Jump to content

All Activity

This stream auto-updates     

  1. Today
  2. Yesterday
  3. [1837/1838] You play such wicked games

    Wat een onzin. ‘Je hebt een héle dag afgesproken met Camilla?’ vroeg hij, al bij voorbaat besluitend dat dat geen ding was, dat Camilla en Claire elkaar geen hele dag zouden zien (en zo ja, dan, eh, stak hij daar wel een stokje voor, want wat moest hij in vredesnaam op een vrije zaterdag dóén als zowel Claire als Camilla geen tijd voor hem hadden, hallo, dit was gewoon vragen om iemand anders te zoeken om een extra bastaard mee te maken, echt) en dat Claire om de één of andere onbegrijpelijke reden hem gewoon uit de weg wilde gaan. Sloeg nergens op, natuurlijk, ze was gewoon in haar rebelse fase (nog altijd, schijnbaar), maar hij kon daar vast wel doorheen breken. ‘Ik vráág niet of je al je afspraken voor mij aan de kant gooit, ik vraag dat je tijd maakt in plaats van me altijd zomaar te mijden,’ legde hij met al het geduld dat hij kon vinden uit. Zo moeilijk was het toch niet? Hij had zijn hele leven verdomme voor háár komst veranderd, had zowaar een keer een boek over opvoeden opengeslagen (hoofdstuk “wat brabbelt dat kind in vredesnaam en moet ik me zorgen maken als ze niet snapt dat ze niet overal op moet kauwen”) en dan nog altijd dit gedoe... ‘Hoezo zie je dat verschil niet?’
  4. Faceclaims

    @Jonah Williams - Scott Caan
  5. Titiana snoof toen ze die overmatig dramatische manier van waarheid, durven of doen aankondigen zag. Dat kleurenschema paste nog geeneens bijeen. Als ze echt onder de indruk moest zijn van dit soort onzin, wilde ze ook dat er moeite ingestoken werd, oké, alvast bedankt. Ze rolde met haar ogen, vervolgens, toen de laatste Foulkes-Davenport van Zweinstein (echt, waar kwamen ze vandaan, ze had toch echt gedacht dat de laatsten alweer van Zweinstein gezwierd waren, maar neeeeee, ze bleven komen, wat een plaag) haar kleren toch echt zó vreselijk vond om aan te trekken en kon een gniffel niet onderdrukken toen hij zo melodramatisch een optreden gaf om aan te tonen hoe ontzettend serieus dit spel wel niet was. ‘In dit kleed had je nog niet gepast,’ zei ze, hem een schouderklopje gevend, als was het om hem haar versie van een kus van de juf en bank vooruit te gunnen. Je weet wel. Uit altruïsme. Want hij had echt geen hol gedaan. Maar oké, het was haar beurt, naar het schijnt, heel gezellig, vond ze – ze geloofde dat ze dit vooral leuk vond omdat het een goede manier was om geen tijd door te brengen met haar lieftallige echtgenoot en niet omdat ze zo dol was op dit spel of de manier waarop het gespeeld werd of, je weet wel, ook maar iemand hier aanwezig – en ongedurig wachtend op een opdracht nadat ze besloten had om geheel in de stijl van haar afdeling te blijven, keek ze eens rond of ze niet naast iemand leuker dan meneer Ew Jouw Kleren™ kon staan. Was niet zo, overigens. Nu ja. Elise was op zich nog best amusant en dus zwaaide ze opgewekt naar haar, voor ze besefte dat ze dit onzinnig spel liet wachten en ‘HE, BEN JE GEK, IK LAAT ME ECHT NIET VERVLOEKEN!’ Au. ‘Oké, best, wie heeft er zin om te vervloeken, je krijgt voor één keer carte blanche en als je daar misbruik van maakt, ben je me een week lang oppassen tegoed.’ Wacht. ‘Geen spinnen, ik haat spinnen!’
  6. [1837/1838] FAIRY BUDS? FAIRY BUDS!

    Lichtelijk in de war keek Nabi Cliona aan. Het was niet zo dat ze Cliona’s woorden niet begreep, niet snapte wat ze bedoelde, het was meer… dat ze de reden ervoor nog niet gezien had. Nee, mensen waren zelden vergevingsgezind, de werkelijkheid was heel anders dan Nabi’s dromen haar toegefluisterd hadden, maar dat maakte toch niet zoveel uit? Sommige mensen waren wél leuk. Sommige mensen lieten je doen, wat je ook wilde doen, antwoordden op vragen, met enig ongeloof in hun ogen of niet, sommige mensen lieten je gaan als je gaan wilde, en dat was het enige waar Nabi naar op zoek was. Een thuis had ze niet, niet meer, maar dan kwam het er enkel en alleen op aan om je eigen drang naar avontuur om te toveren in een huiselijk oord. Maar dat was niet wat haar hier gebracht had. En dus schudde ze haar hoofd. ‘Ik kwam hiernaartoe omdat ik ergens heen moest,’ gaf ze toe, goudeerlijk. ‘Mensen zien was een onverwachte bonus.’ Ze keek Cliona aan, probeerde te zien in die menselijke vorm van haar waar het mis gegaan was. ‘Ik kan niet terug, oké? Ik zoek alleen maar andere feeën om bij te blijven.’ Nu ja, niet meteen – ze had George nu. Of kon George gewoon mee? Vond hij dat zelfs gezellig? Misschien moest ze dat eens vragen. ‘Maar… als jij hier al jaren bent en er nog geen enkele andere hebt gezien, zíjn er dan wel hier? Of zijn we alleen?’ Ze wilde niet meer alleen zijn.
  7. Wat is de patronus van je karakter?

    Irwin heeft een Hippogrief, want hij is loyaal, trots, en oh ja, kind of vicious. Nicholas heeft een zwarte panter. Want hij is sneaky, snel, en heeft echt een groot territorium zonder soortgenoten nodig. Felix heeft een Canadese herder, want hij komt uit Canada, is loyaal en behulpzaam en verdomd goed afgericht. Josephine heeft een bloody fluffy raskat, een grijze soort die ontzettend met zich laat sollen. Moraine heeft een rode panda. (Maar ze kan hem nu niet meer.) Armand heeft een poolvos. Want, Delano, just more exotic than you. Daniel heeft een dolfijn. Cause he likes to swim and cant be bothered. No, cause he’s friendly, light, but not so principled.
  8. Wat is de patronus van je karakter?

