Jump to content

Chase Bennett

Magisch Verbond
  • Content count

    235
  • Joined

  • Last visited

  • Days Won

    12

Chase Bennett last won the day on December 25 2019

Chase Bennett had the most liked content!

About Chase Bennett

Profile Fields

Recent Profile Visitors

1,063 profile views
  1. [1839/1840] Started to lose control the more we accelerate

    Oh, er was wel een uitgang, wees daar maar zeker. Chase had duizend keer op het punt gestaan om doorheen de deur te gaan, om Claudes hand vast te grijpen totdat ze begon te huilen en om haar alle zoete leugens toe te fluisteren die een korte glimlach op haar gelaat zouden toveren, om Elena’s kleren van haar lichaam te rukken en haar te doen geloven dat er liefde bestond in agressie. Maar het was nooit genoeg geweest. Nooit echt. Hier was hij dan, bedolven onder Hawks gewicht, een kapotte trui en de warmte van zijn blote huid. Het voelde als een brandmerk. Alsof iedereen het later op zijn lichaam zou kunnen zien – oh, kijk, Chase Bennett was zwak genoeg om overmeesterd te worden door wat alleen Hawk Dickson kon! Hij gruwde bij het idee. Maar uiteindelijk alleen bij het idee dat anderen het konden zien. Hij kon alleen accepteren in stilte, hij kon alleen voelen in de mist die ze rond hen opgooiden. Zijn gezicht vertrok toen Hawk zijn laatste chantagemiddel vond. Geluid hield hij binnen. Hij hield niet van geluid. Van luidruchtigheid. Rumoer. Niet nu. Je kon geen oorlog voeren als je je tegenstander liet weten wat je volgende zet was. En Chase kon oorlog voeren, al was het zijn enige talent, hij kon Hawk met een grom dichterbij trekken zodat hij belemmerd was in zijn handelen, hij kon bijten, hij kon hem van zich afduwen, neerwaarts, als was het om hem te vernederen, al zou hij toch godverdomme hopen dat hij de vernedering al genoeg zag in de nederlaag die hij telkens weer in de ogen kijken moest. Of misschien, misschien lag het verlies wel bij Chase – een ware winnaar werd niet telkenmale hiertoe verlokt, toch? Hoewel. Nee. Toch? Hij wist het niet – als hij het wist, als hij het wérkelijk wist, was hij allang door de deur gestapt.
  2. [1839/1840] Started to lose control the more we accelerate

    Chase kon stiltes wel appreciëren. Het Bennetthuis was groot en dunbevolkt, maar herbergde persoonlijkheden die geheid gehoorschade konden aanbrengen. Stilte betekende afwezigheid, de ruimte om niet te voldoen aan verwachtingen geschapen om hem ten val te doen brengen, stilte betekende even, heel even een moment om adem te halen. Stiltes waren veilig. In andermans afwezigheid kon hij alles laten rusten tot hij een antwoord had op de vraag die stilte intrinsiek was – wat nu? Dat betekende niet dat Chase geen muur van geluid was, dat zijn voetstappen geen tromgeroffel was, zijn hartslag geen infanterietrompet. En toch. In stilte was hijzelf net zo goed afwezig, en misschien was dat de grootste vrijheid van allemaal. Stiltes met Hawk in de buurt waren erger dan elk overmatig lawaai ooit zou kunnen zijn. Alles was normaal zolang ze praatten, of dat nu een spraakwaterval impliceerde of een sporadisch woord hier en daar. Het ging pas mis als het stil werd, als de woorden opdroogden en er alleen maar een oorverdovend niets overbleef. Al was het maar omdat het dan hen was. Hij en hij en de kilte die zodanig verzengend was dat hij zich gebrandmerkt voelde. Hij kreeg een vloek niet door zijn strot, maar zijn blik schoot wel naar zijn gescheurde trui. Het gewicht van Hawk voelde verstikkend aan, alsof hij het elk moment begeven kon, maar tegelijkertijd zou hij wegzweven als Hawk hem niet op de aarde hield. Hij kon niet zeggen hoe dat werkte. Wilde dat ook niet. Het was zo. Het was altijd zo. Er bestond geen woord voor wat dit was, maar er bestonden duizenden handelingen om het te tonen. Zie, de stilte was huiveringwekkend, maar de enige waarheid die er bestond, was te vinden in wat je hoorde als je alle nodeloze woorden doodde. Als was het revanche gleden zijn handen naar Hawks rug om een welgemikte ruk aan zíjn trui te geven, ergens tussen expres en per ongeluk daarmee Hawk dichterbij te krijgen. Op de een of andere manier vingen zijn ogen die van Hawk – stilte voor de storm. “Zak.” Hij wist niet of hij daarmee de storm vermijden kon. Ergens had hij het gevoel dat hij er al middenin zat.
  3. [1838/1839] Home somehow

