Jump to content

Isaiah Haysward

Magisch Verbond
  • Content count

    122
  • Joined

  • Last visited

  • Days Won

    5

Isaiah Haysward last won the day on November 14

Isaiah Haysward had the most liked content!

About Isaiah Haysward

Recent Profile Visitors

498 profile views
  1. [1837/1838] You're the light at the end of my immortality

    Amerika was mooi, Douglas’ plaats van herkomst was er één waar hij wel vaker wilde komen, maar Isaiah zou tegen zichzelf liegen als hij hier zou kunnen terugkomen zonder alles aan Douglas te linken. Het voelde zo… zijn plek. En dat was wellicht ook zo, het was meer Douglas’ plek dan het ooit van Isaiah zou zijn, het had hem meer gemaakt dat het hem ooit zou raken, maar tegelijkertijd was dat precies waarom het hem ergens, ergens, ergens raakte. Gewoon. Dat Douglas hem hiernaartoe had genomen. Dat was de alcohol, besloot hij, enigszins koppig. En precies op het moment dat hij dat besloot, besloot Douglas om hem te kussen, voorzichtig en aftastend. Een tel bewoog Isaiah niet, meer omdat hij het niet kon verwerken dan omdat hij het niet wilde, maar zodra zijn trage, trage hersenen er een tekeningetje bij gemaakt hadden, beantwoordde hij de kus. Voorzichtig eerst, eveneens, maar iets aan het gevoel maakte dat Isaiah in het meest roekeloze deel van hem, normaliter altijd goed weggestopt achter lagen en lagen van arglistige argwaan, niet voorzichtig wilde zijn. Niet meer. Hij wist niet wat hij moest zeggen toen de kus heel even op pauze werd gezet, maar aan de andere kant wist hij dat nooit, dus wat zei dat, werkelijk. ‘Ik wist niet…’ Hij kapte zichzelf af, keek heel even om zich heen om te zien of er iemand keek – ja, wat, dat deel van zichzelf zou hij nooit verliezen – en trok Douglas toen wat dichterbij om hem voor een tweede maal te zoenen. Daarin was hij beter, geloofde hij, dan in spreken.
  2. [1837/1838] There are worse games to play

    Niet zo veel ervaring met dit alles. Oh, kijk, toch, ze wilde seks met hem. Onwillekeurig besloot Isaiah dat het dan vast maar beter was dat hij haar hier tegengekomen was en niet op zijn kantoor, waar Celia binnenviel zonder dat hij er ooit een patroon in had kunnen ontdekken. Als hij gewoon werkte, was dat vreselijk irritant en al die zooi, maar hij kon zich niet voorstellen dat hij Celia sneller de deur uitkreeg als ze mee kwam praten over seks met Julienne. Had ze vast veel meningen over. Celia had overal haar meningen over. ‘Recht voor de raap,’ merkte hij op, eruit voor hij er erg in had. Snel, dat ook. Gewoon. Als hij niet nadacht over wat hij zei, was het gemakkelijker, al was dat op zich al lastig, puur omdat Isaiah juist graag over alles wat hij zei nadacht. Dan had hij het onder controle. Of zoiets. Maar het probleem met alles onder controle hebben was dat het pas bleef haperen zodra het in je macht lag. Als het daarbuiten lag, was het lichtvoetiger, luchtiger, zodanig dat hij het niet aanraken kon. ‘Kom je echt helemaal naar hier om me toevallig te zien omdat je seks wil?’ informeerde hij, ergens benieuwd naar waar het in vredesnaam op sloeg. Kijk, kijk, Isaiah zei geen nee, July was een schoon kind, en waar Isaiah niet zo ver ging als Liam, niet op vlak van manier waarop en niet op vlak van hoe vaak, was hij echt geen heilige ‘Als je daarvoor naar hier komt, kon je net zo goed wachten tot na sluitingstijd, hoor. Dan heb je hier niet zo veel pottenkijkers.’ En ’s nachts, ’s nachts, hij geloofde dat er hier zo nu en dan iemand doorheen de winkel een ronde deed, maar zo moeilijk was het nu ook weer niet om dat te omzeilen.
  3. [1837/1838] Knowing me, knowing you is the best i can do

