Jump to content

Rhiann Cadwgan

Magisch Verbond
  • Content count

    74
  • Joined

  • Last visited

  • Days Won

    4

Rhiann Cadwgan last won the day on December 15 2018

Rhiann Cadwgan had the most liked content!

About Rhiann Cadwgan

  • Rank
    You can lose it all in the blink of an eye

OOC Profiel Informatie

  • Naam
    Dails

Profile Fields

Recent Profile Visitors

386 profile views
  1. Rhiann glimlachte een beetje in zichzelf toen Daniel de Welshe naam probeerde uit te spreken, wetende dat hij nooit iets had gehad met afgelegen plekken of woorden met teveel medeklinkers achter elkaar. (Er zijn trouwens meerdere Youtube filmpjes te vinden over hoe je die naam uitspreekt, het is echt onmogelijk!!) Desondanks hield ze wijselijk haar mond. Het ging Daniel niets aan wie ze zag en al helemaal niet dat het om een dreuzel ging – ja, wellicht schaamde ze zich daar wat voor, was dat zo erg? De afgelopen jaren waren wellicht eenzaam geweest, maar ook weer niet zo eenzaam. “Ik heb je naam over de jaren wel eens in de Ochtendprofeet zien staan” sprak Rhiann, haar stem neutraal – ze wilde niet door laten schemeren dat ze wel eens naar hem had gezocht, maar kon je het haar kwalijk nemen? Ieder flintertje van nieuws was nieuws geweest, ze had iedere schaarse krant wel twintig keer gelezen uit angst dat ze iets had gemist, tot en met de advertenties aan toe. Ze had ze bijna kunnen opdreunen… “Maar nog even, en mijn vader zal wel aankloppen om een deel van je winst op te eisen door de gestegen publiciteit.” Ze grinnikte luchtig, al verviel haar gezicht ietsje toen hij over Evangeline begon. “Ik had het gezien. Ze zal wel in Cadwgan Castle zijn, denk ik.” Ze nam het hem niet kwalijk – haar vader ook niet werkelijk, overigens. Ze had Evangeline gewaarschuwd en dit was te voorzien geweest. En ondanks dat de Graaf haar geen brieven had gestuurd en wederom haar geduld op de test stelde, had ze toch begrepen dat dit gunstig voor haar uit zou kunnen uitpakken. In die berekening zou er in ieder geval voor een tijdje niets met Evangeline gebeuren, dus daar maakte ze zich niet zo'n enorme zorgen om. Daarnaast had ze niets te verliezen. Waarom niet nog enkele weken wachten, als ze dat de afgelopen twintig jaar toch al had gedaan? En het gezelschap bleek zich toch te verbeteren… Het was pleasure, not business… Blijkbaar was het een vlugge gang van weinig sociale contacten naar toch een hele boel op een enkele avond. Hoewel Rhiann mensen niet vertrouwde die geen redenen schenen te hebben voor iets – had niet iedereen altijd een reden voor alles, en al helemaal een man als Daniel Bennett? – glimlachte ze alsof ze zijn woorden geloofde. “Ik verwachtte geen bezoek, maar je bent welkom” sprak Rhiann terwijl ze zijn mantel aannam, die ze met een zwiep van haar nieuwe toverstaf zichzelf liet opbergen in de hal. “Wil je iets te drinken?” Ongevraagd liet ze nieuwe wijnglazen verschijnen en een fles rode wijn, welke afwachtend boven zijn glas bleef zweven in afwachting van zijn antwoord. In de tussentijd gooide Rhiann nog wat hout op het haardvuur, waarbij ze voorzichtig overeind moest komen toen ze plots merkte dat ze de eerder genuttigde halve fles toch ook wel een beetje merkte. Oeps.. “Dus, doe je dit wel vaker?” vroeg ze, wellicht minder terughoudend dan ze normaal zou zijn terwijl ze plaatsnam op haar sofa. Ze liet haar blik over hem heen glijden. “Nachtelijke bezoekjes brengen aan cliënten, bedoel ik? Of… anderen.” Wie hij dan ook bezocht. Ze was oprecht nieuwsgierig.
  2. [1837/1838] Success occurs when opportunity meets preparation

