Jump to content

Butterfly Dickson

Huffelpuf Vierdejaars
  • Content count

    12
  • Joined

  • Last visited

  • Days Won

    1

Butterfly Dickson last won the day on December 24 2017

Butterfly Dickson had the most liked content!

About Butterfly Dickson

  • Rank
    Butterfly hella fly

Recent Profile Visitors

118 profile views
  1. Halloooooo, Butterfly was hier omdat Butterfly a. duelleren wel tof vond klinken, plus het werd gegeven door een vrouw en Butterfly had meteen al een zekere bewondering opgevat voor vrouwelijke leraressen (ik bedenk me net dat ik er zelf twee heb, dus ehhhh, ik kan essays gaan schrijven over hoe geweldig mijn eigen personages zijn, jongens, zin in) en dan in het bijzonder deze hier. Dat… had niet echt een reden, eerlijk gezegd, ze zag er vooral uit als iemand met wie je niet moest sollen en Butterfly had een zwak voor dat type vrouwen en ta-da, bij deze stond ze hier met grote ogen, nauwelijks beseffend dat ze onder water moest gaan duelleren. Ze kon niet eens duelleren. Heel goed gillen, jazeker, maar echt duelleren? Eh. Prompt besloot ze aan Fanny te hangen en keek ze haar even, heel even zorgelijk aan, waarna ze haar hand in de lucht stak en vroeg ze: ‘EN WAT ALS DE PLANTEN IN HET MEER ONS AANVALLEN EN WE DAN DOODGAAN?’ Goed gillen was nog altijd haar ding, oké.
  2. [1835/1836] Ik raak aan Constance gewend

    ‘Oh, dat maakt het wel wat gemakkelijker, ja,’ knikte Butterfly, zoals je dat deed als je een heldere uitleg kreeg. Constance was daar goed in, had ze het idee – heldere uiteenzettingen, die je begreep, en waarop je enkel en alleen kon knikken, want ja, bijkomende vragen stellen was een optie, natuurlijk was dat een optie, maar het was zo… niet nodig. In een paar woorden had ze het uitgelegd. Klaar. Zelf was ze daar niet zo goed in; ze had haar eigen wereld en haar eigen logica en ze vergat zo, zo gemakkelijk dat niet iedereen daar thuis in was. ‘Kom bij ons!’ stelde ze enthousiast voor. ‘Erelid van de tweeling! Nee, drieling dan. Fanny vindt je vast aardig. Ken je Fanny eigenlijk goed?’ Hé, dit was een prachtig idee, alvast bedankt.
  3. [1835/1836] Ik raak aan Constance gewend

    ‘Wat jammer!’ zei Butterfly gemeend. Ze kon zich eerlijk gezegd echt niet voorstellen dat het hebben van een hechte zussenband zoals zijzelf had geen ontzettend gemis zou zijn, maar dat, eh, lag natuurlijk ook deels aan dat eenvoudige feit dat Butterfly niets anders kende en dat ze zich alleen maar de eenzaamheid kon voorstellen van het enige meisje in haar tak van de Dicksonfamilie zijn. Dan was het vast nog gemakkelijker geweest om haar te zeggen dat ze stil moest zijn, sois belle et tais-toi, en misschien had ze er dan nog gemakkelijker aan toegegeven ook. Want dan had ze niemand aan haar zijde gehad. Maar gelukkig had ze dat wel. ‘Wel stom dat je broer,’ ze deed Constances gezichtsuitdrukking na, ‘is.’ Nee, echt, ze had oprecht medelijden dat Constance geen tweelingzus had. Arm kind. ‘Is het niet heel ingewikkeld om veel familieleden met dezelfde naam te hebben?’ vroeg ze. ‘Hoe maak je dan duidelijk over wie je het hebt?’ Dat soort vragen waren belangrijk, oké. Nee, echt. Butterfly was niet heel dol op haar familie, maar ze bleef best wel een sociale vlinder (kunnen mensen me nu grappig vinden s.v.p.) en bijgevolg sprak ze wel vaak met de familie en al helemaal met de –leden die ze kon hebben. ‘Ja, dat vind ik ook,’ zei ze trots, net alsof ze er zelf iets aan gedaan had dat ze een tweelingzus had. Uhu. Zo werkte dat. ‘Fanny is echt mijn favoriete familielid.’ Op zich had ze niet zo heel veel concurrentie, maar eh. Ja. ‘Zo blij dat ik haar heb.’
  4. 25 oktober 1836 Laurelle Ryder had een nieuwe hobby, want dat heb ik toevallig nodig, en die hobby hield in dat ze willekeurige Zwadderaars willekeurige klusjes liet opknappen en dat ze willekeurige huffelpuffers de opdracht gaf om toe te kijken hoe eerder genoemde Zwadderaars dit klusje opknapten. In dit geval betrof het Laurence Redgrave die om de één of andere reden die Butterfly niet meegekregen had een gang moest opkuisen en dat zonder magie (wat Butterfly niet begreep, want… deze school draaide zo’n beetje rond magie, toch? Dan kon je het net zo goed gebruiken) en zij moest dan maar in de gaten houden dat dit ook effectief zo gebeurde. En dat had ze met alle liefde gedaan, want hoewel ze Laurelles plotse probleem met Zwadderich niet helemaal begreep, vond ze het altijd leuk om dit soort dingen te doen, maar eerlijk gezegd had ze een zekere… interesse in Laurence die er ergens voor zorgde dat ze haar taak niet al te nauw zou opvatten. Naar zijn gezicht staren was goed genoeg, toch? Maar om zijn interesse te wekken moest ze vast meer doen en dus schraapte ze alle moed die ze had bij elkaar en besloot ze hem een onbevangen vraag te stellen. ‘Wat heb je eigenlijk gedaan dat je dit van Ryder moet doen?’ informeerde ze, impulsief. ‘Dat zei ze niet tegen me.’ En nu maar hopen dat hij dit opvatte als flirten en nu met haar op date wilde. OOC: Privé met mijn fave Nina <3
  5. [1835/1836] Ik raak aan Constance gewend