    Dat hij haar dan maar een baan moest geven. Wat was dit, was hij serieus met haar getrouwd zodat hij haar aan het werk kon zetten? Waar sloeg dit op? Met enige ergernis keek hij haar aan – maar kijk, best, dan deden ze het zo. Zij haar zin. Hij geloofde geen woord van haar klaarblijkelijke visie op het huwelijk – echt, wat een onzin ook weer, sinds wanneer werkten huwelijken zo – maar hij dacht niet dat hij haar echt de kamer uit zou kunnen werken zonder haar gewoon aan haar haren terug naar háár vertrekken te sleuren. ‘Oké,’ zei hij, het zich alvast gemakkelijk makend in zijn stoel. ‘Vertel, wat zijn je kwalificaties? Eerdere werkplekken? Diploma’s? Ervaring met antiek? Overige zaken waar ik iets aan zou kunnen hebben? Hm?’ Voor een degelijk sollicitatiegesprek had ze maar moeten ingaan op een vacature die ook effectief openstond. Er was er niet eens één op het moment. Maar hé, dat maakte allemaal niet uit, nam hij aan, want ze was zijn vrouw en dus moest hij haar een plek aanbieden. ‘Of denk je dat je al die ondersteuning van je kan bieden omdat we nu getrouwd zijn?’
  4. [1837/1838] You're the light at the end of my immortality

    Isaiah lachte even bij het idee – nu vertrekken, gewoon opstaan en gáán, en dat samen met hem, hem, hem, de controlefreak, de persoon met routines en regels, die zich pas op zijn gemak voelde als hij alle touwtjes in handen had en ieders volgende stap met zekerheid voorspellen kon – maar omdat hij verdomme gestoord werd van Douglas’ aanwezigheid, stond hij op en stak hij zijn hand uit naar Douglas om hem overeind te helpen. ‘Laten we gaan dan,’ zei hij, vreemd zeker van zichzelf en van deze beslissing. Naïef en impulsief en gedreven door innerlijke driften en hij vond het niet eens erg ook. En dus gingen ze. En dat was dan dat. In zijn hoofd plande hij onderweg wat er nu nog diende te gebeuren, maar eenmaal daar was het gemakkelijk om te vergeten, iets te zeer bezig met het algehele feit dat hij van een verplichte receptie naar Amerika was gegaan op een paar uur. Ergens was het schandalig hoe snel je daar kon geraken met magie en met genoeg geld, maar Isaiah was bekend genoeg met schande, dus wat zou het. Hij keek om zich heen, een aandachtige blik naar de omgeving, de wereld waar hij nu zijn eerste stappen op zette, voor zijn ogen zich schuldig terug naar Douglas kropen. ‘Dus hier ben je opgegroeid?’ Wauw. Wat was hij weer goed in gesprekken.
  5. [1837/1838] You're the light at the end of my immortality

    Ergens wilde Isaiah protesteren, beweren dat Douglas juist goed was in van niets iets te maken – hij had ooit niets bij zijn naam gevoeld, immers, en nu wel, nu wel, en Isaiah had er echt niets mee te maken gehad, had geen enkele steen op zijn plaats gelegd voor de kathedraal waar hij elke gedachte aan Douglas stockeerde, echt niet – maar hij hield zijn mond, voor een keer. Meer omdat er te veel woorden uit zouden rollen, zinsneden die het daglicht nooit zouden mogen zien, als hij zichzelf toeliet nu iets te zeggen, dan omdat hij echt wilde beamen wat Douglas zoal zei. Het was vreemd, ergens. Hij was nooit het type geweest dat teveel zei, altijd te weinig, weinig woorden, een boodschap meer in daden dan iets anders. Maar als hij bij Douglas was, wilde hij zichzelf wel uitleggen – gewoon, omdat hij een antwoord wilde horen, omdat hij wilde dat Douglas hem kende, omdat het meest op risico beluste deel van hem voor één keer zijn lot in andermans handen wilde gooien. Hij had een hekel aan verliefd zijn, mocht dat nog niet duidelijk zijn. En hij wilde Douglas haten om zo gewillig het onderwerp van zijn laatste dagdromen aan te reiken, maar zelfs dat kreeg hij niet voor elkaar. ‘Ik ben er zelf nog nooit geweest,’ gaf hij toe. Hij was weleens uit Engeland geweest, dat wel, maar nooit ver weg, nooit uit Europa. Hij wist dat hij dat kon, in principe, in principe, maar het kwam er niet van. Of zoiets. Maar hij volgde Douglas met alle liefde overal heen. ‘We… kunnen weleens gaan.’ “Als hij wilde”, kom op, net alsof hij ooit nee zou zeggen tegen een reis met alleen Douglas. ‘Wanneer wil je gaan?’ Isaiah zei graag van zichzelf dat hij voor geen meter op zijn familieleden leek, maar hij was net zo impulsief als zij zodra hij in een achteloos moment zijn hart verloor. Ha.
  6. [1837/1838] There are worse games to play

