile views
  1. [1838/1839][EN]Laughter is the best cure... no, weed. Weed is the best cure

    Yes, see, of course, this made no sense whatsoever. Moraine was rarely cheery with Delano. She wasn’t happy with him, clearly, so she would have had to act happy, and truth be told, Delano neither warranted nor really required such an effort, because he was delusional enough not to notice much of her mood and selfish enough not to actually care if she was happy anyway. So she usually didn’t act. She stayed polite, she stayed compliant, she stayed his, and she kept her emotions and her mind as far away from the situation as she possibly could. Sometimes, she couldn’t manage, and then they had a fight, and then inevitably she would be punished and inevitably things would go back to normal again. And she’d return to the best version of herself, which was about as entertaining as a mannequin. But that was before she’d spent the entire afternoon getting accidentally high on weed from the roses Jenny had sent her. Now, she couldn’t get back to normal if she wanted to. Weed was not love potion, so she still distinctly disliked hubby dearest. It was also not a memory charm, so she remembered how she mustn’t let that on. “An explanation would take all the mystery out of it,” she therefore laughed quietly. “And mystery’s more fun, right? What are mysteries about you?” Probably nothing. He was a… doink. Hahaha. Doink. “Thanks for the present.”
  2. [1838/1839?]Life in these parts

    Moraine moest zachtjes lachen. “Cadwyn, ja, ze zat bij mij, maar ze is...” Ze hield haar hoofd even schuin. “Erg... enthousiast. Stel je dat eens voor bij mijn edelgeleerde echtgenoot.” Ze nam een hete slok koffie en in plaats van stoppen omdat het heet was nam ze er nog maar gewoon eentje, omdat ze niet wilde stoppen, en omdat het haar niets kon schelen ook. “Aan de andere kant, misschien praten ze gewoon allebei aan een stuk over totaal andere dingen en komen ze er nooit achter wat de ander heeft gezegd of dat ze in niets op elkaar lijken.” Ziij mocht Cadwyn wel, overigens. Natuurlijk. Wie niet? Zelfs Daniels ouders mochten Cadwyn en die waren normaliter toch niet gesteld op zijn concubines. Het was nu eenmaal gewoon een lieverd. Maar ze was Moraine altijd wel iets te druk. En tegenwoordig... waarschijnlijk veel te druk. Ze grinnikte. “Oh, ja, de Grieken hadden inderdaad vooral zwart haar, maar je weet hoe het gaat. Heb je zwart, dan wil je blond. Dus hun goden – de jonge, knappe goden – Hermes en Apollo hebben in alle verhalen prachtige blonde krullen, hoor.” Ze streelde door zijn haren, vervolgens langs zijn wang. “En, volgens Homeros, verschijnt Hermes de boodschapper het liefst als jonge herder, met ‘het dons op de kaken’.” Ze giechelde, streelde nog even over zijn wang en ging verder met haar koffie. “Achilles was waarschijnlijk ook blond... Nou, Odysseus, die was rossig, maar ja, Odysseus was ook de perfecte antiheld, dus natuurlijk moesten ze ook voor het uiterlijk voor hem afwijken. Consistent in alles. Zo, heb je weer wat geleerd. En ook wat je zou moeten doen als mijn gezelschapsjonker: me wijn inschenken en naar m’n verhalen luisteren.” De rest, daar kon Jude om lachen maar zij niet. Vervolgens moest ze wel weer lachen. “In je armen he. Daar gaan je fantasieën over? Pas ik er nog bij naast die andere drie dames van je? Hoe gaat het daarmee, overigens.”
