Jump to content

Rhiann Cadwgan

Magisch Verbond
  • Content count

    117
  • Joined

  • Last visited

  • Days Won

    7

Rhiann Cadwgan last won the day on April 15

Rhiann Cadwgan had the most liked content!

About Rhiann Cadwgan

  • Rank
    A phoenix needs ashes to be reborn

OOC Profiel Informatie

  • Naam
    Dails

Profile Fields

Recent Profile Visitors

520 profile views
  1. Ze probeerde niet afkeurend te kijken, waarlijk. Evangeline had hen heus wel verteld over hun relatie, over wat er allemaal was gebeurd. Maar het was gewoonweg zo.. onbezonnen. Dat was wellicht iets waarin hun verhalen overeen kwamen, maar aan de andere kant leek het ook weer totaal niet wat zijzelf had geflikt. Keane was een foutje geweest, iets wat per ongeluk was gebeurd op een naïeve nacht waar ze nog steeds wakker van kon liggen. Maar Griffith… Griffith zelf was wellicht een foutje geweest, het moment van Griffith dan, maar dat was niet per se de situatie waar hij uit was voortgekomen. De relatie tussen die die twee was lang en diepgaand geweest, met genoeg momenten om eruit te stappen. Dat hadden ze niet gedaan, tegen de wil van haar vader in – en mocht Rhiann daar zijn geweest om moederlijk advies te geven, dan had ze niets anders gedaan dan Keane aan te raden te luisteren naar de Graaf. Het was dom, stom en onbezonnen om iets anders te doen of iets anders te willen. Liefde was wellicht iets van het hart, maar het kon niet zonder enige rationaliteit. (Niet als er zoveel op het spel stond! Niet als je van adel was). Het probleem van Evangeline Lennox was dat ze zich liet leiden door haar hart. Het probleem van haar zoon was dat de enige vormen van rationaliteit die hij bezat zijn hoofd leken te verlaten zodra zij in beeld kwam. En toch deed het haar wat. Rhiann wilde niet perse dat het haar wat deed, probeerde de gevoelens te onderdrukken, maar het deed haar iets om de twee gelukkig te zien (voor zover dat kon in deze situatie) en de blik op Keane’s gezicht op te merken toen hij het baby’tje mocht aanschouwen. Het deed haar wat omdat ze Keane niet had opgevoed als erfgenaam, omdat ze had gedacht dat hij van haar zou zijn, het enige wat waarlijk aan haar had toebehoort in deze wereld, beroofd van al het andere… maar zelfs dát had haar vader haar niet gegund. Ze had nooit in de weg willen staan tussen Keane en de rijkdommen die het Cadwgan erfgoed hem zou bieden, maar aan de andere kant leek het, in ieder geval voor hem, meer een vloek dan een zegening. Maar al was dat zo, al bleek dat zo te zijn.. dan was het alsnog Keane’s plicht om te doen wat de Graaf hem gebood. En dat had hij verzaakt – en bleef hij maar verzaken. Net nadat de zware deur was dicht geslagen had ze zelf ook die brok in haar keel – maar ze slikte die gauw weg. Ze zou zichzelf niet toestaan te breken voor Evangeline, zoals ze dat voor niemand zou doen. Vanavond, als ze alleen in haar bed lag en staarde naar het duistere plafond, dat was wellicht het moment om de keuzes van de dag te overdenken. Niet nu. In plaats daarvan wiegde ze Griffith wat heen en weer, haar blik afwezig op die te rode haartjes, terwijl ze nadacht over Keane’s afscheid en zijn laatste woorden. Het was Miss Evangeline, niet ‘Lady’. Tenminste… niet volgens de officiële lezing van haar vader. Naar wat zij wist was dat vooralsnog niet iets waarvan haar zoon ooit was afgeweken. Ze wist niet zo goed wat ze moest zeggen. Er was niets goeds wat ze kon zeggen. In plaats daarvan nam Rhiann plaats op de keukenstoel waar Keane zojuist nog op had gezeten en aaide ze Griffith nietsziend over die akelig rode haartjes, precies alsof het baby’tje nu al de hare was.
  2. Rhiann knikte zwijgend voor de laatste keer, voordat ze het spiegeltje op het bed liet vallen en het omdraaide, weg van enige overgebleven spiedende ogen. Even gleed haar blik naar de baby voordat ze een van haar handen door haar lange, donkere haar liet glijden en haar ogen sloot. Met een man als haar vader was het altijd lastig in te schatten of je het juiste deed. Maar ze had Keane niet kunnen laten ontsnappen… het mocht gewoon niet. Even veegde ze wat plukjes van Griffith’s dunne haartjes uit zijn gezicht (eigenlijk vond ze het rode haar erger dan ze openlijk zou toegeven; ze had al drie keer bedacht hoe ze het zou kunnen verven, als ze eenmaal de zeggenschap had over het kindje. Aan de andere kant verkleurde het misschien nog wel..). Vervolgens stopte ze het spiegeltje weer netjes terug waar ze het had gevonden, viste ze een van de babymutsjes van de waslijn op de gang en zette ze deze voorzichtig op Griffith’s kleine babyhoofdje. Zo. Nu zag je die haartjes ook niet meer. Met het baby’tje in haar armen liep Rhiann stilletjes de trap af, precies zoals ze was gewend. Ze was van jongst af aan getraind om zo min mogelijk geluid te maken en had daar eigenlijk ook nooit vraagtekens bij gezet – met goed genoeg personeel letten ze toch wel op, zodat je alsnog niets tekort kwam. Even bleef de dochter van de Graaf in de schaduwen van de stenen trap staan terwijl ze haar zoon en het meisje aanschouwde, die zich klaarblijkelijk alleen waanden in de hoge toren. Ze had niet kunnen geloven dat Keane zomaar zou zijn vertrokken, zeker zonder afscheid te nemen van Griffith, en toch was het als een opluchting dat hij er nog was. Desalniettemin voelde ze bij de aanblik een plotselinge steek van.. nuja. Jaloezie? Nu, niet echt, al leek Keane nog zo gelukkig met het roodharige grietje waar ze ondertussen wel enigszins gewend aan was geraakt. Ze voelde wellicht eerder een bepaalde irritatie dat de jongen zijn gevoelens zo had laten lopen, dat hij alles op het spel had gezet voor datgeen wat voor hem voor liefde door moest gaan. Evangeline Lennox was een lief meisje, hoor. En niemand zou haar horen klagen, want dit debakel had haar de kansen geboden die ze na die lange twintig jaren nodig had gehad - had Daniel Bennett naar haar voordeur gebracht, zelfs. Maar het stak Rhiann dat de jongen keuzes had gemaakt die hem zo in de problemen hadden gebracht, juist nadat zíj alles voor hem had opgegeven, juist nadat zíj degene was geweest die de verkeerde keuzes had gemaakt… En het stak haar ergens dat hij precies datgeen had gedaan, datgeen deed nog wel, wat haar vader niet wilde. Het bracht iedereen alleen maar in de problemen. Eigenlijk kon ze het niet meer aanzien. Daarbij was daarbuiten iemand erg aan zijn best aan het doen om Lord Radnor weer te verenigen met zijn naamgenoot. “Keane..” sprak Rhiann zachtjes maar op een toon die ze zelf zou bestempelen als ‘realistisch’, terwijl ze uit de schaduwen stapte. “Ik denk dat er niets anders opzit dan dat je jezelf aangeeft en naar beneden loopt.”
