Jump to content

Butterfly Dickson

Huffelpuf Zesdejaars
  • Content count

    60
  • Joined

  • Last visited

  • Days Won

    2

Butterfly Dickson last won the day on August 25 2018

Butterfly Dickson had the most liked content!

About Butterfly Dickson

  • Rank
    Butterfly hella fly

Profile Fields

Recent Profile Visitors

398 profile views
  1. [1838/1839]Openingsfeest: Come my way

    Butterfly stak haar neus parmantig in de lucht, tevreden met het, voor een keer nog wel degelijke, idee van het lerarenkorps om buiten het openingsfeest te houden. Het was september! Perfect om buiten te zitten. Ja, ja, ze had veel klachten over het leven van een Dickson, maar buiten actief bezig zijn zat wel in haar bloed. Te lang binnen zitten maakte telkens dat het begon te kriebelen en echt, die eerste dag? Vre-se-lijk. Een hele dag in een stomme trein zitten en daarna rechtstreeks naar binnen. Blegh. Nee, dan had ze dit veel liever, maar eerlijk gezegd? Wat ze nóg liever had gehad, was als dat parcours niet alleen voor elfjarigen was geweest. Serieus, welke elfjarige ging dat zelfs appreciëren? Al die kleuters hadden het te druk met in hun broek te plassen. ‘Kijk! Dat kind valt in het water,’ zuchtte ze, zonder al te veel sympathie. ‘Serieus, waarom mogen die baby’s dat proberen en wij niet? Wíj zouden het minstens kunnen!’ klaagde ze door tegen haar vriendinnen, zodanig luid dat iedereen het zou kunnen horen. Butterfly was nooit heel goed in haar volume op orde houden, oké. Neveneffect van over de zoveelste vervelende neef te moeten schreeuwen. ‘Ik kan niet geloven dat ze zo’n leuk parcours verspillen aan losers die in het water vallen.’ Met een nonchalante zwaai van haar toverstok spetterde ze het slachtoffertje in kwestie nog eens extra nat, en ze zuchtte nogmaals theatraal. ‘Leraren hebben echt verkeerde prioriteiten!’
  2. 1 september 1838, een uur na het einde van het openingsfeest Butterfly had vanaf hun eerste ontmoeting geweten dat Jude anders was dan de meeste jongens op Zweinstein. De meesten waren meer het type dat wel meer aan haar familie ontsproot, luidruchtig zonder enige boodschap, gericht op het verzadigen van hun eigen behoeften, op adrenaline en het gevoel dat de wereld aan hun voeten lag, en niet veel meer dan dat. Nee, Jude was uit ander hout gesneden. Een blik die meer open was, een vaste tred en een air die duidelijk maakte dat hij best wist wie hij was en met wie iedereen te maken zou krijgen. En dat trok haar aan, want natuurlijk deed dat het – hij was anders en iedereen wilde anders, maar nog meer dan dat wilde iedereen anders dat eveneens naar hen keek met een zelfzekere interesse. Ze had nooit zo van dansen gehouden, haar ouders hadden haar er te hard in gepusht om ooit nog lichtvoetig te bewegen zonder hun druk op haar schouders te voelen, maar iets aan de aandacht die hij voor haar had gehad, had haar zonder een zorg op de tippen van haar tenen gekregen, om hem te kussen soms, om de duizelige wervelwind aan gevoelens die hij bij haar opwekte op de één of andere manier eruit te krijgen, de stompzinnige glimlach van haar gezicht te krijgen voor iemand anders het zag. Ze had willen zingen, zonder een werkelijke reden, en ze had het aan iedereen willen vertellen, maar dat had ze braafjes binnengehouden. Hun geheimpje, nietwaar? Ergens had het haar alleen maar verliefder gemaakt. Hun relatie, hun wereld, helemaal voor hen twee en niemand anders, van hen, hen, hen. Wat ze niet binnen had kunnen houden, was haar verlangen om hem te zien na die ellenlange zomer. Ze had meer dan genoeg gewinkeld, maar gelukkig had ze net genoeg zelfbeheersing gehad om slechts één cadeautje voor hem te kopen. Nee, hij had er niet om gevraagd, maar… Toch! Ze had hem gemist – hem zo lang niet zien na die maanden tezamen op Zweinstein was een hel – en afgezien van een paar brieven was er geen contact geweest. Hoe anders had ze het moeten oplossen? Tijdens het openingsfeest had ze hem wel gezien, maar niet gesproken. Verschrikkelijk natuurlijk, maar nu ze aan één van zijn vrienden had gevraagd waar hij nu uithing, had ze haar welkomstcadeautje uit haar koffer kunnen pakken om nu écht hun weerzien binnen te luiden. Het was niet zo gemakkelijk geweest om de precieze locatie te achterhalen (“oh, ja, eh… Weet jij waar die is? Ging hij niet naar één of ander feest?”), maar Butterfly was koppig en hier was hij dan. ‘Jude!’ maakte ze haar aanwezigheid kenbaar, zonder echt te letten op wat hij deed, maar nu ze de deur volledig opengezwaaid had, kon ze niets anders dan ernaar te staren. Haar zorgvuldig uitgekozen geschenk viel met een klap op de grond, haar hart net zo goed en het rotsvaste vertrouwen dat ze had gehad dat ze de enige voor Jude was geweest al helemaal. ‘Fanny?’ OOC: Privé met Kelly en Lily! <3
  3. [1836/1837] Why did I sign up for this? Because we grow by challenging ourselves.

