Jump to content

Butterfly Dickson

Huffelpuf Vijfdejaars
  • Content count

    54
  • Joined

  • Last visited

  • Days Won

    2

Butterfly Dickson last won the day on August 25

Butterfly Dickson had the most liked content!

About Butterfly Dickson

  • Rank
    Butterfly hella fly

Profile Fields

Recent Profile Visitors

285 profile views
  1. [1836/1837] Live fast, die young, bad victorian girls do it well

    Agatha was niet geweldig in smoesjes verzinnen, Fanny was er, eh, enthousiast over, dat wel, maar als je niet één verhaal had, ging het ook alweer de mist in, en dus kwam het op Butterfly aan, naar het schijnt. Wat Butterfly uiteraard aankon, het was bijna alsof ze nooit in haar leven iets anders had gedaan dan dit en dit alleen, maar ze was er ook vreselijk slecht in als de mogelijkheid tot geloofwaardigheid alweer compleet verpest was en ze maar op damage control moest rekenen. Of nu, ja. Butterfly was er slechter in dan Fanny en Agatha tezamen, maar dat hoefde ze zelf niet te erkennen. ‘Dat dus,’ ging ze rustig door. ‘Heel eerlijk gezegd is er volgens mij een luchtje aan die opdracht – leerlingen gewoon ’s nachts naar buiten sturen? Kan echt niet.’ Ze fronste naar professor Astoria. ‘Of zou u dat soms ook doen? Is er een nieuwe regel binnenin het lerarenkorps dat leerlingen meer naar buiten moeten ’s nachts? Is dat niet keigevaarlijk? Geven de schoolhoofden wel om ons?!’
  2. [18361/1837] Never ending story

    Met een schuin hoofd keek Butterfly Agatha aan. ‘We kunnen het allebei doen?’ stelde ze voor, bij wijze van compromis. Kijk, papa, ze kon het wel! Was ze nu niet het toonbeeld van zachte vrouwelijkheid? Als ze nu nog ietsje meer haar best deed om het type compromis ook naar zijn smaak te krijgen, werd ze vast het febbeke van de familie. Nu ja. Behalve dan dat ze nog altijd een meisje was en ew. ‘Dan weet hij waarom we hem kopje onder duwen! Dan denkt hij niet dat we het doen omdat we zijn aandacht willen en verliefd op hem zijn of zo.’ Ja, wat, jongens waren raar. ‘Of ben je dat wél?’ Je wist maar nooit! Plus, Agatha had een veel drukker liefdesleven dan zíj, duuuuus.
  3. [1837/1838] You raze the old to raise the new.

    Oh, zij wist niet wanneer ze haar mond moest houden, hoor. Butterfly snoof toen Fanny per se zo hypocriet moest gaan doen (net alsof Butterfly degene was die het per se zo nodig had gevonden om duidelijk te maken dat ze haar niet als tweelingzus gehoeven had, kom op, zeg) en wilde heel graag snuiven toen ze net zo goed uitsloverig ging doen voor de Nieuweling, maar dat kon ze nog net onderdrukken. Ergens, ergens was ze zo, zo jaloers dat Fanny klassenoudste was geworden en zij niet. Dat had ze nooit gezegd, niet echt, ze had haar zus moeten steunen en Fanny had de badge vast niet aan haar kunnen geven als ze er wel over gezeurd had, maar… ugh. Waarom haar zus wel en zij niet? Was haar zus dan zoveel beter dan zijzelf? Was haar zus écht zoveel beter dan zijzelf? ‘Ik heet Butterfly Dickson,’ antwoordde ze, en zodra ze het uitsprak, besloot ze dat ze haar naam haatte, al helemaal in vergelijking met iets dat zo gesofistikeerd klonk als Jude Foulkes-Davenport. Lag vast aan haar. Ha. Daar was Fanny het vast mee eens. Ha. Fanny vond het vast ook geweldig dat zij enkel en alleen het “evenbeeld” was van haar. Dan kwam ze eerst. Dat wilde ze toch zo verdomde graag? ‘Een klassenoudste is een verantwoordelijke voor een afdeling,’ antwoordde ze, vlug, voor haar zus dat kon doen. ‘Het komt erop neer dat ze je strafwerk geven als ze je niet tof vinden en verder niet zoveel uitvoeren.’ Soort van. ‘Tóch, Fanny?’ Vroeger sprak ze dat anders uit, samenzweerderig, uitnodigend, een pact in twee woorden samengevat, maar nu, nu was het alleen maar een sneer, een greep uit vroegere gewoonten om tussen neus en lippen door mee te delen dat het niet terugkomen zou. Maar Jude had daar eigenlijk niets mee te maken, en dus glimlachte ze toegeeflijker naar hem. ‘Ons geheimpje.’ Net alsof Butterfly niet elke seconde van deze ontmoeting doorspelen zou aan Agatha. ‘Zolang je de vragen voor het wachtwoord van je leerlingenkamer kan beantwoorden, hoef je je vast geen zorgen te maken over je status.’ En anders wilde ze hem wel verwelkomen in Huffelpuf, hoor.
  4. [1836/1837] Live fast, die young, bad victorian girls do it well