    ‘Oh, wat leuk!’ zei Butterfly enthousiast. ‘Zijn jullie hecht? Jij en je zusje?’ Zelf was ze echt ontzettend hecht met Fanny (ha-ha, being close with a fanny, oké, ik stop al) en dat was wellicht de belangrijkste band die ze in haar leven had. Ze kon zich niet voorstellen hoe het geweest zou zijn zonder tweelingzus, wie ze dan zou zijn geweest, hoe verdomde eenzaam het wel niet geweest zou zijn als ze niet iemand gratis en voor niets bij de geboorte had gekregen die elk deel van haar scheen te begrijpen, hoe gebrekkig haar uitleg ook was geweest. ‘En je hebt twee broers met dezelfde naam?’ vuurde ze haar tweede vraag af, met grote ogen. ‘Hoe is dat gebeurd?’ Oh, en toen kon ze over Fanny praten! Woeh. Ja, sorry, ik begin graag alinea’s met hetzelfde woord, let me live. Ja, we gaan het nu nog eens doen, #noregrets. ‘Yes! Fanny en ik zijn echt heel hecht,’ vertelde ze opgewekt, ‘het is een beetje ons tegen de rest van de wereld, of nu ja, ons tegen de rest van onze familie, want onze familie neemt ons niet echt serieus.’ Overigens vond Butterfly het concept van dat soort details over je privéleven verzwijgen onzin. ‘Maar als we samenwerken, moeten ze in elk geval naar ons luisteren! Dat is ook al wat, toch?’
  6. [1835/1836] Ik raak aan Constance gewend

    Goh, of dat gold als vraagstuk dat je kon opzoeken in de bibliotheek, zou Butterfly eigenlijk niet weten, want Butterfly was niet zo’n boekentype en wist niet zo fantastisch goed wat je zoal in de boeken van de bibliotheek kon vinden, maar ze vond wel dat het gold als degelijk vraagstuk. Al was het maar omdat ze het wat breder kon nemen en de vraag ook op haar eigen familie kon toepassen, want ja, zeg het eens, waarom was het merendeel van de Dicksons zo’n stelletje halvegaren bijeen? Hoe kwam het eigenlijk dat ze een bloedband deelde met een stel jongens die vonden dat ze meer waard waren dan zij, puur omdat er wat tussen hun benen bungelde en tussen die van haar niet? Waar sloeg dat op! Oké, wacht, smalltalk. Juist. Butterfly lachte, echter, en ging er vrolijk op door: ‘Ik zou niet weten of je dat in een boek kan vinden, maar ik vind het een goede vraag!’ Kijk eens, korte samenvatting van mijn eerdere alinea. ‘Dat vraag ik me ook altijd af bij mijn neven.’ Ze zou vragen of Constance ze kende, maar het was nogal moeilijk om niet soort van op de hoogte te zijn van wie die schreeuwende groep familieleden bij elkaar was. ‘Heb jij zussen?’ informeerde ze vervolgens, want oké, ze had een broer, maar zussen waren interessanter. Al was het maar omdat Butterfly haar het leven niet zou kunnen voorstellen zonder Fanny.
  7. [1835/1836] Ik raak aan Constance gewend