    Nee, Butterfly kon zich ook niet voorstellen dat Jude ooit een grijze muis zou zijn, ooit zou opgaan in de massa in plaats van er tussenuit te springen alsof hij expres op een andere maat dan de rest de pas inzette. Dat trok haar aan, die net iets andere toon, het gemak waarmee Jude ervoor kon zorgen dat iedereen hem opmerkte. Butterfly was daar anders in: ze was luidruchtig en opvallend, maar bewust, meer uit noodzaak dan uit aard. Speciaal omdat ze speciaal wilde zijn en daarmee doorsnee. Al leek dat niet zo helemaal op te gaan bij Jude — hij scheen het talent te hebben meegekregen om iedereen zich bijzonder te laten voelen. Haar het meest natuurlijk. Stiekem vond ze het jammer dat dit geheim moest blijven, stiekem wilde ze dat de hele wereld wist hoe het zat, maar… ach. Als Jude dit beter vond, wie was zij om te klagen? Dit was nog spannender ook. Of zoiets. Butterfly voldeed verbazingwekkend snel aan het plooibare ideaalbeeld als ze wilde. En dat wilde ze heel vaak niet, niet echt, maar ergens wel heel graag voor Jude. ‘Nee, ijs voor een watersport lijkt me inderdaad niet zo handig…’ Ze had zelf nooit watersport gedaan, eerlijk gezegd, was het saai Britse type dat een voorliefde had opgevat voor zwerkbal, half omdat haar ouders dat liever niet wilden, half omdat ze gewoon zoveel liever ergens in de lucht was dan hier op de grond. Butterfly was niet per se een dromer, niet echt, stond te vast met haar voetjes op de grond om te zwijmelen bij taferelen die nooit zouden zijn, maar met haar hoofd in de wolken zitten was alsnog één van de meest bevrijdende gevoelens ooit. Alsof ze haar hand maar hoefde uit te reiken om al die heimelijke dromen toch aan te raken. ‘Ben je al terug aan de watersport begonnen? Of moet dat tot de echte vakantie wachten?’ En mocht ze mee, lief, een keertje maar, al zou ze het niet vragen, niet echt, want ze zou het thuis nooit verkocht krijgen om naar een jongen te gaan voor watersport. Ha. Het idee. ‘Heb je hier ooit geheime grotten gezien?’ vroeg ze, een beetje schertsend en een beetje nieuwsgierig. Ze kon zich niet voorstellen dat er hier nog geheime plekken wáren – middelbare scholieren waren creatief en opmerkzaam genoeg om al die doodse oorden te ontdekken en sneller dan mogelijk geacht werd in te pikken voor alle bezigheden die zonder een degelijke reden geheim moesten blijven. ‘We kunnen altijd zoeken…’ En zo nee, zo nee vond ze vast wel iets anders. ‘Ja! Daarstraks was ik nog met vriendinnen de winkelstraat aan het afschuimen.’ Ze grinnikte. ‘Ik ga straks nog moeten verzinnen waarom ik ook alweer “plots zo snel weg moest”, maar dat is een probleem voor later.’
  4. [1836/1837] Why did I sign up for this? Because we grow by challenging ourselves.

