Jump to content

Irwin Foulkes-Davenport

Magisch Verbond
  • Content count

    488
  • Joined

  • Last visited

  • Days Won

    16

Irwin Foulkes-Davenport last won the day on September 7 2018

Irwin Foulkes-Davenport had the most liked content!

About Irwin Foulkes-Davenport

  • Rank
    People are particularly stupid today, I can't talk anymore

OOC Profiel Informatie

  • Membergroups
    MV
  • Naam
    Annemarie

Recent Profile Visitors

805 profile views
  1. [1838/1839]Nou, bedankt, Yara

    Net nadat hij het had gezegd realiseerde Irwin zich dat, natuurlijk, hij er wel voor moest zorgen dat hij eraan dacht dat hij officieel net op een reisje naar Italie met Yara was geweest, waardoor dat meteen weer suggereren misschien niet het beste plan was. Ugh. Kijk, daarom hield hij niet van leugens, omdat ze meteen betekenden dat je altijd een beetje op je hoede moest zijn, anders vergat je dat je aan het liegen was geweest en versprak je je. Irwin zat toch altijd simpelweg teveel met zijn hoofd - nu ja, niet in de wolken maar bij andere dingen - om daar tot op een adequaat niveau bij stil te staan en zodoende ging liegen hem vaak ook niet goed af, nog helemaal los van het feit dat het oneerlijk voelde (goh) en dat hij er daarom niet mee op zijn gemak was. Gelukkig was een halve Italiaan natuurlijk niet iemand die zich zou gaan afvragen waarom je zo graag naar diens thuisland zou willen dat je er na de ene vakantie alweer op uitkeek om op de volgende te gaan, en waarschijnlijk zou Irwin gewoon kunnen zeggen dat hij deze vakantie een beetje ziek was geweest en dus nog wat in te halen had... Maar dat waren meer leugens, en daar had hij geen trek in. Hij lachte vrolijk toen Mat hem vroeg hoe chagrijnig hij was, beetje verbaasd ook want als een rasoptimist had hij zichzelf nou nooit gezien. “Goh,” beschouwde hij, en hij schonk hen beiden nog wat te drinken in. “Echt super gezellig ben ik ook niet, niet als je me net leert kennen...” Er was dat kleine dingetje van doorgaans het gezelschap van boeken prefereren boven dat van mensen, of het gezelschap van Fabeldieren boven dat van bijna iedereen in zijn directe omgeving, “en van aan Yara uitgehuwelijkt worden baalde ik destijds ook wel heel erg van, ik had nou niet het beste humeur op m’n bruiloft, denk ik.” Toen was hij ook nog behoorlijk ziek geweest. Irwin Foulkes-Davenport, dames en heren, die de kunst van het bijna doodgaan tot een tweejaarlijkse traditie heeft verheven. Hij vroeg zich nu al af wat het de volgende keer zou worden. Misschien z’n nek breken in het kader van iets onhandigs met Mat. Om een van zijn beste vrienden te zijn en echt in die trend te passen, moest de klokkenmaker toch wel een keer op min of meer indirecte wijze hem serieuze schade berokkenen. Ook dat was de traditie. “Nee, het is echt heel lekker,” glimlachte hij een beetje vermoeid. “Het gaat prima... um. Vind je het goed als ik erbij ga liggen?” Horizontaal had toch momenteel wel de voorkeur. “En bazig... oef. Tegen iedereen, of alleen tegen broers, want het is volgens mij ook wel echt een zussending.” Elaine deed het ook wel een beetje maar subtiel. Hij lachte vervolgens zachtjes. “Fit? Dan heb je niet zo’n geweldige poule, nee, in onze kringen, met al die korsetten...” Hij nam nog een paar happen. Bij hem liep het totaal uiteen, tussen Will en Yara zat geen enkele fysieke gelijkenis. Qua innerlijk zag hij ze overigens wel. “En ja, tips zijn altijd welkom, hoor.” Hij roerde een beetje lusteloos in zijn soep, glimlachte toen. “Oh, het is echt goed je weer te zien.”
  2. [1838/1839]Nou, bedankt, Yara

    Irwin grinnikte. Als hij straks dochters had... “Laten we maar hopen dat dat niet gebeurt,” gaf hij zijn eigenlijk heel eerlijke mening, want hij hoefde geen dochters, overigens ook geen zoons - waarschijnlijk nog minder graag zoons, want bij dochters dacht hij aan vrouwen als Yara en Elaine waar hij niet echt goed mee omging, die hij teveel verwende, teveel dingen uit handen pakte en naar wie hij te weinig luisterde maar enfin, maar bij zoons dacht hij aan z’n eigen relatie met zijn vader en diens relatie met diens vader en dan was het toch oprecht wel duidelijk welke van de twee opties te prefereren was, hoor. “Geen plannen. Als je het maar niet tegen m’n ouders vertelt.” Niet dat Mat z’n ouders vaak tegenkwam. Of ooit. Nu ja, misschien ooit. Than had de bezweringen rond de klokken wel machtig interessant gevonden. Waren ze ook. Onweerstaanbare puzzeltjes. Irwin vroeg zich soms af of hij beter met z’n vader overweg had gekund als ze minder op elkaar hadden geleken. Misschien was het dan juist nog erger geweest. Nu kon hij tenminste vaak z’n vaders logica volgen. Hij nam nog een paar happen soep. “Van meisjes weet ik het ook niet zo, hoor. Maar, dat je mooi bent, passend bij iedereens verschillend schoonheidsideaal, en lief, en meegaand, en dan komt ze bij mij en dan verwacht ik dat ze d’r hersens gebruikt en me niet teveel...” Hij haalde een hand door zijn haar, merkte dat z’n voorhoofd een beetje klam voelde. “In de weg loopt.” Ugh. Hij snapte wel waarom het zo mis was gegaan. “Uithuwelijken, weet je... ze wordt gewoon gekoppeld aan een tien jaar ouder stuk chagrijn en daar moet ze het dan maar mee doen. Zo raar.” Het was ergens best fijn om iemand te hebben waarmee je dat soort dingen kon bespreken, ook al deed het niets. Hij had het gemist, merkte hij. “Maar Coco ken ik nog niet, nee.” Hij grinnikte. “En nee... ik zou zo snel niemand weten... wat is je type,” grijnsde hij, want zo werd het luchtiger en dat was beter. Na al dat ge serieus zijn. “Oh, Skye, prachtig,” knikte hij. “Misschien ga ik met Yara ook nog even weg... misschien Italié...” Hun vakantiegevoel aan de haren terug trekken, omdat dat de laatste keer was geweest dat ze gelukkig waren. Misschien wilde hij dat maar doen. “Al moet ik ook weer gewoon aan het werk, hoor. Jeetje, de soep is echt lekker.”
  3. [1837/1838]Between truth and everything else