    @Mat Muir: Zeehond @Jude Foulkes-Davenport: Havik (zodra hij eenmaal een patronus kan)
  9. [1837/1838] Live to honor the best

    Leah had een dochter, kijk eens aan. Verbazingwekkend, eigenlijk, hoe erg mensen bereid waren om over zulke banale zaken te liegen – hij had het niet gedaan, niet echt, had eerlijk toegegeven dat hij een vrouw en kinderen had; hij had enkel over al de rest gelogen, over de generositeit die hij van nature zou bezitten en de hoeveelheid genegenheid die hij jegens haar zou kunnen herbergen, zijn aard, het type persoon dat hij was en voor haar kon betekenen, maar daar had hij al zo dikwijls over gelogen dat het meer en meer aanvoelde als simpelweg een sluier over zijn hoofd dragen en zo naar het altaar te stappen, zijn ware gelaat enkel onthuld na beloftes van in goede en kwade tijden. Maar Leah was een ander geval dan hij. In alles eigenlijk. Als hij hier was voor een denkoefening, vormde ze er één in haar zuiverste essentie. Enigszins kritisch liet Daniel zijn blik over Julienne glijden. ‘Moet jij eigenlijk niet op Zweinstein zitten?’ Of was hij onderhand te oud om de precieze leeftijdsverschillen tussen adolescenten te zien? Misschien. Ha, als hij haar nu verkeerd gegokt had als Zweinsteinstudent, had hij officieel een mooi excuus voor een midlifecrisis (hem kennende crises, ja, hij had genoeg zelfbewustzijn om zijn eigen gebrek aan mate te kunnen voorspellen en nee, dat betekende niet dat hij enige interesse had om dat op te lossen, er viel niets aan hem op te lossen) en iedereen om hem heen ermee op te zadelen. Mensen kwamen met minder nonsensicale smoesjes als je een zogenaamde reden had voor je eigen gedrag. ‘De vakantie begint pas over een paar dagen, toch?’
  10. [1838/1839]Allow me

    Begin februari Het was een mooie dag, niet karakteristiek voor februari in Engeland of liever gezegd Schotland, want dat verschil was de jonge Canadees inmiddels wel ingeprent, te blauw en te fris. Althans, zo vermoedde Felix: het was koud maar helder, de oceaan een groenig topaas onder een strakblauwe lucht, doorspekt met witte golfjes van een net perfecte wind. Als hij alleen aan het varen was geweest, zou hij het haast te rustig hebben gevonden, zou hij die crux van de bries gezocht hebben, zo ver mogelijk aan de wind zijn gaan varen, zo schuin mogelijk en zo dicht mogelijk langs de kust, de kliffen, de golven. Aangezien hij dat echter niet was was het het ideale weer, kon alles rustiger aan. Ze gingen vlot maar beheerst door de golven en Mat, gewikkeld allereerst in een Canadese mantel die Felix hem voor kerst had opgestuurd door middel van een klein misbruik van zijn schouwer powers waarmee zelfs een ‘voortvluchtige’ in Italië ineens gemakkelijk leek te achterhalen, en vervolgens ingepakt in een thermoslaapzak, hoefde zich niet meer zorgen te maken om opeens een nat pak te halen in de onverbiddelijk koude zee. Felix zelf had in zijn mantel geen last van de koude, genoot van de wind door zijn haren. En van zijn gezelschap, samen lachend naar de zeehonden in de kleine inham van het eiland Skye waar Felix inmiddels naar toe was gevaren. Mat. Felix wist nog steeds niet waarom hij naar Engeland was gestuurd, of nu ja, naar het Verenigd Koninkrijk (kennelijk zat het er toch nog niet zo goed in, tja, het was ook lastig allemaal). De weinige taken die hij had gekregen van de opdrachtgevers sinds zijn arriveren - een discreet oogje houden op een tiener in een moeilijke periode, een andere tiener in huis nemen, en zelf ook in dat huis gaan wonen - waren per slot van rekening niet voorzienbaar geweest, voorzover hij het althans in kon schatten. De een was uit het niets opgedoken, de ander was slechts uit huis gegooid door een onwaarschijnlijk tragische samenloop van omstandigheden waarbij zelfs een moord noodzakelijk was geweest. Dat had toch niemand kunnen zien aankomen? Niet eens de opdrachtgevers... maar enfin. Hij wist nog steeds niet waarom hij er was. Maar dankzij zijn nieuwe vriendschap met de accident-prone artist vond hij het niet per se heel erg meer. Mat liet hem zijn land zien, met die prachtige combinatie van trots en liefde en ongemak die niemand anders zou kunnen evenaren, en Felix sleurde hem overal mee naar toe. Dat klonk paradoxaal en dat was het ook. Hoe het eigenlijk werkte was dat Felix elke gekke gestamelde suggestie in een directe actie omzette. En hij zocht hem op: voor het eerst in misschien zijn leven, in ieder geval in zijn volwassen leven, was er iemand waarmee hij momenteel het contact zocht. Tenminste, zonder dat het voor zijn baan moest omdat het een doorgaans criminele connectie was die hij niet mocht verliezen. Dit was persoonlijk, en toch was het iets wat hij wilde. Wilde volhouden. Ze waren samen naar Eigg gevaren, ze waren samen een eind gaan lopen, daarna was Mat naar Italië gegaan met zijn dochtertje, en daarna had Felix besloten dat het een opportuun moment was om zijn horloge dat hij nog in Canada had gebroken te laten repareren. Per slot van rekening kon hij ook niet blijven rondlopen met het Pygmee Puff horloge met oplichtende wijzers en een paars fluffy randje wat hij op zijn vijfde van zijn quasi-ouders had gekregen. Mat had hem er zo hartelijk om uitgelachen dat hij was vergeten om verlegen te zijn. “Oh, moet je die kijken, die lijkt echt op jouw patronus,” wees hij naar een van de zeehonden, die lekker had liggen zonnebaden maar in slaap was gevallen en vervolgens per ongeluk van zijn rots gerold. Spatterend en opgeschrokken was hij vervolgens weer wakker, kwam gracieus en nieuwsgierig rond de boot zwemmen. “Zo naar het hotel? ‘t is een eindje inland, we moeten waarschijnlijk nog wel even lopen... voordat je compleet blauwe lippen krijgt.”
  11. [1838/1839]To move beyond