    Isaiah kon op één hand tellen hoe vaak er iemand helemaal naar deze winkel was gegaan om hem te zoeken, puur om hem te vertellen dat ze hem knap vond. Nu ja, ‘t was nooit eerder gebeurd, dus op zich wist Julienne alvast een goede entree te maken, in ieder geval een manier om onthouden te worden en dat was vast ook weer belangrijk. Zelf deed hij dat niet zo – April en Liam wel, maar hij, hij werd onthouden omdat hij goed werk leverde of je leven verpestte, soms allebei tegelijkertijd, en ergens vond hij dat wel best zo. Maar July deed het dus wel. Hij had geen idee of er wijn was hier, waarschijnlijk niet, maar hij kon het best sommeren. Het maakte niet uit waar het vandaan kwam, toch? De buren zouden het vast niet missen. Of wel, dat kon ook, maar als hij hier toch was, dan, dan vond hij wel een manier om het op te lossen. Op dat punt was hij creatief. En ook een staalharde leugenaar met meer ervaring dan een ander om er opnieuw en opnieuw voor te zorgen dat technisch gezien niets zijn fout was, de latente kennis dat het zijn schuld was en het te aanwezige besef dat het niet bewezen kon worden. ‘Hie-hier is een glas wijn,’ zei hij, het haar kant opschuivend. Het impulsieve compliment sierde de lucht nog, een enigszins misplaatste slinger – maar aan de andere kant was het misplaatste over het algemeen het enige wat zijn aandacht opwekken kon. ‘Ben je helemaal naar hier gekomen om me dat te vertellen?’ informeerde hij, waarna hij een glas voor zichzelf inschonk, nu hij toch ergens wijn vandaan gehaald had. ‘Mijn beurt – jij bent meer dan “best knap”.’
  7. [1837/1838] There are worse games to play

    ‘Ja, klopt,’ antwoordde Isaiah, Julienne ernaartoe leidend in de aanname dat ze het niet zou vinden. Was wel logisch, hoor. Als je alleen maar in de winkelruimte zelf kwam, zou je de deur naar het kantoor echt niet weten te zijn, en waar Isaiah zich zelden had beziggehouden met Juliennes tak van de familie, kon hij zich niet voorstellen dat ze langs haar kant zodanig geïnteresseerd was in, wist hij veel, binnenhuisinterieur dat ze hier vaak kwam. Hij kwam hier nog geeneens vaak, en voor hem was het toch minstens enigszins lucratief om zo nu en dan zijn gezicht te laten zien… ‘O-oh nee, niet echt,’ gaf hij toe, naar haar gebarend dat ze kon gaan zitten. ‘Als je me nodig hebt, kan je beter naar het huis in Londen gaan, hier ben ik alleen maar als ik iemand naar zijn voeten moet geven.’ Wat eerlijk ook weer. Nu ja, als eerlijkheid voor efficiëntie zorgde, was hij maar wat graag eerlijk. Inefficiënte dingen stoorden hem zo, net alsof er ooit een gegronde reden was om alles op een andere manier te doen, puur om onzinnige mechanismen als moralen en de schone schijn het zwijgen op te leggen. Blablabla. Altijd zo’n gedoe. ‘Wil je iets drinken?’ Hij wist ook niet sinds wanneer hij manieren had – zo inefficiënt, feitelijk. Hm. Hij ging hier nog eens over nadenken. ‘Wa-wa-waar wilde je over praten?’
  8. [1837/1838] Knowing me, knowing you is the best i can do

