Jump to content

Maxwell Ayers

Ravenklauw Zevendejaars
  • Content count

    71
  • Joined

  • Last visited

  • Days Won

    1

Maxwell Ayers last won the day on November 30 2017

Maxwell Ayers had the most liked content!

About Maxwell Ayers

OOC Profiel Informatie

  • Membergroups
    IC KO

Profile Fields

Recent Profile Visitors

  1. [1837/1838] I'm always in the wake of the hope

    Maxwell tekende een hele hoop, op zich, het was niet zo dat zijn schetsblok bestond uit honderd versies van dezelfde tekening, maar het was wel zo dat hij zich moeilijk kon concentreren op iets anders als Phoenix in de buurt was. Sorry, oké. Hij vond het ook zielig worden, onderhand, maar hij kreeg het niet voor elkaar om het weg te gooien, ‘t leek alleen maar groeien, met elk woord dat Phoenix zei en elk woord dat hij niet zei en het was gewoon moeilijk om uit een verliefdheid te stappen als Phoenix zo… Phoenix™ was. Of zo. Maar kijk, Max wist op zich best dat hij geen kans maakte en borg zijn wilde plannen om dat te veranderen altijd netjes op. Een deel van dat opbergen was ervoor zorgen dat Phoenix ook geen argwaan kreeg, want ???? eng. En dat zou een stuk gemakkelijker zijn als Phoenix niet naar zijn tekeningen vroeg, waar op het huidige blad een half afgewerkte schets van Phoenix’ gezicht stond. ‘Eh.’ Neeeeee. ‘Het is niet echt… goed?’ Neeeeee. ‘Dit is gewoon, uuuh… de bib?’ En om dat te bewijzen klapte hij het schetsblok snel dicht en deed hij alsof hij geen verschikte blik in de ogen en al helemaal geen blos op zijn wangen had gekregen hierdoor. ‘Hoe gaat… heelkunde, toch?’ Laten we het over heelkunde hebben. En alleen dat.
  2. [1836/1837] To the stars who listen

    Er was niets, natuurlijk was er niets, behalve dan dat het ritueel mislukt was en dat naar het schijnt geheel aan Phoenix te wijten was. Ja, kijk, Maxwell wist niet waar de fout had gezeten. Of het ritueel zelf gewoon verkeerd was geweest, of het aan één van hen gelegen had of zo. Of misschien waren ze simpelweg niet de juiste personen geweest, misschien hadden ze de verkeerde wensen gehad, misschien kwam het zelfs nog, was het nog helemaal niet voorbij, maar hij wist dat allemaal niet, zou niet kunnen zeggen wat het precieze probleem was. Dus. Ja. Dat. Hij haalde zijn schouders op. ‘Kan net zo goed aan mij gelegen hebben.’ En dat was dan dat, want hij wilde dat brandmerk van teleurstelling onder tien lagen verbergen, net zoals elke eerdere poging om van zijn vloek af te komen. ‘Laten we terug naar binnen gaan.’ OOC: Uitgeschreven! <3
  3. [1836/1837] To the stars who listen

    Oké. Een herinnering, niet echt een herinnering, maar het kwam er in de buurt en het was persoonlijk, dus Maxwell ging vast niet meer krijgen dan dat. Oké dan. Best. Ugh, hij zou vast niet gefrustreerd moeten zijn, zou het vast niet mogen afreageren op Phoenix, maar dit was zo… frustrerend. Hij wist niets, snapte er geen snars van en Phoenix vond het ~persoonlijk~ en ja, oké, best, moest hij weten, maar het was verdomme niet alsof Maxwell nooit persoonlijke dingen zag, alsof hij geen twintig visioenen nu kon opnoemen waaruit hij ontwaakt was met het idee, dat dit bijna onethisch was om door te geven. Maar dat wist Phoenix niet. Want Max had het hem nooit verteld. Maar God, het was zo kút om hem te horen babbelen over dat het persoonlijk was en al die zooi. Hij had daar verdomme nooit een keuze in. ‘Oké,’ zei hij langzaam. ‘Als jij dat zegt.’ Kijk! Deze hele dag was zo nutteloos als wat geweest voor hem! Yay! ‘Dan zullen we maar opruimen.’ Hij keek Phoenix sceptisch aan toen hij beweerde dat hij het helemaal niet koud had, want mensen die het warm genoeg hadden, zaten echt zo volledig ineengedoken. ‘Juist, ja.’ Hij zwaaide een aantal keer met zijn toverstok totdat alles bijeen zat en hij het zonder al te veel moeite terug naar binnen kon dragen. Klotedingen. ‘Is er wat of zo? Je doet raar. Afgezien van… het ding waar dit hele gedoe raar was.’ Hij krabde aan zijn achterhoofd met zijn vrije hand. ‘Niet voor herhaling vatbaar.’
  4. [1836/1837] To the stars who listen