    Irwin lachte ongelovig. “Geen rationele reden om ertegen te zijn? Jeetje...” Hij keek naar zijn voeten op de met aarde besprenkelde vloer van de kas. “Walgen is ook niet rationeel, he?” Het was gewoon omdat iets vreemd was, of verkeerd, omdat je kon voelen dat het niet juist was, hij ook... omdat men ogenblikkelijk zich mannen zoenend of erger voorstelde en bij hetero’s deed je dat niet want daar ging je vanuit, anders zou je erachter komen dat ook onsmakelijk was op je netvlies. Hij kon de gezichtsuitdrukking van zijn moeder nog voor de geest halen, die afschuw en schok, en hoewel hij niet altijd veel gaf om zijn moeders mening en hij vinnig had gereageerd op haar aanklacht was het hem bijgebleven. Zijn vader had niets gezegd, in eerste instantie, was in stilte gaan zitten op zijn voeteneinde en toen Irwin iets had willen zeggen had hij hem tot stilte gemaand op de Than-gepatenteerde efficiënte wijze, namelijk met een non-verbale Silencio. Het had makkelijk een uur geduurd, een uur van opgesloten zitten elk met hun eigen gedachten en met elkaar... of z’n vroegere beste vriend, de enige die hij het op een dronken avond had verteld, en hoewel hij het de volgende dag had weggelachen was de vriendschap vanzelf over gegaan. Irwin had niet eens hem leuk gevonden. Maar mensen dachten als je op mannen viel dat je dan op alle mannen viel, ofzo. En hijzelf. Want z’n ouders, z’n vrienden, de reacties die hij zich had voorgesteld waren een ding maar het voornaamste was natuurlijk hoeveel hij gewalgd had van zichzelf. Hoe hij elke avond naar bed was gegaan met de hoop, de stille smeekbede, om morgen beter te zijn, hoe hij niet had willen trouwen om een meisje dit niet aan te doen, onwillig om een ander mee te trekken in zijn onreinheid en wetende dat hij niet in staat zou zijn om haar een goed leven te geven - kijk maar naar Yara, die had hij zo knetter gemaakt dat ze bijna het zijne had beëindigd. De kussen met meiden een walgen van zichzelf en van de fysieke interactie waarin hij nu weer verzeild was geraakt. Vertrekken, z’n leven hier achterlaten omdat hij niet wilde trouwen, niet meer met de leugens wilde leven die elke keer weer meer werden, omdat iemand als hij beter gewoon alleen kon zijn. En met Will... voor elke stap vooruit twee stappen terug, zichzelf steeds meer hatend terwijl hij een ander steeds meer liefhad. Accepteren dat je gelukkigste zelf iemand was, die je nooit zou mogen zijn. Hij was zeg maar een beetje een rommeltje op dit vlak. “Qua uiterlijk konden jullie niet verder uit elkaar liggen,” zei hij met een halve, nog altijd enigszins verdwaasde lach. “Hij is blond... massief. Was.” Hij slikte. “Langer dan ik. Echt maatje kleine beer.” Oh, wat was het raar om het hierover te hebben met het meisje dat hij leuk vond. Of met zijn vrouw. Dat was niet normaler. “Karakter... jullie zijn allebei ontzettend koppig... en hij wist het ook altijd beter dan ik.” Hij haalde een hand door zijn haar, keek vervolgens eerder geschrokken. “En nee. Natuurlijk niet. Dat is nog steeds vreemdgaan, hoor. Dat zou ik je niet aandoen. Dat mocht jij toch ook niet van mij.” Hahaha Irwin. Schatje. “En ik weet het niet precies... in elk geval sinds de vakantie, maar ik denk wel eerder... met kerst in Cambridge? Met die lieve kaart...” zou wel een iets andere connotatie hebben, wist hij van haar vreemdgaan. Maar enfin. Onwetend echter was hij opgelucht. Misschien had hij het eerder moeten vertellen, maar dat had niet gekund. Kennis was macht en macht was niet iets wat hij een ander over hem had willen geven. Het was ook niet iets wat Yara niet tegen hem gebruikt zou hebben, wanneer nodig. Dat konden ze inmiddels wel vaststellen. Maar nu... nu was het beter. Nu hadden ze allebei macht over elkaar. Waren ze weer gelijk. Mutually assured destruction. Hij kuste haar voorzichtig weer, voor het eerst zonder een greintje van schuldgevoel of onoprechtheid, kuste toen inniger toen dat beviel. Hem proberen te vermoorden had hun relatie echt naar een nieuw niveau getild.
  12. Knock, knock - who's there?

    Toen Evangeline de volgende ochtend wakker werd wist ze niet meer meteen waar ze was. Pas toen ze een minuut lang naar de onbekende kleur gordijnen had gestaard en ze vervolgens had opengetrokken om een wit landschap te openbaren viel alles weer op zijn plek. Het voelde bijna jammer dat de nacht voorbij was, want nu was het morgen en Evangeline wist niet precies wat ze van deze morgen kon verwachten. Rhiann had verteld dat ze hier even mocht verblijven, maar "even" kon natuurlijk van alles betekenen. Het kon op een aantal dagen slaan, of op een week of zelfs enkel op deze ene nacht. Het kon best dat Rhiann gisteravond nog even na had zitten denken en de conclusie had getrokken dat het toch beter was als Evangeline de volgende ochtend gewoon weer zou vertrekken. Dat het allemaal heel vervelend was, maar toch echt iets wat ze zelf op moest lossen. Het zou Eva zelfs niet heel erg verbazen als dat antwoord kwam, want uit de eerder ontmoetingen had ze ook wel gemerkt dat Rhiann als er zich problemen op de weg bevonden, veel liever gewoon omdraaide en weer terug keerde, of het zijpad nam, met een grote boog om alle problemen heen. Aan de ene kant was dat natuurlijk begrijpelijk, met een vader zoals Owain Cadwgan. Eva zou de laatste zijn om toe te geven dat de man haar geen angst aanjoeg. Aan de andere kant kon ze het zich bijna niet voorstellen dat je je altijd maar aan iemands wil zou ombuigen. Maar dat was natuurlijk ook precies waarom zij en Owain Cadwgan niet met elkaar door één deur konden. Het liefst zou ze nog even blijven liggen. Gewoon, om het moment te rekken, nu de ochtend nog zo vredig leek, maar het was ook niet eerlijk om teveel gebruik te maken van iemands gastvrijheid als je niet zeker was of die persoon daar van was gediend. Dus liet ze zich uiteindelijk met enige tegenzin toch maar het bed uit glijden en een tijdje later stapte ze de woonkamer weer in. Rhiann was er al, Eva had haar al een paar keer heen en weer horen lopen. "Goedemorgen," begroette ze de vrouw beleefd. Oh. Rhiann had nagedacht. Ietwat zenuwachtig bleef Evangeline staan. Die zin kon veel dingen betekenen, zowel goed als slecht. De stilte tussen de woorden leek wel oneindig te duren. Dat was vast geen goed teken. Of eh... wel? Eva staarde de vrouw een paar tellen verbaasd aan voor er een grote glimlach op haar gezicht doorbrak. Van het ene op het andere moment was haar hele lichaam gevuld met een warm gevoel van opluchting. "Echt waar?" stootte ze ongelovig uit. "Oh dankjewel. Je hebt geen idee hoeveel dat voor me betekent." Voor ze het wist had ze de hele afstand overbrugd en haar armen om de vrouw heen geslagen om haar in een dankbare knuffel te trekken. De afgelopen tijd had Eva zich zo alleen gevoeld, zo ongelofelijk in de steek gelaten door de persoon waarvan ze had gedacht dat ze hem het meest kon vertrouwen en nu... het was zo fijn om iemand te hebben die je geloofde, die het begreep en die je kon helpen. Al had ze nog geen idee wat voor vorm die hulp precies aan zou nemen. Ze moest er bijna van huilen. Alleen waren het deze keer tranen van opluchting en blijdschap. "Sorry," mompelde ze, terwijl ze Rhiann vlug weer losliet en een stap achteruit zette. "Ik ehm, ik heb ook nagedacht." En tot nu toe had ze eigenlijk nog geen beslissing genomen, maar tot nu was het speelveld ook nog niet zo veranderd. "Ik geloof in het huwelijk en ik denk... ik denk dat ik het moet gebruiken." Ze was nog niet helemaal zeker in hoeverre, maar wellicht zou het nieuws alleen al genoeg zijn om haar leefomstandigheden te verbeteren. Al wilde Eva natuurlijk meer. Als het kon wilde ze alles, alles waar ze recht op had, al was het maar om de gezichtsuitdrukking op Owain's gezicht te zien. Die man had haar zoveel gekost, zoveel van haar afgepakt en nu wilde ze het verdomme terug jhebben. Die gedachte was een uur geleden nog niet zo sterk geweest, maar met het aanbod van Rhiann's hulp voelde ze zich plotseling een stuk zekerder dan eerst. Misschien ook wel iets te zeker, maar een beetje moed kon in dit soort situaties ook geen kwaad. "Ik ben bang dat ik sowieso gevaar loop en dan kan ik misschien maar beter proberen er het meeste uit te halen. En als jij me kan helpen..." Het was een gevaarlijke stap, eentje die ook meer gevaar met zich meebracht. Maar andere kant... als het nieuws eenmaal uit was, als ze dit echt kon gaan bewijzen, misschien ook wel op een bepaalde manier bescherming. Als de hele wereld toekeek hoe iets verliep en alle ogen op je waren gericht... misschien was dat wel alle bescherming die ze nodig had. "Ik weet alleen niet echt hoe, of waar ik in godsnaam zou moeten beginnen." Haar maag knorde zachtjes en Eva glimlachte opgelaten, een mengeling van zenuwen en enthousiasme. "Oke misschien bij ontbijt."
  13. Irene's Song Aesthetics

