Jump to content

Maxwell Ayers

Ravenklauw Zevendejaars
  • Content count

    92
  • Joined

  • Last visited

  • Days Won

    1

Maxwell Ayers last won the day on November 30 2017

Maxwell Ayers had the most liked content!

About Maxwell Ayers

OOC Profiel Informatie

  • Membergroups
    IC KO

Profile Fields

Recent Profile Visitors

371 profile views
  1. [1837/1838] Hate Date

    Oh, echt ? Er was iets mis met hém? Maxwell snoof. Kijk, dit was dus waarom Max zo’n gloeiende hekel had aan Henry Paget. Hij was gewoon zo door en door het type om alles van zich af te laten schuiven, want nah, Henry Paget Deed Nooit Iets Verkeerds Hoe Durf Je Dat Te Insinueren™ en KOM OP, Maxwell was niet dom, oké? Alleen maar ondermaats intelligent wat Phoenix betrof, maar daar had Henry niets mee te maken. ‘Ik heb het je zelf zien doen!’ protesteerde Max. Al was dat natuurlijk niet helemaal waar – maar indirect wel! Of tenminste, een deur was dichtgelijmd geweest en hij had Henry in de buurt gezien (en! niemand! anders!), dus het was zo klaar als een klontje. ‘Geef het gewoon toe.’
  2. [1837/1838] Turning raw

    Maxwell vond wakker worden nooit echt gemakkelijk. Had iets te maken met zelden veel slaap krijgen, sluimerende slaapproblemen en het algehele feit dat Phoenix en hij gisteren tot laat elkaar wakker gehouden hadden. Hij had zich gelukkig gevoeld, oprecht, had bijna niet kunnen geloven dat het echt was en had ook niet willen gaan slapen – dat kon hij eerlijk toegeven; dit keer was het feit dat wakker worden een foltering was volledig aan hem te wijten. Maar waarom zou hij willen gaan slapen, immers? Het had als een kans gevoeld, nu of nooit, ook al had er die stilzwijgende belofte geluid, gisteren, dat er geen nooit zou komen, maar… toch. Hij had het niet kunnen helpen, had niet anders gekund dan elke seconde savoureren alsof het zijn laatste was. Waarom zou hij tijd verspillen aan slapen als de realiteit beter dan die bitterzoete dromen, telkens weer, was, tenslotte? Dus ja, het was zijn schuld dat hij slaapdronken een moment nodig had om Phoenix’ woorden überhaupt te verwerken. En het was zijn schuld, nam hij aan, dat hij daarna nog een moment nodig had om de betekenis ervan te doorgronden. En dan nog één, maar dat was minder omdat hij het niet begreep en meer omdat hij het niet wilde weten. Omdat alles instortte en dat ook zijn schuld was en omdat hij het gevoel had dat hij elk teken had kunnen zien, maar het gewoon genegeerd had, te verstrikt in de slingers die liefdesdrank en een sprankje hoop rond hem en Phoenix hadden gewikkeld. ‘Ik…’ begon hij, maar toen hij besefte dat hij niet wist wat hij moest zeggen, verborg hij zijn gezicht in zijn handen. Waarom, waarom had hij het niet door gehad? Wáárom had hij toegegeven wat hij voor Phoenix voelde, al die jaren? Nee, het was niet ideaal geweest, de eerdere situatie, maar het was tien keer beter dan Phoenix onder ogen zien nu hij het toegegeven had en… God. Wat moest Phoenix nu wel niet van hem denken? ‘Sorry,’ mompelde hij tegen zijn handen aan. ‘Ik… had dat moeten merken.’ Waarom had hij in Godsnaam ooit gedacht dat Phoenix zijn gevoelens zou beantwoorden? Net alsof Phoenix ooit geïnteresseerd in hem zou zijn. Was hij niet. Zou hij ook nooit zijn. Hij was zo verdomde dom geweest… ‘We kunnen gewoon… negeren dat dit gebeurd is?’
  3. [1837/1838] I call from underwater

