Jump to content

Rhiann Cadwgan

Magisch Verbond
  • Content count

    61
  • Joined

  • Last visited

  • Days Won

    4

Rhiann Cadwgan last won the day on December 15 2018

Rhiann Cadwgan had the most liked content!

About Rhiann Cadwgan

  • Rank
    You can lose it all in the blink of an eye

OOC Profiel Informatie

  • Naam
    Dails

Profile Fields

Recent Profile Visitors

336 profile views
  1. [1838] Success occurs when opportunity meets preparation

    Ze hoorde de hapering in zijn stem, precies zoals de bedoeling was – uiteraard. Daniel liet nooit iets aan het toeval over. Hoe ingestudeerd het ook was, ze kon niet zeggen dat ze zich er niet door gevleid voelde. Dat was wellicht niet het slimste wat ze kon doen; maar eerlijk gezegd had ze weinig zin enige gevoelens die ze nog wel had te beteugelen. Het was Daniel Bennett, ze hadden een geschiedenis (hoe marginaal dan ook; voor een zeventienjarige had het geteld als 'geschiedenis' en eigenlijk had haar leven sindsdien toch wel stilgestaan), ze was hier alleen in zijn kantoor en het was zo lang geleden dat er ook maar iemand interesse in haar had getoond. Of nuja… iemand van enige status. “Ik moet zeggen dat ik dezelfde indruk kreeg van Miss Lennox” sprak Rhiann, haar blik nog steeds op de maquette. “Ik heb het haar gezegd, en het is een risico wat ze bereid is te nemen.” En waarvan haar vader haar gemaand had om toe te stemmen en het meisje dat risico ook te laten nemen door de beloning voor haar neus te laten bungelen in de brief die hij had gestuurd. “Natuurlijk mede door uw… goede zorgen.” Ze verplaatste haar blik naar zijn gezicht en glimlachte afgemeten. Ze wist dat Daniel hield van het kat en muisspel. “Het zou niet goed voelen om u te laten opdraaien voor alle kosten” sprak ze, en ze meende het terwijl ze haar grijze ogen met een sluwe ondertoon op de man liet rusten. “Het zou betekenen dat… Evangeline bij u in het krijt zou staan.” Dat leek toch niet waar, daar er geen andere reden leek dat Daniel deze zaak had aangenomen dan dat zij het aan hem had gevraagd. En toch zou ze dat (natuurlijk) niet zo uitspreken. “Ik weet toevallig dat zij niet graag bij mensen in het krijt staat” voegde ze er luchtig aan toe, een schaduw van scherts in haar blik. “Is er wellicht iets… anders wat zij kan doen om deze schuld te vereffenen?” Mocht zijn antwoord haar tegenstaan, dan kon ze natuurlijk altijd nog de schuld op Evangeline afschuiven dat het iets was wat het meisje niet zou accepteren.
  2. [1838] Success occurs when opportunity meets preparation

    Erover heen gaan – Rhiann wist nog wel iets waar Daniel Bennett overheen gaan mocht! Ze berispte zichzelf direct bij de gedachte, schudde haar hoofd lichtjes, haar blik niets verhullend dan een bleke blos. Hij was getrouwd, en daarbij… het idee alleen al! Ze was eenzaam van al die lange jaren… wat waren enkele weken nog als Daniel hen naar de overwinning helpen zou? Of nuja… naar Evangeline’s overwinning, wat een onzekere overwinning voor haarzelf zou zijn – tenzij ze de brief van haar vader ter harte zou nemen. Ze neigde ernaar, al kon het nou niet per se het juiste zijn om te doen. En het leek toch het beste te zijn op twee paarden tegelijkertijd te wedden, om niet alles in één keer in te zetten – of in één keer te verliezen. Van een beetje risicospreiding was nooit iemand slechter geworden. Rhiann glimlachte sereen toen hij het met haar eens was. Oh, ze was benieuwd hoe het lopen zou, en ergens baalde ze dat het inderdaad niet mogelijk zou kunnen zijn om te zien wat er gebeurde. Zoals het nu liep zou Daniel voor haar ogen en oren moeten spelen, om in de gaten te houden hoe de afspraak zou verlopen. En als dat inderdaad zo was, dan had ze graag iets meer… controle dan ze nu had. Rhiann hield van controle, die haar toch zo lang was ontgenomen. “Graag zou ik de plannen inderdaad nog eens doorspreken” sprak Rhiann, het gehele ‘eroverheen gaan’ handig ontwijkend. Ze schoof haar stoel wat dichter naar het bureau toe. “Ik hoorde van Evangeline dat u een pop-up versie van het café had gemaakt, niet waar?” Ze keek geïntrigeerd hoe Daniel met zijn toverstaf op een stapeltje perkament tikte, wat tot leven kwam en zich uitvouwde tot een miniatuurversie van het café waar Eva en haar zoon overmorgen zouden afspreken. Rhiann schoof nog iets dichterbij om het beter te kunnen zien. “Is dat het tafeltje waar ze aan zullen zitten?” vroeg ze kritisch, terwijl ze bekeek wat de ontsnappingsroutes waren – en die waren niet heel makkelijk te bereiken. “Heeft u genoeg mensen daar kunnen plaatsen? Mijn vader zal een hoog bedrag hebben geboden…” Ze wierp Daniel een schattende blik, een berekenende opslag in haar grijze ogen. “Officieel kan ik natuurlijk niets beloven, maar ik neem aan dat u snapt dat een betaling met Cadwgan goud uw kant op komt zodra ik daar enige beschikking over mag voeren.” Ze rechtte haar rug. “Voor het geval u zich door financiële redenen wellicht... gestremd voelt.” Want haar vader zou alles op alles zetten om dit te laten slagen.
  3. [1838] Success occurs when opportunity meets preparation