    Tadaa, en nu was ze gekwetst. Hij kon het zien maar hij kon er weinig mee verder: ze stelde er geen vraag over en met de Veritaserum in zijn systeem lag het niet binnen zijn macht om veel meer te doen, dan vragen te beantwoorden. Dat had hij deels zichzelf zo aangeleerd, tijdens al die sessies met zijn moeder, wanneer hij met elke drie woorden die hij sprak zichzelf verder in de drastische problemen bracht. Deels was het misschien ook gewoon karakter. Irwin gaf altijd slechts antwoord op vragen, wanneer hij liever geen informatie wilde delen. Het stamde nog af van een oude legende dat Foulkes-Davenports niet konden liegen, dat ze daardoor iets van hun magische macht kwijt zouden kunnen raken. Wat hen overigens niet tot pillars of the community had gemaakt, want niet liegen betekende niet dat je eerlijk hoefde te zijn en daar waren ze dan juist weer erg goed in geworden. Enfin. Zijn gewoonte om summier antwoord te geven en om dat vast te houden wanneer onder invloed was er niet eentje die hij prijs wilde geven, zelfs niet om Yara’s gevoelens te sparen. Niet althans totdat ze zeker wisten dat hun opzet om hem allergisch te maken voor Veritaserum was gelukt. En wat een wijsneus was ze ook. Inderdaad precies Elisabeth Bennet. Het wisselde, hoe Irwin het opvatte: meestal vond hij het leuk, soms vermoeiend, soms tandenknarsend frustrerend. Vrijwel altijd liet hij haar maar gewoon begaan in elk geval. Het alternatief was nog vermoeiender dan wel frustrerender. “Spannender omdat je wat onvoorspelbaarder bent... de dingen waarom je geeft, de manier waarop je doet, jij doet soms ook heel erg alsof.” Zo fantastisch was dat antwoord dan misschien dus ook weer niet, vanwege alles waarover ze tegenwoordig alsof had gedaan maar het was mogelijk dat daaruit geen ontsnapping meer was op het moment. Dat er geen gesprekken waren, geen antwoorden die hij kon geven of vragen die zij kon stellen, die pijnloos zouden verlopen, zo kort na een moordpoging die hij niet had zien aankomen, waarvan zij spijt had, maar die bijna was geslaagd... Misschien zat er niets anders op dan te wachten tot het sleet met de tijd. Maar dat was knap balen. Met zijn antwoord had hij overigens niet bedoeld dat hij Will terug wilde als vriendje. Gewoon... weer terug in het bestaan. Zijn dood was niet alleen een litteken dat Irwin zijn leven mee zou dragen, maar een oneerlijkheid en doelloosheid die hem en iedereen die in dat dorp was overgebleven, als er iemand in dat dorp was overgebleven, altijd schrijnend toe zou schijnen. Het deed pijn. Zoiets deed pijn meer dan verlies, pijn ook van een woede en een verlorenheid die je niemand echt kwalijk kon nemen, maar waar je toch mee zat. Als je bedacht wat een impact iemand nog op de wereld had kunnen hebben. Niet in de grote dingen - Will was geen man voor de grote dingen geweest, niet echt al was het een reus van een vent - maar in talloze kleine momentjes van geluk, gemak en behulpzaamheid. In zelfs maar het feit dat hij er was geweest, om van het leven te genieten... Hij slikte, vermande zich, probeerde ook over z’n hoest heen te komen. “Echt? Oh... nu, dan maar... dat jij en ik weer oke zijn. Of is dat liefde? Jinns zijn stom... wat heb je daar nou aan...” Hij hoestte nog wat bloed op en viel flauw. “Hey, gelukt,” mompelde hij toen hij wakker werd.
  4. [1838/1839]Nou, bedankt, Yara

    Soms dacht Irwin dat Mat niet typischer bij zijn smaak had kunnen passen als hij hem simpelweg verzonnen had. Het was bizar. Verzonnen hetzij door zijn onderbewustzijn met een vrolijke en ietwat gevaarlijke dagdroom, of door Irwin als kind die een heldenverhaal was begonnen te schrijven en zich was gaan vervelen met de held en hem daarom maar een beetje onhandig had gemaakt. Oke, een beetje heel onhandig. Maar verder... kom op, een regel dat eerst de Kneazle eten moest krijgen en daarna pas de rest? Soep komen brengen als je vriend ziek thuis was, ondanks de huiself? Hoeveel liever kon iemand zijn? Hij was zelfs knap – objectief gezien, knap genoeg dat Irwin zich er zorgen over zou gaan maken op zijn eigen speciale zelfhatende manier als hij niet veilig verliefd was geweest op Yara. Alleen, als hij hem verzonnen had dan had hij er vast geen Deborah bij bedacht, want Irwin was niet zo goed met kinderen. Hij vond het van Mat echt superschattig, hoor. En Deborah was ontiegelijk lief. Maar, verzinsels, he. Hij knikte glimlachend, schonk hen allebei nog wat te drinken bij. “Mee naar school lopen kan heel goed. Ze hebben een uitstekend richtingsgevoel en er is geen veiliger gezelschap. En oh, Merlijn, vriendjes... ik heb nu al medelijden met je.” Vriendjes... En Deborah was ook nog eens een heel mooi kindje dat vast tot een heel mooie tiener uit zou groeien. Terwijl ze op Zweinstein zat waarschijnlijk, dus, succes Mat, als je daar dan iets over te zeggen wilde hebben. (En Irwin sprak hier uit ervaring, he.) Waarom deed de hele gemeenschap van magiers en ouders zichzelf consistent zulke verschrikkelijkheden aan? “Maar misschien heeft ze wel heel goede smaak. Kan ze ze allemaal testen aan of ze eerst de kat eten geven.” Hij nam de soep aan, die wel ontzettend lekker rook. “Wow.” Hij nam een paar voorzichtige hapjes. “Het is echt lekker.” Hij ging die kom leegeten, wat het hem ook kosten mocht. “En ja... echt verschrikkelijk, he. Sowieso, dingen die we van meisjes verwachten... nou ja, jij waarschijnlijk niet van Deb...” Oh, hoe waren zijn gedachten nou weer hier uitgekomen? Wat schoten ze daarmee op? Hij lachte toen zachtjes. “Ja, nee, natuurlijk, is ook zo. Ik was gewoon nieuwsgierig. Maak je geen zorgen, ik wou je niet koppelen – erewoord.” Stel je voor. "En inderdaad, veel te lastig." “Nog leuke dingen op de planning nu jullie de Kerst hebben overleefd?”
  5. [1837/1838]Between truth and everything else