  3. Rhiann’s ademhaling suisde in haar oren en even dacht ze dat zij degene zou zijn die nu zou gaan flauwvallen, in plaats van haar zoon. Ze pakte een van de stoelleuningen vast en sloot voor een moment haar ogen, de baby stevig tegen zich aangedrukt. Evangeline was klaarblijkelijk gek geworden. Ze wist niet precies wat het was, of het Keane’s aanwezigheid was die haar totaal van stuk had gebracht of iets anders, maar Eva had niet alleen het gore lef gehad om haar vader te beledigen en een toon tegen haar aan te slaan, maar had in een tijdsbestek van nauwelijks twee minuten bedacht dat ze Keane zou laten ontsnappen door doelbewust afleiding te creëren, hem de baby mee zou geven en hen daarbij achter te laten met… niets. Zij en Evangeline zouden tussen hen tweeën één toverstaf hebben en zouden voor de rest zijn opgesloten in deze toren, overgeleverd aan de grillen van haar vader. Ze wist niet zeker of Eva het doorhad, maar die grillen zouden er nou niet bepaald goed voor hen uitzien. Voor niemand niet, overigens. Ook voor Keane niet, nadat hij in zijn huidige toestand zou hebben geprobeerd te ontsnappen op een stokoude bezem en misschien nog niet eens een kilometer verder zou komen voordat de lijfwachten van haar vader hem uit de toppen van een of andere boom zouden hebben geplukt (hij had geen toverstaf, dus hij zou niet kunnen verdwijnselen! Daarbij was verdwijnselen niet goed voor babies). En zelfs niet voor de kleine Griff, want ze kon zich niet voorstellen dat haar vader na dit voorval nog iemand sparen zou. Natuurlijk had ze eerder al gemerkt hoe koppig en overmoedig het meisje kon zijn, wat uiteindelijk uitkwam op niets minder dan pure naïviteit. Ze zou toch denken dat Evangeline de Graaf ondertussen wel langer kende dan vandaag; was het echt zo lastig om na zolang nog steeds niet de realiteit onder ogen te zien? Er was veel wat ze kon zeggen. In plaats daarvan snoof Rhiann luid, wat haar alsnog wat hard in de oren klonk maar wat daadwerkelijk het minste was wat ze kon doen, voordat ze haar stem zocht. Dat koste iets meer moeite dan ze had gedacht. “Ik… ik ga even het mutsje halen” sprak ze zo timide mogelijk, voordat ze zich met Griffith in haar armen omdraaide en recht op de trap af liep. Ze had wel gezien dat Eva het kindje wilde overnemen, maar op dit moment vertrouwde ze haar met niets. Wat als ze daad bij woord zou voegen, en Keane nu linea recta op de bezem zou zetten met de baby in zijn armen?! Boven aangekomen liep ze haar kamer in, die ze sloot maar niet op slot durfde te doen omdat het geluid verdacht over zou kunnen komen, voordat ze Griff voorzichtig op het eenvoudige bed neerlegde en door haar knieën zakte op de koude, stenen vloer. Met enige moeite schoof ze een kist onder het bed vandaan, waarin ze begon te zoeken. Uiteindelijk vond ze de oude, wollen sok, waar ze het spiegeltje had bewaard wat ze jaren geleden had gekregen. Twintig jaar geleden, om precies te zijn. Rhiann hield het spiegeltje omhoog. Ze zag er misschien wat gejaagd uit, haar donkere haar in sterk contrast met haar bleke voorkomen. Voor een moment probeerde ze haar ademhaling onder controle te krijgen, voordat ze zichzelf in haar grijze ogen aankeek en haar mond opende om de enige persoon op te roepen die deze gekheid tot een halt zou kunnen brengen. “Owain Cadwgan”.
  4. Rhiann rolde met haar ogen bij Evangeline’s woorden, maar bleef wel staan. In ieder geval had ze Griffith vast – dat maakte de situatie al een stukje beter. Het was onzeker met welk doel haar zoon hier zat, hoe afgetakeld hij er ook uit zag. Er was altijd een kans dat haar grootvader hem wel had gestuurd, dat hij een manier had geperfectioneerd om de Imperiusvloek op de jongen te laten werken, en dat de kleine baby nu werd geëxtraheerd uit hun vreemde familiesituatie zodat haar vader zich gewoonweg van haarzelf en Evangeline kon ontdoen. Er was echter klaarblijkelijk ook een kans dat Evangeline ervoor zou zorgen dat Keane met de baby zou vertrekken en ze Griffith alsnog kwijt zou raken. Rhiann probeerde haar gezicht in de plooi te houden, al was het lastig; dit was precies waar ze al die tijd bang voor was geweest. Nouja dit, en al die andere ideeën van andere mensen die zaken aan het plotten waren die tegen haar ultieme doel indruisten. “Wat bedoel je?” vroeg Rhiann scherp, de vraag geadresseerd aan het meisje die zo graag wenste haar schoondochter te worden. Tot nu toe had ze best wel goed met Evangeline Lennox op kunnen schieten, maar sommige dingen gingen gewoon te ver. “Als je insinueert dat Keane maar beter kan ontsnappen...” Met Griffith nog wel!! “… dan weet ik niet of dat wel zo’n goed idee is.” Zacht uitgedrukt, dan. “Kijk hoe bleek hij is! Hij zou misschien twee meter buiten de muren zijn gevlogen voordat hij wordt aangehouden. En je weet niet wat er dan met hem gebeurt…” En als haar zoon het niet zou overleven, dan was echt alles voor niets geweest.
