Jump to content

Irwin Foulkes-Davenport

Magisch Verbond
  • Content count

    494
  • Joined

  • Last visited

  • Days Won

    16

Irwin Foulkes-Davenport last won the day on September 7 2018

Irwin Foulkes-Davenport had the most liked content!

About Irwin Foulkes-Davenport

  • Rank
    People are particularly stupid today, I can't talk anymore

OOC Profiel Informatie

  • Membergroups
    MV
  • Naam
    Annemarie

Recent Profile Visitors

842 profile views
  1. [1837/1838]If I had a flower

    “Nee, ik ben echt niet boos,” zei Irwin en hij meende het. Hij was niet boos dat ze paniekaanvallen had. Hoe zou hij dat kunnen zijn? “Doe je toch niet expres.” Hij was boos geweest toen ze hem vergiftigd had, en hij was nu boos... toch wel een beetje boos... dat ze weer eens had besloten dat het beter was om hem toch vooral niet te vertellen wat er in haar omging, terwijl dat een pad was wat ze al eens bewandeld hadden met bepaald niet fantastische resultaten. Wat wederom gebeurde met betrekking tot Hawaii, waar ze duidelijk geen zin in had. Misschien projecteerde hij, maar hij had soms het idee dat het woordje ‘lieverd’ een van Yara’s tells was, dat wanneer ze dat zei wat ze er verder aan toevoegde niet per se oprecht was. Normaal was ze nooit zo kleffig, tenzij ze aan het doen was of alles goed was terwijl ze hem eigenlijk wel kom schieten. Ze had hem nog lieverd genoemd de ochtend dat ze hem nooit meer had willen zien. Of misschien was het niet projectie, of zelfs het trauma daarvan (want ja, Irwin had waarschijnlijk ook wel wat extra krasjes op zijn psyche opgelopen van een moordpoging en vervolgens de halve wens dat die evengoed geslaagd had kunnen zijn). Misschien was het gewoon dat hij zo graag zou geloven dat ze een tell had, omdat hij het anders nooit zou kunnen weten wanneer ze loog. Dergelijke gedachte, en de discussie over Hawaii weer oppakken, en zelfs zijn eigenlijke wens om gewoon terug te gaan naar Will en haar lekker uit te laten rusten - het beste voor iedereen, nietwaar? - moesten echter allemaal het veld ruimen toen ze halverwege haar zin in slaap viel. Want dat was niet normaal. Dat was meer dan een beetje alarmerend. En natuurlijk zou hij haar wakker moeten maken, en natuurlijk zou hij een discussie moeten beginnen over of ze toch niet naar een Heler moest... Maar een paar druppels bloed was zo genomen, en de test was elementair. Daarna zat hij tien minuten bij haar. Hij dekte haar toe, streelde zachtjes door haar haren, stil en ontsteld en opgelucht - want ze was niet ziek - en geschrokken, want... ah, hij kon hier niet blijven zitten, hij zou haar nog wekken. Of Will zou komen kijken of alles wel goed ging. Met zijn volle hoofd keerde hij terug naar de woonkamer en voor een paar tellen wenste hij eigenlijk dat die nu leeg zou zijn. Maar daarna was hij ook wel weer heel blij dat Will er was. ooc: topic done
  2. [1837/1838]If I had a flower

    Gif. Oh. Dat had hij kunnen weten. Dat had hij misschien moeten weten, misschien moeten zien aankomen, maar eerlijk gezegd had hij er niet over nagedacht, niet echt... hij had erover nagedacht dat ze daarmee werkte, met gif, dat ze daar weer mee zou gaan werken maar niet direct op deze manier. Hij had bedacht wat hij daarvan vond. Toen hij haar haar staf teruggaf, toen hij haar weer liet gaan studeren, dat ze verder zou gaan in een vakgebied wat hem op het randje van de dood had gebracht alvorens hij dat zelfs maar door zou hebben gehad. Hij had bedacht dat hij het verre van prettig vond maar dat hij haar de kans ontnemen om te studeren, of zelfs het recht op magie, nog vele malen erger vond en dat dat dus maar prioriteit moest hebben. Hij had nooit gedacht dat zij er last van zou hebben, wat er was gebeurd... nou, niet althans met betrekking tot het gif. Er waren toch zat manieren om iemand te doden, dat had er niet direct veel mee te maken, het probleem was dat ze het had gewild en ze had het helemaal niet slecht gedaan. Maar ja, als hij Yara volledig had begrepen, dan zou ze hem niet hebben proberen te vergiftigen om mee te beginnen, of wel. Hij zuchtte, aaide verder door haar haren. “Ik vind je geen aansteller.” Het was dan ook weer niet fantastisch, maar hij begreep het achteraf gezien op zich wel. “We hebben een aantal nare maanden gehad, jij ook, je... tja, je hebt gewoon een beetje een trauma opgelopen. Dat is niet raar.” Want je kwam er pas achter hoe echt het was toen het al bijna over was voor absoluut altijd, en dat heeft nu eenmaal enig schokkend effect. “We moeten gewoon allebei bijkomen.” Hij ook, nam hij aan. Moest af van telkens die bijgedachte... van de afhankelijkheid die voor hem was onderstreept. Van, inderdaad, de lichte irritatie op momenten als deze. “Dat kost tijd, maar je kunt heus je tentamens op een later moment inhalen... alleen maar goed, want als je van richting moet wisselen heb je er toch niets meer aan.” Hij glimlachte half. “Ga dat gewoon doen? De komende tijd? Uitrusten en nieuwe vakken kiezen?” Want ja, hij wilde nog steeds dat ze kon studeren. Dat was zijn benedengrens van zijn bestaan. Anders zou ze de volgende keer dat ze probeerde hem van kant te maken nog gelijk hebben ook. Hij lachte half. “Noorwegen? Ik weet niet of het daar op dit moment al licht wordt. Dat is meer iets voor de zomer. Maar, geen mensen, wel magie... Hawaii?” Vond hij het irritant dat ze niet eens met hem naar Rome wilde en daar maar gewoon helemaal vanuit ging? Eh, ja. En dat hij plannen met haar aan het maken was in plaats van met Will? Ja, ook... Maar hij hield van haar en kon of wilde niet anders. “Gaat het weer? Moeten we een heler laten komen?”
  3. [1837/1838]If I had a flower