    Understatements waren met Veritaserum op niet zo’n strak plan. Normaal gesproken zou Irwin een opmerking als dat ze gewoon last hadden gehad van wat communicatieproblemen namelijk heel wel kunnen waarderen, Schotse roots of niet, hij was nog altijd Engels genoeg om er gelukkig van te worden wanneer het niet nodig werd gevonden om je gevoelens van geluk of wat dan ook anders uit te drukken. Bovendien zou hij dan zich hebben kunnen bedenken waarom Yara gebruik maakte van de stijlfiguur, en zich daarin natuurlijk hebben kunnen inleven, want dit was nu eenmaal niet iets wat je graag zou uitspreken, dit was ook niet iets waar ze het nog veel over moesten hebben of toch in elk geval niet nu. Misschien als het iets minder vers was, iets minder akelig... maar momenteel, met de Veritaserum, had je geen besef van al dan niet dingen erin wrijven. Het enige wat je merkte was of iets waar was of onwaar, en vervolgens zou je daar een heel eerlijke reactie op moeten geven. Of je nou wilde of niet. Het erge was dat je nog wel kon registreren dat je het niet wilde. Irwin tenminste, op een heel abstracte, afwezige manier. Niet in eerste instantie, maar inmiddels had hij het zo vaak meegemaakt dat hij er kennelijk enige weerstand tegen op aan het bouwen was. Dus hij kon zien dat hij niets wilde zeggen, weten waarom hij niets wilde zeggen, en het dan toch nog eruit flappen. Vaak, met zijn moeder, kon hij er tegenwoordig voor zorgen dat hij alleen op directe vragen antwoord gaf. Vaak maar niet altijd. Vandaar dat ze dit aan het doen waren. Vandaar dat dit soms pijnlijk was. “Het was wel iets meer dan communicatieproblemen,” opinieerde hij derhalve. “Of anders een heel aparte manier van non-verbale communicatie.” I.e. Gif. “Maar je bent wel leuker dan Elisabeth Bennet... vind ik. Wat spannender.” Wat dan weer niets met het gif te maken had per se, maar het was wel waar, hij had Yara altijd spannend gevonden, op de een of andere manier of althans nooit saai... “Will terug,” antwoordde hij vervolgens redelijk direct, zonder er veel over na te moeten denken. Dat was niet bij hem opgekomen als hij sober was geweest, dan zocht je misschien zelfs onbewust iets minder confronterends, maar met de vloeistof in zijn aderen had hij geen ander antwoord als mogelijkheid gehad. De kriebel in zijn keel leek in vuur te veranderen met de tijd, en hij begon hard te hoesten, in een zakdoek.
  6. [1837/1838]Between truth and everything else

    Als Yara nou eens zou proberen om hem wel te vertellen wat er was, in plaats van doen alsof alles goed was en ondertussen vreselijk op haar nagels te zitten bijten, dan zouden ze misschien eens uit de spiraal komen waar ze elkaar zich vreselijk deden voelen. Echter, momenteel was Irwin niet genoeg bij om te merken hoe ze zich naar voelde. Hij had wel door dat het niet goed ging, maar er waren zoveel redenen waarom het niet goed zou gaan, dat hij de link niet onmiddellijk kon leggen, als zij er niet duidelijk over wilde zijn. Hij zat aan de Veritaserum elke dag, zij niet. Wat een opluchting was, want dat zou hij verschrikkelijk vinden, hun rollen omgedraaid. Hey, misschien was dat het. Hij raakte haar hand, glimlachte even vlug, kneep voorzichtig in haar hand maar wist niet wat hij nog moest zeggen. Praten was gewoon lastig soms... na een moordpoging en een wederzijdse liefdesbekentenis en oh ja daartussenin was hij ook nog even uit de kast gekomen, he. Vreemd, hoe iets dat hij zo lang en zo zwaar met zich mee had gedragen zo ontzettend was verbleekt naast al het andere. Ergens bijna grappig... En ja, de eerste keer dat hij iets had gedronken wat zij had gemaakt was hij doodsbang geweest, ergens, bang dat ze hem toch weer vergiftigd had, dat alles gelogen was geweest maar ook bang dat hij het nauwelijks meer erg zou vinden als bleek dat ze inderdaad gelogen had, dat ze hem echt dood wilde. Want als ze dat wou, dan had hij iets zo verkeerd gedaan met iemand van wie hij zoveel hield... dat hij het soort van verdiende. Of er althans niets meer op tegen had. “Het gaat echt prima, prinsesje,” lachte hij flauwtjes. “Heus. En het komt wel goed. Jij weet ook wat je doet.” Hij moest zijn vertrouwen in haar toch laten blijken? Misschien dat dat iets goeds zou doen... Toen alles goed was gegaan - oke, alles was niet goed gegaan, dus toen hij weer langzaam beter aan het worden was - had hij zichzelf gehaat om al die gedachten, zoveel dat hij bijna weer suïcidaal ervan had kunnen worden. Jeetje, wat hadden ze een fijne winter. “Bijdehandjes eten?” Hij lachte half. “Waar heb je die uitdrukking nou weer vandaan? Serieus, soms denk ik dat je het verzint zodat ik me oud... voel...” Toen echter zonk de Veritaserum zijn systeem pas goed in, en hij voelde die telkens toch weer verrassende helderheid die tegelijkertijd mistig was zijn brein in werken. “Ja... dat zou ik je nu toch wel vertellen,” sprak hij, de volledige waarheid overigens. “Ik denk Elizabeth Bennet? Die is ongeduldig en humoristisch en soms doet ze me erg aan jou denken. Maar ik weet niet hoe goed het zou werken.” Hij fronst. “Want ze lijkt op jou en dat heeft ook niet zo goed gewerkt... en verder vond ik altijd dat karakters in boeken tamelijk kleurloos bleven soms.” In een normaal gesprek had je nu een wedervraag, maar dit was Veritaserum.
  7. [1838/1839]Nou, bedankt, Yara

