Jump to content

Maxwell Ayers

Vrijzinnige Tovenaarspartij
  • Content count

    100
  • Joined

  • Last visited

  • Days Won

    1

Maxwell Ayers last won the day on November 30 2017

Maxwell Ayers had the most liked content!

About Maxwell Ayers

Profile Fields

Recent Profile Visitors

443 profile views
  1. [1838/1839] The meaning of gravity

    God, wat ging hij zelfs klagen over Maximus genoemd te worden als het op hetzelfde moment kwam als zo’n jongensachtige grijns, zo één die maakte dat je de eigenaar ervan echt niets kwalijk kon nemen? Hij knikte tijdens het relaas van zijn baas – ergens leek Leon Marks hem niet het type om veel “oh, nee, u heeft ongelijk om deze honderd redenen”-gedoe te appreciëren, maar dat was niet erg, echt niet, want ten eerste, wie was daar wel het type voor en ten tweede zou Maxwell echt niet op honderd redenen kunnen komen. Eén was al geen sinecure. Maar het moest, schijnbaar. Hij slikte een uitgerekte “eh” in, half en half uit trots, terwijl hij zijn brein lichtelijk overdonderd afzocht naar een punt van kritiek dat niet te kut klonk om meneer hier voor eeuwig te voorzien van een hekel jegens hem (en hém wellicht van een ontslag), maar ook één dat ook aan de vraag voldeed. Eh. Goh. Niemand had hem hierop voorbereid. Om een aarzeling te verdoezelen keek hij om zich heen, zijn ogen van zijn baas scheurend (man, dit ging nog moeilijk worden) voor hij zijn mond opendeed en pas bij de laatste lettergreep terug in Marks’ ogen keek: ‘Het is een beetje wanordelijk georganiseerd?’ Was dat slecht om te zeggen? ‘Niet catastrofaal of zo, hoor…’ Gewoon… ingewikkeld. En als hij constant afgeleid ging worden omwille van redenen ging het nog ingewikkelder worden.
  2. [1837/1838] Hate Date

    Wauw, dat had hij vaker gehoord. Naast alle kenmerken van een slecht persoon in zich kunnen dragen (heus talent, werkelijk waar) kreeg Henry Paget het nog voor elkaar om eveneens de absolute tegenhanger van creatief te zijn! Je moest het maar doen, hoor. Ja, oké, dat wist Henry niet, maar maakte het uit? Maxwell was vaker dan hij kon bijhouden uitgemaakt voor leugenaar, iemand die ze niet allemaal op een rijtje had, telkens hij de waarheid aan het licht bracht, telkens hij de fout beging om eerlijk te zijn, om iemand te willen helpen. Op een gegeven moment werd het moeilijk om er nog veel om te geven. ‘’t Is dat ik geen betere verdediging verwacht had, anders was ik teleurgesteld geweest,’ zei hij, snerend. Maar serieus, “mensen zoals jij zouden ze moeten opsluiten”, kom op. Vandalen mochten ze opsluiten, maar kijk! Dat was Maxwell niet, dat was Henry en dat hij toevallig zo’n adellijke kutheer van kust-m’n-kloten was, ging daar echt niets aan veranderen. ‘Ik zou hier eigenlijk mee naar de directie moeten gaan…’ Voor zover die om schoolse zaken gaven, dan. ‘Dan piep je wel anders!’
  3. [1837/1838] I'm always in the wake of the hope

