Jump to content

Imogen Rosanvallon

Democratie & Magie
  • Content count

    52
  • Joined

  • Last visited

About Imogen Rosanvallon

Recent Profile Visitors

406 profile views
  1. [1837/1838] Yay siblings: part IV

    Goh, Imogen had al wel vaker met Howard gepraat over haar studie (wat als ze het verkeerde zou kiezen?! Maar gelukkig wist Howard vast wel wat dat was en zou ze het geld van hun ouders niet moeten verkwisten en zo kon Imogen met een gerust hart voor de zoveelste keer zo min mogelijk vragen, zo klein mogelijk zijn), maar nee, ze nam het hem absoluut niet kwalijk dat hij niet meer zo goed wist wat haar studierichting precies zou moeten zijn. Ze was zo vaak van gedachten veranderd… En ah, sowieso, het was Howard. Ze nam hem niets kwalijk, als het erop aankwam. Wie was zij in vredesnaam om er zelfs maar aan te denken? Eerst moest ze zelf nog een degelijk persoon te zijn om te gaan klagen dat Howard één keer iets vergat. ‘Ik ging psychologie studeren,’ antwoordde ze, met een dankbaar lachje dat hij er zelfs maar om gaf. Ja, ja, hij was het vergeten, maar kom op, hij vroeg er net zo goed om. Was dat niet het belangrijkste? ‘Maar ik ben nog niet zeker… Volgens mij is dat moeilijk en…’ Zo slim was ze nu ook weer niet. Maar goed, ze had nog praktisch een jaar. Oh, ha, een jaar was helemaal niet zo lang… Bon, Howard was er en Howard zou haar wel helpen om het juiste te kiezen, want Howard wist überhaupt wat dat was. Zij niet. Maar dat wist ze nooit. Nu ja, afgezien van wat Nathan betrof natuurlijk. Ja, sorry, Howard, op dat punt ging ze echt niet twijfelen. ‘Maar ik heb er eigenlijk wel zin in! Ik heb wel lang genoeg op Zweinstein gezeten.’ Ze lachte een beetje, ongemakkelijk zonder te weten waarom. ‘Maar goed, eerst ons best doen om af te studeren.’ En niet van Nathan afblijven. ‘Jij kon het vast allemaal vanzelf.’ Natuurlijk kon hij dat. Howard kon alles.
  2. [1838/1839] There'll never be enough of us

    Imogen knikte braafjes — natuurlijk zou ze het vragen. Niet aan hem, nooit aan hem, Imogen durfde haar vader nooit zo goed lastig te vallen. Ze sprak nú met hem, maar ook alleen maar omdat hij haar bij zich had geroepen. Ze zou alles laten vallen als hij met haar een babbel wilde slaan, maar zelf het initiatief nemen? Nee, dat was niet aan haar besteed. Papa heeft het druk, had ze al vaker dan ze zou kunnen tellen gehoord in haar leven, en nu leek het wel de eeuwige begingeneriek van hun familie. Vader heeft het druk, als je iets nodig hebt, ga je naar je moeder, als je werkelijk iets van connectie wilde voelen, ga je naar Howard. En Imogen? Imogen verstopte zichzelf achter Howard en studieboeken en kleren die haar het zelfvertrouwen moesten geven dat ze zichzelf niet aangeleerd kreeg. ‘Oh… Dat is wel zielig voor die mensen,’ antwoordde Imogen, licht verschrikt. Ja, ze wist dat dit soort dingen gebeurden en ze wist ook dat het haar vaders schuld niet was, maar… toch. Iedereen verdiende een kans om hun dromen om te zetten in realiteit, toch? Ja, ja, dit was alvast een heel goede reden dat Imogen niet bij de bank van de Rosanvallons moest gaan werken, ze vond de cliënten zielig en wilde hen helpen in plaats van dat ze zuchtte om het onnodig gedoe dat het opleverde, maar… toch. ‘Als ze dat risico namen, wilden ze het vast heel graag…’ En nu was het mislukt en ergens, ergens voelde ze zich schuldig dat zij hier zat en niets tekort kwam, terwijl er zovele mensen waren die meer deden dan zij. ‘Ik wist niet dat zoiets veel gedoe opleverde,’ riep ze zichzelf snel terug, voor ze haar vader het gevoel gaf dat ze niet aan zijn kant stond. Had hij dat snel? Geen idee eigenlijk. Dat was slecht van haar, hè…
  3. [1837/1838] You shouldn't make the most of your youth, IMOGEN