  3. [1838/1839?]Life in these parts

    Moraine lachte, porde in zijn zij. “Ja, hoor, zo gelukkig. Thee precies tot het juiste niveau inschenken zonder dat er een lijntje op het kopje staat, daarvan krijg je toch een volmaakt voldaan gevoel. Jij niet dan?” Het had geen zin om hier serieus op in te gaan. Geen zin om te vertellen hoe ze elke dag weer moest vechten met zichzelf om uberhaupt uit bed te komen, geen zin om te vertellen hoe vaak ze zich al had voorgesteld dat ze de hete theepot in de schoot van haar geliefde echtgenoot kwakte. Serieus was Jude’s ding niet, en ze wilde niet saai zijn, hij was een van haar beste vrienden en ze wilde hem niet kwijt. En bovendien wilde ze het zelf niet zeggen, want serieus was ook haar ding niet, daar schoot ze toch nooit iets mee op. Ze maakte er liever een grapje van, Jude wist toch wel dat ze het niet meende. Dat wist hij eng goed, maar hij leek het ook te accepteren zonder meer. Ze grinnikte. “Een gezelschapsdame... Goh, maar wie dan.” Ze zou het niet echt doen. Lieve hemel, nee. Sorry, maar ze vond het het simpelweg niet waard voor welk sprankje gemoedsrust dan ook voor zichzelf om een ander meisje in Delano’s buurt te brengen, een meisje dat nog minder ‘waard’ was dan zijzelf. Ze dacht niet dat hij grenzen had, dus ging ervan uit dat alle ergste dingen die je je dan voor kon stellen zouden gebeuren, en ze had geen moeite om erge dingen te verzinnen die een meisje in Delano’s buurt konden overkomen. Ook maakte ze zich niet langer illusies over haar capaciteit om hem tegen te houden. Dat was niet hoe hun relatie werkte. “Tenzij jij het aanbied,” lachte ze. “Gezelschapsjonker. Gaan we naar de Oud Griekse tradities terug.” Ze grijnsde. “Doet die blonde krullenbol van jou me sowieso altijd wel een beetje aan denken. En je speelt gitaar.” Dus dat was al helemaal Apollo, hoor. Ze nam de koffies aan, gaf hem er eentje en ze gingen weer onderweg naar buiten, terwijl ze over zijn woorden nadacht. Kijk, dat verbaasde haar altijd zo aan Jude. Aan de ene kant had hij helemaal door dat ze niets had met het reguliere welgestelde vrouwenleven. Aan de andere kant vond hij haar dan wel weer compleet het type voor een ‘lief zustertje’. Ze had het idee dat zijn vrouwbeeld gewoon niet zo consistent was. Kwam hij nog wel achter. “Oh, spannend,” lachte ze en ze nipte van haar koffie terwijl ze de campus op liepen. “Hoe zou je me stelen? Vertel.”
  4. 8th of September – Delano and Moraine’s house in Canada It was her birthday, not that she cared very much, although she had spent the day out with some of the other wives she’d met in Canada, wives of Delano’s colleagues that she’d gotten to know almost by default. Because it was expected, because he expected it, because what else was she going to do, sit at home alone all day as she did most days? She had not made a thing out of it, but they’d had some cake and some wine and some gossip, which she supposed had been fun after a fashion, and then she’d gone back home to not have fun whatsoever at all anymore until her next outing. Honestly, she had no idea whether Delano knew it was her birthday. Didn’t care, either. Wasn’t like she needed or wanted his well wishes or anything. But some of her friends had sent her presents, most of her friends from back in England actually. Not Gideon or Kai. Of course not. That was a long gone past. Admittedly, even in the past they had sometimes forgotten her birthday. Ahem. She’d sent them both maple syrup whisky. But no cards. They’d drink it and ignore that it was hers, she was pretty sure. Wren’d sent a card with a picture of her and her brother in it, though, so that was nice and gut-wrenching. And then there was a card from Jude, a cake from Cassidy, plates from Elaine, which she put the cake from Cassidy on, because that meant that Delano wouldn’t like it. Sleeping draught, which she put away neatly for those nights she would really need it more than she otherwise might. And a beautiful bouquet of roses which smelled lovely. She put it all away, didn’t want Delano to see it, comment on it or otherwise ruin it, and went to cook him dinner. The roses she put on the counter, they were innocuous enough. She was making lasagna, and somewhere along the lines, that turned into a hilarious endeavour, so that when her husband came home, he found her giggling over the parmigiano. “Say cheese!” she laughed at him, which was of course brilliant, and she put his starter in front of him and collapsed into more giggling on her way back to the kitchen.