  5. Rhiann’s blik bleef voor een moment op Owen hangen. Ook over hem had ze gehoord, natuurlijk – het leek alsof haar vader graag over zijn achterkleinzoon sprak. Het was volgens haar vader de enige, echte erfgenaam, de legitieme opvolger van het Cadwgan erfgoed. Er waren niet echt etiquette regels omtrent het vragen om je kleinzoon te ontmoeten na jaren van verbanning, zeker in een precaire situatie als dit, dus in plaats daarvan zakte Rhiann gracieus neer op een van de stoelen en glimlachte ze beleefd. “Thee graag. En och, als u wat in huis heeft…” Rhiann’s blik gleed nogmaals over de kamer. Voor haar verbanning was ze een of twee keer naar een studentenfeest in Cambridge geweest, maar haar vader had haar niet toegestaan om te studeren. Of dat mocht, had hij van haar toekomstige echtgenoot laten afhangen – en tsja, voordat dat helemaal rond was gekomen... Rhiann onderdrukte de neiging om verlangend om te kijken naar haar kleinzoon, die ze vanuit haar positie net niet geheel kon zien, al was hij enthousiast in zichzelf aan het zingen tijdens zijn verfbezigheden. In plaats daarvan glimlachte ze ietwat vertederend in zichzelf – en vervolgens richting Josephine. “Lady Josephine, ik wil dat u weet dat het voor mij ook daadwerkelijk een eer is om u te ontmoeten. Ik heb veel over u gehoord.” En ze had wel het een en ander kunnen afleiden van het feit dat haar zoon in een kerker crepeerde terwijl haar schoondochter hier haar leventje leidde, samen met het zoontje. Ze keek het meisje aan en voor de tweede keer had ze het gevoel dat er iets was… een bepaald soort gekwetstheid, of radeloosheid, ergens in die groene ogen. “Ik ehm.. hm..” Oh, ze kon het toch niet laten! “Zou ik misschien… Owen, is het toch?” Ze keek nu wel om en glimlachte richting de jongen, die bij het horen van zijn naam had opgekeken. “Zou ik hem misschien mogen ontmoeten?” Ze was zijn grootmoeder! Dus dat zou Lady Josephine haar niet weigeren, toch?
  6. Daniel was nooit iemand geweest die enige waarde hechtte aan een uitgebreide afscheidsgroet. Rhiann sloot de deur en leunde even met haar voorhoofd tegen het koele hout, voordat ze haar rug rechtte en terug liep naar haar kleine woonkamer. Ze had zichzelf beloofd dat ze Daniel niet zou nastaren terwijl hij het dorpje uit slenterde (of nuja, ze hoopte toch dat hij genoeg van de situatie begreep om niet direct te verdwijnselen!), gewoonweg om haar eigenwaarde op peil te houden – en dus zakte ze neer op een van de keukenstoelen, voorzichtig achterover leunende terwijl ze haar nek masseerde. Dat was… niet helemaal gegaan hoe ze had gepland. Haar blik gleed af naar de bank, waar de lege wijnglazen van gisterenavond nog stonden. Een lichtrode blos kroop naar haar wangen terwijl ze een vluchtige glimlach nauwelijks kon bedrukken. Niets ervan was natuurlijk echt gepland geweest. Ze wist dat ze voorzichtig moest zijn met Daniel. Klaarblijkelijk lag het tot bepaalde graden binnen zijn macht om haar met een knip van zijn vingers te voorzien van wat zij wilde – maar bij Daniel was er altijd een catch. Ze wist nog steeds niet precies waarom hij precies had ingestemd haar te helpen, maar er moest meer achter zitten dan dat hij wel eens voor haar vader had gewerkt. Daarbij was hij getrouwd, en ondanks dat ze Camilla kende… Rhiann liet haar grijze ogen over haar ringloze handen glijden. Haar leven was zo anders gelopen dan ze ooit had gedroomd. Maar aan de andere kant had ze ook gedacht dat ze zou zijn veranderd, dat de tientallen jaren van verbanning haar een ander mens zouden hebben gemaakt. Maar blijkbaar kon Daniel hier gewoonweg binnen walsen en zou ze hem geen strobreed in de weg leggen om te nemen wat hij wilde. Was het onverstandig geweest? Waarschijnlijk. Probleem was misschien dat ze het zo weer zou doen. Rhiann stond abrupt op. Ze was klaar met vastzitten in de cirkel van haar eigen gedachten; het had op dit punt toch geen zin om te speculeren over dingen die zouden komen. Stap 1 was Cadwgan Castle en daarna moest ze nog maar zien. Voor nu zat er niets anders op dan haar hoofd hooghouden, haar buren een of ander nonsens verhaaltje vertellen en de koe melken. Nog even, en dan.. mocht ze hier hopelijk voor altijd weg. Dan zouden er andere mensen zijn die haar van haar calciumtoevoer konden voorzien. En het uitmelken? Nuja, dat zou waarschijnlijk ook op een iets andere wijze plaatsvinden. OOC: Topic uitgeschreven!
  7. Rhiann probeerde haar ademhaling wat onder controle te krijgen. Het was oke. Ze kon dit oplossen. Nee, het was klaarblijkelijk niet haar vaders wil dat haar bloedeigen zoon hier de toren kwam binnenvallen, maar dat betekende niet dat alles verloren was. Misschien zou haar vader het wel zien als haar schuld als straks alle alarmen af zouden gaan en ze de jongen zouden gaan zoeken, maar ze kon de Graaf uitleggen dat dat niet zo was! En als ze het had uitgelegd, dan hoefde dat ook niet het einde te betekenen van haar plaats in deze familie, de plaats die ze zo graag wilde opeisen. Ze zou vast nog een recht hebben op Griffith. Ze zou vast nog wel toegestaan worden Daniel te zien, waarmee ze een sprankje hoop hield op het terugvechten van haar rechtmatige plek. Er zou vast een manier zijn om Aria te verslaan, om uiteindelijk degene te zijn die het beter had gedaan in de wereld. Vast. Rhiann liet haar blik heel kort over Evangeline heenglijden, een ietwat triomfantelijke uitdrukking in haar grijze ogen, voordat ze op Keane afstapte en haar armen om hem heen sloeg. “Sssh, liefje, het is goed” suste ze haar zoon – en heel even was het bijna mogelijk om alles te vergeten. Want dit was Keane, dit was degene voor wie ze het allemaal had gedaan, al die lange jaren; toch? Of was het voor haarzelf geweest? Niet in staat deze ingewikkelde vragen momenteel te beantwoorden kuste ze hem vluchtig op zijn wang, de enige plek waar ze nog net bij kon als ze op haar tenen ging staan, en schonk ze hem een blik vol medeleven. “Evangeline wil vast wel even een glaasje water voor je halen, niet waar, dear?” Deze keer was de blik langer. Ha! Haar een beetje rond commanderen alsof ze de prinses van Cadwgan Castle was! Het moest niet gekker worden. “Kom, ga maar even zitten” sprak ze hem manend toe, terwijl ze een keukenstoel naar achteren schoof en ze de baby haast natuurlijk in haar eigen armen over nam. Zo, dit was al een heel stuk beter. Rhiann wiegde Griffith wat heen en weer, voordat ze haar vrije hand op Keane’s schouder plaatste. “Eva, ik denk dat het inderdaad een goed idee is als jij zijn enkel zou helen. En… nuja.” Ze vond het lastig Keane recht aan te kijken. Het was één ding dat ze hem ooit aan haar vaders grillen had overgeleverd en hij zag er wel echt beter uit dan toen hij onder invloed was geweest van de Imperius Vloek, maar desalniettemin… “Misschien nog iets meer, als je dan toch bezig bent.” Ze wierp Eva een bezorgde blik toe. “En vind je niet dat Griffith een beetje koud is gekleed? Ik haal zijn mutsje wel even..” Ze maakte aanstalten om met baby en al richting de trap te lopen. OOC: Post 111!
