Jump to content
  • Announcements

    • Theodore Whitford

      Nieuwe versie van het board!   09/23/17

      Hoi iedereen! Om te zorgen dat jullie allemaal veilig en probleemloos kunnen posten, is er af en toe een update nodig. We zijn nu overgegaan op versie 4.2, waardoor alles weer voor langere tijd goed zou moeten werken. Gaat er iets mis, laat het even weten! Liefs,   Sander

Irwin Foulkes-Davenport

IC Leraar
  • Content count

    326
  • Joined

  • Last visited

  • Days Won

    11

Irwin Foulkes-Davenport last won the day on August 6

Irwin Foulkes-Davenport had the most liked content!

About Irwin Foulkes-Davenport

OOC Profiel Informatie

  • Naam
    Annemarie

Recent Profile Visitors

365 profile views
  1. [1836/1837]In the twists and turns

    Had Irwin Yara nou zomaar voor hem laten inpakken? Um... Eerlijk? Het was hem niet opgevallen dat ze dat had gedaan. Wat vrij veel zei, want dat betekende dat hij niet was gaan zoeken naar de reden dat zijn kast steeds leger werd, zich niet af had gevraagd hoe ze in vredesnaam zo lang kon doen over het pakken van een koffer – het was ‘maar’ een maand, al was dit de enige context waarin hij ‘maar’ een correct woord zou vinden en misschien daar niet eens – en zelfs toen hij een boek kwijtraakte niet had gevraagd waar het heen was maar gewoon iets anders had gepakt, want... Want vragen waar het heen was zou hij in eerste instantie aan Cassy hebben gedaan, niet aan Yara, en Cassy probeerde hij zo min mogelijk te spreken. Omdat de enige manier waarop hij haar kon spreken was door haar rond te commanderen, en daar voelde hij zich geenszins comfortabel bij. Maar hij zou Yara nooit moedwillig gedwongen hebben om dat voor hem te doen. Dat was belachelijk. Hij had het nog niet gedaan, had anders morgen op de valreep wel wat dingen in een koffer gemikt, maar dat was niet om het op haar af te schuiven. Natuurlijk niet. Het was niet haar zaak hoe hij erbij liep (of, nu ja, dat was het wel maar daarover had Irwin nog niet afdoende nagedacht om ervan op de hoogte te zijn), niet haar verantwoordelijkheid of hij zijn spullen wel of niet bij zich had en zij zou niet moeten lijden onder zijn depressie. Deed ze wel, kon hij niet altijd voorkomen, maar hij probeerde het althans. Voornamelijk door aandacht aan haar te besteden, door momenten te nemen om haar echt te spreken of door kleine gebaartjes, zoals de taart en champagne en de ketting om van haar cijferlijst iets feestelijks te maken, door mee te gaan als ze iets wilde doen, door een boek of toverdrankingredienten voor haar mee te nemen als hij iets zag, of door wat te vragen en interesse te tonen in haar antwoorden. Hij deed dat alles, en heel actief. Zodra hij het niet meer actief deed, lette hij niet meer op en dan gebeurde er dus zoiets. Vanavond was echter voorlopig ook nog in het kader van wel iets actiefs doen. “Nee, nee, geen pony’s,” sprak hij quasi-verontschuldigend. “Is wel te regelen natuurlijk, als je belooft dat je er zelf voor zorgt, prinsesje.” Hij grijnsde. Yara leek hem niet zo’n pony type. “Nee, eh, het doolhof is af! Dus ik vroeg me af of je zin had een eindje te lopen.” Hij lachte haar wat ongelukkig toe. “Met een beetje geluk verdwalen we er echt en hebben we een goed excuus om morgen niet mee te gaan.”
  2. [1836/1837]In the twists and turns

