Jump to content

Rhiann Cadwgan

Magisch Verbond
  • Content count

    187
  • Joined

  • Last visited

  • Days Won

    19

Rhiann Cadwgan last won the day on May 22

Rhiann Cadwgan had the most liked content!

About Rhiann Cadwgan

  • Rank
    A phoenix needs ashes to be reborn

OOC Profiel Informatie

  • Naam
    Dails

Profile Fields

Recent Profile Visitors

675 profile views
  1. [1839] Hope is the only thing stronger than fear

    De enige manier om rationele, weloverwogen keuzes te maken, was door middel van een constante toevoer aan relevante informatie. Natuurlijk kon je niet alle risico’s indekken – dat kon nooit, in een mensenleven – maar je kon jezelf wel zoveel mogelijk beschermen door een overweldigend aanbod van inschattingskansen, schadebeperkingen en achterdeurtjes die vluchtwegen boden in geval van nood. Haar vader deed de hele dag niets anders dan zich op deze manier door het leven behelpen – Daniel ook, tot een bepaalde hoogte, al leek hij er eerder zijn corebusiness van te hebben gemaakt om de facilitator te zijn van het grote geheel; niet de spin in het web, maar de persoon die de hulpmiddelen aanleverde om het web zo groot en sterk mogelijk te maken. Nu leek er soms toch nauwelijks een verschil; ook de facilitator balanceerde macht en verantwoordelijkheden met diegenen met wie hij samenwerkte, maar haar vader kende het verschil – en Rhiannon had er de afgelopen maanden zaak van gemaakt om de precieze eigenaardigheden van dat verschil met zachte hand uit te pluizen. Het idee om zich richting de Bennetts te begeven was niet plotsklaps gekomen; vanaf het moment dat Daniel had ingestemd Eva’s rechtszaak te willen aandragen, toen hij haar had opgezocht in Wales, hun oude vriendschap, zijn brandschone reputatie… wel, het had haar gesterkt in het vermoeden, dat hij haar wellicht zou helpen in een moment van nood. Och, ze wilde hier niet zijn; het was niet iets voor haar om haar lot zo rigoureus in andermans handen te leggen, zeker nu een ander zoals Camilla daarbij betrokken was. Maar nu het haar vader betrof, had Rhiann een acceptabel plan nodig gehad, voor het geval het alles als een kaartenhuis in elkaar zou storten. Of gewoonweg omdat ze geen uitweg zag, omdat alles – maar dan ook alles - beter was dan zich nogmaals te laten wegstoppen op het platteland; omdat datgeen waar ze het eens voor had gedaan, was weggeveegd door haar vader alsof hij gewoonweg opnieuw kon beginnen, welk (en wiens!) mensenleven hij daarvoor ook opofferen moest. Haar keuze was reeds neergekomen op alles of niets – enige bedreigingen, gemeend of niet, van Daniel of een ander, konden daar toch weinig meer aan veranderen. “Miss Lennox heeft haar kind vrijwillig afgestaan, door middel van een onbreekbare eed” sprak Rhiannon bedachtzaam, haar grijze ogen wederom op Daniel gericht. Wat haar vader het meisje daar in plaats van had geboden en hoe ‘vrijwillig’ die ruil daadwerkelijk was geweest, viel wel te raden. “Zij wist dat mijn vader hem aan mij zou toevertrouwen.” Het maakte het makkelijker, voor haar – Eva zou haar kind niet terug kunnen krijgen, of toch enkel als ze wenste te spelen met vuur. Ze keek naar Daniel, hoe hij zich naar voren boog, waarmee hij zich leek te distantiëren van zijn complete familietafereel, zijn aandacht gericht op háár – al dat toch precies datgeen was, waar het nu klaarblijkelijk op neerkwam. Ze probeerde zijn blik te doorgronden, maar wist niet wat ze daar precies vond. Een rilling gleed even over haar rug bij zijn laatste woorden, al bevond ze zich niet in een positie waarin ze zich de luxe kon permitteren zich erdoor te laten vermurwen. Hij zei ja – niet waar? Hij gaf een voorwaarde tot onderhandeling, maar dát die onderhandeling plaats zou vinden leek in zoveel woorden nu niet te weerleggen. Doch wat de inhoud betrof… Geloofde hij klaarblijkelijk dat haar vader zijn familie iets aan zou doen? En over wie hadden ze het dan precies? Aria liep wellicht evenveel gevaar als eenieder ander; maar had haar vader niet al grenzen overschreden, die hij zich eigenlijk niet kon permitteren – zeker zonder zijn rechterhand, die zich hier tegenover haar bevond? Dat moest Daniel weten, zoals zij dat deed. Dus vanwaar die vraag? Was het show, om zijn vrouw gerust te stellen? Of zat er meer achter – wist hij wellicht iets, waar zij niet van op de hoogte was? Maar goed, het klonk als een waarschuwing, maar was toch eigenlijk een dreigement, een waaraan zij niet twijfelde dat hij het meende, en zij er aldus iets mee moest. “Ik begrijp wat je zegt” sprak Rhiann, een afstandelijke blik op haar gezicht die toch het meest te kwalificeren viel als hautain, terwijl ze haar rug wat rechtte. Het belangrijkste in onderhandelingen was, dat je niet als zwak werd bestempeld; dat was toch een van die dingen die haar vader haar van jongst af aan had geleerd. Het andere was, dat je in onderhandelingen enkel teveel kon zeggen, nooit te weinig. Alhoewel, in deze situatie…. “Ik heb niet niets te bieden” vervolgde ze, ietwat koeltjes – natuurlijk restte haar niets anders dan het te slikken, maar met directe bedreigingen had ze niet veel op. Het was overigens ook Camilla die hierover was begonnen, niet Daniel; niet dat dat het heel veel anders maken zou, op dit moment. “Ik ben de enige dochter van de Graaf van Radnor. Ik heb… informatie.” Ze wist dat ze haar eer als Cadwgan aan het verloochenen was; en toch, had haar vader dat niet over zichzelf afgeroepen? “Informatie die hem schaadt. Informatie die hem verlamd. Informatie die…” Die erger zou kunnen veroorzaken. Wilde ze dat? Ze wist het niet. Het enige wat ze wist, was dat hij haar kind had vermoord en was doorgegaan alsof de episode van de afgelopen twintig jaren niet had plaatsgevonden – en dat hij er voor boeten moest, wat het haar ook zou kosten.
  2. [1839] When no-one else was looking, the present erased our past