    “Wat lief, op die leeftijd,” vond Irwin met een lachje. “Daar mag je trots op zijn.” Wat eigenlijk een rare uitdrukking was, want Mat was daar sowieso trots op en wie was Irwin om hem te vertellen of dat wel of niet mocht? Maar ja, zo zat het nu eenmaal met uitdrukkingen. Ze waren vaak niet zo logisch. Aaaaaargh. Hij moest niet nadenken over dingen... “Toen ik acht was dacht ik denk ik nog dat dieren altijd gelukkig waren.” Toegegeven, hij had ook niet echt een Mat type ouder gehad die hem dat had kunnen vertellen. Thans houding tegenover dieren was mogelijk ingegeven door een lange jeugd tussen de midges, en Daphne was vrijwel panisch over alles wat haren of andere problematiek op haar kleden, trappen of kleren kon achterlaten. Eigenlijk was het maar bizar dat hij er zelf zoveel mee had. “Dreuzels ook, overigens.” Oeps. Die kant van zijn opvoeding probeerde hij er niet at random uit te flappen, de kant waar ze daar ongeveer de zelfde meningen en guidelines over hadden en ze waarschijnlijk net zo prettig eendjes als Dreuzels zouden voeren in het park. Ahem. Oh, dit ging echt zo goed weer. Mat leek ook oprecht blij met zijn suggestie terwijl hij het kleine katje kroelde, wat wel fijn was. Het was bij hem nooit heel gemakkelijk om in te schatten of hij iets leuk vond of niet, omdat hij van alles meer of minder comfortabel leek te worden vooral. Maar goh. Hij vond het wel oprecht leuk. “Maar gezellig als jullie mee komen trainen.” Hij liet er twee met een balletje licht spelen en deed heel even zijn ogen dicht. “Zijn er nog speciale dingen die je graag wil dat de kitten kan, of is het gewoon de standaard bescherming, richtingsgevoel, etcetera dingen? En knuffelen, natuurlijk.” Hij grijnsde. “Niet dat dat bij deze ukjes niet automatisch gaat, en ik zou het ze niet af willen leren... daar ben ik te egoïstisch voor, hoor.” Hij moest weer grinniken bij Mats beschrijving. “Ah ja, de wonderen van klassikale educatie. Ik kan wel helpen, als je wil? Als ze toch hier af en toe langskomt... anders geef je haar de Kneazle als beloning?” Van wat hij nog wist van zijn lesgeven kon je kinderen omkopen met alles. Wat maar goed was ook, want chanteren werkte niet. Daarvoor moest je vooruit kunnen denken, zie je. Hm, hij hoopte dat Mat niet wist hoe hij zich voelde, want het gevoel van bijna vermoord worden zou hij geen vrienden of vijanden aanraden, maar, oke. “Mm... ze gaan wel. Yara vindt die niet prettiger om mee om te gaan, eigenlijk, zeker niet met Kerst - haar moeder vertelt haar steeds dat ze minder moet eten, en vervolgens schept mijn moeder haar meer op, want die vindt iedereen chronisch te dun...” Wat dat betreft was het niet heel gek hoe knetter ze soms werd. “En ik kan er ook niet zo goed tegen.” Hij grimaste. “Wat ik meestal doe is dat ik telkens water bij de wijn doe, dan ineens loeiend kwaad word en het niet meer uit te leggen valt. Dus of dat nou een veel betere tactiek is... dat weet ik zo net nog niet. Of ik word heel koel en stuur haar naar haar kamer en dat ehm... niet mijn meest charmante move.” Hij humde. De kneazles klauwden enthousiast aan de onderkant van een gordijn waar het lichtbolletje in was verdwenen. “Denk je dat je ooit zou willen hertrouwen?”
  8. [1838/1839]Nou, bedankt, Yara

    Eigenlijk was het een slecht idee geweest, om bevriend te raken met Mat. En niet alleen omdat hij stiekem ontzettend leuk was en omdat Irwin toch wel beter zou moeten weten dan zichzelf een dergelijke aanhoudende verleiding toestaan - destijds, tenminste, alvorens hij wist dat zijn neiging tot liefde voor hetzelfde geslacht misschien niet eens zijn minst gezonde voorliefde was, gegeven dat zijn tweede poging inhield dat hij hopeloos verliefd was geworden op zijn bijna-moordenaresse. Ook en vooral omdat ze allebei te verschrikkelijk introvert, ongemakkelijk en onhandig waren om in staat te zijn om een bij benadering normaal menselijk gesprek gaande te houden. Ja, allebei. Want hoewel Mat nogal waardeloos was - no offence, buddy - kon Irwin het niet veel beter. Zie je, hij was primair een docent in zijn sociale interactie. Wat het niet echt tot sociale interactie maakte. Het was professionele interactie, en hij zette dat tragischerwijs overal op eenzelfde wijze in. Mats instinct wanneer geconfronteerd met het gevaar van een heuse conversatie was stotteren. Dat van Irwin was een les afsteken. Hij wist wel welke van de twee het doorgaans beter zou doen op dinner parties, hoor. Hij liet zowel Mats commentaar over kippenbouillon als over tapijten versus oneven hout een stille genadige dood sterven, naargelang hij meende de intense wens van de ander om die gespreksonderwerpen te laten varen te kunnen interpreteren uit zijn gezichtsuitdrukking en grote verhoging in stamelfrequentie, lachte zachtjes toen zijn vriend over de kittens begon. “Ja, had je gezegd,” knikte hij. “En natuurlijk mag ze er eentje uitkiezen. Ik wil ze nog twee maanden houden - ze zijn nog heel jong, hebben nog heel veel verzorging nodig en ook de basis training straks, anders heb je een wilde Kneazle en dat is link, hoor, niet voor jou of Deb, ze zijn heel loyaal, maar dan kun je nooit meer gasten uitnodigen...” Niet dat Mat dat nou vaak deed waarschijnlijk... ahem... maar het ging ook om zijn eigen reputatie en vergunningen voor Kneazles houden hier, he. En nog veel meer om zijn professionele trots. “Maar je kunt haar altijd meenemen om ehm. Kennis te maken en... ze mag meehelpen met oefenen enzo.” Hij glimlachte half. “Als jij denkt dat je haar kunt overtuigen dat ze er maar één mag, als ze het hele zooitje zo ziet.” Misschien dat dat met Debora niet eens zo moeilijk zou zijn. Dat was zo’n schattig, braaf engeltje. Erg Mat. Met die conclusie was hij wel blij te horen dat ze het naar haar zin had op school, want dat was met die karaktertrekken toch niet per se gegeven. Hoeveel hij er niet had moeten redden van hun jeugdige belagers in zijn paar jaar op Zweinstein... “Waarschijnlijk,” knikte hij. “Hoeveel gaan er eigenlijk naar die school?” Of hij de kerst had overleefd. Um. Ouch. “Ha. Net,” zei hij maar eerlijk, al zou eerlijkheid in dezen natuurlijk niet compenseren voor het verzwijgen van alle rest. “Was een beetje verschrikkelijk met mijn ouders en grootouders. En ik heb knallende ruzie gehad met Yara. Maar ‘t is wel weer bijgelegd nu.” Hij glimlachte half. “Soms is ze echt nog heel jong. Echt dat ontploffen nog.” Oh help. Dat had hij eigenlijk helemaal niet moeten zeggen, he? Dat zou ze vast niet leuk vinden. Maar Mat was z’n vriend, hij was hier met soep, zij was op de uni, en ze deed het er maar mee.
  9. [1837/1838]Between truth and everything else