    Eind juni – de avond voordat alle Foulkes-Davenports naar Canada gaan Dunfermline Het hele schooljaar – of wel, het halve schooljaar, want feitelijk was hij natuurlijk nog maar enkele máánden terug, zij het zonder twijfel goed gevulde en dieptrieste maanden waarin meer was veranderd en gebeurd dan hij normaal in een jaar moest accepteren en verwerken – had Irwin zich verheugd op teruggaan naar Dunfermline. Het was het enige voordeel van terugkomen geweest, daar weer intrekken, en had een indrukwekkend en niet geheel verklaarbaar positief effect op zijn humeur, om gewoon daar te zijn, zijn eigen dingen te kunnen doen, zijn eigen dieren te kunnen verzorgen en zich aan zijn eigen ritme te kunnen houden in zijn eigen omgeving, zonder al te veel rekening te moeten houden met anderen. Natuurlijk waren er altijd beperkingen, moest hij nog steeds regelmatig naar zijn ouders langs omdat ze anders bij hem kwamen, gaf hij nog altijd in Cambridge les... maar hij hield van deze plek, en stiekem was zelfs Irwin wel een beetje honkvast af en toe. Maar ja, zoals met alles in het leven van de Foulkes-Davenport tegen wil en dank was er natuurlijk mooi de klad in gekomen en was dit simpel, klein genoegen van in je eigen huis je eigen bestaan kunnen hebben netjes verpest en over de loop van de maanden betekenis verloren. De hoop dat Yara en hij elkaar meer ruimte zouden kunnen geven, hadden ze gedag moeten wuiven met de komst van Cassy, die daar of ze dat nou wilde of niet over zou rapporteren: en althans momenteel waren Yara en Irwin nog niet lang genoeg getrouwd dat twee slaapkamers alweer geaccepteerd zouden worden, dus dat was mislukt. Het idee van thuis zich niets aan hoeven te trekken van zijn familie en hun nare trekjes was ook met Cassy over de noorderzon verdwenen, want met haar kon hij buiten nare trekjes niet communiceren en ze was een levende, schuchtere herinnering, terwijl ze door zijn huis bewoog wat ze niet als het hare kon beschouwen, aan wat hij allemaal verkeerd had gedaan, aan wat er allemaal nog verkeerd kon gaan. En het idee dat op zijn minst nog een voordeel van op Zweinstein lesgeven was dat je drie maanden vrij had was naar de verdoemenis omdat ze een maand naar Canada moesten. Canada. Een maand. Irwin zag er als een berg tegenop. Maar Yara leek er wel zin in te hebben, haar eerste lange reis, en wie weet... Ze waren op dit punt in hun ‘relatie’ zover, dat hij haar dat best gunde. Al kon hij er waarschijnlijk dan ook weer niet veel voor doen. Hij vond haar aan het inpakken op de slaapkamer en glimlachte wat geforceerd. “Hey.” Inpakken, het was iets wat hij zo lang mogelijk had uitgesteld. Het kwam vast wel goed. Of niet. “Heb je even tijd? Ik heb een verrassing voor je.”
  3. [1835/1836] Everyone says YES to pie.

    Irwin kreeg wel dezelfde flashback, eerlijk gezegd, maar net als Yara besloot hij om er niets van te zeggen en haar er snel overheen te laten praten. Hij was het er niet helemaal mee eens: in zijn vakgebied moest je toch snel dicht op de lijn van dapper naar dom zitten, omdat... omdat als je niet heel goed was er vaak hele nare consequenties zaten aan lang in zijn vakgebied blijven; dus je moest zelfs dichter op die lijn zitten hoe minder talent je had. En zelfs als je wel goed was, hoor. Hij had ook nog hier en daar een maandje mank gelopen dan wel zicht in een oog verloren zo af en toe. ’t Hoorde er allemaal bij, en het was het waard, maar het was niet per se dat je bij Magische Biologie alleen maar bomen- en konijnenknuffelaars trof. Of, zowel, dan toch in elk geval van de soort die voor het moordkonijn van Monty Python niet eens per se een uitzondering zouden maken. (Referentie die Irwin niet weet – duh – maar ik wel en ik word er blij van, dus ssh.) Maar hij had geen zin in die discussie. Ze was ook over; Yara had toch althans dat stuk teruggenomen en hij vond dat genoeg. Dat ze het hem kwalijk nam dat hij het niet had kúnnen veranderen, dat was niets dan de waarheid en dus tamelijk zijn verdiende loon. Zo lang ze maar niet dacht dat hij het a. niet geprobeerd had of b en nog erger, dat hij het niet had gewild. Hij glimlachte. “Ik zal wat suikermuisjes voor hem halen, oké, nou goed?” Maar misschien dat hij de volgende keer meer dan alleen rode strepen in Richards paper aan zou brengen. Want hij was wél oprecht aardig af en toe, en hij wilde de arme jongen ook niet aan de drank helpen (niet dat daar bij studenten veel hulp voor nodig was, over het algemeen genomen). Hij wilde alleen liever niet dat het opviel. Hij was te jong begonnen met lesgeven om zijn reputatie van strenge docent prijs te durven geven en iedereens vriendje te willen zijn. Oké, dat laatste had niets met zijn relatieve jeugd te maken. “Volgens mij weet jij je cijfers even goed als ik,” lachte hij. “Afgezien van wat je gaat laten vallen heb je niets lagers dan een B. Als je dit nog eens doet in de zevende kan de Helersopleiding nauwelijks meer een probleem worden.” Hij viste een sieradendoosje uit zijn zak. “Alsjeblieft. Je hebt er zo hard voor gewerkt... ik ben blij voor je.” En vervolgens kuchte hij ongemakkelijk, want... Het moest niet opvallen, zoals gezegd.
  4. [1835/1836] Everyone says YES to pie.

