Jump to content

Irwin Foulkes-Davenport

Magisch Verbond
  • Content count

    481
  • Joined

  • Last visited

  • Days Won

    16

Irwin Foulkes-Davenport last won the day on September 7

Irwin Foulkes-Davenport had the most liked content!

About Irwin Foulkes-Davenport

  • Rank
    People are particularly stupid today, I can't talk anymore

OOC Profiel Informatie

  • Membergroups
    MV
  • Naam
    Annemarie

Recent Profile Visitors

760 profile views
  1. [1838/1839]Nou, bedankt, Yara

    Eigenlijk was het een slecht idee geweest, om bevriend te raken met Mat. En niet alleen omdat hij stiekem ontzettend leuk was en omdat Irwin toch wel beter zou moeten weten dan zichzelf een dergelijke aanhoudende verleiding toestaan - destijds, tenminste, alvorens hij wist dat zijn neiging tot liefde voor hetzelfde geslacht misschien niet eens zijn minst gezonde voorliefde was, gegeven dat zijn tweede poging inhield dat hij hopeloos verliefd was geworden op zijn bijna-moordenaresse. Ook en vooral omdat ze allebei te verschrikkelijk introvert, ongemakkelijk en onhandig waren om in staat te zijn om een bij benadering normaal menselijk gesprek gaande te houden. Ja, allebei. Want hoewel Mat nogal waardeloos was - no offence, buddy - kon Irwin het niet veel beter. Zie je, hij was primair een docent in zijn sociale interactie. Wat het niet echt tot sociale interactie maakte. Het was professionele interactie, en hij zette dat tragischerwijs overal op eenzelfde wijze in. Mats instinct wanneer geconfronteerd met het gevaar van een heuse conversatie was stotteren. Dat van Irwin was een les afsteken. Hij wist wel welke van de twee het doorgaans beter zou doen op dinner parties, hoor. Hij liet zowel Mats commentaar over kippenbouillon als over tapijten versus oneven hout een stille genadige dood sterven, naargelang hij meende de intense wens van de ander om die gespreksonderwerpen te laten varen te kunnen interpreteren uit zijn gezichtsuitdrukking en grote verhoging in stamelfrequentie, lachte zachtjes toen zijn vriend over de kittens begon. “Ja, had je gezegd,” knikte hij. “En natuurlijk mag ze er eentje uitkiezen. Ik wil ze nog twee maanden houden - ze zijn nog heel jong, hebben nog heel veel verzorging nodig en ook de basis training straks, anders heb je een wilde Kneazle en dat is link, hoor, niet voor jou of Deb, ze zijn heel loyaal, maar dan kun je nooit meer gasten uitnodigen...” Niet dat Mat dat nou vaak deed waarschijnlijk... ahem... maar het ging ook om zijn eigen reputatie en vergunningen voor Kneazles houden hier, he. En nog veel meer om zijn professionele trots. “Maar je kunt haar altijd meenemen om ehm. Kennis te maken en... ze mag meehelpen met oefenen enzo.” Hij glimlachte half. “Als jij denkt dat je haar kunt overtuigen dat ze er maar één mag, als ze het hele zooitje zo ziet.” Misschien dat dat met Debora niet eens zo moeilijk zou zijn. Dat was zo’n schattig, braaf engeltje. Erg Mat. Met die conclusie was hij wel blij te horen dat ze het naar haar zin had op school, want dat was met die karaktertrekken toch niet per se gegeven. Hoeveel hij er niet had moeten redden van hun jeugdige belagers in zijn paar jaar op Zweinstein... “Waarschijnlijk,” knikte hij. “Hoeveel gaan er eigenlijk naar die school?” Of hij de kerst had overleefd. Um. Ouch. “Ha. Net,” zei hij maar eerlijk, al zou eerlijkheid in dezen natuurlijk niet compenseren voor het verzwijgen van alle rest. “Was een beetje verschrikkelijk met mijn ouders en grootouders. En ik heb knallende ruzie gehad met Yara. Maar ‘t is wel weer bijgelegd nu.” Hij glimlachte half. “Soms is ze echt nog heel jong. Echt dat ontploffen nog.” Oh help. Dat had hij eigenlijk helemaal niet moeten zeggen, he? Dat zou ze vast niet leuk vinden. Maar Mat was z’n vriend, hij was hier met soep, zij was op de uni, en ze deed het er maar mee.
  2. [1837/1838]Between truth and everything else

    Derde week van januari 1838 “Oke, dus, een hogere dosis dit keer,” constateerde Irwin, en hij tikte met zijn toverstok tegen het zacht glanzende buisje vloeistof. Hij zat op de bank die hij sinds de vorige keer naar zijn kantoortje had verplaatst; sinds de vorige keer dat alles misging, tenminste, want de afgelopen keren was er telkens niets gebeurd wanneer hij zijn hernieuwde medicijnen met Veritaserum combineerde. Nu ja, niets, behalve dat hij wat beschamende antwoorden had gegeven op vragen van zijn lievelingsboek toen hij klein was tot de namen die hij aan puppy’s zou geven wanneer hij namen aan puppies zou moeten geven (Irwin was geen hondenmens, te gehoorzaam, te weinig eigen wil, maar dat was niet waar Yara naar had gevraagd, dus was hij heel beschamend onherroepelijk op de proppen gekomen met ‘Vlek’ en ‘Pluisje’. Wat? Het waren puppies, okay.) Normaal was het natuurlijk goed wanneer je reactie uitbleef bij het combineren van magische dranken, maar hier was het een beetje jammer, aangezien ze juist aan het aansturen waren op een reactie. Een vrij ernstige, bij voorkeur. Hij wilde niet dood... maar hij wilde zo dichtbij de dood komen dat zijn ouders het niet snel een tweede keer zouden durven proberen. Aangezien vooral zijn moeder nogal geïnvesteerd was betekende dat dat hij tamelijk drastische maatregelen zou moeten nemen. Er zat niets anders op. Tuurlijk, hij had geen zin om zichzelf in plaats van beter nog zieker te maken, om weer veel langer werk te missen, om weer nutteloos te zijn en afhankelijk en op alle verschillende banken in zijn huis te liggen. Om Yara’s vergiftiging nog eens dunnetjes over te doen. Herstellen van haar gif met het antigif was al knap waardeloos geweest. Drie dagen waarin hij vooral ziekjes en bleekjes als een kat in een hoekje op wilde krullen zonder menselijk contact. Oh ja, een kat met blauw haar. Kennelijk had het antigif zijn ingewanden schoon moeten borstelen. Comfort was niet de leidende prioriteit geweest. Dat snapte hij ook wel weer. Net als het gif was het antigif een briljant staaltje werk geweest. Beiden ook vrijwel onherleidbaar... behalve dat blauwe haar dan, maar haar kennende had ze daar wel iets op bedacht. Haar kennende had ze overal wel iets op bedacht. Hij vroeg zich ergens af of ze het antigif expres zo onprettig had gemaakt, destijds. Of ze hem er gewoon vooral niet gemakkelijk vanaf had willen laten komen. Het gif was opzettelijk ontzettend pijnlijk geweest... Hij had het niet gevraagd. En hij had het niet met haar gehad over het gevoel toen hij het antigif dronk... over die drie procent van zichzelf die ergens had gedacht dat hij daarmee zijn eigen doodsvonnis tekende. Dat het gewoon weer gif was. Allemaal een toneelstuk. Zijn moedwillige zelfmoord de kroon op haar tragedie. Het was maar drie procent... Maar drie procent die je geliefde verdacht van moorddadige intenties was toch net iets teveel. “Heb je er verder nog iets aan veranderd? Beetje magische gember had ik gedaan, ik denk dat dat zowel voor mijn longen goed werkt als niet zo goed met Veritaserum... hoop ik.” Hij had het er niet over gehad, vanwege die andere zevenennegentig procent. Die hem vertelde dat hij... misschien niet paranoide was, want ze had geprobeerd hem te vermoorden, en dat was hij nog niet vergeten. Maar wel wreed. Want het uitspreken zou haar kwetsen. Hij moest het laten gaan. “Goed, hier gaat ie...” Hij dronk het buisje leeg, deed even zijn ogen dicht. “Yuck.” Niet dat zijn oude medicijnen nou zo verrukkelijk waren geweest. Vervolgens pakte hij een shotglaasje Veritaserum en ging wat gemakkelijker zitten. “Cheers... to honesty...” Hij trok een mondhoek op en dronk het glaasje leeg.
  3. [1838/1839]Nou, bedankt, Yara

