Jump to content

Maxwell Ayers

Ravenklauw Zesdejaars
  • Content count

    63
  • Joined

  • Last visited

  • Days Won

    1

Maxwell Ayers last won the day on November 30 2017

Maxwell Ayers had the most liked content!

About Maxwell Ayers

OOC Profiel Informatie

  • Membergroups
    IC KO

Recent Profile Visitors

196 profile views
  1. 6 mei 1837 Niet zo heel lang geleden had Maxwell een afspraak gehad in het Astoria Hotel met iemand die echt heel graag zijn toekomst wilde weten. Wat. Eh. Ja. Echt een verschrikkelijke toekomst was geweest en stiekem wilde hij de klant in kwestie een beetje volgen om te proberen hem voor de ergste schade te behoeden, maar dat kon hij niet, niet echt, hij kon hem alleen een beetje hoop meegeven door een web van leugens en zichzelf laten bedwelmen door een zeker schuldgevoel, eentje dat als traag, traag gif doorheen zijn aderen meer en meer naar zijn hart klom. Maar hey, dat had zich niet volledig kunnen doorzetten, want omdat het leven raar ineen stak (dit is vanaf nu een valabel excuus), was hij, goh, Christabella tegengekomen en omdat het leven nog raarder ineen stak (nog altijd een valabel excuus), was hij tegen haar beginnen babbelen over Phoenix en, eh, de Situatie™ die geen situatie was en daarmee juist een situatie. En ta-da! Hij wist al niet meer wie ermee was gekomen (dit is een hint voor Gianna om het zelf te verzinnen), maar vanaf nu was Christa voor iets van een aantal uur zijn Vriendin om Phoenix Jaloers te maken, in de hoop dat dat überhaupt zou werken. Hij wist niet eens of Phoenix op jongens viel. Te bang om het te vragen. Iets met dat hij zich afvroeg of hij op wonderbaarlijke wijze plots zou weten waarom hij het precies vroeg en hem on the spot zou afwijzen, daarmee zijn hart vol loyauteit aan de mensen waarop het onding zijn zinnen zette vast enigszins onbedoeld zou breken – maar eerlijk gezegd vergat hij de laatste tijd steeds meer al te bang te zijn, dus hé, misschien moest hij het eens vragen. Subtiel en zo. In zoverre Maxwell goed was in subtiel zijn. Nu ja. Hij had Phoenix en Christa samen gekregen zonder al te duidelijk te melden waarom het was, dus hij kon er nog iets van. Ja, hij wist ook niet hoe hij verkocht had gekregen dat hij ~plots~ een vriendin had. Kwam het nog eens handig uit dat hij nog nooit in Phoenix’ oor geschetterd had dat hij zich niet eens kon voorstellen waarom iemand op meisjes zou vallen (ja, ze waren heel mooi, maar ?????), maar het was hem gelukt en nu waren ze aan dezelfde tafel in een café beland en hoopte hij er maar op dat hij goed was in doen alsof. Hij maakte zich geen zorgen over Christa, overigens, die kon vast ontzettend goed doen alsof. Ze waren al net zo lang als nodig is om de eerste voorstel/begroetronde af te ronden, want ik heb geen zin om hiermee te wachten totdat Gianna weer wakker is en ik haar kan vragen of Christa en Phoenix elkaar kennen, en om drankjes te verkrijgen, zodat ik Max onzeker een slok kan laten nemen, waarbij hij van zijn “vriendin” naar Phoenix keek, en zich bedacht dat hij het liefst andersom had gewild. Gewoon. ‘Zo op de weg hiernaartoe was er zo’n gast aan het schreeuwen over het naderende einde van de wereld,’ vertelde hij, impulsief, meer omdat hij niet goed wist wat hij moest zeggen dan omdat hij dat zo interessant gevonden had. ‘Iets met een gigantische sneeuwstorm die de hele wereld gaat bedekken of zo.’ Hij trok een gezicht. ‘Dat is zo… niet spectaculair.’ Eh. Niet interessant. ‘Mag minstens met wat zon of zo, ben er echt aan toe.’ Ook niet interessant. Maar Maxwell was altijd tien keer minder interessant als Phoenix in de buurt was. Iets met snel afgeleid zijn. OOC: Privé met Gianna! <3 Tweemaal Gianna zelfs!! suck it folks ik heb het Gianna Deluxe™ topic
  2. [1836/1837] To the stars who listen