  5. [1838/1839?]Life in these parts

    Koffie in een meeneembeker en dan de tuin in, dat klonk als het perfecte plan wat Moraine betrof. Zitten en naar buiten kijken, goh, daar zouden ze ook nog tijd voor moeten vinden, waarschijnlijk wanneer het ging regenen, wat het vast wel een keertje zou gaan doen vandaag ook al scheen de zon op dit moment aan een strakblauwe lucht, maar misschien als ze wat zouden gaan eten. Of als ze nog meer koffie nodig zouden hebben. “Het is waanzinnig oud,” vertelde ze ondertussen. “Cambridge werd voor het eerst een universiteitsstad in 1209, begin Middeleeuwen nog, de gebouwen die je ziet zijn wel vaak iets jonger. Het ging soort van gelijkelijk op tussen de Dreuzels en de tovenaarsstudenten... Het is opgericht door studenten die stadsmensen uit Oxford ontvluchtten.” Ze grinnikt. “Plaatst de Dreuzelse rivaliteit wel in een ander licht, nietwaar. “Maar daarvoor bestond het al, het is Romeins geweest, stukken daarvan zie je ook, daarna hebben de Vikingen het uitgebreid... William van Normandië heeft er nog een kasteel in gefrot, op de heuvel... Maar als echt magisch settlement, een campus, vanaf 1209, dus. Daarvoor was studeren, universiteiten, in de magische wereld wat minder georganiseerd en één geheel, meer met apprentices.” Zo, ze hoopte maar dat Jude dat interessant vond, ook, want ze had er nu meteen al maar weer eens van alles over verteld en ze had hem nog niet eens koffie gegeven. Ah... “Ja, ik vind het wel jammer,” glimlachte ze voorzichtig. “Voedselwetenschappen... kill me now.” Nu ja, het leek leuker dan niet studeren, natuurlijk, maar ze verwachtte niet dat het hoe dan ook de komende tijd zou mogen. Ze mocht van Delano niet zoveel, niet studeren, dan had ze andere prioriteiten dan hem. “Ik heb daar toch altijd bij koken liever de kunst dan de kennis... maar goed... koffie.” Terwijl ze hem naar binnen sleepte – “ah, het ruikt goed, misschien dat ik nog een kansje maak dat je het me niet eeuwig kwalijk zal nemen,” lachte ze – en ze wachtten op de koffie na hun bestelling van de koffie van de dag twee keer om mee te nemen, bekeek ze eens hoe hij eruit zag. Goed, prima. “Maar hey, misschien heb je nog eens een zuster nodig als je uiteindelijk je eigen praktijk aan het opzetten bent ofzo. Of een secretaresse, of een tour guide.” Ze grinnikte. “Of alledrie. Want Heler wordt het nog steeds voor jou, he?”
  6. [1838/1839?]Life in these parts

    Moraine lachte. “Natuurlijk, koffie is een gegeven – maar ik had inderdaad gedacht om het op campus te doen. Stel je voor, dat je daar over twee jaar zit en dan niet eens je eerste ochtend weet waar je moet wezen voor een goede kop.” Dat zou toch wel rampzalig zijn. En bovendien was Moraine benieuwd naar de campus. Ze was er eerder geweest, had Delano rond Cambridge geleid, maar ze had toen niet bijster veel aandacht besteed aan de magische universiteit, meer aan de omgeving en geschiedenis van de stad als geheel, aangezien Delano al voorbij zijn jaren universiteit was en het daarom niet zo interessant voor hem geweest zou zijn. Had ze gedacht. Achteraf gezien had ze misschien hem mee moeten slepen naar een hoorcollege Geschiedenis van de Waarzeggerij – wat haar zo even inviel als het saaiste wat ze kon bedenken – en doen alsof ze dat echt leuk vond. Misschien was hij dan op haar afgeknapt. Ze vermoedde van niet, want ze vermoedde dat hij alleen maar gevallen was op haar uiterlijk en toch geen woord hoorde van wat ze doorgaans tegen hem zei, tenzij het tot een compliment omgevormd kon worden. Enfin. Ze omhelsde hem terug, zonder dat tegenwoordig bij Jude nog in het minst oncomfortabel te vinden en grinnikte. “Ja... fijn om terug te zijn, hoor. Canada is mooi, maar als je dagen aaneen binnen zit naar buiten te kijken... pfft.” Ze vlocht haar vingers in de zijne. “Komt ie,” en ze verdwenen samen naar de campus. “Missie één: koffie.” En Jude, als je wilde bijpraten, dan was het wel nuttig als een van hen daadwerkelijk bij wilde praten, niet? Maar hij zei niets over zijn vakantie en zij was er ook niet happig op om nou veel over haar leven te delen, dus vandaar dat ze liever over de campus en door Schotland denderde en feiten spuide. “Misschien is dat een leuk tentje? Hierachter is overigens het Kruidenkundegebouw, de kassen zijn fantastisch en ze hebben ook een botanische tuin, staan de raarste dingen in.”