    Oh ja, de vakantie in Rome. Het was hun standaard smoes, Yara’s manier om hem dood te maken zonder dat iemand het door zou hebben, die ze nu hadden afgesproken te gebruiken om ervoor te zorgen dat hij kon herstellen zonder dat iemand het door zou hebben. Overwerkt en vervolgens in de vakantie te weinig rust genomen en zijn medicijnen een paar dagen vergeten. Wat stom weer, hoe ontzettend Irwin. Zulk een verstrooide professor de hele tijd. En dat had dan nog niet eens iets gezegd over hoe stom het wel niet van hem was geweest om zichzelf uberhaupt te vergiftigen die jaren geleden, want anders zou hij nooit zo ziek zijn geweest. Irwin had het rustig aangehoord in de verwijten van zijn moeder, de preek van zijn vader, en zelfs het beterschapskaartje van Connor, zijn vriend en Yara’s leraar, die Yara kennelijk op haar eerste dag van school weer netjes had uitgehoord over haar echtgenoot. Hij had het aangehoord en hij ging het niet ontkennen, maar het stak wel. Want dit had nou een keertje niet aan hem gelegen. En ja, het alternatief was erger, maar dat maakte dit niet prettig. En hetzelfde gold voor liegen tegen Mat. Technisch gezien had Irwin dat natuurlijk niet gedaan – je zou in zijn schrijven niets vinden over wanneer ze in Rome waren geweest, en dingen over de stad zelf waren niet echt gelogen, maar het was er zo dicht tegen aan dat de onderscheiding niet langer relevant was voor wie dan ook behalve advocaten en Foulkes-Davenports. En dat wist Irwin ook wel, en het voelde niet goed. Het liefst zou hij niet liegen tegen de paar mensen die hij vertrouwde, oprecht mocht, de paar mensen waarbij hij eigenlijk beter zou willen doen. Daar had hij al teveel ervaring mee. Hij had altijd al tegen zoveel mensen moeten liegen... Maar er zat weinig anders op. Niet liegen was te gevaarlijk. Voor Yara, vooral, die naar de gevangenis zou moeten wanneer duidelijk werd wat er was voorgevallen, de gevangenis of een gesticht; maar ook voor Irwin, die eigenlijk al jaren geleden naar een gesticht had gemoeten natuurlijk en wiens ouders niet onder de indruk zouden zijn van een discussie over hoe hij een perfect meiske in een moordenares had weten te veranderen. Stom weer, Irwin. Verstrooide professor. Onmogelijke zoon. Toch, als Mat hier dan vervolgens stond met soep... Dan was z’n schuldgevoel ineens wel heel aanwezig. “Oh, dat klinkt wel ontzettend lekker. Veel lekker dan Lindi’s vijftien variaties op kippenbouillon.” Hij kwam weer bij de bank, moest de kitten weer uit de weg duwen want die was op een kussen gaan zitten waar Irwin zelf zat, moest toen even op adem komen. “Dat tapijt... beetje een crime. Aan de andere kant val je er wel zacht op.” Hij glimlachte, wreef over zijn voorhoofd, liet fluffy koffie met koekjes voor Mat aan komen vliegen en thee voor zichzelf. Melk was te vullend. Dan kwam er straks niets meer van soep en mascarpone. “En ja... Het is een net gevonden nestje, eergisteren. Ze zijn nog heel jong, kunnen nog bijna niks zelf.” Hij trok een wenkbrauw op naar de Kneazlekitten die over de rugleuning probeerde te klauteren maar er verstrikt in raakte. “Zoals gedemonstreerd.” Hij geeuwde, nam een slokje thee. “Fijn dat ze het naar haar zin had. Zij vindt het niet te druk? Wat hebben jullie allemaal gedaan? En ja, ik word wel beter, hoor. Ha. Je had me vorige week moeten zien.”
  4. [1837/1838]To move beyond