    “Als jij het zegt”, mompelde Chase. Hij wist niet of hij zijn moeder geloofde. Hij wist dat hij dat heel graag wilde, hij wist dat hij zich soms een kind van twee voelde dat net zijn ‘echte’ moeder leerde kennen en doodsbang was van alle vreemde mensen die hem zodanig weggewild hadden dat ze hem elders ondergebracht hadden en dat zij de enige was die hem in haar buurt wilde hebben, hij wist dat hij altijd op de een of andere manier zou hopen dat Camilla alles zou kunnen oplossen. Hij was oud, wijs, cynisch genoeg om te weten dat dat niet het geval was. Of nu ja. Ze kon het wel, in theorie. De prijs die het met zich mee bracht, weigerde ze gewoon te betalen, en dat zou ze wellicht altijd blijven doen. Maar toch. Ze was zijn moeder. Hij dacht niet dat hij haar valse beloftes ooit achter zich zou kunnen laten. Het maakte zelfs amper nog uit dat hij niet echt meer in haar woorden geloofde; de intentie erachter troostte hem meer dan een werkelijke oplossing ooit zou kunnen doen. Een fata morgana van oases in de dorre woestijn boden meer hoop dan een glas water als hij het niet nodig had. “Zo kunnen we het vast wel oplossen…” Of niet. Maar er was tenminste een we. Hij liet zich wat meer over de zetel vallen, legde zijn hoofd in Camilla’s schoot, al zou hij omhoog schieten zodra ze er een opmerking over maakte. “Wat een gedoe.”
  4. [1839/1840] When they try to lay me low, down into the dirt I go

    Chase fronste. “Wat stom”, antwoordde hij. Was dat iets wat rijke mensen deden, hun dochter als dienstmeisje op pad sturen? Hij kon zich niet voorstellen dat zijn ouders dat ooit zouden doen. Nu ja, hij was vagelijk op de hoogte dat zijn familie niet de norm was, maar kom op, waar sloeg Elena’s straf op? Wat leerde schoonmaken je, afgezien van een zekere bloeddorst? Hm. Op zich. Wel handig in dat opzicht, zeker? Met een half oog keek hij naar hoe snel Elena haar glas wegkapte, met een halfslachtige stafbeweging schonk hij – heel galant! – voor haar bij. “Dat slaat echt nergens op.” Haar uniform had hij wel gezien, vagelijk opgemerkt, maar hij was er nog niet veel mee bezig geweest. Op zich… hij was er niet tegen; ze zag er jonger uit dan normaal, wat kwetsbaarder, al helemaal met dat klaaglijke toontje van haar (alsof ze hem smeekte om haar als een klein kind te zien, enigszins op haar neer te kijken, haar te behandelen alsof hij voor haar zorgen moest), en als ze zo’n zielig gezicht trok, was het hek al helemaal van de dam. In theorie snapte hij genoeg van mensen dat dit niet was waarnaar Elena op zoek was. Het kind wilde gewoon aandacht hebben, zoals Elena King altijd aandacht wilde hebben en voor nu immer bereid was geweest om elk type te aanvaarden. En deze straf… tja, een godsgeschenk voor hem. “Gelukkig hoef je niet te vaak naar buiten”, grijnsde hij naar haar. “Als het van mij afhangt dan…” En dat deed het vast, want Chase was niets anders gewend dan het eenvoudige feit dat hij alles bepalen mocht en dus, dus, dus was het allemaal heel leuk voor hem. Joepiejee! Qua uniform kon ze niet klagen, vond hij – het was niet helemaal netjes, niet echt volgens de standaarden van het fatsoen, maar ergonomisch genoeg, nam hij aan, en dat evenzeer voor hém. Nee, het stond haar voor geen meter, niemand was mooi in zulke kleren, maar dat hoefde hij haar niet te vertellen. En ach. Haar snoetje was snoezig genoeg om niet als storend te ervaren.
  5. [1838/1839] Will I ever be clean from you