    “Werkelijk? Watje,” merkte Irwin summier op, terwijl hij op de bank ging zitten en ook maar aan de taart begon (of verder ging, mijn hoofd is niet meer goed in mijn posts bijhouden, het doet er niet toe, punt was, hij nam taart en ze was lekker, ha, Cassy kon bakken, maar hij kon haar geen compliment maken natuurlijk en met een lichte steek voelde hij hoezeer hij daar al aan gewend begon te raken, dat hij het van tevoren bedacht en niet deed en dan naar haar niet begrijpende gezicht moest staren.) “Ik ga hem gewoon een B geven, hoor. B plus, misschien zelfs. Hij is de beste in zijn jaar.” En als Irwin een normale docent was dan zou dat genoeg zijn geweest voor een U, want zo hoorde die curve toch enigszins te gaan, maar, haha. Hij ging niet zijn standaarden aanpassen voor iets wat simpelweg gewoon niet zo’n fantastisch jaar was. U was voor Irwin ‘je hebt het beter gedaan dan ik zou doen’ en met louter ‘je hebt het gedaan zoals ik het zou doen’ kwam je niet weg. Gelukkig doceerde hij nu al zo lang aan de universiteit dat iedereen wist waar zijn cijfers voor stonden en konden studenten met een B in zijn vak overal in zijn vakgebied zonder vragen aan de slag. Hij was doorgaans ook niet te beroerd om dan juist weer een erg lovende referentiebrief te schrijven. “En ik weet ze allemaal,” wreef hij het er maar nog eens even extra in, want zoals misschien al gebleken uit het bovenstaande hield Irwin wel van plagen. “Wat denk je dat je laagste cijfer was?”
  5. [1835/1836] Everyone says YES to pie.

    Ergens had Irwin er stiekem super mee geboft dat Yara was wie ze was, met name met hoe preuts ze was. Want het was waar, dit werkte, en het was maar goed dat het niet iets was wat ze met gemak veel vaker zou inzetten. Dat ze vaker methoden zou gebruiken waarvan ze de effectiviteit kon bemerken nam hij simpelweg aan – zo was ze nu eenmaal, en dat was ook niet meer iets wat hij haar nog echt kwalijk nam tegenwoordig; dat zou hetzelfde zijn als hem kwalijk nemen dat hij graag las, of geen hondenmens was, of soms korte antwoorden gaf. Het was een onderdeel van zijn karakter, en dit was een onderdeel van haar karakter. Kwam natuurlijk ook nog eens bij dat ze wel móést kijken naar iets wat op hem werkte. Want hij hoefde niets van haar en zij had hem wel nodig. Maar, ehm, liever de smeekoogjes dan de omhelzingen, Yara, alsjeblieft. Niet dat hij haar dat ging vertellen natuurlijk. En dankzij haar karakter had hij geluk dat hij dat misschien ook niet zou hoeven te doen, want ze zou dit zelf ook niet veel proberen. Voorlopig had hij haar echter ook misschien al wel genoeg gepest. “Ja, U’s voor mijn vak zijn zeldzaam, hoor.” Oké, mogelijk nog niet helemaal genoeg gepest. “En wie weet, misschien heb ik wel taart gehaald zodat je je verdriet weg kunt eten.” Hij grijnsde. “Maar nee, goh, vanzelfsprekend ben je over, gek kind.” Hij kon zich ook niet echt voorstellen dat ze daar zich nou zorgen over gemaakt zou hebben. Overgaan op Zweinstein kreeg vrijwel iedereen voor elkaar. Je kon de ene helft van het jaar op de ziekenzaal liggen en de andere helft van het jaar in het Verboden Bos rondrennen en dan nog steeds gewoon netjes je examens halen. Maar Yara wilde er meer uit halen, wat hij heel goed snapte, zowel voor de trots als voor de verdere toekomst; en dat ze dan nerveus was, dat was dan op zich weer wel begrijpelijk. “Maar wat zou jij moeten doen om geen U te halen voor Toverdranken? Je kunt die dranken beter dan de docent.” In elk geval raakte Yara een stuk minder snel afgeleid. “En U’s zijn zeldzaam bij míj. Maar jij had mij niet. Richard vond je heel aardig, overigens – wat heb je gedaan?”
  6. Faceclaims

    Heath Ledger voor mijn nieuwe char Armand Foulkes-Davenport
  7. [1835/1836] Everyone says YES to pie.