    Hij was laat. Butterfly was precies op tijd geweest, of tenminste, vijf minuten te vroeg. Hoewel Butterfly graag beweerde dat elke les die ze in haar leven had gekregen zó van haar afgegleden was, was dat niet zo; hoewel ze graag zei van niet, had ze altijd wel onthouden dat meisjes als zij het zich niet konden veroorloven om mensen op haar te laten wachten en dus was ze altijd iets, iets te vroeg bij afspraken, behalve als het juist onbeleefd was om te vroeg te komen. Etiquette was een ingewikkeld iets, Butterfly dacht niet dat ze alles precies onthouden had, maar dit kon ze wel. Jude niet, zo bleek. Maar van Jude was het niet erg, op Jude wachtte ze met alle liefde dagen en nachten. Of zoiets. Het klonk goed, bedacht ze zich, lief en zachtaardig en als het type meisje dat iedereen graag in de buurt zou hebben, iets dat Butterfly nog net niet was, en het klonk als iets dat ze tegen Jude zou willen zeggen, altijd een beetje, een klein beetje op zoek naar de woorden die hij zo gemakkelijk wegnam zodra ze hem zag. Haar hoofd zat altijd vol onuitgesproken woorden die ze wilde schetteren totdat er iemand luisterde, maar iets aan hem zorgde ervoor dat het stil was. Alsof ze allang gehoord was, en die noodzaak allang opgelost was. ‘Je bent populairder dan je kan hebben,’ zei ze plagend, terwijl ze een glimlachje niet kon onderdrukken toen hij haar hand kuste, alsof ze één of andere hoofse jongedame was met status, in plaats van toevallig een ongewenst vrouwelijke Dickson. ‘Ik ben echt blij met het weer nu,’ zei ze, ‘die winter begon me echt te lang te duren.’ Al die kou, al die grauwe luchten… Blegh. ‘Als iedereen in Zweinsveld is, moeten we misschien een andere weg pakken? Om niet gezien te worden?’ stelde ze voor. Ze wist niet helemaal waar ze al die moeite voor deden om niet gezien te worden, wat de precieze reden ervan was, maar het was een spel, onderhand. En ze was competitief, altijd al geweest, vond het altijd leuk om het iets verder door te drukken, om nieuwe regels te bedenken om het spannender te maken, en Jude scheen hetzelfde type te zijn. Als ze even niet oplette, verzon ze daar allerlei betekenissen bij. Een eetlepel bij elkaar horen en een theelepel compatibel zijn en een snuifje van dat het zo moest zijn.
  5. [1837/1838] Seasons change, people don't