    Een tel keek Isaiah Celia enigszins verbluft aan. ‘Sorry?’ Hij stond op, eenmaal hij volledig begreep waar ze op doelde, griste het boek uit haar handen en duwde het met enige kracht terug op haar rechtmatige plaats. Wie dacht ze in vredesnaam dat ze was? Ze mocht best alles doen wat ze wilde, daar zat hij niet mee, voor zijn part nam ze drie verschillende lieven naar hier, wat bóéíde het hem, maar ze hoefde zich echt geen privileges toe te kennen die ze zich niet kon veroorloven. ‘Voor alle duidelijkheid,’ zei hij, het ongeduld met haar streken prominent in zijn stem, ‘je bent mijn vrouw, niet mijn zakenpartner.’ En dat waren twee compleet verschillende dingen, Celia, onthoud het eens. Hij koos zijn zakenpartners uit met meer zorgvuldigheid dan hij ooit een levensgezel zou hebben gekozen, sorry, hij had zich jaren geleden al gefixeerd op Haysward’s Antiques en de rest van zijn leven was daar gewoon… bij ingeschoten. Leek zo onbenullig in vergelijking met wat hij zoal zou kunnen realiseren. Wat maakte het tenslotte uit met wie hij kinderen maakte als hij dit had? ‘Tenzij je hier komt werken, leg ik je niets uit.’ En hij ging haar echt niet hier laten werken. En kijk, toch! Hij kon het zich veroorloven om die beslissing te maken voor haar, aangezien hij zowel haar echtgenoot als haar, theoretische, baas was! Toevallig.
  9. 26 januari 1838 Als Isaiah eerlijk was, vond hij er echt geen zak aan om verliefd te zijn op iemand. Het was niet per se interessant, het maakte hem niet eens efficiënt of productief, meer het tegenovergestelde, het was gewoon zo’n zeurend geval in zijn achterhoofd. Verholen woorden, de hoop dat hij erin lezen kon wat hij erin wilde lezen, die minieme eer van een glimlach en de preken die hij zichzelf achteraf gaf. Uiteindelijk, uiteindelijk sloeg het nergens op. En het duurde verdomme al veel te lang dat hij Douglas Carrington niet uit zijn hoofd kreeg, dat hij op de één of andere manier elk detail van zijn gezicht geïnventariseerd had, een nauwkeurige kaart van Douglas in zijn hoofd, de echo van zijn stem na elk gesprek met hem. Hij dacht niet dat het wederzijds was. Wat oké was. Het was niet zo alsof er iets inzat – hij was getrouwd, Celia was een curieuzeneuzemosterdpot voor wie het nu al irritant genoeg was om geheimen te bewaren, hij zou bij God niet weten of Douglas op mannen viel, en dan nog had je het punt of het het waard was om zulke verlangens in de praktijk om te zetten. Kosten-batenanalyse. Die van Isaiah spraken zich nooit uit vóór een schalks initiatief. Niet dat hij daarnaar geluisterd had toen Douglas weggewild had van een veel te lang uitgerokken bal waar Isaiah enigszins verplicht aanwezig was geweest (niet dat dat op zich verbazend was geweest, hij ging zelden naar dit soort dingen als hij er niet toe verplicht was, oftewel door maatschappelijke verwachtingen waar hij niet onderuit kon, oftewel door zaken), toen hij zichzelf had verteld dat Celia wel zelfstandig thuis kon geraken (hij kon zich niet voorstellen dat ze het erg zou vinden om uit het zicht van zijn waarschuwende blikken te kunnen zijn) (hij kon zich ook niet voorstellen dat hij het resultaat daarvan op prijs zou stellen, maar hij kon verdomme geen nee zeggen als Douglas het aan hém vroeg), toen hij met een laatste blik op de zaal Douglas naar de achteruitgang leidde en hem vroeg waar hij naartoe wilde. Niet dat hij naar ook maar íéts luisterde dat hem normaliter enige rede in de oren zou fluisteren, niet dat het hem uitmaakte, niet dat hij ergens anders zou willen zijn, toen hij lachte om de laatste grap die Douglas had gemaakt. Stom, wellicht. Maar ergens maakte ook dat hem geen zier uit nu. Het was gewoon… simpel. Hij wist nauwelijks waar hij was, Douglas had hen hiertoe geleid, hij kon zich de laatste keer dat hij zorgeloos haast gedronken had met iemand en lachte en zich op een vreemdsoortige manier gewichtsloos voelde niet herinneren, maar hij herinnerde zich sowieso geen kut meer van iets anders dan nu. Alsof er alleen maar nu was. En dat was niet zo, maar hij wilde wel heel graag dat het zo was. ‘Ik ben nog nooit in Amerika geweest,’ gaf hij toe, om aan te sluiten op Douglas’ verhaal erover, ‘maar het klinkt alsof ik er eens heen moet.’ Misschien, misschien ooit, misschien als Douglas hem er de weg wilde wijzen, misschien als hij ooit afleerde om daarop te hopen. ‘Wil je er zelf nog naar terug? Om er te gaan wonen en zo?’ OOC: Privé met Lily! <3
  10. [1837/1838] There are worse games to play