    Howard had altijd ideeën, zo leek het. Imogen, Imogen was niet zo creatief, kon zich de laatste keer niet eens herinneren dat ze oprecht een idee had gehad dat artistiek genoemd kon worden. Ze had het altijd wel willen doen, had het willen leren – iets aan het idee van een artiest te zijn, een kunstzinnige ziel sprak haar aan, maar ze leek het echt niet in zich te hebben. Maar Howard wel. Kijk, nog een reden om naar hem op te kijken! En zo waren er miljoenen. Ze kon blijven doorgaan, eerlijk gezegd, hij had haar in zoveel beïnvloed en al helemaal in haar wereldvisie. In haar ideeën wat goed was en wat slecht. Of hij dat echt wist… geen idee. Ze knikte gretig. Ergens voelde ze zich een klein kind, maar nu ja, van geheimen werd ze enthousiast en van door Howard vertrouwd worden hiermee zeker. ‘Natuurlijk kan ik dat wel geheim houden!’ Had ze Nathan niet net zo goed al een hele tijd geheim gehouden? Ja, ja, Imogen deelde alles graag, wilde de mensen om haar heen overal van op de hoogte stellen, maar voor Howard wilde ze zichzelf heus wel eens het zwijgen opleggen. Kon ze best. En vooral, vooral wilde ze graag nog eens zien waar hij zoal mee bezig was. Hun leeftijdsverschil was altijd al redelijk groot geweest, maar nu zij nog op Zweinstein zat en hij al lang en breed getrouwd was en vader van twee, had ze het gevoel dat er een gigantische kloof tussen hun leefwerelden zat. ‘Mag ik ze alsjeblieft zien?’
  4. [1837/1838] Yay siblings: part IV

    Ach, wat Imogen betrof wás Howard ook het beste dat haar overkomen was — naast haar vriendje uiteraard, al begon ze meer en meer te snappen dat ze dat misschien best niet zo luidop zei. Maar Howard… Howard was haar grote broer gewoon. Als klein kind had ze hem overal naartoe gevolgd, had ze overal willen zijn waar hij was — toen hij haar verlaten had voor Zweinstein, had ze meer gehuild dan waarschijnlijk normaal was, hem overspoeld met brieven om naar elk brokje informatie over zijn leven nu te vissen, hem gemist, de angst ontwikkeld dat hij niet meer terugkeren zou omdat hij haar beu was, al begon ze zich in te denken dat dat misschien een lichtelijk overdreven reactie was geweest — en nu nog kon ze die behoefte nog niet helemaal van zich afschudden. Gewoon. Ze wilde iemand zijn waar hij trots op kon zijn. En dat was hij duidelijk niet op het moment en daar schaamde ze zich vreselijk voor. ‘Allemaal U’s?!’ herhaalde ze, enigszins ongerust toen hij dat scheen te verwachten. ‘Ehm… ik weet het niet…’ Nee, schreeuwde ze zichzelf in gedachten toe, natuurlijk kon ze dat niet! Wat voor beeld van zichzelf had Howard van haar dat hij er vanuit scheen te gaan dat dat zelfs maar tot de mogelijkheden behoorde?! ‘Ik kan het proberen? Maar nu al zijn de vakken best lastig…’ En Imogen kon niets en dus ook niet studeren. Dus. Snap dat eens, Howard. ‘Vond je de universiteit moeilijker dan Zweinstein?’ Zo ja had ze echt een dik probleem. ‘Ik hoor daar zoveel verschillende dingen van, ik heb echt geen idee wat ik ervan moet verwachten…’ Misschien moest ze gewoon niet gaan.
  5. [1837/1838] You shouldn't make the most of your youth, IMOGEN