    Hij had iets gezien. Een herinnering, van iemand anders. Kijk, daar had hij meer aan dan “het is niets, ga weg, niets gebeurd, nuh-uh, rituelen zijn even onzin als iedereen denkt”. Ergens voelde hij zich schuldig om die gedachte, wilde zijn frustratie niet per se afreageren op Phoenix, maar ergens was hij nu een stuk meer bezig met hij daarvan kon maken dan met hoe Phoenix al dan niet behandelde (sorry) (zei hij later wel) (wellicht) (Maxwell was nooit goed geweest in sorry zeggen, altijd beter in verbergen dat hij überhaupt iets verkeerds had gedaan, beter in de rotzooi opruimen en het bewijs van al zijn gebreken en fouten onder de mat moffelen dan in toegeven dat hij ze had, niet eens uit trots, was gewoon wat hij van thuis uit meegekregen had) en hij kwam niet heel ver, maar ach. Een centimeter verder was ook verder dan eerder. ‘Een herinnering…’ herhaalde hij. ‘Iets dat al gebeurd is dan?’ Dan was het niet iets van hem… ‘Weet je van wie die herinnering is?’ Hij wist nooit waar een visioen vandaan kwam, kreeg het gewoon, flitsen en fragmenten en fenomenen zonder faam, maar als Phoenix het had over een herinnering, dan was het vast iets heel anders. En als het iets heel anders was en hij niet echt iets voelde, dan… dan was er vast geen hol voor hem veranderd. Ha. Uiteraard. Voor iemand die zo hevig op zoek was naar de beste manier om een verschil te maken in de wereld, in iemands leven, leek hij zo, zo verankerd op dezelfde plaats en op dezelfde persoon die hij was en niets meer en niets minder. Had dat ritueel vast prima geworden. Hij niet. Maar dat maakte naar het schijnt niet zoveel uit. Zijn blik dwaalde terug naar Phoenix, zo ineengedoken. ‘Heb je het koud of zo?’
  5. Hé, Phoenix hoefde niemand te zoeken, Max zat recht tegenover hem, maar dat was een beetje lastig duidelijk te maken als je Christa aan je arm had, Max, dit was misschien niet je beste plan ooit – maar hé. Was niet zo dat het kwaad kon. Plus, Christa verdiende er geld mee, dus zelfs zij kwam hier beter uit. Of misschien was het alleen zij. Wist hij veel. Hij wist vooral dat hij even afgeleid was door Phoenix’ gezicht en hij begon zich eerlijk gezegd af te vragen hoe overduidelijk hij precies was. Was hij niet overigens, hij vond zichzelf zo duidelijk als wat, maar hij had een verbazingwekkende pokerface en tenzij Phoenix a. zijn gedachten kon lezen en erachter kwam dat Max alleen maar in superlatieven over hem kon denken en b. over zijn eigen “HOE BEDOEL JE, MENSEN HATEN MIJ NIET, WHAT THE FUCK, SOUNDS FAKE”-complexen heen kwam, zat hij goed. Yay. ‘Moet zijn…’ zei hij maar. ‘Bizar, hoor. Vast een spreuk ergens die verkeerd ging.’ Ha. Verkeerde voorspellingen en misgegane spreuken, jongens, vandaag was echt de synthese van wie hij was. Was oké, hoor. ‘Dat kan gebeuren, zeker…’ Nu ja, het was dan bij deze gebeurd en ta-da. ‘Heb je eigenlijk al vakantieplannen?’ vroeg hij maar, want hij was Saai™, sorry, Christa, oh, wacht, Christa bestond ook nog. Hij keek naar haar, probeerde op iets te komen wat ~romantisch~ kon klinken. ‘Wil jij dit jaar naar Parijs?’ KIJK HIJ WAS HIER GOED IN! Nu wilde Phoenix zo hard zijn vriendje worden. Uhu. Phoenix, notice him.
  6. [1836/1837] To the stars who listen