    Examen. Ja, vast. Ze was een nerd en ze had haar trots en ze was een strebertje eerste klasse, maar dat had nooit eerder gemanifesteerd in dit, hoogstens in niet al te aanspreekbaar zijn de week voor de tentamens. Niet dat hij dat normaal direct merkte, want Irwin was nou eenmaal nooit zo aanspreekbaar. Enfin, dit merkte hij wel. “Yaar, dit is niet het examen,” zei hij koppig, ook al wilde hij eigenlijk niets liever dan haar op haar woord geloven. Natuurlijk wilde hij dat. Hij geloofde haar graag, hij nam haar liever niets uit handen, wilde haar vertrouwen en verantwoordelijkheid geven, maar hij had daar ook al lelijk zijn vingers aan gebrand en sinds die tijd wist hij niet meer in hoeverre hij het nog durfde. Voor zichzelf, voor de volgende keer dat hij haar in haar fantasie iets aandeed maar ook voor haar, want als ze daartoe in staat was, waartoe dan niet? Wat zou ze zichzelf dan aandoen? “En als dat wel zo is... ziek is ziek. Dan doe je die examens gewoon even niet. Ik regel het wel.” Stom, waarschijnlijk, maar hij wilde gewoon dat ze die spanning niet zo voelde. Dat ze niet zo keek. Dat ze niet voor zijn ogen ineen stortte. Hij glimlachte half. “Joh, het is Will. Die snapt dat wel, die zei zelfs dat ik hierheen moest gaan.” Hij streelde door haar zweterige haren. “Ik zal zo even...” Maar toen ging ze verder en hij fronste. “Wat? Hemel.” Was dat het? Hetgeen wat haar zo in haar wiek had geschoten? “Eh... Allebei?” Hij haalde een hand door zijn eigen haar, nu, ongemakkelijk. “Ik hou van je,” anders dan hij van Will had gehouden, anders dan hij had verwacht maar daarom niet minder waar, “en je bent stukken beter dan m’n nichtjes. Die heb je ontmoet! Je weet dat dat waar is. Nou, Oph was niet zo erg.” Ahem, niet het punt. “Je bent misschien gewoon... ziek... overspannen... we hebben een beetje een helse paar maanden gehad. Neem de komende paar weken vrij, we regelen de rest wel weer. Misschien gaan we nog even weg, straks?” Hij glimlachte flauwtjes. “Rome?” Maar eerst Will... maar dat kon hij nu niet zeggen.
  4. [1837/1838]If I had a flower

    Oké, nee, Yara had geen koorts, ze had een paniekaanval. Irwin, klootzak die hij was, voelde zich ogenblikkelijk zeventig procent geschrokken en bezorgd en dertig procent geïrriteerd. Geïrriteerd, want nu al vermoedde hij dat dit niet de eerste keer was dat ze zo’n aanval had. Vandaar de lossere kleren, vandaar de keren dat ze vermoeid leek, of afgeleid... waarom had ze het hem niet gezegd, waarom nam ze hem niet in vertrouwen, waarom loog ze nog steeds tegen hem. Goed, misschien was het zeventig procent bezorgd, twintig procent geïrriteerd, acht procent schuldgevoel - dat was er altijd - en twee procent angst. Want als ze hierover loog, als ze hem hiermee niet in vertrouwen nam, wat betekende dat voor hen? Voor of ze eerlijk verder konden? Voor als ze de weg weer kwijt zouden raken halverwege, voor als ze om de een of andere reden het vertrouwen in hem verloor? Een reden zoals William op zijn bank aan het spelen met zijn Kneazle. Eh ja. Hij was ook gespannen nu. Maar die zeventig procent bezorgd stond, en dus bleef hij bij haar zitten, sprak een bezwering uit die de lucht wat meer zuurstof gaf, en pakte haar hand. “Rustig... stem je adem af op mijn ritme...” Hij telde erbij, streelde over haar hand. “Het komt goed, het is zo weer goed.”
  5. [1837/1838]If I had a flower

    Irwin had een ton aan vragen, waarvan de antwoorden hem eigenlijk niet uitmaakten zolang het maar Wills stem was die ze beantwoorden zou, vragen waarvan hij nu al wist dat hij ze nog een keer zou stellen. Hij voelde zich als de eerste keer dat hij voor een collegezaal vol studenten stond: op zich niet onprettig, maar als ware in een roes, zoveel adrenaline en zenuwen in je systeem dat je functioneerde in het moment en niet meer terug of vooruit kon blikken, dat je nu al zeker wist dat je niets van wat je op het moment uitkraamde nog zou kunnen onthouden. Het sloeg nergens op, maar nu even, met Will in zijn woonkamer, voelde hij weer al die charme, al die aantrekkingskracht, die hij ooit had gevoeld voor de man, die aantrekkingskracht die genoeg was geweest om hem, Irwin, over te halen om alles te vergeten wat juist was en gewoon te doen wat goed voelde... Zelfs al had het altijd maar zeer kort geduurd. Zo ook nu. Want na even al keek hij toch weer naar Yara – al een zweempje onverklaarbaar, oneerlijk schuldgevoel in zijn maag want hoewel hij niets had gedaan wist hij dat zijn gedachten niet te rijmen waren met wat zij graag zou hebben dat hij dacht, wat niet uit zou moeten maken, je zou je nooit schuldig hoeven te voelen voor je gedachten maar zo gingen die dingen nu eenmaal – en dit keer viel het ook hem op dat ze er niet goed uitzag. Ze was lijkbleek geworden en in het volgende moment voelde Irwin ook een baksteen in zijn maag vallen. Ze zou toch niet jaloers zijn? Ze zou toch niets doen? Hij keek hulpzoekend naar Will en die glimlachte, knipoogde. “Ga maar, hoor – ik ga even je nichtje helpen in de keuken.” “Eh, ja...” Hij wilde niet weg en hij wilde Will niet weg laten gaan, hij wilde tegen hem aan kruipen op de bank en uren praten over de jaren die ze hadden gemist. Maar het zat er niet in, want in die jaren was hij getrouwd en inmiddels had hij iemand aan wie hij meer verschuldigd was. Altijd meer verschuldigd zou zijn. En het stak hem natuurlijk ook wel dat ze zo ongelukkig leek en niet alleen omdat hij bang was dat ze Will wat aan zou doen... hij wou alleen dat ze iets andere timing had gehad. Nou kon hij zich over die gedachte weer schuldig voelen. Hij haalde Yara natuurlijk direct in, tilde haar op, bracht haar naar bed, voelde aan haar voorhoofd. Niet heet, geen koorts... Hij vulde een glas water voor haar en kwam bij haar zitten. “Wat is er?”
  6. [1837/1838]If I had a flower