    7 april 1838, Efstathios’ atelier Maxwell had het niet heel graag over zijn liefdesleven, voornamelijk omdat zijn liefdesleven neerkwam op een godverlaten wildernis waar ergens een standbeeld voor Phoenix stond, maar Phoenix zelf had de afbraak ervan laten bevelen, dus… ja. En nu? Nu niets, nu hield hij de scherven van een vriendschap in handen en moest hij maar even uitvogelen hoe hij met bloedende handen sloopwerken moest uitvoeren en nu, nu wist hij voor geen meter hoe hij er zelfs aan moest beginnen en was hij naar Efstathios gegaan voor raad. Efs advies was altijd van dubieuze aard, maar eerlijk gezegd zat hij genoeg in zak en as dat alles wat Efstathios zou zeggen, beter zou zijn dan wat hij nu had. Ugh, hij hoefde zelfs niet eens hulp. Hij wilde alleen maar een vriend en God, Efstathios had een hoop discutabele zaken op zijn palmares, maar bovenal was hij wel zijn vriend. En Max gaf veel om zijn vrienden, veel om Ef en om zijn flamboyante aard, zijn neiging om van elk aspect van zijn leven een spektakel te maken tot niets nog onbenullig voelde. Het had niets huiselijk, echt niet, maar na jaren in Efstathios’ wereld van geuren en kleuren voelde het wel vertrouwd. Thuis genoeg. ‘Ik weet echt niet of hij en ik nu zelfs nog bevriend zijn,’ zei Maxwell met een zucht, als eindpunt van een heel tragisch verhaal over Phoenix’ kortstondige affaire met liefdesdrank en daarmee met hem en de ruïnes van hun vriendschap, nu Maxwell een seconde of twee iets, iets te eerlijk was geweest over wat hij precies voor zijn beste vriend, als hij hem zo nog noemen mocht, voelde. ‘Ik bedóél, hoe vraag je dat zelfs? “Hey, ik weet dat we een hele nacht bezig waren omdat ik dacht dat je gewoon een move had gemaakt en zo, maar kunnen we dat gewoon negeren?” Werkt dat óóit?’ OOC: Privé met Renée! <3
  4. [1837/1838] Turning raw

    Aan de ene kant was het moeilijk om te geloven dat dit echt was. Dat hij niet walgend weggeduwd werd, dat Phoenix hem terugkuste, dat het geoorloofd was om Phoenix zo dichtbij te trekken als hij wilde, om hem gewoon… te kunnen kussen, zoals hij in heimelijke dromen en fantasieën met het schaamrood op de kaken als Phoenix even niet keek al jaren en jaren deed. Aan de andere kant kon Maxwell niets anders doen dan dit voelen, dan stil te staan bij het feit dat het nu gebeurde en hoe gek dat was, hoe dit voelde als een wens die eindelijk in vervulling kwam. Je kon niet bezig zijn met hoe het concept van verdrinken als je jezelf aan het onderdompelen was in een oceaan van alles waarnaar je ooit verlangd had. Hij staarde Phoenix verbluft aan toen hij zei dat hij dit al eeuwen had willen doen. Wilde hem vragen waarom hij het nooit gedaan had. Wilde hem vragen waarom hij het nooit gemerkt had. Wilde hem alles vragen, hem doen verzinken in vragen tot hij erbij kon dat dit echt was, dat dit echt gebeurde en dat Phoenix hem net zo graag had willen kussen, al die jaren. ‘Echt?’ Was het raar dat hij het niet echt kon bevatten? Hij had het zo vaak bijeen gefantaseerd, zo dikwijls dromen opgesteld van hoe het zou gaan, heelder scenario’s van mogelijkheden van dit moment, en nu het er was, wist hij voor geen meter hoe zich te gedragen. ‘Maar…’ Hij wist niet eens waar hij het over wilde hebben. Wilde eerlijk zijn, nu, dat vooral, om de één of andere reden, net alsof hij zou ontploffen als hij het nu niet zei – nu of nooit. Zoiets. ‘Ik… ik ben al jaren verliefd op je, en ik dacht…’ Dat Phoenix nooit iets anders had gevoeld in zijn hele leven voor hem dan vriendschap en dat Phoenix niet echt op jongens viel en dat Phoenix hem nooit zou zien staan op de manier die Maxwell zo graag had gewild en toch. Toch.
  5. [1837/1838] I'm always in the wake of the hope