    Owain Cadwgan dwarszitten – over dure hobbies gesproken! Maar je zou Rhiann op dit moment niet horen klagen. Verre van, zelfs. Het was niet per se haar natuur om te gaan zitten, want liever stond ze – om naar gelieven dichter bij (of verder weg) van Daniel te gaan staan. Desalniettemin zakte ze neer op de stoel tegenover hem en schonk ze hem een ietwat afgemeten glimlach. Totdat ze kreeg wat ze wilde was ze nerveus, en dat maakte haar toch al altijd ingehouden emoties nog net een stukje meer afgeschermd. Plotseling wist ze niet zeker of dat kwam door het doel van haar komst of omdat het om Daniel ging – en dan wellicht niet eens zozeer Daniel, maar dat ze zich voor het eerst in tijden alleen bevond met een volwassen, mannelijk persoon die zich wellicht officieel alsnog onder haar stand bevond, maar in ieder geval eens géén dreuzel was. En toch ook wel omdat het bovenal ook nog eens Daniel Bennett betrof. “Ik zal voor alle nachtbrakers spreken als ik mijn verontschuldigingen aanbied” sprak Rhiann, een zweem van scherts in haar grijze ogen. De weken met Evangeline hadden haar in ieder geval een tikkeltje vrolijker gemaakt, al dan niet dat ze nog meer op haar hoede was dan ervoor. Ze keek hem recht aan en overwoog haar woorden, doch koos te gaan voor de waarheid. “Ik voel mij… beter, nu ik hier ben” sprak ze open, terwijl ze een quasi luchtige toon aannam - al voelde ze zich verre van luchtig. “Ik heb het idee dat er eindelijk iets gebeurt. Met dank aan u, natuurlijk.” Rhiann glimlachte hem nogmaals toe, hopende dat hij niet had gehoord dat ze hem bijna had getutoyeerd. Dat was niet omdat het per se vertrouwd voelde; ze was pas eenmaal eerder in zijn kantoor geweest en ze had de man tegenover haar jaren niet gezien, dus ze zou toch niet kunnen zeggen dat ze hem op die manier kende.. maar toch omdat het een bekende was, een herinnering uit haar verleden, en dat maakte het toch op de een of andere manier een grassprietje om zich aan vast te grijpen – en die had ze al zo weinig. “Maar dat is dan ook de reden van mijn komst. Ik wilde graag van u horen dat overmorgen alles op de juiste wijze is geregeld. Eerlijk gezegd zou ik er graag zelf bij zijn, maar dat lijkt mij in de huidige omstandigheden verre van verstandig.” En ze wilde peilen of hij nog steeds te vertrouwen was – zeker in verband met de brief van haar vader, die ze zo vlug als mogelijk had vernietigd nadat ze die enkele weken geleden in haar handen had gekregen. Zou hij haar kant kiezen, als het erop aankwam? “Een… persoonlijke aanpak, leek mij daarom het beste. In verband met het onderscheppen van de uilen, ziet u?” Ze schonk hem een onschuldige blik. Dat ze hem kon zien was daarbij natuurlijk alleen maar meegenomen.
  4. “Het is ook een risico om Mr. Bennett weer te bezoeken” sprak Rhiann ietwat streng, ondanks zichzelf. Nu Eva zijn meer officiële aanspreektitel gebruikte verviel ook zij daarin terug, al waren haar gedachten de afgelopen dagen meerdere keren op een minder formele wijze naar haar oude vriend vervlogen. Ze was gewoon zo nieuwsgierig… naar zijn advocatenpraktijk, naar zijn leven. En dat ze hem maar voor kort had gezien leek dat alleen maar erger te maken. Ook zij had half het plan opgevat hem nogmaals op te zoeken, maar ook dat was een risico – en voor haar behoorlijk meer dan voor Evangeline. “Maar wellicht… een verantwoord risico.” Dat zou voldoende zijn om haar alsnog te laten gaan, al vroeg ze zich ergens af of ze Eva echt zou kunnen tegenhouden als het meisje iets wilde doen wat haar niet aanstond. Ze zag er misschien lief uit, maar Evangeline had een sterker karakter dan ze had verwacht. Aan de andere kant – het meisje was haar op dit moment nog niets verschuldigd, zoals dat ook andersom gold. Als er echt iets zou zijn waar ze het niet mee eens was, zouden ze nog enigszins ongeschonden hun wegen kunnen scheiden. “Laten we het er morgen over hebben wat precies een goede timing zou zijn” voegde Rhiann eraan toe, terwijl ze niet eens hoefde te doen alsof ze geeuwde – ze was daadwerkelijk best moe. En ondernemingen als dit moesten goed gepland worden, of haar vader de Graaf nu in hun nek zat te hijgen of niet. Haar grijze ogen gleden af naar het gelige perkament; half om het meisje af te leiden, half omdat ze daadwerkelijk nieuwsgierig was. Haar leven was de afgelopen twintig jaar gewoon zo saai geweest, oke - dat maakte niet alleen Daniel Bennett interessant. Het was... verfrissend om eens wat anders te horen. Het meisje had haar eerder verteld dat tekenen en schilderen een van haar hobby’s was en ze had het resultaat hiervan nog niet in een officiele versie gezien, al lagen er overal rond het huis wel kleine tekeningetjes van het meisje. Ditmaal was het een groot, ietwat rommelig huis, hoewel Rhiann het zelf eerder zou beschrijven als een soort boerderij. Het was geen landhuis, in ieder geval. “Is dat het huis van je ouders?” gokte ze, terwijl ze met haar hoofd in de richting van de tekening knikte. Het was de beste gok die ze kon bedenken, want het was niet Cadwgan Castle en ook geen enkel deel van Zweinstein zoals zij zich dat herinnerde. Haar toon werd wat zachter. “Heb je heimwee?” Als er iemand was die kon meepraten over heimwee, dan was zij dat wel.
  5. Maandag 16 april 1838, ‘s avonds Kantoor van Daniel, Londen Het was een groot risico om hier te komen – bijna nog groter dan de eerste keer. Rhiann had van haar vader geleerd dat je nooit in een patroon moest vallen om onvoorspelbaar te blijven; een tweede keer was wellicht nog geen patroon maar een derde keer wel, en het was niet uitgesloten dat er een derde keer zou komen met de laatste stand van zaken. Maar het was juist deze laatste stand van zaken die haar tot haar handelingen gedreven hadden; de samenkomst die overmorgen plaats zou vinden tussen haar zoon en Evangeline, Daniel’s rol daarin, de uil die ze van haar vader had gehad… ze wilde Daniel gewoon nog een keer zien om alles door te spreken en zo had ze dat ook aan Evangeline gezegd; en dat ze alleen ging was ook logisch genoeg, met alle stress die Eva reeds ervaarde met haar dikke buik en het feit dat ze moest rusten. Dat het haar beter uitkwam omdat ze vrijer zou kunnen spreken, was natuurlijk de bijkomstigheid waar ze het allemaal voor had gedaan. Rhiann streek haar juk glad – het was de op-eennabeste jurk die ze bezat, want de beste had ze vorige keer al aangehad en je kon natuurlijk niet twee keer in dezelfde kledingstukken komen aanzetten – en keek verwachtingsvol op toen ze voetstappen hoorde aankomen. Vlug stond ze op uit de fauteuil bij het haardvuur en positioneerde ze zichzelf voor de boekenkast, waar ze quasi geïnteresseerd haar grijze ogen overheen liet glijden. In werkelijkheid was ze inderdaad geïntrigeerd door de boeken, maar maakte de situatie haar ook zenuwachtig en vouwde ze haar handen in elkaar om ze niet te laten trillen. Ze ergerde zich aan zichzelf, maar wist ook dat het slechts gewenning was – twintig jaar afgesloten van geheime deals en intrige maakte je roestig in het vak, en vorige keer had ze Evangeline nog gehad om de schuld naar te wijzen als het gesprek fout zou zijn gegaan. Ditmaal was ze echter alleen met Daniel en kwam het helemaal aan op haar… wat overigens precies was wat ze had gewild. “Mr. Bennett – ik hoorde u niet aankomen” sprak Rhiann, die zich langzaam omdraaide toen ze zijn voetstappen de kamer hoorde betreden. Ze maakte een kleine reverence. “Wat fijn dat u mij toch nog te woord kon staan, wederom op dit late uur.” Ze glimlachte beleefd en besloot dat een persoonlijke noot geen kwaad kon – zeker nadat hij vorige keer zo… afstandelijk was geweest. En ze wilde Daniel Bennett aan haar kant, zeker voor als er iets mis zou gaan - en was een persoonlijke touch daar geen goede weg naartoe? Niet al te letterlijk, uiteraard; hij was getrouwd, helaas! en wist zij veel hoezeer hij van lichte zeden was. “Hoe maakt u het, als ik u vragen mag?” OOC: Met Margaux! <3
  6. Rhiann zag heus wel de twijfel op Eva’s gezicht, maar ze zag ook de keuze die het roodharige meisje maakte en de uitdrukking van volharding welke ermee gepaard ging – en het was duidelijk niet een keuze waar zij het zelf mee eens was. Even perste ze haar lippen geïrriteerd op elkaar, voordat ze met een gemuffeld geluid haar rug strekte en enkele passen richting het raam zette. Het was donker buiten, met de maartzon nog steeds vroeg onder achter de groene Welshe bergen. De eerste paar jaren had ze het doodeng gevonden om ‘s nachts alleen te zijn op het duistere platteland, en nadat Keane bij haar was weggenomen en ze van haar vader had moeten verhuizen was dat een tijdje alleen maar erger geworden. Nu kon ze ertegen; en toch was het fijn om in gezelschap te verkeren. Maar het bleef wel een klein boerderijtje waar twee mensen krap op elkaar moesten leven terwijl zij gewend was aan de ruimte om alleen te zijn – zeker als die twee mensen een stilzwijgend geschil met elkaar hadden. “Ik ga thee zetten” mompelde de vrouw stug, voordat ze zich omdraaide en zonder Eva nog een blik te gunnen richting de keuken liep. Ondanks al haar uitleg en haar verhalen over de Cadwgans en haar vader leek het meisje nog steeds niet te begrijpen in wat voor gevaar ze verkeerde. Op de lange termijn had het gewoonweg geen zin om haar met haar zoon te laten afspreken, en dat maakte het een onnodig risico. Rhiann hield niet van onnodige risico’s, zoals haar vader er ook niet van houden zou – en dat de Graaf de afspraak desalniettemin wilde doorzetten was gewoonweg… verdacht. In gedachten verzonken zette Rhiann de thee op – in al haar haast uit de woonkamer te vertrekken was ze de toverstaf vergeten mee te nemen, vandaar dat ze het maar gewoon weer op de dreuzelmanier deed – toen getik op het raam haar plotseling verrast deed opkijken. Een donkere velduil met witte kop en gele ogen staarde haar aan en voor een moment schreeuwde ze het haast uit - maar haar schrik maakte al gauw plaats voor nieuwsgierigheid. Ze kreeg nauwelijks brieven en al helemaal niet op dit uur – alle brieven van haar vader en van Keane, uiteraard gericht aan Evangeline, waren gedurende de middag gekomen. Ze opende het raam en de uil fladderde handig naar binnen, liet de brief voor haar voeten vallen en was voordat ze het wist ook weer buiten, de koude lentenacht in. Het beest had geen woord gekrast en evenzo stil pakte Rhiann de brief op. Het zware perkament was geadresseerd aan haar en haar alleen, in datgeen wat overduidelijk haar vaders handschrift bleek. Wat zou de Graaf haar op dit uur nog te melden hebben? Haar blik gleed schichtig over de bloedrode letters, over het zegel van de Cadwgans en na de inhoud met kloppend hart tot zich te hebben genomen sloot ze voor een moment haar ogen. Ze was na het lezen van twee dingen zeker: ten eerste wist haar vader dat Evangeline hier bij haar in huis was, en had hij dat waarschijnlijk al een tijdje geweten; en in de tweede plaats werden ze waarschijnlijk nog afgeluisterd ook. Wat ze niet zeker wist, was of dat nu daadwerkelijk in haar voordeel zou werken of niet; maar hoewel ze daar eigenlijk wel even over moest nadenken, was ze daar al snel uit – alsof ze het antwoord eigenlijk al lange tijd had geweten. Met haar gezicht in de plooi gestreken zette ze een van de stomende mokken thee voor Evangeline neer en nam ze de andere in haar handen. Ze nam naast het meisje plaats aan tafel en keek haar aan. “Ik heb erover nagedacht. Eva… als je dit echt wilt… dan kunnen we het misschien wel met Daniel bespreken” sprak Rhiann zachtjes. “Misschien weet hij een oplossing die passend zou zijn en waarbij jij geen gevaar zal lopen… Dat van je broer…” De weerzin was in haar stem te horen – ze was nu eenmaal een goede toneelspeelster. “Wellicht zou dat wel een optie kunnen zijn.” Ze schonk het meisje een rusteloze blik, wetende dat ze toe zou happen. "Maar het blijft wel een risico."
  7. Natuurlijk keek Rhiann neer op het leven in de boerderij. Het was haar straf, precies zoals Eva het zei – een straf die ze iedere dag van de lange twintig jaren in meer of mindere mate had gevoeld. Natuurlijk was ze op enig punt wel berust in haar leven, had ze ritme gevonden in datgeen wat ze als het hare beschouwen moest; de stallen, de kippen, haar tuin, haar huisje. Maar ze wist hoeveel meer ze had kunnen zijn, hoeveel invloed en fortuin ze had kunnen hebben als hooggeboren echtgenote van een van de oude tovenaarsfamilies, als dochter van haar vader en als Lady Rhiannon. Natuurlijk keek ze neer op het eenvoudige leven, als leidde ze het zelf; Rhiann zou nooit hebben gekozen voor iets als liefde als er macht tegenover stond, maar was door lust en domme, haast kinderlijke schuld gevallen en verbannen. Op dat punt stond ze lijnrecht tegenover het meisje zoals ze haar had leren kennen, terwijl ze zich weer afvroeg hoe Keane ertoe was gekomen toch alles voor haar te willen opgeven. Het moest toch iets zijn wat de man in hem had doorgegeven, datgeen wat haar toch zo onbekend voorkwam. En toch kon ook zij het nu doorgaans goed met Evangeline vinden; maar wanhoop maakt tot vreemde allianties. Rhiann wendde haar blik af maar stond schoorvoetend toe dat het meisje haar hand pakte. Zijzelf was altijd meer afstandelijk geweest, maar Eva’s warme persoonlijkheid straalde ook op haar af. Desalniettemin had Evangeline haar nodig – de Griffoendor bezat dan wellicht vechtlust, maar de Graaf bezat een achterdochtig soort rationalisme waartegenover Eva hem naïef zou doen voorkomen. Rhiann wist dat, omdat ze over hetzelfde soort pragmatisme beschikte. “Je moet sterk zijn, Eva” sprak ze zachtjes, terwijl ze zuchtte en het meisje aankeek. Ze had iets kunnen zeggen over de boerderij-opmerking, maar wist dat ze daar niet veel verder mee zouden komen. “Ik weet dat we niet meer heel erg veel tijd hebben, maar geduld is het enige waarmee we mijn vader uit zijn tent kunnen lokken.” Haar blik gleed af naar Eva’s dikke buik; naar de baby. Iets meer dan een maand nog, zo hadden zij en Evangeline gerekend… het ging allemaal erg snel. “Ik ben gewoon zo bang dat je met een foute stap meer zal verliezen dan twintig jaar van je leven – aan jou is hij niets verschuldigd.” Want haar had hij laten leven, maar met wat ze van Eva had gehoord was de man toch niet zo op het meisje gesteld zoals zij dat was geraakt. “En je hebt natuurlijk aan de baby te denken.” Eva dacht heus wel aan de baby, dat wist Rhiann ook wel. Maar het kon geen kwaad om dat nogmaals te onderstrepen, zeker als het om de risico’s en gevaren ging die Eva soms toch leek te onderschatten.
  8. “Ik vertrouw je, Eva” sprak Rhiann zachtjes, die haar blik nogmaals over haar zoon’s krullerige handschrift liet gaan. Ze had de brief meerdere keren gelezen, steeds langzamer, om de bedoelingen van haar vader eruit te kunnen distelleren. Ook had ze zich afgevraagd of zij en het meisje de brieven niet over-analyseerden – maar ze wist hoe haar vader werkte en hij had hier zeker een vinger in de pap. “Maar ik vertrouw de Graaf niet. Keane zal moeten doen wat mijn vader van hem vraagt. Wellicht zal mijn vader instemmen om hem alleen met jou te laten afspreken, als dat zijn enige keuze is. Maar…” De twijfel in haar stem was overduidelijk. Owain Cadwgan was niet een man die eieren voor zijn geld koos, en hoewel ze natuurlijk niet wist in hoeverre hij Keane vertrouwde (al had Eva haar genoeg verteld om daar enige inschatting van te kunnen maken) zou hij sowieso maatregelen achter de hand houden om ervoor te zorgen dat alles ging zoals hij wenste hoe het ging. “En nogmaals, je weet gewoon niet wat voor bedoelingen hij hiermee heeft…” voegde ze eraan toe, de situatie overpeinzend. Haar vader wilde iets – maar of hij daadwerkelijk wilde schikken was maar de vraag. Zou ook niet voor hem de fase van een fatsoenlijk geldbedrag om Evangeline het zwijgen op te leggen over zijn? Zijzelf en het meisje hadden de goede Cadwgan-naam bezoedeld; ze kon er natuurlijk niet zeker van zijn, maar dit was vast de roddel die nog wel een paar jaar zou rondzoemen in de hoge kringen, waar dames achter hun waaiers giechelend over zouden fluisteren, blij met het smeuige verhaal. Haar vader was niet een man die dat snel zou vergeven of op dit moment nog voor de doofpot kiezen zou. Bij Eva’s volgende vraag trok er echter een ietwat bleke blos naar haar wangen, en even draaide ze zich om om haar blik te kunnen herpakken. Ze was altijd bang geweest voor vragen als dit – bang dat het haar hard deed lijken, alsof het lot van haar zoon haar niets kon schelen. Terwijl ze zich omdraaide en Evangeline’s zachtbruine ogen ontmoette wist ze dat dat niet per se de bedoeling was geweest van haar vraag, en toch voelde het veroordelend. “Onze situaties zijn niet te vergelijken - Ik deed het voor hem” sprak Rhiann scherp. “Mijn vader kon Keane een betere toekomst bieden dan hij ooit bij mij zou hebben kunnen krijgen. Ja…” Want ze zag dat Eva haar wilde onderbreken. “… Wellicht liefdelozer dan hier, en ik moest hem natuurlijk missen. Maar bij mijn vader kon hij opgroeien als erfgenaam, kon hij naar Zweinstein gaan en kon hij zich ontwikkelen in de adellijke standen, in plaats van als boer in een hutje op de hei. Mijn vader dreigde dat als ik mij niet aan de afspraken hield, dat hij alles weer van Keane af zou pakken en hem niet zou toestaan naar Zweinstein – of enige andere toverschool – te gaan. Hij zou hem verbannen, zoals hij bij mij had gedaan. Maar Keane was onschuldig. Hij kon er ook niets aan doen dat ik… nuja... verkeerde keuzes heb gemaakt.” Ze stokte, haar afstandelijke toon ietwat overmand door emotie. Het was het meest onzelfzuchtigste wat ze ooit had gedaan, dat maakte haar reactie ook zo verdedigend – en voor iemand als haar zei dat heel wat.
  9. “Eva…” Rhiann was bezig geweest met haar nieuwe toverstaf te proberen een breiwerk in elkaar te knutselen, hoewel haar grijze ogen om de zoveel tijd af waren gegleden naar het roodharige meisje. Het was van het uiterste belang dat Evangeline ook dit verzoek afwees, zo hadden ze afgesproken… maar ook zij had wel gevoeld wat voor emoties de brief van haar zoon teweeg hadden gebracht bij het meisje toen die het eerst werd afgeleverd door de zandkleurige uil. Ze konden de Graaf echter niet geven wat hij wilde; Keane kon het dan wel in semi-zoetsappige woorden gieten, maar dat veranderde niets aan de zaak. Haar vader zou ook deze brief weer hebben gelezen, en zou ook over deze brief zijn goedkeurig hebben uitgesproken voordat haar zoon hem verstuurde. En toch leek het meisje te twijfelen. Rhiann gaf het op, verbrak met een zwiep de spreuk en ving het breiwerk handig op uit de lucht. Ze zou nog een paar keer moeten oefenen voordat het daadwerkelijk zou lukken, en dan kon ze eindelijk aan de babysokjes beginnen – maar eerlijk gezegd was ze nooit daadwerkelijk uitgeblonken in magie op huishoudelijk vlak. Natuurlijk was ze allang klaar geweest als ze het op de dreuzelmanier had gedaan, maar ze wilde zichzelf dwingen magie te gebruiken. Ze vond het fijn om weer te kunnen toveren, had haar toverstaf jaren gemist – maar aan de andere kant deed ze het nu ook al twintig jaar zonder en ze was gewend geraakt aan de meest mundane taakjes. Daarna was het gebruik van magie voor de meeste zaken zoveel sneller dan het met de hand doen; maar Rhiann had geen haast. De dreuzeltaken van met de hand haar huis schoonmaken, de stal vegen en de tuin onderhouden waren haar dagbesteding geweest, zoals nu haar dagbesteding was om weer te wennen aan magie. Ze had niet per se de behoefte om het sneller te doen, om nog minder om handen te hebben. Ze hield niet van stilzitten, had de boeken in haar boekenkast al twintig keer gelezen en ze kon toch moeilijk de hele dag piano spelen. Ja, Evangeline was een fijne afwisseling en gesprekspartner, maar Rhiann hield er toch ook half rekening mee dat dit hele kaartenhuis in ieder geval voor haar op enig moment zou instorten; en dan zou ze terug moeten naar het dagelijkse leven wat ze de afgelopen twintig jaar had volgehouden, verbannen en verbitterd. Ze wist niet zeker of ze dat nog zou kunnen. Wel was ze gesteld geraakt op het meisje. Ze was lief, zorgzaam en creatief, wat fijn was in haar kleine boerderijtje. De geit stond ondertussen weer buiten en haar bloemen in de tuin kwamen langzaam op, terwijl binnen in het huis alles in een bepaald ritme was gevallen. Ze besteedden veel tijd aan het praten over Keane, over de Cadwgans en de rechtszaak… maar soms waren ze ook uren stil, terwijl Eva schilderde en Rhiann haar toverkunsten weer een beetje op peil probeerde te krijgen. Het was grappig hoe alles van vroeger weer een beetje terugkwam en toch ging het langzamer dan ze had gehoopt. “Ik snap dat je hem wilt zien…” sprak Rhiann zachtjes, die de staf op tafel legde met het breiwerk ernaast en richting het meisje liep. “Maar Eva, denk goed na… Er is niet werkelijk iets aan de situatie veranderd. Zijn bewoordingen zijn anders, maar de bedoeling is hetzelfde.” De vrouw zuchtte terwijl ze haar hand op de stoelleuning van Evangeline legde. “Dit is precies wat mijn vader wilt, dat zal ook zijn waarom hij Keane heeft toegestaan deze brief te schrijven.” Ze knikte richitng het perkament. “Kan je het niet nog een keer proberen? Of is het anders een idee misschien morgenochtend weer verder te gaan? Misschien moet je er gewoon een nachtje over slapen.”
  10. [1837/1838] Where there is a will, there is a lawsuit