    Maxwell had niet geweten dat Phoenix bevriend was met Daniel Foulkes-Davenport, nee. Hij kende hem zelf niet heel goed, voor zover hij wist niet het type met wie hij Daniel snel zou zien, maar zo gingen die dingen nu eenmaal. Wist hij veel of zijn vriendschap met Efstathios zoveel logischer was dan die van Phoenix. Soms ontmoette je gewoon iemand met wie het klikte zonder dat een buitenstaander die klik had verwacht. Dat hoefde niets te zeggen. Ja, bedacht hij zich, dat klonk goed. Alsof hij niet, heimelijk, jaloers was dat Phoenix jongens zoals hem wel goed kende en met ze naar feestjes ging en niets erover tegen hem zei. Jaloers dat Daniel een geheim was geweest en dat hij zelf die latente intimiteit van dat idee niet kreeg. Teleurgesteld, ergens. Een knagend schuldgevoel over die gevoelens, alsof ze maakten dat hij werkelijk dacht dat Phoenix van hem was. Dat was hij niet. Dat was het hele verdomde probleem. ‘Oh,’ zei hij, in de hoop neutraal te klinken, blij voor hem. ‘Ik wist niet dat jullie vrienden waren.’ Wat voor een slechte ziener was hij in vredesnaam? Hij kon tegen één van hun andere gezamenlijke vrienden met enige zekerheid zeggen dat ze met Zweinstein zouden moeten stoppen zonder ooit een diploma te behalen, maar hij was uit zijn lood geslagen als een vriend van hem een andere vriend had. God. ‘Was het een leuk feest?’ Moest hij dat vragen? Ergens wilde hij het niet weten. ‘Hé, voor sommige mensen zijn dat de enige plekken die ze moeten weten, niet dan?’ Ha-ha. Zoiets. ‘Dus voor de rest moeten we maar op ontdekkingstocht?’ Als hij iemand anders was geweest, Daniel Foulkes-Davenport misschien, had hij daar een innuendo van gemaakt. Maar dat deed hij niet. Hij was Maxwell Ayers maar.
  4. [1838/1839] The meaning of gravity

    Maxwell wist niet zo precies wanneer het zou opvallen dat hij op zijn cv een beetje overdreven had, maar tot nu toe — niet dat dat veel was; het ging over de paar werkdagen die hij tot nu toe al achter de rug had, maar alsnog — viel het wel mee. Administratief werk was niet zó lastig als je nog enigszins een snelle leerling was en zolang het over geen enkel vlak ging waar mensen van enig belang waren, want dan kon hij plots niets meer opsteken en werd hij onverstandig, vond Maxwell wel dat hij zichzelf daartoe kon rekenen. Dus toen hij lucht kreeg van zijn baas die kwam controleren, ging hij er in eerste instantie vanuit dat dat allemaal wel goed kwam. Wat vragen over hoe het ging, óf het wel ging, eventueel nog wat smalltalk als zijn baas een sociaal persoon was en dat was dan dat. Hij had er niet echt op gerekend dat die baas er op deze manier zou uitzien, het type knap dat niet helemaal door slechts twee mensen gevormd kon zijn en het type dat respect afdwong met elke joviale glimlach. ‘Maxwell,’ mompelde hij, niet helemaal zeker of iemand verbeteren in lijn was met het beleid hier. Wist hij veel. Dit was eigenlijk zijn eerste job die er niet op neerkwam dat hij zelf constant op trot was en zo nu en dan aan zijn ouders moest bewijzen dat hij heus wel mensen voor hen aan het oplichten was, hij was een goede zoon, hoor, geen zorgen, hij zou ze nooit durven teleurstellen, een leven in de schaduw van wat hij dacht dat hun wensen waren, dus wat zijn gedrag zou moeten zijn, viel nog, eh, te bezien. Of het hem hier beviel, God, na een paar dagen zou hij niet zo meteen weten wat hij daarop moest zeggen, maar… hij kwam hier vast niet om klachten te horen, toch? Al zou hij niet weten wat hij objectief gezien met die vraag te weten wilde komen. ‘Ja, hoor,’ antwoordde hij, duidelijker en wat sneller, enigszins gehaast, alsof Leon Marks hem zou ontslaan als hij niet snel genoeg op zijn knieën vertelde hoe geweldig dit bedrijf wel niet was. ‘Ik werk hier natuurlijk nog niet zo lang, maar iedereen is vriendelijk en…’ Onthielden zijn naam. ‘Voor hier een paar dagen te werken is het zeker een goede indruk.’ Op zich was het niet grappig, had hij ook geen grap gemaakt, maar hij glimlachte toch. ‘Kan ik u ergens mee helpen?’
  5. [1837/1838] I'm always in the wake of the hope