    “Nee, valt wel mee,” schudde Irwin zijn hoofd, eerlijk, een beetje ongemakkelijk. Hij had verwacht dat het moeilijker zou zijn, maar het foto’tje dat hij had van Will was er slechts een van de duizend mentale op zijn netvlies. “Ik denk toch vaak genoeg nog aan hem.” Wat Yara in al haar jaloezie vast niet zo geweldig vond om te horen, maar ja. Het bleef de waarheid en hij had zich voorgenomen om minder tegen haar te liegen, maar ook om minder voor haar te verhullen of verdraaien. Het was een Foulkes-Davenport trekje, om nooit direct te liegen. Vroeger hadden ze gedacht dat ze daardoor magie verloren. Echter, het was natuurlijk ook een Foulkes-Davenport trekje om vervolgens alles behalve liegen tot de max te doen. En hoewel het altijd duidelijk was geweest, was het voor Irwin wel inmiddels nog wat duidelijker geworden, met hoe de afgelopen maanden waren gegaan. Eerlijkheid was hem afgedwongen of geen optie geweest, maar hij zou het ook niet graag hebben gewild. Inmiddels... inmiddels was hij overstag. Want wat ze ook de afgelopen tijd hadden gedaan, zo kon het in elk geval niet door. Wat betekende dat haar volgende vraag nogal pijnlijk was voor hem en ook vooral voor haar. “Ik mis ’t gevoel van veiligheid. Van vanzelf genoeg zijn.” Hij glimlachte wat bedroefd, omdat hij geen ander antwoord had kunnen geven. Dat was wat hij het meeste miste aan Will, de vanzelfsprekendheid, het simpele, het vergevingsgezinde. En dat was ook iets wat hij bij Yara nu eenmaal niet kon vinden. Of althans niet nu. Vergevingsgezind, veilig, en vanzelf genoeg... ze was nu eenmaal veeleisend, ze was nu eenmaal wraakzuchtig en impulsief, en op dit moment vielen die karaktertrekken niet te ontkennen. Hij vond ze ook niet altijd erg, als ze niet leidden tot zijn vergiftiging vond hij ze niet zo erg. Maar het maakte het wel anders. Hij lachte. “Wat vind je van... apart in bad... en daarna samen in bed?” Hij stal haar de hele tijd, dan ging zij met een boek bij hem liggen en hij met een boek in slaap vallen, en hij voelde zich er niet eens meer zo schuldig over. Het was goed voor hen allebei. Samen in bad, dat zag hij gewoon nog echt niet zitten. Het leek bovengemiddeld claustrofobisch en bovendien was hij momenteel niet echt... eh... Hij was ziek, oke, hij voelde zich niet in shape. Ook Irwin kon onredelijk ijdel zijn. Hij knikte ditmaal. “Het zal moeten.” Hij vertrouwde het nog niet helemaal. Hij wilde het niet. Maar hij was te ziek, zou te ziek blijven, en had haar nodig. En... hij wilde niet een leven in waar hij elk kopje moest wantrouwen. Of elk ander huishoudelijk middel. Want eten en drinken was cliché, kennelijk. “Zie je, sinds ik terug ben... vanwege Will... geven m’n ouders me Veritaserum. En dat was balen maar oké, maar op dit moment... nu... nu kan het echt niet meer.” Hij zuchtte. “Terug naar het huis? Starten?” Maar voordat hij dat deed en er zijn adem weer aan kwijtraakte, kuste hij haar nogmaals met alles wat hij op dit moment had.
  5. [1838/1839]Nou, bedankt, Yara

    Tweede week januari - ik weet het, ik weet het. Dunfermline Nou, Yara was weer naar school. Ahem, universiteit natuurlijk, pardon. Ze had geen dag gemist, en hoewel ze duidelijk en haast aandoenlijk haar best had gedaan om haar geluk en tevredenheid daarover niet al teveel te laten blijken, had zelfs zij die toch niet helemaal overtuigend kunnen verstoppen. Een heleboel kon ze goed verhullen, zijn vrouw, maar in haar academische ambities, a.k.a. haar nerderigheid, was ze toch altijd weer verbazingwekkend oprecht ondanks zichzelf. Irwin nam het haar niet kwalijk. Niet erg. Het was een beetje zuur dat hij thuis op de bank moest blijven liggen omdat niet eens zijn workaholic zelf op het moment zou kunnen beargumenteren dat hij voor de klas kon staan. Een beetje balen dat zij er zo gemakkelijk vanaf kwam, terwijl hij twee maanden in meer of mindere mate ziek en zwak en misselijk was. Maar aan de andere kant zou hij ook niet willen ruilen, zelfs al zou dat eerlijker zijn. Als de balans werd opgemaakt had hij haar liever gelukkig, en haar studie had hij haar altijd zo gegund. Vond hij ook heel belangrijk. Plus, hij wist ook wel dat ze had geworsteld met haar schuldgevoel, met haar emoties, met haar spijt. Haar opleiding kon haar daar waarschijnlijk beter dan wat dan ook anders afleiding van bieden, en afleiding was het best in situaties als deze. Afleiding en tijd, dat waren de enige remedies. Irwin moest over het algemeen maar genoegen nemen met vooral veel van het tweede. Zoveel afleiding viel er binnen Dunfermline nou ook weer niet te vinden. Hij had zijn leeslijst bijgewerkt... een boek afgeschreven, al moest hij daar nog eens overheen als hij minder suf was, want er stonden nu vast kinderlijke spelfouten en niet lopende zinnen in... er waren ook weer nieuwe Kneazlekittens, echte jonkies nog, die nog te klein waren zelfs om ze in de stal te zetten... oh ja, en hij was een studie aan het doen om zichzelf allergisch te maken tegen Veritaserum. Dat was intellectueel zeer uitdagend en afleidend. Helaas ging het bij succes ook gepaard met weer een terugval in serieus ziek zijn. Dus niet echt een goed beloningssysteem. Vandaag echter verwachtte hij een wat betere en hopelijk gezondere afleiding: Mat zou langskomen. Dat zou hem waarschijnlijk niet weer dagen terug zetten. Tenzij de ander iets per ongeluk zou breken ofzo. Of een hete pan soep op zijn hoofd zou gooien. “Mat, je hebt echt soep bij je,” lachte hij zwakjes maar oprecht, en hij leunde op zijn wandelstok en vroeg zich af waarom hij ook alweer te koppig was geweest om Lindi de deur open te laten doen. “Je weet dat we een huiself hebben, he? Al is het lekker - en lief... bedankt...” Met zijn staf belette hij een Kneazlekitten van een uitbraakpoging door de open deur. “Het is altijd dezelfde. Schurk.” De kitten spartelde en miauwde beledigd in de lucht - Irwin dumpte hem onceremonieel op de bank en zette vervolgens zelf de reis daarheen ook in. “Kom erin, ehm... koffie? Hoe was Italie? En hoe maken jullie het, jij en Debora?”
  6. [1837/1838]To move beyond