    Sorry, Yara, maar nu William Fernes binnen was gelopen in Dunfermline had Irwin toch echt niet alle aandacht voor haar, zelfs al wist hij dat ze daar over het algemeen een rothekel aan had. Ja, zo was Yara, net een Kneazle, aandacht was voor haar tenzij anders aangegeven en alleen op de manier waarop zij het graag kreeg op een specifiek en telkens ander moment. Will... Will was altijd heel anders geweest. Veel meer een zelfverzekerde aanwezigheid, een standaard, iets waarbij geen vraagtekens hoefden te worden geplaatst. Iets waarbij hij ook nooit echt vraagtekens had kunnen plaatsen. Hij had niets betwijfeld, niets aan Will, nooit... Niet vanaf het begin van hun kennismaking tot het einde van hun relatie. Hij had getwijfeld aan zichzelf, eindeloos, aan alles, hij was een academicus en hij zou altijd twijfelen. Dat was hoe hij bestond. Ik weet het niet zeker, dus ik besta. Maar hij had niet getwijfeld aan Will. Hij had niet getwijfeld aan zijn liefde. En hij had niet getwijfeld aan zijn dood. “Ja... Zo goed je te zien...” mompelde hij, hij wist niet eens wat hij zei, terwijl hij registreerde dat Cassy vertrok, en dat Yara tegen hem kletste, maar eigenlijk voelde hij alleen maar Will’s ogen op zich. Will niet, die was aanzienlijk wakkerder, maar ja, die was waarschijnlijk ook al langer ervan op de hoogte dat hij in het land van de levenden verkeerde. Jammer dat Irwin dat niet was, anders had hij misschien ook behalve commentaar over chocolade gemerkt welk een dynamiek er tussen zijn ex en zijn vrouw aan het ontstaan was, en mogelijk had hij dan op tijd besloten dat dat niet iets was waar hij gelukkig van ging worden. Nu had hij niets door, terwijl Will naar Yara lachte. “Ah, je had een foto gezien? Ik voel me gevleid...” En hij voelde zich ook alsof ze daar wel ietsje meer over had kunnen zeggen toen ze hem binnen liet, maar goh, dat was kennelijk niet hoe mevrouw Foulkes-Davenport in elkaar zat. Irwin kwam weer tot leven. “Je was ziek... Ik stond... Ik ben bij...” Will lachte half. “Nee... Ik weet dat je ma dat heeft gezegd, maar ik was niet ziek. Je bezwering werkte... Voor de rest ook.” Irwin staarde. “Dat kan niet. Dat werkt niet op Dreuzels, ik knoeide er alleen maar mee...” Toen hield hij maar gauw zijn mond, keek even naar Yara, bedacht toen dat het hem niets kon schelen, en omhelsde Will. Die lachte, trok hem dicht tegen zich aan. “En jij bent getrouwd? Met een leerling? Toe maar, professor.” Irwin lachte. “Ah beter dan een nichtje, geloof me... eh... je... blijf je slapen?” Will glimlachte. "Als het mag. We hebben genoeg bij te kletsen." "Mag natuurlijk. Ik zal zo even een kamer veilig voor je maken. Eh." Want hij had ook nog een vrouw. "En hoe was jouw dag?"
  7. [1838/1839]Nou, bedankt, Yara