    Later, later zou Maxwell aan deze specifieke middag terugdenken. Deels omdat het een goed plan was geweest om hem zijn tekeningen niet te laten zien. Phoenix’ reactie op de wetenschap dat hij de protagonist was in al zijn dagdromen was verre van optimaal geweest en hij dacht niet dat hij het had aangekund als hij de paar maanden die hij nu nog gehad had, óók had moeten missen. Phoenix missen was moeilijk, zo moeilijk, alsof hij zijn hart moest aanleren op een ander ritme te bonzen. Deels was dat omdat het zo’n eenvoudige middag was geweest, gewoon Phoenix en hij zoals altijd. Deels was dat om hoe verdomde hard het was om te weten dat het plan was geweest om bevriend te blijven, na Zweinstein, na de universiteit zelfs, en hij en zijn kloterige verliefdheid op irreële dromen gefundeerd dat allemaal verpest hadden. Maar nu, nu greep hij al deze ideeën en plannen gretig aan, zichzelf belovend hier effectief werk van te maken. ‘Dan gaan we duidelijker moeten afspreken,’ zei hij, alsof dat niet de meest voor de hand liggende oplossing was. ‘Tijd om elkaar brulbrieven te sturen met waar we zijn!’ Hij sprak zichzelf nog even streng toe dat het feit dat Phoenix wist waar hij zijn tijd doorbracht, echt niet zoveel zei. Serieus, zijn hart sprong op telkens hij bedacht dat Phoenix dingen over hem wist, maar ze waren ook gewoon vrienden en het was allemaal zo logisch, maar hij kreeg het ook nooit voor elkaar om er geen waarde aan te hechten. ‘Ja, kan wel,’ knikte hij. ‘Kan je me alvast rondleiden als je er eens bent geweest – waarvoor was je daar eigenlijk?’
  6. [1837/1838] Turning raw

    Ja, hij begreep wat Phoenix bedoelde. Ja, hij begreep dat het niet was omdat Phoenix hem vies vond, ja, hij begreep dat hij hem niet wilde kwetsen, maar verdomme, het was niet het probleem dat Maxwell het niet zou begrijpen. Echt niet. Hij begreep het allemaal best, hij was niet dom genoeg om nú niet in te zien dat alles verpest was en dat Phoenix hem niet zag zoals hij hem en dat ook nooit zou doen en dat al dit gedoe hier voor Phoenix was en niet voor hem, omdat Phoenix zich niet schuldig wilde voelen om wat er gebeurd was. Als het voor Maxwell was geweest, was het gesprek allang afgelopen geweest, ergens rond de tijd dat hij had begrepen hoe het nu precies zat. Maar Maxwell wilde dit niet horen, wilde niet keer op keer geconfronteerd worden met hoe duidelijk Phoenix het wilde maken dat hij niet verliefd op hem was (waarom? Dacht hij dat hij het niet begreep? Dacht hij dat dát alleen al die achteloos versplinterde scherven van zijn kloterig bonzend hartje niet verder uiteen spleet? Dacht hij dat hij hier kon zitten zonder te wensen dat hij ergens anders was, dat gisteren nooit gebeurd was geweest, dat hij slimmer was geweest, minder geleid door opflakkerende sprankjes van hoop?), wilde geen geratel aanhoren over wat Phoenix hier allemaal mee bedoelde. Hij had er niets mee bedoeld. Dat was het hele punt juist. ‘Phoenix,’ zei hij vermoeid, ‘kunnen we hiermee stoppen? Ik snap het.’ Als hij nog één keer moest aanhoren hoe graag Phoenix wel niet bevriend met hem wilde zijn, maar dat niet kon omdat het onverstandig of pijnlijk of moeilijk of wat dan ook zou zijn, ging hij gillen. Of… Nu ja. Hij kon zich ook gewoon schuldig gaan voelen over zijn verliefdheid, kon een heel verhaal gaan ophangen over hoe erg het hem wel niet speet dat hij toevallig op jongens viel en op Phoenix in het bijzonder (hoe kon hij zelfs niet?) en hoeveel slimmer hij had moeten zijn en over hoe erg het hem speet dat hij het niet beter had gedaan, dat hij alles verpest had en dat hij terug in de tijd zou willen gaan om het op te lossen. Maar… waarom? Het zou niets veranderen, niet dan? Het wás verpest. Hij was zijn beste vriend kwijt en had er alleen maar een gebroken hart voor in de plaats en hij was net niet goed en integer genoeg als persoon om Phoenix’ gekwetter aan te kunnen nu. ‘Je hebt het nu wel heel duidelijk gemaakt.’
  7. [1837/1838] Turning raw