    Irwin glimlachte een beetje vermoeid. “Ik vind het altijd leuk als je doordraaft, dat weet je.” En ja, haar hoofd zo schuin stond heel schattig. “En ja, ik heb wel een foto’tje.” Hij Sommeerde een boekje uit het huis, liet haar de foto zien, Will zittend op een boomstam, lachend naar de camera waar hij als Dreuzel natuurlijk verder helemaal niet bekend mee was. Hij vond het niet eens meer erg het haar te laten zien. Hij meende wat hij zei: ook hierover vond hij het leuk. Prettig zelfs. Het doortrekken naar een academische, filosofische discussie was iets waarmee hij op zijn gemak was maar hij wist inmiddels dat Yara die eerste neiging deelde, en dat ze dat hier dus ook had vond hij een goed teken. Het deed hem geloven dat ze het meende, dat ze hier echt zo over dacht. Dat ze het echt niet erg vond. Het voelde alsof er een loodzware, misselijkmakende last van hem afviel, gek genoeg. Zo kon het dus voelen als iemand het wel goed vond wie je was, als iemand je geloofde en accepteerde. Hij wist dat hij dit nooit zou kunnen doen bij zijn andere vrienden, dat hij die last voor iedereen anders mee zou blijven torsen maar niet hier. Niet bij Yara. Die vond het niet erg. En hield van hem... Hij voelde zijn ogen prikken en concentreerde zich er even op om er geen tranen uit te laten. Waar kwamen die nou vandaan? Hij was juist gelukkig... Ish. “Ik ook van jou,” durfde hij zonder aarzelen terug te zeggen. Hij wist het. Hij kon het niet uitleggen, maar wist het wel zeker. Een nieuwe ervaring voor Irwin, en een waarmee hij zich niet eens een beetje op zijn gemak voelde. Want als hij het niet kon uitleggen, dan kon hij het ook niet begrijpen. Oh en er waren een heleboel redenen waarom hij objectief van Yara kon houden: ze was knap, ze was slim, ze was grappig, ze was lief, en bij Merlijn hij hield van vrijwel alles wat ze deed. Maar ze had hem pijn gedaan tot op een punt waarop het een einde aan deze gevoelens had moeten maken. In plaats daarvan had het ze aangewakkerd. Hij was verliefd... en gestoord. Mooie boel. Viel hij eindelijk op een vrouw, was het toch nog enigszins ongezond te noemen. Hij liet haar begaan met de strepen op zijn gezicht, goedmoedig genoeg – waarom ze het deed was hem een raadsel, maar hey, als zij er blij van werd – en trok een mondhoek op. “Ik kus je straks gewoon weer, hoor, dan zit jij ook onder.” En in tegenstelling tot de Fabeldierendocent had Yara er een absolute hekel aan om modderig te zijn. Vervolgens trok hij een wenkbrauw naar haar op, streelde langs haar wang. “Ja... Ik weet het... Hoe beviel Rome...” Hij haalde een hand door zijn haar. “Je wil weer terug naar je studie, he. Mag je best zeggen.” Hij wreef over zijn voorhoofd. “Zeg het alsjeblieft gewoon eerlijk... probeer me niet te...” Paaien. Maar dat zou weer een ruzie uitlokken. “Ik vind het prima. Ik ben nog te ziek, dus aan jou de eer om een verdomd goed excuus te verzinnen.” Hij beet op zijn lip. “En een manier om me allergisch te maken tegen Veritaserum, mocht je inspiratie hebben.”
  7. [1837/1838]Yara geeft teveel om haar kruidentuin

    “Echt? Wat lief. En heel belangrijk voor het ecosysteem,” zei Irwin wat ongemakkelijk want... goh, nutteloos, professor. Bijtje. Wat grappig dat dat bescheiden beestje tot zo’n mooie naam had geleid in een andere taal. Geinig ook dat het in niets op het Griekse leek, Melisse, ook al was dat alleszins eveneens een uitgesproken meisjesnaam - hij vroeg zich af of dit gewoon de vertaling was van de origineel oud-Griekse mythe compleet met een koppige vertaling van de naam zoals Romeinen het zo eigen waren geweest om te doen. Maar ja. Dat was natuurlijk informatie waar Mat helemaal niets mee kon en een vraag waar hijzelf ook niet spoedig achter zou komen, want wanneer hij bij gelegenheid zou zijn het op te zoeken, als dat al kon want zijn boeken over de achterliggende betekenis van namen hielden het voorzover hij wist bij Grieks en Gaelic, zou hij het waarschijnlijk lang en breed al weer vergeten zijn. Het was moeilijk, hoor, voor iemand als Irwin, om te leven in een era zonder smartphones en Wikipedia. Al zou hij anders misschien wel de hele tijd Wikipedia aan het verbeteren zijn geweest en dat was z’n productiviteit natuurlijk ook niet ten goede gekomen. Bovendien hing er op Dunfermline ook teveel oude magie in de lucht. Wedden dat die dingen elke week een ontplofte accu zouden hebben? Hij knikte echter wat minder opgelaten bij Mats verbaasde vraag of hij het meende, lachte toen. “Dat was me al wel opgevallen. Ja, eh - jullie lopen hier niet in de weg, toch. Het is een belachelijk grote omgeving voor twee personen.” Wat hij altijd prettig had gevonden, want dan voelde hij zich niet zo claustrofobisch en net subtiel iets minder opgesloten. En tegenwoordig was het wel fijn met Yara ook dat ze heel gemakkelijk om elkaar heen konden leven en elkaar niet hoefden te spreken of zelfs tegen hoefden te komen als ze elkaar niet opzochten. Iets te gemakkelijk, kennelijk, althans als Mats klok enige indicatie van de zaken gaf. Irwin sloeg schuldbewust zijn ogen neer en vermeed het aankijken van Mat of het lachende fototje. Oeps. “Nou ja, dat moest ik vanavond dan maar eens proberen met die plantenklok,” glimlachte hij half. “Al neem ik aan dat Yara’s wijzer daar wel permanent zal staan.” Dat had hij eruit geflapt maar het was wel zo. Ze was ontzettend aanhalig voor een preuts menselijk meisje. “Oh, eh...” Hij zocht een volgende foto op, van Thomasin, en daarna met enig aarzelen ook foto’s van zijn ouders en zusje. “Wil jij er ook bij? Voor een goed begin?” Hij glimlachte, en nam nog maar een slokje whisky.
  8. Blessed is the fruit [1837/1838]

    Oh ja, dat mocht je niet zeggen over je grootouders, dat ze pas ergens mee zouden kappen als ze onder de zoden lagen. Echter, het was wel zo. Er was geen andere verandering die er nog voor zou zorgen dat ze het licht hierover zouden zien, meer goede magische puurbloed Foulkes-Davenports fokken was nu eenmaal hun lust en hun leven en alles wat hun oude botten bij elkaar hield. Naast een overigens ontzettend robuuste gezondheid. Bah. Maar waarom mocht je zoiets niet uitspreken? Het was niet alsof hij ze dood wenste. Dit was niets dan een simpel statement van een feit. Maar ja, dat soort dingen zei hij dan weer niet tegen Elaine. Yara had daar nog wel het gevoel voor humor voor, het lichte kartelige randje aan haar karakter, maar Elaine niet, of althans, als ze het had dan was hij er niet van op de hoogte en wilde hij ook niet per se van op de hoogte zijn. Misschien was het slecht, dat hij zijn zusje altijd graag lief hield in zijn gedachten, altijd graag onschuldig... hij deed het ook maar half en half expres... Oef, het zou helpen als hij zich niet zo koortsig voelde. Pfft, en alsof dat nog niet erg genoeg was was Jude ook heel duidelijk een minder gepolijste editie van Armand: de dubbele laag goed te horen maar niet direct aan te wijzen in zijn woorden, en zijn aandachtige gadeslaan van het drama voor zijn eigen vermaak of om te kijken of hij er iets mee kon. Ahum. Dat kon Irwin eigenlijk natuurlijk helemaal niet weten. Misschien oordeelde hij te snel. Maar hij had er nooit spijt van gehad wanneer hij argwanend om was gegaan met zijn familieleden. “Ja, voor de cadeaus is dit de perfecte familie,” glimlachte hij wat flauwtjes. “Bedankt voor je boek nog. Ik ben er heel benieuwd naar.” En als hij zich zo bleef voelen zou hij de komende tijd wel uitstekende gelegenheid hebben om veel te lezen. Hij had zelf voor Jude een kaartenboekje gekocht, met kaarten van Zweinstein, van London, van het Verenigd Koninkrijk, tot in elk detail. En natuurlijk waren er de stenen geweest. Welkom in de familie, welkom bij de mannelijke Foulkes-Davenports, betekende stenen. Armand had ze verwerkt in een muziekdoosje, in een vlaag van inspiratie. Kijk, daar was het al: dat was toch iets, in die oprechte poging om zijn best te doen voor zijn broertje, dat was niet iets wat Irwin van hem verwacht zou hebben. Hij had hem onderschat. “Als je vragen hebt, of iets nodig hebt...” Vervolgens richtte hij zich weer naar Elaine. “Gaat het weer een beetje? Wil je even zitten?”
  9. [1837/1838]To move beyond