    Wederom had Yara wel een beetje gelijk: hij wás benieuwd geweest naar haar cijfers. Gewoon, omdat hij veel met haar optrok, omdat hij wist dat ze een carriere als Heler ambieerde en dus hoge cijfers nodig zou hebben, zeker zo laat in haar Zweinsteinloopbaan; omdat hij wist dat ze zelf graag hoge cijfers zou halen, omdat ze haar trots had en omdat ze niet weer zou willen blijven zitten; omdat hij had gezien hoe veel ze eraan had gewerkt, alle dagen voor de examens en eigenlijk wel het hele jaar. Maar... ook wel een beetje omdat hij haar cijfers wilde weten voor... ja, oef, dat kon hij zelf ook eigenlijk heel moeilijk uitleggen, en hij had het ongelukkige vermoeden dat hij het antwoord niet wilde weten. ’t Was niet omdat het zijn investering was. Hij had haar af en toe geholpen met haar huiswerk, maar nou ook weer niet bijster veel; niet genoeg om te vinden dat hij in gebreke gebleven zou zijn, als haar cijfers niet naar wens waren. Was het omdat hij haar zag als heel slim, en omdat hij dat graag objectief bevestigd zou willen zien? Zou willen weten dat hij niet gewoon zich compleet op haar verkeek omdat ze zoveel op elkaars lip zaten? Of was het zijn eigen trots? Als hij dan met een piepjong studentje moest trouwen, dat het dan tenminste nog een slim studentje moest zijn? Dat zou er wel eens lelijk dichtbij in de buurt kunnen zitten en daar werd hij natuurlijk bepaald niet gelukkig van. Al was het wel ironisch. Hij hoorde te geven om wat Yara betekende voor zijn naam en reputatie en uiterlijke schijn naar de buitenwereld, dat was een van haar voornaamste functies als zijn vrouw, en hij had dat altijd belachelijk gevonden: maar in deze leek het dan toch wel weer ongeveer zo uit te pakken. Hier zou hij toch wel gezichtsverlies hebben geleden als hij met een dom blondje was getrouwd. Het was goed om van jezelf te weten wanneer je niet vriendelijk was, of niet was wie je wilde zijn. Al moest Irwin het misschien juist weer een beetje afleren. Ze sloeg haar armen om zijn middel en hij keek haar semi-geschokt aan, ondertussen registrerend hoe mákkelijk Yara de ‘alsje alsje alsje blieft’-ogen aan kon zetten. “Wel, ze zijn alletwee dezelfde,” zei hij met een lachje, terwijl hij zich subtiel uit haar armen losmaakte. “Wat dénk je dat je hebt?”
  8. [1835/1836] Everyone says YES to pie.

    Merlijn zij dank, Yara ging niet nóg een tandje verder in hun oplopende spel van uitdagingen, en Irwin was er zo opgelucht over dat hij meteen wist dat proberen haar te overtroeven een uitzonderlijk slecht idee was geweest, zulk een idee als hij maar beter nooit weer in de praktijk kon brengen. Het was fijn te weten – op een pijnlijke manier fijn te weten – dat ze het nog even eng of onaangenaam vond als hij, dat ze terug zou deinzen als hij naar voren stapte, want dat deed wonderen voor zijn gemoedsrust al vond hij het ondertussen ook gewoon nog altijd rot dat ze zich niet op haar gemak kon voelen in zijn buurt. Dat was nuttige informatie, in het kader van zijn poging om te vermijden dat ze hem weer zou kunnen betichten van een ‘volslagen gebrek aan enige interesse’. Maar tegelijkertijd wist je nooit hoe lang dat bleef en als het niet meer bleef dan had hij met vuur zitten spelen en zou hij zich ongetwijfeld branden. Ze had overigens wel gelijk, of liever, ze had geen gelijk maar goed gelijk kunnen hebben, want hij wás blij dat dit het laatste moment was dat hij zijn collega’s zag, en het laatste moment dat hij zich met zijn leerlingen bezig moest houden, voor drie maanden. Hij was het ronduit zat: op Zweinstein les gaan geven was niet zijn keuze geweest, maar het idee van zijn ouders en hoewel het bij de meeste van zijn ouders’ ideeën in het niet viel was hij nog steeds niet helemaal tevreden ermee. Tja. Het was gewoon niet zijn ding: lesgeven over de basis van alles, verplichte colleges waarbij je dus wist dat er mensen waren die er helemaal niet wilde zijn, en al die kléíne personen. Ukjes. Waar je op moest passen en die daadwerkelijk in zeven sloten tegelijk zouden lopen als je het niet deed. En waarschijnlijk nog door een Kappa verorberd zouden worden in die sloot, ook. Maar haar volgende gok was geheel en al correct: hij grijnsde breed. “Echt? Je wil niet op je rapport wachten? Staat wel chique hoor, een rapport. En ah, je lijst zag er aardig uit maar ik ben vást de helft alweer vergeten. Plus, die krabbels van Whitley kan toch niemand lezen."
  9. [1835/1836] Everyone says YES to pie.