    Rhiann draaide zich om naar Eva en keek haar aan, de woorden van het meisje overpeinzend. Het meisje was van ver gekomen, vanaf de twijfels en wanhoop waarmee ze zich voor haar deur had geworpen tot deze standvastige positie die ze innam om het huwelijk van Lady Josephine en haar zoon te verbreken. Rhiann wist dat dat haar invloed was, dat Eva dat zonder haar niet had kunnen bedenken. Het voelde ergens fantastisch om weer deze mate van invloed op iemand te kunnen uitoefenen, zeker als ze zichzelf er ook nog eens mee kon helpen. Wat het haarzelf zou brengen was echter onzeker – Eva had nog een redelijk juridische positie te verdedigen, zij liftte enkel mee. Maar het was beter dan niets, zo had ze zichzelf maar voorgehouden de afgelopen weken. Haar vader was haar helaas niets verschuldigd en ze was overgeleverd aan zijn grillen, maar als ze niet was ingesprongen had zowel Evangeline als zijzelf hier nu niet gezeten. En ze zat duizend maal liever hier, in het huis van Daniel Bennett, een oude vriend en iemand die het in zijn macht had om iets te doen dan de kale groene weides van Clearwen Valley. Rhiann knikte Eva met een glimlachje terug, als was glimlachen niet per se iets wat zo uitgesproken bij haar karakter hoorde, voordat ze zich terug focuste op Daniel. “Ons standpunt is voornamelijk dat het huwelijk nooit rechtsgeldig heeft kunnen plaatsvinden, omdat Lord Radnor reeds was getrouwd” sprak ze, haar grijze ogen gericht op de man. “Of dat betekent dat het gaat om een nietig huwelijk of een huwelijk dat ontbonden moet worden, laat ik aan u over. En mijn positie…” Ze haalde haar schouders op, een ietwat sluwe blik in haar ogen. “Die zal wat meer… subtiliteit vereisen, vrees ik. Miss Lennox, het doet mij veel dat u zo open voor mij staat, maar het zal uiteindelijk mijn vader zijn die hieromtrent zal beslissen en hij zal niet erg verheugd zijn als hij erachter komt wat mijn rol is in deze claim, als ik hem zo inschat. Oh, en daaromtrent gesproken…” Ze zette nog een stapje richting de advocaat. “Daniel… ik heb geen toverstaf” sprak ze zachtjes. “De Graaf heeft de mijne gebroken toen hij mij verbande. Heb jij misschien… toevallig… een extra staf hier liggen?” Och, ze had zo vaak bedacht om er een te stelen bij een van de magische families kilometers verderop, maar ze had nooit gedurfd, bang om als dief te worden bestempeld. En Rhiann was een Lady, geen dief. Al hadden zij en Evangeline om hier te komen evengoed moeten inbreken, dus blijkbaar had ze zichzelf toch verlaagd tot het niveau van de huis, tuin en keuken crimineel.
  11. [1837/1838] Where there is a will, there is a lawsuit