    Irwin lachte ongelovig. “Geen rationele reden om ertegen te zijn? Jeetje...” Hij keek naar zijn voeten op de met aarde besprenkelde vloer van de kas. “Walgen is ook niet rationeel, he?” Het was gewoon omdat iets vreemd was, of verkeerd, omdat je kon voelen dat het niet juist was, hij ook... omdat men ogenblikkelijk zich mannen zoenend of erger voorstelde en bij hetero’s deed je dat niet want daar ging je vanuit, anders zou je erachter komen dat ook onsmakelijk was op je netvlies. Hij kon de gezichtsuitdrukking van zijn moeder nog voor de geest halen, die afschuw en schok, en hoewel hij niet altijd veel gaf om zijn moeders mening en hij vinnig had gereageerd op haar aanklacht was het hem bijgebleven. Zijn vader had niets gezegd, in eerste instantie, was in stilte gaan zitten op zijn voeteneinde en toen Irwin iets had willen zeggen had hij hem tot stilte gemaand op de Than-gepatenteerde efficiënte wijze, namelijk met een non-verbale Silencio. Het had makkelijk een uur geduurd, een uur van opgesloten zitten elk met hun eigen gedachten en met elkaar... of z’n vroegere beste vriend, de enige die hij het op een dronken avond had verteld, en hoewel hij het de volgende dag had weggelachen was de vriendschap vanzelf over gegaan. Irwin had niet eens hem leuk gevonden. Maar mensen dachten als je op mannen viel dat je dan op alle mannen viel, ofzo. En hijzelf. Want z’n ouders, z’n vrienden, de reacties die hij zich had voorgesteld waren een ding maar het voornaamste was natuurlijk hoeveel hij gewalgd had van zichzelf. Hoe hij elke avond naar bed was gegaan met de hoop, de stille smeekbede, om morgen beter te zijn, hoe hij niet had willen trouwen om een meisje dit niet aan te doen, onwillig om een ander mee te trekken in zijn onreinheid en wetende dat hij niet in staat zou zijn om haar een goed leven te geven - kijk maar naar Yara, die had hij zo knetter gemaakt dat ze bijna het zijne had beëindigd. De kussen met meiden een walgen van zichzelf en van de fysieke interactie waarin hij nu weer verzeild was geraakt. Vertrekken, z’n leven hier achterlaten omdat hij niet wilde trouwen, niet meer met de leugens wilde leven die elke keer weer meer werden, omdat iemand als hij beter gewoon alleen kon zijn. En met Will... voor elke stap vooruit twee stappen terug, zichzelf steeds meer hatend terwijl hij een ander steeds meer liefhad. Accepteren dat je gelukkigste zelf iemand was, die je nooit zou mogen zijn. Hij was zeg maar een beetje een rommeltje op dit vlak. “Qua uiterlijk konden jullie niet verder uit elkaar liggen,” zei hij met een halve, nog altijd enigszins verdwaasde lach. “Hij is blond... massief. Was.” Hij slikte. “Langer dan ik. Echt maatje kleine beer.” Oh, wat was het raar om het hierover te hebben met het meisje dat hij leuk vond. Of met zijn vrouw. Dat was niet normaler. “Karakter... jullie zijn allebei ontzettend koppig... en hij wist het ook altijd beter dan ik.” Hij haalde een hand door zijn haar, keek vervolgens eerder geschrokken. “En nee. Natuurlijk niet. Dat is nog steeds vreemdgaan, hoor. Dat zou ik je niet aandoen. Dat mocht jij toch ook niet van mij.” Hahaha Irwin. Schatje. “En ik weet het niet precies... in elk geval sinds de vakantie, maar ik denk wel eerder... met kerst in Cambridge? Met die lieve kaart...” zou wel een iets andere connotatie hebben, wist hij van haar vreemdgaan. Maar enfin. Onwetend echter was hij opgelucht. Misschien had hij het eerder moeten vertellen, maar dat had niet gekund. Kennis was macht en macht was niet iets wat hij een ander over hem had willen geven. Het was ook niet iets wat Yara niet tegen hem gebruikt zou hebben, wanneer nodig. Dat konden ze inmiddels wel vaststellen. Maar nu... nu was het beter. Nu hadden ze allebei macht over elkaar. Waren ze weer gelijk. Mutually assured destruction. Hij kuste haar voorzichtig weer, voor het eerst zonder een greintje van schuldgevoel of onoprechtheid, kuste toen inniger toen dat beviel. Hem proberen te vermoorden had hun relatie echt naar een nieuw niveau getild.
  10. [1837/1838]Yara geeft teveel om haar kruidentuin