  7. [1838/1839?]Life in these parts

    Juli 1838 Wel, het was er dan toch van gekomen. Moraine was afgestudeerd. En vervolgens naar Canada verhuisd. Met Delano. Maar het was allemaal niet zo zwart als ze zich had voorgesteld, want Delano bleek nog telkens weer terug te moeten naar Engeland, voor het familiebedrijf – wat hij er precies deed wist ze eigenlijk niet al had hij haar er vaak genoeg over verteld, maar ze was al een tijdje gestopt met opletten wanneer Delano haar wat vertelde. Het probleem was, dacht ze, dat ze hem naast een klootzak ook gewoon niet zo heel interessant vond. Je had charmante ellendelingen, mensen die ondanks dat ze een heleboel dingen deden waar je niet achter stond of je niet in kon vinden toch altijd een zekere aantrekkingskracht hadden, een kwinkslag, een gevoel voor humor of iets vriendelijks waar je je even aan kon verliezen, maar Delano was dat niet. Delano was een vervelende, arrogante, toegegeven wel knappe man al zag ze dat nauwelijks, en hij was, zijnde alleen geïnteresseerd in zichzelf, slecht gezelschap. Ze vond hem niet boeiend. Hij had wel veel geld, dus ze kocht veel boeken en las maar veel. Gelukkig moest hij veel werken. En met al het rondreizen kreeg ze ook wel wat ze wilde, telkens nieuwe dingen zien met hem of tenminste alleen thuis zitten... Allebei niet ideaal maar tenminste ook niet tragisch. Sowieso waren dingen tegenwoordig minder tragisch. Meestal maakte ze ‘m niet meer boos. Meestal liet ze hem maar gewoon zijn ding doen en dacht ondertussen na over andere dingen. Wat? Het was niet vol te houden. Het had ook geen zin om het wel vol te houden. Maar het was fijn om af en toe terug te komen in de UK en fijn dat ze dan haar tijd kon besteden met een vriend die toevallig ook familie was. Jude was Armands kleine broertje en Armand was wat voor Delano voor een vriend moest doorgaan – hoe, dat had ze nooit exact begrepen – en dus vond Delano het helemaal prima als ze er af en toe met Jude op uitging, op dagen dat hij toch moest werken. Waarschijnlijk dacht hij dat ze anders niets te doen had en zou verpieteren zonder aandacht ofzo. Ze wist niet wat hij dacht, het kon haar ook niet interesseren. Ze groette Jude met twee vlugge kussen op elke wang en lachte naar hem. “Hoe is het? Hoe was je vakantie? Met Armand naar Canada, toch?” Schattig, eigenlijk, dat ze dat deden. “Ik dacht je vandaag misschien alvast voor te bereiden op Cambridge? Als je er dan over twee jaar heen gaat, word je achtervolgd door de herinnering van alle nerderige feitjes die ik erover heb verteld. Of we kunnen naar een heel mooi oud fort in Schotland, er zijn heel interessante runen daar ontdekt.”
  8. [1837/1838] If you cannot get rid of the family skeleton, you may as well make it dance.

    Ze lachte, knikte. “Zweinsveld, deal,” beloofde ze hem zonder meer. “Het is een beetje kitsch, maar aangezien het echt oud is in plaats van nep oud moet je dat het maar vergeven en het is niet groot, maar dat is alleszins de charme van de plek, denk ik...” Het was zo’n klein, rommelig, pittoresk dorpje waar Engelsen en de tovenaarselectie onder de Engelsen nu eenmaal prat op gingen, het soort dorpje dat jaren later de vlijtige pogingen tot repliceren uit zou lokken onder alle nieuwe pretparken, wanneer dat een ding werd, waardoor mensen vervolgens in het dorpje zouden komen voor het eerst en het hen aan het pretpark zou doen denken - heel krom. “Het is een van de oudste magische gehuchten op de Britse eilanden, wist je dat? Alvast een voorproefje,” lachte ze, “de rest zal ik nog niet spoilen.” Nou kon ze meteen inschatten wat Jude vond van verder niet bijster nuttige feitjes. En inschatten hoe wat hij ervan vond haar gedrag zou bepalen. Want ze wist bij hem niet of ze het minder zou doen, als ze merkte dat het hem niet echt interesseerde, of hem er juist tevreden een beetje mee zou plagen. Ze wist niet waarom, ze wilde er niet te ver in gaan ook, maar het beviel. Dat luchtige en dat... op de een of andere manier toch... ongehoorzame. Jeetje, wat was ze een zooitje. Ze lachte naar hem, probeerde enige scherpte uit haar woorden te verzachten met haar vriendelijkheid, haar meest beduidende karaktereigenschap behalve voor die tien procent dat het wraakzucht en vernietigingsdrang waren. “Dat siert je, hoor,” humde ze. “Lang niet iedereen denkt zo... en zeker niet over flikflooien voordat je gaat trouwen, jeetje.” Ze giechelde. “Oh ja, prince charming? Die krijgen nauwelijks tekst... rondhangen met een zwaard en er goed uitzien. Maar hey, als dat je pakkie an is...” Ze knikte, sloeg een ander paadje in, een beetje een heuvel op en vroeg zich af of het niet fijn zou zijn om hier te verdwalen... om anders te worden.... om niet meer terug te hoeven. “Oef... mm... welke leraren wil je weten? Het schoolhoofd is zo’n griezel... verweer tegen de zwarte kunsten misschien maar ik denk dat je eerder automatisch wel afweer tegen hem opbouwt. En professor Priest... zal me niets verbazen als ze ons morgen of overmorgen over onze gevoelens laat kleien ofzo...” En toch was Zweinstein het meeste thuis wat ze ooit zou hebben, al had het niet alles. “Mm. Jij nog tips voor Canada?”