    @Adeline Bruxley Molly Kate Kestner - Prom Queen Take a look at the future, who knows what's ahead? There's a house on a hill with an indoor pool And a millionaire in her bed And the years go by and she still dreams And she lives her dreams through the magazines And her daddy's gone and she needs someone And she's got the looks and the boys on hooks But she'll trade it all for a heart that's whole God save the prom queen, teenage daydream Just another dressed up heartbreak She turned her tears to diamonds in her crown
  14. Knock, knock - who's there?

    Toen Rhiann wakker was geworden was het nog donker geweest buiten, maar met het fluiten van de vogels hoorde ze ook Evangeline’s zachte voetstappen richting de woonkamer komen. Rhiann keek op. Ze had zich jarenlang dof gevoeld, maar plotseling voelde ze zich weer… gepolijst, zeker van zichzelf; alsof ze echt leefde. Ze glimlachte richting het meisje en voor het eerst was het een gemeende glimlach, ongehinderd door de wolken van een koele, gepaste afstand. “Goedemorgen. Ik… ik heb er over nagedacht” zei Rhiann. De woorden voelden bijna vreemd aan in haar mond, alsof het een ander was die ze uitsprak. “Ik heb besloten dat ik je wil helpen.”
  15. Knock, knock - who's there?

    Rhiann stond op in een poging het gespannen en opgewonden gevoel wat van haar af te schudden. Ze liep naar het raam en staarde uit over de witte wereld, over de bomen en huizen die ze de afgelopen tien jaar had gekend en de hare had gemaakt. Was dit werkelijk wat ze wilde doen? Om wild en onbezonnen een claim te steunen waarvan er een kans was dat deze onwaar was, of in ieder geval onbewijsbaar? Het was zo’n groot risico… en objectief gezien leken de kaarten niet erg sterk. Maar ieder potje poker was met voldoende bluf eventueel te winnen… Haar vader had op dit moment echter de beste hand en was altijd daadkrachtig genoeg geweest om bluf te kunnen onderscheppen. Daarnaast, ook als hij niet aan de winnende kant zat, dan was nagenoeg niemand beter dan hij in het steken van de kaarten, in het verschuiven van pionnen om wel weer in de juiste positie terecht gekomen. Maar ze kende hem en zou zijn tactieken kunnen doorzien… of zou hij de afgelopen twintig jaar zijn veranderd? Het waren teveel afwegingen, teveel blanco plekken om een goede, rationele afweging te kunnen maken. Rhiann draaide zich om en begon terug te lopen naar de keuken. Misschien moest ze zich gewoon niet bemoeien met zaken die niet de hare waren; misschien moest ze Evangeline niet haar zaak maken. Ze had een oké leven, of nouja... ze had in ieder geval een leven. Het leven hoefde niet mooi te zijn, of spannend, vol met spanning en sensatie; ze leefde in het hier en nu, een simpel bestaan… was dat niet genoeg? Ze probeerde het knagende antwoord (een grote ‘nee’) voor zichzelf niet te beantwoorden en wilde juist nog meer koffie inschenken, toen haar oog plotseling op Evangeline’s theekop van gisterenavond viel. De kop was leeg, de bladeren zwemmend in een klein laagje koude thee. Rhiann keek in de richting van Evangeline’s slaapkamer, en vervolgens terug naar de kop. Eigenlijk hoorde je niet… maar wie weet, misschien bracht het haar antwoorden – antwoorden die anderszins ongegrijpbaar waren. Ze pakte de kop op, draaide deze driemaal tegen de richting van de klok in en draaide de kop toen om op het schoteltje. Met een gespannen gevoel liep ze terug naar haar woonkamer en zette het kopje voorzichtig op tafel, waarna ze het terug omdraaide zodat de formatie van de theebladeren zichtbaar werd. In haar boekenkast zocht ze naar een boek, opende het en haalde er een stapeltje oude perkamenten notities uit, geschreven in haar handschrift van zo’n 25 jaar geleden. Toen ze wist dat ze verbannen zou worden had ze vlug enkele notities van Zweinstein in haar meer neutrale boeken verstopt, wetende dat haar vader haar enkel het strikte minimum zou laten meenemen. Ze was nooit helemaal fan geweest van waarzeggerij, maar zonder toverstaf was het een van de weinige zaken waarbij ze nog enige vorm van magie kon uitoefenen. Vlug zocht ze naar de betekenissen van de theebladeren, begon te zoeken naar iets wat voor haar van belang kon zijn… Een ring… een draak… zelfs iets wat leek op een haai. Een huwelijk, bijgestaan door grote en plotselinge veranderingen. Maar ook levensgevaar, alsof dat niet duidelijk genoeg was. Daarnaast een vlieger, die zag op een lange tocht die uiteindelijk leidde tot eerherstel. Maar wat haar in de combinatie uiteindelijk overtuigde waren de combinatie van drie driehoeken en een wiel; geluk en een onverwachte erfenis.
  16. Knock, knock - who's there?