    Phoenix wilde dat ze vrienden bleven zodat hij naast hem kon zitten! Wat… een magere vangst was, nog ver, ver verwijderd van de gehoopte ik wil dat we vrienden blijven zodat we kunnen evolueren naar meer dan dat, maar Maxwell was al tevreden dat hij er nog bij mocht zijn. Om de een of andere reden kwamen dit soort verliefdheden altijd hand in hand met fragiliteit, het besef dat alles met één verkeerd woord breken konden, buigen tot ze barstten, en hij wilde er alles aan doen om dat te vermijden, in alle eerlijkheid. Liever een leven zonder ooit een ruis dan een leven alleen. Zonder Phoenix was hij niet alleen, herinnerde hij zichzelf eraan. Hij had andere vrienden. Een familie. De eeuwige mogelijkheid om andere mensen te leren kennen. Een openstaande uitnodiging om onder de brave bovengrond te duikelen en mensen zoals hij te ontmoeten. En toch. Hij grijnsde toen Phoenix het zei en raakte een tel lang verloren in de droom die Phoenix’ gezicht uitlokte als hij zo naar hem keek. Moeilijk, hoor, zo smoorverliefd zijn op je beste vriend. ‘Nee, nog nooit,’ gaf hij toe. Weleens in Cambridge, Ef zat daar en klanten zaten daar ook, dus hij had bijna niet anders gekund, maar nooit op de campus zelf. ‘Is het er echt zo groot?’ Hij trok een gezicht. ‘Dat went wel… Hopelijk?’ Zweinstein was in het begin ook een doolhof geweest. ‘Ben jij er al wel geweest? Is het waar dat ze zo’n doolhof op hun terrein hebben? Dat zeggen ze altijd.’
  6. [1837/1838] Hate Date

    Mensen! Dames en heren! Boeren en boerinnen! Appelen en peren! Gegroet aan zij die gekomen zijn en gegroet aan zij die niet gekomen zijn! Henry Paget was rijk! En kocht nutteloos dure kleren! En vond dat Maxwell dat echt zo dringend moest weten dat hij het uitsprak, net alsof Maxwell ook maar íéts zou moeten geven om dat concept! Serieus. Leuk voor Henry dat hij rijk was. ’t Zou nog leuker zijn als hij dat geld had gebruikt om een degelijk persoon te zijn, maar ah, dat was te veel moeite geweest. Niet raar, hoor. ’t Was simpeler voor een kameel om door het oog van de naald te kruipen dan voor een rijke man om in de hemel te geraken. Wist iedereen. Nu ja. Henry vast niet. Henry was een beetje dom. ‘Oh, echt, ga je je nu van de domme houden?’ Ugh, natuurlijk deed hij dat. Waarom was hij zelfs verbaasd? Elkeen had wel kunnen raden dat meneer niet zomaar zou toegeven dat hij heel Zweinstein voor iedereen wil verpesten. ‘De deuren gaan uit zichzelf niet meer open of wat?’ Hij snoof. ‘Maar laat me raden, jij bent gewoon “te rijk” om er iets van te weten!’
  7. [1837/1838] Turning raw

    Maxwell grijnsde met enige trots naar Phoenix, wel in die mate dat hij het zelfs voor elkaar kreeg om niet als een gestoorde gek naar zijn bovenlichaam te staren – kijk! hij kon het wel – en gewoon fier kon zijn en blij met het compliment. Hij dacht niet dat het een wereldrecord was, maar het was fijn dat Phoenix dacht van wel. Elke positieve connotatie die Phoenix achter zijn naam schreef, was fijn. Meer dan fijn. Er bestonden andere woorden voor, ongetwijfeld, maar Maxwell was nooit goed geweest in woorden, kon niets degelijk naar woorden vertalen zonder dat hij vergat om verstaanbaar te zijn. En eerlijk gezegd vergat hij elk woord tout court toen Phoenix zijn armen om hem heen sloeg. Hij deed het niet vaak, zo affectief waren ze niet meteen, maar Phoenix scheen in een vrolijke bui vandaag te zijn, uitgelaten, en waar het zorgde voor een interne kortsluiting bij de duur van de omhelzing (??? Phoenix raakte hem aan???), zag hij Phoenix zo graag. Nu ja. Deed hij altijd, maar… toch. En misschien zou hij dat wat minder moeten doen en meer moeten zien naar de rest van de wereld, in plaats van er vanuit te gaan dat geen volk in de directe omgeving en iedereen aan de andere kant van de gang hetzelfde was als niemand in het hele universum buiten hen twee, en misschien zou hij zich minder moeten laten meeslepen door het moment en meer door alle voorkennis die hij al eeuwen had, namelijk dat Phoenix niet geïnteresseerd was en dat ook nooit zou zijn en dat een halsstarrige verliefdheid vanop afstand oké was. Maar Phoenix had die afstand overbrugd nu. En Maxwell overbrugde de afstand tussen hun lippen. En Maxwell had dat vast niet moeten doen.
  8. [1837/1838] Turning raw