    Geen zorgen, meestal was Isaiah ook niet aanwezig in de winkel. Meestal hield hij zich bezig in zijn kantoor of duwde hij iemand anders weg om zelf ~vriendschappelijke gesprekken~ te gaan voeren over mogelijke investeringen en die gingen zelden door aan de Wegisweg. Maar vandaag wel, vandaag was hij hier om iemand uit te kafferen voor zijn vader dat deed. Noem het kinderachtig zijn, noem het vinden dat hij het zelf nu eenmaal beter deed, noem het niets, want het was niets, technisch gezien viel het onder zijn taakomschrijving. En hij noemde het ook niets. Hij hoefde het niet per se iets te noemen, tenslotte, en hij gunde het merendeel van wat hij deed toch geen titel, dan werd het controleerbaar en Isaiah hield niet van gecontroleerd worden. Julienne was niet de persoon die hij uitkafferen moest. Ze was wel één van die personen bij wie hij er eigenlijk standaard vanuit ging dat ze iets van hem nodig had als hij haar ergens zag waar hij haar niet verwacht had. En het was vast licht naïef, maar eigenlijk ging Isaiah er vanuit dat ze zich hier niet ophield. Wat kon ze hier immers komen doen? ‘Ah?’ Kijk, zijn geweldige instinct (nu ja, instinct, hij was praktisch getraind om er vanuit te gaan dat iedereen iets van hem nodig had, deels omdat hij zichzelf zo in de wereld positioneerde totdat dat een waarheid was en deels omdat hij ergens tussen geboorte en nu vergeten was om te hopen om eenvoudigweg gewild worden) had het bij het rechte eind gehad! Verrassing. Hij wierp even een nadenkende blik op de winkel rond hen. ‘Wi-wil je hier praten of is het meer… privé?’ vroeg hij, heel attent allemaal. Plus, misschien dat hij kon gokken waar dit in vredesnaam over ging vanuit haar reactie! Vast niet.
  11. A Spanish girl and two non-flying carpets