    De volgende ochtend Rhiann had maar lastig in slaap kunnen komen, en nu ze eenmaal weer wakker was kwam de gehele conversatie van gisteren weer terug… alles wat het meisje haar had verteld, alles wat zij had geantwoord. Een aantal jaren geleden, toen Evangeline Lennox voor het eerst aan haar deur had gestaan, had ze zich afgevraagd wat haar zoon in het meisje zag of had gezien; vorig jaar, toen de twee haar samen kwamen vertellen dat ze zouden vluchten naar Frankrijk, had ze geschrokken naar het paar gestaart en zich slechts afgevraagd hoe het kon dat twee mensen elkaar op zo’n ongepaste wijze konden ophitsen. Nu ze daadwerkelijk wat tijd met het meisje had doorgebracht kon ze natuurlijk niet zeggen dat ze haar kende, maar ze begreep nu wel wat beter wat Keane in haar zag – al vroeg ze zich nog steeds af of de zogenaamde 'liefde' het daadwerkelijk waard was om al deze schande over de familie af te roepen. Miss Lennox was grappig en beleefd, maar had klaarblijkelijk ook haar eigen wil en ideeën over bepaalde onderwerpen - had een vrije geest, om het zo maar uit te drukken. Ze zag wel hoe verfrissend dat voor Keane moest zijn, die toch immer ook zelf eigenzinnig was geweest - al zou haar vader wel hebben geprobeerd de scherpe randjes er wat vanaf te veilen. Rhiann waste zich en trok een simpele jurk en warme mantel aan, voordat ze zich richting de keuken bewoog om daar koffie te maken. In de woonkamer aangekomen legde ze voorzichtig nieuwe blokken hout op de haard, verlichte ze de kerstboom en nestelde ze zich op de bank, voorzichtig sippend van de hete drank. Ze moest een standpunt innemen; en al hoefde dat niet per se nu… toch moest ze bedenken hoe ze zich wilde opstellen tegenover het meisje. Ze besloot, ten eerste, te geloven dat Eva zwanger was van haar kleinkind. Het was een grote stap –al was het fijn geweest een klein beetje viratiserum in Eva’s drank te hebben gedaan om te weten of ze daadwerkelijk de waarheid sprak, toch maakte alles aan Eva’s houding en de wanhopige blik in haar ogen dat Rhiann niet anders kan dan haar geloven. Ten tweede, nu ze had besloten dat Eva inderdaad haar kleinkind droeg, was de vraag wat ze zou doen. Wat er ook zou gebeuren, als ze het meisje haar huis uit zou zetten bestond de kans dat haar vader te weten zou komen dat Eva zwanger was van haar zoon. Hieruit kon maar één consequentie volgen; de Graaf zou Eva en het kind niet toestaan om nog een dag langer het Cadwgan fortuin in gevaar te brengen – zelfs zonder dat Evangeline haar claim zou uiten. Op dit moment had Owain alles; hij had zijn erfgenaam, welke was verwikkeld in een goed huwelijk en hij had zelfs een kleinzoon om het verdere voortbestaan van de Cadwgans te waarborgen. Er was natuurlijk geen garantie dat de kleine Owen Cadwgan het zou redden, met kindersterfte als groot risico; maar er was ook een grote kans dat Keane nog andere kinderen met zijn vrouw zou krijgen. Vanuit dat opzicht had haar vader niets te vrezen. Het probleem was echter dat ook als ze Evangeline hier zou houden, haar vader erachter zou kunnen komen; en dan zou het niet alleen het meisje zijn die de problemen over zich uitgestort zou krijgen. De Graaf had haar enkel vanuit de speciale positie die ze bezat toegestaan te blijven leven.. mocht hij erachter komen dat ze niet alleen Eva liet onderduiken, maar haar ook nog zou helpen met haar claim… dan was ook zij (zacht uitgedrukt) de pineut. Ietwat ongemakkelijk bewoog Rhiann heen en weer op de bank, ietwat van slag bij deze gedachte. Wat te doen? Aan de ene kant schreeuwde alles in haar dat ze moest gaan voor rust, voor veiligheid… en aan de andere kant; waar had dat haar gebracht de afgelopen jaren? Ze was in leven bij de gratie van haar vader, maar wat voor leven was dit precies, weggestopt op de Welshe hei? Was de tijd gekomen om te vechten? Zou ze niet, tezamen met Evangeline’s claims moeten proberen haar eigen positie terug te krijgen? Het voelde ergens oneerlijk, voelde alsof ze haar vader zou verraden… en aan de andere kant; was het niet zijn eigen schuld? Ook haar vader had emotie de overhand laten nemen toen hij besloot haar te laten leven; ook als hij destijds enkel had gekozen haar niet te doden zodat hij later haar zoon kon afnemen, dan had hij ook na die gebeurtenis niet de handelingen verricht om haar zwijgen te verzekeren. En misschien, heel misschien, was de tijd van zwijgen nu wel over. Misschien was dit wel een kans om terug te vechten, om te laten zien hoe één domme fout niet de rest van je leven hoefde te domineren…
  17. Het was een beetje ongemakkelijk, praten met Thomasin terwijl Jude via de weerspiegeling in het raam op zijn vingers keek. Hij vroeg zich af in hoeverre zijn broer ook qua innerlijk op hem leek, diezelfde neiging had tot milde tot minder milde manipulatie en dat nu bij Armand kon herkennen. Niet dat het erg was als het zo was. Het zou met Jude omgaan er iets lastiger op maken, omdat het bij hem dan ietsje minder goed zou werken als hij er op bedacht was en omdat hij het bij Armand zelf ook ongetwijfeld zou proberen, maar ook dat zou wel meevallen want zoiets was altijd makkelijker te zien bij interactie met anderen dan met jezelf, wanneer je eigen beelden en frame toch veel verkleurde. Het was niet alsof Jude erover tegen Thomasin zou gaan klikken, of of het iets uit zou maken als hij dat deed. Armand deed per slot van rekening niets aantoonbaar fout. Ook als iemand het merkte, zou die persoon er nooit ten overstaande van een ander de vinger op kunnen leggen. Behalve Irwin, misschien, die had het een paar keer goed voor elkaar gekregen om twijfels bij Thomasin te zaaien... maar zijn neef leek milder tegenwoordig, leek te hebben opgegeven om hen teveel te storen. Misschien omdat hij ook wel zag dat Armand ondanks al zijn fouten zijn best deed om Thomasins geluk na te streven, en omdat ze met het huwelijk en met Gabriel toch nooit meer van hem af zou komen. Misschien omdat hij wilde zien wat Armand deed met zijn tweede kans. Of hij was nog aan het plotten. Je wist het met Irwin nooit. Irwin wist het vaak zelf ook niet en dat hielp niet. Enfin, in elk geval was het hem gelukt om zelf de regie over Jude’s kamers te krijgen, een regie die hij vervolgens aan zijn broer over zou geven nadat de hoognodige items zoals bureau, goede stoel en boekenkasten er stonden. Hij hield zielsveel van Thomasin, maar ze had een wel erg gedecideerde smaak, alsof ook dat geleid kon worden door haar moreel kompas, alsof ook in de keuze van gordijnen en meubilair er een duidelijke juiste en onjuiste manier was om hef te doen. Armand had zich eraan aangepast, behalve in zijn studeerkamer waar hij langzaam aan terrein begon te winnen, aan voelen alsof hij door een prachtig ietwat ouderwets kunstwerk liep, maar voor Jude, die duidelijk meer behoefte eraan had om zichzelf uit te drukken in zijn keuzes van kleding en omgeving, was dat niet wat hij wilde en hij had het idee dat er geen twee stijlen zo erg zouden clashen als die van zijn vrouw en zijn broer respectievelijk. En hij had wel sympathie voor Jude. Ook Armand hield van het creëeren van zijn eigen wereld. ‘t Was meer dat het voorlopig niet zo was uitgepakt. En dat hij meer hield van Thomasin, sowieso. “Hier op het dorp is wel een leuke pub, met lekkere likeur,” grijnsde hij en hij knipoogde vluchtig, haast onmerkbaar, naar zijn vrouw. “Maar wel allemaal Dreuzels, natuurlijk en het blijft een klein dorpje. Je kunt hier wel heel mooi wandelen, en er zijn schattige marktjes - er is nu kerstmarkt.” Niet dat hij dacht dat dat Jude veel zou interesseren, maar feitelijk dacht hij niet dat er veel was wat Jude zou interesseren. Hij haalde een hand door zijn haren, nam een paar happen. “Je kunt nog niet verschijnselen, toch Jude? Ik kan je wel even afzetten in London..” Hij zocht door zijn zakken, haalde er een saffiertje uit. “Als je deze opwarmt, kom ik je dan weer halen. Of we kunnen ook de koets erheen sturen, als je dat liever wil...”
  18. Ja, hij had altijd het beste voor met Pearl. Voor iemand voor wie weinig vanzelf sprak, was dat desondanks iets waar niet aan getwijfeld behoefde te worden, nooit. Wanneer Lawrence eenmaal om je gaf, tot het beste van zijn kunnen, was er niets meer wat hij niet voor je over zou hebben binnen de grenzen van zijn principes en soms daarbuiten, want een van zijn principes was dat je haast alles over moest hebben voor de mensen om wie je gaf. Daar moest je voor zorgen. Daar lag je plicht, je taak, je verantwoordelijkheid. En op de een of andere manier kreeg Lawrence ook altijd de verantwoordelijkheid voor de mensen om wie hij echt gaf, voor Evangeline (officieel was dat nu Darius’ verantwoordelijkheid natuurlijk, maar, ja, haha, Darius, al moest Lawrence toegeven dat zijn zusje afgezien van een bloederige onthoofding haar verantwoordelijkheden zelf verrassend goed nam) voor Lydia, voor Pearl. Pearl, bij wie het echt niet zou hebben uitgemaakt wat er was gebeurd zonder hem, want hij zou er altijd voor haar geweest zijn, om haar te helpen. Zou hij overlijden dan stond ze zelfs in zijn testament, opdat haar niets tekort zou komen. Wat? Verantwoordelijkheden moest je te alle tijden serieus nemen. Geen rekening houden met omstandigheden was regelrecht roekeloos. Hij lachte, knikte, begon magisch twee glazen wijn in te schenken, nog niet klaar om haar meteen weer los te laten en hij was afgeleid ook echt toen ze hem inniger kuste. Hij liet dat geheel van haar afhangen tegenwoordig, de intensiviteit en de intentie, en het interessante daaraan was objectief gezien dat alles altijd als een verrassing kwam. Lawrence werd niet vaak verrast, meed het over het algemeen want daarop aansturen was ook roekeloos en bovendien bracht het hem in situaties waarin hij niet wist hoe hij zijn gevoelens moest fingeren, maar Pearl was immer een uitzondering geweest, had hem zo vaak al verrast en op het gebied van kussen waren alle verrassingen prettig. Bovendien hoefde hij bij haar niet te acteren. Ook zij wist hoe hij in elkaar stak. Wist wat hij wel en niet kon. Dat ze ondanks dat van hem hield... dat was de grootste verrassing geweest van allemaal. Hij wist de wijnglazen te stoppen voor ze vielen, zette ze op de salontafel, loodste haar mee naar de sofa zonder te trekken en kuste haar blosjes. “Niet erg? Daar ben ik dol op, dat weet je. Een kijkje in je hoofd.” Hij kuste haar weer. “Je hebt de leukste gedachten. Proost.” Hij nam een slokje wijn. “Had je dat altijd al?”
  19. Knock, knock - who's there?