    Phoenix geloofde hem niet. Ah, natuurlijk geloofde hij hem niet – natuurlijk was die kloterige vloek niet zodanig snel verbroken, natuurlijk was Phoenix gewoonweg prooi van dezelfde magie die iedereen te pakken nam, natuurlijk was Maxwell gewoon nog altijd de leugenaar die hij in ieders ogen was. Ergens was het stom om zodanig te hopen dat Phoenix anders zou zijn. Want dat was hij niet, hij was geen uitzondering op de vloek en dit ritueel had geen hol geholpen en hij zou dit moeten zien aankomen, maar hij kon die steek van holle teleurstelling niet tegenhouden. Hij schudde zijn hoofd. ‘Laat maar.’ Het had geen zin om zijn geheugen af te speuren voor iemand die hem niet geloofde. Hoe graag hij ook zou willen dat Phoenix hem wel geloofde, dat hij er niet zo bij zou staan alsof hij zich afvroeg wat de beleefdste manier was om te poneren dat Maxwell nooit eerder zodanig zever in pakskes had verkocht. ‘Wat had jij dus? Meer onzekerheid? Dan het tegenovergestelde van wat je wou?’ schakelde hij bruusk om. ‘Is het dan op die manier misgegaan of…’ Wat was in vredesnaam het tegenovergestelde van een vloek wegwensen? Het dubbelop krijgen? Ha. Hij keek er al naar uit.
  3. [1836/1837] To the stars who listen

    Meer zekerheid. Ja, dat was ook weer zo ontzettend vaag dat Maxwell eerlijk gezegd meteen de noodzaak daaraan zag. En nu ook, nu ook, want hij snapte niet zo goed waar Phoenix op doelde en er was een fout in het spel, naar het schijnt, en hij voelde het zelf niet, niet echt, en ergens was dat zo zenuwslopend als maar kon zijn.’Oké,’ mompelde hij, zijn geheugen overlopend op zoek naar één of andere voorspelling die hij kon meedelen. ‘Eh. Er komt een brand, zeg maar, en eh… met mensen erin, maar ik weet nog niet wie, misschien komt dat nog, maar er komt dus een brand en er komt iemand in om die ik, eh, ken.’ Hij keek even naar zijn handen, alsof het medeplichtigen waren voor iets wat nog zou moeten gebeuren, alsof hij het aangestoken had, simpelweg door nog niet te weten hoe hij zo’n brand zou kunnen voorkomen. Hij durfde Phoenix even eigenlijk niet in de ogen te kijken. Gewoon. Hij zei dit soort dingen nauwelijks, nooit zelfs, loog en bedroog bij elkaar in een poging de gemoedsrust van zijn ouders te bekomen, had het nooit over de echte voorspellingen en al helemaal niet tegen, ja, Phoenix. Al was het maar omdat hij Phoenix’ blik op hem niet wilde vertroebelen door toe te geven hoe hij echt, echt ineen zat. Bang, ergens, voor het verwijten dat hij zoveel maar liet gebeuren. Hij… hij wist niet of Phoenix zo dacht, maar hij wist zoveel niet, hij wist teveel om veel te weten, en ergens was het zo verdomde gekmakend. Maar dat was Phoenix’ fout niet en dus keek hij hem maar weer in de ogen, op zoek naar een sprankje van geloof.
  4. [1836/1837] To the stars who listen

    Ten eerste is je ouders je zien verwekken echt ew, arme Phoenix, en ten tweede had Maxwell er geen idee van. Kijk, wist hij nog eens wat niet. Een beetje ongerust keek hij naar Phoenix, als was het om te zien of er plots één of andere wonde op zijn gezicht zou verschijnen die hij kon ontsmetten (of wat dan ook, iets dat hij kon doen, in plaats van hier te staan en niet te weten waarover hij het had), en een beetje schuldig om wat het resultaat ook was van hetgeen hij Phoenix in had gesleurd. Hij had dit niet moeten doen... ‘Ik… wenste voor een vloek weg,’ zei hij langzaam, ‘dat niemand me gelooft als ik een voorspelling zeg… zeg maar.’ Dat was soort van de korte versie, was duidelijk genoeg, en nadat hij dat gezegd had, keek hij naar zijn handen die in elkaar verstrengeld waren geraakt, nerveus en niet zeker of Phoenix door zou hebben dat hij de eerste was, en hopelijk de enige, die hij over de vloek vertelde. ‘Waar had jij dan voor gewenst? Is er iets naars gebeurd?’
  5. [1836/1837] To the stars who listen