    Voor een moment keek Rhiannon de man niet aan, haar blik afgewend. Had hij nu zojuist geprobeerd haar hand te pakken? Wat dacht hij wel niet, de schoft! Het was dat de man hier tegenover haar zat, maar Scott Evergreen was iemand die voor haar… nuja, niet meer waarlijk bestond. Niet sinds híj de reden was geworden van haar verbanning. Het was vreemd hoe ze hier kon zitten en tegen hem kon praten, hem tegelijk kon haten en toch weten dat zijzelf de schuld van haar val was geweest. Misschien was het beter geweest als ze het hem meer had kwalijk genomen. Haar vader had haar echter van iedere kans ontnomen om haar neergang op een ander af te wentelen. “Het kind” sprak Rhiann uiteindelijk, voordat ze wederom opkeek. Ze had geweten dat Keane zijn vaders groene ogen had geërfd, al waren die van hem van een feller, lichter soort groen geweest. Ze probeerde dat maar te negeren. “Lady Josephine…” Even zuchtte ze, al hield ze haar blik op hem gericht. “Ik denk dat ze gevaar loopt. En… het kind ook. Úw kleinkind. Owen.” Ja, Owen… dat ándere kind. Het echte, officiële kind. Het kind dat zij en Eva zouden degraderen tot bastaard, mocht er ooit nog iets van die rechtszaak komen. Wellicht verdiende dat kind dit – een link met de Silvershores, hoe vrijblijvend dan ook. En Josephine… Nuja dat was iets heel anders, iets waar ze zich waarlijk niet aan zou wagen. “Mijn vader…” Even zweeg Rhiannon opnieuw terwijl haar grijze ogen nog iets verhardden. Dat de Graaf zijn bastaard Gabriel tot erfgenaam wilde maken, was geen informatie die Mr. Evergreen iets aanging. Toch wilde ze hem op het hart drukken hoe belangrijk dit was. “Hij doet er alles aan om mijn zoons lijn uit te wissen. Hij zal ver gaan om dat voor elkaar te krijgen. Heel ver. Verder dan…” Ze schonk hem een berekenende blik. “Nu, dan u zich waarschijnlijk zal voorstellen.” Rhiann nam nog een slok van haar drankje, de rust weer wat wedergekeerd nu het hoge woord eruit was. “Denk erover na. Houd het geheim, doch… vertel het vooral aan uw… verloofde, mocht u dat nodig vinden.” Rhiann glimlachte koeltjes. Die link was natuurlijk de enige reden dat ze hier was. Waarom zou ze anders haar tijd verspillen? Mr. Evergreen wist niet hoe lelijk hij zijn vingers had kunnen verbranden aan de hele situatie (en nu alsnog, wellicht!) - maar ze zou hem daar ook niet van op de hoogte brengen. Dat mocht Thomas Silvershore wellicht doen, als die zich daartoe geroepen voelde.
  3. [1839] When no-one else was looking, the present erased our past