    Net nadat hij het had gezegd realiseerde Irwin zich dat, natuurlijk, hij er wel voor moest zorgen dat hij eraan dacht dat hij officieel net op een reisje naar Italie met Yara was geweest, waardoor dat meteen weer suggereren misschien niet het beste plan was. Ugh. Kijk, daarom hield hij niet van leugens, omdat ze meteen betekenden dat je altijd een beetje op je hoede moest zijn, anders vergat je dat je aan het liegen was geweest en versprak je je. Irwin zat toch altijd simpelweg teveel met zijn hoofd - nu ja, niet in de wolken maar bij andere dingen - om daar tot op een adequaat niveau bij stil te staan en zodoende ging liegen hem vaak ook niet goed af, nog helemaal los van het feit dat het oneerlijk voelde (goh) en dat hij er daarom niet mee op zijn gemak was. Gelukkig was een halve Italiaan natuurlijk niet iemand die zich zou gaan afvragen waarom je zo graag naar diens thuisland zou willen dat je er na de ene vakantie alweer op uitkeek om op de volgende te gaan, en waarschijnlijk zou Irwin gewoon kunnen zeggen dat hij deze vakantie een beetje ziek was geweest en dus nog wat in te halen had... Maar dat waren meer leugens, en daar had hij geen trek in. Hij lachte vrolijk toen Mat hem vroeg hoe chagrijnig hij was, beetje verbaasd ook want als een rasoptimist had hij zichzelf nou nooit gezien. “Goh,” beschouwde hij, en hij schonk hen beiden nog wat te drinken in. “Echt super gezellig ben ik ook niet, niet als je me net leert kennen...” Er was dat kleine dingetje van doorgaans het gezelschap van boeken prefereren boven dat van mensen, of het gezelschap van Fabeldieren boven dat van bijna iedereen in zijn directe omgeving, “en van aan Yara uitgehuwelijkt worden baalde ik destijds ook wel heel erg van, ik had nou niet het beste humeur op m’n bruiloft, denk ik.” Toen was hij ook nog behoorlijk ziek geweest. Irwin Foulkes-Davenport, dames en heren, die de kunst van het bijna doodgaan tot een tweejaarlijkse traditie heeft verheven. Hij vroeg zich nu al af wat het de volgende keer zou worden. Misschien z’n nek breken in het kader van iets onhandigs met Mat. Om een van zijn beste vrienden te zijn en echt in die trend te passen, moest de klokkenmaker toch wel een keer op min of meer indirecte wijze hem serieuze schade berokkenen. Ook dat was de traditie. “Nee, het is echt heel lekker,” glimlachte hij een beetje vermoeid. “Het gaat prima... um. Vind je het goed als ik erbij ga liggen?” Horizontaal had toch momenteel wel de voorkeur. “En bazig... oef. Tegen iedereen, of alleen tegen broers, want het is volgens mij ook wel echt een zussending.” Elaine deed het ook wel een beetje maar subtiel. Hij lachte vervolgens zachtjes. “Fit? Dan heb je niet zo’n geweldige poule, nee, in onze kringen, met al die korsetten...” Hij nam nog een paar happen. Bij hem liep het totaal uiteen, tussen Will en Yara zat geen enkele fysieke gelijkenis. Qua innerlijk zag hij ze overigens wel. “En ja, tips zijn altijd welkom, hoor.” Hij roerde een beetje lusteloos in zijn soep, glimlachte toen. “Oh, het is echt goed je weer te zien.”
  8. [1838/1839]Nou, bedankt, Yara

    Irwin grinnikte. Als hij straks dochters had... “Laten we maar hopen dat dat niet gebeurt,” gaf hij zijn eigenlijk heel eerlijke mening, want hij hoefde geen dochters, overigens ook geen zoons - waarschijnlijk nog minder graag zoons, want bij dochters dacht hij aan vrouwen als Yara en Elaine waar hij niet echt goed mee omging, die hij teveel verwende, teveel dingen uit handen pakte en naar wie hij te weinig luisterde maar enfin, maar bij zoons dacht hij aan z’n eigen relatie met zijn vader en diens relatie met diens vader en dan was het toch oprecht wel duidelijk welke van de twee opties te prefereren was, hoor. “Geen plannen. Als je het maar niet tegen m’n ouders vertelt.” Niet dat Mat z’n ouders vaak tegenkwam. Of ooit. Nu ja, misschien ooit. Than had de bezweringen rond de klokken wel machtig interessant gevonden. Waren ze ook. Onweerstaanbare puzzeltjes. Irwin vroeg zich soms af of hij beter met z’n vader overweg had gekund als ze minder op elkaar hadden geleken. Misschien was het dan juist nog erger geweest. Nu kon hij tenminste vaak z’n vaders logica volgen. Hij nam nog een paar happen soep. “Van meisjes weet ik het ook niet zo, hoor. Maar, dat je mooi bent, passend bij iedereens verschillend schoonheidsideaal, en lief, en meegaand, en dan komt ze bij mij en dan verwacht ik dat ze d’r hersens gebruikt en me niet teveel...” Hij haalde een hand door zijn haar, merkte dat z’n voorhoofd een beetje klam voelde. “In de weg loopt.” Ugh. Hij snapte wel waarom het zo mis was gegaan. “Uithuwelijken, weet je... ze wordt gewoon gekoppeld aan een tien jaar ouder stuk chagrijn en daar moet ze het dan maar mee doen. Zo raar.” Het was ergens best fijn om iemand te hebben waarmee je dat soort dingen kon bespreken, ook al deed het niets. Hij had het gemist, merkte hij. “Maar Coco ken ik nog niet, nee.” Hij grinnikte. “En nee... ik zou zo snel niemand weten... wat is je type,” grijnsde hij, want zo werd het luchtiger en dat was beter. Na al dat ge serieus zijn. “Oh, Skye, prachtig,” knikte hij. “Misschien ga ik met Yara ook nog even weg... misschien Italié...” Hun vakantiegevoel aan de haren terug trekken, omdat dat de laatste keer was geweest dat ze gelukkig waren. Misschien wilde hij dat maar doen. “Al moet ik ook weer gewoon aan het werk, hoor. Jeetje, de soep is echt lekker.”
  9. [1837/1838]Between truth and everything else