    Het ging, het ging, dat was alvast iets, een zorg minder – één die al snel vervangen werd door het volgende, want Phoenix dacht dat er iets mis was gegaan. Eh. Kon best. Voor iemand die immer bereid was het risico te nemen was hij verbazingwekkend middelmatig in magie, en misschien, misschien, misschien had dit ritueel vaardigheden vereist die net iets boven de middenmoot uitstaken. Wist hij veel. Hij hoopte van niet, eerlijk gezegd, want hij was zo pijnlijk gemiddeld in alles, en als Phoenix merkte dat er iets mis was gegaan, dan had hij dat willen voorkomen. Simpel, in feite. Hij wilde niets doen wat maakte dat een ander iets dat niet als oké gold bemerkte. ‘Hoe bedoel je?’ vroeg hij. ‘Wat is er dan verkeerd gegaan?’ Hij bestudeerde Phoenix even, probeerde uit te vogelen of hij iets Verkeerds zag. Het antwoord daarop was nee, er was niets aan hem te zien dat hij niet zowat altijd kon zien, en dus was die mompelende zorg in zijn achterhoofd nog niet het zwijgen opgelegd. Maar dat was oké. Zorgen mochten bestaan, in die mate dat ze enig nut dienden. ‘Ik? Wel oké… Ik voel niet zo veel verschil eigenlijk. Dacht een beetje dat er gewoon niets gebeurd was.’
  6. [1836/1837] To the stars who listen

    Oké, beginnen. Maxwell kende elk woord dat het ritueel beschreef, had er zelfs een keer een warrige droom over gehad - geen voorspelling, mocht het je boeien, gewoon één of andere chaotische droomkosmos die een ochtend had gekost om uit zijn botten te stoten - en nu eraan beginnen voelde ergens onwerkelijk, alsof het moment nog helemaal niet aangebroken kon zijn, en tegelijkertijd het natuurlijkste dat hij ooit gedaan had. Hij… wist niet waar dat opsloeg. Hoefde hij ook niet, eerlijk gezegd, hij hoefde niets anders dan de belofte op dat blad dat het vanaf hier beter ging worden te begrijpen. Phoenix stak een kaars aan en dat luidde het officiële begin in van het ritueel. Max wist niet zo goed hoelang het duurde, voelde de tijd niet bewust verstrijken toen hij de stappen van het blad naar de realiteit vertaalden - voelde het enkel toen hij even aarzelde bij het vastnemen van Phoenix’ hand om de laatste zinnen uit te spreken die de finale magie zouden moeten bevatten. Stom, ergens. Het voelde belachelijk, ergens, om even, heel even bang te zijn dat Phoenix hem raar zou bekijken om iets dat hen voorgeschreven werd, puur omdat het Maxwell was en omdat zijn hand warmer was dan in deze temperaturen vast te verwachten was. Verbazingwekkend waar je prioriteiten lagen als je hart zichzelf zonder toestemming naar iemand smeet. Hij wist niet zo goed wat hij verwacht had van het einde - er was geen intense explosie van magie, geen duidelijke verandering of wat dan ook, gewoon een klein, klein idee dat het roer iets omgegooid was - maar eerlijk gezegd kon hij dat ook verzonnen hebben. Hij keek om zich heen, zag Zweinstein zoals het altijd geweest was, Phoenix zoals hij was en vroeg zich ergens, ergens af of er eigenlijk wel echt iets gebeurd was. Hm. Kwam hij later wel achter. Zorgde hij wel voor. ‘Gaat het?’ vroeg hij maar, waarna hij de kaars uitblies.
  7. [1836/1837] To the stars who listen