    Oh, ja, ze was zwanger. Boe-hoe. Alsof hij dat óóít kon negeren, alsof hij niet elke dag geconfronteerd werd met die kloterige buik van d’r, alsof hij werkelijk kinderen wilde met een rotwijf dat hem niet eens graag kon zien (en waarom? Wáárom?!) – al was het niet alsof ze het maken kon om de kinderen te aborteren, oh, nee, hij wist goed genoeg dat dit dé manier was om haar aan zich te binden… maar dat betekende niet dat hij zich niet frustreerde over de manier waarop het allemaal moest gaan. “Stel je niet aan”, bromde hij haar toe, zich van haar afkerend. Zou dat eenvoudige gebaar haar iets kunnen uitmaken? Nee, he? De kans was klein. Maar dat op zich maakte hem alleen maar bozer. “Zwanger zijn betekent niet dat je zomaar alles kan maken!” Zou ze weten wat voor onzin ze uitkraamde? “Juist,” knikte hij sarcastisch, “ik zal alleen met je ouders gaan eten.” Misschien had hij moeten nadenken over zijn volgende zet, maar ach, zijn impulsieve kant kwam zo graag boven bij Claude. Hij had het al intens verpest, dus nog een beetje erger was niet meteen een probleem. “Welke van de twee zie je het liefst ooit nog terug?” informeerde hij, op een onschuldig toontje. “Dan heb ik wat te doen terwijl jij hier op je lui gat ligt te niksen.”
  6. [1839/1840] Started to lose control the more we accelerate

    Chase’s bruine ogen flikkerden naar de scherven op de vloer, de plas whiskey, ergens meer onheilspellend dan elk badje bloed op de vloer ooit kon zijn. Hij wist niet goed wat hij ermee moest. Oh, ja, hij kon het opkuisen, maar hij was verdomme geen huiself – maar tegelijkertijd leek het een verschrikkelijk idee om het daar eenvoudigweg te laten liggen. Alsof het een omen was. Of nee, nog erger, een te duidelijke aanwijzing voor wat er exact speelde, onderhuids. Niet bij hem, oh, natuurlijk niet, hij was niet degene die opnieuw en opnieuw het script kwijt leek te raken en dan maar dit soort nonsensicale dansjes placeerde. Nee, dat was Hawk. Hawk gooide met flessen en ging de confrontatie niet uit de weg, alsof dat niet de lafste manier ooit was om hiermee om te gaan. “Rot toch op”, snauwde hij naar Hawk. Hij was zijn beste vriend, ergens, op de een of andere manier, maar ze eindigden vaak genoeg op deze manier. Hawks handen die zich een thuis zochten in de stof van Chase’s trui, alsof ze daar thuis hoorden (deden ze dat?), de iets te brute manier van doen om de precieze bedoeling niet te merken. Hawk leek het nooit volledig aan te kunnen als hij Chase’s lichaamswarmte niet kon voelen, maar vond het gebrek aan kilte evenzeer walgelijk. Dat was wederzijds, ergens, maar God, tegelijkertijd… Hawks weerzin voelen in elke lettergreep die er uit Hawks lippen ontsnapte, maakte hem alleen maar razender. Alsof het hem dwong om toe te geven dat hij alleen maar walgde als Hawk hem eraan herinnerde dat hij het afstotelijk moest vinden. “Misschien moeten we het hebben over waar jíj duidelijk mee zit, hm?” Hij zag het wel. Voelde het. Zeker nu. Hoe dichterbij hij was, hoe moeilijker het was om het niet te merken in alles wat hij deed. De moeite om Hawks handen van zijn trui te krijgen deed hij niet. De moeite om Hawk een duw te geven zodat hij wist dat hij de bovenhand hier niet had wel.
  7. [1839/1840] Started to lose control the more we accelerate