    Iets aan het eenvoudige feit dat Maxwell Phoenix’ gemompel niet verstond, voelde als een duidelijk teken dat hij Phoenix niet meer zou kunnen volgen waarheen zijn leven hem leidde. Die half en half gemeende beloften om beste vrienden te blijven na Zweinstein en na wat er nog zoal zou komen, verpulverd – stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren – en de gniffelende bevestiging dat hij en zijn verliefdheid alles aan gort hadden geslagen zodra hij even niet opgelet had. Hij had het moeten zien, hij had Phoenix zijn bed in moeten sturen en in zijn eigen bed moeten dromen van alles wat de werkelijkheid nooit zou zijn, al leek het soms van wel. Al leek het soms zo dichtbij. Al was het soms zo in handbereik, puur omdat een bonbon hem zijn richting op had geduwd. Hij had Phoenix niet moeten opvangen – of wel soms? Hij had Phoenix moeten laten vallen en naar hem op de grond staren en bedenken dat de volgende morgen Phoenix zoveel gelukkiger zou zijn geweest dat hij zelf overeind had moeten krabbelen. Jammer, eigenlijk, dat Maxwell dat type niet was. Maxwell was altijd de vreselijke soort dat constant rond zijn vrienden hing om ze op hun twee voeten te krijgen en vergat dan zelf dat hij ergens rond de wolken rondvloog als één vriend überhaupt naar hem keek. Dat ging nooit zo goed samen. En dit, dit was vast alleen maar zijn verdiende loon. Soms moest hij zich niet moeien, soms moest hij mensen het gewoon zelf laten uitvogelen en soms moest hij dingen gewoon met rust laten. En als hij dat niet deed… wel. Dan kreeg hij te horen dat Phoenix niet dacht dat het kon, zij twee als vrienden, en dat het niet verstandig was. In elk geval zou hij het niet doorvertellen, dat was alvast iets. Dan… werd hij alleen maar zijn huis uitgeschopt als hij dit nogmaals deed, nam hij aan, en als hij zijn best zou doen om een fatsoenlijk man te zijn, zou hij misschien eens de hersenen kweken om het niet meer te doen. Zoiets. Wist hij veel. ‘Ja,’ antwoordde hij, Phoenix’ blik mijdend en het plafond bestuderend. Niet zijn eerste kus, niet de eerste wat al de rest betrof, niet de eerste persoon die wist van zijn geaardheid, maar verdomme, hij was wel de eerste bij wie het iets betekende, bij wie de kwetsbaarheid en de intimiteit die ermee gepaard gingen, dieper waren gegaan dan puur het fysieke. Maar dat was alleen maar voor hem, blijkbaar. Voor Phoenix was het alleen maar gênant, een stom verhaal waar hij jaren later misschien zijn vrienden over zou vertellen als hij het tegen dan niet al vergeten was. ‘Het spijt me.’ Hij wist niet wat precies, maar dat hoefde hij ook niet te zeggen, toch? Er was genoeg om zich voor te excuseren. Op een gegeven moment werd het beter om niet al te specifiek te zijn. ‘Ik laat je hierna wel met rust, als je wil. Of… je weet wel, als dat “verstandiger” is.’
  8. [1837/1838] Turning raw