    15 maart 1837 Aanvankelijk had Maxwell niet echt een plan gehad, had hij maar wat doorheen de oude magieboeken in de bibliotheek gebladerd in de ijdele, ijdele hoop dat hij ooit erachter zou komen hoe hij die kloterige cassandravloek van hem af kon halen. Dat had hij wel vaker gedaan, maar er was nooit iets van gekomen. Tot nu. Op de één of andere manier. Hij wist niet zo goed hoe hij het gevonden had, die beduimelde pagina waarop een ritueel beschreven werd dat wel erg toepasselijk leek, maar sindsdien droeg hij het ding met zich mee, overal naartoe, als een klein kind dat zijn teddybeer overal naartoe nam. Nu ja. Als. Het gevoel was grofweg hetzelfde – een gevoel van geruststelling, van hoop, de gedachte dat alles goed kwam als hij het maar bij zich had. Het enige probleem was dat het met iemand anders moest gebeuren. Zijn oog was op Phoenix gevallen, net zoals zijn oog dat altijd deed, net zoals zijn hart had gedaan, net zoals alles aan hem voor Phoenix viel, op, één pot nat – en een paar dagen geleden had hij een warrig verhaal opgehangen aan over dat hij vervloekt had, verrassing, en dat hij een ritueel gevonden had en de beladen vraag gesteld of Phoenix het zag zitten om hem erbij te helpen. En hier waren ze dan, tegenover elkaar en Maxwell was nerveuzer dan hij zou willen. Het was zo… raar. Hierna kon het over zijn. Hierna kon hij weer een echte ziener zijn, iemand die anderen weer zouden geloven, en hij kon niet wachten, hij kon verdomme niet wachten – maar hij was ook bang, zo bang dat het verkeerd zou gaan en dat Phoenix dat verkeerd gaan zou voelen. Maar dat sprak hij niet uit. Hij zat gewoon in kleermakerszit tegenover Phoenix op de koude ondergrond van het terrein rondom Zweinstein en legde de laatste hand op de voorbereidingen, vlak vooraleer ze samen het echte ritueel zouden moeten uitvoeren. ‘Eh… ben je klaar? En, eh, zeker? Zeg maar?’ vroeg hij, net alsof hij dit niet gewoon wilde doen in plaats van nog twintig keer horen of Phoenix hier zeker van was. Nee, ja, hij vond het heel belangrijk dat Phoenix het niet in zijn broek deed hierom en zo, maar hij wilde het gewoon… achter de rug hebben. OOC: Privé met Gianna <3
  8. [1835/1836] Uilen zijn fantastische dieren, maar niet nu

    Eh. Weet je, iemand zou hem echt eens moeten uitleggen hoe Christabella tot haar conclusies kwam, want Maxwell was haar nu vooral verbaasd (en een beetje onbenullig, maar hé, dat hoefde hij zelf niet te registreren) aan het aanstaren, want wanneer had hij gezegd dat hij dacht dat ze niets kon? Hallo! Ze kon heel veel. Vreemde breingymnastiek bijvoorbeeld. Dat soort gedachten hielp zijn punt vast niet vooruit, maar hey, in zijn boekje had ze dan bij deze alvast een heel speciaal talent. ‘Je… wil mijn mantel houden, maar je wil dan wel een mantel voor me maken van de lappen stof van jouw kleed?’ vroeg hij langzaam. Ja, wat? Hij snapte het gewoon niet. Lag niet aan haar, lag aan hem, want hij was soort van incapabel zichzelf op een vlotte manier de logica van een ander aan te meten. ‘Is dat niet vooral extra werk voor jou?’ Ooit werd Max een opportunist, maar niet vandaag. ‘Dat werkt niet als je me wil straffen voor die spreuk, toch?’
  9. [1835/1836] Topictitels geven mij en Phoenix stress