    Inderdaad, Irwin had taart laten maken. Erger nog, hij had Cassy taart laten maken: met andere woorden, hij had haar daartoe opdracht gegeven, want op zijn verzoeken reageerde ze nog altijd niet. Zijn grootouders zouden trots op hem zijn. Dat was deels de reden dat hij het had gedaan; dat hij een tweede gesprekje met zijn opa en oma over of hij wel optimaal gebruik maakte van hun uitstekende afdankertje als het even kon wilde vermijden, en dat Cassy het nooit erg had gevonden om te bakken, dus als hij haar dan stomme taakjes moest geven, dan konden het maar beter taakjes zijn waarvan hij wist dat ze ze niet onprettig vond. Hij voelde zich er nog altijd rot over, maar dat was de situatie, en hij moest zich er maar naar buigen; zij zou dat in ieder geval doen, en hij wilde nooit meer de reden zijn dat ze bij zichzelf pijn of letsel moest veroorzaken. Dan was taart bakken stukken beter. Enneh, hij had zelf nooit kunnen bakken – je moest er te precies voor zijn en kwam er niet met ‘een handje van dit of dat’ en Cassy was erg goed. Dus het leverde ook gewoon betere resultaten op. En het was flut om dat te moeten erkennen, maar in zijn eigen hoofd kon hij er toch niet over liegen. Hoogstens kon hij zichzelf vertellen dat hij anders wel taart was gaan kopen. Hij kleurde bij Yara’s ‘aanbod’, wat feitelijk natuurlijk gewoon een regelrecht dreigement was, en wist zich even geen houding te geven, sneed daarom maar voor hen beiden een stukje taart af. Als hij nou minder zichzélf was, dan zou hij haar uitdagen, het teruggeven, haar in dezelfde lastige situatie plaatsen. Maar eh. Hij was zichzelf, bij gebrek aan andere opties. En hij wist hoe erg zij het zou vinden als hij dat deed. Aan de andere kant... Misschien moest zij daar ook maar weer even bij stilstaan. “Wel, je kunt het altijd proberen,” zei hij met een half lachje. Maar dat was toch te gemeen, dus hij ging snel verder, nippend van zijn champagne. “Of je zou natuurlijk gewoon kunnen raden. Wat denk je dat er te vieren zou zijn? Op dit punt in het jaar? Hoe vaak kom ik in zo’n goede bui weg van een lerarenvergadering?”
  10. [1835/1836] Everyone says YES to pie.

    ‘Waarom kon het nooit goed gaan’, had Yara gevraagd toen Irwin op zeer onsubtiele wijze haar had geïnformeerd dat ze spoedig gezelschap zouden krijgen, en wel in de vorm van zijn nichtje de bediende met de dwangspreuk op haar geest, en eigenlijk was Irwin het daar wel mee eens geweest. Het ging nooit lang goed bij hen. Ze hadden pieken, dalen, en heel af en toe een bijzonder momentje van rust: maar zelfs die begonnen te voelen als het aarzelen op de helling alvorens het verliezen van evenwicht en naar beneden beginnen te rollen, met alle butsen en blauwe plekken van dien. Soms letterlijk. Na Yara’s laatste smijtpartij had hij toch wel een paar dagen lang een beurse borst gehad. Enfin, hij was het dus eens met die analyse – meer dan eens, want in tegenstelling tot Yara kon hij de hoogte van de pieken en de diepten van de dalen ook geheel naar waarde inschatten aangezien hij doorgaans beter geïnformeerd was – en hij vond het naar, maar hij wist niet wat hij eraan kon doen. Derhalve had hij besloten om maar wat meer pieken te maken. En nee, hij was nog niet zo ver gevallen dat hij die pieken zou zoeken in het feit dat hun trieste huwelijk nu al twee maanden duurde. Daar had hij eigenlijk niet bij stilgestaan, en als hij het wel had gedaan, dan zou hij niet zeker weten of dat echt tot feestelijkheden uitnodigde. Maar waar dit wel over ging, dat konden ze zéker vieren. Daar was zij blij mee, onverdeeld, of zou ze zijn, en hij was blij voor haar. Ze kuste hem op zijn wang, en daardoor registreerde hij pas dat Cassy er was; hij was nog steeds heel wel in staat om dat compleet te vergeten, en Yara had hem ook al zo af en toe met een kuchje – en, op een laag moment, met een schop onder tafel – moeten herinneren. Zodra hij eenmaal bij stilstond werd hij echter wel beter inmiddels in er adequaat op reageren; hij veegde vlug een pluk haar achter het oor van zijn vrouw en glimlachte met iets wat voor liefde door zou kunnen gaan. Kort vroeg hij zich af of Yara het ook op die manier fakete: door te doen alsof ze bij een ander was. Julian. Niet aan denken. “Verrassingen? Ik? Ik zou niet durven,” zei hij grijnzend, terwijl hij de kurk liet ploppen en de champagne inschonk. Hij had eerst drie glazen willen schenken, maar... Ook niet aan denken. “Daar houd jij toch helemaal niet van.”
  11. [1835/1836]All the things I didn't want to do