    Gelukkig, het kon weer over Howard gaan. Imogen praatte graag over Nathan en zo, geraakte nooit uitgepraat over hoe geweldig hij was, maar met Howard was het niet zo… soepel. Hij haatte Nathan, om de een of andere reden, ze snapte echt niet waarom, maar het schemerde wel overal doorheen en het was gewoon… oncomfortabel om het er met hem over te hebben. Dus het was wel fijn dat het terug over een gemakkelijker onderwerp, over hem, natuurlijk. Aandacht besteden aan hem, wie hij was, vond ze nooit moeilijk. Hij was haar broer, haar voorbeeld, als ze heel, heel eerlijk was, en ze wilde zo graag meer op hem lijken. ‘Oh, dat is keitof!’ zei ze enthousiast, oprecht blij voor hem. Architectuur leek haar zo’n vreselijk moeilijke discipline om door te breken. Maar hé, Howard kon het, ongetwijfeld, eigenlijk, want in haar hoofd kon Howard alles, alles, alles. ‘Ja, dat lukt je sowieso!’ Waarom zou het hem niet lukken, tenslotte? Hij had ontzettend veel talent, wist iedereen, en de hele wereld zou het moeten zien. Wat was er beter dan een gebouw ontwerpen om dat tentoon te stellen? Ze lachte luchtig naar hem, enthousiast om zijn kansen en enthousiast om de mogelijkheid dat ze hem een compliment geven kon. ‘Natuurlijk ben je dat!’ Wie anders zou het moeten zijn? Sowieso kende ze geen andere architecten, maar dat was irrelevant. ‘Heb je al veel ideeën voor je ontwerp?’
  6. [1838/1839] There'll never be enough of us

    Imogen was eigenlijk niet zo heel veel bezig met haar vader. Was dat erg? Telkens ze erover nadacht, voelde ze wel een steek van spijt, alsof het straks te laat zou zijn en ze er zo snel mogelijk iets aan moest doen, maar op hetzelfde moment was er altijd wel het volgende dat haar aandacht behoefde. Het leven aan de universiteit was drukker dan verwacht, ze probeerde nog tijd vrij te maken voor de vriendinnen die ze had moeten achterlaten op Zweinstein, ze wilde Howard nog zien (en ze wilde hem ook om raad vragen, eerlijk gezegd, hij leek altijd een beter zicht te hebben op de zaken dan zijzelf, die altijd meer inzoomde op de problematische details), haar moeder… Nee, het allemaal rond krijgen was niet altijd eenvoudig. Haar vader had altijd te druk geleken om veel aandacht voor háár te hebben, dus zo vaak dacht ze eigenlijk niet aan hem als iemand aan wie ze veel tijd besteden zou, maar zo nu en dan was hij thuis. Blijkbaar. Ze glimlachte naar hem, ging keurig op de stoel zitten die haar toegewezen was. Dat het er niet vaak van kwam, betekende niet dat ze niet blij was om hem te zien. Nee, echt. Ze hing meer aan haar broer dan aan haar ouders, maar Imogen werkte niet vanuit de instelling dat zoiets een exhaustieve gastenlijst in haar hart zou impliceren. ‘Oh, goed, hoor! Nu al drukker dan ik gedacht had eigenlijk, maar dat trekt wel bij…’ Hoopte ze. ‘Psychologie is wel superinteressant, dus ik ben blij dat ik het kan doen!’ Kijk, nog een dankwoordje tussen de regels door voor de kansen die ze kreeg. Was dat een goede vorm van haar excuses aanbieden voor haar huidige drukke bezetting? Of nu ja, zelfs als ze het niet druk had, zocht ze wel een daginvulling op. Imogen was niet goed in thuis zitten. ‘Hoe is het met jou?’ Over hem praten was vast beter. Zij zette gewoon haar eerste stappen in het volwassen leven en zoveel was daar nu ook weer niet aan. ‘En op het werk?’
  7. [1838/1839] Let me steal this moment from you now