    Tadaa, en nu was ze gekwetst. Hij kon het zien maar hij kon er weinig mee verder: ze stelde er geen vraag over en met de Veritaserum in zijn systeem lag het niet binnen zijn macht om veel meer te doen, dan vragen te beantwoorden. Dat had hij deels zichzelf zo aangeleerd, tijdens al die sessies met zijn moeder, wanneer hij met elke drie woorden die hij sprak zichzelf verder in de drastische problemen bracht. Deels was het misschien ook gewoon karakter. Irwin gaf altijd slechts antwoord op vragen, wanneer hij liever geen informatie wilde delen. Het stamde nog af van een oude legende dat Foulkes-Davenports niet konden liegen, dat ze daardoor iets van hun magische macht kwijt zouden kunnen raken. Wat hen overigens niet tot pillars of the community had gemaakt, want niet liegen betekende niet dat je eerlijk hoefde te zijn en daar waren ze dan juist weer erg goed in geworden. Enfin. Zijn gewoonte om summier antwoord te geven en om dat vast te houden wanneer onder invloed was er niet eentje die hij prijs wilde geven, zelfs niet om Yara’s gevoelens te sparen. Niet althans totdat ze zeker wisten dat hun opzet om hem allergisch te maken voor Veritaserum was gelukt. En wat een wijsneus was ze ook. Inderdaad precies Elisabeth Bennet. Het wisselde, hoe Irwin het opvatte: meestal vond hij het leuk, soms vermoeiend, soms tandenknarsend frustrerend. Vrijwel altijd liet hij haar maar gewoon begaan in elk geval. Het alternatief was nog vermoeiender dan wel frustrerender. “Spannender omdat je wat onvoorspelbaarder bent... de dingen waarom je geeft, de manier waarop je doet, jij doet soms ook heel erg alsof.” Zo fantastisch was dat antwoord dan misschien dus ook weer niet, vanwege alles waarover ze tegenwoordig alsof had gedaan maar het was mogelijk dat daaruit geen ontsnapping meer was op het moment. Dat er geen gesprekken waren, geen antwoorden die hij kon geven of vragen die zij kon stellen, die pijnloos zouden verlopen, zo kort na een moordpoging die hij niet had zien aankomen, waarvan zij spijt had, maar die bijna was geslaagd... Misschien zat er niets anders op dan te wachten tot het sleet met de tijd. Maar dat was knap balen. Met zijn antwoord had hij overigens niet bedoeld dat hij Will terug wilde als vriendje. Gewoon... weer terug in het bestaan. Zijn dood was niet alleen een litteken dat Irwin zijn leven mee zou dragen, maar een oneerlijkheid en doelloosheid die hem en iedereen die in dat dorp was overgebleven, als er iemand in dat dorp was overgebleven, altijd schrijnend toe zou schijnen. Het deed pijn. Zoiets deed pijn meer dan verlies, pijn ook van een woede en een verlorenheid die je niemand echt kwalijk kon nemen, maar waar je toch mee zat. Als je bedacht wat een impact iemand nog op de wereld had kunnen hebben. Niet in de grote dingen - Will was geen man voor de grote dingen geweest, niet echt al was het een reus van een vent - maar in talloze kleine momentjes van geluk, gemak en behulpzaamheid. In zelfs maar het feit dat hij er was geweest, om van het leven te genieten... Hij slikte, vermande zich, probeerde ook over z’n hoest heen te komen. “Echt? Oh... nu, dan maar... dat jij en ik weer oke zijn. Of is dat liefde? Jinns zijn stom... wat heb je daar nou aan...” Hij hoestte nog wat bloed op en viel flauw. “Hey, gelukt,” mompelde hij toen hij wakker werd.
  10. [1838/1839]Nou, bedankt, Yara

    Soms dacht Irwin dat Mat niet typischer bij zijn smaak had kunnen passen als hij hem simpelweg verzonnen had. Het was bizar. Verzonnen hetzij door zijn onderbewustzijn met een vrolijke en ietwat gevaarlijke dagdroom, of door Irwin als kind die een heldenverhaal was begonnen te schrijven en zich was gaan vervelen met de held en hem daarom maar een beetje onhandig had gemaakt. Oke, een beetje heel onhandig. Maar verder... kom op, een regel dat eerst de Kneazle eten moest krijgen en daarna pas de rest? Soep komen brengen als je vriend ziek thuis was, ondanks de huiself? Hoeveel liever kon iemand zijn? Hij was zelfs knap – objectief gezien, knap genoeg dat Irwin zich er zorgen over zou gaan maken op zijn eigen speciale zelfhatende manier als hij niet veilig verliefd was geweest op Yara. Alleen, als hij hem verzonnen had dan had hij er vast geen Deborah bij bedacht, want Irwin was niet zo goed met kinderen. Hij vond het van Mat echt superschattig, hoor. En Deborah was ontiegelijk lief. Maar, verzinsels, he. Hij knikte glimlachend, schonk hen allebei nog wat te drinken bij. “Mee naar school lopen kan heel goed. Ze hebben een uitstekend richtingsgevoel en er is geen veiliger gezelschap. En oh, Merlijn, vriendjes... ik heb nu al medelijden met je.” Vriendjes... En Deborah was ook nog eens een heel mooi kindje dat vast tot een heel mooie tiener uit zou groeien. Terwijl ze op Zweinstein zat waarschijnlijk, dus, succes Mat, als je daar dan iets over te zeggen wilde hebben. (En Irwin sprak hier uit ervaring, he.) Waarom deed de hele gemeenschap van magiers en ouders zichzelf consistent zulke verschrikkelijkheden aan? “Maar misschien heeft ze wel heel goede smaak. Kan ze ze allemaal testen aan of ze eerst de kat eten geven.” Hij nam de soep aan, die wel ontzettend lekker rook. “Wow.” Hij nam een paar voorzichtige hapjes. “Het is echt lekker.” Hij ging die kom leegeten, wat het hem ook kosten mocht. “En ja... echt verschrikkelijk, he. Sowieso, dingen die we van meisjes verwachten... nou ja, jij waarschijnlijk niet van Deb...” Oh, hoe waren zijn gedachten nou weer hier uitgekomen? Wat schoten ze daarmee op? Hij lachte toen zachtjes. “Ja, nee, natuurlijk, is ook zo. Ik was gewoon nieuwsgierig. Maak je geen zorgen, ik wou je niet koppelen – erewoord.” Stel je voor. "En inderdaad, veel te lastig." “Nog leuke dingen op de planning nu jullie de Kerst hebben overleefd?”
  11. [1837/1838]Between truth and everything else