    Wauw. Isaiah kon haar naam nu alweer op de lijst zetten van mensen die hij het liefst van al vermeed. Evita Reyes, oh, nee, Haysward nu, sprak op een toon alsof ze alles, maar dan echt álles op de hele wereld beter wist, ook al wist ze niet eens hoe een bedrijf werkte, naar het schijnt, en alsof iedereen haar toch zo superieure intellect niet kon volgen. Isaiah had nooit veel geduld met dat type. Ze spraken en dachten snel en vergaten dat ze voorbij de oplossingen raasden in hun race tegen de klok. Leuk voor op een diner, nam hij aan. En voor de rest waren ze waardeloos. Al helemaal als ze in je kantoor kwamen om overal over te zeuren zonder dat het enig nut vertoonde. ‘Als jij er zo overtuigd van be-bent dat je schoonvader dat doet, moet je naar hem gaan,’ suggereerde hij, heel vriendelijk allemaal. Serieus, als ze zo ging doen, was ze écht zijn probleem niet. Of dacht ze van wel? Dacht ze echt dat hij haar ook maar ergens mee ging helpen als ze zo tegen hem sprak? ‘Heb jij ooit in je leven een bedrijf gerund?’ informeerde hij, wat naar achteren leunend in zijn bureaustoel, terwijl zijn blik over haar heen gleed. Echt, wat een betweter. Vast op niets gebaseerd – betweters deden over het algemeen niets nuttigs, al helemaal geen dingen die betrekking hadden op de nonsens die ze verkochten. Alsof het niet gewoon een werknemer was geweest die de kwestieuze vloerkleden meegegeven had en die ze zouden ontslaan als er gezeur kwam en daarmee uit. Nee, hoor, de baas hield zich bezig met dat soort onzin. Uhu. Dom kind.
  12. A Spanish girl and two non-flying carpets

    God. Met enige tegenzin keek hij op naar die verloofde die hij voor Liam uit zijn hoge hoed getoverd had en even, heel even overwoog hij om een excuus te verzinnen om die verloving te verbreken en haar terug te sturen naar haar eigen land. De vloerkleden waren niet mooi genoeg voor mevrouw, hoor. Boe-hoe. Dat maakte hem toch echt zoveel uit. Hij sloeg zijn map toe, meer voor het effect dan voor iets anders, en probeerde de beleefdere versie te zoeken van “rot alsjeblieft nu op, want ik heb hier geen zin in en ook geen tijd voor, oké, top dat je jezelf zo begripvol opstelt”. ‘Ten eerste hebben we die vloerkleden gedoneerd en ne-nemen we ze niet terug.’ Dacht ze serieus dat ze tapijten gingen doneren die ze achteraf nog nodig hadden? Naïef kind. ‘Ten tweede moet je geen loterijtickets kopen als de prijzen je zo storen.’ Hij kon bijna niet geloven dat hij dit echt moest uitleggen. ‘En ten derde ga ík daar niet over.’ Waarom zou hij wel? Nu ja. Hij wilde er best overgaan, wilde best alle touwtjes in handen hebben, maar helaas, helaas bestond de grote baas nog en bleef hij nog even, even, even, of hoelang het ook duurde voor iemand om op te stappen, braaf op zijn plaats zitten. ‘Maar de volgende keer zullen we om je mening vragen,’ voegde hij er spottend aan toe. Jaaa, net alsof ze de mooiste stukken gingen doneren aan een loterij. Uhu. Zo deed je die dingen.
  13. [1837/1838] Knowing me, knowing you is the best i can do

    God, haar idee klonk niet eens boeiend. Dan moest ze hem per se lastigvallen en dan moest hij de façade ophouden dat hij haar met alle liefde aanhoorde en haar niet met arendsogen bestudeerde, elke beweging inhalerend totdat hij het zelf na zou doen, die aangeleerde nonchalance en die godvergeten neiging om haar indruk op de hele kamer na te laten, net alsof ze niet bestond als ze niet elke ruimte innam die ze krijgen kon als hij even niet oplette. ‘Ik zal ze uitnodigen,’ zei hij koeltjes, bewust niet ingaand op haar implicatie dat haar versie de betere was. Hij kon daar nooit zo goed mee om, eerlijk gezegd. Hij wilde de betere versie zijn, al helemaal als een ander beweerde dat hij dat niet was, uit koppigheid of uit dwarsheid, maakte al niet uit, maar bij Celia moest hij die reflex onder controle houden. Geloofde hij. Ze was zijn vrouw, dat soort onzin, en ook omdat ze het type leek dat er zelf evenmin tegen kon als iemand haar probeerde te overtreffen. Je weet wel. Match made in heaven. ‘Daarin ga je geen gastenlijst vinden,’ zei hij, scherper dan hij had willen klinken. Maar… was het echt, echt, echt zo verdomde moeilijk om alles te laten staan? Om hier enkel binnen te komen om iets te vragen, in plaats van alles uit de kast te halen, omdat ze ergens naar op zoek was of gewoon omdat ze te nieuwsgierig was om het te laten of, God, wist hij veel, omdat ze het type was dat nergens vanaf kon blijven? Als ze dat laatste was, overigens, was hij haar nu al beu. Als het bewust was, best, dat kon hij nog wel wegwerken; als ze het niet doorhad, had hij nog een stuk meer werk voor de boeg. Ugh.
  14. [1837/1838] There's a serpent in these still waters lying deep down