    Natuurlijk had ze Keane al een tijd niet meer echt gezien, voordat…. Maar het was vreemd om te aanschouwen in hoeverre ze de trekken in deze man terugzag in haar zoon. Ze wilde het niet zien en wenste eigenlijk dat ze haar ogen ervoor kon sluiten, maar aangezien dat waarschijnlijk betekende dat ze op zou moeten staan om haar heil elders te zoeken, bleef ze met tegenzin zitten en wendde ze haar blik af. Dat was echter niet van lange duur. Ze had nooit legilimentie mogen leren – volgens haar vader was dat niet iets voor vrouwen, maar het was vanuit zijn perspectief natuurlijk vooral een bezigheid waarvan het onhandig was als teveel mensen die kenden – en toch was er iets in haar (noem het intuïtie!) dat goed was in het detecteren van leugens. Nu was Scott Evergreen waarschijnlijk zo’n man die zijn halve dagen spendeerde aan het uiten van onwaarheden, maar aan de andere kant was hij ook wel iemand die de herseninhoud niet had om zijn eigen snode plannen te bedenken. Al… had ze wel gehoord van die verloving – met een Silvershore zo’n dertig jaar jonger, nog wel! Als ze niet zo vreselijk op haar hoede plachtte te zijn, had ze het redelijk gefascinerend gevonden om het meisje te ontmoeten. Ze negeerde zijn verdere woorden met betrekking tot het jonge grut (waarlijk, dat Thomas Silvershore het zo ver had laten komen! Ze móest zwanger zijn, het kon niet anders) en boog zich in plaats daarvan nog iets meer dichterbij, een serieuze ondertoon in haar grijze ogen. Plotseling voelde ze zich zenuwachtig, en voor een kort moment wenste ze nogmaals niets lievers dan op te staan en te vertrekken. Dat was toch geen gedachte die ze zichzelf kon toestaan daadwerkelijk tot uitdrukking te brengen. “Mr. Evergreen… ik heb het gevoel dat ik u een… boodschap ben verschuldigd.” Ze slikte de brok in haar keel weg, nam een slokje whisky en herpakte zich wat. Zie, dit was zoveel beter als je gewoonweg een drankje in handen had gekregen, Camilla. “Mijn zoon. Uw… uw…” Nee, dát kreeg ze toch niet over haar lippen. “Keane heeft in december een... ongeluk gehad.” Ze haalde diep adem. Ergens had ze wel gedacht dat dit met de tijd gemakkelijker zou worden, maar dat was het klaarblijkelijk niet. “Hij… Hij is daarbij om het leven gekomen.” Rhiann zag dat hij schrok en hief met een bleke blos op haar wangen, haar hand op, ten teken dat ze nog niet klaar was. Ze wist niet zeker of ze opnieuw kon beginnen, als ze nu zou stoppen. “Mijn vader wenst niet dat dit algemene informatie wordt en ik vraag u dan ook het.. het voor uzelf te houden.” Nu, dan eindelijk, knikte ze en stond ze het zichzelf toe om wat achterover te leunen om nog een slok te nemen.
  4. [1839] Blackmail runs in the family

    Het was waar dat Rhiannon een hechte band met Evangeline had opgebouwd – waarschijnlijk zo hecht, als die ooit zou kunnen worden. Rhiann was nooit iemand geweest die haar medemens erg dichtbij liet komen, hoeveel de vriendschap ook voor haar had betekend. Natuurlijk had ook zij vroeger haar geheimen gedeeld met haar beste vriendin Aria en had Daniel haar daarnaast waarschijnlijk beter gekend dan elk ander; toch was Rhiann opgevoed met een volprezen gevoel van familietrots die maakte dat het van belang was om afstand te houden van diegenen die een andere achternaam droegen dan zijzelf. Er waren zaken die de veilige beslotenheid van de geest niet konden verlaten; geheimen zo gelaagd dat die niet aan het daglicht konden – en toch beter gezegd; mochten - worden getoond. Dan waren er zaken die slechts de familiekring aangingen; gevolgd door informatie die enkel hen betrof die het vertrouwen daartoe konden dragen. Als laatste was er dan de buitenwereld; en richting die grootste groep was het immer enkel van belang de rug recht te houden en het hoofd hoog te dragen. Miss Lennox pretendeerde toch tot de vertrouwde familiekring te horen, maar was eigenlijk na al die maanden nog steeds een vreemde. Dat was iets formeels, iets theoretisch – haar achternaam was niet Cadwgan, om mee te beginnen – en daarmee zou Rhiann haar toch nooit geheel kunnen vertrouwen. Het kind – ja, het kind was een ander verhaal. Het stond vast dat Griffith toch háár kleinkind was, een baby wiens geest en ziel nog gekneed konden worden tot het een of ander. Evangeline had er altijd al een sterke mening op na gehouden, inclusief een scherpe tong waarvan Rhiann wist dat haar vader daar zo’n hekel aan hebben moest. Daarnaast had ze soms de neiging om te zeggen waar het op stond, terwijl…. Het moment dat Eva over haar vader begon, verhardde de zachte blik in Rhiann’s grijze ogen. Als bevroren staarde ze het roodharige meisje aan, voordat ze haar handen redelijk abrupt uit die van haar schoondochter lostrok en fel achteruitschoof. Er waren zaken die niet hardop gezegd dienden te worden – niet zo, in ieder geval. Dat Evangeline Lennox dat subtiele verschil niet aanvoelde, maakte haar plotseling overduidelijker dan ooit niet tot een bondgenoot, maar tot een tegenstander. “Dit komt allemaal door jou” siste Rhiann zachtjes en plotseling afstandelijk, haar stem nu doordrongen met iets wat grensde aan bittere razernij. “Dit was allemaal niet gebeurd, als…” Ze maakte haar zin niet af, hoewel haar blik die van Eva niet verliet. Ongemerkt zochten haar vingers de ruwe hals van de toverstaf, die ze ergens onder haar mantel bij haar droeg. “Dit is die situatie zoals u die heeft gewild, en het spijt me, Miss Lennox, maar het is te laat om nog terug te krabbelen. Het moment dat u besloot met mijn zoon te willen trouwen, waren jullie beiden geen kinderen meer, maar twee mensen die klaarblijkelijk in staat waren om volwassen keuzes te maken en daar vervolgens naar te handelen. U kwam naar míj om de verbintenis juridisch af te dwingen, en waar het mij spijt dat ik daar ooit mee heb ingestemd, is dat dan weer iets wat ons beiden toekomt. De rechtszaak staat, ingediend en wel, gegrift in het geheugen van het grote publiek en van mijn vader. Doorzetten is de enige mogelijkheid.” Waar was het anders allemaal voor geweest? Waar hadden ze anders Keane’s leven voor op het spel gezet, en dat van Evangeline, en het hare? Eva kon dan zelf wel zijn beschermd door die Onbreekbare Eed, ze kon dan zelf wel bang zijn voor haar familie – maar alles wat Rhiann had opgebouwd, alles wat had gestaan voor de familie waar Evangeline zo wanhopig bij had willen horen, was door de serie van gebeurtenissen verscheurd; en zou juist nooit meer hetzelfde zijn zónder deze rechtszaak. Had Evangeline niet hardop haar keuze gemaakt, het moment dat ze haar handtekening onder die dagvaarding zette? Rhiann stond op, haar armen over elkaar heen gevouwen – al zou ze daarbij er nooit voor zorgen dat ze geen direct vat op haar toverstaf had. “Tenminste, als u míj ooit nog wilt zien” verduidelijkte ze zich, een harde blik in haar grijze ogen die eenieder die haar zag toch niet zou doen twijfelen dat ze de dochter was van Owain Cadwgan, de Graaf van Radnor. Ze had natuurlijk een troef achter de hand. “En Griffith.”
  5. [1839] Hope is the only thing stronger than fear