    Derde week van januari 1838 “Oke, dus, een hogere dosis dit keer,” constateerde Irwin, en hij tikte met zijn toverstok tegen het zacht glanzende buisje vloeistof. Hij zat op de bank die hij sinds de vorige keer naar zijn kantoortje had verplaatst; sinds de vorige keer dat alles misging, tenminste, want de afgelopen keren was er telkens niets gebeurd wanneer hij zijn hernieuwde medicijnen met Veritaserum combineerde. Nu ja, niets, behalve dat hij wat beschamende antwoorden had gegeven op vragen van zijn lievelingsboek toen hij klein was tot de namen die hij aan puppy’s zou geven wanneer hij namen aan puppies zou moeten geven (Irwin was geen hondenmens, te gehoorzaam, te weinig eigen wil, maar dat was niet waar Yara naar had gevraagd, dus was hij heel beschamend onherroepelijk op de proppen gekomen met ‘Vlek’ en ‘Pluisje’. Wat? Het waren puppies, okay.) Normaal was het natuurlijk goed wanneer je reactie uitbleef bij het combineren van magische dranken, maar hier was het een beetje jammer, aangezien ze juist aan het aansturen waren op een reactie. Een vrij ernstige, bij voorkeur. Hij wilde niet dood... maar hij wilde zo dichtbij de dood komen dat zijn ouders het niet snel een tweede keer zouden durven proberen. Aangezien vooral zijn moeder nogal geïnvesteerd was betekende dat dat hij tamelijk drastische maatregelen zou moeten nemen. Er zat niets anders op. Tuurlijk, hij had geen zin om zichzelf in plaats van beter nog zieker te maken, om weer veel langer werk te missen, om weer nutteloos te zijn en afhankelijk en op alle verschillende banken in zijn huis te liggen. Om Yara’s vergiftiging nog eens dunnetjes over te doen. Herstellen van haar gif met het antigif was al knap waardeloos geweest. Drie dagen waarin hij vooral ziekjes en bleekjes als een kat in een hoekje op wilde krullen zonder menselijk contact. Oh ja, een kat met blauw haar. Kennelijk had het antigif zijn ingewanden schoon moeten borstelen. Comfort was niet de leidende prioriteit geweest. Dat snapte hij ook wel weer. Net als het gif was het antigif een briljant staaltje werk geweest. Beiden ook vrijwel onherleidbaar... behalve dat blauwe haar dan, maar haar kennende had ze daar wel iets op bedacht. Haar kennende had ze overal wel iets op bedacht. Hij vroeg zich ergens af of ze het antigif expres zo onprettig had gemaakt, destijds. Of ze hem er gewoon vooral niet gemakkelijk vanaf had willen laten komen. Het gif was opzettelijk ontzettend pijnlijk geweest... Hij had het niet gevraagd. En hij had het niet met haar gehad over het gevoel toen hij het antigif dronk... over die drie procent van zichzelf die ergens had gedacht dat hij daarmee zijn eigen doodsvonnis tekende. Dat het gewoon weer gif was. Allemaal een toneelstuk. Zijn moedwillige zelfmoord de kroon op haar tragedie. Het was maar drie procent... Maar drie procent die je geliefde verdacht van moorddadige intenties was toch net iets teveel. “Heb je er verder nog iets aan veranderd? Beetje magische gember had ik gedaan, ik denk dat dat zowel voor mijn longen goed werkt als niet zo goed met Veritaserum... hoop ik.” Hij had het er niet over gehad, vanwege die andere zevenennegentig procent. Die hem vertelde dat hij... misschien niet paranoide was, want ze had geprobeerd hem te vermoorden, en dat was hij nog niet vergeten. Maar wel wreed. Want het uitspreken zou haar kwetsen. Hij moest het laten gaan. “Goed, hier gaat ie...” Hij dronk het buisje leeg, deed even zijn ogen dicht. “Yuck.” Niet dat zijn oude medicijnen nou zo verrukkelijk waren geweest. Vervolgens pakte hij een shotglaasje Veritaserum en ging wat gemakkelijker zitten. “Cheers... to honesty...” Hij trok een mondhoek op en dronk het glaasje leeg.
  10. [1838/1839]Nou, bedankt, Yara