  8. Voor een enkel moment schrok Rhiann door datgeen wat ze vreesde te zien in Daniel’s blik – het was een bepaalde mate van verbouwereerdheid die ze niet anders kon interpreteren dan dat het neigde naar een weigering. Bij zijn impliciete instemming golfde de opluchting dan ook over haar gezicht, welke ze nauwelijks kon neutraliseren na alle emoties waar ze deze ochtend reeds doorheen was gegaan. Ze had van het leven geleerd om zelfvoorzienend te zijn, niet alleen na haar verbanning maar ook reeds ervoor; de Graaf had haar immer voorgehouden dat het vragen om gunsten slechts kon leiden tot teleurstelling of schuld. Teleurstelling bleef voor het moment klaarblijkelijk uit, doch of het slim was om bij een man van Daniel Bennett in het krijt te staan wellicht iets was wat meer van haar aandacht zou moeten vergen. Toen ze hem had overgehaald om Evangeline’s zaak aan te nemen was er echter een schuld ontstaan die ze waarschijnlijk in dit leven toch nooit meer zou kunnen voldoen. Maakte het uit er nog meer van op te stapelen nu de afbetaling toch onbegonnen werk leek? Ze had al zo weinig om mee te beginnen; nog minder, en het zou de acquisitie van het geluk wat ze nastreefde toch nauwelijks nog de moeite waard maken. Haar missende startkapitaal was gebouwd op de brokkelige funderingen van een oude vriendschap, die wellicht alleen maar meer aangetast zou blijken na de nachtelijke avonturen van vanavond – maar misschien was het maar beter over dat soort zaken maar niet al te diep na te denken, Op het moment dat ze haar emoties weer een beetje onder controle had, was Daniel reeds klaar met het wissen van Dafydd’s geheugen. Ze rolde met haar ogen bij Daniel’s woorden, al liet haar spottende glimlach zien dat ook zij doorhad dat het laatste daar waarschijnlijk nog niet over was gezegd. Ze was nooit geheel één geworden met de schuilnaam, alsof de mismatch met het leven wat ze wilde leiden en waar ze in verwikkeld was geweest alleen al toonbaar werd door die enkele naam. Ze haalde de bril en duwde deze ietwat ruw in Dafydd’s handen. Dit was het klaarblijkelijk dan – wellicht had het spijtiger moeten zijn, maar waarschijnlijk kon een uitgebreider afscheid maar beter uitblijven gezien onduidelijk was of en in hoeverre Daniel enige schade bij de dreuzel had aangericht. Ze merkte plotseling dat het haar opvallend weinig kon schelen, vooral daar ze het geheugen voor geen goud zelf had willen wissen. Ze had geen behoefte om de onbenullige leugens die ze had moeten spinnen door Dafydd’s ogen te bekijken; het liefst wilde ze de afgelopen twintig jaar gewoonweg vergeten en met een knip van haar vingers de wereld weer maken zoals die ooit aan haar voeten had gelegen. Maar zo gemakkelijk zou het niet gaan. Met een zwiep van haar staf ontzegelde ze de deur, waarna ze Dafydd er met enig gemak uitwerkte. De verwilderde, verloren blik in zijn ogen leek te insinueren dat de spreuk nog niet geheel was uitgewerkt. Rhiann boog zich naar voren om nog iets in de man zijn oor te fluisteren en een vluchtige kus op zijn wang te drukken, voordat ze de deur sloot en zich richting Daniel draaide. Ze wist ineens niet zo goed wat ze moest zeggen. “Mijn excuses” begon ze, voordat ze nog een stapje dichterbij waagde. “En mijn dank. Ik…” Ze haalde diep adem en liet haar grijze ogen op hem rusten. Hij leek plotseling geheel uit de toon te vallen, zo in het halfduistere, kleine gangetje van haar dreuzelhuis. “Misschien is het beter als jij ook gaat. Ik zou je niet willen ophouden van al je... belangrijke advocatenzaken.” Ze vroeg zich plotseling af wat hij zijn vrouw zou vertellen omtrent waar hij vannacht was geweest. Of zou hij zo vaak.. ‘afwezig’ zijn dat hij geen verhaal meer klaar moest hebben staan?
  9. Rhiann had de afgelopen tijd de nachten op zich genomen, zodat Eva rustig kon slapen. Dat had ze niet alleen gedaan voor Evangeline’s rust, die het klaarblijkelijk zwaar had onder de kennis dat ze het kleine baby’tje voor wie ze het allemaal deden zou moeten opgeven, al is die toevoeging wellicht wat overbodig voor diegenen die Rhiann’s karakter ondertussen wat beginnen te kennen; maar zij en het meisje leefden knus op elkaar, en daar waar Evangeline haar handigheden had aangeleerd van haar moeder in het verzorgen van haar vele broertjes en zusjes, had Rhiann het destijds allemaal zelf moeten uitvogelen – maar dat betekende niet dat ze openlijk zou willen toegeven hoeveel handiger Eva’s trucjes waren. Maar daarnaast was er, in ieder geval op dit moment, niets liever dat ze deed dan naar het kleine bundeltje staren en dat was toch lastig met een overbezorgde Evangeline steeds aan haar zijde. Nee, hoeveel beter was het om ’s nachts met het kleintje ingewikkeld in warme doeken naar de sterren te staren, terwijl zichzelf voorzichtig toeliet te fantaseren over hoe het allemaal zou kunnen lopen en wie ze zou kunnen zijn. En nee, ze vond het niet erg haar nachten daarvoor op te offeren, al betekende het dat ze overdag meestal alleen wat uitrustte. Een van haar favoriete bezigheden, naast Griffith, was zichzelf weer de spreuken aanleren die ze twintig jaar geleden zo perfect onder de knie had gehad. Vandaag had Eva de toverstaf echter naar beneden meegenomen en had Rhiann zich dus maar vermaakt met een boek wat ze vroeger als jong meisje wel eens had gelezen. Opgesloten in de nostalgie van de torenkamer had ze net kunnen doen alsof ze zich gewoonweg in Cadwgan Castle bevond en er niets was veranderd. Ze had pas gemerkt dat ze in slaap was gevallen, moe van haar nachtdienst, toen ze plotseling was wakker geschrokken. Het was alsof ze in haar slaap reeds enkele geluiden had waargenomen en iets haar langzaam terug naar de realiteit had gebracht – alsof ze door had gehad dat er iets niet geheel klopte. Even bleef Rhiann liggen terwijl ze haar oren spitste, voordat ze behoedzaam overeind kwam en richting de deur van haar kamer sloop. Vlug flitsten haar grijze ogen richting haar spiegelbeeld, voordat ze haar jurk en donkere haren wat gladstreek en de deur heel voorzichtig op een kier opende. Een haar op het eerste gezicht onbekende mannenstem echode door de dikke muren naar boven, al kon ze niet precies horen wat er werd gezegd. Ze herkende de stemmen sowieso niet als van haar vader of Daniel. En als het niet een van hen beiden was… Rhiann verzamelde haar jurk in haar ene hand en trippelde zo