    Natuurlijk wilde Rhiann haar zoon niet in de gevangenis terecht laten komen, maar aan de andere kant… voor zoiets triviaals als bigamie werd je werkelijk niet naar Azkaban gestuurd, en als je haar situatie met die van edellieden in een doorsnee gevangenis bekeek had zij het zelf toch niet heel veel beter gehad de afgelopen twintig jaar (of zo hield ze zichzelf voor). Daarnaast was met de juiste prijs, als de media-aandacht na zo’n schandaal weer wat was gaan liggen, heus wel de gevolgen voor de lengte van de straf te overzien. Nee, het gevang was niet echt het probleem, niet als de situatie haar verder zou helpen. Het enige waar ze wel bang voor was, was dat haar vader op dat moment zou besluiten dat Keane hem toch geen waardige erfgenaam was… hij had de jongen als zijn bloed geaccepteerd, dus waarom zou hij hem niet weer afstoten? Aan de andere kant had hij weinig keuze, tenzij hij ergens anders uit een hoge hoed erfgenamen zou kunnen toveren… en die kans achtte Rhiann klein, die natuurlijk niet afwist van het bestaan van Aria’s kinderen. “Uiteraard” knikte Rhiann instemmend bij Daniel’s woorden. Ja, haar vader zou er daadwerkelijk alles voor doen om dit gebeuren in de doofpot te stoppen… en zodra dat in dit prille stadium gebeurde hadden ze reeds verloren. “Wie weet kunnen we wel wat informatie lekken naar de Ochtendprofeet? Ze zullen er waarschijnlijk als aasgieren op springen, als het uit betrouwbare bron komt.” Ze wierp Daniel een veelbetekende blik toe. Het hield in dat Daniel het waarschijnlijk zelf zou moeten gaan lekken, want Rhiann had geen contacten bij de krant en Eva zouden ze toch slechts met moeite kunnen geloven. Ze draaide zich richting het meisje. Ze had de vraag al duizend keer gesteld, maar dat kwam mede omdat alles om het bewijs draaide wat Evangeline wel of niet te pakken zou kunnen krijgen. Het was zulks een onzekere factor, datgeen waar ze alles voor riskeerden, dat Rhiann er onrustig van werd. “Je weet wel zeker dat je het bewijs te pakken zal kunnen krijgen, toch Eva?” vroeg ze, een bezorgde blik op haar gezicht. “Misschien als Mr. Bennett enige ondersteuning kan verzorgen, dat het dan sneller zou gaan?” OOC: Nog niet de 1000 gehaald, maar wel post 50!
  12. [1837/1838] Where there is a will, there is a lawsuit