    Het moment dat Evangeline haar had gevraagd om tegen haar vader op te komen door haar claim te ondersteunen, was een eerste stap geweest in een nieuwe dans die ze jaren had ontweken, maar nu toch niet had kunnen weerstaan. Ze had haar vader nooit eerder een strobreed in de weg gelegen; omdat hij de patrias familias was, omdat hij alles vertegenwoordigde wat zij ook was (geweest). Toch had dat minder van haar gevraagd dan datgeen, wat ze nu deed. Ook toen was ze door een externe factor richting Daniel gedreven, ook toen had ze hem iets moeten vragen wat ze wellicht liever meed – en toch had het niet direct betekend dat zij al haar kaarten moest laten zien en haar kleuren diende te bekennen. Dáár had ze haar pionnen en lopers verzet, die wellicht verliezen zouden betekenen die haar later zouden betreuren, doch niet het einde van het spel signaleerden (een meer definitieve variant van de welbekende ‘game over’); maar híer ging het om meer kostbare stukken. Zelfs paarden en torens dienden opgeofferd te worden, als daarmee de Koning te redden was. Doch de Koningin dan weer, daarentegen… Mocht Rhiannon zich in een andere positie hebben bevonden, dan hadden Camilla’s opmerkingen haar waarschijnlijk tot in haar diepste wezen gekrenkt. Doen met haar wat hij niet laten kon? Ze mocht dan alles zijn verloren, maar haar identiteit bezat ze nog. Ze was een Lady, een hooggeborene – en stond aldus, wellicht wat ironisch, nog steeds boven Camilla en daarmee boven iedere Bennett. Nu had ze niet echt een voorkeur waar het Daniel betrof – boven haar, onder haar, achter, ervoor – maar dat was niet echt het punt. In plaats daarvan fronste Rhiann echter haar elegante wenkbrauwen, terwijl haar blik voor een moment van echtgenoot naar echtgenote gleed. Ze had Daniel’s keuze nooit waarlijk begrepen, maar nu vroeg ze zich toch vooral af wat voor een huwelijk dit moest zijn. Nu Daniel er niet voor koos zijn vrouw uit haar lijden te verlossen waar het de identiteit van het kind betrof, wat toch voornamelijk de reden moest zijn van zo’n hulpschreeuw, voelde Rhiannon zich daar ook allerminst toe aangezet. Doch waar ze zich redelijk zeker was van Daniel’s huidige bescherming waar het momenteel om haar vader ging, onafhankelijk van of ze zou mogen blijven of niet, was ze er allerminst zeker van of dat zich ook zou doorzetten wanneer zijn lieftallige echtgenote zich plotseling tegen haar zou keren; en Rhiann was nog steeds niet voorzien van een toverstaf, noch enig ander wapen van haar keuze. Haast ongemerkt verplaatste ze zich enkele centimeters naar links, waar ze een meer plausibele uitweg zou kunnen vinden, tenminste voordat ze wederom haar blik op Daniel liet rusten. Hij zei geen nee. Nog niet. Vooralsnog niet. Neigde zelfs naar een ja, wellicht. Het was niet dat ze geen Plan B had – zou ze zich ooit zonder een alternatief plan bevinden? - al had ze wellicht iets meer hoop gevestigd op deze uitkomst van haar situatie dan ze zich volgens haar eigen rationele gedachtenprocessen kon permitteren. “Mijn inschatting is dat hij er vijf á tien minuten geleden is achtergekomen” sprak Rhiann op een toon die voor ‘luchtig’ moest doorgaan maar dat het nèt niet was, haar blik op hem gericht. Even was ze stil. Ze voelde ergens wel aan waar hij op doelde, maar was niet geheel bereid om hier een eenduidig antwoord op te geven. Niet hier, niet nu. Toch rechtte ze haar rug, haar hoofd wat schuin – want ze zou hem klaarblijkelijk wel iets moeten geven. “Begrijp me goed, ik ben niet hier om te vluchten” verduidelijkte Rhiannon zich langzaam, haar woorden nu met enige precisie gekozen. “Zie het als politiek asiel. Tijdelijk…” Even flitste haar blik wederom richting Camilla. Ze wist niet hoezeer zij van invloed was op zijn keuzeproces, doch als zij op die wijze haar mening kenbaar moest maken, overduidelijk niet al teveel. Toch kon Daniel met enige mate van waarschijnlijkheid niet geheel murw voor haar zijn, niet met een verzoek als dit. “…Maar effectief.” Ze had de slag verloren, maar de oorlog schreed door. Op welke manier het eindduel er uit zou gaan zien wist ze niet, zoals ze zojuist ook kenbaar had gemaakt; maar duidelijk was dat ze niet nogmaals aan de verliezende kant wilde – en zou - staan. Niet als zíj het kon verhelpen.
  6. [1839] Blackmail runs in the family