    Imogen had nog niet eerder een rondleiding gedaan! Geheel volgens Howards nachtmerries had ze het te druk gehad met haar “sociaal leven” en al die blabla en dus was ze niet helemaal voorbereid, in tegenstelling tot Phoenix. Gelukkig waren Phoenix en zij wel vrienden en dus kon ze een beetje afkijken. Eerlijk gezegd was ze best blij van Zweinstein af te zijn. Met alle chaos, restrictieve regels die ze heel graag wilde volgen, maar die constant leken te veranderen, leerkrachten die er alleen maar waren omdat ze hun eigen was niet wilden doen en die hun leerlingen constant irrelevante klusjes gaven, was het niet meteen de leukste omgeving ter wereld geweest. Oh, ze had heus wel fijne momenten gehad, hoor! Echt! Het was gewoon zo dat die fijne momenten ook op de universiteit beleefd konden worden. Al begon ze daar nu een momentje lang aan te twijfelen, want serieus? Er was een reden dat ze de studentendopen wilde ontwijken! ‘Dat water moet sowieso van ergens komen…’ Dan was er een opening, niet? Gewoon… niet degene die ze wilden, waarschijnlijk. Ugh. Ingewikkeld. Hoe dan ook, de kans dat ze graag wilden dat de kersverse generatiestudenten allemaal verdronken was eerder klein, of zo schatte ze het optimistisch genoeg in, dus hoe lastig kon het zijn? ‘Dat deel van de kelder hebben we nog niet gezien, volgens mij, dus vast daar?’ Vol goede moed zette ze alvast de eerste paar stappen in de richting, puur om besproeid te worden met wat water. Ew. ‘Is dat een goed teken of niet?’
  8. [1837/1838] You shouldn't make the most of your youth, IMOGEN

    Oh. Ja, ergens dacht Imogen altijd dat mensen niet van haar hielden. Niet op een beschuldigende manier, niet eens onbegrijpend, meer alsof het een eenvoudig feit was, niet minder logisch dan dat de zon opkwam en weer onderging. Waarom zouden ze immers wel? Imogen was afhankelijk, volgde de mensen die ze het liefste had, het liefst altijd overal heen. Was dat niet vreselijk vervelend? Was het niet ontzettend ergerlijk dat ze weinig te bieden had, niets anders dan een haast pathologische drang alles voor je te doen en alles wat je zei te geloven, alsof enige scepsis een persoonlijke belediging was? Wilden mensen niet iemand met karakter? Waarom zouden ze om haar geven? Ze was niets, niets van enig belang, gewoon het zoveelste meisje zonder ruggengraat, zonder ambitie anders dan getolereerd te zijn. Maar Imogen was ook een mens en een gevoelig exemplaar nog ook, en mensen wilden dat er van ze gehouden werd en het was altijd een beetje hard om het zo aan te horen. Maar waarom zou Howard tegen haar liegen hierover? Ja, hij was een tikkeltje beschermend, meer dan ze zelf nodig achtte, maar misschien was dit wel gewoon waarom. Misschien was hij het gewoon beu dat ze iemand die niet van haar hield, doodgraag zag en kon hij het nu niet meer binnenhouden. Ze wendde haar hoofd af, speelde een beetje met de armband rond haar pols. ‘Ik weet het niet,’ mompelde ze, de gordel maar in haar tas proppend om er later naar te kijken. Dat ging ze echt niet bij Howard doen. Zo afhankelijk was ze nog nét niet. ‘Het maakt niet uit, oké? Laten we het ergens anders over hebben.’ Subtiel. Later zou ze hier nog veel te lang over nadenken en het eenvoudige feit dat ze dat nu al kon zeggen, maakte dat het donkere korreltje ontevredenheid over wie zij als persoon was al de rest begon in te kleuren. ‘We hebben het nog totaal niet over jou gehad — hoe gaat het? Zijn er nog leuke dingen gebeurd?’
  9. [1837/1838] You shouldn't make the most of your youth, IMOGEN