    Maxwell haatte de manier waarop Phoenix dit overbracht, bedacht hij zich, toen hij elke slaap die hij nog eventueel zou overhebben, wegkieperde om plaats te maken voor het holle, holle besef dat hij een onnozele kwiet was geweest om überhaupt te hopen op een kans. Daar kwam het op neer, toch? Het was zo vanzelfsprekend als maar kon zijn dat Phoenix niets in hem zag, anders had Phoenix het verdomme vast niet zo gebracht. Godallemachtig. Lijkt het je echt verstandig om vrienden te blijven met iemand waar je verliefd op bent, vooral als die ander niet dezelfde gevoelens heeft, zeg het nog wat kutter, alsjeblieft, de boodschap kwam nog niet over. Maar serieus? Verstandig? Ging hij hier een fucking preek krijgen? Moest hij sorry zeggen voor zijn verliefdheid? Was Phoenix het slachtoffer van zijn bitterzoete jaren vol gedoogde gedachten en beschaamde blikken en verzwegen verzuchtingen? Was hij dat? Misschien. Wist hij veel. Hij kon niet nadenken met alles wat Phoenix zijn kant op slingerde, in alle eerlijkheid, kon niet zo één, twee, drie bepalen wat zijn mening was over het idee dat hij misbruik had gemaakt van Phoenix’ situatie, of hij dat nu zo bedoeld had of niet, wat hij moest met het feit (feit, feit, feit, hij had het ergens wel geweten, maar hij voelde het glanzende geluk van gisterennacht breken onder de druk van de vervloekte feiten van vandaag) dat Phoenix zijn gevoelens niet beantwoordde en dat zo cru zei, wat hij hierop zeggen moest, wat Phoenix van hem wilde. ‘Ik wil graag vrienden met je blijven,’ besloot hij koppig om Phoenix’ eigenlijke boodschap te negeren. ‘Maar als jij dat niet wil, dan… stopt het hier, zeker?’ Hij ging het niet hebben over hoe verstandig het wel niet was, of Phoenix dat nu wilde of niet, want dat… sloeg gewoon nergens op. Wat had hij überhaupt moeten doen? Phoenix meteen vertellen over zijn gevoelens en dan maar hopen dat Phoenix het niet zou doorlullen aan de verkeerde zodat zijn leven niet verpest werd? Kom op. Ha. Misschien had hij alleen maar niet verliefd moeten worden. Dat was zo onverstandig, weet je wel. En Maxwell wilde niet onverstandig zijn. Of nee. Hij wilde alleen maar dat Phoenix hem niet als zodanig aanzag. Maar God, zelfs als hij dat had, dan had hij daar niets aan, toch? Bevriend blijven was niet verstandig. Of zo. Hij wist niet eens wat Phoenix daar precies mee bedoelde. Ergens wilde hij Phoenix weg. Dan kon Phoenix niet op elke scherf van zijn jammerlijk gebroken hart stampen, on-ver-stan-dig, in de cadans van de evidentie die het voor hem was dat Maxwell nooit een optie was geweest, vooral als diegene niet dezelfde gevoelens heeft, dan kon hij dit zelf uitvogelen, op welke manier dan ook. Maar kijk, Phoenix was er nog, tegenover hem, en hij was te dichtbij (niet dichtbij genoeg voor zijn verraderlijk hart en halsstarrig duwde hij zichzelf meer tegen de muur af, zodat er meer afstand tussen hen in was) en ugh. Hij kon niet ademhalen zo. ‘Ga je dit… doorvertellen?’ dwong hij zichzelf om te vragen, echter, hoe onwillig hij ook was om verder te denken dan wat dit betekende voor Phoenix en hem.
  9. [1837/1838] Hate Date

    Oh, echt ? Er was iets mis met hém? Maxwell snoof. Kijk, dit was dus waarom Max zo’n gloeiende hekel had aan Henry Paget. Hij was gewoon zo door en door het type om alles van zich af te laten schuiven, want nah, Henry Paget Deed Nooit Iets Verkeerds Hoe Durf Je Dat Te Insinueren™ en KOM OP, Maxwell was niet dom, oké? Alleen maar ondermaats intelligent wat Phoenix betrof, maar daar had Henry niets mee te maken. ‘Ik heb het je zelf zien doen!’ protesteerde Max. Al was dat natuurlijk niet helemaal waar – maar indirect wel! Of tenminste, een deur was dichtgelijmd geweest en hij had Henry in de buurt gezien (en! niemand! anders!), dus het was zo klaar als een klontje. ‘Geef het gewoon toe.’
  10. [1837/1838] Turning raw