    Oh! Opzoeken. Ja, dat was ook nog zo’n ding. Butterfly was zelf niet zo van het opzoeken; het duurde te lang en je vond het zo vaak niet eens van de eerste keer en saaaaaaaai, maar als iemand het voor haar wilde doen, zei ze geen nee. Dan had ze ten eerste het antwoord en had ze er ten tweede geen moeite voor moeten doen. Lui? Ja, waarschijnlijk wel. Maar dat was niet eens zo erg, nam ze aan, want als iedereen hield van dingen opzoeken, moesten mensen als Constance op zoek naar een ander aanbod. Nee, grapje, daar stond Butterfly niet bij stil – Butterfly was al blij dat het aangeboden werd en over de rest dacht ze niet na. Voor iemand die de hele wereld zo graag wakker wilde schudden om ze allemaal te vertellen waar ze hun sois belle et tais-toi konden steken, hield Butterfly zich verbazingwekkend weinig bezig met research om ze zwart op wit te bewijzen dat ze ongelijk hadden. Tja. Ze herhaalde de argumenten wel voor als de mensen die ze hadden bedacht er te verlegen voor waren? En zo had iedereen nut. ‘Dat zou leuk zijn!’ antwoordde ze enthousiast. ‘Toen ik het aan mijn ouders vroeg, toen, wisten ze het ook niet, maar het houdt me dus al jaaaaaren bezig, dus dan zou er dankzij jou eindelijk een mysterie opgelost raken.’ Zou ze Constance bevriend kunnen houden om af te sturen op de Mysteries Van Butterfly’s Leven? Zou tof zijn. En ook omdat Constance Paget heel aardig was en zo. Uiteraard. ‘En jij?’ vroeg ze nieuwsgierig. ‘Ook van dat soort mysteries in je leven? Dan kunnen we die ook oplossen!’
  8. Butterfly had graag dingen voor zichzelf. Ze was niet zo fantastisch goed in anderen dingen gunnen en dat was niet uit onwil of zo, ze was gewoon best… jaloers. Wist ze wel, hoor. Ze wist in theorie best dat anderen best dingen verdienden en dat niet alles voor haar bedoeld was, maar dat betekende niet dat ze het erg zou vinden als de wereld daarop terug zou komen. Snap je. Maar! Haar zus was een uitzondering op de regel, zoals Fanny dat zo vaak was in Butterfly’s selectieve aard, en dus slaakte ze een opgewonden gilletje bij het nieuws en vloog ze haar tweelingzus om de hals om haar te omhelzen. ‘Ik ben zo blij voor je!’ riep ze uit, vlak vooraleer ze zich streng naar Hawk en alle andere potentiële criticasters draaide, want natuurlijk moest ze voor haar zus opkomen. ‘Ten eerste moet je haar aanspreken met klassenoudste nu en ten tweede moet je alsjeblieft zeggen als je die brief wil zien.’ Hooghartig stak ze haar neus in de lucht. ‘Je moet je nieuwe klassenouste wel respect betonen, hoor!’
  9. [1835/1836] Ik raak aan Constance gewend

    Butterfly kende Constance Paget nauwelijks. Ze kende haar naam, ze kon succesvol die naam aan een gezicht verbinden en mocht ze ooit iets te zeggen hebben tegen haar, hield er niets haar tegen om dat te gaan doen. Maar… alsnog. Ze kende haar nauwelijks. Was niet erg – Butterfly hoefde mensen niet goed te kennen om vrolijk en sociaal tegen ze te gaan doen – maar het maakte wel dat ze het niet helemaal had verwacht toen ze plots werd aangesproken. Niet op een slechte manier trouwens. Natuurlijk niet. En dat was deels ook gewoon zo omdat het een compliment was en Butterfly hield, hield, hield van complimenten. Ik weet niet of ik dat ooit al eerder gezegd heb, maar dan weet iedereen het vanaf nu. Ze glimlachte breed toen Constance het zei, enigszins trots, hoewel ze in feite niets gedaan had om die naam te bekomen. Ze was alleen maar eerder geboren dan Fanny. Maar dat boeide niet, want ze liep er toch maar mooi mee rond en zulke complimentjes waren altijd leuk. ‘Oh, bedankt!’ antwoordde ze, ‘ik houd ook van mijn naam!’ Want… ja, dat was gewoon waar. ‘Ik was een keer in een vlindertuin voor mijn verjaardag, samen met mijn familie en zo, en toen voelde ik me echt gewoon thuis,’ babbelde ze verder, ‘er waren zo van die heel grote vlinders bij ook – zo groot dat ze volgens mij magisch vergroot waren. Wat denk je, zouden ze dat doen?’
  10. [1835/1836] Cheery ppl gotta lead amirite