    Het was duidelijk dat Evangeline geen antwoord wenste te geven op haar belangrijkste vraag – namelijk, of Josephine (en Owen) veilig waren. Och ja, haar vader zou bij niets stoppen om zijn officiële erfgenaam in handen te krijgen; mochten ze niet veilig zijn, en mocht hij ook nog geen poging hebben gedaan haar meer officieuze schoondochter te traceren (zoals Eva haar hier leek te vertellen)… Bleek hield Rhiann haar grijze ogen op Eva gericht, alsof haar houding en gezichtsuitdrukking meer gingen blootleggen dan haar woorden haar zojuist hadden gedaan. Ze had het idee dat als ze Eva onder druk zou zetten, het meisje het haar waarschijnlijk wel zou vertellen – maar plotseling wist ze niet zeker of ze dat wel wilde. Dit was háár schuld. Haar vader zou het zien als een gebroken lijn van vertrouwen - niet alleen door weg te gaan, maar ook door informatie aan zijn stief-kleindochter te geven die haar zodanig had weggeduwd, dat ze het klaarblijkelijk waard had gevonden om te vluchten. Ondanks dat Rhiannon haar eigen occlumentiekunsten vertrouwde, waren ze ook al twintig jaar lang niet echt onderhevig geweest aan enige test. Als haar vader echt zou doorduwen… Wellicht was het beter als ze van niets wist. Wellicht was het beter om bepaalde zaken zo te laten, dat ze haar onschuld zou kunnen aantonen op het moment dat dat nodig zou zijn. Deze dagen was kennis de enige valuta waar ze in handelen kon; toch momenteel ook aan dat devies nadelen leken te kleven. Tegenover Evangeline kon ze gemakkelijk pretenderen dat ze haar mond zou houden om Josephine te beschermen; doch zelfbescherming immer in Rhiann’s boekje als het hoogste goed aangemerkt zou staan. “Je hebt… contact met haar” sprak Rhiann afhoudend, haar grijze ogen plotseling op het tafelblad gericht. Ze zweeg terwijl ze nadacht, terwijl Evangeline haar de thee toeschoof, terwijl ze haar vingers om het kopje vouwde en de warmte in haar huid liet trekken (zie, Camilla? Dit was hoe je met gasten omging). Toen ze haar blik uiteindelijk weer op Eva vestigde leek de woelige zee die immer was weerspiegeld in haar grijze ogen getemd, waarmee de werkelijke dimensies van het eindeloze verdriet en onderwaterstromen van angst welke de dieptes die zulks een waterplas huisvestte, tot in behoorlijke afmetingen zichtbaar werden. “Het is niet veilig in Cadwgan Castle. Het zal nooit meer veilig zijn in Cadwgan Castle.” Haar stem was zacht, alsof ze het niet alleen tegen Evangeline had, maar toch vooral tegen zichzelf. Rhiannon haalde diep adem. “Niet als we niets doen. Niet als we niet… terugvechten.”
  7. [1839] When no-one else was looking, the present erased our past

    Rhiannon dronk rustig haar drankje op, terwijl haar grijze ogen, geblindeerd door het donkere gaas, de man volgden die de twijfelachtige eer had zich de vader van haar kind te kunnen noemen. Ze had hem nooit als zodanig gezien - de enige manier hoe ze aan hem terugdacht, was op een spijtige wijze dat ze het verleden niet terugnemen kon. Nadat ze haar tweede drankje had besteld en ze een knikje van de barman had ontvangen, stond ook zij op. In navolging van Mr. Evergreen liep ze door de dikke, fluwelen gordijnen naar een groezelige gang. Direct vroeg ze zich af of dit wel een goed idee was geweest, en onder haar mantel greep ze haar toverstaf stevig vast – maar de barman liep achter haar aan en wees haar naar wederom een andere ruimte, ook weer afgesloten met gordijnen. Ze tilde er een op, zag hem zitten en liet de zware stof vervolgens achter haar dichtvallen. De gordijnen wuifden niet, alsof ze verzwaard waren met lood. Op een plek als deze was er uiteraard een grote kans dat ze afgeluisterd zou worden – en al was dat zojuist door haar hoofd gegaan, toch kon het haar minder schelen dan misschien zou moeten. Daarnaast zou Daniel, wanneer hij dit te horen zou krijgen (en was híj nu niet bij uitstek de persoon die een plaats als dit afluisteren zou?) haar zoiets a-karakteristieks vast vertellen. Wetenschap was goud – wellicht zou de informatie zich over een paar dagen aandienen, wanneer het inderdaad niet veilig was geweest. Zat er iets anders op dan de gok maar te wagen? Voor nu bleef Rhiann voor een moment staan, voordat ze behoedzaam recht tegenover hem aan tafel plaatsnam, haar blik verdeeld tussen de onbewaakte ingang en de man zelf. Toen er na enkele seconden niets bleek te gebeuren, rechtte ze haar rug, voordat ze voorzichtig de sluier los begon te maken. “Mr. Evergreen, het spijt mij dat ik u op deze manier moet storen van uw eh.. drukke avondschema.” Ze glimlachte even humorloos. “Ik heb een mededeling voor u waarvan ik mij verplicht voel deze aan u te doen. Eerst heb ik echter uw woord nodig.” Ze boog zich iets naar voren en keek de man aan. Hij was een vreemde voor haar, een Niemand, iemand die er waarlijk niets toe deed – en toch had zij hem toegestaan alles wat ze was geweest, kapot te maken. “Belooft u dat u niets van wat ik zeg, zonder mijn toestemming, aan de buitenwereld bekend zal maken? Wat dus ook inhoudt…” Ze liet haar grijze ogen even rond te ruimte gaan. “Dat wij hier ons in een... veilige ruimte bevinden?”
  8. [1839] When no-one else was looking, the present erased our past