zachtjes als mogelijk de trap af, niet precies wetende wie of wat ze aan zou treffen. Toen ze de laatste tree bereikte en haar hoofd voorzichtig om het hoekje stak had ze misschien wel een aantal opties verwacht, maar niet… “Keane..” sprak ze ietwat hees toen het haar eigen zoon was die ze mocht ontwaren. Dit was de derde keer dat ze hem zag nadat hij tien jaar geleden van haar was weggenomen – de eerste keer had hij willen weglopen met Evangeline aan zijn zijde en de tweede keer was enkele weken terug, toen haar vader haar had toegestaan hem te zien in de Kerkers. Hij zag er wellicht een klein beetje beter uit dan toen, al was de belichting daar slecht geweest en had ze destijds alsnog meer gezien dan ze had gewild. Zijn blik vertelde haar dat hij de Imperiusvloek had kunnen verbreken, al leken zijn felgroene ogen alsnog voltrokken van iets dieps en pijnlijks. Maar voor de rest… zijn ingevallen oogkassen, zijn magere voorkomen, zijn ongezond blanke huid… Even maakte ze een beweging, alsof ze op hem af wilde stappen en hem wilde omhelzen, maar ze leek zich plotseling in te houden toen ze het baby’tje in zijn armen zag. Even staarde Rhiann naar haar kleinzoon, alsof ze niet kon bevatten dat Keane hem vast zou houden, voordat ze Eva een ietwat afkeurende blik toewierp en toen langzaam met haar ogen knipperde. “Wat… wat doe je hier? Ik dacht dat Lord Radnor…” Ietwat ongemakkelijk sloeg Rhiann haar armen over elkaar, meer om zichzelf een houding te geven dan iets anders. “Ik zie dat je Griffith hebt ontmoet?” Ze probeerde te glimlachen, maar dat wilde niet geheel lukken. Het was heel dubbel, want ze hield van haar zoon - maar ze wilde ook dat hij Griffith terug zou geven; als niet aan haar, dan in ieder geval toch aan Evangeline. Ietwat twijfelend zette ze enkele stappen in de richting van de twee. Ze had klaarblijkelijk een diep gesprek onderbroken, maar daar kon ze zich toch nauwelijks schuldig over voelen. De laatste keer dat die twee hadden willen ontsnappen… “Heb je je bezeerd?” Oprecht ietwat van slag verplaatste ze haar blik naar Keane's enkel, waar hij klaarblijkelijk nauwelijks op kon staan. “Och nee, geef anders.. geef anders Griffith maar even aan mij…”
  10. Rhiann verloor niet snel haar kalmte – of nuja, dat was een stelling die wellicht wat te gemakkelijk was geponeerd nu ze zo’n twintig jaren in een positie had geleefd waarin de ernstigste problematiek zo’n beetje was dat de koe minder melk begon te geven of ze haar pasgebreide trui niet in de kleur blauw kon verven door een gebrek aan lokale, natuurlijke grondstoffen. Natuurlijk had ze haar kalmte niet verloren nadat de Graaf haar kind bij haar had weggehaald, maar dat was wellicht ook precies een situatie waarin innerlijke rust nou niet bepaald benodigd was. Maar hoewel ze zich in wat matige intriges had bevonden, waren die nu ook weer niet zo verschrikkelijk spannend; gelukkig maar, want ze ging tot grote lengtes om haar privéleven zo privé mogelijk te houden voor de spiedende ogen van haar buren (en daarmee, impliciet en expliciet, haar vader). Dat dat alles zou veranderen door de iets te enthousiaste bemoeienis van Daniel Bennett was wellicht te voorzien geweest – en ook precies de reden dat ze datgeen met Dafydd had moeten beëindigen. En zo werd het maar weer aan haar bewezen dat één moment van zwakte alles als een kaartenhuis in elkaar zou laten storten. Natuurlijk had ze wel kunnen weten dat Daniel de intriges van Dreuzeldorpen als irrelevant terzijde zou schuiven. God, niemand zou kunnen beamen dat ze dat ook niet waren. Maar de afgelopen twintig jaren hadden haar alleen maar duidelijker gemaakt dat hoe kleiner de gemeenschap, hoe minder er te roddelen viel – en hoe groter uitgemeten ieder wissewasje zou zijn. Dat was overigens precies waarom haar vader haar in dorpjes als dit had geplaatst; ze was al een outsider om mee te beginnen en zou enkel het vertrouwen van haar dorpelingen kunnen winnen als ze zich aan ieder regeltje zou houden, waarmee de argusogen die haar toch immer in de gaten hielden zich wat zouden terugtrekken. Haar verbanning was haar twintig jaren van Hel, twintig jaar van burgerlijke gehoorzaamheid die ze daarvoor toch nooit daadwerkelijk had getoond. Het was van het grootste belang dat dit tot het nabijkomende einde goed zou gaan; dat dat niet de reden zou zijn dat haar plan de rechtmatige plek die bij haar hoorde, die ze wilde opeisen, zou mislukken. En plotseling, in een tijdsbestek van misschien 10 seconden, hing dat alles toch plotseling aan een zijden draadje. Het was niet per se de reactie van beide heren, want daarbij had ze toch eerder met haar ogen gerold (ugh, mannen), maar eerder de blik op Dafydd’s gezicht nadat Daniel haar naam had uitgesproken. Misschien was het omdat ze nooit helemaal aan die naam was gewend geraakt, mede omdat ze deze niet geheel bij haarzelf vond passen – het was het dochtertje van een van de buren die het ooit voor haar had bedacht, en toen het eenmaal was aangeslagen op de eerste plek waar ze was verbleven had ze nooit meer durven wisselen naar iets anders, bang dat ze zichzelf zou verraden. Maar misschien had ze moeten weten dat Dafydd eerder op háár zou reageren dan op Daniel’s verspreking, waarvan ze voor een moment zichtbaar was geschrokken. Ze kon het Daniel nauwelijks kwalijk nemen – hij had het ook niet kunnen weten – maar ze voelde zich voor het eerst in jaren dom, in de val gelokt. Misschien was het zelfs haar vader of zelfs Aria die Daniel hiertoe had aangezet; hoe had ze zich zo kunnen laten verleiden? En nu was het te laat, was haar dekmantel tegenover in ieder geval deze dreuzel gevallen en zou ze zich in vreemde bochten moeten wringen om nu dit weer te overleven. Rhiann trok de toverstaf uit haar ochtendjas (daar zou ze toch niet meer mee scheiden, nu ze er eindelijk weer beschikking over had!) en zwiepte ermee. “Colloportus” sprak ze ietwat geprikkeld, een nerveuze ondertoon in haar stem. De deur verzegelde zich met een zuigend geluid, die Dafydd deed plotseling halthouden. Ze draaide zich om naar Daniel, ging dichterbij hem staan dan ze normaalgesproken in gezelschap zou doen en begroef de vingers van haar vrije hand in zijn arm. “Je moet zijn geheugen wissen. Ik vertrouw mijn kunsten niet op dat gebied” sprak ze zakelijk en zo neutraal mogelijk, terwijl ze elke vorm van smekerij uit haar toon probeerde te weren. Ze wist dat hij daar een hekel aan had. “Niet alles, maar genoeg. Het liefst alleen dit gesprek, maar meer… kan ook.” Dafydd zou haar vergeten, maar dat was niet erg. Zij zou hem vergeten, als ze eenmaal dit dorp verlaten kon. Ze boog zich nog iets naar Daniel toe en keek hem aan. Ze voelde dat haar hart nog iets sneller begon te kloppen. “Voor mij. Alsjeblieft.”