    Ja, wellicht leken ze op elkaar in dat opzicht. De hang naar meer, naar groter en beter. Tegelijkertijd versterkte dat idee dat ze zich voelde alsof ze haar beweegredenen om twintig lange jaren haar vader’s wensen te respecteren aan Daniel moest uitleggen, alsof ze vooral zichzelf eraan moest herinneren dat dat hetgeen was waar ze goed aan had gedaan. Ze was nooit tevreden geweest met haar status quo, maar ze had ook nooit geprobeerd om zich er met alles wat ze had tegen te verzetten. Toen ze Keane had was dat wellicht nog te verdedigen geweest, omdat ze een kind moest opvoeden – maar waarom had ze ook gezwegen toen haar vader hem van haar afnam? Waarom was ze niet toen in beweging gekomen en had ze haar plek naast haar zoon in Cadwgan Castle opgeëist? Ze wist het antwoord wel, die lag in een machteloosheid gebaseerd op gewenning en wellicht iets van lafheid. Het had ook toen al fout gevoeld, maar hoe langer ze het liet rusten, hoe lastiger het werd om alsnog in opstand te komen. Daarbij had ze Keane's kansen op zijn geluk als een Cadwgan niet willen doorkruisen. Misschien, als ze de connecties had gehad, als ze had kunnen leunen op haar vriendschap met Daniel of anderen haar opening naar de magische wereld waren geweest… maar haar vader had haar toverstaf gebroken en haar van haar connecties ontdaan. “Ik ben lang geleden gestopt met hopen” sprak Rhiann zachtjes, haar woorden afwegend terwijl ze haar blik van het haardvuur naar Daniel’s gezicht verplaatste. “Maar laten we zeggen dat er een kans verrees waardoor ik mijn eieren niet allemaal in hetzelfde mandje heb hoeven leggen.” Ze glimlachte sereen. “Dat gezegd hebbende hoop ik natuurlijk niet dat er morgen iets met mijn zoon of Evangeline gebeurt… of met jou.” Ze streek een stofje van zijn gewaad en keek hem aan. Het viel haar wederom op dat hij misschien ouder was geworden, maar zijn donkerbruine ogen nagenoeg hetzelfde leken – wellicht een tikkeltje sluwer, een tikkeltje bedachtzamer dan vroeger. De jeugdigheid was eraf, maar dat hoefde niet iets slechts te zijn. Ze waren niet bezig met spelletjes die kinderen zouden spelen. “Mijn vader kan nogal onvoorspelbaar worden, als hij in een hoek wordt gedreven.”
  3. Rhiann hield niet van losse eindjes. Ze had gedacht dat vanavond de avond was geweest om enkele draden netjes af te werken en er niet meer naar om te kijken – maar zoals wel met meer in het leven was het allemaal wat anders gelopen. Dus hoewel ze was begonnen om er een punt achter te zetten, was de avond geëindigd met de vraag waarom dat eigenlijk precies moest – jaja, het bleef een dreuzel, hij was ver beneden haar stand, et cetera. Maar als ze het zou toegeven aan zichzelf hadden ze ook wel wat leuke tijden gekend, had ze met hem kunnen lachen om de meest triviale dingen en was hij haar toegang geweest naar haar dorp, wiens inwoners van een buitenstaander in beginsel toch niets hebben moesten. Eens was dat haar nuttig geweest. Eens was er niet meer dan dat ze dat bereiken kon. En dus was ze hem ergens dankbaar voor die tijden – al bleef het een dreuzel, was hij ver beneden haar stand, et cetera. En dus, toen er iemand die late avond nog aanklopte sprong Rhiann nietsvermoedend op en griste ze de bril van tafel waarvan ze te laat had gemerkt dat hij die was vergeten, voorzien van de luchtige glimlach van iemand die voor even niet op haar hoede moest zijn. Misschien was ze voor een moment vergeten dat Evageline haar na twintig jaren naar de wereld had teruggebracht waarin ze altijd op haar hoede moest zijn. Misschien had ze dat met hem wel heel eventjes weer willen vergeten, hoe graag ze ook wilde terugkeren. “Dafydd! Ik dacht al, je bril. Als je zeker weet dat je niet wilt… Oh.” Haar glimlach verwaterde iets toen ze zag wie haar gast precies was, maar meer voortvloeiend uit het onverwachte moment dan van iets anders. “Daniel…” constateerde ze, wat van haar stuk gebracht, voordat ze vlug opzij stapte zodat hij binnen kon komen. Even bleef ze in de schaduwen van haar deuropening staan terwijl ze behoedzaam de donkere nacht in staarde (doch Dafydd was nergens te bekennen! En de nieuwsgierige gezichten van haar al te roddelgrage buren ook niet..). Ze schraapte zich wat bij elkaar en sloot de deur. “Mijn excuses. Ik had je niet.. verwacht” sprak ze ietwat terughoudend, hoewel ze hem natuurlijk niet zou weigeren. “Kom erin.” Rhiann stapte langs hem heen in het smalle, halfduistere gangetje en ging hem voor naar de woonkamer. Haar blik volgde de zijne en vlug liep ze naar een plantenbak, waar ze haar toverstaf uithaalde. Met een nonchalante zwiep liet ze de twee lege wijnglazen en fles verdwijnen, voordat ze haar grijze ogen onschuldig over zijn gezicht liet glijden. Het was vreemd om hem in haar woonkamer te hebben. Eerst Evangeline en nu Daniel Bennett. Het was natuurlijk haar eigen schuld – ze had hem niet haar adres moeten geven. Maar ze had het gedaan uit een gevoel van veiligheid, dat in ieder geval iemand anders in de buitenwereld dan Evangeline Lennox (en haar zoon) wist waar ze was. Oh, en het had ook gewoon goed gevoeld om uit een soort puberale hang een geheim van haar vader te verklappen. Gewoon, omdat het kon. Omdat het maar een ietsje pietsje gevaarlijk was. En omdat ze misschien wel door Daniel gevonden had willen worden. “Ik zag dat jullie de voorpagina van de Ochtendprofeet hadden gehaald.” Rhiann stopte de toverstaf weg in haar gewaad en rechtte haar rug. Ze voelde plotseling de neiging opkomen om naar de spiegel te lopen om te bekijken of haar haar nog in model zat, maar hield zich in. “Dank… voor die Ochtendprofeet. Het nieuws is hier schaars.” Onopvallend liet ze de bril terug achter zich op tafel vallen, voordat ze luchtig glimlachte. “Is er soms.. iets gebeurd?” Waarom zou hij hier anders zijn? Wist zij veel dat het bezoeken van oude vrienden een van zijn hobbies was.
  4. [1837/1838] Success occurs when opportunity meets preparation