    Voor het café had ze staan twijfelen. Er waren geen kroegen geweest in de dorpjes waar ze de afgelopen twintig jaar had gewoond, en ze had zich in die tijd wellicht maar een of twee keer in een grotere stad begeven. Ook vroeger zou ze nooit in haar eentje een plek als dit hebben betreden, maar vanavond… Door de groezelige ramen was een ruimte te zien waar het redelijk druk was. In de meer duistere gedeeltes van de Stegen, waar ook dit café gelegen was, waren er wel meer wezens aanwezig die klaarblijkelijk hun identiteit niet kenbaar wilden maken. En vanavond, van alle avonden, wilde ze niet alleen zijn. Afgezien van die paar dagen die Daniel haar had geschonken voordat Camilla al zijn aandacht op had geëist, was ze al zo alleen geweest. Waren de tipjes van de sluiers van haar isolement niet gemaakt om opgelicht te worden? Ze had al een drankje besteld aan de bar toen ze hem plotseling zag. Alles aan de man die haar ondergang had veroorzaakt was anders dan ze het zich kon herinneren, en toch zou ze hem uit duizenden herkennen. Zou ze hem zodanig hebben gedraconiseerd in haar hoofd, dat dat hetgeen was wat haar van slag bracht? Mr. Scott Evergreen had klaarblijkelijk een weddenschap verloren, of een kaartspel, want een groep met ietwat sjofele anderen joelden hem met enig genoegen uit, voordat hij met een lichte blos op zijn gebruinde voorkomen naar de bar stapte en zin bestelling plaatste. Hij stond zo dichtbij dat ze hem zou kunnen aanraken. Mocht ze het plotseling in haar hoofd halen weg te willen, dan was dat niet meer gehele subtiele realistische mogelijkheid. En ze wilde weg. Toch? Of… Rhiann hield niet van spontane beslissingen. Rationaliteit en overdenking – dat was hoe het hoorde te gaan. Je kon een snelle beslissing nemen, zonder dat die irrationeel was genomen. Maar dit… dit was haar eerste spontane beslissing in zo’n lange tijd, dat ze die zich nauwelijks kon herinneren. Zonder de man aan te kijken stootte ze hem scherp aan met haar elleboog. “Mr. Evergreen” prevelde Rhiann redelijk onopvallend, haar blik gericht op een willekeurig punt achter de bar. De zwarte sluier verhinderde het zicht op haar identiteit, al waren de contouren van haar gezicht zichtbaar. “We moeten praten.” Ze voelde zijn onderzoekende blik op haar branden en zweeg even. Soms moest je ertoe overgaan iets van waarde af te geven om de benodigde interesse te wekken. “Ik heb informatie betreffende de Cadwgans.”
  9. [1839] When no-one else was looking, the present erased our past

    Het was niet dat Griffith haar redding was. Ook zonder het kind had ze het wel tot enige eindstreep gehaald, daar was ze zeker van. De huiself die haar was toebedeeld – en die haar mede in de gaten hield, daar was ze zeker van – wilde maar al te graag voor het kindje zorgen, en toch deed Rhiann het meeste het liefst zelf. Dat was wat ze Evangeline had beloofd, en dat was ook wat het fijnste voelde. Vanavond had ze hem echter achtergelaten. Ze dacht niet dat hij voor iemand van enige interesse zou zijn – nadat Camilla door had gehad dat het haar kind niet was, leek haar belangstelling toch wel wat geweken – en alles was beter dan hem blootstellen aan de gevaren van buiten. Nuja, momenteel, dan. Vrij van het kind aan haar borst had ze een tijdje door nachtelijk Londen gezworven, totdat haar voeten haar als vanzelf tot de Wegisweg hadden gebracht. In tegenstelling tot haar lege armen, woog het verdriet zwaar, wat zich door haar liet meeslepen alsof het zich als een voetboei had vastgeketend aan haar benen. Als ze niet zou oppassen, zou het haar verpletteren. Ze wist het, maar tegelijkertijd wist ze niet wat ze met die kennis aan moest. Ze was nog geen maand bij Daniel; de laatste keer dat ze haar zoon tegen haar aan had gedrukt was tweemaal zolang geleden. En met iedere dag die voorbijgleed, leek het alles wel steeds zwaarder te wegen, in plaats van dat het verdriet opsprong en dat verzwaarde hart verliet. Men vertelde dat tijd alle wonden heelde; maar men zei er toch niet bij, hoelang dat kosten zou.
  10. [1839] When no-one else was looking, the present erased our past