    Understatements waren met Veritaserum op niet zo’n strak plan. Normaal gesproken zou Irwin een opmerking als dat ze gewoon last hadden gehad van wat communicatieproblemen namelijk heel wel kunnen waarderen, Schotse roots of niet, hij was nog altijd Engels genoeg om er gelukkig van te worden wanneer het niet nodig werd gevonden om je gevoelens van geluk of wat dan ook anders uit te drukken. Bovendien zou hij dan zich hebben kunnen bedenken waarom Yara gebruik maakte van de stijlfiguur, en zich daarin natuurlijk hebben kunnen inleven, want dit was nu eenmaal niet iets wat je graag zou uitspreken, dit was ook niet iets waar ze het nog veel over moesten hebben of toch in elk geval niet nu. Misschien als het iets minder vers was, iets minder akelig... maar momenteel, met de Veritaserum, had je geen besef van al dan niet dingen erin wrijven. Het enige wat je merkte was of iets waar was of onwaar, en vervolgens zou je daar een heel eerlijke reactie op moeten geven. Of je nou wilde of niet. Het erge was dat je nog wel kon registreren dat je het niet wilde. Irwin tenminste, op een heel abstracte, afwezige manier. Niet in eerste instantie, maar inmiddels had hij het zo vaak meegemaakt dat hij er kennelijk enige weerstand tegen op aan het bouwen was. Dus hij kon zien dat hij niets wilde zeggen, weten waarom hij niets wilde zeggen, en het dan toch nog eruit flappen. Vaak, met zijn moeder, kon hij er tegenwoordig voor zorgen dat hij alleen op directe vragen antwoord gaf. Vaak maar niet altijd. Vandaar dat ze dit aan het doen waren. Vandaar dat dit soms pijnlijk was. “Het was wel iets meer dan communicatieproblemen,” opinieerde hij derhalve. “Of anders een heel aparte manier van non-verbale communicatie.” I.e. Gif. “Maar je bent wel leuker dan Elisabeth Bennet... vind ik. Wat spannender.” Wat dan weer niets met het gif te maken had per se, maar het was wel waar, hij had Yara altijd spannend gevonden, op de een of andere manier of althans nooit saai... “Will terug,” antwoordde hij vervolgens redelijk direct, zonder er veel over na te moeten denken. Dat was niet bij hem opgekomen als hij sober was geweest, dan zocht je misschien zelfs onbewust iets minder confronterends, maar met de vloeistof in zijn aderen had hij geen ander antwoord als mogelijkheid gehad. De kriebel in zijn keel leek in vuur te veranderen met de tijd, en hij begon hard te hoesten, in een zakdoek.
  12. [1837/1838]Between truth and everything else

    Als Yara nou eens zou proberen om hem wel te vertellen wat er was, in plaats van doen alsof alles goed was en ondertussen vreselijk op haar nagels te zitten bijten, dan zouden ze misschien eens uit de spiraal komen waar ze elkaar zich vreselijk deden voelen. Echter, momenteel was Irwin niet genoeg bij om te merken hoe ze zich naar voelde. Hij had wel door dat het niet goed ging, maar er waren zoveel redenen waarom het niet goed zou gaan, dat hij de link niet onmiddellijk kon leggen, als zij er niet duidelijk over wilde zijn. Hij zat aan de Veritaserum elke dag, zij niet. Wat een opluchting was, want dat zou hij verschrikkelijk vinden, hun rollen omgedraaid. Hey, misschien was dat het. Hij raakte haar hand, glimlachte even vlug, kneep voorzichtig in haar hand maar wist niet wat hij nog moest zeggen. Praten was gewoon lastig soms... na een moordpoging en een wederzijdse liefdesbekentenis en oh ja daartussenin was hij ook nog even uit de kast gekomen, he. Vreemd, hoe iets dat hij zo lang en zo zwaar met zich mee had gedragen zo ontzettend was verbleekt naast al het andere. Ergens bijna grappig... En ja, de eerste keer dat hij iets had gedronken wat zij had gemaakt was hij doodsbang geweest, ergens, bang dat ze hem toch weer vergiftigd had, dat alles gelogen was geweest maar ook bang dat hij het nauwelijks meer erg zou vinden als bleek dat ze inderdaad gelogen had, dat ze hem echt dood wilde. Want als ze dat wou, dan had hij iets zo verkeerd gedaan met iemand van wie hij zoveel hield... dat hij het soort van verdiende. Of er althans niets meer op tegen had. “Het gaat echt prima, prinsesje,” lachte hij flauwtjes. “Heus. En het komt wel goed. Jij weet ook wat je doet.” Hij moest zijn vertrouwen in haar toch laten blijken? Misschien dat dat iets goeds zou doen... Toen alles goed was gegaan - oke, alles was niet goed gegaan, dus toen hij weer langzaam beter aan het worden was - had hij zichzelf gehaat om al die gedachten, zoveel dat hij bijna weer suïcidaal ervan had kunnen worden. Jeetje, wat hadden ze een fijne winter. “Bijdehandjes eten?” Hij lachte half. “Waar heb je die uitdrukking nou weer vandaan? Serieus, soms denk ik dat je het verzint zodat ik me oud... voel...” Toen echter zonk de Veritaserum zijn systeem pas goed in, en hij voelde die telkens toch weer verrassende helderheid die tegelijkertijd mistig was zijn brein in werken. “Ja... dat zou ik je nu toch wel vertellen,” sprak hij, de volledige waarheid overigens. “Ik denk Elizabeth Bennet? Die is ongeduldig en humoristisch en soms doet ze me erg aan jou denken. Maar ik weet niet hoe goed het zou werken.” Hij fronst. “Want ze lijkt op jou en dat heeft ook niet zo goed gewerkt... en verder vond ik altijd dat karakters in boeken tamelijk kleurloos bleven soms.” In een normaal gesprek had je nu een wedervraag, maar dit was Veritaserum.
  13. [1838/1839]Nou, bedankt, Yara