    Oh ja, de vakantie in Rome. Het was hun standaard smoes, Yara’s manier om hem dood te maken zonder dat iemand het door zou hebben, die ze nu hadden afgesproken te gebruiken om ervoor te zorgen dat hij kon herstellen zonder dat iemand het door zou hebben. Overwerkt en vervolgens in de vakantie te weinig rust genomen en zijn medicijnen een paar dagen vergeten. Wat stom weer, hoe ontzettend Irwin. Zulk een verstrooide professor de hele tijd. En dat had dan nog niet eens iets gezegd over hoe stom het wel niet van hem was geweest om zichzelf uberhaupt te vergiftigen die jaren geleden, want anders zou hij nooit zo ziek zijn geweest. Irwin had het rustig aangehoord in de verwijten van zijn moeder, de preek van zijn vader, en zelfs het beterschapskaartje van Connor, zijn vriend en Yara’s leraar, die Yara kennelijk op haar eerste dag van school weer netjes had uitgehoord over haar echtgenoot. Hij had het aangehoord en hij ging het niet ontkennen, maar het stak wel. Want dit had nou een keertje niet aan hem gelegen. En ja, het alternatief was erger, maar dat maakte dit niet prettig. En hetzelfde gold voor liegen tegen Mat. Technisch gezien had Irwin dat natuurlijk niet gedaan – je zou in zijn schrijven niets vinden over wanneer ze in Rome waren geweest, en dingen over de stad zelf waren niet echt gelogen, maar het was er zo dicht tegen aan dat de onderscheiding niet langer relevant was voor wie dan ook behalve advocaten en Foulkes-Davenports. En dat wist Irwin ook wel, en het voelde niet goed. Het liefst zou hij niet liegen tegen de paar mensen die hij vertrouwde, oprecht mocht, de paar mensen waarbij hij eigenlijk beter zou willen doen. Daar had hij al teveel ervaring mee. Hij had altijd al tegen zoveel mensen moeten liegen... Maar er zat weinig anders op. Niet liegen was te gevaarlijk. Voor Yara, vooral, die naar de gevangenis zou moeten wanneer duidelijk werd wat er was voorgevallen, de gevangenis of een gesticht; maar ook voor Irwin, die eigenlijk al jaren geleden naar een gesticht had gemoeten natuurlijk en wiens ouders niet onder de indruk zouden zijn van een discussie over hoe hij een perfect meiske in een moordenares had weten te veranderen. Stom weer, Irwin. Verstrooide professor. Onmogelijke zoon. Toch, als Mat hier dan vervolgens stond met soep... Dan was z’n schuldgevoel ineens wel heel aanwezig. “Oh, dat klinkt wel ontzettend lekker. Veel lekker dan Lindi’s vijftien variaties op kippenbouillon.” Hij kwam weer bij de bank, moest de kitten weer uit de weg duwen want die was op een kussen gaan zitten waar Irwin zelf zat, moest toen even op adem komen. “Dat tapijt... beetje een crime. Aan de andere kant val je er wel zacht op.” Hij glimlachte, wreef over zijn voorhoofd, liet fluffy koffie met koekjes voor Mat aan komen vliegen en thee voor zichzelf. Melk was te vullend. Dan kwam er straks niets meer van soep en mascarpone. “En ja... Het is een net gevonden nestje, eergisteren. Ze zijn nog heel jong, kunnen nog bijna niks zelf.” Hij trok een wenkbrauw op naar de Kneazlekitten die over de rugleuning probeerde te klauteren maar er verstrikt in raakte. “Zoals gedemonstreerd.” Hij geeuwde, nam een slokje thee. “Fijn dat ze het naar haar zin had. Zij vindt het niet te druk? Wat hebben jullie allemaal gedaan? En ja, ik word wel beter, hoor. Ha. Je had me vorige week moeten zien.”
  11. [1837/1838]To move beyond

    “Nee, valt wel mee,” schudde Irwin zijn hoofd, eerlijk, een beetje ongemakkelijk. Hij had verwacht dat het moeilijker zou zijn, maar het foto’tje dat hij had van Will was er slechts een van de duizend mentale op zijn netvlies. “Ik denk toch vaak genoeg nog aan hem.” Wat Yara in al haar jaloezie vast niet zo geweldig vond om te horen, maar ja. Het bleef de waarheid en hij had zich voorgenomen om minder tegen haar te liegen, maar ook om minder voor haar te verhullen of verdraaien. Het was een Foulkes-Davenport trekje, om nooit direct te liegen. Vroeger hadden ze gedacht dat ze daardoor magie verloren. Echter, het was natuurlijk ook een Foulkes-Davenport trekje om vervolgens alles behalve liegen tot de max te doen. En hoewel het altijd duidelijk was geweest, was het voor Irwin wel inmiddels nog wat duidelijker geworden, met hoe de afgelopen maanden waren gegaan. Eerlijkheid was hem afgedwongen of geen optie geweest, maar hij zou het ook niet graag hebben gewild. Inmiddels... inmiddels was hij overstag. Want wat ze ook de afgelopen tijd hadden gedaan, zo kon het in elk geval niet door. Wat betekende dat haar volgende vraag nogal pijnlijk was voor hem en ook vooral voor haar. “Ik mis ’t gevoel van veiligheid. Van vanzelf genoeg zijn.” Hij glimlachte wat bedroefd, omdat hij geen ander antwoord had kunnen geven. Dat was wat hij het meeste miste aan Will, de vanzelfsprekendheid, het simpele, het vergevingsgezinde. En dat was ook iets wat hij bij Yara nu eenmaal niet kon vinden. Of althans niet nu. Vergevingsgezind, veilig, en vanzelf genoeg... ze was nu eenmaal veeleisend, ze was nu eenmaal wraakzuchtig en impulsief, en op dit moment vielen die karaktertrekken niet te ontkennen. Hij vond ze ook niet altijd erg, als ze niet leidden tot zijn vergiftiging vond hij ze niet zo erg. Maar het maakte het wel anders. Hij lachte. “Wat vind je van... apart in bad... en daarna samen in bed?” Hij stal haar de hele tijd, dan ging zij met een boek bij hem liggen en hij met een boek in slaap vallen, en hij voelde zich er niet eens meer zo schuldig over. Het was goed voor hen allebei. Samen in bad, dat zag hij gewoon nog echt niet zitten. Het leek bovengemiddeld claustrofobisch en bovendien was hij momenteel niet echt... eh... Hij was ziek, oke, hij voelde zich niet in shape. Ook Irwin kon onredelijk ijdel zijn. Hij knikte ditmaal. “Het zal moeten.” Hij vertrouwde het nog niet helemaal. Hij wilde het niet. Maar hij was te ziek, zou te ziek blijven, en had haar nodig. En... hij wilde niet een leven in waar hij elk kopje moest wantrouwen. Of elk ander huishoudelijk middel. Want eten en drinken was cliché, kennelijk. “Zie je, sinds ik terug ben... vanwege Will... geven m’n ouders me Veritaserum. En dat was balen maar oké, maar op dit moment... nu... nu kan het echt niet meer.” Hij zuchtte. “Terug naar het huis? Starten?” Maar voordat hij dat deed en er zijn adem weer aan kwijtraakte, kuste hij haar nogmaals met alles wat hij op dit moment had.
  12. [1838/1839]Nou, bedankt, Yara