    “Oh, Daniel!” Even leek het alsof Rhiann haar oude vriend wel om de hals zou kunnen vliegen, maar ze hield zich in en bleef stokstijf staan, de emotie zichtbaar in haar grijze ogen. Daniel Bennett wilde klaarblijkelijk de afstand bewaren en daar zou zij in meegaan – of in ieder geval voor nu, terwijl Miss Lennox zich met hen in dit nette kantoor bevond. Maar nu opluchting de overhand nam vroeg ze zich plotseling af wat er onder zijn façade van geveinsde afstandelijkheid zou zitten, of dat dat echt was… en plotseling wenste ze niets anders dan toch een avond met Aria en Daniel bij te praten over de afgelopen jaren, om hun levens te vergelijken. De fantasie was zo lachwekkend dat ze er bijna hardop om lachen moest; Aria was nog steeds verbannen (of zo dacht Rhiann), om over zichzelf maar niet te spreken. Maar Daniel… hij moest toch wel een interessant leven hebben gehad, deze jaren, hij moest (als enige van hen drieën) toch wel heel wat hebben meegemaakt… “We stellen het zeer op prijs dat u de zaak aanneemt” sprak Rhiann enthousiast, ietwat overbodig na haar laatste kreet. Maar zij en Lennox hadden daadwerkelijk niet geweten wat ze anders hadden gemoeten… De vrouw draaide zich half om naar Evangeline om haar aan te kijken, want het meisje had haar niets verteld over enige data waarop ze het bewijs verzameld zou kunnen hebben, alleen dat het lastig zou worden. Het was niet eens bekend of het bewijs wel boven water zou kunnen komen… maar goed, ze zouden erin moeten geloven, zouden de kans moeten wagen – het was alles of niets. Rhiann schrok ietwat terug van Daniel’s directe vraag maar keek hem vervolgens aan, plotseling een schim van vastberadenheid in haar blik. “Het is niet iets wat ik wens te doen” antwoordde ze eerlijk. “Maar ik zie op de korte termijn geen andere uitweg. Ik wil terug naar Cadwgan Castle. Ik wil mijn fouten rechtzetten. Mijn vader geeft mij daar geen mogelijkheden toe.” Even glimlachte ze sluw. “Ik neem aan dat Keane’s reputatie er wel weer overheen komt. De reputatie van een vrouw, echter…” Ze wierp een blik op Evangeline. “Wij zijn, als het zwakkere ras, afhankelijk van de hulp van mannen. Laten we zeggen dat het verhaal van Miss Lennox mij raakte. En laten we zeggen dat ik iedere kans om weg te komen uit mijn huidige positie met beide handen zou aanpakken.” Ze liet haar vingers over Daniel’s bureau glijden, over enkele papieren die daar lagen. “En ik heb twintig jaar gewacht op deze kans. Twintig jaar is een lange tijd…” Ze knikte en wierp Daniel een schattende blik toe. “Ik hoop dat het niet voor niets is geweest. Ik hoop dat we een rechtszaak kunnen winnen, en als we het lot tegen ons hebben staan… dat we een list kunnen verzinnen.” Tsja, haar vader kon op elk moment beslissen dat zowel zij als Miss Lennox overbodig waren en met een zwiep van zijn toverstok zou het dan zo over zijn. Even huiverde Rhiann. Ze hield van haar vader en wist dat haar vader van haar hield – en toch zou hij niet twijfelen als hij wist waar ze nu mee bezig was. “Maar ik vertrouw erop dat jij ons kunt geven wat we nodig hebben, Daniel” voegde ze er liefjes aan toe, en ze glimlachte richting de man.
  13. [1837/1838] Where there is a will, there is a lawsuit