    De muur was hard en koud tegen de dunne stof van haar jurk aan. Ze droeg nooit gepaste kledij voor het weer, compenseerde door middel van jassen, maar ze had haar mantel in het restaurant laten hangen. De tranen over haar gezicht voelden warmer aan, echter, maar tegen de tijd dat ze op haar knieën terecht kwamen, voelden ze alleen maar nat. De grond was nog vochtig van een regenbui even geleden en één van haar voeten was in een plas terechtgekomen toen ze onoplettend zichzelf ergens in een steeg tegen een huis had gezet om te gaan zitten nu haar benen te zwak voelden om nog door te gaan. Dit voelde net beschut genoeg om zich veilig te voelen, net alsof de donkerte een troost was, maar in alle eerlijkheid voelde het alleen maar alleen. Alleen en nat en een beetje voor eeuwig versleten. Misschien hoorde ze hier wel gewoon, in één of andere stomme steeg die ze niet herkende met niemand om zich heen en een doorweekte schoen. En ergens had ze daar al vrede mee genomen, soort van, vrede met het idee dat niemand van haar hield en niemand haar graag had zoals ze was, vrede met de verbrijzeling die dat met zich meebracht, maar toen vond haar moeder haar en ze kon zich niet wentelen in gevoelens met gezelschap en dus keek ze alleen maar boos naar haar op. ‘Ga weg,’ mompelde ze, haar gezicht droog wrijvend met haar mouw, net alsof haar moeder haar nooit eerder overstuur had gezien. Ha. Deed ze constant. Was ze vast alweer beu. ‘Meisje toch…’ Ze ging naast haar zitten, voorzichtig, nadat ze de grond droog had getoverd en met enige concentratie Butterfly’s schoen ook. ‘Ca va?’ Serieus? ‘Nee.’ Haar moeders arm vloog rond haar schouder en trok haar tegen haar moeder aan en ergens was ze te verbaasd om er iets tegen te doen, te verbaasd om het fijn te vinden of juist verschrikkelijk. ‘Is er iets tussen jullie gebeurd?’ Ze haalde haar schouders op, onwillig. ‘Blijkbaar. Ik weet niet waarom ze zo boos op me is.’ Ze voelde een zachtaardige hand doorheen haar haren en zonder erover na te denken legde ze haar hoofd op haar moeders schouder. In alle eerlijkheid had ze het gemist om simpelweg te bestaan naast haar ma en het gevoel te hebben dat dat mocht, dat haar moeder nog altijd haar moeder was en er voor haar was. De gebaren waren zo klein, ergens, maar het was zoveel meer dan waaraan ze gewend was en de sussende geluidjes die ze maakte, waren het slaapliedje dat ze al jaren niet meer gehoord had. Ze had niet opnieuw willen huilen, maar was het echt zo vreemd dat ze deed? ‘Het is vast niets,’ zei haar moeder, zachtjes, ‘jullie zijn allebei zo jong… Dan gebeuren dit soort dingen gewoon, hoe rot het ook is. Ze komt er wel weer overheen.’ Ze schudde haar hoofd. ‘Fanny komt nooit ergens overheen.’
  6. [1837/1838] Eindfeest

    Butterfly wist niet zo goed of ze onder de indruk was van haar waarde schoolhoofd toen die van het podium donderde en iets niet voor haar oren verstaanbaar kermde. Nu ja. Butterfly had de dingen waar ze van onder de indruk was en de dingen waar ze principieel niet van onder de indruk wilde zijn en ze had ook de dingen waarvan ze het niet kon helpen om er licht, licht, licht van onder de indruk te zijn, ook al was het vast Cooler™ om dat niet te zijn. Zo een van die dingen was dit eindfeest. Het kwam veel beter over om Zweinstein te haten en elk evenement dat ze deden, maar helaas, helaas vond Butterfly dit oprecht leuk. Ze hield van de zon, ze hield van het strand, ze hield van haar snoet in de zonnestralen te steken tot ze sproeten had en ze hield van het thema van dit eindfeest. Kon dat evenmin verbergen, lachte vrolijk naar de mensen om zich heen. Een dier dat ze nog nooit eerder had gezien, een krokodil met name, maar Butterfly kwam qua dieren niet verder dan vlinders en mieren en haviken en spinnen en qua de rest van het eindfeest kwam ze niet verder dan giechelend een glas iets te snel achterover slaan en enthousiast iemand meesleuren om de krokodil te volgen. ‘Wat is dat?’ vroeg ze, zachtjes, alsof het dier haar anders zou kunnen horen en boos zou wegrennen. ‘Kan je erop zitten? Ik wil erop zitten. Het gaat best snel, toch? Lijkt me leuk! Kom!’
  7. [1836/1837] Live fast, die young, bad victorian girls do it well