    Oh, was hij het mietje plots? Omdat zijn handen de warme huid van Hawk (hij had een hekel aan het feit dat hij dat kon benoemen, dat de exacte temperatuur hem bijbleef, telkens als dit soort onzin gebeurde, als een brandmerk, een verzengende afdruk van Hawks bestaan, ongewild, maar godverdomme, dat soort gedachten waren pas… ugh) hem zijn handen liet terugtrekken? Kom op. Dat was juist het tegenovergestelde. Hij rolde met zijn ogen, weigerde te verzetten toen Hawk aanstootte (móést dat echt?) en griste de fles uit zijn handen. Nee, hij ging die niet atten, maar hij ging er wel een aantal flinke slokken uitnemen. Hij had meer nodig dan dit om Hawk aan te kunnen, zo bleek maar weer. Hij vergat altijd hoe onuitstaanbaar hij Hawk vond. “Jij”, merkte hij op, de fles met een iets te harde klap op de salontafel zettend. Waarom zou híj het mietje zijn? “Jij bent degene die me blijft aanraken.” Oh, dat was in principe een taboe – normaliter hadden ze het hier niet over, zeiden ze niets over het algeheel concept dat het zo af en toe onmogelijk scheen, bleek, hij wist het nooit zo precies, om de kille bries van niemand aan zijn lijf te voelen. En toch. Het was eruit gerold. Hij kon er verdomme niet tegen als Hawk, van alle mensen ter wereld, hem een lafaard noemde. Wispelturig als altijd pakte hij de fles weer op, nam hij er een slok up en haast in een vloeiende beweging duwde hij het ding in Hawks handen. “Nicht.”
  8. [1839/1840] When they try to lay me low, down into the dirt I go

    Chase’s zomer was wel prima, eigenlijk. Zweinstein was eindelijk, eindelijk achter de rug, hij had in theorie twee kinderen nu, maar hij hoefde er niet naar om te kijken, hij kon zich gewoon bezighouden met zijn vrienden en hobby’s en al de rest even, even gewoonweg negeren. Best rustig. Mja. Chase verveelde zich te pletter als zijn leven kalm was, maar de hoeveelheid drama was in ieder geval gehalveerd, vergeleken met Zweinstein. Dat hij Elena al even niet meer gesproken had, was niet echt in hem opgekomen, eerlijk gezegd. Wist hij veel. Moest hij dat soort dingen bijhouden? Maar goed, hij had nog eens bedacht dat ze bestond en bij deze was ze hier. Al had hij er meteen spijt van. Moest hij echt naar dit gezeur luisteren? Gelukkig had ze wel een mooi uniformpje aan, zoiets licht schandaligs om in rond te lopen, al creëerde het wel een fijn zicht voor hem. ‘Je hebt een poetsbaan aangenomen?’ informeerde hij, een tel te laat om het te doen klinken alsof hij niet iets te druk bezig was geweest met kijken om te luisteren. Sorry, hoor. Hij sommeerde een fles wijn, een waarvan hij dacht dat Elena die lekker vond, maar voor hetzelfde geld was dat Claude, en hij ging naast haar zitten op de zetel, hetzij iets minder dramatisch. ‘Stop er gewoon mee als je het kut vindt?’ suggereerde hij.
  9. [1838/1839] #2 Chase & Empress