    Butterfly giechelde. Agatha, de ervaren inbreker. Het zou nog wat zijn. Nee, ze vond Agatha geweldig, echt, ze was lief en slim en stoutmoediger dan dat verlegen snoetje op het eerste gezicht zou doen uitschijnen, maar de volgende Robin Hood zag ze haar nu nog niet meteen zijn. Was oké, hoor. Niet iedereen hoefde zo te zijn. Er waren altijd nog Fanny’s om met stenen te smijten en er waren Butterfly’s om om zich heen te kijken en goed te luisteren of ze iemand hoorde. Het antwoord was ja trouwens. Dat liet ze blijken door enigszins gealarmeerd naar haar vriendinnen te kijken en dringend te fluisteren dat er iemand was en haar squad snel achter één of andere struik in de buurt (ja, weet ik het, ze staan buiten, er is er vast één) te duwen. Al deed dat eigenlijk niet zoveel. Ze kregen namelijk alsnog een deels nieuwsgierige, deels waarschuwende stem te horen. ‘Wat gebeurt hier?’ Niets, leerkracht wiens identiteit ik nu geen zin heb om te bepalen, echt waar.
  5. [1837/1838] You raze the old to raise the new.

    Goh, misschien dat sommige Britten woorden als “erkentelijk” gebruikten, kon best, maar Butterfly was daar niet één van. Ze had het misschien een keer in een essay gepropt dat te kort was naar haar zin (of, beter gezegd, naar de opdracht), maar in haar dagdagelijks taalgebruik kwam het niet voor. Wat alleen maar betekende dat ze enigszins onder de indruk was van één of andere jongen die a. ze niet kende, b. knapper was dan de jongens hier, of in elk geval de jongens die het bij haar nog niet verpest hadden door veel te dik bevriend te zijn met Ant of Hawk of zo, c. een accent had dat ze niet herkende en woorden gebruikte waar ze zelf nooit aan dacht en hallo. Ze wierp een zijdelingse blik op Fanny. Nah, die had de boodschap dat ze een verschrikkelijk mens was en dat Butterfly haar niet nodig had vast wel begrepen. En hopelijk had ze de boodschap dat elk woord daarvan een bitter gif in haar mond was geweest en ze haar zus meer miste dan ze voelde op haar momenten van toorn, niet opgemerkt. ‘Oh, hallo!’ zei ze, haar stem naar een warme toon draaiend, huphup, ze kon het nog wel, plus, dan wist haar zus ook alweer dat ze alleen maar tegen haar schreeuwde! Ja, ze wist hoe kinderachtig dat was, maar Fanny was ook kinderachtig, dus het mocht. ‘Ja, hoor. Dat is wel ver weg, maar de weg is niet zo moeilijk. Kom maar mee.’ En nu mocht Fanny hier blijven staan, oké, bedankt. ‘Waar kom je eigenlijk vandaan?’ vervolgde ze nieuwsgierig, toen ze koers gezet hadden naar de trappen omhoog. ‘Je klinkt zo… niet van hier. Niet naar bedoeld of zo.’
  6. [1837/1838] Seasons change, people don't