    Ze zag aan hem dat hij haar begreep – en dat was alles wat ze nodig had. Misschien was het niet eens de twintig jaar verbanning, maar eerder diezelfde jaren zonder vriend of bondgenoot – zonder iemand die was opgevoed zoals zij, die wist wat het betekende om van de status af te stammen zoals zij die representeerde. Daniel en Aria hadden dat wel geweten, en dat was dan ook de reden geweest dat het reeds op Zweinstein zo goed had geklikt tussen hen. Al hadden de Bennetts en de Cadwgans altijd hun verschillen gekend – de mindset was hetzelfde geweest. “De rechtszaak is een begin. Het heeft mij al meer gebracht dan ik had durven hopen” sprak Rhiann, een schaduw van een glimlach op haar gezicht. “En betreffende het contact… Daniel, ik…” Ze legde haar hand op zijn arm en keek hem aan, waarna ze vervolgde op een wat zachtere toon. “Ik weet dat ik je niet hoef te vragen dat dit onder ons blijft, maar… mocht het morgen fout gaan…” Ze hield haar hoofd wat schuin. “Weet dan dat dat voor mij… ook kansen biedt.” Ze glimlachte. Dit was natuurlijk de echte reden van haar komst, dat Daniel zou weten dat haar vader een opening voor haar had gecreeerd, dat haar zaken waren beloofd als ze zou meewerken met de Graaf zijn plannen. Dat was gevaarlijk, dat wist Rhiann ook wel. Maar wat moest ze anders? Twintig jaar ‘veilig’ op dat hutje op de hei, buiten alle actie om? Zonder haar vrienden en metgezellen van weleer? Of hier, bij Daniel in zijn kantoor, bezig met zaken waar ze haar vingers naar aan branden kon, maar wetende dat hij haar wel in enige mate beschermen kon en zou. “Je wilde er altijd al meer uithalen, als het mogelijk was” vervolgde Rhiann zachtjes. Het haardvuur knisperde op de achtergrond. Ze wilde plotseling niets liever dan een goed glas rode wijn in haar hand en een luchtige avond vol herinneringen aan vroeger, maar daar waren de tijden niet naar. “En zelfs als het niet mogelijk was…”
  5. [1837/1838] Success occurs when opportunity meets preparation

    Wat ze had verwacht bij Daniel’s aspiraties? Hij was vroeger altijd zo gemakkelijk van het een naar het ander gehopt, wat voor de externe toeschouwer wellicht was op te vatten als een teken van oppervlakkige interesse. Maar Rhiann kende Daniel goed genoeg om te weten dat zijn interesses altijd al verre van oppervlakkig waren geweest, dat hij niet zou stoppen totdat hij op stenen had gestuit die ervoor zorgden dat hij niet dieper duiken kon. Het was juist dat hij vlug op die dieptes raakte door in volle concentratie zo goed te zoeken. Of die karaktereigenschappen goed pasten bij een advocaat, die het recht uiteenrafelde en zocht naar de benodigde uitzonderingen om zijn cliënten te helpen? Wellicht, maar niet per sé. Ze was onder de indruk dat hij uiteindelijk toch dat ene had gevonden dat hij voor langer wilde doen dan maar even. Blijkbaar bood zijn juridische achtergrond hem mogelijkheden die andere carrierepaden hem niet brengen konden. En blijkbaar had hij een familiesituatie voor zichzelf gecreëerd waar hij toch nog enigszins mee uit de voeten kon. Even was Rhiann stil bij zijn vraag en keek ze hem aan, een calculerende blik in haar grijze ogen. “Dat mijn vader mij alles heeft afgenomen, betekent niet dat ik niets meer te verliezen heb” sprak ze uiteindelijk, onbeschroomd. Ze wist dat het Daniel’s taak was, als haar advocaat (of nuja, die van Evangeline) om dit soort zaken te weten, maar haar antwoord was zo persoonlijk en kenmerkend voor de afgelopen twintig jaar dat de dienstbetrekking niets met haar antwoord te maken had – ze vertelde het aan hem op een meer persoonlijk level, omdat ze hem toestond, wellicht wilde, dat hij het wist. “Maar je wilt een concreet antwoord.” Dat was geen vraag, maar een observatie. Haar blik gleed nogmaals over de foto van Daniel met zijn familie op het bureau, voordat ze hem een minieme, ietwat treurige glimlach schonk. “Wat mij tegenhoudt is liefde – voornamelijk voor mijn zoon…” Ze knikte richting de foto. Iedere ouder behoorde toch van zijn kinderen te houden, al was de manier van uiten wellicht verschillend. Ze wist dat haar vader ook nog steeds van haar hield, anders zou ze hier vandaag niet staan. “Maar ook voor de naam die ik eens openlijk droeg, mijn reputatie…” Ze rechtte haar rug wat, toch terughoudend haar beweegredenen zo open en bloot op tafel moest leggen. Maar ze dwong zichzelf de gevoelens in woorden te vangen en schraapte haar keel. “‘IJdelheid’, zou dat genoemd kunnen worden – wellicht dwaze, ijdele hoop dat wat ik doe, toch nog ooit enige betekenis gegeven kan worden.” Namelijk; dat het zich koest houden, dat de instructies van haar vader opvolgen haar ooit nog ergens brengen zou. Ze veegde een lok van haar donkere haar terug waar deze hoorde en keek hem aan, een haast uitdagende en koele ondertoon in haar blik, alsof ze hem uitnodigde haar hardop als zodanig te bestempelen. “Wellicht heb ik nooit de bondgenoten gehad om méér uit een ongunstige situatie te slepen.” Ze dacht hier even over na en voegde er toen aan toe, de lijn van openheid voortzettende; “Of misschien heb ik nooit de stap durven zetten om mijn aanwezigheid... kenbaar te maken en enig contact weer op te pakken.” Aan hem, bijvoorbeeld.
  6. [1837/1838] Success occurs when opportunity meets preparation