    Chase kon er nooit zo goed tegen als meisjes daarmee begonnen. In theorie had ze hem niets misdaan, nee. Maar wat zei dat? Meisjes werkten gewoon zo: ze deden niets wat je leuk vond, dansten altijd net rondom een werkelijke misdaad heen en beweerden dan dat ze niets verkeerds gedaan hadden, alsof de achterpoortjes een legitieme uitgang uit het gesprek was. Dat… was niet zo. Alleszins niet voor hen. Als hij de moeite deed om met ze te babbelen, wilde hij daar wel iets voor terug krijgen. Hij had duizenden mensen om mee te praten! Miljoenen om tijd aan te besteden, in theorie! En toch, toch, toch dachten grieten altijd dat hij geduld met ze moest hebben. Chase was te nemen of te laten. En als ze hem lieten, wel, dan zorgde Chase er wel voor dat ze met rust gelaten werden. Ze moesten weten wat ze wilden. ‘Dat is niet gemeen’, zei Chase afkeurend. Wat een overmatig gevoelig ding ook weer. Ze wilde toch gewoon studeren? ‘Moet je vanavond ook studeren?’ vroeg hij, op een plots veel vriendelijkere toon. ‘Als het dan beter uitkomt, is dat geen probleem, hoor.’ Hij bood haar een glimlach. ‘Maar als je echt zo veel moet studeren, dan heb je al die feestjes toch niet nodig?! Ik wil je alleen maar met je studie helpen, hoor. Als jij je daarop wil concentreren, moet je dat natuurlijk doen!’
  10. [1839/1840] Started to lose control the more we accelerate

    Een achteloze beweging was genoeg om de fles te openen en zelf alvast een brandende slok te nemen (al was het niet helemaal de whiskey die brandde, maar ah, de nuances van de werkelijkheid waren niet aan hem besteed, niet vanavond, niet als Hawk naast hem zat), voor hij puur per toeval eveneens drie zei en naar hem grijnsde. Het ding was halfweg – uit altruïsme dronk hij nog een slok of twee voor hij het aan Hawk gaf. Zijn vingers raakten net Hawks hand aan, een schampschot zonder woorden, en als gestoken trok hij zijn hand terug, waarbij de fles met een zekere dramatische ironie de grond raakte en brak. ‘Godver’, vloekte hij, zonder een blik op Hawk te werpen. Waarom was Hawk verdomme zo slecht in dingen aanpakken? Er bestond een rechtstreekse telefoonlijn tussen hun hersenen, maar op de een of andere reden weigerde meneer diezelfde coördinatie op enig ander punt door te brengen. Chase vond dat niet erg. Het zorgde er gewoon voor dat de whiskey een zielig hoopje op de vloer werd. En ja, het was Hawks schuld. Chase had niets verkeerds gedaan. ‘Lafaard,’ bromde hij zijn beste vriend toe, en hij leunde wat achterover, ‘ben je zo’n mietje dat je de rest van de fles niet aankon of zo?’ Van je vrienden moest je het hebben. Met een niet meer zo achteloze zwaai van zijn toverstok ruimde hij de verspilde whiskey op, zonder er echt naar te kijken. Er waren te veel zaken in deze ruimte waar hij zijn aandacht niet van kon afhouden om zich werkelijk bezig te kunnen houden met iets banaals als whiskey op de vloer. Oh, het was jammer, oh, hij ging Hawk ermee pesten, maar God, ’t was niet alsof hij geen andere whiskey had. Chase had alles wat hij wilde, tenslotte. En alles wat hij nodig had in deze godvergeten kamer.
  11. [1838/1839] #2 Chase & Empress

    ‘Natuurlijk is dat niet erg?’ Chase fronste. Hm. Snapte ze echt niet hoe dit werkte? Hij gaf haar aandacht, zij moest daar dankbaar om zijn. Ze ging echt niet beter krijgen dan hij, dat kon niet. In de hiërarchie van Zweinstein stond Chase Bennett helemaal bovenaan, samen met de mensen die hij uitgekozen had voor zijn sociale cirkel. Als Empress onderaan wilde staan, moest ze zeker zo verder doen – hij begon haar beu genoeg te geraken – maar niemand wilde onderaan staan, niemand die ertoe deed, en godver, als er iemand was die smeekte om gezien te worden, was het Empress Astra wel. Dus wat dankbaarheid? Graag. ‘Je moet het zelf weten,’ vervolgde hij rustig. ‘Dan weet ik gewoon dat je zo’n nerd bent die ik in het vervolg niet meer moet uitnodigen. Feestjes staan vast niet in je planning.’ Tja. Hij wilde haar schema gewoon niet verpesten.
  12. [1838/1839] Will I ever be clean from you