    Oké, Phoenix kon hem dit niet zomaar aandoen, maar hij deed het wel, achteloos, net alsof hij geen idee had van het effect dat hij op hem had — maar misschien was dat wel zo, wist hij veel, hij kon zich niet voorstellen dat hij niet overduidelijk was geweest doorheen de jaren op bepaalde momenten, maar hij had ook gedacht dat zijn giften minder latent waren dan ze in feite bleken — net alsof Maxwell hier ooit van zijn leven zou recupereren. Maar dat maakte Phoenix allemaal geen zier uit, natuurlijk deed dat het niet, dus toen Maxwell zichzelf dwong om eroverheen te komen dat #bros met elkaar #brodingen gingen doen, of je ze nu als #pleaseletmebeurhoe zag of niet, volgde hij Phoenix’ voorbeeld. Dat was totaal niet zenuwslopend. Kijk, hij begon steeds meer op Phoenix lijken. Straks had hij een paniekaanval. ‘Wie het eerst aan de andere kant van de gang staat?’ zei hij, vrolijk en zichzelf koppig in #bro-modus duwend, vlak vooraleer hij ervandoor schoot.
  9. [1837/1838] Hate Date

    ‘Hé!’ Het was ongetwijfeld naïef geweest dat hij niet vanaf het begin al had zien aankomen dat Henry Paget kut genoeg was om Maxwell onder te gieten, maar zo zag je maar weer, Maxwell ging er te gemakkelijk vanuit dat Henry een beter persoon was dan hij feitelijk was en zat hij nu onder de mimosa. ‘Ja, hoor, je bent de leukste persoon die ik ooit ontmoet heb!’ spuugde hij eruit, voor hij zijn toverstok nam en een tel nam om de druppels van hem af te krijgen en met een nieuw zwaaitje van zijn toverstok naar Henry te sturen. ‘Hier, je drank terug!’ Wat origineel ook weer. ‘Als je nu gewoon zou toegeven wat je doet…’ Dan… eh. Dan zou Maxwell hem niet per se sympathieker vinden, maar dan, dan zou hij in ieder geval eerlijk zijn? Of zo?
  10. [1837/1838] Turning raw

    Of ze meezwommen. Aan de ene kant was het ergens een mooie cirkel rond als hij nu met Phoenix ging zwemmen. Hij had hem leren kennen toen Phoenix bijna was verdronken, en dan was gaan zwemmen haast een plagerige knipoog naar die atypische ontmoeting, een manier om het af te sluiten, in zoverre dat nog niet al gebeurd was. En aan de andere kant zorgde het ervoor dat hij een impasse bereikte, want hij wilde met alle liefde met Phoenix zwemmen, wilde met alle liefde zien wat er dan voor zijn neus zou staan, maar hij kon zich ook niet voorstellen dat hij dan niet iets zou doen wat hem voor schut zou zetten. En bij vrienden maakte dat niet zoveel uit, bij vrienden lachte je dat gewoon weg, maar waar Max niet dacht dat Phoenix ooit enige interesse zou vertonen, had hij wel altijd dat sprankje hoop behouden dat het er misschien, misschien ooit van komen zou. Maar Phoenix had het voorgesteld, dat ook, en Maxwell kon nooit nee zeggen tegen Phoenix. ‘Oh, ja, lijkt me leuk.’ Hij grijnsde naar zijn vriend. ‘Dat protestambities van je zijn ook weer snel weg, hoor,’ vervolgde hij plagend. Niet dat hij het erg vond, niet dat hij het erg zou vinden als Phoenix ze weer uit de kast zou halen, op een vreemdsoortige manier boeide het hem geen kut wat Phoenix nu precies wilde doen – zolang hij hem maar volgen mocht. Ha. Dat was zielig. Nu ja. ‘Je gaat niet wéér verdrinken, hè?’ Rakelde hij dat weer op omdat hij het ergens niet aandurfde om zich zwemklaar te maken met Phoenix’ blik op hem? Misschien.
  11. [1837/1838] Turning raw