  11. Keane en Josie's huis, Cambridge Rond theetijd Toen ze uit de haard stapte, moest ze duizelig de schouw vastgrijpen om niet te struikelen. Even bleef Rhiann Cadwgan geruisloos stilstaan terwijl ze zichzelf stabiliseerde, niet alleen fysiek maar ook mentaal. Vandaag had bijna als vanouds gevoeld, uitgenodigd als ze was geweest op het kantoor van haar vader om enkele ‘zaken’ bij te spreken. Vooral omdat ze zolang verbannen was geweest voelde ze zich altijd nog het kleine meisje tegenover de gewichtige Graaf, alsof de afgelopen twintig jaar zich nooit hadden voltrokken. Haar vingers klemden zich om het koude marmer en ze duwde zichzelf wat overeind, haar rug gerecht. Want wellicht deed haar vader het dan zo voordoen, maar dat was natuurlijk niet de waarheid; want die twintig jaren waren wel degelijk geschied, hij had toch wel degelijk haar kind van haar afgenomen toen hij had bedacht dat hij dat maken kon, en zo gemakkelijk als hij haar had weggestopt in de Welshe klei had hij haar nu dan weer aan het werk gezet. En ze moest hem dankbaar zijn (en ze was hem dankbaar), zijn knieën moest ze metaforisch kussen omtrent de kans die hij haar gunde, een baby in het vooruitzicht en nu dan de mogelijkheid om zichzelf toch enigszins in het openbaar te bewegen. Ze zou gewillig zijn bevelen opvolgen omdat het haar taak was en omdat ze hem wilde laten zien dat ze de dochter was die ze had moeten zijn. Maar ze wilde ook meer. En hoe langer ze met haar vader sprak, hoe minder ze het idee kreeg dat hij dat haar schenken zou. Beggars can’t be choosers… maar ondanks haar stilzwijgend geduld, was ze nooit iemand geweest die slechts op schenkingen had geleefd. Nu was echter niet de tijd om over dit soort zaken na te denken, want mocht ze deze taak op de juiste manier volbrengen… nu, wie weet, maar het was altijd gunstig om haar vader in een goede bui te treffen. Ze had aangevoeld hoe belangrijk dit voor hem was, op die plaats waar hij zelf toch nauwelijks bewegingsvrijheid had. De Graaf was in deze kwestie afhankelijk van haar zoon, en dat die hem had teleurgesteld had toch wel enigszins van hem af gestraald. Rhiann zou wellicht medelijden met hem hadden gehad, mocht ze het beeld van Keane in die kerker niet op haar netvlies hebben gebrand. Het was haar zoon's eigen schuld, dat kon ze best geloven. En toch… als ze de schaarse beelden welke ze nu van hem had gekregen vergeleek met de vrolijke, donkerharige zes-, zeven- of achtjarige die vroeger toch nauwelijks van haar zijde was geweken voordat haar vader zich over haar zoon had ontfermd, dan vroeg ze zich wel eens af of ze zich wellicht toch te welwillend opstelde. Een bediende kwam aansnellen en handig, alsof ze de afgelopen jaren zo’n beetje iedere dag gebruik had gemaakt van het haardnetwerk, klopte ze het stof en roet van zichzelf af en vertelde ze hem haar naam. Verdwijnselen was natuurlijk beter geweest, maar haar vader had haar geen toverstaf ter beschikking willen stellen. Die van Daniel, meegesmokkeld in haar bagage, had ze bij Evangeline achtergelaten. Je te vertrouwend opstellen in Cadwgan Castle was een fout die ze het meisje niet zou laten maken. In de zitkamer was ze belangstellend blijven stilstaan voor een groot schilderij, ergens een beetje weggestopt in een hoekje. Erop getoond was een groot landhuis, waarvoor enkele kinderen met goudblonde haren stonden afgebeeld. Rhiann kende de afbeelding niet, maar Evangeline had haar erover verteld. Bij het horen van haar naam, uitgesproken door de bediende, draaide ze zich om. “Lady Josephine” sprak Rhiann warm, terwijl ze boog voor de dochter van de Hertog en op haar schoondochter afstapte, een vriendelijke uitdrukking op haar gezicht. “Het spijt mij dat ik zo onverwacht langskom, maar daar waren helaas de omstandigheden naar. Ik ben Lady Rhiannon.” Even liet ze haar grijze ogen over Josephine glijden. Eva had het schilderij naar de juiste gelijkenis gemaakt, en toch leek het meisje dat ze hier voor zich had… anders. Minder lichtzinnig. “Keane’s moeder.” OOC: Met Ann!
  12. Ze verstijfde toen ze zijn voetstappen hoorde, al hield ze haar blik zo neutraal als mogelijk op Dafydd gericht – dat had de minste kans dat ze iets prijs zou geven. Even gleden haar grijze ogen over zijn saaie blonde haar en zijn immer ietwat serieuze blik… Hij was de onofficiële burgemeester van een dorpje zo’n 2 kilometer verderop, een weduwnaar een aantal jaren jonger dan zijzelf met vijf kinderen om voor te zorgen. Toen ze zich er eenmaal toe had gezet zich te verlagen tot dreuzels bleek het mannen-aanbod nogal schaars – al was Dafydd toch wel een van de betere opties geweest. Hij had haar al eens voorgesteld om te trouwen. Zij had meerdere smoesjes moeten bedenken om de buren ervan te overtuigen dat hij toch echt een goede reden had om langs te komen. Hij had geen idee wie ze was, wat ze representeerde. Misschien, als ze geen hoop meer had gehad, als ze zich geen zorgen hoefde te maken om haar zoon, dat ze het dan wellicht uit een daad van wanhoop wel had gedaan. Met hem vergeleken vormde Daniel Bennett een verschil van dag en nacht. Daniel kende haar beter dan ze zou willen toegeven, al hadden ze elkaar al die lange jaren niet gezien en was alles veranderd. Daniel was altijd al iemand geweest die alle aandacht in een ruimte moeiteloos kon opeisen, die ieder gesproken en ongesproken woord aandachtig in zich zou opnemen om het later tegen je te kunnen gebruiken, mocht hij de informatie toevallig nodig hebben. Hij eiste van anderen zich te houden aan normen en waarden die hij zelf zonder blikken of blozen verbreken zou. Hij was egoïstisch, zelfzuchtig, hebzuchtig en bemoeizuchtig als de pest. En toch zou ze altijd zelfbewust haar rug een stukje rechter houden met hem in de ruimte, terwijl