    De rest van de avond werd er niet meer gesproken over vermeende huwelijken of andere ingewikkelde zaken. Eva zou bijna durven zeggen dat het gewoon gezellig was. Uiteindelijk werd het laat en was het toch wel fijn om naar bed te kunnen gaan. Rhiann had de extra slaapkamer, die normaal niet echt gebruikt leek te worden, voor haar klaar gemaakt. Alles leek in orde en ondanks dat Evangeline zich ontzettend moe voelde van alle emoties was het toch lastig om snel in slaap te vallen. Dat was altijd wel een beetje zo in vreemde ruimtes die je niet kende en waar elk onbekend kraakje of geluidje wel je aandacht trok. Daarbij was er zoveel om over na te denken. Eva was niet de enige die nog wakker was, het kind in haar buik leek wel een gymnastiek uurtje te houden, terwijl ze maar lag te woelen in bed en luisterde naar de storm die buiten het huisje loeide. Het was net alsof het kind de zenuwen en onrust in haar lichaam kon voelen en er zelf ook zenuwachtig van werd. Wie weet kon het dat ook wel. "Ssssst," suste Evangeline en voorzichtig legde ze haar hand op de plek waar de beweging vandaan leek te komen. "Het komt wel goed." Met haar vingers streelde ze over haar buik en sloot toen langzaam haar ogen. "Mama zorgt wel dat het goed komt." Ze wist nog niet hoe, maar morgen was er weer een nieuwe dag. En met een nieuwe dag kwamen er altijd nieuwe kansen. Buiten waaide de wind bijna net zo hard als de gedachtes in haar hoofd over elkaar struikelden, maar zoals dat ging met alle stormen werd het uiteindelijk weer rustiger en won de vermoeidheid het toch van haar gedachten, om haar in een diepe, droomloze slaap te trekken.
  20. Knock, knock - who's there?

    "Echt?" Je kon veel zeggen over Rhiann Cadwgan, maar ze was nogal een voorzichtige gastvrouw en eerlijk gezegd was Evangeline er niet vanuit gegaan dat ze hier zou kunnen blijven. Dat was wellicht ook wat teveel gevraagd, hoewel... in deze weersomstandigheden stuurde je niemand graag naar buiten. "Dat zou heel fijn zijn. Dankjewel." Eva zond de vrouw een dankbare, warme glimlach toe en liet haar blik afdwalen naar de kerstboom in de hoek. Het was een vreemd idee dat het morgen al kerstavond was. Zelf was ze er nog helemaal niet zo mee bezig geweest. Over minder dan vierentwintig uur zouden allerlei hoopvolle meisjes voor het eerst schitteren op het debutantenbal. Pfff, ze zouden eens moeten weten hoe anders het leven er een paar jaar later uit kon zien. Niet dat Eva het had geloofd als je dat aan haar had verteld. Het roodharige meisje schoot overeind van de bank richting de doos versieringen op tafel. "Natuurlijk wil ik wel helpen." Kerstmis zonder versieringen was inderdaad ook maar zo kaal. Eva had nooit echt van de winter gehouden -veel te koud en saai, gaf haar maar de lente, als de hele wereld weer tot leven kwam en alles opnieuw ging groeien- maar de lichtjes vond ze wel altijd heel mooi. Daar kreeg je toch nog een beetje een warm gevoel. "Laten we het gezellig maken." Eva pakte een slinger op en liet hem door haar hand glijden. "Vroeger maakte ik altijd ruzie met mijn broertjes en zusjes over wat voor versieringen er in de kerstboom mochten. We zijn met zeven en iedereen wilde altijd wat anders." Eigenlijk was het zo onzinnig. Wat maakte het nou uit wat er precies in de boom hing. Maar toen voelde dat belangrijk, een beetje alsof ze allemaal hun eigen stukje van Kerstmis op moesten eisen om het te laten tellen. Eva vroeg zich af hoe dat voor Rhiann geweest moest zijn, om altijd maar kerst alleen te vieren. Kerst was toch echt zo'n familiefeest. Maar ze durfde het niet te vragen, bang dat het iets te persoonlijk was. In ieder geval was ze deze kerst niet helemaal alleen en was dat niet een kleine overwinning voor hun allebei? Familie was nog steeds familie, ook als je niet verbonden was door bloed.
  21. Here's to you, you old wreck.