    Tweede week januari - ik weet het, ik weet het. Dunfermline Nou, Yara was weer naar school. Ahem, universiteit natuurlijk, pardon. Ze had geen dag gemist, en hoewel ze duidelijk en haast aandoenlijk haar best had gedaan om haar geluk en tevredenheid daarover niet al teveel te laten blijken, had zelfs zij die toch niet helemaal overtuigend kunnen verstoppen. Een heleboel kon ze goed verhullen, zijn vrouw, maar in haar academische ambities, a.k.a. haar nerderigheid, was ze toch altijd weer verbazingwekkend oprecht ondanks zichzelf. Irwin nam het haar niet kwalijk. Niet erg. Het was een beetje zuur dat hij thuis op de bank moest blijven liggen omdat niet eens zijn workaholic zelf op het moment zou kunnen beargumenteren dat hij voor de klas kon staan. Een beetje balen dat zij er zo gemakkelijk vanaf kwam, terwijl hij twee maanden in meer of mindere mate ziek en zwak en misselijk was. Maar aan de andere kant zou hij ook niet willen ruilen, zelfs al zou dat eerlijker zijn. Als de balans werd opgemaakt had hij haar liever gelukkig, en haar studie had hij haar altijd zo gegund. Vond hij ook heel belangrijk. Plus, hij wist ook wel dat ze had geworsteld met haar schuldgevoel, met haar emoties, met haar spijt. Haar opleiding kon haar daar waarschijnlijk beter dan wat dan ook anders afleiding van bieden, en afleiding was het best in situaties als deze. Afleiding en tijd, dat waren de enige remedies. Irwin moest over het algemeen maar genoegen nemen met vooral veel van het tweede. Zoveel afleiding viel er binnen Dunfermline nou ook weer niet te vinden. Hij had zijn leeslijst bijgewerkt... een boek afgeschreven, al moest hij daar nog eens overheen als hij minder suf was, want er stonden nu vast kinderlijke spelfouten en niet lopende zinnen in... er waren ook weer nieuwe Kneazlekittens, echte jonkies nog, die nog te klein waren zelfs om ze in de stal te zetten... oh ja, en hij was een studie aan het doen om zichzelf allergisch te maken tegen Veritaserum. Dat was intellectueel zeer uitdagend en afleidend. Helaas ging het bij succes ook gepaard met weer een terugval in serieus ziek zijn. Dus niet echt een goed beloningssysteem. Vandaag echter verwachtte hij een wat betere en hopelijk gezondere afleiding: Mat zou langskomen. Dat zou hem waarschijnlijk niet weer dagen terug zetten. Tenzij de ander iets per ongeluk zou breken ofzo. Of een hete pan soep op zijn hoofd zou gooien. “Mat, je hebt echt soep bij je,” lachte hij zwakjes maar oprecht, en hij leunde op zijn wandelstok en vroeg zich af waarom hij ook alweer te koppig was geweest om Lindi de deur open te laten doen. “Je weet dat we een huiself hebben, he? Al is het lekker - en lief... bedankt...” Met zijn staf belette hij een Kneazlekitten van een uitbraakpoging door de open deur. “Het is altijd dezelfde. Schurk.” De kitten spartelde en miauwde beledigd in de lucht - Irwin dumpte hem onceremonieel op de bank en zette vervolgens zelf de reis daarheen ook in. “Kom erin, ehm... koffie? Hoe was Italie? En hoe maken jullie het, jij en Debora?”
  13. [1837/1838]To move beyond

    Irwin glimlachte een beetje vermoeid. “Ik vind het altijd leuk als je doordraaft, dat weet je.” En ja, haar hoofd zo schuin stond heel schattig. “En ja, ik heb wel een foto’tje.” Hij Sommeerde een boekje uit het huis, liet haar de foto zien, Will zittend op een boomstam, lachend naar de camera waar hij als Dreuzel natuurlijk verder helemaal niet bekend mee was. Hij vond het niet eens meer erg het haar te laten zien. Hij meende wat hij zei: ook hierover vond hij het leuk. Prettig zelfs. Het doortrekken naar een academische, filosofische discussie was iets waarmee hij op zijn gemak was maar hij wist inmiddels dat Yara die eerste neiging deelde, en dat ze dat hier dus ook had vond hij een goed teken. Het deed hem geloven dat ze het meende, dat ze hier echt zo over dacht. Dat ze het echt niet erg vond. Het voelde alsof er een loodzware, misselijkmakende last van hem afviel, gek genoeg. Zo kon het dus voelen als iemand het wel goed vond wie je was, als iemand je geloofde en accepteerde. Hij wist dat hij dit nooit zou kunnen doen bij zijn andere vrienden, dat hij die last voor iedereen anders mee zou blijven torsen maar niet hier. Niet bij Yara. Die vond het niet erg. En hield van hem... Hij voelde zijn ogen prikken en concentreerde zich er even op om er geen tranen uit te laten. Waar kwamen die nou vandaan? Hij was juist gelukkig... Ish. “Ik ook van jou,” durfde hij zonder aarzelen terug te zeggen. Hij wist het. Hij kon het niet uitleggen, maar wist het wel zeker. Een nieuwe ervaring voor Irwin, en een waarmee hij zich niet eens een beetje op zijn gemak voelde. Want als hij het niet kon uitleggen, dan kon hij het ook niet begrijpen. Oh en er waren een heleboel redenen waarom hij objectief van Yara kon houden: ze was knap, ze was slim, ze was grappig, ze was lief, en bij Merlijn hij hield van vrijwel alles wat ze deed. Maar ze had hem pijn gedaan tot op een punt waarop het een einde aan deze gevoelens had moeten maken. In plaats daarvan had het ze aangewakkerd. Hij was verliefd... en gestoord. Mooie boel. Viel hij eindelijk op een vrouw, was het toch nog enigszins ongezond te noemen. Hij liet haar begaan met de strepen op zijn gezicht, goedmoedig genoeg – waarom ze het deed was hem een raadsel, maar hey, als zij er blij van werd – en trok een mondhoek op. “Ik kus je straks gewoon weer, hoor, dan zit jij ook onder.” En in tegenstelling tot de Fabeldierendocent had Yara er een absolute hekel aan om modderig te zijn. Vervolgens trok hij een wenkbrauw naar haar op, streelde langs haar wang. “Ja... Ik weet het... Hoe beviel Rome...” Hij haalde een hand door zijn haar. “Je wil weer terug naar je studie, he. Mag je best zeggen.” Hij wreef over zijn voorhoofd. “Zeg het alsjeblieft gewoon eerlijk... probeer me niet te...” Paaien. Maar dat zou weer een ruzie uitlokken. “Ik vind het prima. Ik ben nog te ziek, dus aan jou de eer om een verdomd goed excuus te verzinnen.” Hij beet op zijn lip. “En een manier om me allergisch te maken tegen Veritaserum, mocht je inspiratie hebben.”
  14. [1837/1838]Yara geeft teveel om haar kruidentuin