    Maxwell wilde niet boos zijn op Phoenix, echt niet, en dat was hij ook niet. Maar hij was wel boos, niet per se op Phoenix, boos op zichzelf dat hij zichzelf voor een moment had laten geloven dat er hier iets uit zou komen, boos op Myles omdat hij nooit de implicaties begrepen had van wat hij zo impulsief veroorzaakt had, boos op zijn ouders die hem niet wilden helpen, boos op wie er dan ook voor gezorgd had dat hij überhaupt een ziener wás. Boos op de wereld. Gewoon. Omdat hij niet wist op wie hij boos moest zijn en hij het dan maar naar iedereen toe richtte, ieder een klein stukje, zodanig dat niemand het echt voelen zou. En dat was een heel mooi concept, maar zo werkte het niet en dus keek hij weg, gefrustreerd en ergens had hij zin om te beginnen schreeuwen. Niet eens om wat te zeggen. Gewoon. Schreeuwen. Zonder iets te zeggen – en hij wist nu al dat mensen er meer naar zouden luisteren dan naar zijn eigenlijke boodschap. ‘Het is vast niets,’ herhaalde hij toonloos. Hij dwong zichzelf om Phoenix aan te kijken. ‘Als je dacht dat het voor mij niet… niets zou zijn, zou je het zeggen, toch?’ Hij wist niet eens naar wat voor iets hij op zoek was, wat hij wilde horen. Hij wilde gewoon… íéts, op dit punt. Iets van verandering, iets waaraan hij zichzelf kon vastklampen totdat hij niet meer wist hoe vastzitten voelde. Maar nah. Het was niets. Alles was altijd niets, elke weg die hij insloeg, kwam gewoon weer uit op dat vervloekte Rome, in die mate dat hij zichzelf tot keizer wilde kronen en het in brand wilde steken, de katalysator zijn van zijn eigen voorspellingen, bemoeizuchtige god en orakel tegelijkertijd. Hij stootte een ongemeend lachje uit, één die er ook niet voor kon doorgaan, gedompeld in teleurstelling en frustratie en iets giftigs dat hij zelf niet kon benoemen. ‘Volgende keer beter, zeker?’
  7. [1836/1837] To the stars who listen