    Het was inderdaad een afwijking van het script – en ook zeker niet waar ze voor was gekomen. Of nuja… Ze was gekomen omdat ze een uitweg wilde uit de situatie waar ze zich voor de laatste twintig jaar in had bevonden, omdat ze klaar was met wachten tot haar vader haar weer de plek zou geven die ze behoorde te hebben… omdat ze die plek wilde opeisen. Dat had aan de ene kant helemaal niets met Daniel Bennett te maken – en aan de andere kant alles. Natuurlijk was Daniel reeds met Camilla samen geweest toen hij haar had bezwangerd, maar desalniettemin was het een story gone right; waar haar eigen verhaal een story gone wrong was. Zij was een vrouw, dat was natuurlijk het verschil, en daarbij een lichtelijk verbitterde versie ervan. Maar Daniel – hij had uit het leven kunnen halen wat hij ervan had gewild, wat hij ervan had verwacht. En zij, die ooit (voor een kort moment) niets dan hém had gewild maar het toen allemaal had vergooid… zij was verbannen geweest naar de zijlijn, naar een plek die ze nooit had verwacht toebedeeld te krijgen. Maar hij kon haar helpen die plek te bereiken – en dat was waar het vanavond allemaal om draaide. Ze voelde een onwillekeurige, bleke blos over haar wangen glijden toen hij haar zo aankeek en moest moeite doen haar grijze ogen niet af te wenden. Ze wilde niet zwak overkomen, had heus wel de ondertoon in Evangeline’s stem gehoord en haar verbazing dat ze de grillen van haar vader al die lange jaren zo had gepikt. Maar Evangeline wist niet wat het inhield om uit hun kringen te komen, om een Cadwgan te zijn. En Daniel… “Ík?” Een honende lach ontsnapte haar lippen – maar vlug hield ze stil. Ze wilde niet de ware diepte van haar verbitterdheid, van haar machteloosheid en woede tonen, wetende dat niemand daar toch iets aan had. Desalniettemin vroeg hij ernaar en voorzichtig rechtte ze haar rug. “Ik heb… niets” sprak ze, op de meest neutrale toon die ze kon bijeenbrengen. “Ik ben verbannen en door eenieder vergeten. De zoon waar ik alles voor heb moeten opgeven werd mij ontnomen en tot een maand geleden had ik niet eens de beschikking over een toverstaf.” Haar ogen ontmoetten die van hem voor een moment. “Waarvoor ik, nogmaals, uw dank verschuldigd ben. Maar u…” Ze was eigenlijk wel klaar met het tutoyeren, zeker nu het gesprek ineens een stuk persoonlijker begon te worden, en gleed haast vlekkeloos over naar meer familiair taalgebruik. “Je bent advocaat, Daniel. Je hebt een mooi kantoor, een secretaresse… alleen wat onbetalende klanten.” Ze glimlachte in een poging tot luchtigheid. “En je hebt een vrouw, kinderen….” Misschien legde ze het er wat te dik bovenop, maar heel soms was er ruimte voor de waarheid; en nu was wellicht zo’n moment. “Dat was wat ik bedoelde met, nuja... Je hebt het goed voor elkaar.” Ze keek naar hem op, haar stem nu zacht. “Ik ben onder de indruk.”
  7. Rhiann glimlachte zwakjes. Een familiemens… ze wist eerlijk gezegd niet precies wat dat betekende. Ze kon zich nauwelijks voorstellen hoe het was geweest om als Evangeline Lennox op te groeien, waarschijnlijk precies zoals Eva het zich niet kon voorstellen om de enige dochter van Owain Cadwgan te zijn. Zij was gewend geweest aan de eenzame, lange, statige gangen, de kindermeisjes, de stiekeme manieren om het kasteel te ontvluchten en op haar pony een rondje te maken over het uitgestrekte landgoed… een huis als dit was er niets bij, natuurlijk. Maar eerlijk gezegd had ze dit ook nooit als haar huis gezien – niet werkelijk. Diep in haar hart was Cadwgan Castle haar thuis, en hoe zinloos het ook was; ze had altijd de hoop gehad dat ze toch ooit weer goed genoeg zou zijn voor haar vader om haar rechtmatige plek wederom te erkennen. Als ze maar haar rug recht hield, haar hoofd fier en de dochter was die de Graaf wilde dat ze was… wellicht dat ze dan ooit weer zou mogen terugkeren. Natuurlijk was die hoop wel eens verslapt. Maar met iedere brief die haar vader stuurde werd het kleine vlammetje toch weer aangewakkerd. En nuja, die uil van zojuist... Dat Eva de vraag aan haar terug zou stellen had ze dan weer niet verwacht, en ze deinsde iets achteruit, alsof ze de vraag het liefst ontweek. “Ik…” Vlug herstelde ze haar glimlach. “Ja” gaf ze uiteindelijk toe. “Het is de enige plek waar ik me ooit daadwerkelijk thuis heb gevoeld. Je moet me niet verkeerd begrijpen…” Ze liet haar blik de woonkamer rond gaan. “Dit is.. van mij, of zo voelt het tenminste. De tuin, deze kamers… ik heb ze gemaakt tot wat ze zijn. Maar een ouderlijk huis, de plek waar je bent opgegroeid…” Ze gaf Evangeline een afgemeten glimlachje. “Dat is toch… anders, op de een of andere manier.”
  8. [1837/1838] Success occurs when opportunity meets preparation