    Zeg af, zeg af, zeg af. Onmiddellijk gefrustreerd bij die eenvoudige woorden staarde hij haar een moment lang aan. ‘Doe normaal,’ snauwde hij haar toe, ‘je ouders willen je zien.’ Oh, hij wilde best afzeggen, hoor, maar alleen als Claude terugkeerde naar de status quo van voor hij de eerlijkheid in hun relatie toegelaten had. Sorry, hoor. Hij wilde geen vader worden van de kinderen van een moeder die van hem walgde, hij wilde niet getrouwd zijn met iemand die hem niet eens in de ogen kon kijken, hij wilde geen dingen doen voor een vrouw die haar eigen problemen niet wilde oplossen, voor een meisje dat zich gedroeg als ze op eender welke manier beter was dan hij. Misschien moest hij zeggen dat ze zelf mocht afzeggen als ze dat per se wilde. ‘De wereld stopt niet omdat jij toevallig een beetje chagrijnig bent, weet je.’ Misschien moest hij zeggen dat hij het ergens wel begreep, maar dat het hem frustreerde dat hij niets meer kreeg dan dit. Dat ze niet naar de geboorte leek uit te kijken. Dat ze geen toekomst met hem scheen te willen opbouwen. ‘Het is echt niet zo erg om een keer je ouders nog eens te zien.’ Misschien moest hij zeggen dat hij gewoon terug wilde, naar hoe het was, naar toen Claude nog naar hem keek met een zekere hoop voor zijn ziel, een rotsvast vertrouwen in zijn karakter. Misschien moest hij uitleggen dat het geen leugen was geweest, niet allemaal, dat hij technisch gezien gewoon dezelfde persoon was, altijd geweest was. Dat een geheim leren al de rest niet veranderde. Of nu ja, voor haar was dat duidelijk wel het geval geweest. Maar toch. Misschien moest hij dat zeggen. Al was het maar om een excuus te hebben om al zijn gedachten in woorden om te zetten. Misschien dat hij het dan zelf beter zou snappen.
  13. [1839/1840] Started to lose control the more we accelerate

    Chase kon een gegrinnik niet onderdrukken bij Hawks prompte respons. God, hij dacht niet dat ze werkelijk wat zouden missen – bals waren altijd hetzelfde, en de mensen kende hij ondertussen uit zijn hoofd. Oh, hij kende Hawk net zo goed uit zijn hoofd, er was verbazingwekkend weinig over Hawk dat hij niet wist, en als hij niet wist, wel, dan had hij een vermoeden. Je kon geen silhouet van een thuis in de huid van een ander snijden zonder dat je ontdekte wat erachter verborgen zat. Het was niets waar hij mee kon zitten. Het fragiele glas waar Hawk de whiskey in had geschonken, stootte hij haast plechtig tegen het zijne. Zijn bruine ogen boorden zich een weg in die van Hawk voor een tel lang, eventueel twee, of drie misschien, om de zeven jaar slechte seks te vermijden, waarna ze zich richtten op andere zaken, als ervoor zorgen dat de whiskey zich een efficiënte weg naar zijn mond kon banen. ‘Waarschijnlijk een beter idee, ja,’ zei hij, net alsof het niet al te laat was nu de whiskey alweer in zijn aderen gedoken was. Het was beter zo, dacht hij. Hij liet zich achterover vallen, tot elk afzonderlijk bot van zijn ruggengraat zich kon verliezen in de leuning van de zetel. Als het erop aankwam, was hij nergens gekomen zonder het ding, figuurlijk of letterlijk, maakte het op dit punt zelfs maar uit, maar het was fijn, ergens, om het voor een moment over te laten aan iets eenvoudigs als een zetel die te oud was om niet al veel te veel meegemaakt te hebben. Hij was vreemdsoortig gehecht aan het eenvoudige feit dat Hawk en hij al jaren op dit onding zaten. En ergens haatte hij het evenzeer. Heel eigengereid. Of niet. Hij had geen zin om erover na te denken. ‘Wat is de kans dat je de rest van die fles at?’
  14. [1839/1840] Started to lose control the more we accelerate