    Op Yara’s vraag of ze nog altijd vrienden waren, knikte Irwin stilletjes naar het plafond. Vrienden. Het was waar, hij zag Yara meer en meer zo, en zij hem eveneens. Het was prettig, ergens. Hij kon wel een vriend gebruiken, en zeker een als zij. Het was een vreemde vriendschap – ze zouden waarschijnlijk geen vrienden zijn geweest als ze niet in elkaars buurt gedwongen waren. Nog helemaal losstaand van het leeftijdsverschil liepen ze ook gewoon erg uiteen in karakter, of toch althans in het karakter dat aan de oppervlakte naar buiten kwam (want stiekem hadden ze wel wat trekjes gemeen) maar Irwin was te zwijgzaam, te nerderig, te saai; en zij was te onoprecht, hij zou dat niet makkelijk gevonden hebben om mee om te gaan en, aangezien hij was wie hij was, zou hij geen extra moeite gedaan hebben, want zoveel behoefte aan sociale interactie had hij niet. Stiekem, met de kennis van nu, vond hij dat wel zonde. Hij was niet blij met hoe hij Yara kende, maar haar niet kennen was een gemis geweest. Haar woorden over zijn bloedende wang wuifde hij weg. Hij was een Fabeldierendocent, schrammen waren een vervangend CV in zijn vakgebied en hij kon zich er nou nooit zo over opwinden. Zeker niet met het oog op alle andere moeilijke problemen die nog voor hen in het verschiet lagen. “Oh, Canada,” kreunde hij zachtjes. “Ik had daar compleet niet over nagedacht.” Zij duidelijk wel. Misschien omdat ze wat beter over dingen nadacht, maar waarschijnlijk voornamelijk omdat ze hiermee gewoon nog steeds heel erg in haar maag zat. Dat vond Irwin flút, maar nu hij niet meer kwaad was moest hij natuurlijk ook wel inzien dat er enige logica in zat. Hij was inmiddels wat comfortabeler, maar dat was ook omdat hij wist dat er niets ging gebeuren tussen hen. Omdat het van hem afhankelijk was. Yara... Yara had, ondanks zijn woorden, ondanks de vele keren dat hij haar verteld had dat hij niets ging doen wat zij niet wilde, dat nog steeds niet helemaal geaccepteerd. Dus zij vond het nog steeds van hém afhankelijk. En ze kon niet in zijn hoofd kijken. Mocht ze verder blij mee zijn, overigens. Zijn hoofd was ronduit ongezellig. Hij knikte aarzelend. “Ik zal het je... vertellen.” Hij beet op zijn lip. “Het is alleen, het leek me... de enige mogelijke oplossing.” Dus in hoeverre het dan nog overleggen mocht heten wist hij niet zo goed. “Wel vriendelijk zijn tegen Cassy, oké? Het is haar schuld ook niet.”
  12. [1835/1836]All the things I didn't want to do

    Julian noemen was laag geweest. Julian noemen aan de hand van zijn professie, in plaats van zijn naam, lager. En ten dele had hij het louter gedaan om haar te kwetsen, misschien zelfs om haar te herinneren hoe vaak hij haar serieus had genomen, hoe vaak hij zijn boosheid ondergeschikt had geacht aan haar behoeften. Zelfs – hij zou het niet van zichzelf uitsluiten, hij was zich erg bewust van de minder aangename scherpe randen aan zijn karakter – had hij haar mogelijk willen tonen met wie ze hem vergeleek. Maar ook, Julian was gewoon in zijn gedachten aanwezig geweest vandaag, Yara en Julian en het alternatief. Hij had haar weg moeten sturen. Toen, met Julian op zijn tapijt en haar roodomrande ogen, had hij moeten zien wat dit was: haar kans om niet in deze familie te horen, ten koste van het verliezen van de hare weliswaar, maar desondanks, haar kans op ongevaarlijk geluk. Ze had het zelf niet gewild, maar dat was omdat ze zich geen voorstelling kon maken van wat dat op haar pad zou brengen, omdat ze dacht dat ze dat niet zou kunnen, bestaan in iets anders dan de makkelijke wereld die ze al haar hele leven kende. Maar Irwin was er geweest, en hij wist dat ze er prima haar weg zou vinden. Ze was slim, gedreven, magisch getalenteerd en zo moeilijk was die wereld nou ook weer niet... niet erger dan deze. En zij had het niet gewild, maar in hoeverre moest hij daar rekening mee houden? Als het hem toch niet lukken zou? Hij was verbaasd toen ze binnenkwam, verbaasder nog toen ze zachtjes, aarzelend sprak in plaats van hem weer woedend begon te bekogelen, en al helemaal perplex toen ze naast hem kwam liggen en een, zij het voorzichtige, arm om hem heen sloeg. Yara raakte hem nóóit aan. Niet vrijwillig, of toch althans niet bij bewustzijn of zonder bijbedoelingen, de bijbedoelingen dat het bij haar theaterstukje paste. Het theaterstukje waartoe hij haar nu voorgoed veroordeeld had. En al even verrassend als haar aanraking was dat hij het eigenlijk niet erg vond. Hij had normaal even weinig behoefte eraan als zij kon hebben, maar dit... dit was wel... lief. Hoe volwassen ze nu wel niet was, compleet tegenovergesteld aan zonet. En aan hem, momenteel. Hij boende met zijn mouw het bloed op zijn wang weg en humde zachtjes. “Insgelijks.” Hij zuchtte, en draaide zich een beetje om, zodat hij op zijn rug lag en haar half aan kon kijken; of ze haar arm liet liggen liet hij aan haar. “Sorry. Ik wou dit écht niet.” Hij ontmoette kort haar blik. “En het verandert niets. Wat ons betreft. Dat beloof ik je.” Meer wilde hij niet uitspreken, maar dit meende ook hij wel. “Ik weet niet precies wanneer ze komt, voornamelijk, en ik dacht, zo kunnen we misschien al even oefenen. Cassy is een Snul – misschien dat er een magische manier is om een grens in het bed te maken, die zij niet zou kunnen merken?” En waarvan ze ook niet genoeg zou merken dat een luisterende tovenaar het zou kunnen interpreteren.
  13. [1835/1836]All the things I didn't want to do