ze de tintelingen in haar onderbuik probeerde te negeren wanneer hij haar naderde. Ze had datgeen wat ze met Dafydd onderhield, wat dat dan ook was, de vorige avond willen verbreken – en werd met de seconde spijtiger dat ze dat dan ook niet gewoonweg had gedaan. Niet bepaald om Daniel; want het was toch totaal zijn probleem niet wie zij zag, maar omdat het volgende hoofdstuk in haar leven er niet een was waar Dafydd ook maar een schrijntje aan toe te voegen had. Hij had haar gegeven wat ze op die enkele momenten van hem had gewild, en nu was het over. Klaarblijkelijk zou ze helaas nogmaals met hem af moeten spreken om die boodschap over te brengen. Als die keer er nog zou komen. Na Daniel’s woorden probeerde Rhiann een semi-verontschuldigende blik op te zetten, al was het voor de show, maar eigenlijk was het al te laat. “Dat is…” begon ze, zonder echt te weten hoe ze haar zin af zou maken. Maar haar “…mijn dokter” (een iets te late ingeving, want ze was ziek, right?) werd overstemd door Dafydd, die zich op ietwat onbeleefde wijze langs haar wrong om de eigenaar van de stem te inspecteren.
  13. Verbannen of niet, Rhiann had nog nooit een man toegestaan de nacht aan haar zijde door te brengen. Och, er waren er genoeg geweest hoor – op Zweinstein of daarbuiten, en zelfs hier in de kleinste dreuzeldorpjes had ze er meer gelegenheid voor gehad dan een buitenstaander voor mogelijk zou kunnen houden. Ze had mannen wel eens een paar uur laten blijven maar had hen altijd voor het ochtendgloren weer haar bed uit gestuurd; dan wel omdat ze niet gewoon was dat een man aan haar zijde de nacht doorbracht, ofwel omdat ze bang was dat haar vader of buren achter meer zouden komen dan haar lief was. Daarnaast had ze zich wel eens geschaamd voor haar lichamelijke verlangens omdat ze zich op zo’n enkel moment niet kon inhouden al betrof het slechts een dreuzel, alsof ze aan zichzelf steeds moest bewijzen dat haar schandelijke verbanning onjuist was geweest. Het was dat Daniel voor haar dat laatste strohalmpje vormde dat het niet bepaald in haar was opgekomen hem weg te sturen. Maar dat zorgde de volgende ochtend, toen ze wakker werd met zijn arm om haar nek, wel voor wat verwarring. Even was ze doodstil blijven liggen, voordat haar vrije arm heel voorzichtig naar haar nachtkastje was bewogen waar ze een scherpe dolk uit haalde. Ze had de dolk al bijna in zijn borst gepland, toen een zuchtje wind haar gordijnen – waar reeds wat licht doorheen kwam! – wat deed wapperen en heel langzaam datgeen wat zich de voorgaande nacht had afgespeeld deed doorfilteren. Ze hield halt, staarde naar Daniel alsof het de eerste man was die ze in haar leven ooit had gezien, voordat ze zich heel voorzichtig uit zijn greep losmaakte, de dolk op haar nachtkastje terugwierp en naar haar ochtendjas greep. Het geklop op de voordeur dat haar had wakker gemaakt werd luider en ze begaf zich op haar blote voeten naar de gang, haar slaapkamerdeur halfopen latend. Even had ze gedacht dat haar vader dan toch eindelijk had besloten dat ze overbodig was en een van zijn loopmannen haar in de vroege ochtenduren was komen opzoeken! Maar zover was het blijkbaar vooralsnog niet gekomen… Ietwat bezorgd wierp ze in het voorbijgaan een blik uit het raam, waarna ze schatte dat het ongeveer een uur of acht was. Normaalgesproken zou ze al drie uur op zijn, had ze vast haar koe al gemolken en was ze reeds naar de ochtendmis geweest. Bij de voordeur aangekomen, waarbij het lopen iets lastiger ging dan voorheen (maar ook de reden daarvan kwam langzaam terug, en ze kon zichzelf niet echt inhouden zachtjes in zichzelf te grinniken terwijl haar gedachten terug naar de slaapkamer en een uur zo rond middernacht vlogen), wierp ze een korte blik in de spiegel. Haar donkere haar, normaal zo netjes opgestoken, zat lichtelijk door de war. Daarnaast had ze een roze blos op haar wangen en glinsterden haar grijze ogen net wat helderder dan normaal. Even probeerde ze nog wat aan haar haar te doen, maar degene voor de deur werd klaarblijkelijk ongeduldig en met een korte zucht opende ze de voordeur op een kier. Eigenlijk had ze gedacht dat het een van de buren was geweest, die vroeg waarom ze vanochtend niet bij de mis was geweest. Maar in plaats daarvan… “Oh, Dafydd” mompelde ze afwezig, terwijl ze de man even geschrokken aanstaarde maar zich snel herstelde. “Ik.. nee, het gaat wel goed. Ik ben…” Ze bedacht zich. “Of eigenlijk... nee, ik ben een beetje ziek.” Snel hoestte ze een paar keer zwakjes om haar woorden wat kracht bij te zetten. “Nee.. ik denk niet dat het door de wijn van gisterenavond komt. Je was je bril vergeten, toch? Wacht, ik pak ‘m wel. En…” Maar op dat moment hoorde ze voetstappen achter zich. “Of.. nuja, ik denk toch dat het beter is als je die op een later moment komt ophalen...”
  14. Ja, macht… was dat niet waar het uiteindelijk allemaal om draaide? Rhiann had er nooit veel problemen mee gehad dat je als vrouw formeel ondergeschikt was aan de man – er waren genoeg manieren om je eigen weg te vinden. Als er één ding was geweest wat ze vroeg had geleerd, dan was dat het wel. Maar teveel vrijheid, te weinig respect; dat was nu juist precies wat haar haar leven had gekost zoals ze zich dat altijd had voorgesteld. Zij en Aria waren uit de bocht gevlogen in hun zoektocht naar vrijheid, omdat ze de lijnen op de weg niet hadden gerespecteerd. De enige manier om je rechtmatige plek terug te krijgen was op eenzelfde manier – maar dan in de hoop dat het ditmaal goed zou gaan. En in die hoop was het ieder voor zich, waarbij ieder strohalmpje dat ook maar enigszins de goede richting op wees er zo aanlokkelijk uitzag dat ze er automatisch naar zou reiken. En ditmaal kwam die hoop en uitdrukking van macht in de vorm van Daniel Bennett, die zijn lippen dan toch uiteindelijk op de hare drukte. Zij had hem gekust in zijn werkkamer, voordat ze onderbroken werden door een klant – maar dit was anders. Ze voelde de brandende lust in zijn aanraking en reageerde zelf even vurig, al probeerde ze zich wat in te houden. Maar het was bij Daniel altijd al alles of niets geweest. En Rhiann, die niets meer over had om te verliezen, gaf hem dan toch alles.
  15. [1838]Taking steps is easy, standing still is hard