    Niet gedwongen kunnen worden tot iets wat ze niet wou, klonk als iets goeds, dat kon Imogen best toegeven. Het gaf een zekere vrijheid, de wetenschap dat ze zich daarover geen zorgen hoefde te maken, ondanks die mist in Imogens hoofd die maakte dat ze zich overal wel zorgen om kon maken over Nathan, bijvoorbeeld, of hij haar nog wel zou zien zitten met zoiets om haar heen gewikkeld, of Howard misschien gelijk had dat het hem daarover ging en of ze bereid was om hem te zien gaan. Over Howard, ook, over wat hij van haar vond, of hij haar een stomme geit vond of een seut of veel te ver heen om nog van enig nut te zijn of wat dan ook. Of gewoon over de hele wereld en ieders mening tegelijkertijd. ‘Als je het zeker weet…’ Ze wist niet waarom ze daarnaar vroeg, waarom ze het zelfs zei. Het was zoiets nietszeggends, iets dat haar eraan herinnerde dat zíj nooit iets zeker wist, nooit helemaal wist of ze haar eigen hersenen wel helemaal kon vertrouwen (had haar eigen denkvermogen haar niet immers elke fout bezorgd die ze tot nu toe al had gemaakt?), maar andere mensen hadden daar vast geen last van. Zeker Howard niet. Hij leek altijd zo zeker van zijn zaak… Het was moeilijk om niet opnieuw en opnieuw te wensen dat ze net iets meer van hem weg had, gewoon, net genoeg om te weten hoe ademen zonder angst dat ze het verkeerd deed, voelde. ‘Wat moet ik doen als Nathan het niet leuk vindt?’ vroeg ze, zonder echt over die vraag na te denken, alleen maar nu alweer bang dat Nathan het gevoel had dat hij iets verkeerds had gedaan. Dat had hij niet. ‘Ik bedoel, ik heb me nooit echt gedwongen gevoeld of zo en ik wil niet dat hij nu gaat denken van wel…’
  10. [1837/1838] You shouldn't make the most of your youth, IMOGEN

    Ja, maar… nee. Wat moest ze hier in vredesnaam mee? Ze wilde niet dat Howard beroep moest doen op zijn broederlijke liefde voor haar om om te kunnen met haar behoefte aan Nathans liefde en alles wat ze bereid was daarvoor te doen en ze wilde al helemaal niet dat Howard überhaupt om moest kunnen gaan met haar overige behoeften. Sowieso, sowieso wilde ze eigenlijk niet dat iemand meer om haar gaf dan zij om hen. Met die gedachte kon ze niet leven, had ze het idee, dat vervloekte schuldgevoel om het idee alleen al en alleen al de wrevel die daar inherent mee gepaard ging… Nee, ze droeg het zelf wel, die last van onevenwicht, het besef dat niemand evenveel van haar hield als zij dat deed, ze droeg dat zoveel liever dan weten dat zij een ander die last bezorgde. Ook bij Howard, zeker bij Howard – hij had genoeg aan zijn hoofd, ze wilde daar geen deel van zijn. Ze was Imogen maar, niet dan? Niet iemand om wie mensen zich zorgen hoefden te maken. Haar broer deed dat wel, hij scheen het altijd te doen, maar hij zou het echt, echt niet moeten doen. Wie was zij tenslotte? Ze schoof de gordel voorzichtig dichterbij en inspecteerde het, alsof het de antwoorden van het universum bevatte. Deed het vast niet. Maar ze hoopte van wel, ze hoopte dat ze zou weten wat ze hier in vredesnaam mee aan moest, hoe ze het voor elkaar zou krijgen dat ze een goede zus kon zijn voor Howard en tegelijkertijd Nathans vriendin. Of kon dat niet? Moest ze dan kiezen? Ze wilde niet kiezen… ‘Denk je echt dat dit nodig is?’ vroeg ze, twijfelend, terwijl ze haar broer nauwelijks durfde aan te kijken. ‘Dat het beter is?’
  11. [1837/1838] Yay siblings: part IV