    Maxwell vond wakker worden nooit echt gemakkelijk. Had iets te maken met zelden veel slaap krijgen, sluimerende slaapproblemen en het algehele feit dat Phoenix en hij gisteren tot laat elkaar wakker gehouden hadden. Hij had zich gelukkig gevoeld, oprecht, had bijna niet kunnen geloven dat het echt was en had ook niet willen gaan slapen – dat kon hij eerlijk toegeven; dit keer was het feit dat wakker worden een foltering was volledig aan hem te wijten. Maar waarom zou hij willen gaan slapen, immers? Het had als een kans gevoeld, nu of nooit, ook al had er die stilzwijgende belofte geluid, gisteren, dat er geen nooit zou komen, maar… toch. Hij had het niet kunnen helpen, had niet anders gekund dan elke seconde savoureren alsof het zijn laatste was. Waarom zou hij tijd verspillen aan slapen als de realiteit beter dan die bitterzoete dromen, telkens weer, was, tenslotte? Dus ja, het was zijn schuld dat hij slaapdronken een moment nodig had om Phoenix’ woorden überhaupt te verwerken. En het was zijn schuld, nam hij aan, dat hij daarna nog een moment nodig had om de betekenis ervan te doorgronden. En dan nog één, maar dat was minder omdat hij het niet begreep en meer omdat hij het niet wilde weten. Omdat alles instortte en dat ook zijn schuld was en omdat hij het gevoel had dat hij elk teken had kunnen zien, maar het gewoon genegeerd had, te verstrikt in de slingers die liefdesdrank en een sprankje hoop rond hem en Phoenix hadden gewikkeld. ‘Ik…’ begon hij, maar toen hij besefte dat hij niet wist wat hij moest zeggen, verborg hij zijn gezicht in zijn handen. Waarom, waarom had hij het niet door gehad? Wáárom had hij toegegeven wat hij voor Phoenix voelde, al die jaren? Nee, het was niet ideaal geweest, de eerdere situatie, maar het was tien keer beter dan Phoenix onder ogen zien nu hij het toegegeven had en… God. Wat moest Phoenix nu wel niet van hem denken? ‘Sorry,’ mompelde hij tegen zijn handen aan. ‘Ik… had dat moeten merken.’ Waarom had hij in Godsnaam ooit gedacht dat Phoenix zijn gevoelens zou beantwoorden? Net alsof Phoenix ooit geïnteresseerd in hem zou zijn. Was hij niet. Zou hij ook nooit zijn. Hij was zo verdomde dom geweest… ‘We kunnen gewoon… negeren dat dit gebeurd is?’
  11. [1837/1838] I call from underwater

    7 april 1838, Efstathios’ atelier Maxwell had het niet heel graag over zijn liefdesleven, voornamelijk omdat zijn liefdesleven neerkwam op een godverlaten wildernis waar ergens een standbeeld voor Phoenix stond, maar Phoenix zelf had de afbraak ervan laten bevelen, dus… ja. En nu? Nu niets, nu hield hij de scherven van een vriendschap in handen en moest hij maar even uitvogelen hoe hij met bloedende handen sloopwerken moest uitvoeren en nu, nu wist hij voor geen meter hoe hij er zelfs aan moest beginnen en was hij naar Efstathios gegaan voor raad. Efs advies was altijd van dubieuze aard, maar eerlijk gezegd zat hij genoeg in zak en as dat alles wat Efstathios zou zeggen, beter zou zijn dan wat hij nu had. Ugh, hij hoefde zelfs niet eens hulp. Hij wilde alleen maar een vriend en God, Efstathios had een hoop discutabele zaken op zijn palmares, maar bovenal was hij wel zijn vriend. En Max gaf veel om zijn vrienden, veel om Ef en om zijn flamboyante aard, zijn neiging om van elk aspect van zijn leven een spektakel te maken tot niets nog onbenullig voelde. Het had niets huiselijk, echt niet, maar na jaren in Efstathios’ wereld van geuren en kleuren voelde het wel vertrouwd. Thuis genoeg. ‘Ik weet echt niet of hij en ik nu zelfs nog bevriend zijn,’ zei Maxwell met een zucht, als eindpunt van een heel tragisch verhaal over Phoenix’ kortstondige affaire met liefdesdrank en daarmee met hem en de ruïnes van hun vriendschap, nu Maxwell een seconde of twee iets, iets te eerlijk was geweest over wat hij precies voor zijn beste vriend, als hij hem zo nog noemen mocht, voelde. ‘Ik bedóél, hoe vraag je dat zelfs? “Hey, ik weet dat we een hele nacht bezig waren omdat ik dacht dat je gewoon een move had gemaakt en zo, maar kunnen we dat gewoon negeren?” Werkt dat óóit?’ OOC: Privé met Renée! <3
  12. [1837/1838] Turning raw