    ‘Hoezo kan ik niets zelf!’ gilde Butterfly verontwaardigd naar Fanny, voor ze zich bedacht dat ze stil moest zijn in een restaurant. Maar! Hoe! Durfde! Ze! Butterfly kon best dingen zelf. Dat Fanny per se overal de eerste in moest zijn, betekende echt niet dat ze niets zelf deed. Het betekende gewoon… dat Fanny totaal niet lette op wat zíj als eerste deed. Ugh. Ze hoorde de waarschuwing in de stilte die haar ouders lieten vallen, nog voor haar vader zijn mond opendeed, die eeuwige waarschuwing dat ze stil moest zijn, sois belle et tais-toi, en ze was er nooit goed in geweest, had andere talenten (geen talenten die gezien werden, blijkbaar, want Fanny vond dat ze niets zelf kon en haar ouders vonden sowieso al dat ze niets kon, niets waar ze wat aan hadden en dat kwam neer op minder dan niets, en verdomme, de enige zijn die je zelfbeeld omhoog hield, was een stuk moeilijker als ieder ander in je familie het wilde afbreken tot ze een ruïne was waarop ze hun ideale versie konden bouwen) en dus keek ze naar beneden, haar tong te verdoofd onder alle implicaties die naar binnen stroomden om iets anders te doen dan haar vaders woordeloze gebod te gehoorzamen, naar het bord waarop het eten nog moest arriveren. Ze haatte ze, geloofde ze. Alle drie. Meer omdat zij háár niet moesten hebben dan omdat zij hen niet kon hebben. Maar het was gemakkelijker om te haten dan om gehaat te worden. Dus. ‘Stoppen, allebei,’ siste haar vader autoritair, zachter dan eerder, als was het om het goede voorbeeld te geven. ‘Ik wil geen scène in het openbaar!’ Had hij geen kinderen moeten krijgen, dacht ze er bitter achterna. Ha. Had Fanny toch gelijk op dat punt. ‘We hebben over jullie allebéí brieven gekregen,’ ging hij verder, net alsof ze het wilde horen, net alsof ze niet gewoon weg wilde en alles hier wilde achterlaten, want zelfs haar tweelingzus, de enige persoon op de hele wereld op wie ze altijd zou kunnen vertrouwen, had haar laten vallen. En dus deed ze dat. Haar vader zei nog wat, maar ze hoorde het niet meer, wilde het niet meer horen, en met enkele vluchtige stappen (kijk, Fanny! Dat kon ze wel zelf!) was ze het restaurant uit. Ze wist niet waar ze heen wilde, waar ze heen moest, maar ze hoefde hén niet meer te zien en hoewel de tranen nu pas kwamen en hoewel ze te snel ademde en te snel dacht om te kunnen denken, voelde ze zich iets, iets, iets vrijer dan daar. En ze voelde zich verloren, dat ook. Maar zelfs dat voelde beter dan het drukkende gevoel dat ze misschien echt de dochter teveel was.
  7. [1837/1838] Seasons change, people don't

    Even, heel even was Butterfly verbaasd bij Fanny’s boze blik op haar, maar zodra ze de woorden hoorde, keek ze net zo goed zo. Kom op. Ging Fanny echt één slecht verwoord antwoord tussen hen in laten staan? Ging dat er echt voor zorgen dat ze niet één front konden vormen? Ugh. Koppig mens. Ze keek weer weg, koppig en ontevreden, naar haar vader die daar maar tegenover hen zat. Op momenten zoals deze had ze altijd het gevoel dat Fanny háár naam had moeten hebben, gewoon, omdat Fanny hier leek te horen en Butterfly niet, niet, niet, de dochter teveel. ‘Fanny,’ zei hun vader ijzig. ‘Genoeg. Wíj hebben onze uiterste best gedaan voor jullie en het enige wat jullie doen, is het te bont maken op Zweinstein.’ Zijn blik kroop naar haar en ze voelde zich klein, klein, klein, en keek naar de tafel. ‘Butterfly, waarom hebben we bericht gekregen dat je een tafel kapot hebt gekregen?’ ‘Ik…’ Het was een accident geweest, echt, ze had het niet willen doen, maar had het toch gedaan. Ze haalde haar schouders op. ‘Per ongeluk.’ Gekwetst om Fanny’s opmerking flitsten haar ogen terug naar haar en impulsief opende ze haar mond weer. ‘Fanny hitste me op.’ Was niet zo. Maar hun ouders geloofden toch geen woord dat ze zeiden, wat ze ook zeiden, ze hadden een eigen beeld van de waarheid en op grond daarvan zouden ze aan het eind van de avond hun straf krijgen, dus wat maakte het verdomme uit wat ze zei nu? En voor Fanny maakte het ook niet uit, schijnbaar, want ze had geen zus gewild. Best.
  8. [1837/1838] Cross my heart and i hope to die