  9. [1837/1838] If you cannot get rid of the family skeleton, you may as well make it dance.

    Moraine lachte. “De Foulkes-Davenports komen uit Schotland - komen we zo rebels over, neef?” Ze zou het van zichzelf niet meer zeggen, merkte nu pas hoezeer ze aan die kwalificatie waarde had gehecht, nu ze hem, misschien wel voorgoed, kwijt was geraakt aan iemand die er helemaal overheen was gebanjerd. Ja, ze had zich destijds altijd voorgehouden dat het belangrijk was, de dingen die ze deed, de regels die ze brak, dat het nodig was en nuttig en dat haar grootouders het gewoon allemaal niet zo begrepen... maar ze wist nu dat ze het ook nodig had gehad, fijn had gevonden, om zelf haar boontjes te doppen, om weg te kunnen rennen, om te kunnen doen wat ze wou alleen omdat ze het wou zonder er heel veel over na te hoeven denken. Die maanden op dat schip... dat was het hoogtepunt geweest van haar rebelse carriere en daarna was alles bergafwaarts gegaan. Ze had er haar prijs voor betaald. Betaalde nog steeds elke dag. “Maar kies maar, waar je een keertje heen wil of ik zal je wat vertellen over van alles en dan kun je daarop je keuze baseren.” Ze glimlachte flauwtjes bij zijn woorden. “Soms willen ze ook gewoon niets van dat alles, he?” vroeg ze half schertsend met een opgetrokken wenkbrauw. “Is het daadwerkelijk tegenzin. Al zou jij dat natuurlijk nooit tegenkomen...” Ze grijnsde, maar gruwde inwendig een beetje, want dit was vrijwel letterlijk wat Delano had gezegd tegen haar, dat ze maar deed alsof, dat ze het echt wel wilde, dat ze hem echt wel wilde want waarom zou ze niet? Stom, ze vond Jude zo aardig maar aan de andere kant was met hem tijd doorbrengen wel een beetje een uitdaging. Of misschien was dat nu met iedereen zo. Dat kon ook. Het volgende moment tilde hij haar op, en ze bloosde, hield haar adem in. “Oh, wat galant,” wist ze gelukkig wel de juiste reactie te geven, al was het iets stamelend. Ze probeerde actief om in zijn armen niet te verkrampen, zoals ze ook gewoon was bij haar echtgenoot te doen en ‘t lukte aardig. Beter, bij hem. Want ze had nog geen gierende rothekel aan hem en dat hielp. “En Geelkapje, hm... erg lame, je had beter toch weerstand kunnen bieden.” Ze lachte, leidde hem een van de bospaadjes op. “Wie ben jij, de kloeke jager? Ik hoop het niet, want kijk...” ze wees naar de grond. “Hertensporen. Eenhoorns en centaurs zitten dieper pas.” “Hadden jullie op Ilvermorny ook een plek waar niemand mocht komen? Of is dat karakteristiek van Zweinstein? ‘t Is overigens vanwege de eeuwenoude magie hier... het is niet dat ze op een dag dachten ‘he, weet je wat nou leuk is om naast onze school voor jonge magiërs te planten’.” Tenminste, als ze dat hadden gedacht dan was dat met de geschiedenis verloren gegaan.
  10. [1837/1838] If you cannot get rid of the family skeleton, you may as well make it dance.