    Rhiann’s grijze ogen volgden Evangeline ietwat moedeloos terwijl het meisje heen en weer ijsbeerde door hun nieuwe kamer, vooral gefocust op het baby’tje in haar armen. Ach, ze wenste toch zo dat zij hem zou mogen vasthouden! “Ik… heb wel iets gehoord” sprak ze ietwat terughoudend, terwijl ze haar blik afwende en naar de haard staarde. Er waren blokken hout opgestapeld en het geheel was schoongeveegd, maar niemand had de moeite genomen om de haard ook daadwerkelijk aan te steken. Het was buiten best benauwd, zoals iedere Welshe zomer dat toch vaak was, maar de dikke muren en ramen lieten niet veel warmte toe. Even sloot ze haar ogen om datgeen terug te halen wat zich nog geen twee dagen geleden in de Keukens had afgespeeld. Twee van de kindermeisjes hadden behoorlijk overstuur in een hoek staan fluisteren terwijl zij haar lamsschenkel voorgeschoteld had gekregen. Het was haar vooral opgevallen omdat ze een bepaalde naam had opgevangen… “Maar het was een beetje raar verhaal” sprak Rhiann hoorbaar met enige tegenzin, die nog steeds hardnekkig naar de lege haard staarde. Ze wilde niet rondkijken. Ze wilde die ene, vage herinnering die ze aan deze plek had (of was het een vergelijkbare plek geweest, en niet deze plek per se?) niet ophalen en verdrong deze dan ook met de beelden van een paar dagen geleden. “Ik ehm…” Ze draaide zich nu dan toch wel richting Evangeline en toen ze haar blik die van het meisje kruiste vond ze het lastig iets van humor in haar grijze ogen te verbergen. Het was ook wel erg eh.. apart geweest, zeker nu het Daniel betrof – en deze plek maakte het op de een of andere manier nog Kafkaësker. “Wat ik hoorde.. En ik denk niet dat… Maar ik hóórde dat Mr. Bennett de kinderen van Lady Radnor zou hebben bedreigd met… nuja. Een blokfluit.” Even hield ze stil, voordat ze hardop in lachen uitbarstte. Dit was allemaal gewoon zo bizar. Het duurde even voordat ze zichzelf weer onder controle had, maar uiteindelijk wist ze zichzelf terug te brengen naar deze verschrikkelijke ruimte. “Ehm.. nuja. Ik zou niet geheel kunnen instaan voor het karakter van Mr. Bennett, maar hier zie ik hem dan weer niet echt voor aan." Haar blik werd wat weer serieuzer. “Maar... Ik denk wel dat er iets is gebeurd. Zeker nu wij zijn verplaatst en hier zijn opgesloten.” Ze dwong zichzelf om Eva te blijven aankijken en haar blik niet te laten dwalen. “Het lijkt gek als mijn vader dat zou doen voor enkel drie dagen, denk je niet?” Tenzij zij zou ‘mogen’ blijven in deze toren, die officieel toch aan het Cadwgan landgoed toebehoorde. Ze wist plotseling niet of ze ondanks al haar wensen gewoonweg liever weer verbannen zou zijn naar een of ander klein dorpje, ver weg van alles wat eens haar identiteit had gevormd maar wel vrij om binnen de beperkingen te gaan en staan waar ze wilde. Want ondanks dat ze verbannen was, was ze nooit opgesloten geweest in de nauwste zin van het woord. Ze was geen gevangene geweest, niet zoals Keane daar zijn dagen moest doorbrengen in de kerkers… bij de gedachte aan haar zoon stapelde een zware pit zich wederom op in het diepste van haar buik. Onbewust schoof ze wat dichter naar Evangeline toe, die ondertussen naast haar was neergezakt op de bank, en aaide ze ter afleiding voorzichtig door Griffith’s zachte babyhaartjes. "Maar goed, misschien heeft het wel een andere reden..."
×