    “Echt? Wat lief. En heel belangrijk voor het ecosysteem,” zei Irwin wat ongemakkelijk want... goh, nutteloos, professor. Bijtje. Wat grappig dat dat bescheiden beestje tot zo’n mooie naam had geleid in een andere taal. Geinig ook dat het in niets op het Griekse leek, Melisse, ook al was dat alleszins eveneens een uitgesproken meisjesnaam - hij vroeg zich af of dit gewoon de vertaling was van de origineel oud-Griekse mythe compleet met een koppige vertaling van de naam zoals Romeinen het zo eigen waren geweest om te doen. Maar ja. Dat was natuurlijk informatie waar Mat helemaal niets mee kon en een vraag waar hijzelf ook niet spoedig achter zou komen, want wanneer hij bij gelegenheid zou zijn het op te zoeken, als dat al kon want zijn boeken over de achterliggende betekenis van namen hielden het voorzover hij wist bij Grieks en Gaelic, zou hij het waarschijnlijk lang en breed al weer vergeten zijn. Het was moeilijk, hoor, voor iemand als Irwin, om te leven in een era zonder smartphones en Wikipedia. Al zou hij anders misschien wel de hele tijd Wikipedia aan het verbeteren zijn geweest en dat was z’n productiviteit natuurlijk ook niet ten goede gekomen. Bovendien hing er op Dunfermline ook teveel oude magie in de lucht. Wedden dat die dingen elke week een ontplofte accu zouden hebben? Hij knikte echter wat minder opgelaten bij Mats verbaasde vraag of hij het meende, lachte toen. “Dat was me al wel opgevallen. Ja, eh - jullie lopen hier niet in de weg, toch. Het is een belachelijk grote omgeving voor twee personen.” Wat hij altijd prettig had gevonden, want dan voelde hij zich niet zo claustrofobisch en net subtiel iets minder opgesloten. En tegenwoordig was het wel fijn met Yara ook dat ze heel gemakkelijk om elkaar heen konden leven en elkaar niet hoefden te spreken of zelfs tegen hoefden te komen als ze elkaar niet opzochten. Iets te gemakkelijk, kennelijk, althans als Mats klok enige indicatie van de zaken gaf. Irwin sloeg schuldbewust zijn ogen neer en vermeed het aankijken van Mat of het lachende fototje. Oeps. “Nou ja, dat moest ik vanavond dan maar eens proberen met die plantenklok,” glimlachte hij half. “Al neem ik aan dat Yara’s wijzer daar wel permanent zal staan.” Dat had hij eruit geflapt maar het was wel zo. Ze was ontzettend aanhalig voor een preuts menselijk meisje. “Oh, eh...” Hij zocht een volgende foto op, van Thomasin, en daarna met enig aarzelen ook foto’s van zijn ouders en zusje. “Wil jij er ook bij? Voor een goed begin?” Hij glimlachte, en nam nog maar een slokje whisky.
  15. Blessed is the fruit [1837/1838]

    Oh ja, dat mocht je niet zeggen over je grootouders, dat ze pas ergens mee zouden kappen als ze onder de zoden lagen. Echter, het was wel zo. Er was geen andere verandering die er nog voor zou zorgen dat ze het licht hierover zouden zien, meer goede magische puurbloed Foulkes-Davenports fokken was nu eenmaal hun lust en hun leven en alles wat hun oude botten bij elkaar hield. Naast een overigens ontzettend robuuste gezondheid. Bah. Maar waarom mocht je zoiets niet uitspreken? Het was niet alsof hij ze dood wenste. Dit was niets dan een simpel statement van een feit. Maar ja, dat soort dingen zei hij dan weer niet tegen Elaine. Yara had daar nog wel het gevoel voor humor voor, het lichte kartelige randje aan haar karakter, maar Elaine niet, of althans, als ze het had dan was hij er niet van op de hoogte en wilde hij ook niet per se van op de hoogte zijn. Misschien was het slecht, dat hij zijn zusje altijd graag lief hield in zijn gedachten, altijd graag onschuldig... hij deed het ook maar half en half expres... Oef, het zou helpen als hij zich niet zo koortsig voelde. Pfft, en alsof dat nog niet erg genoeg was was Jude ook heel duidelijk een minder gepolijste editie van Armand: de dubbele laag goed te horen maar niet direct aan te wijzen in zijn woorden, en zijn aandachtige gadeslaan van het drama voor zijn eigen vermaak of om te kijken of hij er iets mee kon. Ahum. Dat kon Irwin eigenlijk natuurlijk helemaal niet weten. Misschien oordeelde hij te snel. Maar hij had er nooit spijt van gehad wanneer hij argwanend om was gegaan met zijn familieleden. “Ja, voor de cadeaus is dit de perfecte familie,” glimlachte hij wat flauwtjes. “Bedankt voor je boek nog. Ik ben er heel benieuwd naar.” En als hij zich zo bleef voelen zou hij de komende tijd wel uitstekende gelegenheid hebben om veel te lezen. Hij had zelf voor Jude een kaartenboekje gekocht, met kaarten van Zweinstein, van London, van het Verenigd Koninkrijk, tot in elk detail. En natuurlijk waren er de stenen geweest. Welkom in de familie, welkom bij de mannelijke Foulkes-Davenports, betekende stenen. Armand had ze verwerkt in een muziekdoosje, in een vlaag van inspiratie. Kijk, daar was het al: dat was toch iets, in die oprechte poging om zijn best te doen voor zijn broertje, dat was niet iets wat Irwin van hem verwacht zou hebben. Hij had hem onderschat. “Als je vragen hebt, of iets nodig hebt...” Vervolgens richtte hij zich weer naar Elaine. “Gaat het weer een beetje? Wil je even zitten?”
×