    Ergens in april op een dag die voor iedereen past en ik ben ontzettend specifiek weer Butterfly hield best wel van sport. Eerlijk gezegd wist ze niet goed of dat nu verbazingwekkend was of niet, maar ze vond een sport als Zwerkbal dus wel oprecht heel tof en hoewel ze zelf niet speelde, was ze wel erg fanatiek vanuit de tribune. Ze was aanwezig bij elke match en gaf telkens ook luidkeels commentaar, want hallo, waren die spelers blind of zo, en ja, hoor, ze had weleens gehoord dat dat de zwerkballers uit hun concentratie haalde, maar het niet doen raakte haar ook uit haar zwerkbaltrance en dat was natuurlijk even belangrijk, dus ha. Die voorliefde voor zwerkbal wilde Butterfly aan de hele wereld kenbaar maken, eerlijk gezegd, precies zoals ze elk aspect van haar wezen aan de wereld meedeelde (waarom bestaat het internet nog niet in 1836, hallo, Butterfly zou dol zijn op social media), en dus had ze een plan bedacht om ervoor te zorgen dat niemand om haar en haar passie voor zwerkbal heen kon. Namelijk door een cheerleadingteam te verzamelen! Goed, het was nog niet helemaal op punt, want het was een zootje uit verschillende afdelingen en dit zou ook weer lastig worden om te bepalen voor welk zwerkbalteam ze dan yells gingen verzinnen, maar dat zag ze later wel weer. Nu was ze te tevreden met zichzelf en haar eigen skills om zich ergens zorgen over te maken. Ze keek om naar de groep die bijeengekomen was en klapte, want zij had, zo had ze besloten, de leiding en dat betekende dat ze mocht bepalen wat ze gingen bespreken. ‘Ik,’ verklaarde ze, ‘vind dat we een naam nodig hebben.’ Ze dacht even na over die plechtige woorden. ‘En ook een uniform.’ Maar wat voor uniform… ‘Met glitter. Ik wil een glitteruniform. Eenmaal, andermaal…’ div.ooc_bbc { display:block; width:100%; background-color:rgba(255, 255, 255, 0.7); padding:4px; } div.ooc_bbc span.ooc_bbc_titel { color:#666; font-family:Courier New, Courier, monospace; padding:1px 5px; } OOC:Open voor iedereen die wil cheerleaden! <3
  11. [1835/1836] Factcheck and chill

    19 maart 1836 Als Butterfly zich niet bezighield met tegen jongens te gillen dat ze haar moesten respecteren of haar neven probeerde te irriteren, dan was ze óf bij haar zus, óf bij haar vriendinnen. Ze was vrij extravert aangelegd, in de zin dat ze het liefst van al omgeven door menselijk contact was, en ze was verre van verlegen of teruggetrokken, dus hey, dat kwam goed uit. Eén van die vriendinnen was Naima Westenberg, een strijdlustig meisje naar haar hart, en samen met haar hing ze nu rond op de binnenplaats. Het enige probleem was eigenlijk dat ze niets te doen hadden. Wat saai was. En dan echt doodsaai. God, het was verbazingwekkend hoe hard je je kon vervelen als je soort van uitgepraat was en je niet zo één, twee, drie kwam op een tof gespreksonderwerp. Totdat haar blik viel op een voorbijganger en ze naar de voorbijganger in kwestie knikte richting Naima. Samen met haar vriendin versperde ze de Voorbijganger de weg en keek ze hem of haar (ik ben niet goed in dingen voor andere mensen beslissen, het spijt me) onschuldig aan. ‘Excuseer, mogen we u een paar vragen stellen?’ Ze lachte eens lief, zoals enkel meisjes van dertien dat konden, en ging opgewekt verder. ‘Is het waar dat u verliefd bent op een leraar? Volgens mijn bronnen is dat zo!’ Nah, ze had daar nog nooit iets over gehoord, maar hey… dat hoefde het slachtoffer in kwestie niet te weten. div.ooc_bbc { display:block; width:100%; background-color:rgba(255, 255, 255, 0.7); padding:4px; } div.ooc_bbc span.ooc_bbc_titel { color:#666; font-family:Courier New, Courier, monospace; padding:1px 5px; } OOC:Open! Stijn eerst, though <3
  12. [1835/1836] Schuld van het patriarchaat.