    Moraine haalde haar schouders op. “Oh, Gretna Green - het doet er niet zo toe, maar het is een plaatsje net over de grens met Schotland, en het Schotse recht omtrent huwelijken is net zo een beetje anders dan het Britse recht, waardoor je geen toestemming nodig hebt van je ouders om te trouwen als je nog minderjarig bent.” Ze veegde een lok uit haar gezicht en glimlachte. “Engeland - de UK - heeft allemaal van die grappige tradities, beetje bizar... er zijn ook stenen die je moet kussen om eloquenter te worden, eeh, de manier waarop whisky wordt belast daar zijn inmiddels legendes over... enfin. Ik kan je er wel eens wat meer over vertellen.” Dat had ze met Delano ook gedaan, hem dingen laten zien in het verenigd koninkrijk, en je zou zeggen dat ze dat wel afgeleerd zou hebben, gegeven het eindresultaat. Maar dat was niet echt waar. Reizen, dingen zien en laten zien, dat was nog steeds iets wat ze wilde. En iets wat ze niet mocht tenzij Delano het prima vond, dus misschien dat Jude’s verzoek erom haar een paar daagjes weg met hem en weg van zijn neef kon geven, want het was toch sneu als hij hier pas net was en niets wist te vinden en hij was de broer van Armand en met Armand kon Delano meer dan met wie dan ook anders overweg. Misschien mocht ze er zelfs voor terugkomen uit Canada... Nee, dat zou wel niet. Maar goed, dan zou het nog een paar weekenddagen wegsnoepen, weekenddagen die ze niet zou hoeven doorbrengen met Delano in haar suite. En het leek gezellig, hij leek gezellig. Aardig... “Preuts? Hoe zijn Canadezen dan?” Vroeg ze, meer om haar reactie te verhullen bij dit volgende grafisch (haha) onderwerp. Dat Delano niet preuts was, daar wenste ze niet op in te gaan, maar ze had soort van gedacht dat dat was omdat hij een klootzak was en niet vanwege zijn herkomst. “Ben wel benieuwd naar je tekeningen. En het gaat wel...” al was het fijn om op zijn arm te kunnen leunen. “Sorry, apart, even duizelig ofzo.” Ze glimlachte bij zijn antwoord. “Mm. Verhalen over het verboden bos moet je niet allemaal geloven... de meeste leerlingen komen eruit met de wildste dingen, en misschien ligt het aan mij maar ik kan er soms gewoon bloemen plukken. Maar, rondje bos en daarna gitaar? Als je nog geen duizend andere dingen te doen hebt...” Ze grijnsde. “Of andersom. Traditioneel hoor je alleen een beetje dronken het verboden bos in te gaan, anders heb je er nog teveel verstand voor. Dat voegt vast ook toe aan de kwaliteit van de verhalen.”
  11. Moraine slikte. Oh ja, dat verraad. Ze was er destijds ontzettend kwaad over geweest... tja, verraden had ze zich gevoeld en zo alleen, ook omdat hier moeten blijven zo ongelooflijk naar was geweest, en omdat ze ergens Cassidy aanrekende wat er allemaal was gebeurd na haar beslissing om tegen de grootouders te praten. Nu echter wist ze dat ze haar zusje niets van dat alles kwalijk kon nemen. In feite mocht Cassy wel kwaad zijn op haar, dat ze zo slecht van haar had gedacht. Maar dat zei ze niet, want dat zou Cass toch niet doen en bovendien was ze erop teruggekomen, nietwaar. Ook al voor ze dit had geweten had ze het laten gaan, anders zou ze hier nu niet met haar zusje zitten, zo. “Er valt niets te vergeven,” zei ze simpelweg, en ze haalde haar schouders op, zette magisch nieuwe thee nu hun oude toch wel ietswat koud was geworden. Thee, daar voelde je je altijd net dat beetje beter van. Oke, niet altijd, maar het was een aangename fictie om te doen alsof je je er altijd net dat beetje beter van voelde. Oh, en zij had er ook treurig uitgezien? Ze glimlachte wat wrang. Tot zoverre, duidelijk, haar acteertalenten. “Tja, Delano is een klootzak,” opinieerde ze rustig, ogenschijnlijk rustig. “Dus erg prettig is anders.” Canada... oef. Dat moest nu van ver komen. “Was ik dat? Wat was ik aan het vertellen... ah, het doet er niet toe... Zullen we binnenkort een keertje gaan winkelen?” Ze gaf niet graag Delano’s geld uit. Het deed haar voelen alsof ze bij hem in de schuld stond. Maar voor het goede doel een keertje met Cassy had ze dat er heel wel voor over.
  12. [1837/1838] If you cannot get rid of the family skeleton, you may as well make it dance.