    Maxwell raakte niet ontzettend vaak gefrustreerd om Phoenix. Deels was dat omdat hij van nature uit vrij geduldig en verdraagzaam was, zachtaardig ook. Deels was dat omdat het Phoenix was en… ja. Dat. Maar soms wel, heel soms, en nu was daar een voorbeeld van, want eerlijk gezegd was dit mijlenver verwijderd van hoe hij dacht dat het zou lopen en het was net alsof Phoenix dit allang gearchiveerd had, het al niet meer boeiend vond, en dat was juist het tegenovergestelde van wat hij wilde. Hij wilde het niet vergeten. Hij wilde een heel ander leven, dat was het hele punt geweest, hij wilde verandering, en als er ook maar iets veranderd was, wilde hij dat wéten. Wilde hij weten hoe, hoe en wat, wat hij nog zoal moest doen om onder Myles’ vloek uit te komen. Wat hij moest doen om dat ongelovige toontje van Phoenix zonet nooit meer te horen. ‘Nee, het maakt wel uit,’ zei hij scherp. ‘Phoenix, kom op, je zei dat er iets gebeurd was.’ Dat had hij goed gehoord, toch? Er was iets gebeurd, er was verdomme iets gebeurd, er was iets van verandering gebeurd en hij kon oprecht niet begrijpen waarom Phoenix dat niet zo belangrijk scheen te vinden als hij dit vond. ‘Dit is belangrijk voor me, oké? We kunnen zo wel opruimen.’
  8. Oh. Ja. Dat was een onderdeel van ~doen alsof je met iemand een relatie had om iets van “gooooh, die ene persoon waarmee ik bevriend heb, heeft een liefdesleven, misschien zou ik daar ooit deel van willen uitmaken” in Phoenix’ hoofd te rammen~. Juist. Dat wist Maxwell, daar was hij soort van (soort van was echt de beste manier om het te omschrijven, eerlijk waar) op voorbereid geweest, maar nu hij hier zat, Christa dichter bij hem dan mensen normaliter deden en Phoenix in de buurt was, was hij alweer een klein beetje vergeten waarom hij dit aanvankelijk een goed plan had gevonden. Nu ja, hij had het nooit per se als goed plan omschreven. Het was gewoon… iets om te doen, om een reactie te ontlokken, want Phoenix was zich zo verschrikkelijk onbewust van het effect dat hij had op hem. Alsof hij vergat dat hij bestond, alsof hij je met een mond vol tanden zou aanstaren als je probeerde uit te leggen op welke manier hij in je leven bestond, alsof hij niet zou kunnen bevatten dat je je geen leven meer zonder hem kon voorstellen, al was het maar omdat meer van je tijd dan hij ooit zou weten aan hem opging. In se was het probleem niet eens dat hij nu een neprelatie had voor een aantal uur, het probleem was meer dat hij zich niet kon concentreren op er verliefd uitzien op Christa als Phoenix er was. Maar hij kon zichzelf er wel aan herinneren, en trager dan hij op Phoenix normaal zou reageren aan zijn leugenspel beginnen. Ja, wat, Phoenix dacht toch al dat hij loog, ha, over iets andere zaken, maar hij dacht het wel, dus het was niet alsof dit per se als een verrassing zou moeten komen. God, hij zou moeten stoppen met bijna uitsluitend over Phoenix te denken, hij moest eruitzien alsof Christa de kortsluiting in zijn hoofd was. En dus glimlachte hij, alsof hij met haar wilde zwemmen, alsof hij zwemmen als een eufemisme wilde zien, alsof zijn brein niet meteen terugging naar Phoenix uit een meer halen (ja, sorry, het was echt zielig hoezeer hij zowat alles kon herleiden naar de jongen tegenover hem), zijn blik voor heel even alleen maar op haar gericht. Heel even. ‘Ja…’ Wat zei je als je eigenlijk vooral haar naar iemand anders wilde dirigeren toen ze dat zei? ‘Maar da- hè?’ Zijn ogen waren per ongeluk, expres, iets daartussenin naar het raam gedwaald, waar het regende. Soort van. Iets met geen water, iets met bananen, iets met dat hij niet zou weten hoe precies, en iets met dat Gianna dit belangrijk vond. ‘Telt dat als zomer?’
  9. 6 mei 1837 Niet zo heel lang geleden had Maxwell een afspraak gehad in het Astoria Hotel met iemand die echt heel graag zijn toekomst wilde weten. Wat. Eh. Ja. Echt een verschrikkelijke toekomst was geweest en stiekem wilde hij de klant in kwestie een beetje volgen om te proberen hem voor de ergste schade te behoeden, maar dat kon hij niet, niet echt, hij kon hem alleen een beetje hoop meegeven door een web van leugens en zichzelf laten bedwelmen door een zeker schuldgevoel, eentje dat als traag, traag gif doorheen zijn aderen meer en meer naar zijn hart klom. Maar hey, dat had zich niet volledig kunnen doorzetten, want omdat het leven raar ineen stak (dit is vanaf nu een valabel excuus), was hij, goh, Christabella tegengekomen en omdat het leven nog raarder ineen stak (nog altijd een valabel excuus), was hij tegen haar beginnen babbelen over Phoenix en, eh, de Situatie™ die geen situatie was en daarmee juist een situatie. En ta-da! Hij wist al niet meer wie ermee was gekomen (dit is een hint voor Gianna om het zelf te verzinnen), maar vanaf nu was Christa voor iets van een aantal uur zijn Vriendin om Phoenix Jaloers te maken, in de hoop dat dat überhaupt zou werken. Hij wist niet eens of Phoenix op jongens viel. Te bang om het te vragen. Iets met dat hij zich afvroeg of hij op wonderbaarlijke wijze plots zou weten waarom hij het precies vroeg en hem on the spot zou afwijzen, daarmee zijn hart vol loyauteit aan de mensen waarop het onding zijn zinnen zette vast enigszins onbedoeld zou breken – maar eerlijk gezegd vergat hij de laatste tijd steeds meer al te bang te zijn, dus hé, misschien moest hij het eens vragen. Subtiel en zo. In zoverre Maxwell goed was in subtiel zijn. Nu ja. Hij had Phoenix en Christa samen gekregen zonder al te duidelijk te melden waarom het was, dus hij kon er nog iets van. Ja, hij wist ook niet hoe hij verkocht had gekregen dat hij ~plots~ een vriendin had. Kwam het nog eens handig uit dat hij nog nooit in Phoenix’ oor geschetterd had dat hij zich niet eens kon voorstellen waarom iemand op meisjes zou vallen (ja, ze waren heel mooi, maar ?????), maar het was hem gelukt en nu waren ze aan dezelfde tafel in een café beland en hoopte hij er maar op dat hij goed was in doen alsof. Hij maakte zich geen zorgen over Christa, overigens, die kon vast ontzettend goed doen alsof. Ze waren al net zo lang als nodig is om de eerste voorstel/begroetronde af te ronden, want ik heb geen zin om hiermee te wachten totdat Gianna weer wakker is en ik haar kan vragen of Christa en Phoenix elkaar kennen, en om drankjes te verkrijgen, zodat ik Max onzeker een slok kan laten nemen, waarbij hij van zijn “vriendin” naar Phoenix keek, en zich bedacht dat hij het liefst andersom had gewild. Gewoon. ‘Zo op de weg hiernaartoe was er zo’n gast aan het schreeuwen over het naderende einde van de wereld,’ vertelde hij, impulsief, meer omdat hij niet goed wist wat hij moest zeggen dan omdat hij dat zo interessant gevonden had. ‘Iets met een gigantische sneeuwstorm die de hele wereld gaat bedekken of zo.’ Hij trok een gezicht. ‘Dat is zo… niet spectaculair.’ Eh. Niet interessant. ‘Mag minstens met wat zon of zo, ben er echt aan toe.’ Ook niet interessant. Maar Maxwell was altijd tien keer minder interessant als Phoenix in de buurt was. Iets met snel afgeleid zijn. OOC: Privé met Gianna! <3 Tweemaal Gianna zelfs!! suck it folks ik heb het Gianna Deluxe™ topic
  10. [1836/1837] To the stars who listen