    Isaiah wilde met alle liefde zich van de domme houden, wilde met alle liefde zich vergevingsgezind opstellen naar haar nieuwsgierigheid toe, nee, echt, als ze gewoon een nieuwsgierig ding was, best, weet je, hij kon best haar nieuwsgierigheid zo nu en dan bevredigen als hij wist dat hij haar kon vertrouwen (maar dat wist hij niet, nog niet, hij had geen reden om haar te wantrouwen, maar daaruit volgde niet per se dat hij haar wél kon vertrouwen), maar als ze echt met dit soort onzinnige antwoorden kwam, was het ook wel weer klaar. Wat bedoelde hij. Ugh. Hij rolde met zijn ogen. ‘Doe dat even niet, wil je,’ zei hij, bot. ‘Je weet best wat je doet, je had een hele hoop met ze te bespreken, weet je nog?’ Zo lang geleden was het echt nog niet dat ze dat had laten weten. ‘Wát vind je precies zo moeilijk aan je niet met míjn zaak bemoeien?’ Oké, het was nog niet zijn zaak. Maar dat kwam nog wel.
  15. [1837/1838] Knowing me, knowing you is the best i can do

    Oké. Isaiah had hier dus echt geen zin in, maar hij had ook geen zin in een heel gedoe hieromtrent achteraf en dus deed hij zijn best om zijn geërgerde gezichtsuitdrukking van zijn gelaat te vegen. Maar… even serieus, was het echt zoveel gevraagd om met rust gelaten te worden tijdens zijn werk? Hij kon zich niet voorstellen dat dit niet had kunnen wachten. Dat ze iets als een kerstfeest echt zodanig belangrijk vond dat ze het nu, nu, nu moesten bespreken en dat ze dat per se hier wilde doen, in zijn kantoor, net alsof hij niet vaak genoeg elders te bespeuren was. Nu ja. Op zich viel dat wel mee – hij werkte inderdaad meer hier dan hij ergens anders te vinden was en goh, ja, hij sloot zich weleens hier op zonder dat hij echt werkte (sorry, oké, maar de meeste mensen lieten hem met rust op zijn kantoor), maar… ugh. Kon ze niet gewoon… weggaan of zo? Was het echt zo verdomde onbegrijpelijk dat ze zichzelf maar moest bezighouden? Hij zette zich wat rechter in de stoel en bestudeerde zijn vrouw voor hij antwoord gaf, meer omdat de woorden niet uit zijn mond wilden komen dan omdat hij haar per se in zich op wilde nemen. ‘A-a-als ik het druk heb, houdt dat meestal ook in dat ik het te druk heb om kerstfeesten te bespreken,’ gaf hij haar mee als tip voor de volgende keer, heel vriendelijk en vergevingsgezind allemaal. ‘Wat voor ideeën?’ vroeg hij, ongeduldig met een pen tegen een openliggend dossier tikkend. Hij wist niet eens waarom hij er zelfs naar vroeg – hij was echt niet degene die hier feestjes organiseerde. ‘Je weet dat ik me niet met het kerstfeest bezighoud?’ En nu mocht ze weg. Maar voor het geval ze dat niet van plan was, trok hij een ander openliggende map in haar buurt naar zich toe, niet eens omdat hij het nodig had, meer omdat hij geen zin had in haar curieuze blik erop. Hij háátte nieuwsgierige mensen.
×