    Rhiann glimlachte flauwtjes bij Daniel’s analyse van Evangeline Lennox. Ze was op het meisje gesteld geraakt, al had het even geduurd om als zodanig aan haar te wennen – Rhiann had zich nooit werkelijk omringd met mensen die dezelfde normen en waarden droegen als waar Miss Lennox voor leek te staan. Het was op zijn minst opvallend dat Keane daar wel zo uitdrukkelijk voor koos; maar aan de andere kant had ze hem natuurlijk ook niet opgevoegd als een Cadwgan. Achteraf was dat wellicht fout, maar als je diep groef had ze het misschien ook wel gedaan vanuit een bepaald soort egoïsme, vanuit het idee dat als ze hem zou leren lief te hebben en zij hem alles gaf wat hij begeerde, hij altijd haar zijde kiezen zou… gelukkig leek hij daarbij niet bepaald op haar eigen vader, of haar plannen waren toch maar mooi doorkruist. Al vroeg ze zich soms af, als ze alle verhalen hoorde, of de jongen toch niet meer op de Graaf leek dan hij ooit zou willen toegeven. “Ik denk dat het niet per se een kwestie is van wat zij heeft voorzien, maar eerder wat u… ambieert” sprak Rhiann, een uitdagende glittering in haar grijze ogen. “Ik kan u daarbij wellicht toevertrouwen dat die boodschap zich ook uitstrekt tot zaken waar miss Lennox, hm.. weinig mee te maken heeft.” Ze glimlachte zoetjes en deed alsof ze de maquette nog wat beter bekeek, wat ze gebruikte om nog wat dichterbij te komen en zich wat voorover te buigen. Daarbij gleed haar blik echter ook over een foto van Daniel’s afschuwelijke vrouw en wat kinderen, die daar zo mooi op zijn bureau gepositioneerd stond. Ugh, Camilla. Ze had het mens nooit gemogen, al niet vanaf jaar één toen ze samen in Zwadderich werden ingedeeld – nee, zelfs daarvoor al, toen ze in die gammele bootjes zaten…. nee, voor het eerst in de trein! Op het station! Ietwat gepikeerd rechtte ze haar rug – dat ze geen enkele legitieme reden had om verbolgen te zijn kon haar zo weinig schelen dat het haar gevoel alleen nog maar versterkte. Ze sloeg haar armen over elkaar en liet haar blik over Daniel glijden, een scherpe ondertoon in haar grijze ogen. “Al lijkt het erop dat u reeds alles heeft wat uw hart begeert” voegde Rhiann in een poging tot luchtigheid eraan toe – maar voor wie haar kende zou de nagenoeg onhoorbare zweem van bitterheid heus wel opvallen. Wist zij veel hoe (on)gelukkig getrouwd Daniel Bennett was! Ze kreeg misschien drie Ochtendprofeten per jaar als ze geluk had - laat staan een roddelkrant als Heks en Haard.
  9. [1837/1838] Success occurs when opportunity meets preparation

    Ze hoorde de hapering in zijn stem, precies zoals de bedoeling was – uiteraard. Daniel liet nooit iets aan het toeval over. Hoe ingestudeerd het ook was, ze kon niet zeggen dat ze zich er niet door gevleid voelde. Dat was wellicht niet het slimste wat ze kon doen; maar eerlijk gezegd had ze weinig zin enige gevoelens die ze nog wel had te beteugelen. Het was Daniel Bennett, ze hadden een geschiedenis (hoe marginaal dan ook; voor een zeventienjarige had het geteld als 'geschiedenis' en eigenlijk had haar leven sindsdien toch wel stilgestaan), ze was hier alleen in zijn kantoor en het was zo lang geleden dat er ook maar iemand interesse in haar had getoond. Of nuja… iemand van enige status. “Ik moet zeggen dat ik dezelfde indruk kreeg van Miss Lennox” sprak Rhiann, haar blik nog steeds op de maquette. “Ik heb het haar gezegd, en het is een risico wat ze bereid is te nemen.” En waarvan haar vader haar gemaand had om toe te stemmen en het meisje dat risico ook te laten nemen door de beloning voor haar neus te laten bungelen in de brief die hij had gestuurd. “Natuurlijk mede door uw… goede zorgen.” Ze verplaatste haar blik naar zijn gezicht en glimlachte afgemeten. Ze wist dat Daniel hield van het kat en muisspel. “Het zou niet goed voelen om u te laten opdraaien voor alle kosten” sprak ze, en ze meende het terwijl ze haar grijze ogen met een sluwe ondertoon op de man liet rusten. “Het zou betekenen dat… Evangeline bij u in het krijt zou staan.” Dat leek toch niet waar, daar er geen andere reden leek dat Daniel deze zaak had aangenomen dan dat zij het aan hem had gevraagd. En toch zou ze dat (natuurlijk) niet zo uitspreken. “Ik weet toevallig dat zij niet graag bij mensen in het krijt staat” voegde ze er luchtig aan toe, een schaduw van scherts in haar blik. “Is er wellicht iets… anders wat zij kan doen om deze schuld te vereffenen?” Mocht zijn antwoord haar tegenstaan, dan kon ze natuurlijk altijd nog de schuld op Evangeline afschuiven dat het iets was wat het meisje niet zou accepteren.
  10. [1837/1838] Success occurs when opportunity meets preparation

    Erover heen gaan – Rhiann wist nog wel iets waar Daniel Bennett overheen gaan mocht! Ze berispte zichzelf direct bij de gedachte, schudde haar hoofd lichtjes, haar blik niets verhullend dan een bleke blos. Hij was getrouwd, en daarbij… het idee alleen al! Ze was eenzaam van al die lange jaren… wat waren enkele weken nog als Daniel hen naar de overwinning helpen zou? Of nuja… naar Evangeline’s overwinning, wat een onzekere overwinning voor haarzelf zou zijn – tenzij ze de brief van haar vader ter harte zou nemen. Ze neigde ernaar, al kon het nou niet per se het juiste zijn om te doen. En het leek toch het beste te zijn op twee paarden tegelijkertijd te wedden, om niet alles in één keer in te zetten – of in één keer te verliezen. Van een beetje risicospreiding was nooit iemand slechter geworden. Rhiann glimlachte sereen toen hij het met haar eens was. Oh, ze was benieuwd hoe het lopen zou, en ergens baalde ze dat het inderdaad niet mogelijk zou kunnen zijn om te zien wat er gebeurde. Zoals het nu liep zou Daniel voor haar ogen en oren moeten spelen, om in de gaten te houden hoe de afspraak zou verlopen. En als dat inderdaad zo was, dan had ze graag iets meer… controle dan ze nu had. Rhiann hield van controle, die haar toch zo lang was ontgenomen. “Graag zou ik de plannen inderdaad nog eens doorspreken” sprak Rhiann, het gehele ‘eroverheen gaan’ handig ontwijkend. Ze schoof haar stoel wat dichter naar het bureau toe. “Ik hoorde van Evangeline dat u een pop-up versie van het café had gemaakt, niet waar?” Ze keek geïntrigeerd hoe Daniel met zijn toverstaf op een stapeltje perkament tikte, wat tot leven kwam en zich uitvouwde tot een miniatuurversie van het café waar Eva en haar zoon overmorgen zouden afspreken. Rhiann schoof nog iets dichterbij om het beter te kunnen zien. “Is dat het tafeltje waar ze aan zullen zitten?” vroeg ze kritisch, terwijl ze bekeek wat de ontsnappingsroutes waren – en die waren niet heel makkelijk te bereiken. “Heeft u genoeg mensen daar kunnen plaatsen? Mijn vader zal een hoog bedrag hebben geboden…” Ze wierp Daniel een schattende blik, een berekenende opslag in haar grijze ogen. “Officieel kan ik natuurlijk niets beloven, maar ik neem aan dat u snapt dat een betaling met Cadwgan goud uw kant op komt zodra ik daar enige beschikking over mag voeren.” Ze rechtte haar rug. “Voor het geval u zich door financiële redenen wellicht... gestremd voelt.” Want haar vader zou alles op alles zetten om dit te laten slagen.
  11. [1837/1838] Success occurs when opportunity meets preparation