    Oh. Ja. Imogen wist eigenlijk niet wat ze hierop moest zeggen – ze ratelde altijd veel als ze zich schuldig voelde, over zichzelf, haar algehele bestaan, alles wat ze ooit gedaan had en die vreselijke last die ze voor iedereen moest betekenen (en dan vooral voor Howard, niet dan? Ze kwam hem altijd opzoeken, vroeg te zelden of hij wel tijd voor haar had, zeker nu hij kinderen had, en een lastig te navigeren huwelijk… Dat hij haar zijn huis nog niet had uitgegooid, was een wonder, echt, hij zou het wellicht wel moeten doen, misschien moest ze het voor hem doen), maar hier had ze niets op te zeggen. Nu ja. Wel, op zich. Ze knikte op het moment dat hij nam om te zuchten, nerveus en beschaamd om haar eigen gedrag. ‘Je hebt gelijk,’ mompelde ze, een blos op haar wangen vertonend, zoals altijd wanneer Imogen besefte hoe oenig ze precies was. Dacht ze echt dat ze het ooit zou halen als ze haar best niet meer deed, nog meer dan nu? Dat zij het gevoel had dat ze dat al deed, betekende niets, immers, want Imogen was gewoon dommer dan al de rest (minder goed in leren, verbeterde ze zichzelf streng, denkend aan haar eerdere steunbetuigingen aan een vriendin die geen goede punten had gehaald; ze dacht echt niet dat zíj dom was) en het moest beter, beter dan wat ze dacht te kunnen, beter dan wat ze nu voor elkaar kreeg. Al was het maar om ervoor te kunnen zorgen dat iedereen die ze zo vaak lastig viel met haar aanwezigheid, voor één keer fier op haar zou kunnen zijn. ‘Gelukkig heb ik de rest van het jaar nog,’ probeerde ze er een optimistische noot tussen te gooien. ‘Hoe gingen jouw PUISTexamens indertijd?’ vroeg ze, meer om het gesprek richting Howard te duwen dan om iets anders. Oh, wacht, was ze nu een slechte zus? ‘Vond je die heel moeilijk?’
  12. [1837/1838] You shouldn't make the most of your youth, IMOGEN

    Met haar mond vol tanden keek Imogen haar broer aan. Dit was niet eerlijk! Natuurlijk hield ze wel van hem. Ze had hem als kind de helft van de tijd overal heen gevolgd, soms tot zijn ergernis (of nu ja, “soms”, ze vertelde zichzelf heel graag dat hij het alleen maar irritant had gevonden dat zijn kleine zusje zo aan hem gekleefd zat als hij een slechte dag had, kon geen andere reden voor bestaan, toch, nah), keek meer naar hem op dan naar hun ouders, al zei ze dat niet luidop, maar dat had allemaal toch niets te maken met dít? Ze kon van haar broer houden en van haar vriendje en ze kon respect opbrengen voor haar broer zonder dat ze dat lief op een afstand moest houden. Toch? ‘Ik… Natuurlijk wel! Maar…’ Ze wilde niet dat hij zich slecht voelde omwille van háár daden, ze wilde niet dat hij zich zorgen om haar maakte, ze wilde niet dat hij het gevoel had dat ze niet om hem en zijn mening gaf, maar ze wist niet hoe ze dat kon doen zonder Nathan praktisch te dumpen, eerlijk gezegd. En dat wilde ze niet doen, nog eerlijker. Was dat slecht van haar? Misschien was die onbereidheid haar familie boven haar vriendje te kiezen de reden van dit alles. Schuldig keek ze Howard aan, onzeker en besluiteloos. ‘Dat… heeft toch niets met elkaar te maken?’ vroeg ze, kleintjes, terwijl haar blik afgleed naar de gordel op tafel.
  13. [1837/1838] You shouldn't make the most of your youth, IMOGEN

    Koppig sloeg Imogen haar armen over elkaar, alsof het een statement was, iets zei, in plaats van een simpel gebaar met misschien een lichte afwijzing in verborgen – maar dan nog, Imogen sloeg zo vaak haar armen overeen in de ijdele hoop dat in elkaar duiken haar wat warmte zou verschaffen in de aprilse grillen. Ze wilde geen kuisheidsgordel. Ze wilde niet dat Howard zo deed en Nathan afschilderde als een schelm die haar enkel te grazen wilde nemen, ergens in de boskes, ze wilde niet dat Howard Nathan überhaupt niet mocht, ze wilde niet dat dit een probleem was, ze wilde niet dat Howard haar zag als een klein kind dat niet zelf kon bedenken of ze nu seks wilde hebben met haar vriend of niet. ‘Jij weet niet hoe Nathan is!’ protesteerde Imogen. Ja, ja, er waren heus wel jongens voor wie ze een kuisheidsgordel zou moeten dragen, ongetwijfeld, Nathan had een paar vrienden met wie ze liever niet zonder Nathan erbij sprak, ja, ja, ze was net niet naïef genoeg om te denken dat niemand haar ooit pijn zou doen, maar… Nathan was zo niet. Nathan zou haar nooit onder druk zetten. En dat had hij ook nooit gedaan – alles wat ze samen hadden gedaan, had ze net zo graag gewild als hij. Waarom wilde Howard dat niet onder ogen zien? Was hij niet blij voor haar, nu ze gelukkig was? ‘Waarom vertrouw je me niet gewoon? Ik ga echt niet met zomaar iedereen naar bed!’
  14. [1837/1838] Yay siblings: part IV