    Butterfly lachte omdat Fanny lachte en nam de schaar aan. ‘Ik zal jouw lok knippen!’ stelde ze voor, de lach nog naklaterend in haar stem, ‘en ik weet niet of we nog iets moeten zeggen… Laten we doen van wel! Dat is…’ Ze dacht even na over het goede woord. ‘Echter? Plechtiger? Weet ik veel.’ En ze lachte, opnieuw, ergens zenuwachtig, maar op de beste manier. Met een zacht gebaar zocht ze een lok blond haar uit van Fanny, waar ze de schaar naar bewoog. Haar vingers trilden een beetje, maar niet genoeg om haar tegen te houden. ‘Laat deze lok symbool staan voor ons pact en voor alles wat er nodig zal zijn om het tot een goed einde te brengen,’ vervolgde ze, plechtig, in zoverre ze dat goed kon. Maar het belangrijkste was dat er een lok haar op het bed was gevallen. Enigszins trots keek ze ernaar. ‘Ta-da! En nu mijn beurt.’
  9. [1837/1838] Cross my heart and i hope to die

    Butterfly glimlachte naar haar tweelingzus. Hun ding, hun ding, dit was hun ding, het debutantebal verpesten was hun ding en niemand anders zou met de eer gaan lopen. Hun ding. Alleen zíj zouden een indruk om u tegen te zeggen maken en tegen elke wens van hun ouders ingaan en het zou hún wens zijn en dat was dan dat. Hun ding. Hun daden, hun beslissingen, hun impact. Het hebben van een plan voelde als een bevrijding, een eerste stap richting echt alles in handen nemen. De controle teruggrijpen. Ontsnappen uit de verwachting om van het meisje dat ze was te transformeren naar de vrouw die ze als acceptabel zagen, zonder geduld te hebben haar door die evolutie te loodsen en zonder voor ogen te hebben hoeveel er precies zou moeten veranderen. ‘Oh, ja!’ Ze giechelde even – een pact sluiten was altijd zo spannend. ‘Ik las een keer dat je een eed kon sluiten met een lok haar.’ Ze nam er eentje van haar vast en deed een schaarbeweging, alsof haar woorden niet duidelijk genoeg zouden zijn. ‘Dan moet je een lok afknippen als symbool dat je alles op alles zet om je aan je belofte te houden.’ In het boek was het allemaal mooier beschreven, iets met een schone metafoor rondom dingen van jezelf afstaan voor de belofte of zoiets, maar Butterfly was niet goed in mooie woorden. Butterfly was goed in luid en niet mis te verstaan en dat was het wel zo’n beetje. ‘We kunnen dat doen! En dat vinden onze ouders vast ook al verschrikkelijk, want oh! Nee! Haar moet lang zijn! Weet je wel!’
  10. [1837/1838] Taking another step too far

    Butterfly wist heus wel dat ze zonet boos had gezegd dat professor Astoria net zo goed mocht betalen als ze het bijhield, maar ze had eigenlijk niet verwacht dat ze dat ook echt zou dóén. Maar blijkbaar wel. Heel even keek ze haar toverdrankenlerares met een mond vol tanden aan, voor ze zich herstelde en haar Professionele Dealer™-stem bovenhaalde. Die neerkwam op precies dezelfde stem op precies dezelfde toon als altijd, maar ze voelde zich alsnog altijd heel stoer ermee. Nu niet, hoor. Maar ze voelde zich nooit zo ontzettend stoer als ze met strafwerk gechanteerd werd door stomme leraressen die veel te veel gebruik maakten van hun leerkrachtengezag en ew. ‘Twee sikkels voor één zakje,’ meldde ze sikkeneurig, haar hand verwachtingsvol uitstekend. Hallo, nu mocht ze het geven ook. ‘Als u het gewoon had willen hebben, had u dat best gewoon kunnen zeggen,’ voegde ze er bijdehand aan toe. Ze kon het niet laten, oké. Plus, misschien waren het Butterfly’s vooroordelen, maar als er iemand was die alles zo ingewikkeld mogelijk zou maken, was het vast Astoria. Ze maakte die stomme testen ook ingewikkeld. Dus. ‘Dat had ons vast allebei tijd bespaard!’
  11. [1837/1838] Seasons change, people don't