    Maxwell lachte, kort. In protest gaan… Goh, waarom niet? Alleen, had Maxwell het idee, konden ze dan bezig blijven: er schortte zoveel aan Zweinstein, was zoveel wat eigenlijk maar net goed ging — en ergens, ergens was dat juist de charme. Iedereen ondervond dezelfde nonsens, tenslotte. Een Bildungsroman op maatschappelijke schaal, dezelfde grote lijnen voor elke participant. ‘Ik weet niet wie het veroorzaakt heeft, hoor, dus misschien ligt het helemaal niet aan Zweinstein zelf. Maar dingen aanklagen kan altijd!’ Hoewel…’Oh, wel een beetje.’ Hij haalde zijn schouders op. Hij was weleens natter geworden — zoals toen hij Phoenix ontmoet had. Ha. Altijd nat als hij Phoenix zag. ‘Maar de anderen daar zijn erger, hoor, ze hebben er een zwembadfeestje van gemaakt.’ Geen probleem zonder feest, zoiets. ‘Dus misschien moet je je activistenroeping tot morgen laten wachten?’ Verder stond hij er wel achter, hoor. Hij vond alles wat Phoenix voorstelde een goed plan, zou hem overal naartoe volgen, of er nu iets voor hem was daar of niet. Dat maakte ook niet zoveel uit. Het enige wat uitmaakte, was dat Phoenix er was. ‘Heb je het echt nog niet gezien? Kom.’ Hoe miste je zoiets… Impulsief nam hij Phoenix’ pols en nam hij hem mee richting de onder water gelopen gang. ‘Kijk!’
  12. [1837/1838] I'm always in the wake of the hope

    ‘En jij bent te bescheiden,’ bracht Maxwell ertegenin, want waar hij nooit veel zin had om zijn eigen vooruitzichten te bespreken of, nog erger, te gaan vergelijken met die van Phoenix – ja, hallo, “zeg, Phoenix, wist je trouwens dat je bevriend bent met iemand die achter je staat en alles, maar de helft van de tijd niet weet waar je het over hebt, want ik slaap tijdens de lessen en heb nog niet eens gekeken naar welke opleidingen ik überhaupt kan doen op de unief” – stond hij wel altijd klaar om Phoenix te vertellen hoe mis hij het wel niet had zodra hij een woord zei over hoe hijzelf in elkaar zat. ’t Was niet per se een hobby of zo. Het was gewoon… iets dat je oppikte als je met Phoenix bevriend was. Meneer snapte nooit wat voor een mirakel hij was, en hé, zolang Phoenix niet met ambetante vragen kwam aandraven à la “kan het toevallig zijn dat je de afgelopen paar jaar verliefd op me bent, ik vraag het maar even, hoor”, deed hij met alle liefde zijn best om Phoenix te treiteren met een goed beeld van hem te hebben. Plus, Phoenix zag er altijd schattig uit met rode wangen. Wacht, Phoenix kon geen gedachten lezen, toch… Oh nee. ‘Ik denk dat je daar wel snel aan went, hoor. Uiteindelijk zijn het ook zowat dezelfde mensen, dus…’ Vooral de structuur was anders, zou hij denken. Dezelfde mensen, dezelfde verwachtingen, slechts een verandering van omgeving en dat was dan wat de wereld volwassenheid noemde. Als hij even gemakkelijk rood werd als Phoenix, was hij nu van hetzelfde, eerlijk gezegd, want hallo, wat betekende het gaat wel raar zijn om jou niet meer elke les te zien, hè?? Oké, het kon best gewoon… dat… letterlijk betekenen, simpelweg de notie dat het gek zou zijn, maar niets was ooit wat het leek, zeg dat de ziener het gezegd heeft, en dus ging hij hier vast nog heel lang over nadenken. Maar nu, nu glimlachte hij slechts, twee tellen te laat, drie versnelde hartslagen later. ‘Tussendoor zien we elkaar vast nog wel.’ En speels voegde hij eraan toe, enigszins impulsief en enigszins gemeend: ‘Zo snel raak je niet van me af, hoor.’
  13. [1837/1838] Turning raw