    Aan de ene kant was het moeilijk om te geloven dat dit echt was. Dat hij niet walgend weggeduwd werd, dat Phoenix hem terugkuste, dat het geoorloofd was om Phoenix zo dichtbij te trekken als hij wilde, om hem gewoon… te kunnen kussen, zoals hij in heimelijke dromen en fantasieën met het schaamrood op de kaken als Phoenix even niet keek al jaren en jaren deed. Aan de andere kant kon Maxwell niets anders doen dan dit voelen, dan stil te staan bij het feit dat het nu gebeurde en hoe gek dat was, hoe dit voelde als een wens die eindelijk in vervulling kwam. Je kon niet bezig zijn met hoe het concept van verdrinken als je jezelf aan het onderdompelen was in een oceaan van alles waarnaar je ooit verlangd had. Hij staarde Phoenix verbluft aan toen hij zei dat hij dit al eeuwen had willen doen. Wilde hem vragen waarom hij het nooit gedaan had. Wilde hem vragen waarom hij het nooit gemerkt had. Wilde hem alles vragen, hem doen verzinken in vragen tot hij erbij kon dat dit echt was, dat dit echt gebeurde en dat Phoenix hem net zo graag had willen kussen, al die jaren. ‘Echt?’ Was het raar dat hij het niet echt kon bevatten? Hij had het zo vaak bijeen gefantaseerd, zo dikwijls dromen opgesteld van hoe het zou gaan, heelder scenario’s van mogelijkheden van dit moment, en nu het er was, wist hij voor geen meter hoe zich te gedragen. ‘Maar…’ Hij wist niet eens waar hij het over wilde hebben. Wilde eerlijk zijn, nu, dat vooral, om de één of andere reden, net alsof hij zou ontploffen als hij het nu niet zei – nu of nooit. Zoiets. ‘Ik… ik ben al jaren verliefd op je, en ik dacht…’ Dat Phoenix nooit iets anders had gevoeld in zijn hele leven voor hem dan vriendschap en dat Phoenix niet echt op jongens viel en dat Phoenix hem nooit zou zien staan op de manier die Maxwell zo graag had gewild en toch. Toch.
  13. [1837/1838] I'm always in the wake of the hope

    Phoenix wilde dat ze vrienden bleven zodat hij naast hem kon zitten! Wat… een magere vangst was, nog ver, ver verwijderd van de gehoopte ik wil dat we vrienden blijven zodat we kunnen evolueren naar meer dan dat, maar Maxwell was al tevreden dat hij er nog bij mocht zijn. Om de een of andere reden kwamen dit soort verliefdheden altijd hand in hand met fragiliteit, het besef dat alles met één verkeerd woord breken konden, buigen tot ze barstten, en hij wilde er alles aan doen om dat te vermijden, in alle eerlijkheid. Liever een leven zonder ooit een ruis dan een leven alleen. Zonder Phoenix was hij niet alleen, herinnerde hij zichzelf eraan. Hij had andere vrienden. Een familie. De eeuwige mogelijkheid om andere mensen te leren kennen. Een openstaande uitnodiging om onder de brave bovengrond te duikelen en mensen zoals hij te ontmoeten. En toch. Hij grijnsde toen Phoenix het zei en raakte een tel lang verloren in de droom die Phoenix’ gezicht uitlokte als hij zo naar hem keek. Moeilijk, hoor, zo smoorverliefd zijn op je beste vriend. ‘Nee, nog nooit,’ gaf hij toe. Weleens in Cambridge, Ef zat daar en klanten zaten daar ook, dus hij had bijna niet anders gekund, maar nooit op de campus zelf. ‘Is het er echt zo groot?’ Hij trok een gezicht. ‘Dat went wel… Hopelijk?’ Zweinstein was in het begin ook een doolhof geweest. ‘Ben jij er al wel geweest? Is het waar dat ze zo’n doolhof op hun terrein hebben? Dat zeggen ze altijd.’
  14. [1837/1838] Hate Date