    “Mm... nee, voorlopig geen huwelijken. Denk dat jij de volgende zou zijn,” lachte ze zachtjes, en ze bekeek hem even in de op de sneeuw glinsterende middagzon, alsof ze hem nu al bij een altaar kon zien staan met een meisje in een chique jurk aan zijn zijde. “Maar maak je geen zorgen, als man heb je tot dertig ongeveer. Zolang het er tenminste niet uitziet alsof je van plan bent om iets doms te doen zoals met een Dreuzelmeisje naar Gretna Green.” Want in dat geval zouden ze hem waarschijnlijk thuishouden totdat er een ring om zijn vinger zat. Bij de Foulkes-Davenports hadden sieraden nog echt de oude connotatie van boeien. Ze wreef over haar eigen vinger, stak hem toen in haar zak. Ze wilde zich er niet mee bezig houden. Ze haatte dat die gedachte maar telkens weer terugkwam, zelfs nu. Ze wilde iets doen waardoor ze niet meer na zou denken... Maar dat was niet beschikbaar en daarom kon ze het maar beter accepteren. “En ik denk dat de volgende samenkomst in de zomer pas weer is. Althans de volgende waar wij last van hebben. Jij zult niet snel van Zweinstein worden gehaald voor je familie, schat ik zo... ze vinden de opleiding zo belangrijk, zie je.” En jou en je broer helemaal niet zo. Toch nog wel tien stappen boven Moraine, maar hey, ze waren wel onderaan de ladder. “Runen hoeven niet in steen, maar die zijn het bekendst, omdat ze het langst blijven bestaan... dat zijn de oudsten.” Die van haar vervaagden nu alweer, de wind blies de laatste zweempjes van het geurtje weg. “Mag ik een keer zo’n boek lenen? Ik ken het helemaal niet.” Ze grinnikte. “Is hier waarschijnlijk radicaal modern. Haast schokkende literatuur. Moet ik het nog onder m’n kussen verstoppen... Teken je zelf oo-“ Ze giechelde toen hij een geluidje maakte, achter haar hand. “Draken zijn ook gevaarlijk, hoor. Ik snap het wel.” Ze had zelf de grap gemaakt en toch vielen Jude’s woorden die er verder op borduurden compleet verkeerd – ze voelde zich duizelig worden, hapte naar adem. Belachelijk... er gebeurde haar niets... maar de woorden die het zo gewoontjes maar zo plastisch maakten... Ze deed haar best weer te lachen. “Ah, fan van de kleine, dus, maar niet per se van je schoonzuster?” Moraine bewonderde haar wel in stilte. En vroeg zich af hoe ze zich staande hield in deze familie. “Is er nog iets wat je wil zien? Of doen?”
  13. Oh, wat erg... wat verschrikkelijk. En dan nog geboft te moeten hebben – want ook Moraine had direct door dat met Irwin die het wist maar niet wilde, en Daniel die de vloek zo te horen compleet had weten weg te werken, althans praktisch zij het niet theoretisch, Cassidy een aantal nare consequenties van moeten gehoorzamen wat elke Foulkes-Davenport zei bespaard waren gebleven. Irwin had er zelfs voor gezorgd dat ze Delano niet kon gehoorzamen alvorens ze het eerst bij hem was komen navragen, en kennelijk betekende dat dat hij dan een streep door elk bevel van Delano kon trekken omdat hij hoger in de rangorde stond. Als hij dat niet had gedaan, en Delano was hierachter gekomen... ugh, dan was hij het vast tegen Moraine gaan gebruiken op duizend depressieve manieren. Chantage, demonstratie, of misschien gewoon een triootje met de zwakkere zusjes Kingston. Ze voelde de gebruikelijke stekende misselijkheid laag in haar maag bij de gedachte en haalde een paar keer diep adem om niet over te geven. Ze was kwaad. Ze was ondanks alles nog steeds kwaad op Irwin. Het deed er niet toe hoe hij Cassy liet wandelen met haar hond, hoezeer hij haar in bescherming probeerde te nemen. Hij had haar ook dit aangedaan. Dit was door hem. Die hele familie... alles draaide om hen. Cassidy en zij werden meegetrokken in hun zwaartekracht. Maar in tegenstelling tot de Foulkes-Davenports, bleven zij niet in hun eigen cirkel hangen. “Dit ligt niet aan jou. Cass – echt niet. Die klotefamilie.” Ze beet hard op haar lip. “Ze zijn verschrikkelijk. Ze zouden eens in onze schoenen moeten staan.” Wat nooit ging gebeuren. “Kan ik... kan ik iets voor je doen?”