    “Wat lief, op die leeftijd,” vond Irwin met een lachje. “Daar mag je trots op zijn.” Wat eigenlijk een rare uitdrukking was, want Mat was daar sowieso trots op en wie was Irwin om hem te vertellen of dat wel of niet mocht? Maar ja, zo zat het nu eenmaal met uitdrukkingen. Ze waren vaak niet zo logisch. Aaaaaargh. Hij moest niet nadenken over dingen... “Toen ik acht was dacht ik denk ik nog dat dieren altijd gelukkig waren.” Toegegeven, hij had ook niet echt een Mat type ouder gehad die hem dat had kunnen vertellen. Thans houding tegenover dieren was mogelijk ingegeven door een lange jeugd tussen de midges, en Daphne was vrijwel panisch over alles wat haren of andere problematiek op haar kleden, trappen of kleren kon achterlaten. Eigenlijk was het maar bizar dat hij er zelf zoveel mee had. “Dreuzels ook, overigens.” Oeps. Die kant van zijn opvoeding probeerde hij er niet at random uit te flappen, de kant waar ze daar ongeveer de zelfde meningen en guidelines over hadden en ze waarschijnlijk net zo prettig eendjes als Dreuzels zouden voeren in het park. Ahem. Oh, dit ging echt zo goed weer. Mat leek ook oprecht blij met zijn suggestie terwijl hij het kleine katje kroelde, wat wel fijn was. Het was bij hem nooit heel gemakkelijk om in te schatten of hij iets leuk vond of niet, omdat hij van alles meer of minder comfortabel leek te worden vooral. Maar goh. Hij vond het wel oprecht leuk. “Maar gezellig als jullie mee komen trainen.” Hij liet er twee met een balletje licht spelen en deed heel even zijn ogen dicht. “Zijn er nog speciale dingen die je graag wil dat de kitten kan, of is het gewoon de standaard bescherming, richtingsgevoel, etcetera dingen? En knuffelen, natuurlijk.” Hij grijnsde. “Niet dat dat bij deze ukjes niet automatisch gaat, en ik zou het ze niet af willen leren... daar ben ik te egoïstisch voor, hoor.” Hij moest weer grinniken bij Mats beschrijving. “Ah ja, de wonderen van klassikale educatie. Ik kan wel helpen, als je wil? Als ze toch hier af en toe langskomt... anders geef je haar de Kneazle als beloning?” Van wat hij nog wist van zijn lesgeven kon je kinderen omkopen met alles. Wat maar goed was ook, want chanteren werkte niet. Daarvoor moest je vooruit kunnen denken, zie je. Hm, hij hoopte dat Mat niet wist hoe hij zich voelde, want het gevoel van bijna vermoord worden zou hij geen vrienden of vijanden aanraden, maar, oke. “Mm... ze gaan wel. Yara vindt die niet prettiger om mee om te gaan, eigenlijk, zeker niet met Kerst - haar moeder vertelt haar steeds dat ze minder moet eten, en vervolgens schept mijn moeder haar meer op, want die vindt iedereen chronisch te dun...” Wat dat betreft was het niet heel gek hoe knetter ze soms werd. “En ik kan er ook niet zo goed tegen.” Hij grimaste. “Wat ik meestal doe is dat ik telkens water bij de wijn doe, dan ineens loeiend kwaad word en het niet meer uit te leggen valt. Dus of dat nou een veel betere tactiek is... dat weet ik zo net nog niet. Of ik word heel koel en stuur haar naar haar kamer en dat ehm... niet mijn meest charmante move.” Hij humde. De kneazles klauwden enthousiast aan de onderkant van een gordijn waar het lichtbolletje in was verdwenen. “Denk je dat je ooit zou willen hertrouwen?”
  14. [1838/1839]Nou, bedankt, Yara

    Eigenlijk was het een slecht idee geweest, om bevriend te raken met Mat. En niet alleen omdat hij stiekem ontzettend leuk was en omdat Irwin toch wel beter zou moeten weten dan zichzelf een dergelijke aanhoudende verleiding toestaan - destijds, tenminste, alvorens hij wist dat zijn neiging tot liefde voor hetzelfde geslacht misschien niet eens zijn minst gezonde voorliefde was, gegeven dat zijn tweede poging inhield dat hij hopeloos verliefd was geworden op zijn bijna-moordenaresse. Ook en vooral omdat ze allebei te verschrikkelijk introvert, ongemakkelijk en onhandig waren om in staat te zijn om een bij benadering normaal menselijk gesprek gaande te houden. Ja, allebei. Want hoewel Mat nogal waardeloos was - no offence, buddy - kon Irwin het niet veel beter. Zie je, hij was primair een docent in zijn sociale interactie. Wat het niet echt tot sociale interactie maakte. Het was professionele interactie, en hij zette dat tragischerwijs overal op eenzelfde wijze in. Mats instinct wanneer geconfronteerd met het gevaar van een heuse conversatie was stotteren. Dat van Irwin was een les afsteken. Hij wist wel welke van de twee het doorgaans beter zou doen op dinner parties, hoor. Hij liet zowel Mats commentaar over kippenbouillon als over tapijten versus oneven hout een stille genadige dood sterven, naargelang hij meende de intense wens van de ander om die gespreksonderwerpen te laten varen te kunnen interpreteren uit zijn gezichtsuitdrukking en grote verhoging in stamelfrequentie, lachte zachtjes toen zijn vriend over de kittens begon. “Ja, had je gezegd,” knikte hij. “En natuurlijk mag ze er eentje uitkiezen. Ik wil ze nog twee maanden houden - ze zijn nog heel jong, hebben nog heel veel verzorging nodig en ook de basis training straks, anders heb je een wilde Kneazle en dat is link, hoor, niet voor jou of Deb, ze zijn heel loyaal, maar dan kun je nooit meer gasten uitnodigen...” Niet dat Mat dat nou vaak deed waarschijnlijk... ahem... maar het ging ook om zijn eigen reputatie en vergunningen voor Kneazles houden hier, he. En nog veel meer om zijn professionele trots. “Maar je kunt haar altijd meenemen om ehm. Kennis te maken en... ze mag meehelpen met oefenen enzo.” Hij glimlachte half. “Als jij denkt dat je haar kunt overtuigen dat ze er maar één mag, als ze het hele zooitje zo ziet.” Misschien dat dat met Debora niet eens zo moeilijk zou zijn. Dat was zo’n schattig, braaf engeltje. Erg Mat. Met die conclusie was hij wel blij te horen dat ze het naar haar zin had op school, want dat was met die karaktertrekken toch niet per se gegeven. Hoeveel hij er niet had moeten redden van hun jeugdige belagers in zijn paar jaar op Zweinstein... “Waarschijnlijk,” knikte hij. “Hoeveel gaan er eigenlijk naar die school?” Of hij de kerst had overleefd. Um. Ouch. “Ha. Net,” zei hij maar eerlijk, al zou eerlijkheid in dezen natuurlijk niet compenseren voor het verzwijgen van alle rest. “Was een beetje verschrikkelijk met mijn ouders en grootouders. En ik heb knallende ruzie gehad met Yara. Maar ‘t is wel weer bijgelegd nu.” Hij glimlachte half. “Soms is ze echt nog heel jong. Echt dat ontploffen nog.” Oh help. Dat had hij eigenlijk helemaal niet moeten zeggen, he? Dat zou ze vast niet leuk vinden. Maar Mat was z’n vriend, hij was hier met soep, zij was op de uni, en ze deed het er maar mee.
  15. [1837/1838]Between truth and everything else