    Phoenix en Maxwell waren al jaren vrienden, ja, en waar Max wel wist dat hij niet die héle tijd verliefd op Phoenix was geweest, kon hij zich totaal niet meer herinneren hoe dat was. Om niet gehypnotiseerd te raken door elke beweging die Phoenix maakte, niet elke lach tien keer in zijn hoofd na te spelen, puur omdat hij zo vreemdsoortig gelukkig werd van het geluid, niet alleen maar aan Phoenix’ naam te kunnen denken als iemand hem ook maar íéts over het amoureuze onderwerp vroeg. Om zijn gezicht niet uit zijn hoofd te kennen, elke lijn en elke trek. Hij glimlachte toen Phoenix aankwam, iets later dan hijzelf. ‘Hey,’ antwoordde hij, ‘goed, hoor.’ Normaal, alles was normaal, wat Max betrof, en hoe anders dat te benoemen dan “goed”? Nu ja, er waren veel manieren daarvoor, nam hij aan, maar waar Max Phoenix vaak genoeg sprak dat hij er deels overheen was gekomen, was hij nooit op zijn meest welsprekend in zijn buurt. Was oké, hoor, Phoenix was niets anders van hem gewend. ‘En met jou?’ Hoe beleefd ook weer. ‘Heb je gezien dat die gang onder water staat?’ ging hij door. ‘Je weet wel, voor je het idee had dat Zweinstein niet elke week een ander probleem moet hebben.’
  14. [1837/1838] Hate Date

    Over het algemeen vond Maxwell zichzelf geen kutpersoon, maar bij Henry Paget toonde hij zich toch niet van zijn meest begripvolle kant. Ja, hoor, Henry had nog nooit iets verkeerds gedaan, uhu. Bij de meeste anderen had hij zichzelf een hoop excuses namens de persoon in kwestie aangepraat, maar bij meneer de markies hier had hij daar geen zin in. Dat was niet gek, hoor. Henry Paget had gewoon geen goede eigenschappen om zich op te kunnen beroepen. Dus. Dat. ‘Geloof je het zelf?’ Waarschijnlijk. ‘Dat jij überhaupt op Zweinstein mag blijven, is een fout op zich!’ Ja, best, er waren moordpogingen voorgevallen, mensen waren doodgegaan hier en gemarteld en verkracht en al die heftige dingen waar Maxwell over het algemeen geen weet van had buiten koortsige beelden die dagen lang aan zijn bezwaarde ziel bleven knagen tot hij niet meer wist hoe het was om zich héél te voelen, maar dat Henry Paget hier mocht blijven? Een brug te ver. ‘Je kan niet eens niet morsen!’ Die druppel daar was een drama, oké.
  15. [1837/1838] I'm always in the wake of the hope

    Maxwell trok een sceptische wenkbrauw op. Werken en ’s avonds lessen volgen, iets wat hij écht leuk vond. Nah. Nu ja, het was een optie, wellicht, het was op zich best aardig dat Phoenix wilde meehelpen, maar Maxwell was niet het type om te gaan rebelleren tegen ouderlijke verwachtingen, zou het niet aankunnen om die teleurstelling in hun ogen te moeten zien, dat besef dat ze nu echt op zoek moesten gaan naar de onvoorwaardelijkheid van hun liefde in plaats van te weten dat ze het vast wel ergens hadden, maar dat het nooit een probleem zou vormen dat ze niet wisten waar precies. Zou ongelukkiger worden daarvan dan iets studeren waar hij niet per se in geïnteresseerd was. En God, eerlijk gezegd… Hij wist niet wat hij graag wilde “doen” de rest van zijn leven. Illustrator, ja, misschien, maar hij had het nooit als een mogelijkheid gezien, dus waarom, waarom zou hij een leven bouwen rond een sprankje hoop dat het wel kon? ‘Het maakt niet zoveel uit, hoor,’ zei hij maar. Hij wist niet eens wat hij ~echt~ zou willen doen. ‘Ik word vast niet depressief van een studie die me niet zoveel boeit – ik ben gewoon niet zo’n… school-persoon.’ School was saai, school was jezelf in een kader wringen en ja en amen knikken en innerlijke denksprongen temmen en waar hij het ergens wel kon, zou hij nooit spijt krijgen van de uiteindelijke adieu. ‘Jij bent het genie hier, weet je nog wel?’ In zoverre Phoenix positieve punten over zichzelf onthield. ‘Heb je al veel zin om de unief te gaan veroveren?’
×