    9 december 1837 Dit was eigenlijk één van de eerste keren dat Butterfly’s ouders aan haar en aan Fanny een licht afstandelijke brief hadden geschreven om hen te melden dat ze met hen zouden dineren, ergens in een duur restaurant in Londen, waarvoor ze hun beste beentje voor moesten steken. Bij wijze van rebellie had Butterfly even, even overwogen om haar vuilste jurk aan te doen, maar uiteindelijk had ze toch niet gedurfd en zat ze nu in een nieuw kleedje aan een tafel, haar voeten iets boven de vloer bungelend vanaf haar hoge stoel. Ze wist eigenlijk niet zo goed wat haar ouders van haar verwachtten. Misschien… misschien moest ze dat wel weten, zo onderhand, maar haar ouders waren zo onvoorspelbaar. Soms was ze oké, goed genoeg voor hen, en soms leken ze een inwendige checklist te hebben waar ze nooit aan zou kunnen voldoen. Maar als ze naast Fanny zat, was het altijd wat minder eng en dus glimlachte ze haar tweelingzus kort toe, voor ze een blik wierp op haar ouders, tegenover hen. Ze opende haar mond, kort, voor ze bedacht dat ze niet wist wat ze moest zeggen, maar gelukkig – of niet, hing er maar vanaf – had haar vader nooit van zijn leven last gehad van een mond vol tanden en dus werd de ongemakkelijke stilte alsnog verbroken. ‘Goed, we hebben een brief gekregen van Zweinstein,’ deed hij niet al te zeer zijn best om alles in te leiden. Misschien dat de strenge blik, eerst naar Fanny, dan naar zichzelf als inleiding moest gelden. Al betwijfelde ze dat. ‘Leg eens uit waarom jullie je niet kunnen gedragen.’ Ze keek naar haar moeder, als was het om te peilen in hoeverre er ook nog iets anders was om hier te bespreken dan enkel dat, enkel hun gedrag op Zweinstein en de paar keren dat ze betrapt waren, maar ze had haar moeder nooit zo goed kunnen lezen. Haar vader ook niet, overigens, maar er viel minder te lezen bij hem. Gewoon. Hij was een open boek, al was het maar omdat hij een luisterboek was. En Butterfly was dat ook, hoe hard ze ook probeerde om iemand anders te zijn. ‘Ik kan me best gedragen,’ mompelde ze. En op zich had ze daar niets anders mee bedoeld dan het eenvoudige feit dat Butterfly van zichzelf vond dat ze zich kon gedragen, maar het was pas toen haar vader het woord terug nam dat ze besefte hoe het klonk. ‘Dus Fanny, waar zijn we bij jóú de mist in gegaan?’ OOC: Privé met Lily! <3 love of my life
  12. [1837/1838] Binnenplaatsen zijn mijn ding