    Agatha was niet geweldig in smoesjes verzinnen, Fanny was er, eh, enthousiast over, dat wel, maar als je niet één verhaal had, ging het ook alweer de mist in, en dus kwam het op Butterfly aan, naar het schijnt. Wat Butterfly uiteraard aankon, het was bijna alsof ze nooit in haar leven iets anders had gedaan dan dit en dit alleen, maar ze was er ook vreselijk slecht in als de mogelijkheid tot geloofwaardigheid alweer compleet verpest was en ze maar op damage control moest rekenen. Of nu, ja. Butterfly was er slechter in dan Fanny en Agatha tezamen, maar dat hoefde ze zelf niet te erkennen. ‘Dat dus,’ ging ze rustig door. ‘Heel eerlijk gezegd is er volgens mij een luchtje aan die opdracht – leerlingen gewoon ’s nachts naar buiten sturen? Kan echt niet.’ Ze fronste naar professor Astoria. ‘Of zou u dat soms ook doen? Is er een nieuwe regel binnenin het lerarenkorps dat leerlingen meer naar buiten moeten ’s nachts? Is dat niet keigevaarlijk? Geven de schoolhoofden wel om ons?!’
  8. [18361/1837] Never ending story

    Met een schuin hoofd keek Butterfly Agatha aan. ‘We kunnen het allebei doen?’ stelde ze voor, bij wijze van compromis. Kijk, papa, ze kon het wel! Was ze nu niet het toonbeeld van zachte vrouwelijkheid? Als ze nu nog ietsje meer haar best deed om het type compromis ook naar zijn smaak te krijgen, werd ze vast het febbeke van de familie. Nu ja. Behalve dan dat ze nog altijd een meisje was en ew. ‘Dan weet hij waarom we hem kopje onder duwen! Dan denkt hij niet dat we het doen omdat we zijn aandacht willen en verliefd op hem zijn of zo.’ Ja, wat, jongens waren raar. ‘Of ben je dat wél?’ Je wist maar nooit! Plus, Agatha had een veel drukker liefdesleven dan zíj, duuuuus.
  9. [1837/1838] You raze the old to raise the new.

    Oh, zij wist niet wanneer ze haar mond moest houden, hoor. Butterfly snoof toen Fanny per se zo hypocriet moest gaan doen (net alsof Butterfly degene was die het per se zo nodig had gevonden om duidelijk te maken dat ze haar niet als tweelingzus gehoeven had, kom op, zeg) en wilde heel graag snuiven toen ze net zo goed uitsloverig ging doen voor de Nieuweling, maar dat kon ze nog net onderdrukken. Ergens, ergens was ze zo, zo jaloers dat Fanny klassenoudste was geworden en zij niet. Dat had ze nooit gezegd, niet echt, ze had haar zus moeten steunen en Fanny had de badge vast niet aan haar kunnen geven als ze er wel over gezeurd had, maar… ugh. Waarom haar zus wel en zij niet? Was haar zus dan zoveel beter dan zijzelf? Was haar zus écht zoveel beter dan zijzelf? ‘Ik heet Butterfly Dickson,’ antwoordde ze, en zodra ze het uitsprak, besloot ze dat ze haar naam haatte, al helemaal in vergelijking met iets dat zo gesofistikeerd klonk als Jude Foulkes-Davenport. Lag vast aan haar. Ha. Daar was Fanny het vast mee eens. Ha. Fanny vond het vast ook geweldig dat zij enkel en alleen het “evenbeeld” was van haar. Dan kwam ze eerst. Dat wilde ze toch zo verdomde graag? ‘Een klassenoudste is een verantwoordelijke voor een afdeling,’ antwoordde ze, vlug, voor haar zus dat kon doen. ‘Het komt erop neer dat ze je strafwerk geven als ze je niet tof vinden en verder niet zoveel uitvoeren.’ Soort van. ‘Tóch, Fanny?’ Vroeger sprak ze dat anders uit, samenzweerderig, uitnodigend, een pact in twee woorden samengevat, maar nu, nu was het alleen maar een sneer, een greep uit vroegere gewoonten om tussen neus en lippen door mee te delen dat het niet terugkomen zou. Maar Jude had daar eigenlijk niets mee te maken, en dus glimlachte ze toegeeflijker naar hem. ‘Ons geheimpje.’ Net alsof Butterfly niet elke seconde van deze ontmoeting doorspelen zou aan Agatha. ‘Zolang je de vragen voor het wachtwoord van je leerlingenkamer kan beantwoorden, hoef je je vast geen zorgen te maken over je status.’ En anders wilde ze hem wel verwelkomen in Huffelpuf, hoor.
  10. [1836/1837] Live fast, die young, bad victorian girls do it well