    Februari 1839 De Wegisweg, Londen De stiltes waren het ergst. De laatste tijd waren er veel lange, diepe stiltes geweest. Ze had de veilige haven die het huis van de Bennetts in Londen voor haar vormde niet willen verlaten, maar het was wederom een van die avonden waarop de stiltes zo luid doorklonken dat ze haar oren deden doen tintelen. Ze wist niet of het kwam doordat Camilla en Daniel thuis waren maar hun kamermuren geluidsdicht hadden gemaakt door een plamuurwerk van spreuken of dat zij beiden simpelweg hadden besloten de avond elders door te brengen; Rhiannon wist wel beter een van beide partijen voor de voeten te lopen. Maar het was duidelijk dat de stilte, immer ernstiger dan het luidste lawaai, een dreigende voorbode vormde; en toen zij het uiteindelijk niet meer aankon, had ze zich bewapend met een toverstaf en een warme mantel, waarna ze de ijle februari-lucht met enige opluchting tegemoet had getreden. Het was de eerste maal in een maand dat ze zich waarlijk buiten durfde te vertonen, afgezien van de momenten dat ze zichzelf had toegestaan om op een verlaten balkon of dakterras een sigaret op te steken teneinde de zwaarverdiende nicotine loom door haar anderen te voelen stromen. De tuin had ze zich enkel overdag in begeven, ietwat terughoudend om op het onbekende buitenterrein een ongenode nachtelijke ontdekking te doen. De meeste tijd had ze echter op haar kamer doorgebracht. Ze had Daniel niet voor de voeten willen lopen – en Camilla al helemaal niet, die iets te klaarblijkelijk een onderwerp zocht om haar destructie op af te wentelen. Nee, in plaats daarvan had ze het zich gemakkelijk gemaakt in de ruime kamers die haar waren toebedeeld, doch ze zichzelf iedere dag maar met moeite uit haar eigen bed wist te slepen. Ze deed het wel, om zeven uur ’s ochtends op iedere ochtend stipt, want dat was nu eenmaal wat ze de laatste twintig jaar iedere dag van haar leven had gedaan. Maar waar ze vroeger genoeg om handen had gehad – haar geit melken, wol spinnen en verven, het schoonmaken van haar boerderij – liet de luxe van magie haar in het comfortabele huis iedere dag langzaam weer een stukje verder in het gat storten wat haar vader voor haar zoon gegraven had. Verbeten oefende ze in de ochtenden haar magische kunsten, en al ging ze iedere dag vooruit – het voelde als onvoldoende. In de lange, grijze middagen, als ze zichzelf een boek om handen gaf om iets te doen, staarde ze voornamelijk naar buiten. Ze wilde weer piano spelen, zoals ze vroeger veel had gedaan. Maar iedere keer als ze het instrument voor zich zag, brak een wrede hamer haar aan stukken geslagen hart met een nieuwe mokerslag tot nog kleiner gruis.
  11. [1839] When no-one else was looking, the present erased our past

    Ze had hem nog gezien, daarna. Ze had stil in een hoekje van haar vaders kantoor gezeten, haar handen gevouwen om haar buik van zes maanden, terwijl haar vaders stem voelbaar met de minuut enkele graden kouder werd. Ze had geweten dat zíj de volgende was die aan de beurt zou zijn. Ze had geweten dat de verschijning van de Professor Kruidenkunde, die op het matje werd geroepen bij haar vader, haar niet ging helpen. Haar vader had geen loze bedreigingen geuit – tegen haar niet, maar al helemaal tegen hem niet. Haar vader deed niet aan loze bedreigingen.
  12. [1839] When no-one else was looking, the present erased our past

    Zo interessant was het eigenlijk allemaal ook weer niet geweest. Och, hij was prima – en hij zou zeker op zijn teentjes zijn getrapt, had ze dat aan hem verteld. Oke, nee, hij was beter dan prima; hij was zeker beter dan de meeste jongens van haar leeftijd. Maar hij was niet… Ze had genoeg mannen in haar leven gehad. Van haar vader hoefde ze er nog geen uit te kiezen om voor altijd te houden, en het waren er ook niet zodanig veel dat zij dacht dat het iemand op zou vallen - maar het waren er voldoende om een goede voorraad aan vergelijkingsmateriaal te hebben. Het was echter lastig als je alles moest vergelijken met die ene. Nog lastiger als niets echt kon tippen aan die ene.
  13. Proloog Het was een oude weddenschap met Aria. Dat was alles wat het was geweest. Een grap die er niet eens meer echt toe deed. Ze had nooit meer werkelijk aan die schimmige, dronken avond gedacht, tot de mogelijkheid zich plotseling binnen handbereik bevond. Hoe lang het had geduurd om zoiets te bedenken? Enkele seconden, uitgedrukt in een paar losse, giechelend uitgesproken woorden? En hoeveel het had gekost om daad bij woord te voegen? Op het moment zelf niets dan een mysterieuze glimlach en een subtiele aanraking – maar op de lange termijn, klaarblijkelijk haar leven. Hoge kosten, enkel om een schunnig verhaal te kunnen vertellen. En aan wie? Aria stond vanwege haar eigen buitenechtelijke zwangerschap nagenoeg meteen daarna op straat; Daniel was getrouwd. Hun drie-eenheid was uit elkaar gevallen, om pas twintig jaar later wederom te worden verenigd. Nee, het was het niet waard geweest. Ze kon het wel van de daken schreeuwen, maar het was niet alsof iemand geïnteresseerd was in die wetenschap.
  14. [1839] Blackmail runs in the family