    Pffft, maar Howard was de enige die leuk was om lastig te vallen met moeilijke vragen! Nu ja, deels was dat omdat Howard haar broer was en Imogen zich goed genoeg op haar gemak bij hem voelde om dat soort dingen überhaupt te vragen, om haar tomeloze nieuwsgierigheid en behoefte om te horen dat alles goed was (deels, deels, deels, Imogen was zovele keren erger in haar hoofd) te stillen bij een persoon bij wie ze zich daar veilig genoeg voor voelde, minder de angst had Vervelend™ te zijn of wat dan ook. Maar kijk! Nu wilde hij het over andere dingen hebben. Ze bloosde, licht. ‘Eigenlijk wel, ja…’ Ze keek naar de baby op haar schoot, kriebelde haar nogmaals, al was het maar om iets van erkenning te horen. Of zo. ‘Sorry – ik kon me er eerder niet echt op… concentreren.’ Omdat ze aan het huilen was, namelijk, want Nathan scheen haar niet voor de volle honderd procent te adoreren zodra ze naar hem keek en dat was tragisch, maar Howard had vast gelijk. ‘Ik ga het zo wel doen…’ Heus! Als ze Nathan niet per ongeluk zag dan. Of een vriend van hem. Of een cadeautje dat hij haar ooit gegeven had. Of een willekeurig kledingstuk dat ze eens had aangehad tijdens een date. Of wat dan ook. ‘Ik wou je gewoon nog eens zien,’ gaf ze toe, want zodra ze zich enigszins beschaamd voelde (ze wist niet eens waarom, ze was het gewoon), begon ze te ratelen. ‘Ik bedoel, het is logisch dat we elkaar niet zoveel zien en zo, ik heb school en jij bent getrouwd en hebt kinderen en een baan en zo, maar ik mis je wel een beetje en… ja. Sorry! Als je geen tijd meer hebt, kan ik wel gaan, hoor, geen probleem.’
  15. [1837/1838] You shouldn't make the most of your youth, IMOGEN

    Ja, oké, heel lief van hem dat hij zich zorgen maakte. Nee, echt! Vond ze heus wel lief, vond ze heus wel aardig, maar Imogen was onderhand ook wel oud genoeg om zelfstandig te beslissen wat ze al dan niet met haar – lieve en geweldige en perfecte en attente en charmante – vriendje deed. Als ze advies nodig had, en dat had ze vaak genoeg, vroeg ze Howard echt wel om hulp. Op dit vlak… had ze dat gewoon niet gewild. Ze wilde geen kuisheidsgordel. Ze wilde niet dat Howard voor zichzelf uitgemaakt had dat ze spijt ging krijgen van Nathan. Ze wilde dit hele gesprek niet, zelfs. Ze duwde de gordel terug Howards richting op, te afwijzing. ‘Ik ga dat ding niet dragen,’ zei ze, in een poging rustig en Niet Boos te klinken, in de hoop dat Howard het dan zou gebruiken. ‘Je hoeft je geen zorgen om mij te maken.’ Ze wist niet of dat iets zou doen, of oudere broers zich misschien niet continu zorgen maakte, maar ze wist wel dat het niet hoefde. Dat Nathan geen boeman was waarvoor Howard schrik moest hebben. Nathan zou haar nooit kwetsen. ‘En ik krijg heus geen spijt van Nathan en wat ik met hem doe!’
×