    Hij was er zeker van dat het niet zomaar toeval was dat de ontmoeting met het ‘kleine vrouwtje’ plaatsvond. Het gebruik van benamingen, wat eigenlijk een zekere ontkenning was van het feit dat het petieterige dametje voor hem eigenlijk nog een kind was – dat er blijkbaar overduidelijk van uit ging dat de bloeddorstige slang voor zich, haar niet in het geheel op zou eten. Ach, wat had ze het mis, het naïeve en kwetsbare ding. Het was zeldzaam in zijn geval, dat de aanwezigheid van het meisje hem zo deed opleven. Hij was – wellicht met een kleine bijdrage van alcohol - vrolijk, opgewekt en had een toegenegen glimlach om zijn lippen gekruld. Een soort bevredigend gevoel dat je eigenlijk alleen maar in de armen kon sluiten als je geen leven had gekend vol eenzaamheid en bittere afkeuring. Zijn dagen die hij besteedde aan simpele zielen die hem ongeïnteresseerd aanstaarden of, wanneer Seneca in een hele slechte bui was, meerdere kleuren neerkwakten in hun pantalons. Om maar niet te spreken van de dagen gevuld met lege flessen rode wijn, de groeiende rimpels en steeds donker kleurende wallen. Erg veel verder kwam hij niet in zijn deerniswekkende leven. En dan, omdat alles nog niet catastrofaal genoeg is, had hij ook nog eens die inhumane dorst naar jong vlees. Dat soort met het onzekere zelfbeeld, de wereldvreemdheid, de lichte angst in hun ogen - wat erin resulteerde dat zijn dominante positie royaler werd. Compensatiegedrag voor de kleurloze jeugd die hij had gekend, wellicht. Gevaarlijk was de opmerkingen die ze maakte: de onschuldige toon waarmee ze vertelde tot alles bereid te zijn om haar cijfer maar omhoog te krijgen. En hoewel hij wist dat zijn hersenen niet meer goed functioneerde door de anderhalve fles wijn die hij op had, kon hij maar een beperkte hoeveelheid aan mogelijkheden bedenken om haar wens in vervullen te laten gaan. Hij bekeek haar van top tot teen, had gezien hoe ze onbezorgd een pluk haar achter haar oor verstopte en hoe haar wangen rood kleurden bij het horen van zijn opmerking. Zeventien, was het niet? Met zeventien mocht ze drinken, zat ze al dichtbij de bitterheid van volwassen worden. Toegestaan was het niet, maar te jong kon Seneca het zeker niet noemen. Hij had het glas opgepakt en naar haar toe gereikt. ‘You don’t think I can drink from two glasses at the same time, do you?’ Zo dom kon ze toch niet zijn? Tóch? Hij schraapte zijn keel, keek haar nog eens met samengeknepen ogen aan en besloot om erachter te komen wat hij in zijn kamer had gehaald op dit uur van de nacht. Hij was namelijk niet van plan om iedereen zijn fijnste wijn aan te bieden én nog een gunst te verlenen zonder dat hij er iets voor terug kreeg. Zo’n genadige sterveling was Seneca ook weer niet. ‘Ik ben zoals u al eerder noemde een drukbezet man. Dus, mevrouw Saint, vertel mij eens waarom ik mijn kostbare tijd zou moeten besteden in een ignorante jongedame die op dit tijdstip aan komt kloppen.’ Een lieve glimlach verscheen om zijn lippen na de botte opmerking. Hij moest het niet doen, mocht het niet doen. Als hij zou doen wat hij wilde doen dan zou hij zijn baan kwijtraken, zijn machtspositie in de samenleving en de krantenkoppen zouden vol staan met zijn bewegende foto waarop hij een enkeltje naar Azkaban ontvangt. Jammer was het alleen, dat in deze staat, na deze hoeveelheid wijn, hij het als iets onbenullig kleins zag. Daarom kon hij niets anders dan zijn hand naar haar kin brengen om vervolgens met zijn duim en wijsvinger haar kaak te ondersteunen. ‘Ik ben niet geheel kwaadwillig, lieverd.’ Zijn stem was zacht, als een luttele fluistering. ‘Als je mijn gezelschap wilt zijn deze nacht, onder het genot van nog een paar glazen rood, zal ik morgen uw cijfer verhogen.’ Zijn ogen stonden zielig en langzaam vormden zijn lippen een klein pruilmondje. ‘Let me get to know you a little, please.’ Wat een façade.
  22. OOC Buitenwereld Mededelingen

    Hey guys! Over een week komt de poll van de laatste ronde van de IC Ministerverkiezingen. Grijp dus zeker je laatste kans om mensen op intellectuele wijze aan te vallen over waarom ze totaal geen verstand hebben als ze niet voor jouw favoriet stemmen, want straks zitten we vast aan de verkeerde!
  23. Here's to you, you old wreck.

    Deze leraar was óf heel anders dan hij zich voordeed in de klas, óf haar grote ogen en onschuldige gezichtje hadden het gewenste effect gehad en deden de man een beetje smelten en hadden hem ontwapend, om hem maar zo te zeggen. Het zou natuurlijk nu vast zijn hart breken als ze moest huilen of verdrietig was en dat was precies de bedoeling, want ze had een hoger cijfer nodig en dat ging makkelijker als een leraar een beetje een zwak voor je had. Wist zij veel dat die zwakte veel verder ging dan haar schattig vinden... Met een glimlachje nam Sara plaats op de stoel tegenover hem en streelde ze een pluk haar achter haar oor. "Oh, ja, professor, ik heb een onvoldoende en daar schrok ik toch wel heel erg van... Zeker nu volgend jaar de P.U.I.S.T.-examens zijn en daar wil ik natuurlijk wel een goed cijfer voor halen..." Ze kleurde een beetje bij zijn woorden. Zei hij nu echt dat ze er helemaal niets van kon? Dat was best wel... harsh, of niet? "Ik zit in het zesde jaar!", zei ze snel. Dat betekende dat ze zestien was, of al zeventien en in het laatste geval was ze oud genoeg om te drinken. Zij ging dan echt niet zeggen dat ze nog net zestien was. Ze ging zichzelf de kans om wijn te drinken toch niet ontzeggen? Ha, straks kon ze gewoon vertellen dat ze wijn had gedronken met de engste leraar van de school. Dat was best wel cool, dat zou haar vast wel wat status opleveren. De man kwam overigens wel heel erg dichtbij zitten. Ze keek nieuwsgierig naar het glas. Zou dat voor haar zijn? Of zou hij het zelf houden? "Ik wilde graag weten hoe ik mijn cijfer wat kan ophogen, professor... Daar wil ik alles voor doen... Dus als u een extra opdracht heeft... Waar ik een extra cijfer voor kan krijgen.." Ze keek met een onschuldig glimlachje naar hem omhoog. "Ik wil echt heel erg graag slagen voor uw vak." knipper, knipper.
  24. Last week
  25. Knock, knock - who's there?