    Rhiann staarde Daniel twijfelend aan terwijl ze niet probeerde te laten doorschemeren dat ze door hem ietwat van haar voetstuk werd gegooid – was dat wat er in de afgelopen twintig jaar in de businesswereld was veranderd? Ze had nu niet per se een warm welkom verwacht, maar toch wellicht wel een flikker van herkenning, een teken dat ze elkaar jarenlang hadden gekend, een vraag hoe het met haar ging in een leven van verbanning en afzien. En natuurlijk had ze hem daarop geen antwoord gegeven, natuurlijk had ze zijn verrassing van zich afgeschut… maar door niets te zeggen, door haar apathisch aan te staren alsof ze de zoveelste klant was van die avond, een hint van nieuwsgierigheid maar toch niets meer dan dat… het gaf haar het gevoel dat hij de overhand had, dat zij hier maar al haar kaarten op tafel moest leggen en hij wel zou kiezen welke hij er wilde. Daniel was altijd wel afstandelijk en voorzichtig geweest, tenminste tot het punt dat je zijn interesse wekte of jezelf zo’n beetje aan z’n voeten gooide. Rhiann rechtte haar schouders ietwat en haalde diep adem. Het probleem was dat ze geen andere keuze had, dan in zijn ongeduld mee te gaan – ze had hem nodig, en zonder hem was haast geen optie. En ja, ook zij had heus wel doorgehad dat hij niet had geantwoord op haar vraag of hij te vertrouwen was. “Mijn zoon, de Burggraaf van Radnor, is vorig jaar getrouwd met Lady Josephine Gordon-Lennox” sprak Rhiann bedachtzaam, terwijl haar grijze ogen bedenkelijk over Daniel heen gleden. Als zijn voorkeur uitging naar pragmatische directheid dan zou ze hem die schenken - al ging dat in tegen wat haar eigen was. “Enkele maanden geleden is zijn echtgenote bevallen van een, zo heb ik vernomen, gezonde zoon – de erfgenaam van het Cadwgan erfgoed.” Ze hield even stil. “Miss Lennox hier beweert dat het huwelijk van mijn zoon ongeldig is, omdat zij reeds drie jaar geleden met Keane in Schotland zou zijn getrouwd.” Haar blik gleed af naar het meisje. “En ze is zwanger, zoals zij stelt van mijn zoon. Als dat waar is…” Ze zette enkele stappen richting Daniel. “Dan is niet dit ongeboren kind, maar de huidige Cadwgan erfgenaam buitenechtelijk verwekt. Daniel…” Ze stond nu bij zijn bureau en keek hem aan, probeerde de smekende blik te onderdrukken omdat ze wist dat het bij hem niet zou werken… maar twintig jaar verbanning, de hoge druk die ze voor zichzelf op dit bezoek had gelegd, het weerzien van haar oude vriend na zo’n lange tijd, al leek het hem dan toch niets te doen… “Ik geloof haar. En wat wij willen, wat wij van jou vragen…” Ze keek hem aan, een serieuze en resolute blik in haar ogen. “Is om die claim tot waarheid te maken.”
  14. [1837/1838] Where there is a will, there is a lawsuit