    Butterfly giechelde. Agatha, de ervaren inbreker. Het zou nog wat zijn. Nee, ze vond Agatha geweldig, echt, ze was lief en slim en stoutmoediger dan dat verlegen snoetje op het eerste gezicht zou doen uitschijnen, maar de volgende Robin Hood zag ze haar nu nog niet meteen zijn. Was oké, hoor. Niet iedereen hoefde zo te zijn. Er waren altijd nog Fanny’s om met stenen te smijten en er waren Butterfly’s om om zich heen te kijken en goed te luisteren of ze iemand hoorde. Het antwoord was ja trouwens. Dat liet ze blijken door enigszins gealarmeerd naar haar vriendinnen te kijken en dringend te fluisteren dat er iemand was en haar squad snel achter één of andere struik in de buurt (ja, weet ik het, ze staan buiten, er is er vast één) te duwen. Al deed dat eigenlijk niet zoveel. Ze kregen namelijk alsnog een deels nieuwsgierige, deels waarschuwende stem te horen. ‘Wat gebeurt hier?’ Niets, leerkracht wiens identiteit ik nu geen zin heb om te bepalen, echt waar.
  11. [1837/1838] You raze the old to raise the new.

    Goh, misschien dat sommige Britten woorden als “erkentelijk” gebruikten, kon best, maar Butterfly was daar niet één van. Ze had het misschien een keer in een essay gepropt dat te kort was naar haar zin (of, beter gezegd, naar de opdracht), maar in haar dagdagelijks taalgebruik kwam het niet voor. Wat alleen maar betekende dat ze enigszins onder de indruk was van één of andere jongen die a. ze niet kende, b. knapper was dan de jongens hier, of in elk geval de jongens die het bij haar nog niet verpest hadden door veel te dik bevriend te zijn met Ant of Hawk of zo, c. een accent had dat ze niet herkende en woorden gebruikte waar ze zelf nooit aan dacht en hallo. Ze wierp een zijdelingse blik op Fanny. Nah, die had de boodschap dat ze een verschrikkelijk mens was en dat Butterfly haar niet nodig had vast wel begrepen. En hopelijk had ze de boodschap dat elk woord daarvan een bitter gif in haar mond was geweest en ze haar zus meer miste dan ze voelde op haar momenten van toorn, niet opgemerkt. ‘Oh, hallo!’ zei ze, haar stem naar een warme toon draaiend, huphup, ze kon het nog wel, plus, dan wist haar zus ook alweer dat ze alleen maar tegen haar schreeuwde! Ja, ze wist hoe kinderachtig dat was, maar Fanny was ook kinderachtig, dus het mocht. ‘Ja, hoor. Dat is wel ver weg, maar de weg is niet zo moeilijk. Kom maar mee.’ En nu mocht Fanny hier blijven staan, oké, bedankt. ‘Waar kom je eigenlijk vandaan?’ vervolgde ze nieuwsgierig, toen ze koers gezet hadden naar de trappen omhoog. ‘Je klinkt zo… niet van hier. Niet naar bedoeld of zo.’
  12. [1837/1838] Seasons change, people don't