    Phoenix geloofde hem niet. Ah, natuurlijk geloofde hij hem niet – natuurlijk was die kloterige vloek niet zodanig snel verbroken, natuurlijk was Phoenix gewoonweg prooi van dezelfde magie die iedereen te pakken nam, natuurlijk was Maxwell gewoon nog altijd de leugenaar die hij in ieders ogen was. Ergens was het stom om zodanig te hopen dat Phoenix anders zou zijn. Want dat was hij niet, hij was geen uitzondering op de vloek en dit ritueel had geen hol geholpen en hij zou dit moeten zien aankomen, maar hij kon die steek van holle teleurstelling niet tegenhouden. Hij schudde zijn hoofd. ‘Laat maar.’ Het had geen zin om zijn geheugen af te speuren voor iemand die hem niet geloofde. Hoe graag hij ook zou willen dat Phoenix hem wel geloofde, dat hij er niet zo bij zou staan alsof hij zich afvroeg wat de beleefdste manier was om te poneren dat Maxwell nooit eerder zodanig zever in pakskes had verkocht. ‘Wat had jij dus? Meer onzekerheid? Dan het tegenovergestelde van wat je wou?’ schakelde hij bruusk om. ‘Is het dan op die manier misgegaan of…’ Wat was in vredesnaam het tegenovergestelde van een vloek wegwensen? Het dubbelop krijgen? Ha. Hij keek er al naar uit.
  11. [1836/1837] To the stars who listen