    Kijk, nog zo’n oud topic waar ik al vijf eeuwen (oké, twee maanden) niet in gepost heb! Maar of ik dit nu twee maanden geleden of nu geschreven had, Max zou precies hetzelfde gereageerd hebben, namelijk door ongemakkelijk zijn hoofd te schudden en een afwijzend gebaar te maken. Hij wist niet goed wat hij verwacht had toen Phoenix ermee kwam, maar zo’n hele buidel? Eh. Nee. Alsjeblieft niet. Dat kon hij toch helemaal niet aannemen? Oké, hij wist niet hoeveel erin zat, maar… kom op. ‘Hé, dat is echt teveel.’ Hij trok een gezicht, meer omdat hij niet goed wist hoe hij dit moest zeggen dan om iets anders. ‘Zo veel moeite was het echt niet om je eruit te krijgen, hoor, zo zwaar ben je nu ook weer niet.’ Vanaf nu werd er betaald per kilo als hij voor redder speelde.
  10. Maxwell had nooit fantastische slaapgewoontes gehad. Tja. Was nu eenmaal een ding. Hij had nooit durven vragen rond welke leeftijd hij als baby eigenlijk doorsliep, ergens bang voor het antwoord, want eh, had hij dat eigenlijk wel ooit gedaan of nah. Ergens had hij liever van niet, want een ja zou inhouden dat hij ergens onderweg naar hier doorheen de jaren van zijn leven vergeten was hoe dat moest en dat was best beschamend. Je weet wel. Als je als baby beter was in bepaalde dingen dan als adolescent, was het best erg gesteld. Hoe dan ook, of hij een lange dag had gehad of niet, maakte eigenlijk niet zoveel uit, want Max sliep voor geen meter, deels door zijn Vaardigheden™, deels omdat een talent voor slapen hem simpelweg niet gegund was en dus sliep hij zowat overal wat enigszins donker was. Was heel handig als een leraar in de klas de lichten voor langer dan tien minuten doofde op een uitzonderlijk slechte dag. Hij schrok wakker toen zijn zus wekker speelde en keek haar aanvankelijk in de war aan, daarna enigszins beschaamd. Hij kon mínstens in slaap vallen tijdens het concert van iemand die niet zijn zus was, toch? Niet dat hij naar andermans concerten ging, want dat vonden zijn ouders Te Duur™ en trouwens, je moet je zus steunen in plaats van meer naar anderen te luisteren, je gaat niet eens naar elk optreden van haar, waar slaat dat op, waarom sta je niet volop achter deze familie, Maxwell, we investeren zoveel in je toekomst, waarom krijgen we niets terug, maar het punt bleef hetzelfde. ‘Eh, soort van.’ Nah. Viel wel mee. Elke dag was gewoon lang als je die acht uur nooit scheen te halen. ‘Is iedereen al weg?’ vroeg hij, waarna hij de zaal rondkeek om zichzelf alvast van dat antwoord te voorzien. ‘Wow, sorry.’ Hij krabde even aan zijn hoofd en probeerde op een excuus te komen dat er niet op neerkwam dat hij geen fantastische broer was. ‘Het concert was wel goed, hoor!’ Voor zover hij dat gehoord had. ‘In elk geval het eerste halfuur.’ Hij knikte wijs. ‘Beste halfuur van mijn leven.’
  11. [1835/1836] Uilen zijn fantastische dieren, maar niet nu

    Ehhhh, er was verbazingwekkend weinig dat Maxwell Christabella te bieden had, want hij had geen hopen zakgeld om u tegen te zeggen en hij had niet eens het lef om zo nu en dan iets achter te houden van het geld dat hij verdiende van zijn Visioenen On Demand Die Echt Totaal Niet Gelogen Zijn™ (ja, ja, heel zielig, wist hij ook wel, maar straks was hij aan het liegen en bedriegen tegenover zijn ouders en nee???), dus toen Christa dat zei, keek hij enigszins beteuterd naar de grond, want… ja, hij wilde haar best wat anders geven, maar wat hád hij om te geven? Hij kon moeilijk een jurk van Zora stelen en er maar op hopen dat a. ze dezelfde maat hadden en b. Christabella dat überhaupt een goed alternatief vond. ‘Bedoel je gewoon een naaister?’ vroeg hij, voor de zekerheid. Hij zou zelf voor geen meter weten hoe alles aaneen moest, maar een naaister wist dat vast wel. (Nvdr: ik probeerde op een genderneutraal woord te komen voor naaister, maar naaier klinkt raar, is dat het woord, zo ja, ew. Naaipersoon klinkt ook raar. Wandelende naaimachine?) (Ik vind het grappig dat ik dit soort irrelevante onzin kan droppen en Gianna de post gaat liken omdat Gianna alles liket. HA.) ‘Ik kan er vast wel ene voor je vinden?’ stelde hij voor. En daarna, hoopvol: ‘Krijg ik dan mijn mantel terug?’
  12. [1836/1837] Such a fool to pay his price

    Hij beantwoordde de vragen die James stelde, gaf zichzelf een schouderklopje om de plausibele onzin die hij zonder moeite van zijn tong liet glijden, ontving de betaling en maakte dat hij weg kwam, met het excuus dat hij terug naar Zweinstein moest. Wist hij veel dat die haast en spoed inhield dat hij het schetsblok in de keuken vergat dat James had willen zien toen hij had toegegeven dat hij tekende.
  13. [1836/1837] Such a fool to pay his price