    Toegegeven, Rhiann was eigenlijk zoveel bezig geweest met het gedeelte van het plan dat hen in Londen zou doen komen dat de tweede helft, datgeen wat zag op wat ze zouden doen als ze er eenmaal geraakten, toch een beetje was ondergesneeuwd. Ze had aan Evangeline slechts oppervlakkig gesteld dat ze Daniel Bennett kende en hij hen wellicht zou kunnen helpen. Enkele jaren geleden had ze, in een toevallige Ochtendprofeet die bij het pakketje van Cadwgan Castle was meegekomen, de advertentie van zijn advocatenkantoor zien staan. Ze had het stukje uitgeknipt en bewaard, niet precies wetende waarom… maar nu zij en Evangeline in deze situatie waren geraakt, kwam het maar al te goed van pas. Een advocaat was precies wat ze nodig hadden – en eentje die ze ooit had gekend, wellicht zelfs kon vertrouwen… dat was alleen maar des te beter. Rhiann had geprobeerd de laatste twintig jaar niet aan haar oude vrienden te denken en de herinneringen van dat gedeelte van haar leven zover als mogelijk weg te drukken. Maar Eva’s verhalen over Zweinstein, over Keane, triggerden ook haar eigen herinneringen en er waren flarden naar boven gekomen waarvan ze niet eens wist dat ze in staat zou zijn die terug te halen. Ah, Daniel Bennett.. ze schaamde zich als ze terugdacht aan hoe verliefd ze op de jongen was geweest, maar ze schaamde zich nog meer voor hoe rigoureus ze hem destijds plotseling uit haar leven had geknipt. Maar met Aria’s verbanning, Daniel’s huwelijk, haar eenzame zevende jaar aan Zweinstein… of nuja, eenzaam was achteraf natuurlijk ook alleen maar relatief geweest. En nu, na twintig jaar, moest ze zich met een lastige claim aan zijn voeten werpen en maar hopen dat hij genadig genoeg was haar alleen al te woord te staan. Zij, die de spelletjes al twintig jaar niet meer had gespeeld en zich tussen de kippen op de Welshe heide had verschanst, en hij… advocaat en met dure nachttarieven in dit enorme pand. Ze voelde zich bloot, zonder toverstaf en zonder de dure gewaden die haar vroeger altijd zoveel zelfvertrouwen hadden gegeven, slechts gekleed in een simpele jurk en met niets anders gewapend dan haar verstand en scherpe tong. Ze wierp Eva een veelbetekende blik toe toen de man toch wel kwam opdagen – want… waarom zou hij niet komen opdagen? – en volgde hem naar zijn kantoor, haar dapperste en meeste beheerste blik verzamelende terwijl ze over de zachte tapijten naar een zakelijk ingerichte ruimte werden geleid. “Mr. Bennett” begon ze, terwijl ze wederom opstond uit haar zetel en voor een moment achter Evangeline ging staan, haar hand op de schouder van het meisje. Het voelde om de een of andere reden verkeerd om te blijven zitten. “Mag ik aan u voorstellen aan Miss Lennox. Miss Lennox – Mr. Daniel Bennett.” Ze glimlachte gereserveerd terwijl ze haar blik over de man liet heenglijden. Zojuist was het niet zo goed te zien geweest, maar in dit licht glansden zijn bruine haren, werden de lijnen in zijn gezicht uitgelicht… ja, hij was ouder geworden, zoals ze allemaal ouder waren geworden – ze vroeg zich plotseling af of hij haar ook oud zou vinden. “Mr. Bennett en ik gaan ver terug” sprak Rhiann, redelijk overbodig – ze had immers Eva al het een en ander verteld en voor het overige was Daniel er zelf bij geweest. “Zweinstein, Zwadderich…” Een losbandige avond in een botenhuis. Rhiann hief haar hoofd op en keek Daniel aan, haar blik ietwat afgemeten terwijl ze voor een moment improviserend de juiste woorden zocht. “Mr. Bennett - Daniel - Miss Lennox en ik bevinden ons in een bepaalde… toestand. Het is een uiterst precaire situatie, een zeer buitengewone zaak. Er is niets aan mijn eigen… positie verandert en wij – of in ieder geval ikzelf – kloppen dan ook slechts in uiterste noodzaak bij u aan, onder bedreiging van groot gevaar. Nu, het zou best kunnen dat met deze zaak, dit gevaar ook op u zal overspringen. Voordat ik meer kan zeggen, moet ik deze kwestie dan ook aan u voorleggen.” Ietwat gespannen hield Rhiann haar hoofd wat schuin. Dit was haar enige contact. Als Daniel hen zou weigeren... en toch moest ze hem voor de keuze zetten. “Als dat niet iets is wat u wenst te ervaren, dan zal u ons in dit donkere uur de deur moeten wijzen, vrees ik. Maar ik hoop dat u ons zou willen helpen. En ik hoop dat..” Rhiann glimlachte ietwat geforceerd. Dit was niet haar forte, maar er zat niets anders op... het risico dat Daniel linea recta naar haar vader zou rennen was er een die ze zouden moeten nemen. “Ik hoop dat we u kunnen vertrouwen.”
  15. [1837/1838] Where there is a will, there is a lawsuit