    Ja, Eva’s familie – niet háár familie. En zij dan? Wat was haar uitweg? Zouden ze dit spelletje voor de rest van hun dagen ophouden; zij met Griffith, Eva in dit tehuis? Was één jaar genoeg om Eva te overtuigen? Of moesten het er vijf worden, of tien, of twintig? Want zíj had twintig lange jaren gewacht, en kijk wat het haar had gebracht! Wanneer zou Eva begrijpen welke risico’s geoorloofd waren, en welke niet? Wanneer begreep ze dat haar vader dit zo serieus nam, dat hij door zou gaan tot het bittere einde? Nu ze op dit punt waren gekomen, zouden ze moeten doorbijten. Want hoe lang zou Daniel’s geduld nog gaan? Tot wanneer was hij bereid de rechtszaak voor hen te voeren… en wanneer moest ze zijn huis verlaten? En was dit dan waar ze terecht moest komen? Paniek greep haar plotseling aan terwijl de muren van het kleine kamertje op haar afvlogen. Had het leven nog zin, als dít het resultaat zou zijn van haar inspanningen? Ze had al zoveel moeten opgeven in haar leven, ze had zoveel verliezen met opgeheven hoofd geïncasseerd. Griffith was haar bloed, maar niet van haar eigen lichaam; ze had veel voor hem over, maar dit? Maar Rhiannon zei niets. In plaats daarvan vouwde ze haar handen wederom in elkaar en zette ze haar nieuw-gelakte nagels in de dunne huid van de bovenkant van haar handen in een poging zichzelf wat rust bij te brengen. Er was geen reden voor paniek. Nóg niet. Daniel zou haar niet zomaar het huis uitzetten. Nuja, wederom; nóg niet. En wellicht had Eva gewoonweg wat langer nodig om hierover na te denken. Toen het meisje bij haar kwam aankloppen, al die manen geleden, was ze nu ook weer niet direct enthousiast geweest met het plan om haar eigen zoon te beschuldigen van bigamie. Wellicht draaide ze nog bij. Het duurde even om haar aandacht terug te brengen naar het gesprek, maar toen dat lukte… Ze hervond haar stem, maar deze klonk een tikkeltje schril in haar eigen oren. “Hoe… hoe bedoel je?” Was Josephine weg? Maar… sinds wanneer? En… “Waar… is ze?” vroeg ze aan Eva, een opborrelende vlaag van paniek in haar onderbuik die steeds lastiger te negeren werd. Ja, het meisje kon haar wel leuk allemaal brieven schrijven over hoe het met Griffith ging, maar dit was informatie die er tenminste werkelijk toe deed! Hoe lang had Eva dit al geweten? “Is ze veilig? En… waar is Owen? Waarom heeft mijn vader…” Een druppel ijskoude angst belandde in haar hart en verspreidde zich als een inktvlek. Was dit soms haar schuld? Zij was degene die het zonodig aan Lady Josephine had moeten vertellen… had haar vader het dan bij het rechte eind gehad, en was zíj degene geweest die zich daadwerkelijk met zaken had bemoeid die haar niets aangingen? En als haar vader dit wist… Wellicht deed Daniel haar nog een veel grotere gunst dan ze dacht, door haar te beschermen. Wellicht… was ze nergens veilig.
  15. [1839] Blackmail runs in the family

    Eigenlijk had de rechtszaak weer opstarten alleen maar voordelen voor Rhiann. Het bracht haar ergens dichterbij Daniel, wat eh… een voordeel was welke ze nooit hardop zou uitspreken, uiteraard. Maar daarnaast was het iets wat haar vader zou tarten zonder dat haar naam er letterlijk aan verbonden was, wat een statement maakte zonder dat zij haar vuist op tafel moest slaan. Daarbij had zíj Griffith – en eerlijk gezegd, mocht Evangeline daadwerkelijk iets overkomen, dan hield zij Griffith… mocht de situatie zo prangend worden, dan zou Daniel haar moeilijk zijn huis uit kunnen gooien met baby en al – toch? Dus, ja. Voordelen. Voordelen die duidelijk minder voor Evangeline spraken. Maar was Evangeline ook niet de reden van dit alles? Als het meisje niet zo zelfzuchtig aan haar zoon was blijven hangen, tegen de duidelijke wensen van haar vader in... als ze niet zwanger was geworden, als ze er niet toe waren overgegaan om de rechtszaak door te zetten… Nogmaals: als, als, als… Overigens vond zij het ook niet zo gewenst om Griffith alleen bij de Bennetts achter te laten, maar nood brak wet – hm? En ze had hem waarlijk liever daar dan hier; als het goed was, dan zou ze binnen niet al te lange tijd weer terug zijn om hem in haar armen te nemen. “Je zei dat je bewijs had” wierp ze het meisje terug. “Je zei dat je het bewijs kon vinden. Misschien moeten we gewoon beter… zoeken.” Nog beter zoeken. Daniel had er al iemand opgezet, en die had niets kunnen vinden. Ze durfde ook niet bepaald zelf de grens van Schotland en Engeland af te speuren naar een of ander klein dorpje wat ze enkel uit verhalen had gehoord – en al vonden ze het, dan waren ook daar geen garanties. Daarnaast wist ze niet of ze het zonder Keane zouden kunnen winnen; Daniel was daar immer een beetje vaag over geweest. Het was beter met Keane natuurlijk… zeker als ze iets wilden bewijzen tegenover haar vader. En toch. Toch, toch, toch… Ze kon dit niet loslaten. Noem het een laatste strohalm. “Hoe bedoel je?” sprak Rhiann plotseling wederom scherp, terwijl ze haar rug rechtte en Eva kritisch aankeek. “Wat heb je gedaan?”
×