    “Nee, mijn haard is niet aangesloten op het netwerk” sprak Rhiann de informatie overpeinzende, die even fronste en haar blik liet afglijden naar het vuur. Nee.. daar had haar vader wel voor gezorgd, afgesloten van de buitenwereld als ze was. Maar goed, het was blijkbaar niet alleen haar eigen vader die niet van haar zwangerschap wist – zelfs Evangeline’s ouders waren niet van die informatie op de hoogte. Rhiann huiverde lichtjes toen ze terugdacht aan het moment dat ze zelf haar zwangerschap aan haar vader had moeten vertellen… dat was verre van prettig geweest. Ze was niet de enige waar de Graaf zijn wraak op had uitgestort, want nadat ze hem had moeten vertellen wie de vader was had ook de Kruidenkundeprofessor het te verduren gekregen, zo had ze later vernomen. Ergens snapte ze wel dat Evangeline het haar vader en moeder niet had willen vertellen, hoe erg haar ouders nu verschilden van haar eigen of niet. Maar uit Eva’s woorden had ze wel kunnen halen dat ze de informatie aan haar zoon had verteld, en dat die haar had weggestuurd. Dat was voor het eerst dat ze iets over Keane hoorde en zijn handelen kon begrijpen – al had hij wel iets meer moeite mogen doen Eva’s mond te snoeren zodat er geen flarden van het verhaal bij haar vader terecht zouden komen. Maar nu was het meisje hier, en zij had een hele andere positie dan haar zoon… ze kon kiezen haar te laten blijven, bijvoorbeeld, om haar af te schermen van de boze buitenwereld en haar en het kind te beschermen. Dit was echter gevaarlijk en Rhiann deed nooit iets zonder een adequate afweging van de risico’s; aan de andere kant kon ze het meisje, welke toch wel met grote waarschijnlijkheid haar kleinkind droeg – want ze geloofde Evangeline, al wist ze niet precies waarom, want ze had er op zich ook alle reden toe kunnen hebben om het meisje niet te geloven – lastig naar buiten laten gaan in een sneeuwstorm. En daarbij… het was bijna Kerstmis. Met Kerstmis kon je hulpbehoevenden nu niet echt de deur wijzen, of ze nu wel met gevaarlijke claims aan kwamen zetten of niet. “Er zijn hier in het dorp, of de dorpen daar omheen, geen herbergen waar je kan verblijven” antwoordde Rhiann. Ze twijfelde nog zichtbaar voor een moment, maar voegde er toen ietwat stug aan toe; “Maar je mag anders wel hier blijven. Voor… nu.” Ze glimlachte ietwat onwennig. “Ik… ik wil zo wel een kamer voor je in orde maken. Misschien wil je me eerst helpen met het optuigen van de kerstboom?” Haar blik dreef af naar de groene takken in de hoek van de kamer. “Ik wilde eigenlijk geen boom, maar een van de buurjongens kwam er vandaag ineens mee aanzetten. Zonder lichtjes en versiering is het ook maar zo… leeg.” Net zoals de afgelopen tien jaar zo verschrikkelijk leeg waren geweest. Ze had buurtgenoten, vrienden, kinderen die ze wel eens lesgaf… maar het kwam in geen geval ook maar ergens in de buurt van het samenzijn met familie – zelfs als je familie enkel bestond uit Cadwgans.
  26. Kerstcadautjes kopen was een van haar grootste hobbies, nee niet waar cadautjes kopen was een van haar grootste hobbies maar met kerst was het kopen van cadautjes zo sociaal geaccepteerd dat er niemand kon zeuren dat ze het niet moest doen omdat je nu eenmaal mensen niet zomaar dingen gaf. Daarnaast waren winkels tijdens de festiviteiten periode een concept opzich. Overal waren versieringen, uitverkoop, mooie cadautsets, mooie nutteloze spullen dingen nog mooier en minder nutteloos leken nu je ineens voor een hele hoop mensen die je eigenlijk niet kende ook dingen moest bedenken. En ja, sorry dan was ze even afgeleid en verdwenen om naar een schap met glittertuinkabouters voor onder de kerstboom te kijken (ze waren zo schattig) (misschien kon ze er een paar voor de koffiezaak zette) (dat gelde vast als decoreren toch daar mocht ze best geld aan uitgeven toch). Maar toen Joseph haar riep kwam ze heus wel weer vrolijk aan hoor, dat was dan ook wel weer zo aardig. “Oh ik wil haar heel graag leren kennen”, antwoordde ze enthousiast. Zijn andere opmerking, niet perse bewust Amber had een filter en tenzij je haar echt dwong te luisteren filterde ze liever alle narigheid gewoon uit dialoog, negerend. “Ik ben Amber en jij? En wie is dat?” een nieuwsgierige blik van Ayden en toen weer naar Sara en toen toch weer even naar Joseph, “ is hij ook familie” Zo gezellig allemaal.
  27. Persoonlijk Topic Dump

  28. Here's to you, you old wreck.

    Er was iemand binnen gekomen, had op dit late uur aangeklopt op de grote eikenhouten deur, niet wetend welk tafereel er plaats vond binnen deze vier muren. Hij had gezucht en een kleine grom gegeven, wat voor de persoon - dat een vrouwelijk gedaante bleek te zijn - een teken was om binnen te komen. Hoe ze erbij kwam wist hij niet, aangezien zijn gegrom eerder een blijk was dat ze echt niet welkom was. Maar goed, hij had het voor elkaar gekregen om wat rechter te gaan zitten en zijn vervallen gezicht te verbergen in de schaduwen van het vuur, als een duistere schim dat op de loer was naar zijn prooi. Zijn ogen bekeken het scherper wordende gedaante en Miss Saint was, zoals hij gehoopt had op delicaat gezelschap, emmes voor het oog. Ze was niet een lang gestalte, geschat tussen de 150 en 160 centimeter. Daarentegen waren haar vormingen die de goddelijke pubertijd haar hadden geboden piekfijn in orde. Hij herkende haar, de blanke huid, de enkele sproetjes op haar wangen en de diepbruine ogen. Hij heeft zelfs al werk van haar nagekeken – niet het snuggerste geval, al zei hij het zelf. Waarschijnlijk was dat de reden geweest dat ze nu voor hem stond. Niet dat het hem veel interesseerde, hij was allang blij met wat gezelschap en hij dankte god op blote knieën dat het een vrouwelijk iemand was die op zijn deur had geklopt. Hoe oud was ze ook alweer? ‘Miss Saint, what a pleasure, please take a seat.’ Zijn schorre stem galmde door de ruimte en er was iets van een dubbele tong in de toon te klinken. ‘Well, ik denk dat u binnen bent gestapt voor wat bijles? Aan uw laatste cijfer te zien zijn er weinig zwarte kunsten of het verweer daartegen die u wel beheerst, of heb ik het nu verkeerd my sweet cherryblossom?’ Een klein glimlachje toverde om zijn lippen en met de hand waar hij eerder zijn sigaret mee had uit gedrukt, streelde hij bedenkelijk zijn baardje, waardoor er een raspend geluid hoorbaar was. Met een licht gekraak in zijn knieën stond hij op, pakte een wijnglas uit één van zijn lades en liep langzaam naar de kant van het bureau waar hij Sara had opgedragen om te zitten. ‘Ik neem aan dat u oud genoeg bent om te drinken…’ begon hij zijn zin, terwijl hij de rode wijn opentrok en het glas vol schonk. ‘Aangezien u blijkbaar ook oud genoeg bent om op dit uur door de gangen te slenteren.’ Hij bleef zitten waar hij zat, erg dichtbij mevrouw Saint, met zijn lichaam tegen het bureau aanleunend en zijn armen over elkaar, terwijl hij haar licht smachtend - met een kleine glimlach, maar vooral dubieus aankeek. ‘So tell me love, how can I be at your service today?’
  1. Load more activity
×