    De nacht van vrijdag 12 op zaterdag 13 januari Londen Duizelig stapte Rhiann de haard uit, alles voor haar ogen draaiende en voor moment geheel gedesoriënteerd. Het was een oefening om je ellenbogen in te houden en galant uit het vuur te stappen, maar twintig jaar afwezigheid van haardgebruik had niet echt gewerkt voor haar haard-reizende kwaliteiten. Ze hoorde Evangeline achter haar met een plop verschijnen en Rhiann stak haar arm uit om het meisje op te vangen terwijl die onhandig uit de haard struikelde, bang dat ze naar voren en op haar buik zou vallen. Voor een moment keek Rhiann op haar hoede om zich heen, voordat ze de heks achter een balie in de hoek van de ruimte opmerkte. De heks keek niet op maar hield haar ogen gericht op een boek, klaarblijkelijk niet van plan haar verhaal voor de ongenode gasten te onderbreken. “Naam?” vroeg de heks verveeld, terwijl ze loom een pagina omsloeg. “En is het dringend? Mr. Bennett heeft het erg druk. Het spoedtarief ligt vanavond dan ook 50% hoger dan normaal.” Rhiann liet haar blik voor een moment over Eva heenglijden en glimlachte bemoedigend, ietwat gerustgesteld nu ze zeker was dat ze op de juiste plaats waren aangekomen. “Rhiannon” sprak ze, precies zoals zij en Evangeline hadden afgesproken. Ze wilde noch Eva's naam, noch haar eigen achternaam in de registers, wilde geen roddels starten… maar ze wilde wel Mr. Bennett’s interesse wekken. Een huivering liep over haar rug toen ze haar eigen naam uitsprak, na twintig jaren onder een andere te zijn schuilgegaan. “En… ja. Ja, het is zeer dringend.”
×