    Mensen! Dames en heren! Boeren en boerinnen! Appelen en peren! Gegroet aan zij die gekomen zijn en gegroet aan zij die niet gekomen zijn! Henry Paget was rijk! En kocht nutteloos dure kleren! En vond dat Maxwell dat echt zo dringend moest weten dat hij het uitsprak, net alsof Maxwell ook maar íéts zou moeten geven om dat concept! Serieus. Leuk voor Henry dat hij rijk was. ’t Zou nog leuker zijn als hij dat geld had gebruikt om een degelijk persoon te zijn, maar ah, dat was te veel moeite geweest. Niet raar, hoor. ’t Was simpeler voor een kameel om door het oog van de naald te kruipen dan voor een rijke man om in de hemel te geraken. Wist iedereen. Nu ja. Henry vast niet. Henry was een beetje dom. ‘Oh, echt, ga je je nu van de domme houden?’ Ugh, natuurlijk deed hij dat. Waarom was hij zelfs verbaasd? Elkeen had wel kunnen raden dat meneer niet zomaar zou toegeven dat hij heel Zweinstein voor iedereen wil verpesten. ‘De deuren gaan uit zichzelf niet meer open of wat?’ Hij snoof. ‘Maar laat me raden, jij bent gewoon “te rijk” om er iets van te weten!’
  15. [1837/1838] Turning raw

    Maxwell grijnsde met enige trots naar Phoenix, wel in die mate dat hij het zelfs voor elkaar kreeg om niet als een gestoorde gek naar zijn bovenlichaam te staren – kijk! hij kon het wel – en gewoon fier kon zijn en blij met het compliment. Hij dacht niet dat het een wereldrecord was, maar het was fijn dat Phoenix dacht van wel. Elke positieve connotatie die Phoenix achter zijn naam schreef, was fijn. Meer dan fijn. Er bestonden andere woorden voor, ongetwijfeld, maar Maxwell was nooit goed geweest in woorden, kon niets degelijk naar woorden vertalen zonder dat hij vergat om verstaanbaar te zijn. En eerlijk gezegd vergat hij elk woord tout court toen Phoenix zijn armen om hem heen sloeg. Hij deed het niet vaak, zo affectief waren ze niet meteen, maar Phoenix scheen in een vrolijke bui vandaag te zijn, uitgelaten, en waar het zorgde voor een interne kortsluiting bij de duur van de omhelzing (??? Phoenix raakte hem aan???), zag hij Phoenix zo graag. Nu ja. Deed hij altijd, maar… toch. En misschien zou hij dat wat minder moeten doen en meer moeten zien naar de rest van de wereld, in plaats van er vanuit te gaan dat geen volk in de directe omgeving en iedereen aan de andere kant van de gang hetzelfde was als niemand in het hele universum buiten hen twee, en misschien zou hij zich minder moeten laten meeslepen door het moment en meer door alle voorkennis die hij al eeuwen had, namelijk dat Phoenix niet geïnteresseerd was en dat ook nooit zou zijn en dat een halsstarrige verliefdheid vanop afstand oké was. Maar Phoenix had die afstand overbrugd nu. En Maxwell overbrugde de afstand tussen hun lippen. En Maxwell had dat vast niet moeten doen.
×