    Chase had niet per se geweten dat Hawk langskomen zou, maar ergens ook weer niet dat hij zijn gezicht niet zou laten zien. Hij kon zich nauwelijks nog herinneren wanneer ze voor het laatst werkelijk afgesproken hadden, in plaats van elkaar mede te delen waar de een naartoe zou gaan, in de verwachting dat de ander volgen zou, of gewoonweg, zoals nu, op dezelfde plaats opduiken. Hawk en hij deelden hun leven half en half, haast alsof het geeneens meer een keuze was, maar gewoonweg hoe de wereld functioneerde. De zon kwam op in het oosten, de aarde draaide door en door, winter volgde op herfst en werd opgevolgd door de immer geduldige lente, en als je Hawk zag, zag je Chase evenzeer. ’t Was een beter systeem dan met Claude, nam hij aan. Het was beter om aangevuld te worden door iemand die je niet zag als alles slechts ter wereld. Hoewel. Het hield hem scherp, dat wel. Scherper dan dit. Nu verzette hij zich enkel zodat Hawk een plaats kon vinden op de zetel en sommeerde hij nog een pintje voor zichzelf. De stilte voelde lichtvoetig aan, slechts bestaan in een ruimte waar niets anders gedaan moest worden dan dat. Er waren honderden, duizenden, miljoenen eisen in de wereld en hij kon aan ze allemaal godverdomme wel voldoen (Chase kon alles, vond hij, hij was een fantastisch voorbeeld van een jongeman in victoriaanse tijden, iemand waar iedereen trots op kon zijn, zonder dat iemand dat effectief was), maar het was vreemdsoortig geruststellend om zo nu en dan op een zetel te zitten met gekoeld bier zonder elke potsierlijke buiging tot een goed einde te moeten brengen. Hij hield zijn mond tot zijn tweede pint de bodem bereikte, frustrerend snel en tergend traag tegelijkertijd. ‘Hier,’ mompelde hij toen hij een nieuwe in Hawks handen duwde na zichzelf van vervanging verschaft te hebben. ‘Claude ’s naar één of ander bal,’ zei hij, iets minder binnensmonds. Niet dat dat nodig was. Hawk verstond hem vast wel. ‘Open bar.’
  15. [1838/1839] Home somehow

    Mja. Zijn moeder deed vast veel voor hem – oh, ze had hem teruggehaald, al herinnerde hij zich er nog zo weinig van, ze hield hem vast tot op zekere hoogte in leven, ze was de enige constante die hij nog overhad – maar het was niet genoeg. Was dat echt zo erg? Het was zo verdomde frustrerend dat dit het ook maar was, dat hij niet op meer moest rekenen, dat Camilla al haast eiste dat hij alles wat ze deed, apprecieerde. Het kon, nam hij aan. Maar alles kon. Hij kon ook niet vol woede zitten. Hij kon ook Claude uit zijn hoofd zetten, hij kon van haar scheiden en een ander meisje zoeken, misschien iemand die zijn moeder leuker vond, hij kon haar dwingen het kind te aborteren en eenvoudigweg verder gaan met zijn leven. Maar. Ja. Loslaten was niet iets dat hij deed. Dat was voor lafaards. Of gezondere mensen dan hij misschien, mensen met een gemoedelijke psyché, mensen die niet in extremen werkten, mensen die hij niet begreep en ook nooit begrijpen zou. ‘Jij?’ Hij had het nooit overwogen, in alle eerlijkheid. Ze was zijn moeder, hij kon zich niet voorstellen hoe het zou zijn om opgevoed te worden door iemand anders, maar zo… moederlijk was ze niet echt. Ergens dacht hij sowieso niet dat ze het ooit echt leuk had gevonden om ouder te zijn, al helemaal niet van een kind dat niet eens van haar zou zijn. ‘Maar dan heeft vader dat kind ook…’ En ew. ‘Die kinderen zijn dood voor ik het weet!’ mopperde hij. ‘Dan haat Claude me al helemaal.’
×