    Owain Cadwgan dwarszitten – over dure hobbies gesproken! Maar je zou Rhiann op dit moment niet horen klagen. Verre van, zelfs. Het was niet per se haar natuur om te gaan zitten, want liever stond ze – om naar gelieven dichter bij (of verder weg) van Daniel te gaan staan. Desalniettemin zakte ze neer op de stoel tegenover hem en schonk ze hem een ietwat afgemeten glimlach. Totdat ze kreeg wat ze wilde was ze nerveus, en dat maakte haar toch al altijd ingehouden emoties nog net een stukje meer afgeschermd. Plotseling wist ze niet zeker of dat kwam door het doel van haar komst of omdat het om Daniel ging – en dan wellicht niet eens zozeer Daniel, maar dat ze zich voor het eerst in tijden alleen bevond met een volwassen, mannelijk persoon die zich wellicht officieel alsnog onder haar stand bevond, maar in ieder geval eens géén dreuzel was. En toch ook wel omdat het bovenal ook nog eens Daniel Bennett betrof. “Ik zal voor alle nachtbrakers spreken als ik mijn verontschuldigingen aanbied” sprak Rhiann, een zweem van scherts in haar grijze ogen. De weken met Evangeline hadden haar in ieder geval een tikkeltje vrolijker gemaakt, al dan niet dat ze nog meer op haar hoede was dan ervoor. Ze keek hem recht aan en overwoog haar woorden, doch koos te gaan voor de waarheid. “Ik voel mij… beter, nu ik hier ben” sprak ze open, terwijl ze een quasi luchtige toon aannam - al voelde ze zich verre van luchtig. “Ik heb het idee dat er eindelijk iets gebeurt. Met dank aan u, natuurlijk.” Rhiann glimlachte hem nogmaals toe, hopende dat hij niet had gehoord dat ze hem bijna had getutoyeerd. Dat was niet omdat het per se vertrouwd voelde; ze was pas eenmaal eerder in zijn kantoor geweest en ze had de man tegenover haar jaren niet gezien, dus ze zou toch niet kunnen zeggen dat ze hem op die manier kende.. maar toch omdat het een bekende was, een herinnering uit haar verleden, en dat maakte het toch op de een of andere manier een grassprietje om zich aan vast te grijpen – en die had ze al zo weinig. “Maar dat is dan ook de reden van mijn komst. Ik wilde graag van u horen dat overmorgen alles op de juiste wijze is geregeld. Eerlijk gezegd zou ik er graag zelf bij zijn, maar dat lijkt mij in de huidige omstandigheden verre van verstandig.” En ze wilde peilen of hij nog steeds te vertrouwen was – zeker in verband met de brief van haar vader, die ze zo vlug als mogelijk had vernietigd nadat ze die enkele weken geleden in haar handen had gekregen. Zou hij haar kant kiezen, als het erop aankwam? “Een… persoonlijke aanpak, leek mij daarom het beste. In verband met het onderscheppen van de uilen, ziet u?” Ze schonk hem een onschuldige blik. Dat ze hem kon zien was daarbij natuurlijk alleen maar meegenomen.
  12. “Het is ook een risico om Mr. Bennett weer te bezoeken” sprak Rhiann ietwat streng, ondanks zichzelf. Nu Eva zijn meer officiële aanspreektitel gebruikte verviel ook zij daarin terug, al waren haar gedachten de afgelopen dagen meerdere keren op een minder formele wijze naar haar oude vriend vervlogen. Ze was gewoon zo nieuwsgierig… naar zijn advocatenpraktijk, naar zijn leven. En dat ze hem maar voor kort had gezien leek dat alleen maar erger te maken. Ook zij had half het plan opgevat hem nogmaals op te zoeken, maar ook dat was een risico – en voor haar behoorlijk meer dan voor Evangeline. “Maar wellicht… een verantwoord risico.” Dat zou voldoende zijn om haar alsnog te laten gaan, al vroeg ze zich ergens af of ze Eva echt zou kunnen tegenhouden als het meisje iets wilde doen wat haar niet aanstond. Ze zag er misschien lief uit, maar Evangeline had een sterker karakter dan ze had verwacht. Aan de andere kant – het meisje was haar op dit moment nog niets verschuldigd, zoals dat ook andersom gold. Als er echt iets zou zijn waar ze het niet mee eens was, zouden ze nog enigszins ongeschonden hun wegen kunnen scheiden. “Laten we het er morgen over hebben wat precies een goede timing zou zijn” voegde Rhiann eraan toe, terwijl ze niet eens hoefde te doen alsof ze geeuwde – ze was daadwerkelijk best moe. En ondernemingen als dit moesten goed gepland worden, of haar vader de Graaf nu in hun nek zat te hijgen of niet. Haar grijze ogen gleden af naar het gelige perkament; half om het meisje af te leiden, half omdat ze daadwerkelijk nieuwsgierig was. Haar leven was de afgelopen twintig jaar gewoon zo saai geweest, oke - dat maakte niet alleen Daniel Bennett interessant. Het was... verfrissend om eens wat anders te horen. Het meisje had haar eerder verteld dat tekenen en schilderen een van haar hobby’s was en ze had het resultaat hiervan nog niet in een officiele versie gezien, al lagen er overal rond het huis wel kleine tekeningetjes van het meisje. Ditmaal was het een groot, ietwat rommelig huis, hoewel Rhiann het zelf eerder zou beschrijven als een soort boerderij. Het was geen landhuis, in ieder geval. “Is dat het huis van je ouders?” gokte ze, terwijl ze met haar hoofd in de richting van de tekening knikte. Het was de beste gok die ze kon bedenken, want het was niet Cadwgan Castle en ook geen enkel deel van Zweinstein zoals zij zich dat herinnerde. Haar toon werd wat zachter. “Heb je heimwee?” Als er iemand was die kon meepraten over heimwee, dan was zij dat wel.