    Butterfly was iets minder schreeuwerig dan Fanny. Iets. En dan vooral in de zin dat ze over het algemeen minder lettergrepen riep, niet dat ze niet schreeuwde – geen zorgen – en dat ze ook meer haar best deed om op voorhand de aandacht te trekken zodat ze het niet enkel van haar stem moest hebben. Dat was strategisch. Soort van. Uiteindelijk was Fanny wel de persoon die op tafel sprong en alle aandacht kreeg, dus eh, misschien moest ze nog eens over haar precieze strategie nadenken. Niet dat ze het haar zus misgunde, hoor! Als er iemand was die ze alles gunde, was het wel haar tweelingzus. Dat was echter behoorlijk irrelevant allemaal, want het punt was meer dat er een poes gestolen was en dat mocht natuurlijk niet. In ieder geval niet van Fanny. Eigen volk eerst en zo. Nu ja, niet in die mate dat Butterfly Ants weerwoord niet opving, er meteen boos om werd en prompt een oudbakken broodje naar zijn hoofd gooide. Zak. ‘GEEF DAT BEEST TERUG, ANT, WE WETEN ECHT WEL DAT JIJ HAAR HEBT!’ Eh, wisten ze dat? Nu ja. Tegen Ant schreeuwen was in ieder geval tof.
  13. Mijn Personagedossier kan worden nagekeken!

    Butterfly hella fly
  14. Butterfly Dickson

    Algemeen: Naam: Butterfly Olive Dickson Leeftijd en Verjaardag: 13, 22 augustus 1822 Schooljaar en Afdeling: 3, Huffelpuf Achtergrond: Familiesituatie & Geschiedenis in het kort: Het eerste wat Butterfly deed in haar leven, was schreeuwen. En dat was ook zo’n beetje wat ze de jaren daarna bleef doen. Butterfly was een meisje in een familie die het niet zo op meisjes had. Dat was ongetwijfeld niets persoonlijks, maar het zorgde er wel altijd voor dat Butterfly met haar kont tegen de kribbe ging schoppen. Want hoezo mag die neef/die andere neef/nog een andere neef/één of andere nonkel/elke willekeurige persoon met een bungelend geslachtsdeel in de familie Dickson iets wel en zij niet? Omdat ze een meisje was, zeiden ze dan. Soms was het antwoord dat ze te jong was, dat ze het gewoonweg niet kon, blablabla, en soms waren dat heel valabele antwoorden, maar Butterfly had er nooit echt oren naar. Waarom zou ze? Ze had besloten dat de wereld op een bepaalde manier moest werken en daar moest al de rest maar naar luisteren. Deden ze niet, en in se was dat niet zo vreemd ook: ouders gaan niet plots hun gedachtegoed omgooien omdat hun tweelingdochters hadden besloten dat ze dat moesten doen. Ze vond het alsnog ergerlijk. Tja. Gelukkig was er Fanny, haar tweelingzus. Fanny was het met haar eens, en twee zussen die het ergens over eens zijn, zijn zussen die hecht worden en samen wilde plannen gaan maken om de wereld te gaan veranderen (die vast niet uitkomen, want voor een revolutie moet je met meer dan twee zijn, maar hey, a rebellion is built on hope) en die plannen vervolgens proberen uit te voeren. Wat heel schattig was toen ze vijf waren, maar onderhand moesten ze maar eens onze goede bekende sois belle et tais-toi gaan leren. Heeft Butterfly geen zin in. Ach. Misschien dat ze nog bijdraait. Ha. Of misschien ook niet. Burgerlijke staat: Alleenstaand Beroep: Scholiere Woonplaats: Breachacha Castle, in Schotland Bloedlijn: Volbloed Rijkdom: Rijk Religie: I don’t believe, but I’ll still scream about God if ur any good Publiekelijk gezicht: Uiterlijk: Butterfly heeft blond haar en bruine ogen. Ze is vrij klein en heeft voor de rest een vrij normale bouw en dit zijn de boeiendste zinnen die ik ooit getypt heb. Toverstok: 29 cm, walnoot, drakenbloed. not looking for ur kind of nut Huisdier: Butterfly heeft een vlinder, want ze is niet origineel. Ik ook niet trouwens. Karakterbeschrijving: Positieve eigenschappen: - Aanwezig - Ambitieus - Assertief - Loyaal - Rechtvaardig - Veerkrachtig - Zorgzaam Negatieve eigenschappen: - Bazig - Bemoeial - Eigenwijs - Jaloers - Manipulatief - Onrealistisch - Stug
×