    “Je doet maar,” mompelde Irwin, al wist hij ook wel dat Yara dat door de deur niet per se zou kunnen horen: na zijn oorspronkelijke woede kon hij nu echter niet langer de energie opbrengen om verder te schreeuwen. Het was pijnlijk, want het was net weer beter aan het gaan, en ook toen het niet goed was gegaan had hij gehoopt dat hij voor haar háát niet gekwalificeerd zou hebben; maar het was niet pijnlijker dan haar eerdere woorden, dan het idee dat ze hem hier nog steeds niet mee vertrouwde, dat ze nog steeds dacht dat hij op dit gebied meer van haar zou willen dan zij geven wou. Ja, ze waren pas kort getrouwd en ja de liefdesdrank was nog korter geleden, maar hij begon toch het gevoel te krijgen dat dit iets was wat hij niet goed kon doen, wat ze niet ging geloven, wat hij ook deed. Nu snapte hij dat ergens ook wel, want je kon geen negatief standpunt bewijzen – hij had het tot nog toe niet gedaan maar dat was alleen maar waar tot het tegendeel werd bewezen – maar het bleef een ongelooflijk onprettig gevoel. Ah, ze haatte hem momenteel toch niet meer dan hij zelf presteerde. Al zaten er bij Yara wel wat meer consequenties aan verbonden, want het volgende moment stormde ze de slaapkamer – nu echt hun slaapkamer – alweer uit en begon hem te bekogelen. Hij was opgestaan toen ze binnenkwam, waarom, dat wist hij ook niet precies, en kreeg een boek hard tegen zijn borst en een fotolijst onder zijn linkeroog. De knuffel was nog te overzien, in dat licht. Ietwat duizelig van de harde klap van het boek ging hij zitten, en haalde een vinger langs zijn bloedende wang. Deja vu was zogezegd aanwezig. Maar in tegenstelling tot de vorige keer was zij niet het meest gebroken van hen tweeën, niet nu, en in tegenstelling tot de vorige keer kon noch wilde Irwin dus zijn eigen pijn achter stellen en vooral kijken wat hij voor haar kon doen. Hij probeerde altijd te kijken wat hij voor haar kon doen. En hoewel hij dat op zich prima vond, want hij voelde zich schuldig en voor zichzelf kon hij sowieso weinig betekenen, zat het er vanavond gewoon een keertje niet in. “Je serieus nemen moet je verdienen. Als je eerste gedachte is als ik je iets vertel dat het wel aan mij gelegen zou hebben, aan mijn gebrek aan ruggengraat of aan mijn mannelijke behoeften, nou, príma, maar dan hoef ik geen rekening met je te houden.” Hij stond op – te snel, lichtjes flikkerden voor zijn ogen – en drukte de knuffel in haar handen. “Ga dan maar. Voor mijn part ga je kijken of je hoertje je nog terug wil hebben. ’t Is mij bést.” Ditmaal liep hij naar de slaapkamer, om daar op het bed neer te ploffen. Maar niet alvorens hij onderwijl de oude foto van zichzelf in diens inmiddels kapotte lijst in de prullenbak had weggegooid.
  14. [1835/1836]All the things I didn't want to do