    Meer zekerheid. Ja, dat was ook weer zo ontzettend vaag dat Maxwell eerlijk gezegd meteen de noodzaak daaraan zag. En nu ook, nu ook, want hij snapte niet zo goed waar Phoenix op doelde en er was een fout in het spel, naar het schijnt, en hij voelde het zelf niet, niet echt, en ergens was dat zo zenuwslopend als maar kon zijn.’Oké,’ mompelde hij, zijn geheugen overlopend op zoek naar één of andere voorspelling die hij kon meedelen. ‘Eh. Er komt een brand, zeg maar, en eh… met mensen erin, maar ik weet nog niet wie, misschien komt dat nog, maar er komt dus een brand en er komt iemand in om die ik, eh, ken.’ Hij keek even naar zijn handen, alsof het medeplichtigen waren voor iets wat nog zou moeten gebeuren, alsof hij het aangestoken had, simpelweg door nog niet te weten hoe hij zo’n brand zou kunnen voorkomen. Hij durfde Phoenix even eigenlijk niet in de ogen te kijken. Gewoon. Hij zei dit soort dingen nauwelijks, nooit zelfs, loog en bedroog bij elkaar in een poging de gemoedsrust van zijn ouders te bekomen, had het nooit over de echte voorspellingen en al helemaal niet tegen, ja, Phoenix. Al was het maar omdat hij Phoenix’ blik op hem niet wilde vertroebelen door toe te geven hoe hij echt, echt ineen zat. Bang, ergens, voor het verwijten dat hij zoveel maar liet gebeuren. Hij… hij wist niet of Phoenix zo dacht, maar hij wist zoveel niet, hij wist teveel om veel te weten, en ergens was het zo verdomde gekmakend. Maar dat was Phoenix’ fout niet en dus keek hij hem maar weer in de ogen, op zoek naar een sprankje van geloof.
  12. [1836/1837] To the stars who listen

    Ten eerste is je ouders je zien verwekken echt ew, arme Phoenix, en ten tweede had Maxwell er geen idee van. Kijk, wist hij nog eens wat niet. Een beetje ongerust keek hij naar Phoenix, als was het om te zien of er plots één of andere wonde op zijn gezicht zou verschijnen die hij kon ontsmetten (of wat dan ook, iets dat hij kon doen, in plaats van hier te staan en niet te weten waarover hij het had), en een beetje schuldig om wat het resultaat ook was van hetgeen hij Phoenix in had gesleurd. Hij had dit niet moeten doen... ‘Ik… wenste voor een vloek weg,’ zei hij langzaam, ‘dat niemand me gelooft als ik een voorspelling zeg… zeg maar.’ Dat was soort van de korte versie, was duidelijk genoeg, en nadat hij dat gezegd had, keek hij naar zijn handen die in elkaar verstrengeld waren geraakt, nerveus en niet zeker of Phoenix door zou hebben dat hij de eerste was, en hopelijk de enige, die hij over de vloek vertelde. ‘Waar had jij dan voor gewenst? Is er iets naars gebeurd?’
  13. [1836/1837] To the stars who listen

    Het ging, het ging, dat was alvast iets, een zorg minder – één die al snel vervangen werd door het volgende, want Phoenix dacht dat er iets mis was gegaan. Eh. Kon best. Voor iemand die immer bereid was het risico te nemen was hij verbazingwekkend middelmatig in magie, en misschien, misschien, misschien had dit ritueel vaardigheden vereist die net iets boven de middenmoot uitstaken. Wist hij veel. Hij hoopte van niet, eerlijk gezegd, want hij was zo pijnlijk gemiddeld in alles, en als Phoenix merkte dat er iets mis was gegaan, dan had hij dat willen voorkomen. Simpel, in feite. Hij wilde niets doen wat maakte dat een ander iets dat niet als oké gold bemerkte. ‘Hoe bedoel je?’ vroeg hij. ‘Wat is er dan verkeerd gegaan?’ Hij bestudeerde Phoenix even, probeerde uit te vogelen of hij iets Verkeerds zag. Het antwoord daarop was nee, er was niets aan hem te zien dat hij niet zowat altijd kon zien, en dus was die mompelende zorg in zijn achterhoofd nog niet het zwijgen opgelegd. Maar dat was oké. Zorgen mochten bestaan, in die mate dat ze enig nut dienden. ‘Ik? Wel oké… Ik voel niet zo veel verschil eigenlijk. Dacht een beetje dat er gewoon niets gebeurd was.’
  14. [1836/1837] To the stars who listen