    Derde week van januari 1838 “Oke, dus, een hogere dosis dit keer,” constateerde Irwin, en hij tikte met zijn toverstok tegen het zacht glanzende buisje vloeistof. Hij zat op de bank die hij sinds de vorige keer naar zijn kantoortje had verplaatst; sinds de vorige keer dat alles misging, tenminste, want de afgelopen keren was er telkens niets gebeurd wanneer hij zijn hernieuwde medicijnen met Veritaserum combineerde. Nu ja, niets, behalve dat hij wat beschamende antwoorden had gegeven op vragen van zijn lievelingsboek toen hij klein was tot de namen die hij aan puppy’s zou geven wanneer hij namen aan puppies zou moeten geven (Irwin was geen hondenmens, te gehoorzaam, te weinig eigen wil, maar dat was niet waar Yara naar had gevraagd, dus was hij heel beschamend onherroepelijk op de proppen gekomen met ‘Vlek’ en ‘Pluisje’. Wat? Het waren puppies, okay.) Normaal was het natuurlijk goed wanneer je reactie uitbleef bij het combineren van magische dranken, maar hier was het een beetje jammer, aangezien ze juist aan het aansturen waren op een reactie. Een vrij ernstige, bij voorkeur. Hij wilde niet dood... maar hij wilde zo dichtbij de dood komen dat zijn ouders het niet snel een tweede keer zouden durven proberen. Aangezien vooral zijn moeder nogal geïnvesteerd was betekende dat dat hij tamelijk drastische maatregelen zou moeten nemen. Er zat niets anders op. Tuurlijk, hij had geen zin om zichzelf in plaats van beter nog zieker te maken, om weer veel langer werk te missen, om weer nutteloos te zijn en afhankelijk en op alle verschillende banken in zijn huis te liggen. Om Yara’s vergiftiging nog eens dunnetjes over te doen. Herstellen van haar gif met het antigif was al knap waardeloos geweest. Drie dagen waarin hij vooral ziekjes en bleekjes als een kat in een hoekje op wilde krullen zonder menselijk contact. Oh ja, een kat met blauw haar. Kennelijk had het antigif zijn ingewanden schoon moeten borstelen. Comfort was niet de leidende prioriteit geweest. Dat snapte hij ook wel weer. Net als het gif was het antigif een briljant staaltje werk geweest. Beiden ook vrijwel onherleidbaar... behalve dat blauwe haar dan, maar haar kennende had ze daar wel iets op bedacht. Haar kennende had ze overal wel iets op bedacht. Hij vroeg zich ergens af of ze het antigif expres zo onprettig had gemaakt, destijds. Of ze hem er gewoon vooral niet gemakkelijk vanaf had willen laten komen. Het gif was opzettelijk ontzettend pijnlijk geweest... Hij had het niet gevraagd. En hij had het niet met haar gehad over het gevoel toen hij het antigif dronk... over die drie procent van zichzelf die ergens had gedacht dat hij daarmee zijn eigen doodsvonnis tekende. Dat het gewoon weer gif was. Allemaal een toneelstuk. Zijn moedwillige zelfmoord de kroon op haar tragedie. Het was maar drie procent... Maar drie procent die je geliefde verdacht van moorddadige intenties was toch net iets teveel. “Heb je er verder nog iets aan veranderd? Beetje magische gember had ik gedaan, ik denk dat dat zowel voor mijn longen goed werkt als niet zo goed met Veritaserum... hoop ik.” Hij had het er niet over gehad, vanwege die andere zevenennegentig procent. Die hem vertelde dat hij... misschien niet paranoide was, want ze had geprobeerd hem te vermoorden, en dat was hij nog niet vergeten. Maar wel wreed. Want het uitspreken zou haar kwetsen. Hij moest het laten gaan. “Goed, hier gaat ie...” Hij dronk het buisje leeg, deed even zijn ogen dicht. “Yuck.” Niet dat zijn oude medicijnen nou zo verrukkelijk waren geweest. Vervolgens pakte hij een shotglaasje Veritaserum en ging wat gemakkelijker zitten. “Cheers... to honesty...” Hij trok een mondhoek op en dronk het glaasje leeg.
×