    Momenteel, zoals misschien al was opgevallen, was Irwin niet erg blij met zichzelf, noch had hij een erg hoge pet op van zijn kwaliteiten; minder nog dan normaal, want wat hij was had geresulteerd in waar hij was en waar hij was was ergens waar hij nooit meer wilde zijn, maar erger dan nooit meer weg zou kunnen komen. Desondanks, een gebrek aan dapperheid, of ruggengraat, was er niet een dat hij nou zo direct bij zichzelf zou herkennen. Evenmin was het een mankement wat hij zelf snel tot zijn grootste tekortkomingen zou rekenen. Hij was altijd tamelijk dapper geweest, terugkijkend op zijn leven tot nu toe: dapper vanaf het moment dat hij doorvroeg toen zijn moeder ‘Irwin, houd op’ zei tot het moment dat hij met de gewenste studie stopte, dapper van het moment dat hij op andermans verzoek zijn huwelijk in het water liet vallen tot het moment dat hij niets vroeg en niets zei en het hele zooitje in stilte gedag en tot nimmer meer ziens wenste. Als je het zo beschouwde, had hij misschien juist af en toe minder dapper moeten zijn. Want dapperheid lag dicht bij domheid, en het had vrijwel altijd nadelige consequenties voor hem gehad. En, aangezien hij een Foulkes-Davenport was en bleef, had het vaak nog minder aangename consequenties voor anderen. Desondanks, eigenlijk zou het hem niet per se zo hoeven te steken als Yara die karaktertrek niet bij hem had kunnen ontwaren. Want hij had haar over alles veel te weinig verteld, en hij was er dus niet direct beter op geworden, en sowieso was het op dit moment zo broodnodig dat iemand kwaad was op hém in plaats van op de onschuldige omstaanders dat hem uitschelden, zelfs al was de basis niet accuraat, eigenlijk gewoon paste binnen het grotere geheel van de semi-rechtvaardige wereld. Niet dat hij daar nog in geloofde, maar het ging om het idee. Oh, ja, en zoveel gaf hij nou ook weer niet om Yara’s mening over zijn persoonlijkheid, toch? Wat wist zij er nou helemaal van. En wat kon het hem schelen. En toch was het kwetsend. Maar bij lange na niet zo kwetsend als haar volgende commentaar. “Wat, ik...” Hij verbleekte bij haar woorden, schoot overeind. “Oh, ja, ik geniet van niets zo als je handje kunnen vasthouden! Babysitten op mijn werk én in mijn privéleven is echt een uitgekomen droom,” riep hij kwaad naar de deur. “Wat een grootheidswaanzin weer. Maar ja, wat had ik van een prinsesje ook anders verwacht.”
  15. [1835/1836]All the things I didn't want to do

    3... 2... 1... en Yara schoot in prinsessenmodus. Of kleutermodus: het leek verdacht veel op de ‘nee nee nee’ fase waar de meesten zo rond hun derde, vierde toch wel doorheen groeiden. Irwin glimlachte ietwat bitter en leunde wat luier onderuit op de bank. Hij was het met haar eens. Het wás onhandig, het wás nergens voor nodig, het wás een inbreuk op hun privacy, die van haar, die van hem en die van hen gecombineerd voorzover dat logisch was. Hij wist hoe vervelend Yara dit zou vinden, wist dat hij het zelf in normale omstandigheden minstens zo vervelend vond en nu nog veel erger, want Cassy was ook nog eens totaal onbetrouwbaar. Dat nam hij haar niet kwalijk, hoe zou dat kunnen, het was zijn eigen stomme schuld, maar het was wel zo. Ze zouden hun volledige toneelstukje op moeten houden in haar buurt – ze wist al teveel over hem en Yara, en als hij haar minder had verteld was ze misschien minder in de problemen gekomen. Ze ging ontzettend in de weg zitten voor alles waar hij en Yara waarde aan hechtten. En hoewel hij zou kunnen beargumenteren dat het niet in zijn handen was geweest, dat hij er niets aan had kunnen doen, was dat natuurlijk niet volledig waar. Ten eerste had hij zich aan de regels van zijn grootouders kunnen houden, harteloos en verstoken van rede als ze waren, en dan zouden ze alledrie ongestoord met hun leven verder kunnen. Achteraf gezien was dat beter geweest. Vooraf gezien... hij had echt niet verwacht dat zijn grootouders het zo erg zouden vinden als Cassy wat leren en schrijven bijschroefde, en hij dacht nog steeds niet dat dat het voornaamste probleem was geweest. Het voornaamste probleem was dat hij dat gedaan had omdat hij haar mocht, en dat hij haar over de correspondentie heen meer was gaan mogen. Dat ze een band hadden gezien die ze zorgelijk vonden. En die ze dus maar direct in hun voordeel hadden laten uitwerken. Want dat was de tweede, vanzelfsprekend. De tweede reden dat hij hier iets aan had kunnen doen. Dat het geen verplichting was geweest om Cassidy in huis te nemen, dat dat zijn keuze was geweest – al had het dat nooit moeten zijn, niet louter. Maar... hij had het niet over zijn hart kunnen verkrijgen haar op straat te laten gooien, hij had haar willen helpen. Wel, hij had haar geholpen. Van de regen in de drup. “Nee, dat was totáál niet bij me opgekomen,” sprak hij spottend, Yara ongeduldig aankijkend. “Denk je dat ik-“ hier een keus in had, had hij willen zeggen, maar het zat te dichtbij liegen – “dit een fantastisch plan vond? Dat ik het had gedaan als het anders had gekund? Het is een voldongen feit voor mij en als zodanig geef ik het aan je door.”
×