    Irwin knikte. “Yep, ik laat het je zo wel zien.” Ah, van wat hij van Mats klok had gezien zou dat misschien nog wel eens serieus beschamend kunnen zijn, als Yara’s wijzer meteen doorsloeg naar ‘laaiend’, maar ja... tegenover Mat met diens achtergrond van een echtgenote in een klooster hoefde hij zich daar dan ook weer niet zo ongemakkelijk over te voelen en hij had per slot van rekening een goed excuus, of een slecht excuus gehad, want hij had haar planten dood laten gaan en daarvoor had ze hem maar net niet naar de Wikenweegschaar gesleept. “Ha... dat moest er nog bij komen,” mompelde hij, over het ‘zelf kinderen krijgen’ stukje van Mats commentaar. Stom, natuurlijk, want hoewel hij niet voornemens was daar ooit aan te beginnen en hij voorlopig er ook wel goed voor zorgde dat dat er niet in zat door, weet je, niet met zijn vrouw of met wie dan ook naar bed te gaan, was dat niet iets waarop hij de aandacht hoorde te vestigen. Officieel wachtten ze gewoon tot Yara was afgestudeerd. Dat was de deal die hij had bedongen. Daarna... Daarna wist hij zeker dat er wel een manier op gevonden zou worden om hem eraan te doen geloven. Maar het was nog ver genoeg weg dat hij kon pretenderen dat hij daar een oplossing op verzinnen zou. Mat over zijn eigen dochtertje bereikte overigens wel nieuwe niveaus van schattigheid. “Hoe heet ze?" informeerde Irwin, omdat zijn eeuwige nieuwsgierigheid hem klaarblijkelijk ook op dit punt toch niet in de steek kon laten – misschien omdat Mat die naam moest hebben gekozen, misschien dat hij het daarom interessant vond. “En rekenen is ook nog saai. Heel vervelend, het is een tak van sport die pas spannend wordt als je het heel goed kan.” Of, weet je, niet, want niet iedereen is zo’n ongelooflijke nerd als jij, Irwin. “Ik vlieg best vaak, ja,” antwoordde hij. Coriander hield het rustig, gewend aan een onervaren bijrijder en aan Irwins aangepaste tempo van tegenwoordig, heel snel soms en heel langzaam op andere momenten, afhankelijk van of hij de gedachte aan thuis wilde verdrijven of de thuiskomst uit wilde stellen. “Het is de ideale manier om... je hoofd even leeg te maken als je thuiskomt...” En het was ook nog iets wat hij gemakkelijk met Yara kon doen, want ze hadden elk hun eigen Hippogrief en van heel veel praten kwam het toch niet. Dit zou hij niet snel meer met Yara doen, samen op één. Dat zou maar weer tot onheil leiden. “Voel je vrij om er vaker voor langs te komen, als je wil. Of als je meisje ’t leuk vindt.” Ze maakten nog twee uitstapjes naar de andere kant van het meer en een vallei over de top, keerden toen weder. Irwin hielp Mat afstappen zonder dat hij er echt over nadacht – dat was inmiddels al wel instinct geworden – en ze gingen naar de woonkamer terug. “Whisky? En meer klokken? Ah. Foto’s...” Hij Sommeerde een album. “En – hier...” Hij Sommeerde een fototje van naast zijn bed. Het was er een van de vakantie. Ze keek nog erg gelukkig. Tegenwoordig deed hij het in een la en haalde hij het er weer uit als Yara kwam kijken. “Dit is Yara, dat is hoe een goede bui staat.” Ze was ook erg mooi als ze kwaad was, Yara, maar daar wees hij haar meestal maar niet op. Bovendien had hij het dan altijd te druk met duiken.
  11. [1837/1838]To move beyond

    Oh. Oh? Al dit hartenzeer en al dit aarzelen en al dit gevoel van hoogtevrees en alles wat hij kreeg was een schamele ‘oh’? Irwin beet op zijn lip, kon zijn hart nog voelen bonken in zijn borstkas, veel te snel voor zijn huidige staat van gezondheid. Het had erger gekund, vermoedde hij. Ze had hem niet vervloekt, ze had haar mok chocolademelk niet over hem heen gekieperd en ze had niet naar hem gespuugd ofzo. Ze was hem zelfs niet in zijn gezicht aan het uitlachen. Wel. Voorlopig tenminste nog niet. Misschien pas als ze al haar vragen had gesteld en haar nieuwsgierigheid had bevredigd. Het was wel iets voor Yara om eerst volledig op de hoogte van alle feiten te willen zijn. Hij durfde nog niet te hopen dat ze hier echt zo kalm over was. “Ja,” knikte hij, en hij haalde een hand door zijn haren, trok een mondhoek op. “Doe ik goed, he. Mannelijke Dreuzel. Erger kon niet.” Hij wist oprecht niet welke van de twee dingen zijn ouders erger gevonden hadden. Misschien het Dreuzel, nog steeds, want dat het een man was, goh, daar kon je tenminste geen kinderen mee krijgen... Ha. Nee, dat hadden ze heel erg gevonden. Het was een klein beetje een hel geweest. Zijn moeder had van alles geprobeerd, maar achteraf gezien had zijn vaders methode het best gewerkt. Ga trouwen. Ga normaal doen. Als het niet echt is, dan doe je maar alsof, want het een is even goed als het ander, nietwaar. Ergens was Irwin haast pissig dat het nog eens had gewerkt ook. Tja. Hij had daddy issues all the way. En sowieso issues all the way. Want hij was zo gelukkig genezen te zijn, maar… maar ergens stak het ook, want wat betekende dat voor de nagedachtenis van ‘zijn Dreuzel’, wat betekende het voor wat zij hadden gehad? Het feit dat het een man was geweest was maar een klein deel van de reden geweest dat hij destijds niet op Yara was gevallen, hij was ook gewoon aan het rouwen geweest, en nu... En ergens durfde hij het ook niet te vertrouwen. Hij voelde zich niet genezen. Wat als hij weer terugviel? Dan had hij Yara verteld dat hij van haar hield en verdween het weer... Echter, voorlopig had hij daar geen aandacht voor. Want voorlopig leek Yara niet weg te deinzen, hem niet te verafschuwen... leek ze nog steeds van hem te houden. Echt. Hij kon het nauwelijks geloven. Ze kwam naar hem toe, ze kroop tegen hem aan, ze kuste hem en hij bloosde hevig. “Meen je het? Oh, ik... Pfft.” Hij lachte wat onhandig, keek in haar ogen als om de leugen eruit te halen, maar zag niets. “Ik hou ook van jou... ik was zo bang dat je nu van me zou walgen.” Hij kuchte. “Eh. En dat je niet houdt van gebroken harten, dat eh... was wel duidelijk geworden. Wil je nog iets weten? Ik... ik wil echt eerlijk tegen je zijn."
  12. [1837/1838]To move beyond