    ‘Hoezo kan ik niets zelf!’ gilde Butterfly verontwaardigd naar Fanny, voor ze zich bedacht dat ze stil moest zijn in een restaurant. Maar! Hoe! Durfde! Ze! Butterfly kon best dingen zelf. Dat Fanny per se overal de eerste in moest zijn, betekende echt niet dat ze niets zelf deed. Het betekende gewoon… dat Fanny totaal niet lette op wat zíj als eerste deed. Ugh. Ze hoorde de waarschuwing in de stilte die haar ouders lieten vallen, nog voor haar vader zijn mond opendeed, die eeuwige waarschuwing dat ze stil moest zijn, sois belle et tais-toi, en ze was er nooit goed in geweest, had andere talenten (geen talenten die gezien werden, blijkbaar, want Fanny vond dat ze niets zelf kon en haar ouders vonden sowieso al dat ze niets kon, niets waar ze wat aan hadden en dat kwam neer op minder dan niets, en verdomme, de enige zijn die je zelfbeeld omhoog hield, was een stuk moeilijker als ieder ander in je familie het wilde afbreken tot ze een ruïne was waarop ze hun ideale versie konden bouwen) en dus keek ze naar beneden, haar tong te verdoofd onder alle implicaties die naar binnen stroomden om iets anders te doen dan haar vaders woordeloze gebod te gehoorzamen, naar het bord waarop het eten nog moest arriveren. Ze haatte ze, geloofde ze. Alle drie. Meer omdat zij háár niet moesten hebben dan omdat zij hen niet kon hebben. Maar het was gemakkelijker om te haten dan om gehaat te worden. Dus. ‘Stoppen, allebei,’ siste haar vader autoritair, zachter dan eerder, als was het om het goede voorbeeld te geven. ‘Ik wil geen scène in het openbaar!’ Had hij geen kinderen moeten krijgen, dacht ze er bitter achterna. Ha. Had Fanny toch gelijk op dat punt. ‘We hebben over jullie allebéí brieven gekregen,’ ging hij verder, net alsof ze het wilde horen, net alsof ze niet gewoon weg wilde en alles hier wilde achterlaten, want zelfs haar tweelingzus, de enige persoon op de hele wereld op wie ze altijd zou kunnen vertrouwen, had haar laten vallen. En dus deed ze dat. Haar vader zei nog wat, maar ze hoorde het niet meer, wilde het niet meer horen, en met enkele vluchtige stappen (kijk, Fanny! Dat kon ze wel zelf!) was ze het restaurant uit. Ze wist niet waar ze heen wilde, waar ze heen moest, maar ze hoefde hén niet meer te zien en hoewel de tranen nu pas kwamen en hoewel ze te snel ademde en te snel dacht om te kunnen denken, voelde ze zich iets, iets, iets vrijer dan daar. En ze voelde zich verloren, dat ook. Maar zelfs dat voelde beter dan het drukkende gevoel dat ze misschien echt de dochter teveel was.
  13. [1837/1838] Seasons change, people don't