    Butterfly was, eerlijk gezegd, sowieso achterdochtig geweest. Dat had weinig met Phoenix te maken, dat had te maken met zijn status als hoofdmonitor en de verantwoordelijkheden die erbij kwamen kijken, want dat hield in dat Phoenix in rang iets hoger stond dan zij, enige vorm van gezag over haar had, en Butterfly vond het altijd lastig om mensen in zo’n positie helemaal te vertrouwen. Gewoon. Zij konden haar dingen maken die zij hen niet kon maken en dat was naar, want het was oneerlijk en ze had meer dan genoeg oneerlijkheid in haar leven dat ze dit er niet bij wilde. Butterfly hield ervan als alles eerlijk was. En nee, ze was zelf ook niet altijd eerlijk, zou bepaalde mensen altijd voortrekken zonder dat echt door te hebben, was niet half zo onpartijdig als ze van zichzelf vond, en nee, drugskoerier spelen was evenmin het eerlijkste bijbaantje dat ze zou kunnen hebben, maar… toch. Ze nam de sikkels aan en gooide het zakje zijn richting uit, want dat voelde stoer en Butterfly deed graag alsof ze stoer was. ‘Niet met fruitsap nemen,’ zei ze vrolijk, ‘dan voel je het minder en heb je voor niets betaald. Als je nog nodig hebt, hoor ik het wel!’ Ze glimlachte, ergens trots op zichzelf, ook al had ze niets anders dan enkel en alleen haar taak gedaan. ‘Hopelijk haal je die cijfers!’ En ze zwaaide, en toen verdween ze terug naar binnen. OOC: Uitgeschreven! <3
  13. [1837/1838] Cross my heart and i hope to die

    Butterfly giechelde, van de opwinding van het vooruitzicht en ook omdat het allemaal zo werkelijk werd en omdat het eerder zo… onwerkelijk geleken had. Maar nu hadden ze een plan, een echt plan, en nu het in al die stappen voor haar lag, leek het allemaal nog te doen ook. Ze had nooit eerder zo’n grote stunt gepland, maar dit, dit was oprecht gróót en iedereen zou het zien en misschien zouden ze zelfs in de krant komen en dan zouden ze er echt, echt, echt niet meer vanaf kunnen stappen. En ergens was dat eng, maar het was ook gewoon… spannend. ‘Ja,’ zei ze, haar zus een glunderende blik toewerpend. ‘Dat moet echt lukken. Denk je dat het beter is om ze wat nu te vragen of na een les?’ Niet dat ze wist waar ze waren nu, maar ah, ze waren luid genoeg dat ze wellicht slechts haar oren zou moeten spitsen. ‘We vertellen dit aan niemand, toch? Zelfs niet aan Agatha!’ Hoe goed Agatha ook was in geheimen bewaren.
  14. [1837/1838] Cross my heart and i hope to die

    ‘Ja, dat is wel een goed idee, denk ik!’ zei Butterfly. ‘Die denken ook nooit na, dus ze zoeken er vast niets achter.’ Het was spannend, ergens, om dit allemaal te plannen en om met strategieën te komen voor het één of het ander, om te wéten dat ze hun ouders zouden kunnen voorliegen met doen alsof ze plots geen hekel meer hadden aan het debutantebal, maar het daar wel zo, zo duidelijk zou worden dat ze hen absoluut nergens toe konden dwingen. Geruststellend, dat ook. Ze had haar zus en ze had hun brainstorm en dat was het enige wat ze nodig had. Goed, nee, dat was niet waar. Maar op momenten als deze voelde het wel heel erg zo. Ze lachte. ‘Weet jij hoe dat moet? Ik heb weleens gehoord van een vloek die dat kan, maar die is veel kleiner, daar kunnen we onze namen niet mee spellen, denk ik. Wat denk je van een toverdrank die we erin mengen? Misschien lukt dat wel!’ En dat dan in de verf mengen en er dan vanuit gaan dat de boodschap overkwam.
  15. [1837/1838] Binnenplaatsen zijn mijn ding

    Ze glimlachte een beetje ongemakkelijk. ‘Ja, het was wel een beetje raar.’ Butterfly haatte het om aangestaard te worden, oké. Ze wilde heel, heel veel aandacht, maar ze wilde nog veel meer dat het een tweerichtingstraat was, dat alles wat ze voor een ander deed terugkwam en zo ook met aandacht. Maar aangestaard worden? Alsof ze een doodeng creatuur was? Ew. ‘Oké, twee sikkels voor…’ Ze haalde een prachtig zakje uit haar tas (het was niet prachtig, het was heel nietszeggend en de drugs zelf zagen er ook niet zo bijzonder uit, maar dat was de precieze pracht eraan, het algehele concept dat het zo makkelijk was om iets totaal anders erin te zien), ‘dit.’ Kritisch keek ze hem aan. ‘Je bent toch geen snitch, hè? Als Hoofdmonitor en alles.’ Ja, misschien had ze dit anders moeten aanpakken.
×