  13. Maandag 16 april 1838, ‘s avonds Kantoor van Daniel, Londen Het was een groot risico om hier te komen – bijna nog groter dan de eerste keer. Rhiann had van haar vader geleerd dat je nooit in een patroon moest vallen om onvoorspelbaar te blijven; een tweede keer was wellicht nog geen patroon maar een derde keer wel, en het was niet uitgesloten dat er een derde keer zou komen met de laatste stand van zaken. Maar het was juist deze laatste stand van zaken die haar tot haar handelingen gedreven hadden; de samenkomst die overmorgen plaats zou vinden tussen haar zoon en Evangeline, Daniel’s rol daarin, de uil die ze van haar vader had gehad… ze wilde Daniel gewoon nog een keer zien om alles door te spreken en zo had ze dat ook aan Evangeline gezegd; en dat ze alleen ging was ook logisch genoeg, met alle stress die Eva reeds ervaarde met haar dikke buik en het feit dat ze moest rusten. Dat het haar beter uitkwam omdat ze vrijer zou kunnen spreken, was natuurlijk de bijkomstigheid waar ze het allemaal voor had gedaan. Rhiann streek haar juk glad – het was de op-eennabeste jurk die ze bezat, want de beste had ze vorige keer al aangehad en je kon natuurlijk niet twee keer in dezelfde kledingstukken komen aanzetten – en keek verwachtingsvol op toen ze voetstappen hoorde aankomen. Vlug stond ze op uit de fauteuil bij het haardvuur en positioneerde ze zichzelf voor de boekenkast, waar ze quasi geïnteresseerd haar grijze ogen overheen liet glijden. In werkelijkheid was ze inderdaad geïntrigeerd door de boeken, maar maakte de situatie haar ook zenuwachtig en vouwde ze haar handen in elkaar om ze niet te laten trillen. Ze ergerde zich aan zichzelf, maar wist ook dat het slechts gewenning was – twintig jaar afgesloten van geheime deals en intrige maakte je roestig in het vak, en vorige keer had ze Evangeline nog gehad om de schuld naar te wijzen als het gesprek fout zou zijn gegaan. Ditmaal was ze echter alleen met Daniel en kwam het helemaal aan op haar… wat overigens precies was wat ze had gewild. “Mr. Bennett – ik hoorde u niet aankomen” sprak Rhiann, die zich langzaam omdraaide toen ze zijn voetstappen de kamer hoorde betreden. Ze maakte een kleine reverence. “Wat fijn dat u mij toch nog te woord kon staan, wederom op dit late uur.” Ze glimlachte beleefd en besloot dat een persoonlijke noot geen kwaad kon – zeker nadat hij vorige keer zo… afstandelijk was geweest. En ze wilde Daniel Bennett aan haar kant, zeker voor als er iets mis zou gaan - en was een persoonlijke touch daar geen goede weg naartoe? Niet al te letterlijk, uiteraard; hij was getrouwd, helaas! en wist zij veel hoezeer hij van lichte zeden was. “Hoe maakt u het, als ik u vragen mag?” OOC: Met Margaux! <3
  14. Rhiann zag heus wel de twijfel op Eva’s gezicht, maar ze zag ook de keuze die het roodharige meisje maakte en de uitdrukking van volharding welke ermee gepaard ging – en het was duidelijk niet een keuze waar zij het zelf mee eens was. Even perste ze haar lippen geïrriteerd op elkaar, voordat ze met een gemuffeld geluid haar rug strekte en enkele passen richting het raam zette. Het was donker buiten, met de maartzon nog steeds vroeg onder achter de groene Welshe bergen. De eerste paar jaren had ze het doodeng gevonden om ‘s nachts alleen te zijn op het duistere platteland, en nadat Keane bij haar was weggenomen en ze van haar vader had moeten verhuizen was dat een tijdje alleen maar erger geworden. Nu kon ze ertegen; en toch was het fijn om in gezelschap te verkeren. Maar het bleef wel een klein boerderijtje waar twee mensen krap op elkaar moesten leven terwijl zij gewend was aan de ruimte om alleen te zijn – zeker als die twee mensen een stilzwijgend geschil met elkaar hadden. “Ik ga thee zetten” mompelde de vrouw stug, voordat ze zich omdraaide en zonder Eva nog een blik te gunnen richting de keuken liep. Ondanks al haar uitleg en haar verhalen over de Cadwgans en haar vader leek het meisje nog steeds niet te begrijpen in wat voor gevaar ze verkeerde. Op de lange termijn had het gewoonweg geen zin om haar met haar zoon te laten afspreken, en dat maakte het een onnodig risico. Rhiann hield niet van onnodige risico’s, zoals haar vader er ook niet van houden zou – en dat de Graaf de afspraak desalniettemin wilde doorzetten was gewoonweg… verdacht. In gedachten verzonken zette Rhiann de thee op – in al haar haast uit de woonkamer te vertrekken was ze de toverstaf vergeten mee te nemen, vandaar dat ze het maar gewoon weer