  14. Cassidy barstte in huilen uit, Moraine kroop tegen haar aan en hield haar zusje vast, humde, wiegde haar een beetje zoals Cassy dat vroeger bij haar wel had gedaan, zoals hun moeder dat voor hen had gedaan. Ze neuriede zachtjes, net als hun moeder destijds, en wachtte tot de huilbui over was. Cassidy aanraken was niet eng, merkte ze ondertussen opgelucht. Het was gewoon wat ze wilde, gewoon hoe ze was, het was gewoon haar zusje. Haar oudere zusje maar ze leek veel kleiner nu. Sowieso was dat, dankzij hun assymetrie in kracht en rang, in hun familie altijd wel een beetje zo geweest, dat Moraine altijd het gevoel had gehad dat ze Cassidy moest beschermen... deels omdat ze niet kon toveren, maar deels ook omdat ze gewoon zo lief was, zo naief, zo ongelooflijk goed. Het was als een klein vogeltje in je hand. Je wilde niet, koste wat het kost, dat het iets zou overkomen, maar je had geen idee wat te doen. Het was ook duidelijk niet gelukt. Want ze was bespreukt, verplicht de Foulkes-Davenports’ bevelen op te volgen, ze had daar geen keuze in en ze was zichzelf kwijtgeraakt. Wat erg, wat verschrikkelijk. Pijn en zichzelf verliezen... Moraine wist hoe het voelde en het was haast ondraaglijk om te ervaren dat dat haar zusje nu overkwam. Haast ondraaglijk. Want ze wist tegenwoordig ook dat alles draaglijk was. “Oh, gelukkig... dat is tenminste iets,” zei ze zachtjes, en ze liet haar zusje weer een beetje los, legde een dekentje van de bank om haar schouders. “Maar, Irwin weet er dus van? Wie nog meer? Oh... betekent dat dat je het ook moet doen als ik iets zeg? Moet je mijn vragen beantwoordden? Cass... dat wil ik niet, kan ik dat uitzetten?” Ze beet op haar lip. “Of moet ik dat juist niet doen, zodat ik je kan beschermen door een tegenbevel te geven voor dingen die je niet wil? Waarom gebeurde dit? Omdat je hecht was met Irwin? Kan hij niets doen?”
  15. [1837/1838] If you cannot get rid of the family skeleton, you may as well make it dance.

    “Ja, ongemakkelijk,” bevestigde Moraine met een glimlachje. “Maar ja, dat verandert niet heel veel binnen de familie, hoor. Ze zijn altijd ongemakkelijk met elkaar geweest. Het zal je binnenkort nog wel opvallen.” Het lag eigenlijk voornamelijk aan Irwin, eerlijk gezegd. Hij was de minst onaardige, minst egoïstische Foulkes-Davenport, en meteen ook de minst sociaal handige. Misschien had het iets met elkaar te maken. Misschien kon je alleen zo handig manoevreren, manipuleren, als de Foulkes-Davenports deden wanneer je niet gaf om anderen, wanneer je ze echt zag als pionnen, als onderdelen van een spelletje die je kon bewegen, verzetten. Zij was ook beter geworden in acteren nu ze haar banden verbrak, minder gaf om mensen. Ze had nog één vriendin, en één zusje. Ze had nog wat vrienden in haar afdeling, waar ze gezellig mee kon zitten maar verder niet echt veel mee deed. De rest van de wereld kon haar gestolen worden. En misschien was dat goed, misschien was dat hoe ze moest zijn. Afgesloten. Geïsoleerd. Het maakte overleven makkelijker. Het maakte zich voorbereiden op de rest makkelijker: ze zou hierna niet gaan studeren, ze zou naar Canada verhuizen met Delano, ze zou de twee vrienden die ze had achter moeten laten en daar had ze geen keus in. Dit maakte dat makkelijker. Misschien moest ze nu ook niet Jude te dichtbij laten komen... Ten eerste omdat hij een Foulkes-Davenport was, hoe dan ook, en ten tweede omdat zij er een was, tegen wil en dank. Maar ze wilde het niet, haar persoonlijkheid kwam daartegen nog in opstand. Ze wilde juist vrienden maken, en juist behulpzaam zijn, en juist niet alles laten definieren door haar echtgenoot. Ze grinnikte. “Mijn favoriet... Oh...” Ze schetste vier runen in de lucht, in brandende lijntjes, en ze roken ineens de geur van rozen na een lenteregen. “Er zijn er ook voor muziek. Die zijn ook leuk. Maar nog niets ontdekt, hoor. Dat doe je nog niet op Zweinstein... je begint pas in de derde, dus het blijft hier allemaal redelijk de basis. De boekenclub heeft een vrij hoog Jane Austen gehalte, magische literatuurstudies volg ik zelf niet.” Ze lachte naar hem. “Helaas. Wat lees je graag? Tips zijn altijd welkom... En veel mensen kiezen hun keuzevakken op basis van wat ze later willen doen. Dus als je Heler wil worden, zit je goed nu?” Het was een familietrekje. Dan waren ze vast heel blij met hem. “En tja... nageslacht... het is een oude magische familie. Het verbaast me eigenlijk dat ze er nog niet aan gewend zijn. Als Irwin en Yara niet oppassen, krijgen ze vast allemaal constructieve feedback.” Al bleef het flut. Rotonderwerp. “Maar blij dat je geen klachten hebt tot nog toe. Over Armand en Thomasin ook een beetje te spreken? ’t Kleintje is een schatje, he.”
×