    Yara kon haar opluchting dat ze weer in het bezit was van haar staf niet geheel en al verhullen, maar Irwin las er niets in, was er ook niet beledigd door. Wist dat dit niet per se persoonlijk was, niet omdat ze meende dat ze iets van hem te vrezen had wanneer ze haar staf niet had, niet meer, maar gewoon omdat je toverstok je alles was als tovenaar of heks (misschien zelfs nog wel meer voor heksen, over het algemeen gesproken, omdat het zo’n grote gelijkmaker was, al was Irwin momenteel natuurlijk juist zwakker dan Yara) en omdat ervan gescheiden zijn nu eenmaal nooit een aangename ervaring was. Om nog maar niets te zeggen over hoe volslagen onpraktisch. Alles ging zo traag wanneer je het met de hand moest doen. Hij had dat allemaal wel geweten en begrepen, en het had hem dan ook moeilijk gevallen haar toverstok af te nemen en moeilijker de afgelopen dagen om te weten waar het ding lag, in zijn kastje (overigens niet achter een slot of grendel, want als hij de pijp uit was gegaan had hij haar opties niet af willen nemen) zonder het terug te geven, maar... Maar als puntje bij paaltje kwam wist hij nog steeds niet of hij haar kon vertrouwen. Of liever, hij wist dat hij haar niet kon vertrouwen, hoe graag hij het ook zou willen, en zodoende was haar haar staf teruggeven minstens net zo’n onprettig gevoel voor hem, als het ontberen voor haar was geweest. Alleen, hij wilde niet dat ze dat wist, want dan zou ze zich weer rot voelen. En waarom hij het deed? Een, omdat hij bij nadelige consequenties er altijd voor zou gaan om ze zelf te ervaren liever dan Yara ermee op te zadelen. En twee, omdat hij met haar wilde praten, als gelijken. Niet dat afhankelijke van de afgelopen tijd. Hij wilde haar niet nederig, maar oprecht. Ze moesten samen verder en dat was de enige manier daarvoor. Dat, plus wat extra dingen. Ze was verbleekt bij zijn woorden. Hij nipte van zijn chocolade, een goede manier om aan te komen als je nauwelijks at, en humde. “Over... over hoe nu verder.” Hij fronste naar de bruine vloeistof in zijn mok. “Maar eerst over wat je laatst zei, want het is niet uitgesloten dat dat impact heeft op hoe nu verder...” Zijn stem stierf weg en hij voelde zich oprecht alsof hij op het punt stond om van een berg te springen. Zonder parachute. Gewoon te pletter. “Over die zak aardappelen. Kijk... ik... eh... ik vond je altijd al mooi. Maar ik ben hier ook niet goed in – ik vind het minstens even eng als jij, en ja, ik weet dat je dat niet mannelijk vind enzo. Bla bla, bespringhormonen.” Hij voelde zijn wangen beginnen te gloeien en dit keer lag het absoluut niet aan de koorts. “En ik dacht ook niet dat het kon, en ik wilde het ook nog niet. Ik kwam net uit een lange relatie... Met een man.”
  13. [1837/1838]To move beyond

    For every good reason to lie, there is a better reason to tell the truth 3 januari 1838 Lopen met een stok was zo slecht voor zijn ego, nog slechter dan die baard. (De combinatie was simpelweg genadeloos. Maar er was niets aan te doen. Er was geen schone scheerzeep in huis, en aangezien hij pas voor het eerst uit bed was met gemengde resultaten tot zover was het duidelijk zelfs voor hem dat een tripje naar Hollows warenhuis er niet in zat.) Hij wist niet hoe Hiram het uithield. Oh ja, misschien omdat lopen zonder stok nu eenmaal niet kon als je je been miste. Bij Irwin was het allemaal iets minder definitief. Hij kon lopen, met tergend trage wankele stappen, maar vroeg of laat dan werden zijn benen slapjes en maakte hij een snoekduik naar de grond. De stok hielp. Het was een magische, die zorgde dat hij wanneer hij leunde enigszins ondersteund werd door de lucht eromheen. En wanneer hij omviel dat hij dan niet heel hard ergens zijn hoofd tegen raakte. Daarmee was de gevaarlijke reis vol van obstakels zoals trappen, drempels en hoogpolig tapijt toch al weer overzichtelijk en eentje die hij kon trotseren, met adempauzes en eenmaal een tussenstop op de stoep. Hij had het altijd prettig gevonden hoe ruim en voor twee personen eigenlijk belachelijk groot Dunfermline was, maar nu even wou hij dat hij nooit uit zijn studentenstudio was vertrokken. Eenmaal buiten was de vrieskoude een schok, evenals de sneeuw die zijn lijdensweg er niet gemakkelijker op maakte, maar na een tijdje kwam hij dan toch in Yara’s verwarmde kas uit, waar ze al haar planten zette die de winter anders niet zouden overleven, en de planten die niets in Schotland zouden overleven. “Hey.” Hij vroeg zich af hoeveel van deze kruiden bij hadden gedragen aan het gif dat momenteel nog altijd niet uit zijn bloed was, en beet op zijn lip terwijl hij op de rand van een bloembak ging zitten, voorlopig niets zeggend - want hij moest weer even op adem komen eerst. Zij zag er beter uit: nog steeds moe, maar minder griezelig, nog steeds at ze weinig maar het was niet langer zo dat hij zich zorgen moest maken of hij niet voor haar een heler ging moeten bestellen en zichzelf in de kelder verstoppen voor tijdens het bezoek. Nee, ze zag er leuk uit zelfs. Hij vond haar altijd leuk zo, zo helemaal niet chique, met haar haren en haar jurk simpel en heel druk met andere dingen bezig dan hoe ze overkwam. “Hoe gaat het met je plantjes?” Dat was natuurlijk niet waarom hij naar buiten was gekomen, dan had hij heus wel kunnen wachten tot ze vanavond terug gekomen was. Als ze dat zou hebben gedaan. Maar waarschijnlijk wel. De laatste dagen was dat het patroon, dat ze samen te weinig aten en te weinig sliepen, en dat zij ondertussen haar eigen dingen deed in het huis en in de tuin. Het was nog best een prettig patroon geweest. Rustig. Ze hadden het allebei even nodig gehad, die rust, een pauze, even minder onafgebroken pijn. Of zo had hij althans gedacht, en daarom had hij zich ertoe ingezet, en zijn kwade opmerkingen ingeslikt, en gedaan alsof totdat hij er zelf in zou gaan geloven. Waarom niet? Ze waren een getrouwd stel, ze waren net verliefd. Laat ze even genieten van hun verlate wittebroodsweken. Maar het was niet vol te houden. Met een paar dagen werden ze verwacht weer thuis te zijn uit Rome, om maar een ding te noemen. Zij zou weer naar school moeten of het zou opvallen, en hij was nog te ziek om ten overstaande van de buitenwereld te doen alsof er niets aan de hand was. Maar daarenboven waren ze er ook nog niet klaar mee. Er was zoveel gebeurd. Ze nam hem zoveel dingen kwalijk, en ze snapte zo weinig. En over de afgelopen dagen terwijl hij langzaam beter werd had hij besloten dat dat ook deels aan hem lag. Niet op zijn normale ‘alles ligt aan mij’ destructieve manier, maar op een concretere wijze. Over een aantal dingen was hij ook niet eerlijk tegen haar geweest. En dat kon nu wel. Hij had niets meer te verliezen... Dat was niet waar. Hij kon het laatste restje van wat zij hadden nog verliezen. Als ze van hem zou walgen, hem haten zou. En dat was wat hem ervan weerhouden had om het eerder te zeggen. Maar nu... Hij wilde haar nooit meer zo kwetsen, en hij wilde niet langer manipuleren. Hij was liever eerlijk en alleen. “We moeten praten.” Hij kuchte, begon een beetje te helpen in de bloembak waarop hij zat, klein onkruid te wieden. “Maar eerst...” Hij viste haar staf uit zijn zak. “Hier. Ik... ik heb liever niet dat je hem meeneemt, als je bij mij komt slapen. Maar verder...” hij haalde zijn schouders op, gaf hem haar en sommeerde twee bekers warme chocolade, wachtte daarop, nam toen een voorzichtig slokje. Het was nog heet. Misschien had hij haar geen hete drank moeten geven, nu. Misschien had hij haar haar staf niet terug moeten geven voordat het hoge woord eruit was. Maar aan de andere kant, totdat hij dat had gedaan waren ze niet gelijk... en Yara was toch niet zo van het vloeken.
  14. [1837/1838] There are poisons that blind you, and poisons that open your eyes.