    Oké, beginnen. Maxwell kende elk woord dat het ritueel beschreef, had er zelfs een keer een warrige droom over gehad - geen voorspelling, mocht het je boeien, gewoon één of andere chaotische droomkosmos die een ochtend had gekost om uit zijn botten te stoten - en nu eraan beginnen voelde ergens onwerkelijk, alsof het moment nog helemaal niet aangebroken kon zijn, en tegelijkertijd het natuurlijkste dat hij ooit gedaan had. Hij… wist niet waar dat opsloeg. Hoefde hij ook niet, eerlijk gezegd, hij hoefde niets anders dan de belofte op dat blad dat het vanaf hier beter ging worden te begrijpen. Phoenix stak een kaars aan en dat luidde het officiële begin in van het ritueel. Max wist niet zo goed hoelang het duurde, voelde de tijd niet bewust verstrijken toen hij de stappen van het blad naar de realiteit vertaalden - voelde het enkel toen hij even aarzelde bij het vastnemen van Phoenix’ hand om de laatste zinnen uit te spreken die de finale magie zouden moeten bevatten. Stom, ergens. Het voelde belachelijk, ergens, om even, heel even bang te zijn dat Phoenix hem raar zou bekijken om iets dat hen voorgeschreven werd, puur omdat het Maxwell was en omdat zijn hand warmer was dan in deze temperaturen vast te verwachten was. Verbazingwekkend waar je prioriteiten lagen als je hart zichzelf zonder toestemming naar iemand smeet. Hij wist niet zo goed wat hij verwacht had van het einde - er was geen intense explosie van magie, geen duidelijke verandering of wat dan ook, gewoon een klein, klein idee dat het roer iets omgegooid was - maar eerlijk gezegd kon hij dat ook verzonnen hebben. Hij keek om zich heen, zag Zweinstein zoals het altijd geweest was, Phoenix zoals hij was en vroeg zich ergens, ergens af of er eigenlijk wel echt iets gebeurd was. Hm. Kwam hij later wel achter. Zorgde hij wel voor. ‘Gaat het?’ vroeg hij maar, waarna hij de kaars uitblies.
  15. [1836/1837] To the stars who listen

    15 maart 1837 Aanvankelijk had Maxwell niet echt een plan gehad, had hij maar wat doorheen de oude magieboeken in de bibliotheek gebladerd in de ijdele, ijdele hoop dat hij ooit erachter zou komen hoe hij die kloterige cassandravloek van hem af kon halen. Dat had hij wel vaker gedaan, maar er was nooit iets van gekomen. Tot nu. Op de één of andere manier. Hij wist niet zo goed hoe hij het gevonden had, die beduimelde pagina waarop een ritueel beschreven werd dat wel erg toepasselijk leek, maar sindsdien droeg hij het ding met zich mee, overal naartoe, als een klein kind dat zijn teddybeer overal naartoe nam. Nu ja. Als. Het gevoel was grofweg hetzelfde – een gevoel van geruststelling, van hoop, de gedachte dat alles goed kwam als hij het maar bij zich had. Het enige probleem was dat het met iemand anders moest gebeuren. Zijn oog was op Phoenix gevallen, net zoals zijn oog dat altijd deed, net zoals zijn hart had gedaan, net zoals alles aan hem voor Phoenix viel, op, één pot nat – en een paar dagen geleden had hij een warrig verhaal opgehangen aan over dat hij vervloekt had, verrassing, en dat hij een ritueel gevonden had en de beladen vraag gesteld of Phoenix het zag zitten om hem erbij te helpen. En hier waren ze dan, tegenover elkaar en Maxwell was nerveuzer dan hij zou willen. Het was zo… raar. Hierna kon het over zijn. Hierna kon hij weer een echte ziener zijn, iemand die anderen weer zouden geloven, en hij kon niet wachten, hij kon verdomme niet wachten – maar hij was ook bang, zo bang dat het verkeerd zou gaan en dat Phoenix dat verkeerd gaan zou voelen. Maar dat sprak hij niet uit. Hij zat gewoon in kleermakerszit tegenover Phoenix op de koude ondergrond van het terrein rondom Zweinstein en legde de laatste hand op de voorbereidingen, vlak vooraleer ze samen het echte ritueel zouden moeten uitvoeren. ‘Eh… ben je klaar? En, eh, zeker? Zeg maar?’ vroeg hij, net alsof hij dit niet gewoon wilde doen in plaats van nog twintig keer horen of Phoenix hier zeker van was. Nee, ja, hij vond het heel belangrijk dat Phoenix het niet in zijn broek deed hierom en zo, maar hij wilde het gewoon… achter de rug hebben. OOC: Privé met Gianna <3
×