    Even, heel even was Butterfly verbaasd bij Fanny’s boze blik op haar, maar zodra ze de woorden hoorde, keek ze net zo goed zo. Kom op. Ging Fanny echt één slecht verwoord antwoord tussen hen in laten staan? Ging dat er echt voor zorgen dat ze niet één front konden vormen? Ugh. Koppig mens. Ze keek weer weg, koppig en ontevreden, naar haar vader die daar maar tegenover hen zat. Op momenten zoals deze had ze altijd het gevoel dat Fanny háár naam had moeten hebben, gewoon, omdat Fanny hier leek te horen en Butterfly niet, niet, niet, de dochter teveel. ‘Fanny,’ zei hun vader ijzig. ‘Genoeg. Wíj hebben onze uiterste best gedaan voor jullie en het enige wat jullie doen, is het te bont maken op Zweinstein.’ Zijn blik kroop naar haar en ze voelde zich klein, klein, klein, en keek naar de tafel. ‘Butterfly, waarom hebben we bericht gekregen dat je een tafel kapot hebt gekregen?’ ‘Ik…’ Het was een accident geweest, echt, ze had het niet willen doen, maar had het toch gedaan. Ze haalde haar schouders op. ‘Per ongeluk.’ Gekwetst om Fanny’s opmerking flitsten haar ogen terug naar haar en impulsief opende ze haar mond weer. ‘Fanny hitste me op.’ Was niet zo. Maar hun ouders geloofden toch geen woord dat ze zeiden, wat ze ook zeiden, ze hadden een eigen beeld van de waarheid en op grond daarvan zouden ze aan het eind van de avond hun straf krijgen, dus wat maakte het verdomme uit wat ze zei nu? En voor Fanny maakte het ook niet uit, schijnbaar, want ze had geen zus gewild. Best.
  14. [1837/1838] Cross my heart and i hope to die

    Butterfly lachte omdat Fanny lachte en nam de schaar aan. ‘Ik zal jouw lok knippen!’ stelde ze voor, de lach nog naklaterend in haar stem, ‘en ik weet niet of we nog iets moeten zeggen… Laten we doen van wel! Dat is…’ Ze dacht even na over het goede woord. ‘Echter? Plechtiger? Weet ik veel.’ En ze lachte, opnieuw, ergens zenuwachtig, maar op de beste manier. Met een zacht gebaar zocht ze een lok blond haar uit van Fanny, waar ze de schaar naar bewoog. Haar vingers trilden een beetje, maar niet genoeg om haar tegen te houden. ‘Laat deze lok symbool staan voor ons pact en voor alles wat er nodig zal zijn om het tot een goed einde te brengen,’ vervolgde ze, plechtig, in zoverre ze dat goed kon. Maar het belangrijkste was dat er een lok haar op het bed was gevallen. Enigszins trots keek ze ernaar. ‘Ta-da! En nu mijn beurt.’
  15. [1837/1838] Cross my heart and i hope to die

    Butterfly glimlachte naar haar tweelingzus. Hun ding, hun ding, dit was hun ding, het debutantebal verpesten was hun ding en niemand anders zou met de eer gaan lopen. Hun ding. Alleen zíj zouden een indruk om u tegen te zeggen maken en tegen elke wens van hun ouders ingaan en het zou hún wens zijn en dat was dan dat. Hun ding. Hun daden, hun beslissingen, hun impact. Het hebben van een plan voelde als een bevrijding, een eerste stap richting echt alles in handen nemen. De controle teruggrijpen. Ontsnappen uit de verwachting om van het meisje dat ze was te transformeren naar de vrouw die ze als acceptabel zagen, zonder geduld te hebben haar door die evolutie te loodsen en zonder voor ogen te hebben hoeveel er precies zou moeten veranderen. ‘Oh, ja!’ Ze giechelde even – een pact sluiten was altijd zo spannend. ‘Ik las een keer dat je een eed kon sluiten met een lok haar.’ Ze nam er eentje van haar vast en deed een schaarbeweging, alsof haar woorden niet duidelijk genoeg zouden zijn. ‘Dan moet je een lok afknippen als symbool dat je alles op alles zet om je aan je belofte te houden.’ In het boek was het allemaal mooier beschreven, iets met een schone metafoor rondom dingen van jezelf afstaan voor de belofte of zoiets, maar Butterfly was niet goed in mooie woorden. Butterfly was goed in luid en niet mis te verstaan en dat was het wel zo’n beetje. ‘We kunnen dat doen! En dat vinden onze ouders vast ook al verschrikkelijk, want oh! Nee! Haar moet lang zijn! Weet je wel!’
×