    ‘Oh, ben je er weer?’ vroeg James geïnteresseerd, na een moment niet doorgehad te hebben dat Maxwell weer in staat was te antwoorden. ‘Ja,’ antwoordde hij mat. ‘Is het vermoeiend? Je ziet er moe uit.’ Hij was ook moe. Zijn hoofd deed pijn, zijn longen voelden aan alsof ze uit zijn lichaam wilden klappen en het voelde alsof elk orgaan in zijn lijf op de verkeerde plek zat. Maar hoe zei je dat? ‘Het kost veel energie,’ gaf hij maar toe. ‘Kan je al zeggen wat je zag of heb je nog wat tijd nodig?’ Hij schudde zijn hoofd. ‘Kan nu wel.’ Nu ja. Hij kon in elk geval wat onzin opdissen, zodat hij hier weg kon, want waar de living hier eerder zo uitnodigend had gevoeld, voelde hij zich nu vooral een indringer.
  14. [1836/1837] Such a fool to pay his price

    Hij opende zijn blauwe ogen en vergat heel even dat het de zijne waren die hij opende in plaats van die van haar.
  15. [1836/1837] Such a fool to pay his price

    Hij wist niet of James nog naar hem keek, maar hij wist wel dat twee blauwe ogen hem aanstaarden en het woordeloos hadden over teveel teveel teveel teveel teveel (ze was hier nooit voor gemaakt) (haar ruggengraat was gemaakt om te buigen) (barsten barsten barsten nee misschien was ze gemaakt om te barsten) (iedereen die haar ooit aangeraakt had, scheen er te zijn om haar te maken of te kraken, net alsof haar waarde afhing van de aanraking van een ander, en nu was er niemand die haar aanraakte en ergens voelde het alsof ze iedereen teleurstelde) (alsof ze alleen maar iemand was als iemand haar wilde) (ze was niet gewild) (nu ja) (was ze wel) (maar door de verkeerde persoon) (en hij had het weggestopt weg weg weg want haar willen was een zonde) hij wist wel dat de sproeten overal bezaaid een kunstinstallatie vormden van anarchistische pantomime hij wist wel dat de glans in haar haren pas tot zijn recht zou komen in de vlammen van een landelijke catastrofe. (teveel teveel teveel) (niets is ooit teveel als je het concept van teveel al in je ziel draagt) (samson bedankte delila bij haar overwinning op zijn kracht – niets is ware macht als je zelf de touwtjes niet in handen draagt) Hij wist wel dat haar stem nu al protesteerde, dat hij het verhaal niet kende, de boodschap miskende, dat hij niet wist waar hij het over had (dat wist hij dat wist hij dat wist hij hij wist nooit waar hij het over had) en hij wist ook dat haar stem de bekendheid had van een vreemdeling met vertrouwde trekken. Hij wist wel dat niet weten waar je terecht kwam iets verlossends in zich had, net alsof het dan je eigen fout niet was (misschien was ze gesprongen misschien was ze gevallen gestruikeld over de steen die hij had daar had gelegd) (wie was hij wie was hij wie was hij) (ze wist het ze wist wie hij was ze wist het ze wist het ze wist het) (op het puntje van haar tong) (zoals het antwoord op elke levensvraag luidde) (wie ben jij, vroegen ze weleens, en ze glimlachte, telkens, en ze zou het antwoord niet weten het lag) (op het puntje van haar tong) (ze wist nooit iets zeker maar wel alles bijna) (bijna zeker is nooit goed genoeg geweest) (ze was een symbiose van net niet goed genoeg en teveel) (een samenspel van willen en nodig hebben en nooit zeker weten welke van de twee het nu was) en hij wist ook dat verlossing een mooi woord was voor onzekerheid. Ze wilde verlossing. Dat wist hij. Verlossing kwam niet zelden in de vorm van samensmelting. Alleen was het punt met samensmelting dat je dat niet achter je kon laten, en sommige dingen moest je achter je laten (ze kon nooit iets achterlaten, was altijd al slecht geweest in loslaten, in beseffen dat ze beter zonder kon, in definitief besluiten dat ze op weg moest naar iets nieuws) (altijd bang om het te missen) (en altijd miste ze het nog ook, of het nu iets positiefs in haar leven was geweest of niet) (ze wilde hem niet achter zich laten) (dat moest ze wel) (maar ze wilde niet) (ze wilde niet) (ze had het nodig) (had ze dat?) (de geest in de fles zei het) (ze had nooit naar de geesten in haar leven geluisterd) (dat zou ze wel moeten doen) en sommige dingen verdienden geen plek in je leven. Je moest gewoon weten wat wel en wat niet. (Dat wist ze niet.) (Dat wist hij ook niet – hij kon alleen zeggen dat ze het moest weten.)
×