op de dreuzelmanier deed – toen getik op het raam haar plotseling verrast deed opkijken. Een donkere velduil met witte kop en gele ogen staarde haar aan en voor een moment schreeuwde ze het haast uit - maar haar schrik maakte al gauw plaats voor nieuwsgierigheid. Ze kreeg nauwelijks brieven en al helemaal niet op dit uur – alle brieven van haar vader en van Keane, uiteraard gericht aan Evangeline, waren gedurende de middag gekomen. Ze opende het raam en de uil fladderde handig naar binnen, liet de brief voor haar voeten vallen en was voordat ze het wist ook weer buiten, de koude lentenacht in. Het beest had geen woord gekrast en evenzo stil pakte Rhiann de brief op. Het zware perkament was geadresseerd aan haar en haar alleen, in datgeen wat overduidelijk haar vaders handschrift bleek. Wat zou de Graaf haar op dit uur nog te melden hebben? Haar blik gleed schichtig over de bloedrode letters, over het zegel van de Cadwgans en na de inhoud met kloppend hart tot zich te hebben genomen sloot ze voor een moment haar ogen. Ze was na het lezen van twee dingen zeker: ten eerste wist haar vader dat Evangeline hier bij haar in huis was, en had hij dat waarschijnlijk al een tijdje geweten; en in de tweede plaats werden ze waarschijnlijk nog afgeluisterd ook. Wat ze niet zeker wist, was of dat nu daadwerkelijk in haar voordeel zou werken of niet; maar hoewel ze daar eigenlijk wel even over moest nadenken, was ze daar al snel uit – alsof ze het antwoord eigenlijk al lange tijd had geweten. Met haar gezicht in de plooi gestreken zette ze een van de stomende mokken thee voor Evangeline neer en nam ze de andere in haar handen. Ze nam naast het meisje plaats aan tafel en keek haar aan. “Ik heb erover nagedacht. Eva… als je dit echt wilt… dan kunnen we het misschien wel met Daniel bespreken” sprak Rhiann zachtjes. “Misschien weet hij een oplossing die passend zou zijn en waarbij jij geen gevaar zal lopen… Dat van je broer…” De weerzin was in haar stem te horen – ze was nu eenmaal een goede toneelspeelster. “Wellicht zou dat wel een optie kunnen zijn.” Ze schonk het meisje een rusteloze blik, wetende dat ze toe zou happen. "Maar het blijft wel een risico."
  15. Natuurlijk keek Rhiann neer op het leven in de boerderij. Het was haar straf, precies zoals Eva het zei – een straf die ze iedere dag van de lange twintig jaren in meer of mindere mate had gevoeld. Natuurlijk was ze op enig punt wel berust in haar leven, had ze ritme gevonden in datgeen wat ze als het hare beschouwen moest; de stallen, de kippen, haar tuin, haar huisje. Maar ze wist hoeveel meer ze had kunnen zijn, hoeveel invloed en fortuin ze had kunnen hebben als hooggeboren echtgenote van een van de oude tovenaarsfamilies, als dochter van haar vader en als Lady Rhiannon. Natuurlijk keek ze neer op het eenvoudige leven, als leidde ze het zelf; Rhiann zou nooit hebben gekozen voor iets als liefde als er macht tegenover stond, maar was door lust en domme, haast kinderlijke schuld gevallen en verbannen. Op dat punt stond ze lijnrecht tegenover het meisje zoals ze haar had leren kennen, terwijl ze zich weer afvroeg hoe Keane ertoe was gekomen toch alles voor haar te willen opgeven. Het moest toch iets zijn wat de man in hem had doorgegeven, datgeen wat haar toch zo onbekend voorkwam. En toch kon ook zij het nu doorgaans goed met Evangeline vinden; maar wanhoop maakt tot vreemde allianties. Rhiann wendde haar blik af maar stond schoorvoetend toe dat het meisje haar hand pakte. Zijzelf was altijd meer afstandelijk geweest, maar Eva’s warme persoonlijkheid straalde ook op haar af. Desalniettemin had Evangeline haar nodig – de Griffoendor bezat dan wellicht vechtlust, maar de Graaf bezat een achterdochtig soort rationalisme waartegenover Eva hem naïef zou doen voorkomen. Rhiann wist dat, omdat ze over hetzelfde soort pragmatisme beschikte. “Je moet sterk zijn, Eva” sprak ze zachtjes, terwijl ze zuchtte en het meisje aankeek. Ze had iets kunnen zeggen over de boerderij-opmerking, maar wist dat ze daar niet veel verder mee zouden komen. “Ik weet dat we niet meer heel erg veel tijd hebben, maar geduld is het enige waarmee we mijn vader uit zijn tent kunnen lokken.” Haar blik gleed af naar Eva’s dikke buik; naar de baby. Iets meer dan een maand nog, zo hadden zij en Evangeline gerekend… het ging allemaal erg snel. “Ik ben gewoon zo bang dat je met een foute stap meer zal verliezen dan twintig jaar van je leven – aan jou is hij niets verschuldigd.” Want haar had hij laten leven, maar met wat ze van Eva had gehoord was de man toch niet zo op het meisje gesteld zoals zij dat was geraakt. “En je hebt natuurlijk aan de baby te denken.” Eva dacht heus wel aan de baby, dat wist Rhiann ook wel. Maar het kon geen kwaad om dat nogmaals te onderstrepen, zeker als het om de risico’s en gevaren ging die Eva soms toch leek te onderschatten.
×