    Dit was het verkeerde geweest om te zeggen, alweer, want hoewel zij er een beetje blijer van leek te worden wilde hij inderdaad niet van haar horen hoe geweldig creatief ze wel niet was geweest in haar poging om weduwe te worden. Desondanks weigerde hij haar erop af te rekenen. Hij was per slot van rekening over het onderwerp begonnen, vanwege zijn eigen nieuwsgierigheid, zijn eigen academische geest die niet had kunnen doen alsof hij kon aansluiten bij een regulier gesprek tussen twee mensen in hun situatie (voorzover dat bestond, allee) en zij antwoordde alleen maar. Antwoorden was haar goed recht. Of tenminste, hij wilde niets anders van haar. Hij wilde niet echt dat ze louter maar simpel beleefd was, dat ze haar ogen neergeslagen hield en haar mond dicht. Hij wilde dat ze Yara was op helemaal haar eigen manier, Yara zoals hij van haar hield en als dat hem af en toe stak dan wilde hij daar maar gewoon mee leren leven. Hij had haar nooit gehoorzaam gewild, of gedwee. Hoogstens had hij gewenst, af en toe, voor een beetje meer begrip. Iets doen omdat hij het vroeg, en omdat ze het daarom voor hem over had. De rest... De rest was zo zonde. Ze was te slim, te leuk... Hij humde, trok een mondhoek op, glimlachte door de pijn, vroeg zich af hoe oliedom hij was geweest dat hij niet al veel eerder door had gehad hoezeer hij om haar gaf, dat dat irrationele proporties had aangenomen. Over cliché’s gesproken. “Ik ben blij dat ik een originele methode waard was.” En nee, hij wilde de zeep niet zelf laten verdwijnen omdat hij wilde controleren of het er echt in zat. Ze had geen enkele andere reden om dit te zeggen. Hij wilde het zelf doen omdat zijn antigif nog steeds een beetje geknoei was en hij wanneer hij het oorspronkelijke gif had een boel verbeteringen aan zou kunnen brengen in zijn receptuur. Wannneer hij de energie weer had en kon lezen zonder dubbel te zien. Want Yara had wat dat betrof wel goed geraden: hij durfde nog niet haar antigif te drinken. Gewoon, nee. Hij geloofde haar maar dat moest niet, wilde niets liever dan haar kunnen vertrouwen maar het kon niet. Of hij kon het niet. Aan de andere kant zei ze nu dat hij er OK uitzag ook met baard en hij wist dat dat feitelijk onjuist was. “Niet vleien...” sprak hij met een flauwe glimlach. “M’n ego hoef je niet te beschermen... zakje aardappels... er is een reden... dat ik elke dag scheer.” Oh, hij was moe, moe, en de paar slokken champagne kwamen hard aan. Bij haar waarschijnlijk ook, vandaar misschien dat ze zo ineens was gaan zitten. “Kom er anders bij liggen? Dan stoppen we met praten... en slapen we alleen. Dat moeten we zonder ruzie kunnen.” Hij stak zijn armen naar haar uit en wist niet wat hij hoopte: dat ze ging, of dat ze terugkwam. Hij vermoedde het laatste.
  15. [1837/1838] There are poisons that blind you, and poisons that open your eyes.

    Dat ze het fijn had gevonden dat hij respectvol was geweest was inderdaad wel bij hem aangekomen, had hij ook wel geweten, had hij ook wel verwacht. Het was het dichtst in de buurt van een oprechte moeilijke conversatie dat ze nog waren geweest, afgelopen Kerst. Ze had hem zo’n lieve kaart gegeven... het ding hing nog steeds op zijn kantoor. Verzegeld, zodat niemand de tekst vanbinnen had kunnen lezen. Het was de eerste keer dat ze daar heel expliciet over waren geweest, de eerste keer dat zij die stap daartoe had ondernomen, en ze had het liever in een brief dan mondeling overgebracht. Het was een aardige brief geweest. Het had hem een beetje opgebeurd... een beetje meer waarde gegeven aan zijn leven, op een manier waarop alleen zij dat kon. Het was ook de eerste keer geweest namelijk dat hij had kunnen denken dat wie hij was, en hoe hij was, goed kon zijn of beter, waarde kon hebben op zichzelf: de eerste keer dat hij oprecht aan zichzelf had kunnen vertellen dat Yara het slechter had kunnen treffen, niet alleen ondanks hem, maar ook dankzij hem. Het had hem vanbinnen een beetje verwarmd en nu erop terugkijkend vroeg hij zich af of hij toen al verliefd op haar was geweest. Haar meenemen naar Cambridge voor die kerstvakantie was wel een stevig teken aan de wand geweest. Haar eigen maatwerk sprookje van de universiteit dichterbij brengen en tegelijk haar de wereld laten zien waar hij zo aan gehecht was, de omgeving waarin hij dacht in het beste daglicht te komen, al had hij het destijds natuurlijk niet zo bewust afgewogen. Met Yara waren zijn acties nooit heel bewust afgewogen. Of nee, dat was niet waar. Zijn eerste, zijn juiste, instincten waren nooit echt afgewogen geweest. Zijn proberen om te verhullen hoe hij was en wat hij wilde en wat hij moest, dat was heel strategisch. Maar zijn instinct... Zijn instinct was, met een terugblik, al zo lang gericht op van haar houden dat het bizar was dat ze desondanks in deze positie waren beland. Bizar, en zonde... en zijn schuld... Ze hadden gelukkig kunnen zijn. Hij hield daarom zijn mond, was er weer klaar mee, wilde niet meer boos op haar zijn, maar toen begon ze over zijn scheerzeep. Eerlijk gezegd was zijn eerste reactie “M’n zeep. Briljant,” en vervolgens had hij dat ook gezegd en oeps, nu moest hij zich daar weer uit kletsen en dat kon niet want het was natuurlijk een oerstomme reactie. “Ik... nu ja. Ben blij dat je ervoor gezorgd hebt... dat niemand anders er last van kon hebben...” Hij zuchtte. “En het timeframe en de stoffen zijn natuurlijk ook moeilijker vastleggen met een stof door de huid. En het verdwijnt helemaal.” Ze had zich er gemakkelijk vanaf kunnen maken. Als hij gestorven was. “Ik pak het wel.” Ondanks zijn woorden haatte hij dat ze was verdwenen uit zijn armen, voelde hij zich alleen. Maar misschien had ze gelijk. Misschien was het beter zo. “Ik kan me voorlopig toch niet scheren. Ha. Zo knap kun je me inmiddels dus ook niet meer vinden...” Zijn stem stierf weg, hij pakte hakkelend, met moeite, weer op. “En... als je wil gaan... Dat is goed... dan... Gelukkig nieuwjaar.”
×